De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

Nieuws

Van onze leden krijgen wij verontruste berichten over de ANW-compensatie die per 1 januari 2018 komt te vervallen. Die compensatie komt te vervallen omdat de complexe regeling door ABP niet anders dan met grote moeite is uit te voeren. In de Pensioenkamer zijn we in onderhandeling met de werkgevers over een alternatief voor deze compensatie in de vorm van een eenvoudig uitvoerbare regeling.

Nu bestaat er bij zieke ABP-deelnemers vooruitlopend op de uitkomst van deze onderhandelingen grote behoefte aan informatie over de financiële toekomst van hun nabestaanden. Zij raken namelijk hun ANW-compensatie kwijt en kunnen vanwege hun ziekte niet een individuele verzekering sluiten bij een verzekeraar. Daarom bestaat er voor deze mensen een specifieke coulanceregeling die wordt uitgevoerd door het ABP-bestuur.

Medio december 2017 informeert het ABP alle deelnemers over het vervallen van de ANW-compensatie en de gevolgen daarvan. In die brief zal het volgende worden opgenomen:

ABP-deelnemers die nu ziek zijn en die vanwege hun ziekte niet een anw-hiaatverzekering of een individuele levensverzekering kunnen aanschaffen bij een verzekeraar, kunnen zich melden bij het ABP. Deze deelnemers kunnen zich melden tót 1 februari 2018. Zij blijven na tijdige aanmelding en na acceptatie van hun situatie door ABP, vallen onder de werking van de in 2017 bestaande ANW-compensatieregeling.

Wij adviseren om met aanmelding niet te wachten tot na de ABP-brief, maar dat reeds nu te doen. 

Tijdens het laatste overleg over de cao mbo op 1 november jl. hebben de UNIENFTO en de overige vakbonden hun gezamenlijke inzet voor de cao mbo 2018 bekendgemaakt en overhandigd aan de werkgevers.

De vakbonden hebben in de inzet een tweedeling gemaakt in onderwerpen:

1)            het gaat enerzijds om onderwerpen die op korte termijn in de cao mbo 2018 geregeld dienen te worden, zoals de loonontwikkeling, duurzame inzetbaarheid (werkdrukverlichting), regeling startende docenten, generatiepact en professionalisering.

2)            anderzijds zijn er onderwerpen waarover partijen nu al wel in overleg treden, maar die een langere termijn vergen om gerealiseerd te kunnen worden, zoals carrièreperspectief, herziening FUWA MBO en werkdrukverlichting voor de langere termijn.

Het volgende overleg tussen cao-partijen staat gepland voor december, waarna cao-partijen nog voor de jaarwisseling, ook een langere sessie zullen beleggen over de visie van werkgevers én bonden op de toekomst van het mbo.

Klik HIER voor de inzet van de gezamenlijke bonden!

 

De afgelopen vier jaar heeft de CMHF-fractie in het verantwoordingsorgaan van ABP uw belangen behartigd. Pauline van Tets, Hans Couzy (en later Roel van der Voort), Paul Müller en Jacqueline van Langeraad, die in april 2014 gekozen zijn via verkiezingen, vertegenwoordigen op dit moment de werknemers en gepensioneerden. Iedere vier jaar vinden er nieuwe verkiezingen plaats. De CMHF zal in 2018 meedoen aan die verkiezingen en zoekt enthousiaste kandidaten die het ABP-bestuur gevraagd én ongevraagd willen adviseren over bijvoorbeeld de hoogte van de pensioenpremie en indexaties, de regels voor beleggen en de communicatie naar de deelnemers.

Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde waar een werknemer en werkgever gezamenlijk bijna 1/5 deel van het salaris voor apart zetten. Dit is niet alleen voor het inkomen dat betrokkene ontvangt wanneer deze stopt met werken, maar het kan ook het inkomen zijn bij arbeidsongeschiktheid en voor nabestaanden ingeval van overlijden. Al bijna 100 jaar is ABP het pensioenfonds voor mensen die werken bij overheid en onderwijs. Maar liefst 1 op de 6 mensen in Nederland ontvangt nu of in de toekomst een pensioen van ABP. De komende jaren zal het pensioenstelsel worden gewijzigd en als lid van het VO zit u middenin deze unieke fase van het ABP! Daarom vindt de CMHF het belangrijk om de belangen van haar leden goed te blijven vertegenwoordigen en zijn wij op zoek naar geschikte kandidaten.

Profiel

Is onderstaand profiel op u van toepassing?

Naast dat u deelnemer bent van het ABP, bent u niet alleen geïnteresseerd in pensioen maar beschikt u ook over relevante kennis/inzicht met betrekking tot pensioen, zoals regelgeving, beleggingen, financiële verantwoording, risicomanagement en communicatie. De CMHF verwacht dat u voldoende tijd beschikbaar heeft om de minimaal 12 vergaderingen per jaar, zijnde overlegvergaderingen, themabijeenkomsten, en eventueel commissie en/of fractieoverleg bij te wonen. Het VO vergadert altijd op de donderdag (minstens 10 maal per jaar); commissievergaderingen worden in overleg met de leden van een commissie vastgesteld. Daarnaast is er voorbereidingstijd nodig en afstemming met de leden van de fractie. Gemiddeld kost het VO-lidmaatschap een halve dag per week. Het is vrijwilligerswerk, maar per formele vergadering is een vacatie beschikbaar en reiskosten worden vergoed. Verder organiseert ABP diverse cursussen en zijn er regelmatig themasessie over relevante onderwerpen. Voor u het weet heeft u er een nieuwe interessante hobby bij!

Informatie

Er komen twee CMHF-lijsten: één voor de al gepensioneerde deelnemers en één voor de actieve deelnemers. Verenigingsbesturen kunnen geïnteresseerde kandidaten voordragen tot 8 december 2017 bij de voorzitter van de CMHF, de heer R.C. Hunnego*. Elke voordracht dient ondersteund te worden met een motivatiebrief en een cv. Vervolgens zal de kandidaatstellingscommissie een gesprek voeren met iedere kandidaat om tot een goede lijstvolgorde te kunnen komen.

Om uw vragen te kunnen beantwoorden en om u  een kijkje te geven in de werkzaamheden van het VO en de huidige CMHF-fractie zullen Paul Müller en Jacqueline van Langeraad twee landelijke bijeenkomsten organiseren: maandagavond 20 november in Culemborg en maandagmiddag 27 november in Den Haag. Zo kunt u een beter beeld krijgen over hetgeen u te wachten staat.

