De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

21-01-2016 7:32

Pensioenfonds ABP voert naar verwachting een opslag op de premie in van 1% per 1 april 2016. Deze opslag op de kostendekkende premie is nodig omdat de financiële positie van het fonds eind december 2015 niet toereikend was. De dekkingsgraad van het fonds kwam toen uit op 97,2%. Korting van het pensioen, het laatste redmiddel voor fondsen om de financiële positie te verbeteren, is nu niet aan de orde.

ABP heeft in november 2015 het premiebesluit voor 2016 genomen. Het Verantwoordingsorgaan ondersteunde in november het beleid van het ABP-bestuur en heeft in meerderheid een positief advies gegeven bij het premiebesluit voor 2016. Dat besluit bestaat uit twee delen: de kostendekkende premie en een mogelijke opslag op de premie, die kan variëren van 0% tot 3% en afhankelijk is van de financiële positie van het fonds. De kostendekkende premie is toen vastgesteld op 17,8%.

Voor de vaststelling van de opslag op de premie moest ABP echter wachten op de dekkingsgraad van eind december 2015. Dat is namelijk een belangrijke factor voor het vaststellen van de opslag. De opslag op de premie van 1% geldt in principe voor vijf jaar.

De totale premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen bij ABP bedraagt na 1 april 2016: 18,8%. In 2015 was dat 19,6%. Het bestuur stelt de opslag definitief vast na advies van het ABP-Verantwoordingsorgaan op 28 januari 2016. 

Hoe kwam de premie tot stand?

Verlagende factoren:

•    De overgang* van loon- naar prijsindexatie en het vervallen van de eenmalige component leveren de grootste bijdrage aan de premiedaling.

Dat de AOW-leeftijd versneld verhoogd wordt, heeft geen invloed op de premie.

Factoren met een verhogend effect:

•    Bijvoorbeeld de stijging van het PartnerPensioen 67+ naar 70% van het Ouderdomspensioen.

•    Ook door de ontwikkeling van het deelnemersbestand en het feit dat mensen langer doorwerken, stijgt de premie licht.

•    Tot slot heeft de invoering van het nieuw Financieel Toetsingskader** een premieverhogend effect.

*Loonakkoord juli 2015

In lijn met de afspraken in het loonakkoord en de uitwerking daarvan door sociale partners in de Pensioenkamer, verlaagde Pensioenfonds ABP de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in 2016. De premie daalt van 19,6% naar 17,8%. Deze lagere premie komt met name door de overgang van loon- naar prijsindexatie en door het vervallen van de eenmalige component van 0,9% in de premie 2015.

Dekkingsgraad

De berekeningen laten zien dat de dekkingsgraad van 31 december 2015 uitkomt op 97,2%. De dekkingsgraad heeft geleden onder het tegenvallend rendement in onrustige financiële markten en ook de dalende rente speelde een grote rol. Daarnaast hadden de nieuwe gegevens van CBS (dec. 2015) over gestegen levensverwachting een drukkend effect op de dekkingsgraad. Omdat de financiële positie van ABP niet voldoende** is, kunnen de pensioenen in 2016 niet geïndexeerd worden met de gemiddelde loonontwikkeling.

Per saldo de totale premie

De kostendekkende premie kwam in november uit op 17,8%.

De premieopslag in verband met de dekkingsgraad wordt naar verwachting 1%. Daarmee zal de totale premie voor het ABP-ouderdoms- en nabestaandenpensioen uitkomen op 18,8%.

De werkgever gaat in 2016 een iets groter deel van de pensioenpremie betalen: 70% (was 68% in 2015). De werknemer betaalt 30% van de premie.

Lees meer in de notitie ABP van 14 januari 2016.

Bron: persberichten ABP 28-11-2015 en 14-01-2016

21-01-2016 11:32

Tijdens de Landelijke Dag voor het praktijkonderwijs op woensdag 9 december is de nieuwe website www.veiligepraktijklokalen.nl/pro live gegaan. De website is bedoeld voor docenten en toa’s in het praktijkonderwijs. Dankzij de site hebben zij informatie en tools om het onderwijs veiliger te maken voor henzelf en voor de leerlingen.

