"passie voor beroepsonderwijs"

Laatste Nieuws
Leraren zelf verantwoordelijk voor beroepskwaliteit
Bestuursakkoord Onderwijscoöperatie getekend
Utrecht, 1 mei 2012 – De Onderwijscoöperatie tekende samen met staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW) het bestuursakkoord. De Onderwijscoöperatie is opgericht met als doel om de positie van onderwijsgevenden te versterken en de verdere ontwikkeling van de beroepskwaliteit van leraren te stimuleren en te ondersteunen. Leidend hierbij zijn de bekwaamheid van de leraar, de professionele ruimte van de leraar en het imago van het beroep.
Het motto van de Onderwijscoöperatie is: van, voor en door de leraar. Samen met leraren wordt vastgesteld wat nodig is voor de ontwikkeling van een professionele beroepsgroep die zelf verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van hun beroep.
De Minister en de Staatssecretaris van OCW beschouwen de Onderwijscoöperatie als hun overlegpartnervoor onderwerpen die de beroepskwaliteit van de leraren betreffen. Dit laat onverlet dat ook met andere organisaties de dialoog over professionele aangelegenheden aan de orde kan worden gesteld.
De eerste resultaten van deze coöperatieve werkwijze zijn al zichtbaar. Sinds februari kunnen leraren hun bekwaamheidsontwikkeling vastleggen en delen op www.registerleraar.nl. Ook worden de bekwaamheidseisen in discussie met leraren herijkt. Dit proces bevindt zich momenteel in de laatste besluitvormende fase.
Staatssecretaris Zijlstra: ‘Ik roep schoolleiders en directeuren op om hier serieus werk van te maken en een uitdagende werkomgeving te bieden, waarin kwaliteit wordt herkend en beloond en waar leraren worden aangemoedigd zich te ontwikkelen. Docenten moeten de ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen, bij hun collega’s kijken hoe die het doen, maar ook zelf hun klasdeur wagenwijd open zetten voor collega’s die van hén willen leren.’
Joost Kentson, bestuursvoorzitter van de Onderwijscoöperatie: ‘Het motto ’van, voor en door de leraar’ krijgt met dit akkoord echte betekenis. De beroepsgroep zelf neemt én krijgt hiermee verantwoordelijkheid in de uitoefening van haar vak, waarover op een professionele manier verantwoording wordt afgelegd. Een mooie stap voorwaarts in de verbetering van de status en het imago van de leraar’.
Klik HIER........ om de aanbiedingsbrief van de staatssecretaris van Onderwijs te lezen inzake dit bestuursakkoord
Geen bezuinigingen op passend onderwijs
De bezuinigingen op passend onderwijs zijn van de baan. Gisteren hebben VVD, CDA, D66, GroenLinks en Christen Unie een akkoord gesloten om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Onderdeel van dit akkoord is het ongedaan maken van de bezuiniging op passend onderwijs. Dat betekent dat de stelselherziening niet gepaard gaat met de geplande bezuiniging van 100 miljoen in 2013, 200 miljoen in 2014 en 300 miljoen vanaf 2015.
De schoolbesturen in het speciaal onderwijs en de Regionale Expertise Centra (REC) worden op korte termijn geïnformeerd over de gevolgen van dit besluit.
Stelselherziening
Het wetsvoorstel passend onderwijs waarin de stelselherziening wordt geregeld, ligt op dit moment voor in de Eerste Kamer.