Voor meer informatie over het VO kunt u terecht op de website van de CMHF (http://cmhf.nl/over-de-cmhf/beleid/verkiezingen-verantwoordingsorgaan-abp/). Vragen kunt u mailen naar: pensioen@cmhf.nl.

 

 

De Vakcentrale voor Professionals (VCP) kiest op 23 november de Professional van het Jaar. Wellicht wordt dat iemand uit onze eigen organisatie! De meer dan vijftig organisaties die bij de VCP zijn aangesloten worden opgeroepen binnen hun achterban op zoek te gaan naar mogelijke kandidaten voor de Professional van het Jaar. Het voordragen van kandidaten kan tot 1 november via info@vcp.nl, de VCP, t.a.v. Sal Stam. Voor meer informatie zie de themapagina over de Professional van het Jaar.

Gedrevenheid en passie
Nederland heeft een hoop goede professionals: werknemers die hun vak met grote gedrevenheid, deskundigheid en passie uitoefenen. Mensen die hun sporen duidelijk hebben verdiend en dat dag in dag uit op de werkvloer uitdragen.  Als piloot, politieman, specialist of bijvoorbeeld ambtenaar. Maar er kan er maar een de Professional van het Jaar zijn.

Bevlogen en inspirerende professional
Een onafhankelijke jury beoordeelt voordrachten vooral op vakmanschap, bevlogenheid, ondernemingszin, de mate waarin de uitoefening van de functie intern en/of extern impact heeft en het rolmodel zijn voor anderen. De jury kijkt daarbij naar zaken als professionaliteit en maatschappelijke betrokkenheid, maar ook naar de manier waarop de kandidaat anderen inspireert en met authentieke en eigenzinnige ideeën het verschil maakt en waardering oogst.

Oproep
De VCP is dus op zoek naar mensen die hun vak of beroep positief uitdragen naar anderen. Mensen die zich de arbeidsmarkt van de toekomst aantrekken en nu actief nadenken over hun plek op de werkvloer en die van anderen. De uitslag wordt bekendgemaakt op het jaarlijkse symposium van de VCP in de Den Haag op 23 november.

 

Werkenden en gepensioneerden zien de economische groei onvoldoende terug in hun portemonnee. Achter de huidige conjunctuur gaat voor grote groepen mensen nog veel onzekerheid schuil. Dat zegt de Vakcentrale voor Professionals (VCP) in een reactie op Prinsjesdag. “Het overheidstekort is omgebogen en bedrijven maken weer volop winst. Werknemers en gepensioneerden hebben daaraan hun steentje bijgedragen. De VCP vindt dat het de hoogste tijd is voor lastenverlichting, hogere lonen, zekerheid en investeringen in professionals. Dat is een gedeeld belang”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein.

Lastenverlichting middengroepen

De koopkracht laat een voorzichtige plus zien. Maar zeker voor de middengroepen blijven de lasten onverminderd hoog. Zij ondervinden nog dagelijks de gevolgen van maatregelen die tijdens de crisis zijn ingezet. De afbouw van arbeidskorting en algemene heffingskorting treft nog altijd de midden- en hogere inkomens. Gepensioneerden boven modaal met hoge zorgkosten betalen de rekening. Ook de hogere btw (21%) voelen veel mensen in hun portemonnee. De VCP roept op de lasten voor de middengroepen te verlichten. Door toegenomen complexiteit van belastingen en toeslagen profiteren middengroepen in beperkte mate.

Terug naar een normaal arbeidscontract

Volgens de VCP is er ondanks de daling van de werkloosheid ook op de arbeidsmarkt nog sprake van veel onrust. De middenklasse ervaart een toenemende onzekerheid door zaken als digitalisering en robotisering, maar ook door flexibilisering van de arbeidsmarkt. ”Steeds meer werknemers hebben nauwelijks uitzicht op een normaal contract met voldoende zekerheid. Een normale arbeidsovereenkomst moet het uitgangspunt zijn voor alle professionals, zowel jonge als oudere werknemers”, zegt VCP-voorzitter Van Holstein. “Er moet weer geïnvesteerd worden in professionals, zodat zij hun vak goed kunnen uitoefenen. Een nieuw kabinet zullen wij daarop beoordelen.

Ruimte voor sectoraal maatwerk bij pensioen

De VCP vindt verder dat het kabinet stappen moet zetten om de arbeidsmarkt en het pensioen beter op elkaar te laten aansluiten. De AOW-gerechtigde leeftijd stijgt voor veel mensen te snel en de koopkracht van pensioendeelnemers staat onder druk door indexatieachterstanden. Van Holstein: ”Het is niet in het gedeelde belang als professionals niet kunnen blijven werken tot hun pensioen en uitvallen door arbeidsongeschiktheid.” De VCP pleit daarom voor een minder snelle verhoging van de AOW- en de pensioenrichtleeftijd, voor de invoering van een flexibele AOW, afschaffing van de RVU-boete en voor meer sectorale ruimte voor maatwerk.

Haakt u aan bij het kameraadschap van helden om de olievlekwerking binnen het mbo verder te verspreiden?

Wilt u graag

•             Bye bye zeggen tegen ingesleten patronen;

•             Uw eigen route bepalen;

•             Stoppen met praten over, maar gelijk doen en ervaren;

•             En tegelijkertijd meer impact tot succesvol gezondheidsbeleid realiseren?


En kunt u daarbij inspiratie en praktisch advies gebruiken? Pak uw kans tijdens de werkconferentie Samen Gezond Vooruit op donderdag 5 oktober bij de Colour Kitchen in Utrecht! U sluit aan bij het mbo-kameraadschap van helden en krijgt op maat ondersteuning van ervaren experts van binnen en buiten het mbo. Minimaal 500 mbo-collega’s, op facilitair gebied, HRM, OR, sport- en/of Arbo coördinator, zijn u al voorgegaan.

 

 

Hoe richt u binnen uw school het gezondheidsbeleid in? En hoe realiseert u daarmee de meeste impact? Door uw eigen pad te kiezen als school. Want dat doen helden. Dat betekent helder hebben of krijgen wat u als school wilt bereiken. Door o.a. concreet doelen, de start situatie en uitdagingen te benoemen. De organisatoren van de vierde editie van de werkconferentie Samen Gezond Vooruit, SOM en het programma Gezonde School kunnen u het best faciliteren als u uw uitdagingen vooraf aan ons doorgeeft.

