De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

25-10-2016 12:01

De NEA – Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden – is een van de grootste periodieke onderzoeken naar de arbeidssituatie van werknemers in Nederland. De reguliere NEA doet verslag van de bevindingen over alle sectoren en de hele onderwijssector. Voion laat tweejaarlijks de resultaten door TNO uitsplitsen voor het voorgezet onderwijs.

Meer conclusies lezen? Kijk op de site bij Voion.

Resultaten: ruim 80% van de werknemers in het vo is tevreden tot zeer tevreden met hun baan en 74% is, alles bij elkaar genomen, tevreden tot zeer tevreden met hun arbeidsomstandigheden. Complete analyse van de NEA.

25-10-2016 12:43

Er is een toenemende behoefte aan modern geschoolde vakkrachten. Ook is de arbeidsmarkt steeds dynamischer gegeven de digitalisering en andere technologische ontwikkelingen. De SER wil daarom een halt toeroepen aan de terugloop in het aantal leerlingen dat kiest voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo. Juist hier liggen kansen voor jongeren en de samenleving als geheel. De Raad pleit in een advies over de toekomst van het beroepsonderwijs voor onder meer betere voorlichting, meer ruimte voor hybride vormen van beroepsonderwijs tussen bedrijven en scholen en betere regionale samenwerking tussen scholen. De Raad roept -gegeven de urgentie- mbo-instellingen, het Ministerie van OCenW, jongereninstellingen, bedrijven en vakbonden op hiermee concreet aan de slag te gaan op alle niveaus.

Bbl goede startpositie op arbeidsmarkt

Werken en leren lopen door de toenemende dynamiek op de arbeidsmarkt meer door elkaar heen. Praktijkleren speelt daardoor een cruciale rol in het beroepsonderwijs. Veel deelnemers ervaren praktijkgericht leren als stimulerend en positief en het geeft een krachtige voorbereiding op de beroepspraktijk. Afgestudeerden van een leerweg met een grote praktijkcomponent, de bbl, hebben dan ook een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Om die reden acht de raad het noodzakelijk om de dalende instroom in de bbl een halt toe te roepen, ook al doet die daling zich niet overal in dezelfde mate voor. In het advies gaat hij dieper in op verklaringen voor die daling, die naar zijn mening niet louter het gevolg is van de economische crisis.

Beter informeren deelnemers en meer bbl-plaatsen creëren

De SER adviseert met voorlichting en gerichte informatie (potentiële) deelnemers beter te informeren over mogelijkheden en kansen van de bbl. Dit geldt zowel voor jongeren als voor volwassenen die zich verder willen scholen via het beroepsonderwijs in het kader van een leven lang leren. In het advies geeft hij tal van concrete suggesties aan onderwijsinstellingen, bedrijfsleven, gemeenten, UWV en SBB voor het beter informeren van de aankomende deelnemers. In het bedrijfsleven zijn goede ervaringen opgedaan met het bevorderen van het aantal bbl-plaatsen in sectoren. Deze ervaringen zijn van grote waarde voor sectoren waar behoefte bestaat aan meer bbl deelnemers. 
De SER doet ten slotte een beroep op scholen en SBB om dit najaar nog een match te regelen tussen het aanbod en de vraag van leerbanen (er zijn meer dan 13.000 leerbanen op Stagemarkt.nl en 10.000 mbo-studenten zoeken een leerbaan).

Hulp van de overheid

De raad vraagt de overheid een bijdrage te leveren aan het stimuleren van de deelname aan de bbl, onder meer door de studiebijsluiter verplicht te stellen in het mbo. Daarnaast geeft hij aanbevelingen voor het verbeteren van de doorstroming in de beroepsonderwijskolom. Verder beveelt hij aan de subsidieregeling voor bedrijven die bbl deelnemers opleiden aan te passen door vaste bedragen te bieden in plaats van de hoogte van de subsidie afhankelijk te maken van het aantal bedrijven dat subsidie aanvraagt. De raad roept ook op tot het wegnemen van negatieve gevolgen van het nieuwe bekostigingsmodel (het cascademodel) voor bbl-ers die willen doorstromen naar een volgend niveau.

Samenwerking bedrijfsleven-onderwijs en nieuwe vormen van praktijkleren

Om beter te kunnen meebewegen met de arbeidsmarkt is volgens de SER een uitstekende regionale samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven nodig, waarbij de scholen eindverantwoordelijk blijven voor het onderwijs. In de praktijk ontstaan innovatieve vormen van publiek-private samenwerking waarin nieuwe vormen van praktijkleren tot ontwikkeling komen. Denk dan bijvoorbeeld aan een zogenoemde hybride leeromgeving waarin theorie en praktijk dichter bij elkaar komen, bijvoorbeeld door theorie op de werkplek te doceren. Om deze kansrijke ontwikkeling verder te stimuleren geeft de SER in het advies aanbevelingen.

Richtinggevende opgaven

In een vervolgadvies wil de raad dieper ingaan op de mogelijkheden die hij ziet voor het verder uitbouwen van de sterke kanten van het Nederlandse beroepsonderwijs. Hij geeft in dit advies een voorzet door enkele richtinggevende opgaven te benoemen. Daartoe rekent hij in ieder geval een betere aansluiting bij de dynamischer arbeidsmarkt, waarvoor een sterke verbondenheid tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven cruciaal is.

Stand van zaken

Het advies Toekomstgericht beroepsonderwijs deel 1 is voorbereid door de Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken, onder voorzitterschap van Mariëtte Hamer. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 20 april jongstleden. Het advies wordt vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van vrijdag 21 oktober aanstaande.

<< October 2016 >>
MonTueWedThuFriSatSun
12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31