Link naar het akkoord:
Flexibiliteit en Zekerheid
Op 25 april jl. heeft er een zogenaamd Rondetafelgesprek over flexibiliteit en zekerheid plaatsgevonden tussen belanghebbende partijen en de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer. Vanuit de vakbeweging is ervoor gepleit dat werknemers na één jaar bij dezelfde werkgever te hebben gewerkt, eigenlijk een vast contract zouden moeten krijgen. Hoewel in algemene zin de werkloosheid in Nederland in Europese context relatief laag is, loopt deze op en zal deze volgens de ramingen de komende jaren nog verder toenemen. Daarmee stijgt ook de onzekerheid voor mensen die wel een vaste baan hebben. Meer dan 80% van de ontslagaanvragen wordt immers gehonoreerd. Het evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt raakt steeds meer zoek. Ouderen hebben relatief vaker een vast contract, maar dit biedt steeds minder bescherming tegen ontslag. Als zij werkloos raken, komen ze vaak niet meer aan het werk of enkel op basis van een tijdelijk contract. Jongeren komen veelal alleen aan het werk via een ‘flexcontract’ (tijdelijke contracten, payroll constructies en uitzendbanen) met weinig perspectief, waardoor ze bijvoorbeeld ook moeilijk aan een hypotheek kunnen komen. In de afgelopen twintig jaar zijn arbeidsrelaties ontstaan, die onvoldoende omvang en werkzekerheid bieden voor een zelfstandig bestaan. Ontwikkelingen als uitbesteding en onderaanneming, marktwerking en maatregelen in de sociale zekerheid hebben dit versterkt.
De MHP vindt het van cruciaal belang dat er weer een moraal van ‘gewoon goed werk’ op de arbeidsmarkt gaat heersen en dat arbeidsrelaties voldoen aan minimale eisen van werk- en inkomenszekerheid. Dit vergt een toekomstgericht systeem, dat de mogelijkheid biedt voor werknemers om diverse malen in hun loopbaan van baan te veranderen. Het hele systeem van arbeidsrecht, sociale zekerheid, scholing en arbeidsmarktbeleid moet voorts zodanig zijn ingericht dat het van-werk-naar-werk mobiliteit van werknemers faciliteert en ondersteunt en tegelijkertijd een inkomensbescherming biedt aan mensen als zij al dan niet tijdelijk, geen baan kunnen vinden. Daarbij zullen periodes van meer en minder werk en af en toe geen werk, elkaar onvermijdelijk afwisselen. Ook zullen herhaaldelijk periodes van om-, her- en bijscholing nodig zijn en kunnen ook overgangen van werknemersstatus naar de status van zelfstandige en vice versa voorkomen. Bescherming van de werknemer tegen willekeur en onredelijk en ongerechtvaardigd ontslag blijft één van de essentiële bouwstenen van het systeem, evenals een robuuste WW, die helpt periodes van werkloosheid te overbruggen. “De MHP vindt al langer dat de flexibilisering is doorgeschoten en zal de komende tijd nader met de achterban in discussie gaan over de wijze waarop een toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid kan worden vormgegeven, los van allerlei politieke bezuinigingen die momenteel op ons afkomen”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.
Afschaffing kilometervergoeding
Uit een enquête van RTL Nederland blijkt dat slechts één op de vijf werkgevers bereid is de werknemers tegemoet te komen als compensatie voor de afschaffing van de fiscaal vrijgestelde reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer. Er zijn zelfs werkgevers die vinden dat werknemers dan maar helemaal geen reiskostenvergoedingen meer moeten ontvangen.
In het RTL-journaal noemde MHP-bestuurder Eddy Haket de uitkomsten van de enquête schokkend. “Niet alleen blijkt dat veel werkgevers de lasten op de werknemers willen afschuiven, maar sommigen willen er ook nog een slaatje uit slaan”, aldus Haket.
Als de werkgever wel € 0,19 blijft vergoeden, moet hierover loonbelasting worden betaald. De werknemer houdt hier dan € 0,09 of € 0,11 netto aan over. Dit is afhankelijk van het belastingtarief, waaronder de werknemer valt. Volgens berekeningen van de MHP gaat een gemiddelde werknemer er dan € 550,00 per jaar op achteruit.
De coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie wil bovendien de vergoeding voor zakelijke kilometers onder de zogenaamde ‘werkkostenregeling’ brengen. Gevolg is dat een werkgever met veel werknemers, die werkzaamheden vooral buitenshuis moeten verrichten, minder dan nu fiscaal vriendelijk mag vergoeden. Werkgevers met werknemers die bijvoorbeeld alleen op kantoor zitten, kunnen daarentegen veel meer vergoeden voor zakelijke kilometers. “Hiermee verlaten we het hele principe van vergoedingen van de werkelijke kosten. Het verbaast mij overigens dat alleen de vakbeweging hiertegen bezwaren heeft, maar dat we de werkgevers en de ANWB hierover nauwelijks horen”, aldus Haket.