Op de site staat o.a. informatie over wet en regelgeving rond veiligheid (bijvoorbeeld over machines en afzuiging), machine-instructiekaarten voor leerlingen en handige checklists voor een veilig lokaal en apparatuur. Met de checklist beoordeelt u periodiek (eens in het jaar) of uw praktijklokaal aan alle aspecten rond veiligheid voldoet. Er zijn onder andere checklists voor het lokaal, geluid, persoonlijke beschermingsmiddelen en voor machines en apparaten. De website is ook toegankelijk voor tablets en smartphone, dus altijd en overal bereikbaar.

De website is ontwikkeld in samenwerking tussen de platforms voor het praktijkonderwijs, het Platform praktijkonderwijs en de Vereniging Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs, en Voion. De website is onderdeel van de portal www.veiligepraktijklokalen.nl. Deze portal moet toegang gaan bieden tot informatie, checklists en instructiekaarten voor alle praktijklokalen in het voortgezet onderwijs.

21-01-2016 11:37

Universitaire lerarenopleidingen worden flexibeler ingericht en gaan studenten beter voorbereiden op het werk voor de klas. Op voorstel van de VSNU maakt minister Bussemaker de vernieuwing van de masteropleidingen mogelijk. De bewindsvrouw schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer.

 

‘De kwaliteit van onderwijs staat of valt met de docent die voor de klas staat. De universiteiten bewijzen het onderwijs een grote dienst met hun voorstellen. Ik steun het dan ook van harte’, aldus minister Bussemaker. Karl Dittrich, voorzitter van de VSNU: ‘We verwachten dat meer studenten voor een lerarenopleiding kiezen en dat de opleiding beter aansluit bij hun verwachtingen. We zijn dan ook blij met de steun van de minister’.

Tweejarige educatieve masteropleidingen

Met de maatregelen, die al volgend studiejaar ingaan, worden tweejarige educatieve masteropleidingen de hoofdroute naar het academisch geschoolde leraarschap. Voor het leraarschap wordt daarmee een tweede scriptie overbodig en ontstaat meer ruimte voor het opdoen van praktijkervaring.

Met de nieuwe tweejarig educatieve master slaan universiteiten twee vliegen in een klap: studenten ronden vakken als Wiskunde, Duits of Biologie af op academisch masterniveau en leren tegelijkertijd de vaardigheden aan om die vakken te kunnen doceren aan scholieren. Dat laatste gebeurt voor een belangrijk deel in de praktijk, op de scholen zelf.

Postgraduate lerarenopleidingen

Universiteiten gaan daarnaast experimenteren met academische postgraduate lerarenopleidingen voor studenten die al een vakmaster op zak hebben en alsnog besluiten leraar te willen worden. In de postgraduate lerarenopleiding hoeven studenten niet, zoals in een masteropleiding, opnieuw een masterscriptie te schrijven. Hierdoor is er in het programma meer tijd en ruimte voor vakdidactiek en leren in de praktijk. Anders dan bij een masteropleiding wordt deze opleiding flexibel aangeboden: studenten kunnen halverwege de opleiding al een lesbevoegdheid behalen en de rest van de opleiding afmaken in combinatie met een betaalde baan.

Lerarenagenda VSNU

In 2013 lanceerden de universiteiten in VSNU-verband hun gezamelijke lerarenagenda, gericht op het opleiden van meer en beter gekwalificeerde academische docenten voor het voortgezet onderwijs. Dat is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van het onderwijs op middelbare scholen, maar draagt ook bij aan een goede voorbereiding van scholieren op het wetenschappelijk onderwijs. Praktische en didactische vaardigheden komen daarbij nadrukkelijker aan bod in het opleidingsprogramma. Zo leveren universiteiten meer academische leraren af die niet alleen uitblinken in hun kennis van het vak, maar ook in het overbrengen van die kennis.

Studenten geven aan dat de universitaire opleidingen tot docent op dit moment niet voldoende aansluiten bij hun verwachtingen. Er is veel aandacht voor de onderzoekende vaardigheden terwijl studenten verwachten vooral didactische vaardigheden te verwerven. De nieuwe opleidingsvormen pakken dit probleem aan, waarbij het behoud van het academische niveau van de opleidingen gegarandeerd blijft.

Bron: Voion / VSNU

<< January 2016 >>
MonTueWedThuFriSatSun
123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031