Programma
De gratis werkconferentie kent een hoog doe-gehalte en werkt op basis van kameraadschap. Deelnemers helpen elkaar door inspiratie en ondersteuning te bieden. Naast alle inbreng van de aanwezige mbo-scholen neemt Jacqueline Scheidsbach, van het Impact Centre Erasmus haar wetenschappelijke kennis en kunde mee om samen met u meer grip te krijgen op de realisatie van ambities in het mbo door vanuit impact te denken en op impact te sturen. Een team van deskundige experts, met ervaring binnen en buiten het mbo, staat paraat om uw team van collega’s bij te staan. Zo brengen o.a. Duco Molenaar van PreventNed, Pieter Iedema van Bewegen Werkt en Mariska Stuivenberg werkzaam bij CAOP en voor het sectorfonds van de universiteiten (SoFoKles) hun ervaringen en ideeën mee om samen passende antwoorden te vinden op uw actuele vraagstukken. 

Hoe SOM weet dat deze aanpak voor u rendeert? De aanpak - die u op 5 oktober zelf kunt ervaren onder leiding van facilitator Pepijn Nicolas van Spinner - is gebaseerd op een community based veranderbeweging en is beloond met een prestigieuze internationale Gold Impact Award. Deze prijs is toegekend door de International Association of Facilitators. Een internationale organisatie die actief is in 65 landen en zich inzet voor het realiseren van krachtige en blijvende verandering.

Aanmelden
Aansluiten bij het mbo-kameraadschap van helden en op maat ondersteuning krijgen van ervaren experts van binnen en buiten het mbo? Schrijf u en uw collega’s in via aanmeldformulier.

Heeft u vragen? Neem dan gerust contact op met het congresbureau, congresbureau@caop.nl.

 

 

 

Zin, energie en plezier. Daar gaat het om bij elke medewerker. Het is krachtvoer om samen tot prestaties te komen. Daarbij iedereen aan boord houden is een kunst. Ondernemingsraden en bestuur spreken elkaar er regelmatig over. Het liefst met werkbare en gedragen afspraken tot gevolg. Met betekenis voor medewerkers en bestuur. Omdat de arbeidsomstandighedenwet onlangs is veranderd, en medezeggenschap daarmee meer inspraak krijgt, biedt de Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO een webinar aan met hulp en inzicht.
 
  *   Voor leden van Ondernemingsraden in het MBO
  *   Tips en antwoorden van collega’s en experts
  *   Deelnemers voeren online het gesprek met elkaar
  *   Comfortabel en gratis vanaf elke plek met internet
  *   Wees er snel bij. Het aantal plekken voor deelname is beperkt
 
DINSDAG 10 OKTOBER VAN 20.00 – 21.00 UUR
 
Voor uitgebreide informatie, KLIK HIER...........

Door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden voor onderwijsgevend personeel in het middelbaar (beroeps)onderwijs in de maand september vier bijeenkomsten georganiseerd om met docenten, teamleiders en instructeurs in gesprek te gaan over de verbetering van het carrièreperspectief en de ontwikkelmogelijkheden binnen het onderwijs.

De FvOv/UNIENFTO nodigt leden uit het mbo van harte uit zich daarvoor op te geven en mee te praten over carriereperspectieven in het mbo.

Voor meer informatie KLIK HIER naar de bijlage voor meer informatie! Let op: opgeven moet geschieden vóór 5 september a.s.

Vanwege een te gering aantal aanmeldingen zullen de bijeenkomsten, die gepland stonden op 12 september in Zwolle en 14 september in Amsterdam, NIET DOORGAAN. Diegenen die zich hiervoor aangemeld hebben zijn inmiddels hiervan op de hoogte gebracht.

Op 6 juli 2017 hebben Overheids- en onderwijswerkgevers en centrales van overheidspersoneel een onderhandelaarsakkoord bereikt over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. Naast vereenvoudiging wordt de pensioenrekenleeftijd aangepast als gevolg van stijging van de fiscale pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar 68 jaar. Met deze wijzigingen stijgt de pensioenpremie per 1 januari 2018 niet met 2,2%-punt maar met ongeveer 1,4%-punt.

Het (VSO) en het SCO, leggen het onderhandelaarsakkoord voor aan hun achterbannen. Na instemming gaan de overeengekomen wijzigingen per 1 januari 2018 gelden voor het personeel bij overheid en onderwijs.

Vereenvoudiging pensioenregeling

Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel (SCO) zijn al enige tijd in overleg over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. De regeling is in de afgelopen jaren door elkaar opvolgende wijzigingen erg complex geworden. Hierdoor wordt de regeling moeilijker uitlegbaar en uitvoerbaar. Om de regeling te vereenvoudigen is de pensioenregeling op de punten van nabestaandenpensioen, pensioenopbouw tijdens WW en arbeidsongeschiktheidspensioen aangepast. De wijziging bevat een aanzienlijke verbetering van het partnerpensioen. Daar waar de vereenvoudiging een versobering zou kunnen meebrengen, hebben partijen geprobeerd deze zoveel mogelijk te beperken of compenseren.

Pensioenpremie stijgt per 1 januari 2018

De pensioenpremie zal per 1 januari 2018 stijgen. Deze stijging is wel lager dan eind 2016 door het ABP was aangekondigd. Dit komt door de premiedaling van de verhoging van de pensioenrekenleeftijd. Een deel van deze premiedaling is gebruikt voor vereenvoudiging en verbetering van de pensioenregeling, en het restant om de aangekondigde stijging te mitigeren.

Pensioenopbouw volgt salarisontwikkeling

Het akkoord bevat ook afspraken over overgang naar maandelijks aanleveren van het pensioengevend salaris per 2022. Hiermee volgt de pensioenopbouw directer de salarisontwikkeling. Maandaanlevering vraagt om wijziging van de administratieve verwerking van salarissen. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en voldoende doorlooptijd om deze wijziging te kunnen invoeren. De doorlooptijd kost dan ook een aantal jaren. Bovendien realiseren sociale partners zich dat de mogelijke aanpassing van het pensioenstelsel, waarover thans wordt gesproken, aanleiding is om te bespreken of invoering van de maandaanlevering op de beoogde datum in de huidige pensioenregeling nog opportuun is. Dit zal besproken worden in 2019. 

Het nieuwe kabinet moet arbeidsmarkt en pensioen beter op elkaar laten aansluiten. Dat is de kern van een plan dat de vakcentrale VCP, waar de CMHF, en via het lidmaatschap daarvan de UNIENFTO, bij is aangesloten, heeft aangeboden aan de informateur. De VCP blijft in het plan weg van inkomensafhankelijke maatregelen. Het plan staat los van de onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel die momenteel binnen de SER worden gevoerd.