MHP: Gelegenheidscoalitie tast fundament arbeidsmarkt aan
"De Kunduzcoalitie haalt fundamentele zekerheden en rechten bij werknemers weg, zonder enig maatschappelijk draagvlak. Daarmee schuift deze gelegenheidscoalitie de overlegeconomie terzijde. Bovendien schroomt deze coalitie niet om de rekening van de crisis, zij het anders ingevuld dan het Catshuisberaad, wederom neer te leggen bij de mensen en worden winstgevende ondernemingen zonder enige discussie ontzien". Dit zeggen de MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal in hun eerste reactie op het bezuinigingspakket dat vanavond bekend is geworden.
sociaal fundament aangetast
De MHP vindt het onverantwoord en ondoordacht om in deze tijd van economische crisis de WW te wijzigen en het ontslagrecht te verslechteren. "Op een namiddag wordt daarmee in één keer een forse streep gezet door het fundament van verworven zekerheden van werknemers", aldus Van der Wal.
lastenverzwaringen eenzijdig
Volgens de MHP wordt de rekening weer eenzijdig neergelegd bij de mensen:
- de BTW wordt verhoogd;
- de accijnzen gaan omhoog;
- de fiscale kilometervergoeding wordt afgeschaft;
- er komt een nullijn voor ambtenaren;
- de inkomstenbelasting gaat omhoog;
- hogere kosten voor de zorg;
- extra verhoging van de huren en beperking hypotheekrenteaftrek
"Dit zijn allemaal lastenverzwaringen die de portemonnee van gewone mensen treffen. Door de verdere stapeling van lasten komen steeds meer mensen uit de middengroepen in de problemen en wordt hen elk perspectief ontnomen. Winstgevende bedrijven worden zonder veel discussie ontzien. Daarmee worden de lastenverzwaringen weer eenzijdig ingevuld", aldus Visser.
afspraken pensioenakkoord doorkruist
De MHP constateert dat deze gelegenheidscoalitie het pensioenakkoord niet steunt, nu de AOW-leeftijd sneller wordt verhoogd. "De MHP zal zich beraden wat dit nu betekent voor de afspraken uit het pensioenakkoord", aldus Visser en Van der Wal.
onverstandig pakket
"Het is niet zuiver dat deze coalitie met een krappe meerderheid op een achternamiddag fundamentele keuzes voor de arbeidsmarkt maakt, met grote gevolgen voor werknemers. Samen met de doorkruising van het pensioenakkoord wordt daarmee de overlegeconomie terzijde geschoven. Tijdelijke maatregelen liggen eerder voor de hand om de overheidsfinanciën meer op orde te krijgen. Hiervoor heeft de MHP samen met de FNV vorige week nog voorstellen gedaan. Fundamentele keuzes vergen meer zorgvuldigheid en draagvlak. Zeker nu er nieuwe verkiezingen in aantocht zijn, zou enige terughoudendheid op dit terrein deze gelegenheidscoalitie hebben gesierd”, aldus Visser en Van der Wal.
pensioen niet afgetopt
Wel is de MHP positief over het terugdraaien van de verhoging van de griffierechten, het niet doorgaan van de huishoudinkomenstoets en het afzien van de aftopping van pensioenen.
Bonden terug naar de leden
Overleg over nieuwe CAO BVE opgeschort
De bonden gaan hun leden raadplegen over de nieuwe CAO BVE. Hoe kan de gewenste verbetering van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden via de cao worden bereikt? De CAO BVE is sinds 31 maart 2011 afgelopen. Dat is weer bijna een jaar geleden!
Sindsdien zijn de bonden en de MBO Raad in gesprek over een nieuwe, gemoderniseerde tekst. Daarbij ging het met name over:
• het 'vertalen' van verouderde ambtelijke regels in begrijpelijker cao-teksten;
• het herschrijven van artikelen die achterhaald zijn door nieuwe wetgeving en regelingen;
• het herschrijven van teksten die voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Het lukte echter niet dit proces in het najaar van 2011 in een formeel cao-overleg af te ronden. Vanaf de start van het cao-overleg hebben de bonden aangegeven dat zij na een nullijn in 2010 en 2011, niet weer akkoord konden gaan met een (4e!) verlenging zonder financiële tegemoetkoming. Dat zou de geloofwaardigheid van partijen schaden. Een nieuwe, volwaardige cao wordt door ons ook van belang geacht om in een onzekere economische situatie en in afwachting van de door de minister aangekondigde ingrepen, rust in de instellingen te krijgen.
