De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

Welkom bij de UNIENFTO !

De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele en onderwijskundige belangen van haar leden. Die leden zijn voor het overgrote deel werkzaam in de beroepskolom en het voortgezet onderwijs. Bovendien heeft de UNIENFTO leden die werkzaam zijn bij de kenniscentra beroepsonderwijs-bedrijfsleven.

De UNIENFTO heeft zowel leden onder het onderwijzend personeel als onder het onderwijsondersteunend personeel. De UNIENFTO is lid van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen) en via die CMHF van de vakcentrale VCP. De onderwijsbonden binnen de CMHF, dus ook de UNIENFTO, hebben zich gebundeld in de FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties). 

Neem nu contact op  Meld u direct aan

Laatste nieuws

Pensioenfondsen in de EU-landen moeten sinds 2003 voldoen aan Europese regels. Deze regels staan in de EU-richtlijn voor pensioenen (IORP). Deze richtlijn wordt binnenkort aangepast op het gebied van bestuur en communicatie. De VCP heeft gemerkt dat er veel commotie is ontstaan over deze EU-richtlijn en er onduidelijkheid is over de gevolgen voor de Nederlandse pensioendeelnemers. Volgens de VCP zijn de nieuwe regels in lijn met het belang van de Nederlandse deelnemers. Wel heeft de VCP kritiek op de manier en het moment waarop het kabinet over deze richtlijn heeft gecommuniceerd. Dat heeft geleid tot zorgen bij de pensioendeelnemers.

 

Sinds 2014 wordt er in Europees verband gesproken over een herziening van de IORP-richtlijn uit 2003. Sommige lidstaten hadden de wens om te komen tot geharmoniseerde kapitaaleisen vanuit de EU. Nederland heeft zich hiertegen samen met de lidstaten Ierland, Groot-Brittannië, België en Duitsland verzet. Mede door een goede lobby vanuit Nederland zijn dergelijke kapitaaleisen niet in de herziening van de IORP-richtlijn terecht gekomen. De VCP heeft zich gedurende het proces regelmatig door het Ministerie van SZW laten informeren over de herziening van de richtlijn. De uiteindelijke afspraken zijn volgens de VCP in lijn met het belang van de Nederlandse deelnemers. Er gaat geen geld van onze pensioenfondsen naar Europa als gevolg van de aanpassingen in deze richtlijn.

Wat wijzigt er als gevolg van de aangepaste richtlijn? De IORP-richtlijn voor pensioenen regelt het bestuur en de communicatie van pensioenfondsen in de EU-landen. Pensioendeelnemers krijgen jaarlijks een overzicht van hun pensioenopbouw, het Uniform Pensioenoverzicht. Hierop moeten zij straks ook kunnen zien wat hun verwachte pensioen is in een scenario dat tegenvalt. Bijvoorbeeld wanneer het slechter gaat met de economie. Nederland was al voornemens dit te gaan doen en per 1 januari 2017 treed aangepaste communicatiewetgeving in werking. Verder zorgt de richtlijn dat pensioendeelnemers drie maanden van tevoren informatie krijgen wanneer hun pensioen lager wordt. Nu is dat in Nederland nog een maand van tevoren. Verder moeten beloningen van bestuurders van pensioenfondsen openbaar worden. Net als sancties die de toezichthouder de pensioenfondsen kan opleggen. Als pensioenfondsen bepaalde taken uitbesteden, moeten zij dit melden aan hun toezichthouder. Het gaat om taken als de administratie of het beleggen van het pensioengeld. Ook ernstige misstanden bij de fondsen moeten worden gemeld bij de toezichthouder.

De richtlijn geeft voornamelijk regels voor pensioenfondsen die in het buitenland actief zijn. Als een bedrijf een Nederlandse pensioenregeling verplaatst naar een pensioenfonds in een ander EU-land, kunnen de belangen van pensioendeelnemers in het geding komen. In dat geval kan de Nederlandsche Bank dit verbieden. De herziene richtlijn geeft duidelijker aan wanneer DNB zo’n verbod kan opleggen. Bijvoorbeeld als rechten van deelnemers worden aangetast. Ook moeten de pensioendeelnemers het wettelijk recht krijgen om in te stemmen met deze verhuizing.Verder staan er bepalingen in over sociaal en duurzaam investeren van pensioengeld. Het gaat dan vooral om de communicatie daarover naar de deelnemers en gepensioneerden. Veel van die regels die er komen, gelden nu al op basis van de Nederlandse regels voor onze pensioenfondsen.

