Laatste Nieuws

 

De bonden UNIENFTO, CNV Onderwijs, ABVAKABO FNV en AOb hadden hun gezamenlijke inzet voor de cao-onderhandelingen voor het hbo al bepaald. De onderhandelingen voor de cao hbo kunnen dus van start op 27 januari 2012.

Inzet bonden voor nieuwe cao HBO

Inzet HBO-raad voor de cao HBO 2012

Selectie verbetervoorstellen HBO-raad inzet cao

 

De FvOv, waarin ook de UNIENFTO vertegenwoordigd is, heeft een brief geschreven aan de Eerste Kamer over de zienswijze van de FvOv inzake de "wet op het voortgezet onderwijs inzake de ionderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties. Voor deze brief, KLIK HIER........

 

De vakcentrales MHP, FNV en CNV hebben op 18 januari jl. een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin zij de Tweede Kamerleden oproepen niet in te stemmen met het kabinetsvoorstel dat het mogelijk maakt langjarige arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd af te sluiten. Deze brief is een vervolg op de bezwaren die de MHP in haar brief van 9 december jl. uitte, in het kader van de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In de gezamenlijke brief wijzen de vakcentrales erop dat het huidige recht om na maximaal drie jaar een vast contract te krijgen, vergaand wordt uitgehold en de betrokken werknemers vele jaren in onzekerheid blijven verkeren.

Het voorstel wordt gemotiveerd met onjuiste aannames over de effectiviteit van de maatregel als het gaat om investeringen in werknemers. De veronderstelling dat het voorstel in het voordeel is van werknemers is volgens MHP-duovoorzitter Van der Wal apert onjuist. Hoewel het kabinet beweert het ontslagrecht niet te wijzigen, wordt door de voorgestelde verruiming van de ketenbepaling in de Flexwet het tijdelijk contract de norm en het vaste contract de uitzondering. Dit kan nooit de bedoeling zijn. De MHP hoopt dan ook dat, zeker in het belang van de jongere werknemers op de arbeidsmarkt, dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt verworpen.

Klik HIER voor de brief van de vakcentrales!

 

ABP moet maatregelen gaan nemen om te zorgen dat zijn financiële situatie gezond wordt. De dekkingsgraad van ABP per 31 december 2011 is met 94% te laag om aanvullende maatregelen te voorkomen. Het verlagen van de pensioenen (pensioenaanspraken voor werkenden en pensioenrechten voor gepensioneerden) met ongeveer een half procent in 2013 is nu een reële optie geworden. De tijdelijke opslag op de premie om bij te dragen aan het herstel van de financiële positie van ABP gaat van 1 naar 3%.

Het precieze percentage - als de pensioenen verlaagd moeten worden - zal bekend gemaakt worden op 1 februari 2012, nadat de deelnemersraad en werkgeversraad van ABP hierover hun advies hebben gegeven. Dit besluit moet vervolgens nog getoetst worden door De Nederlandsche Bank. Of het besluit daadwerkelijk moet worden uitgevoerd per 1 april 2013, wordt bepaald op basis van de stand van de dekkingsgraad op 31 december 2012.

Voorzitter Henk Brouwer: ‘We kunnen ons heel goed voorstellen dat onze deelnemers hierdoor teleurgesteld zullen zijn. Een besluit tot verlaging van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, hoe beperkt ook, is een maatregel die we nemen als het echt niet anders kan. We maken eind van het jaar opnieuw de balans op. Dan weten we of de pensioenaanspraken en – uitkeringen daadwerkelijk verlaagd moeten worden in april 2013.

 

 

Om hogeschoolmedewerkers nog een kans te bieden, is de aanvraagtermijn voor de 500 POP regeling met drie maanden verlengd. Tot 31 maart 2012 kunt u 500 euro aanvragen voor een activiteit uit uw persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). U kunt zowel als onderwijsgevend als onderwijsondersteunend medewerker een aanvraag indienen.

Voorwaarden

Om 500 POP te ontvangen gelden de volgende voorwaarden:

  • De medewerker heeft een arbeidsovereenkomst bij een hogeschool die is aangesloten bij de HBO-raad. De arbeidsovereenkomst valt onder de werking van de cao-hbo. Het kan om een tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst gaan.
  • De arbeidsovereenkomst geldt voor minimaal 0,2 fte.
  • De activiteit waarvoor de medewerker de bijdrage vraagt, staat in zijn POP.
  • De activiteit mag nog niet gestart zijn op het moment van aanvraag.

POP

In de cao voor het hbo staat dat elke medewerker een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) moet hebben. Een POP is een plan waarin de medewerker op een rij zet hoe hij/zij zich wil ontwikkelen in zijn/haar verdere loopbaan. Met een POP bereiden medewerkers zich voor op de volgende stap in hun loopbaan of op ontwikkeling in hun huidige functie.

Procedure

Wie aan de voorwaarden voldoet kan een aanvraag indienen. De procedure daarvoor is simpel.

  • De medewerker vult het aanvraagformulier in op www.500pop.nl
  • Hij print het uit en ondertekent het formulier.
  • De leidinggevende zet een handtekening. Daarmee verklaart hij dat de aangevraagde activiteit een onderdeel is van het POP van de medewerker.
  • De medewerker stuurt het ingevulde en ondertekende formulier naar Zestor. Hij doet er een kopie van zijn identiteitsbewijs en aanstellingsovereenkomst bij.
  • De medewerker ontvangt binnen twee weken bericht van Zestor over de toekenning.
  • Zestor behandelt de aanvragen in volgorde van binnenkomst
  • Na afloop van de activiteit stuurt de medewerker een verantwoordingsformulier naar Zestor.
  • Binnen 6 weken na ontvangst van het verantwoordingsformulier maakt Zestor het goedgekeurde subsidiebedrag over naar de bankrekening van de medewerker.

Budget

Voor de uitvoering van de regeling is één miljoen euro beschikbaar. Zestor verdeelt dat bedrag over de hogescholen op basis van studentenaantallen. Elke hogeschool krijgt minimaal € 3.000,-.

Is het budget van de hogeschool op? Dan kunnen medewerkers geen aanvragen meer indienen.

Looptijd

Hogeschoolmedewerkers kunnen tot 31 maart 2012 een aanvraag indienen.
De activiteit waar subsidie voor wordt aangevraagd moet zijn afgerond voor 31 december 2012. 

Ga naar www.500POP.nl en bloei op met 500 POP.

Welkom op de website van de UNIENFTO

De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele en onderwijskundige belangen van haar leden. Die leden zijn voor het overgrote deel werkzaam in de beroepskolom en het voortgezet onderwijs. Bovendien heeft de UNIENFTO leden die werkzaam zijn bij de kenniscentra beroepsonderwijs-bedrijfsleven. De UNIENFTO heeft zowel leden onder het onderwijzend personeel als onder het onderwijsondersteunend personeel. De UNIENFTO is lid van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen) en via die CMHF van de vakcentrale MHP.