Volgens Klaartje de Boer van de VCP gaat de verhoging van de pensioenleeftijd op dit moment te snel. “De huidige arbeidsmarkt kan de verhoging van de pensioenleeftijd in feite niet aan. Wij pleiten voor een flexibele AOW-leeftijd en de wettelijke mogelijkheid om in deeltijd met pensioen te gaan. Wie eerder stopt met werken, krijgt een korting van 6,5 procent op zijn AOW per jaar, wie langer doorwerkt krijgt dat percentage erbij.

Het spijt ons dat ons kantoor momenteel minder goed bereikbaar is. Onze excuses daarvoor. Helaas hebben we te maken met ziektes op ons administratief kantoor vanwege operatieve ingrepen. Daardoor zijn we op dit moment minder goed telefonisch bereikbaar. Ons juridisch buro is echter normaal bereikbaar op telefoonnummer 0345 533771.

Wij hopen zsm weer op volledige sterkte te zijn en u onze vertrouwde service weer volledig te kunnen verlenen. Wij vertrouwen op uw begrip hiervoor.

Vakbond De Unie (niet te verwarren met onze eigen UNIENFTO), de belangenorganisatie voor senioren ANBO en de Unie van Onafhankelijke Vakorganisaties (UOV) sluiten zich definitief aan bij de Vakcentrale voor Professionals (VCP), de vakcentrale waartoe ook de UNIENFTO behoort! . De Algemene Vergadering van de VCP heeft ingestemd met toetreding van de drie organisaties per 1 juli a.s. Dat betekent dat zij onder de vlag van de VCP aansluiting vinden bij het sociaal overleg. Op een bijeenkomst in Den Haag zijn vandaag, 22 juni, de handtekeningen gezet.

Uitdagingen van deze tijd

Voorzitter Nic van Holstein van de VCP is verheugd over de toetreding van De Unie, de ANBO en de UOV. “De VCP staat voor professionals in alle fasen van het leven. In de huidige wereld van globalisering, automatisering en kunstmatige intelligentie willen mensen zekerheden op thema’s als werk, inkomen, scholing, ontwikkeling, maar ook veiligheid, wonen en zorg. Door de aansluiting van de ANBO, De Unie en de UOV is de VCP nog beter in staat de belangen van nog-niet-werkenden, werkenden én niet-meer-werkenden te behartigen. Samen met de andere werknemersorganisaties en de werkgevers willen wij tot oplossingen komen.” Volgens Van Holstein is er bij de achterban van ANBO de laatste tijd sprake van een toenemend aantal mensen dat nog op de arbeidsmarkt actief is.

Houvast en richting

Wij zijn ervan overtuigd dat we als moderne, brede belangenbehartiger een brug kunnen slaan tussen politiek en maatschappij”, aldus voorzitter Reinier Castelein van vakbond De Unie. “Het zijn onzekere tijden, mensen zoeken houvast en richting. Dat vraagt om een club die zich richt op alle fasen van het leven, zonder vaktrots en beroepsidentiteit uit het oog te verliezen.

Met de VCP kunnen we als geen ander de verbinding zoeken. Tussen werkend en niet-werkend, tussen generaties. We staan voor gedeelde belangen en zoeken vanuit dat vertrekpunt naar oplossingen”, zegt Liane den Haan, bestuurder van ANBO.

Onze collectieve kennis en ervaring maken dat we slagvaardig kunnen handelen. Door samen op te trekken zijn we ook wendbaarder dan anderen in dezelfde omgeving”, aldus voorzitter Mario Lander van UOV.

Centraal overleg, kabinet, Tweede en Eerste Kamer

De VCP zal de belangen van de leden van De Unie, ANBO en UOV behartigen in de Sociaal Economische Raad (SER) en de Stichting van de Arbeid, waarin werknemers- en werkgeversorganisaties op het hoogste niveau overleg voeren over vraagstukken zoals scholing, pensioen, werk en inkomen. De VCP vertegenwoordigt meer dan vijftig vak- en beroepsorganisaties. Met de aansluiting van de ANBO, De Unie en de UOV en verdere groei wordt de VCP substantieel uitgebreid in omvang en groeit het aantal leden dat bij de VCP is aangesloten per 1 juli van circa 100.000 naar 270.000.

Stichting Onderwijsarbeidsmarktfonds MBO (SOM) ontvangt vanuit mbo scholen vragen over het uitvoeren van (voorbehouden) medische handelingen. Met de Wet Passend Onderwijs kan het spanningsveld tussen de zorgbehoefte van studenten en de zorg die de school wil of kan bieden toenemen. Onder welke voorwaarden mogen docenten medicijnen verstrekken? Hoe vrijwillig is de keuze? Wat zijn eventuele risico’s? Hoe zit het met de aansprakelijkheid?

Voor de gehele brief, KLIK HIER……….

 

 

De VCP is de Vakcentrale voor Professionals waartoe de UNIENFTO behoort door het lidmaatschap van de CMHF. De VCP is op zoek naar een woordvoerder voor de jongerenafdeling, de VCP Young Professionals, kortweg VCP YP. Ook jonge leden van de UNIENFTO komen daarvoor in aanmerking!

 

 

Functieprofiel VCP YP woordvoerder (kader/vrijwilligersfunctie)

Ben jij een jonge professional en voel jij je maatschappelijk verantwoordelijk? Ben jij in staat om de belangen van jonge professionals te vertegenwoordigen ten aanzien van diverse sociaal-economische vraagstukken? Ben jij daarnaast bereid om naast jouw baan, als vrijwilliger voor een aantal uren in de week, deze maatschappelijke verantwoordelijkheid om te zetten in daden als hét nieuwe gezicht van de VCP Young Professionals? Zijn volgens jou idealen als beroepseer, professionaliteit en vakinhoud onmisbaar voor de totstandkoming van goede arbeidsverhoudingen en een prettige werkomgeving? Stuur ons dan vóór 1 juli 2017 jouw motivatie en cv.

Doel van de VCP YP

De VCP YP wil graag (meer) jongeren betrekken bij het sociaaleconomische overleg en zo ook jongeren nut en noodzaak van dit overleg en de polder laten zien. Dit kunnen zij doen, doordat zij in verschillende overlegorganen plaatsnemen. Het doel van de VCP YP is om jongeren een stem en invloed in belangrijke instituties (SER, StvdA) en in politiek Den Haag te geven. Bovendien is de VCP YP een netwerk waar jonge professionals hun kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. De VCP YP zijn over het algemeen jonge werknemers met relatief korte werkervaring en een middelbare of hogere opleiding uit veel verschillende sectoren en branches.