Werkgevers gaven niet thuis
Toen in december 2011 - na enkele overlegrondes - een salarisverhoging ter sprake kwam, gaven de werkgevers niet thuis. De MBO Raad stelt geen cent beschikbaar, tenzij de 'productiviteit' flink omhoog gaat. Er moet, met andere woorden, eerst worden ingeleverd op een aantal cao-regelingen, voordat er ook maar de kleinste salarisverhoging komt.
Werkgevers geven hiermee in onze ogen een verkeerd signaal af aan hun werknemers, die onder steeds moeilijkere omstandigheden het onderwijs draaiend houden. Sterker nog: de werkgevers willen een cao, die een nog grotere inzet van werknemers mogelijk maakt. Daar waar gewerkt moet worden aan herstel van vertrouwen van de werkvloer in de eigen organisatie, wordt die relatie verder onder druk gezet. In plaats van meer tijd voor verdere professionalisering en verhoging van de onderwijskwaliteit, worden werknemers geconfronteerd met voorstellen die de werkdruk verder verhogen. Onze mening is dat het daarmee ontbreekt aan waardering voor de werknemers.
De werkvloer op
De bonden hebben de afgelopen jaren meegewerkt aan het bieden van ruimte aan de werkverdeling in onderwijsteams, de invoering van het professioneel statuut en aan verdere scholing en professionalisering. Ondanks het feit dat er op veel plaatsen een stevige discussie is over de uitvoering, nemen de bonden nog steeds verantwoordelijkheid voor de gemaakte afspraken. Nu een vertrouwenwekkend signaal vanuit de werkgevers is uitgebleven, gaan wij terug naar de instellingen. Vanaf de werkvloer willen wij horen waar de cao-prioriteiten moeten liggen en waartoe men bereid is om werkgevers tot een ander standpunt te bewegen.
Met grote regelmaat bereiken ons signalen dat het op de werkvloer blijft ontbreken aan een fatsoenlijke dialoog over de werkverdeling en de uitvoering van het onderwijs. Dit doet geen recht aan de intentie van cao-afspraken. Die zijn erop gericht om teams in goed overleg te laten besluiten over inhoud en verdeling van het werk. Te vaak horen wij geluiden over het eenzijdig opleggen door leidinggevenden.
"Harder werken met minder mensen"?
Keuzes binnen de instellingen leiden tot inzet van een steeds kleiner aandeel docenten. Tijd voor ontwikkeling en professionalisering gaat op aan het moeten verzorgen van onderwijstijd. De voornemens van het kabinet om de onderwijstijd te verhogen en opleidingen in te korten, worden op dit moment door leidinggevenden in de instellingen vertaald in de aankondiging "harder werken met minder mensen". De roep om nadere afspraken over tijd en inzet in de cao wordt daarom luider. De ervaren werkdruk stijgt aanzienlijk, het vertrouwen daalt.
Werknemers zeggen de zeggenschap over de inzet en het onderwijs kwijt te zijn. Eerder in de instelling gehanteerde uitgangspunten voor werkverdeling werden gewijzigd, zonder dat er iets in de aard van het werk wijzigde. Innovatie, onderwijsontwikkeling en professionalisering krijgen onvoldoende ruimte.
Wat wilt ú?
De komende weken, in de maand maart, gaan de bonden de instellingen in om het personeel te raadplegen over hoe de gewenste verbetering van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden via de cao kan worden bereikt. Na de actie van 6 maart a.s. tegen de bezuinigingen op de zorgleerlingen, zullen wij via onze websites en eventuele nieuwsbrieven nadere informatie geven over plaatsen en tijdstippen.
| << | February 2012 | >> | ||||
| Mon | Tue | Wed | Thu | Fri | Sat | Sun |
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | ||||
