De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

09-02-2018 9:03

Minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ton Heerts, voorzitter MBO Raad, hebben op 7 februari jl.hun handtekening onder het bestuursakkoord ‘Trots, vertrouwen en lef’ gezet. Het mbo is de eerste sector waarmee dit kabinet een akkoord heeft gesloten.

De nieuwe afspraken tussen het kabinet en de mbo-sector zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het mbo als beroepsonderwijs voor iedereen: jongeren, werkenden en werkzoekenden die zich willen bij- of omscholen, samenwerkingspartners zoals het bedrijfsleven en lokale overheden en werknemers. Het akkoord bevat afspraken over de nieuwe plannen van scholen over gelijke kansen, over het verder brengen van kwetsbare jongeren en over een leven lang ontwikkelen.

Het mbo staat er goed voor; de afgelopen zeven jaar hebben de scholen stevig geïnvesteerd in verdere verhoging van de kwaliteit. En dat is aantoonbaar gelukt. De scholen hebben over het algemeen hun financiën en onderwijs op orde. De tevredenheid van studenten en het bedrijfsleven is een inspiratie om verder te verbeteren en ook als werkgever kunnen scholen bij werknemers rekenen op waardering.

Minister Van Engelshoven: “De Nederlandse mbo’s behoren tot de beste van de wereld. Ik heb vertrouwen in deze sector. Vertrouwen in de studenten die worden opgeleid en de docenten die dat doen. Nu er vertrouwen is, vraag ik mbo-scholen lef te tonen en maximaal transparant te zijn. Om het mbo nóg sterker te maken."

Mbo voor iedereen

Ton Heerts, voorzitter MBO Raad: "Het mbo is het hart van de maatschappij en cruciaal voor onze economie. De mbo-scholen zijn er niet alleen voor het opleiden van vakmensen met de juiste skills voor de arbeidsmarkt van morgen, maar ook voor bijdragen aan de maatschappelijke opdracht die de regering centraal stelt in het regeerakkoord: goed burgerschap. En voor het kunnen bieden van gelijke kansen aan iedereen.”

Het bestuursakkoord biedt de scholen dan ook ruimte om zich de komende jaren ook specifieker te richten op jongeren in kwetsbare posities. Bijvoorbeeld door intensere samenwerking met het vmbo en het praktijkonderwijs die de overgang voor kansrijke jongeren moet vergemakkelijken en een diploma en daarmee kansen op de arbeidsmarkt beter haalbaar maken. Daarnaast kunnen scholen zich verder specialiseren als natuurlijke partner binnen een leven lang ontwikkelen voor studenten, voor het bedrijfsleven en voor (lokale) overheden. Het akkoord biedt tegelijk ruimte en vertrouwen aan scholen om als werkgever aantrekkelijk te zijn en te blijven; onder meer het verminderen van administratieve lasten door het schrappen van overbodige regels moet het werkplezier vergroten.

Regio

Het akkoord benadrukt het belang van samenwerking in de regio. Minister Van Engelshoven: “Mbo-scholen hebben een belangrijke rol in onze samenleving. Het beroepsonderwijs ondersteunt veel jongeren op weg naar een eigen bestaan. Aansluiting bij de regio is daardoor zo belangrijk. Door de opleiding van studenten meer up to date te houden met de nieuwste regionale innovaties, hebben studenten straks meer kans op het vinden van een goede baan. De mbo-scholen bied ik de ruimte om zich flexibeler mee te bewegen met ontwikkelingen in hun regio.” 

Ton Heerts deelt deze visie: “De scholen zijn maximaal betrokken geweest bij de inhoud en steunen de afspraken. Zij gaan nu de afspraken verder uitwerken met partners in de regio, waaronder het bedrijfsleven en de gemeentes. Mooi ook dat we dit akkoord juist nu, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, sluiten. Ik roep alle nieuwe coalities die straks gevormd worden om met de scholen de mouwen op te stropen en een mbo-agenda af te spreken.”

Looptijd

Het bestuursakkoord heeft een looptijd van 4 jaar (2018-2022). De scholen committeren zich aan realisatie van de gemaakte afspraken door hun kwaliteitsagenda’s door een onafhankelijke commissie te laten monitoren. De commissie staat onder leiding van Michiel Scheffer. Bij haar toetsing maakt deze commissie maximaal gebruik van input van docenten, studenten, werkgevers. 