Over de functie

Het nieuwe gezicht van de VCP Young Professionals werkt samen met jonge professionals, die onder andere actief zijn bij de aangesloten organisaties van de VCP, aan een visie op thema’s rond professionaliteit en vakinhoud. En weet dit gezamenlijk om te zetten in concrete acties ten behoeve van goede arbeidsverhoudingen- en omstandigheden voor jongeren.

Je vertegenwoordigt de jongeren van de VCP binnen en buiten de VCP, richting politiek, maatschappelijke organisaties en in de media. Je bent daarnaast nauw betrokken bij het PensioenLab en maakt namens de VCP YP deel uit van het bestuur van de Stichting PensioenLab. Ook maak je deel uit van diverse netwerken zoals bijvoorbeeld het SER Jongerenplatform, krijg je ruimte om innovatieve ideeën te lanceren, de VCP Young Professionals verder uit te werken en op de kaart te zetten.

Verhouding VCP YP tot VCP

De VCP Young Professionals (VCP YP) is onderdeel van de Vakcentrale voor Professionals (VCP) en bestaat sinds 2012. De VCP YP kan als vereniging op basis van haar achterban zelfstandig positie kiezen. De VCP YP onderschrijft daarbij de VCP-beleidsuitgangspunten.

Onderwerpen waar het nieuwe gezicht zich mee bezig kan gaan houden:

  • aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt (zie bijvoorbeeld https://vcp.nl/actualiteiten/4208/duizenden-op-de-been-tegen-leenstelsel/);
  • vast – flex (Jonge sociale partners tekenen Jongerenakkoord, zie https://vcp.nl/symphony/extension/sm_richtext_redactor/getfile/?name=Jonge-sociale-partners-tekenen-Jongerenakkoord_1.pdf);
  • pensioenen (zie www.pensioenlab.nl);
  • (hoogopgeleide) Wajongeren;
  • werk en privébalans;
  • carrièreontwikkeling en solliciteren;
  • medezeggenschap en meer jongeren in de OR.

Wie zoeken we?

Het nieuwe gezicht van de VCP YP is iemand met een brede maatschappelijke interesse en bij voorkeur lid van één van de bij de aangesloten organisaties die zijn aangesloten bij de VCP. Indien je nog geen lid bent dan maken wij jou graag lid bij één van onze aangesloten organisaties. Je hebt affiniteit met de ontwikkeling van jongeren tot jonge professionals en alles wat er tijdens dat proces bij komt kijken. Je bent initiatiefrijk, een verbinder en communicatief sterk en legt gemakkelijk contact met andere jonge professionals. Je bent bereid om op vrijwilligersbasis, met dito vergoeding, je enkele uren per week, voor enkele jaren, in te zetten voor de VCP YP.

Solliciteren en meer informatie

Geïnteresseerden voor deze vrijwilligersfunctie kunnen vóór 1 juli een motivatie en curriculum vitae sturen aan: e.wolters@vcp.nl. Voor meer informatie kan men bellen naar 06-54224826

Bent u, als leidinggevende, een onderwijskundig leider of vooral ondersteunend aan het team? Hoe vrij laat een teamleider een resultaatverantwoordelijk team? En wat doet u als teamleider bij problemen: in hoeverre geeft u het team de ruimte om problemen zelf op te lossen, en waar hebt u als teamleider juist een taak om problemen aan te pakken?

Herkent u deze dilemma’s en wilt u daar met collega-leidinggevenden over sparren? SOM nodigt u van harte uit om op 7 juni, van 13.00 tot 17.00 uur, naar de werkplaats voor leidinggevenden te komen: Hoe kunt u passende sturing en ruimte geven aan teams?

Inspiratie en uitwisseling 
Ervaringsdeskundigen vertellen over wat wel en niet werkt in het aansturen en ontwikkelen van teams in hun roc. Samen met experts op het gebied van veranderkunde, (gedeeld) leiderschap en sturing zoeken we naar de crux. Hoe komt u tot de kern van een dilemma of vraagstuk? Na deze verdieping gaat u in kleinere groepen met experts en ervaringsdeskundige collega’s verder op onderzoek uit.
Welke gereedschappen of handelingsperspectieven zijn er? En wat werkt wanneer? Wat zou u in uw eigen situatie kunnen uitproberen? Aan het eind brengen we de verschillende handelingsperspectieven in beeld.

Bent u leidinggevende, opleidingsmanager of teamleider in het mbo en wilt u zich aanmelden? Dat kan via de website. SOM biedt u deze bijeenkomst aan, er zijn geen kosten aan verbonden.

Kent u leidinggevenden voor wie deze werkplaats interessant is? We nodigen u van harte uit om deze uitnodiging in uw netwerk te verspreiden.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met info@sommbo.nl

Werkgevers moeten veel meer doen om stress onder hun personeel tegen te gaan. Bij veel bedrijven is de aanpak van werkdruk nog niet voldoende, zegt de Vakcentrale voor Professionals (VCP).

Laat werkgevers daarom een goed beleid optuigen rondom stress”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein. “Dat is niet alleen goed voor de mensen zelf, maar ook voor de organisatie en de productie of diensten die ze leveren.

Steeds meer flexibiliteit

De VCP reageert op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt dat stress veel voorkomt bij professionals, zoals artsen, onderwijzers en juristen. Volgens Van Holstein komen werknemers steeds meer onder druk te staan door een overvloed aan digitale informatiestromen, onzekerheid over de toekomst en toenemende flexibilisering. Ook wordt het steeds moeilijker om een goede balans te vinden tussen werk en privé. “Stress is beroepsziekte nummer 1 geworden. Het meeste ziekteverzuim wordt hierdoor veroorzaakt.

Miljarden aan kosten

Werknemers moeten meer ruimte krijgen in hun werk, zodat zij goed hun grenzen kunnen aangeven, stelt de VCP. Dat is ook beter voor de samenleving als geheel. Een goede aanpak van stress scheelt de maatschappij miljarden euro’s, zowel aan loonkosten als aan zaken als ziektebehandeling en uitkeringen. Werkgevers moeten weten wat ze aan stress kunnen doen en hoe ze dat moeten doen. Dat betekent ten eerste zicht krijgen op de oorzaken en vervolgens de juiste maatregelen treffen. Een juiste aanpak draagt ook bij aan duurzame inzetbaarheid, hetgeen steeds belangrijker wordt.