De herziene EU-pensioenregels betekenen dus niet dat er macht of bevoegdheden naar de EU overgaan. Er komt nadrukkelijk geen Europees Pensioenstelsel. Nederlandse pensioenfondsen kunnen pensioenen blijven organiseren binnen de Nederlandse pensioenwetgeving. Het pensioengeld blijft van de Nederlandse deelnemers. Er gaat geen pensioengeld naar de EU. Pensioenfondsen hoeven geen geld af te dragen aan de EU.

De verwachting is dat eind dit jaar ook het Europese Parlement instemt en de richtlijn wordt ingevoerd.

 

Bijgaand de digitale vorm van de CAO HKT 2016-2017 (HAS Kennis Transfer). De bedoeling is dat HKT volgend jaar opgaat in de HAS en dan ook de reguliere CAO HBO gaat volgen. Zie ook de inleiding bij deze cao daarvoor.
 

De VCP (waarbij ook de UNIENFTO is aangesloten) heeft weer een bijgewerkt overzicht waarin de belangrijkste parameters op het gebied van werk, inkomen en vermogen staan vermeld. De VCP zet halfjaarlijks de relevante cijfers voor u op een rijtje. De hoogte van het wettelijk minimumloon is per 1 juli aangepast en daaraan gekoppeld de hoogte van de AOW-uitkering. Verschillende premies, belastingtarieven en kortingen zijn gewijzigd per 1 januari 2016. Op dat gebied zijn nu geen wijzigingen te melden.

Vanaf 1 juli jl. zijn de regels om door te werken en gebruik te maken van deeltijdpensioen door de belastingdienst veranderd. Dit is het gevolg van de Wet VAP waardoor de AOW- leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd. De VCP adviseert mensen om contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder indien zij langer dan 5 jaar voor de voor hun geldende AOW-leeftijd, gebruik willen maken van deeltijdpensioen en daarnaast willen doorwerken. Dit omdat dit nadelige gevolgen kan hebben voor hun pensioen.

Voor 2011 was al de staande praktijk en bestaande wet- en regelgeving dat als iemand voor de AOW-leeftijd met (deeltijd) pensioen ging, er werd getoetst of sprake is van een dienovereenkomstige vermindering van de economische activiteiten (en dus dienovereenkomstig in loon minder werd gewerkt voor het gedeelte dat hij pensioen opneemt). Met het besluit van 30 augustus 2011, nr. BLKB2011/1231M is geregeld dat mensen 5 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd hierop niet meer werden getoetst om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te stimuleren en de uitvoeringslasten te verminderen, concreet werd hier gesproken over de 60-jarige leeftijd omdat de AOW-leeftijd toen nog vaststond op 65-jaar. Als gevolg van het invoeren van de wet VAP is de AOW- leeftijd stapsgewijs verhoogd. Dit was aanleiding voor de BL-dienst om dit besluit per 1 juli jl. deels te herzien en de bepaling aan te passen naar 5 jaar voorafgaand aan de AOW- gerechtigde leeftijd, in plaats van vanaf de 60-jarige leeftijd. Zonder herziening van de tegemoetkoming zou de op grond van het hiervoor genoemd besluit geldende maximale periode van vijf jaar waarin toetsing achterwege kan blijven, door de automatische aanpassing van de AOW-leeftijd steeds verder verruimd worden, aldus de BL-dienst.

De nieuwe regels gelden voor iedereen die eerder dan vijf jaar dan de AOW-leeftijd gedeeltelijk of geheel met pensioen gaat vanaf 1 juli 2016. Vanaf dat moment moet u voor dat deel dat u pensioen aanvraagt, minimaal een gelijk deel aan brutoloon inleveren. Als u volledig met pensioen gaat, betekent dit dat u minimaal voor het bedrag dat u pensioen ontvangt geen arbeidsinkomsten meer ontvangt. Hiervoor zult u van uw pensioenuitvoerder een intentieverklaring ontvangen.

Voorbeeld 1: u gaat volledig met pensioen. U ontvangt in totaal € 8.000 per jaar pensioen. Dan moet u dus ook minimaal € 8.000 per jaar minder arbeidsinkomsten ontvangen. Als u gedeeltelijk met pensioen gaat, moet u ook voor dat deel minder arbeidsinkomen ontvangen.

Voorbeeld 2: u wilt voor 20% met pensioen gaan. U gaat dan minder werken, waardoor u € 5000 per jaar minder arbeidsinkomen gaat ontvangen. Dan mag uw pensioen maximaal € 5000 bruto per jaar bedragen.

De VCP adviseert mensen die langer dan 5 jaar voor de voor hun geldende AOW-datum met vroeg of deeltijd pensioen willen gaan contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder en te onderzoeken wat de gevolgen zijn. 

 

Speciaal voor medewerkers van hogescholen is de website Werk-en-de-balans ontwikkeld. Op deze site vind je informatie over werkdruk, een werkdruktest, oplossingsrichtingen en nog veel meer…

Meer nieuws