Klik HIER voor de integrale tekst van het bestuursakkoord.

 

09-02-2018 21:55

Bij veel mensen is niet bekend dat er verschillende pensioenleeftijden bestaan voor de AOW en het aanvullende pensioen. Veel mensen weten dan ook niet wat dit voor hen betekent of hebben hier vragen over. Klaartje de Boer van de Vakcentrale voor Professionals (VCP) geeft tekst en uitleg over de verschillende leeftijden en wat dit voor uw pensioen kan betekenen. U kunt bij vragen hierover altijd contact opnemen met uw pensioenfonds of vakorganisatie.

Meerdere pijlers

Ons pensioenstelsel bestaat uit meerdere pijlers. De eerste pijler bestaat uit de AOW. De AOW is een basispensioen voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. De AOW is een volksverzekering. Woont of werkt u in Nederland, dan bent u zeer waarschijnlijk verzekerd voor de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt het AOW-pensioen uit. Indien u werkt bij een werkgever bouwt u daarnaast ook vaak aanvullend pensioen op bij een verzekeraar of pensioenfonds. U en uw werkgever betalen hier pensioenpremie voor. Het aanvullende pensioen wordt ook wel de tweede pijler genoemd.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat bij ongewijzigd beleid van dit kabinet in stappen omhoog. De AOW leeftijd is per 1 januari 2018 omhoog gegaan naar 66 jaar en gaat in stappen naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Indien de levensverwachting stijgt dan stijgt ook de AOW-leeftijd. Deze stijging wordt nu 5 jaar van te voren bekend gemaakt. In 2022 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. In 2023 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden omdat de levensverwachting niet verder is gestegen. Dit is vorig jaar bekend gemaakt. U ontvangt uw eerste AOW-pensioen vanaf de dag waarop u uw AOW-leeftijd bereikt. Uw AOW-leeftijd hangt dus af van uw geboortedatum. Hier kunt u zien wat uw AOW-leeftijd is en voor mensen die geboren zijn voor 1956 wat hun geschatte AOW-leeftijd is. U kunt uw AOW dus niet eerder of later laten uitkeren.

Pensioenrichtleeftijd bij het aanvullende pensioen

Bij de aanvullende pensioenen wordt gesproken over de pensioenrichtleeftijd. Hier wordt het iets ingewikkelder. De pensioenrichtleeftijd wordt bij wet voorgeschreven voor alle pensioenuitvoerders van Nederland. De pensioenrichtleeftijd is de pensioenleeftijd die in beeld komt bij de berekening van de jaarlijkse pensioenopbouw en bij de bepaling van het fiscaal maximale pensioen dat mag worden opgebouwd door een werknemer. De wetgever heeft enkele jaren geleden in de wet vastgelegd dat AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd meelopen met de resterende levensverwachting op 65 jaar. Op die manier blijft bij een blijvend stijgende levensverwachting de periode waarover AOW en pensioen worden uitgekeerd in de toekomst gelijk en daarmee betaalbaar. Op 1 januari 2014 werd de pensioenrichtleeftijd vanwege achterstallig onderhoud in één keer verhoogd naar 67 jaar, daarvoor was deze sinds mensenheugenis 65 jaar. In 2016 stelde het CBS vast dat de levensverwachting op 65 jaar weer met een jaar was gestegen, zodat eind 2016 werd vastgelegd dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 ook met een jaar naar 68 jaar zou stijgen.

Pensioenrichtleeftijd verschillend bij verschillende pensioenfondsen

Veel pensioenfondsen hebben per 1 januari de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 68 jaar. Er zijn echter ook pensioenfondsen die vasthouden aan een lagere pensioenrichtleeftijd. De fiscus staat toe om in 2018 niet aan te sluiten bij de verhoging van de pensioenrichtleeftijd, maar die gelijk te houden op bijv. 67 jaar. In dat geval geldt de eis dat er niet meer pensioen mag worden opgebouwd dan bij pensioenrichtleeftijd 68 jaar en het opbouwpercentage 1,875%. Gevolg is dat de fiscus bij pensioenrichtleeftijd 67 jaar een maximaal opbouwpercentage van 1,738% voorschrijft. Bij een pensioenrichtleeftijd van 66 jaar is het maximale opbouwpercentage 1,614% en bij 65 jaar is dat percentage maximaal 1,502%.