De leden van de UNIENFTO hebben hun instemming gegeven aan het principeakkoord cao hbo 2017-2018. Ook hebben de leden van de FvOv, namens wie de UNIENFTO eveneneens onderhandelt voor deze cao, inmiddels groen licht gegeven. Zowel alle andee bonden alsmede de Vereniging van Hogescholen hebben ingestemd met dit onderhandelingsakkoord. Daarmee is het een definitief akkoord geworden.

Het nieuwe kabinet moet meer oog krijgen voor professionals. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de economie. Professionals moeten kunnen rekenen op inkomens- en werkzekerheid en meer ruimte krijgen om hun eigen loopbaan vorm te geven, zodat ze ook in de toekomst verzekerd zijn van werk. Dat zijn enkele aandachtspunten die de Vakcentrale voor Professionals (VCP) naar de informateur, Edith Schippers, en de onderhandelende partijen VVD, CDA, D66 en GroenLinks, heeft gestuurd.

Lastenverlichting middengroepen

De VCP blijft erop hameren dat de lastenverzwaringen voor de middengroepen worden teruggedraaid. Mensen met een middeninkomen hebben het de afgelopen jaren flink voor de kiezen gehad. Zij moeten nu gaan profiteren van de economische voorspoed en van het overschot dat op de overheidsbegroting is ontstaan, stelt de vakcentrale in een brief. Ook moet er een einde komen aan de onzekerheid over de pensioenen. Ook daarbij moet worden gekeken naar de impact voor de middengroepen.

Fiscaalvriendelijk sparen
Professionals zijn van groot belang voor Nederland als innovatieland. Volgens de VCP wordt het steeds belangrijker dat professionals actief richting geven aan hun carrière. De dynamiek in de wereld neemt toe, banen en beroepen van middengroepen, waaronder ook hoger opgeleiden, staan onder druk. Door digitalisering en robotisering moeten werknemers tijdens de gehele loopbaan doorleren. De VCP pleit daarom voor een regeling waarin professionals fiscaalvriendelijk kunnen sparen voor scholing en ontwikkeling, zodat ze aantrekkelijk blijven op de arbeidsmarkt en zo hun waarde behouden voor de economie.

Eerlijk speelveld en normaal contract
De VCP vindt het van belang dat de doorgeslagen (Europese) aanbestedingen worden gestopt. Door (Europese) aanbestedingen en oneerlijke concurrentie ontstaat er een druk op de prijs en daarmee een neerwaartse druk op de werkgelegenheid en de kwaliteit daarvan. De VCP pleit voor een eerlijk speelveld waarin van valse concurrentie geen sprake is. De VCP ziet de normale arbeidsovereenkomst als uitgangspunt. Het sociale zekerheid- en arbeidsrecht moet een voldoende baan- en inkomensbescherming bieden aan werknemers, ook aan middengroepen. Flex is er voor piek en ziek. Om een gelijker speelveld te krijgen moet een level-up komen. De VCP wijst erop dat professionals hun vak willen uitoefenen en kwaliteit willen leveren. Zekerheid op een baan en een stabiel inkomen zijn daarbij van groot belang.

Veiligheid, onderwijs en zorg

Verder is het hoog tijd dat professionals in de veiligheid, het onderwijs en de zorg voldoende middelen krijgen. Door de bezuinigingen van afgelopen jaren is het voor hen lastig om hun werkzaamheden goed uit te kunnen voeren. Nu het werk in deze sectoren toeneemt, moet er ook meer geld komen voor investeringen in deze sectoren.

 

Op donderdag 23 maart is het concept principeakkoord door de vakorganisaties en de werkgeversorganisatie Vereniging Hogescholen omgezet in een principeakkoord.

Dat betekent dat de eerder aangekondigde ledenraadpleging van de UNIENFTO definitief doorgaat en zoals aangegeven plaatsvindt op 29 maart a.s., aanvangstijd 15:00 uur, locatie bureau UNIENFTO, Boschweg 6 te Culemborg.

 

Voor het getekende principe akkoord, KLIK HIER........

De vakorganisaties en de werkgeversorganisatie Vereniging Hogescholen zijn in een concept principeakkoord overeengekomen de cao-hbo met een jaar te verlengen. Daarbij zijn afspraken gemaakt over looptijd en salarisontwikkeling, sociale zekerheid en bovenwettelijke werkloosheidsregeling (BWRHBO) en een aantal technische wijzigingen in de cao-hbo.

Looptijd en salarisontwikkeling

De cao-hbo wordt verlengd tot 1 april 2018. Er wordt een eenmalige uitkering toegekend van

€ 500 bruto (naar rato betrekkingsomvang) in november 2017.

Sociale zekerheid en BWRHBO

In de preambule van de cao-hbo 2016-2017 is opgenomen dat de afspraken die in april 2013 in het sociaal akkoord werden vastgelegd uitgevoerd zullen worden. Daarnaast is in de preambule opgenomen dat de BWR herzien zal worden. De herziene BWRHBO zou ingevoerd worden op 1 januari 2017, maar het zal duidelijk zijn dat die termijn niet gehaald is. In het concept principeakkoord is opgenomen dat de herziene BWRHBO ingaat op 1 april 2017.

Reparatie WW-recht

De versobering van het WW-recht, zoals opgenomen in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), wordt zoals afgesproken in het Sociaal Akkoord in opbouw en duur hersteld. Er wordt dus sneller opgebouwd dan in de wettelijke regeling en de WW loopt langer door dan in de wettelijke regeling het geval is. Dat houdt een reparatie van het oude WW-recht in, tot maximaal 38 maanden. De werknemer in het HBO bouwt steeds een maand WW-recht op per gewerkt jaar.

Aanvullende uitkering

De eerste zes maanden heeft de werknemer recht op een aanvulling op zijn WW-uitkering tot maximaal 75% van het laatstverdiende loon. De daarop volgende 18 maanden geldt een aanvulling tot 70% van het laatstverdiende loon. Als de werknemer recht heeft op een langere uitkering dan 24 maanden, dan blijft de aanvulling gedurende dat recht tot 70% van het laatstverdiende loon bedragen, maar dan wel gemaximeerd op het maximum van schaal 12 van de cao-hbo.

Aansluitende uitkering

Na afloop van de WW-uitkering (inclusief herstel 3e WW-jaar) heeft de werknemer recht op een aansluitende uitkering, mits men vijf jaar in het onderwijs heeft gewerkt. Opbouw van dit recht bedraagt een maand per gewerkt jaar in het onderwijs, met een maximum van 34 maanden. De uitkering bedraagt 70% van het laatstverdiende loon, gemaximeerd op het maximum van schaal 12 van de cao-hbo.

Extra aansluitende uitkering

Indien men ontslagen wordt in de periode van 10 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd en men minstens vijftien dienstjaren in het onderwijs heeft, ontstaat na afloop van de aansluitende uitkering een recht op een extra aansluitende uitkering tot de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt is. De hoogte van de uitkering bedraagt 70% van het laatstverdiende loon, gemaximeerd op 72% van het maximum van schaal 10 van de cao-hbo. Daarmee wordt voorkomen dat de werknemer kort voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in de bijstand belandt.

Loonsuppletie

Als het recht op een (extra) aansluitende uitkering is geëindigd in verband met het aanvaarden van een nieuwe functie en in die functie ontvangt men een lager salaris, dan ontstaat recht op loonsuppletie (verschil laatstverdiende loon / nieuwe salaris) gedurende de periode dat men recht had op een (extra) aansluitende uitkering. De loonsuppletie duurt uiterlijk tot het einde van de duur van de (extra) aansluitende uitkering, zoals die is vastgesteld op de eerste werkloosheidsdag. In het geval dat de extra aansluitende uitkering wordt beëindigd is de hoogte van de loonsuppletie gelijk aan het verschil tussen enerzijds het salaris in de nieuwe functie en anderzijds het laatstverdiende loon, maar niet meer dan 70% van het maximum van schaal 12.

Positief advies

De UNIENFTO legt dit akkoord met een positief advies aan u voor. De regeling is vergelijkbaar met de regelingen die de afgelopen tijd in het PO, VO en MBO zijn overeengekomen, met dien verstande dat de maximale uitkeringen in de hbo-regeling hoger zijn.

Procedure en ledenraadpleging

Het concept principeakkoord wordt naar verwachting in de middag van 23 maart a.s. omgezet in een principeakkoord, dat dan nog door de leden van de vakbonden en de Vereniging Hogescholen geaccordeerd moet worden. We komen met dit concept principeakkoord naar buiten, omdat wachten tot 23 maart in verband met het organiseren van de ledenraadpleging te kort dag is. De cao-hbo verloopt op 1 april 2017, het is dus de bedoeling dat voor de datum van 1 april vastgesteld wordt dat alle onderhandelingspartijen met het principeakkoord kunnen instemmen.

De UNIENFTO houdt een ledenraadpleging op woensdag 29 maart a.s., aanvangstijd 15:00 uur, locatie bureau UNIENFTO, Boschweg 6 te Culemborg.

De verwachting is dat het concept principeakkoord wordt omgezet in een principeakkoord. Zodra daar duidelijkheid over is, wordt dat op de website van de UNIENFTO gemeld. Als u wenst deel te nemen aan de ledenraadpleging, check dan regelmatig de nieuwsberichten op de website van de UNIENFTO.

De integrale tekst van het concept principeakkoord treft u HIER aan.

Op 16 maart jl. zijn de MBO Raad, het Platform Medezeggenschap mbo en de JOB (Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs) tot een akkoord gekomen over een handreiking omtrent het instemmingsrecht van de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en de studentenraad (en in voorkomende gevallen de ouderraad) op hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting. 

Deze handreiking, waarin wordt aangegeven wat onder “hoofdlijnen van de begroting” moet worden verstaan en een advies wordt gegeven omtrent het inbedden van het instemmingsrecht in de begrotingscyclus op de instellingen, tref je bijgaand aan. De drie partijen geven hiermee een positief signaal af richting wetgever en minister dat men als sector invulling geeft aan het principe van zelfregulering en dat nadere regelgeving op dit moment onnodig is. Het toont aan dat bestuur en medezeggenschap willen investeren in het voeren van de constructieve dialoog op de mbo-instellingen in het belang van goed middelbaar beroepsonderwijs. De bonden hadden dit graag geregeld gezien in een Algemene Maatregel van Bestuur door de minister, omdat dat een betere juridische basis vormt.

Voor de tekst van de handreiking, klik HIER!

Geruststellend en opvallend is dat bijna alle partijen zich wel uitspreken voor verbeteringen in het onderwijs en het woord bezuinigen alleen bij VNL en de Vrijzinnige Partij te vinden zijn, aldus de doorrekening van het CPB. D66 (3,8 mld euro) en GroenLinks (2,8 mld euro) verhogen deze uitgaven het meest. VNL geeft 4,1 mld euro minder uit aan onderwijs. Natuurlijk ligt de focus bij ons op de arbeidsvoorwaarden en daarom zoomen we daar nu op in bij een aantal partijen. Let op: niet alle 28 partijen die op 15 maart aan de Tweede Kamerverkiezingen meedoen, worden genoemd. De kleinste (splinter)partijen zijn overgeslagen en de volgorde is willekeurig.

De PvdA wil dat het onderwijzend personeel goed wordt beloond. Prestatiebeloningen passen niet bij de publieke onderwijstaak, meent de PvdA en er moet ruimte komen in de cao’s om aan meer docenten doorgroeimogelijkheden te geven naar een hogere schaal. De lestaak van fulltime leerkrachten en docenten in het primair en voortgezet onderwijs wil de PvdA stapsgewijs terugbrengen naar maximaal 20 uur. Onderwijsgevenden worden gevraagd zich blijvend te scholen om zo hun expertise op peil te houden en aan de voorwaarden voor opname in het lerarenregister te blijven voldoen. Het vak van leraar/docent wil de PvdA aantrekkelijker maken voor universitair geschoolden door universitaire promotie (PhD) mogelijk te maken en het vak te combineren met een andere baan. Om meer studenten op te leiden tot leraar, wordt de lerarenopleiding als tweede studie door de overheid betaald.[1]

Het CDA meldt te kiezen voor betere lerarenopleiding met aparte specialisaties voor jonge en oudere kinderen in het basisonderwijs en een eigen lerarenopleiding voor het beroepsonderwijs. Lerarenopleidingen mogen zelf selecteren aan de poort. Er moeten meer academisch opgeleide leraren in het basisonderwijs komen en het aantal onder- en onbevoegde docenten in het voortgezet onderwijs moet teruggedrongen worden. Het lesgeven moet centraal blijven staan, leraren moeten de tijd krijgen om zich permanent te ontwikkelen en de administratieve verplichtingen voor leraren moeten worden voorkomen.[2]