U kiest op basis van uw cao en pensioenregeling uw eigen pensioenmoment

Zowel de AOW-leeftijd als de pensioenrichtleeftijd is niet de feitelijke leeftijd waarop u met pensioen kunt gaan. Dit bepaalt u natuurlijk zelf. Het daadwerkelijk moment dat u stopt met werken en met pensioen gaat, kunt u dus onafhankelijk van de pensioenrichtleeftijd nog steeds zelf kiezen. Dit mits uw pensioenregeling hier ruimte toe biedt.

Bij het overgrote deel van de pensioenregelingen is dit het geval en kunt u gebruik maken van deeltijdpensioen of uw pensioen eerder of later laten uitkeren (bij langer doorwerken). Bekijk uw pensioenregeling of de website van uw pensioenfonds wat de mogelijkheden zijn. 

Actuarieel neutraal herrekenen naar uw feitelijke pensioendatum

Wanneer u kiest uw aanvullend pensioen gelijk te zetten op uw AOW-leeftijd of op een ander moment dan de op dit moment in uw pensioenregeling geldende pensioenrichtleeftijd dan zal uw pensioenfonds uw opgebouwde pensioenen met verschillende pensioenrichtleeftijden actuarieel omrekenen naar de door u gekozen pensioenleeftijd. Dat gebeurt actuarieel neutraal, d.w.z. als u bijv. met pensioen gaat op 66 jaar, dan wordt het pensioen dat u heeft opgebouwd met pensioenrichtleeftijd 65 jaar (tot 1 januari 2014) verhoogd met pakweg 7%. Het deel pensioen dat u heeft opgebouwd met pensioenrichtleeftijd 67 jaar (vanaf 1 januari 2014) wordt bij pensioenleeftijd 66 jaar juist verlaagd met pakweg 7%.

Eerder of later stoppen met werken

Eerder stoppen met werken of in deeltijd gaan werken betekent dus wel dat uw pensioen lager wordt. U betaalt immers minder lang (of minder) pensioenpremie. Langer doorwerken betekent juist een hoger aanvullend pensioen, omdat een pensioenfonds dan pas later begint met uitkeren. Wilt u doorwerken na de voor u geldende AOW-datum dan zult u wel de goedkeuring van uw werkgever moeten hebben. Indien u voor uw AOW-datum uw aanvullend pensioen laat uitkeren kan dit fiscale gevolgen met zich meebrengen. Tot aan de AOW-leeftijd betaalt u namelijk meer belasting dan erna. Laat u hierover altijd goed informeren.

Let op de grenzen en voorkom teleurstellingen

Er zijn vaak wel grenzen. Deze grenzen hangen enerzijds af van de in uw cao en pensioenregeling opgenomen mogelijkheden maar ook van de wet- en regelgeving inzake eerder of in deeltijd stoppen met werken. Zo kunt u bijvoorbeeld bij het ABP uw aanvullend pensioen op dit moment op z’n vroegst laten ingaan vanaf de maand waarin u 60 jaar wordt en tot op z’n laatst 5 jaar na de op enig moment uw u geldende AOW-datum.

Bij eerder stoppen of in deeltijd werken moet u bij veel pensioenuitvoerders een intentieverklaring aanvragen, waarin u verklaart daarmee dat u niet meer pensioen aanvraagt dan waarvoor u minder gaat werken. En dat u niet van plan bent om die uren in de toekomst weer te gaan werken. Check dus voor uw eigen pensioenregeling wat de mogelijkheden zijn.

Let op: indien u besluit eerder met (deeltijd)pensioen te gaan dan 5 jaar voor de voor uw geldende AOW-leeftijd, kan dit fiscaal forse nadelen met zich meebrengen. Laat u dus altijd goed informeren, indien u dit toch besluit.

 

 

<< February 2018 >>
MonTueWedThuFriSatSun
1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728