De VVD wil alleen de beste docenten voor de klas laten staan en die betere docenten verdienen een betere beloning en meer waardering. Docenten moeten bovendien de mogelijkheid krijgen om zich te specialiseren. Door onderscheid in carrièrepaden mogelijk te maken, wordt het leraarschap uitdagender en de VVD denkt daarbij aan de inzet van meer vakleerkrachten op basisscholen, die bijvoorbeeld techniek, ICT en Engels en bewegingsonderwijs onderwijzen. In het voortgezet onderwijs dienen alle docenten bij voorkeur een master gevolgd te hebben. In het middelbaar beroepsonderwijs hebben alle docenten bij voorkeur een bachelor of erkende opleiding op vergelijkbaar niveau afgerond. Scholen krijgen verder een stem in het bepalen van het programma van de lerarenopleiding. Dit betekent ook dat scholen mee kunnen bepalen of een docent in opleiding zijn diploma heeft verdiend. Door vernieuwing van de lerarenopleiding wil de VVD ook meer ruimte en flexibiliteit geven aan zij-instromers. Het wordt dan aantrekkelijker om na of naast een carrière in het bedrijfsleven voor de klas te gaan staan. De VVD wil bevorderen dat werkgevers en werknemers beloningsafspraken maken waarbij ook scholing en ontwikkeling relevant wordt. Docenten moeten zich gedurende hun gehele loopbaan blijven bijscholen. Dit wordt door docenten uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zelf bijgehouden in het lerarenregister.[3]

D66 wil investeren in docenten, door minder regels en minder lesuren, door middel van een 20-lesurennorm. Men wil deze norm in de komende 4 jaar in de wet en de begroting verankeren. Leraren moeten zich meer en vaker bijscholen en houden onderlinge gesprekken over de kwaliteit van lesgeven en bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen. De pabo’s en lerarenopleidingen moeten ook een rol gaan spelen bij de ontwikkeling van leerkrachten die al voor de klas staan, meent D66. Praktijkervaring, begeleiding door ervaren leraren en aanvullende scholing maken een leraar van startbekwaam vakbekwaam. De kwaliteit van de lerarenopleidingen moet worden verbeterd door aan pabo’s en tweedegraadslerarenopleidingen scherpere toelatingseisen te laten stellen op het gebied van motivatie en kennisniveau.[4]

Groen Links, wil investeren in leerkrachten zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. Er komen meer leerkrachten en vooral voor beginnende leerkrachten wordt de werkdruk verlaagd. Klassen worden verkleind tot maximaal 29 leerlingen gemiddeld, op school- of locatieniveau. Binnen zes jaar wordt dit aantal verlaagd naar 23 leerlingen. Docenten krijgen betere opleidingen, meer begeleiding en bijscholing. Verder komt er een verhoging van salarissen en verbetering van carrièremogelijkheden voor leerkrachten in het basisonderwijs. Daarnaast wil Groen Links dat leraren in het vmbo net zoveel gaan verdienen als hun collega’s op de havo of het vwo. De opleidingseisen voor leerkrachten op het vmbo gaan omhoog en zij krijgen een betere beloning voor hun werk. Leraren in het vmbo en op de basisschool moeten makkelijker kunnen doorstromen naar hogere salarisschalen.[5]

De SP zet in op het kleiner maken van klassen in het basisonderwijs door per direct een einde te maken aan klassen van 30 of meer leerlingen en op termijn toe te werken naar een gemiddelde klassengrootte van 23 leerlingen. De salarissen van onderwijspersoneel moeten door middel van een landelijke cao ook landelijk uitbetaald worden. Verder moeten onbevoegde leraren binnen twee jaar hun bevoegdheid halen en dienen docenten in de bovenbouw van havo en vwo zoveel mogelijk universitair geschoold te zijn. Wie dat niet is moet de mogelijkheid krijgen zich binnen enkele jaren alsnog universitair te scholen. De werkdruk van leraren wordt verder door de SP gereduceerd door het schrappen van administratieve rompslomp, waardoor er ook meer tijd is om les te geven. Op de pabo’s moet het niveau van taal- en rekenen van studenten worden verhoogd door middel van een ‘intaketoets’, een bijspijkerprogramma en een eindtoets na het eerste jaar. De tweedegraads lerarenopleidingen moeten meer aandacht besteden aan de vakinhoud. [6]

De PVV tenslotte, geeft weinig prijs via het verkiezingsprogramma, maar meldt via de website meer carrièreperspectief voor leraren te willen realiseren door geld dat vrijvalt uit de bestrijding van de onderwijsbureaucratie opnieuw in te zetten in de sector. Ook pleit de partij voor het doorbreken van het gelijkheidsprincipe in het beloningssysteem van leraren. Er moeten toeslagen komen voor leraren die gaan werken op scholen met specifieke tekorten, zoals in de Randstad (achterstandsscholen), in het speciaal onderwijs en binnen het “(nu nog bestaande) vmbo’. Volgens de PVV zijn er nu te veel parttimers in het onderwijs en daarom moet er een voltijdbonus ingevoerd worden. De individuele loonsverhogingen kunnen aan de scholen zelf worden overgelaten. De stijging van een periodiek of meerdere periodieken wordt afhankelijk van de geleverde kwaliteit van de leerkrachten. Ook voor vakken waar een ernstig tekort aan docenten voor bestaat, moet de mogelijkheid van een tijdelijke bonus worden ingevoerd. Verder stelt de PVV voor om onderscheid in te voeren in beloning voor leerkrachten in de onderbouw resp. bovenbouw in het basisonderwijs, omdat bovenbouwdocenten  meer uren maken, over meer kennis moeten beschikken en het handhaven van de orde meer energie vergt. Ten aanzien van de opleidingen meldt de PVV dat er toelatingstesten voor de pabo verplicht gesteld moeten worden, met een uitslag op twee niveaus. Ook moet er een toelatingstest voor de lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs worden ingevoerd. De PVV wil verder de lestijden in het primair onderwijs verruimen met twee uur langer les per dag (lesdag van 8 uur tot 16.00 uur - vrije woensdagmiddag blijft gehandhaafd). De leerkrachten moeten hun - vaak onnodige -   naschoolse vergadertijd inruilen voor meer aandacht voor en investeren in de kinderen.[7]

Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde, waar u gemiddeld 1 dag in de week voor werkt. Wat zijn de plannen van de politiek op dit punt met het oog op de verkiezingen? En welke gevolgen heeft dat voor uw portemonnee?

De partijen variëren in hun plannen maar er komt in veel teksten het woord aftoppen voor. Hiermee wordt bedoeld dat er boven een bepaald bedrag niet meer fiscaal vrij opgebouwd mag worden. Onder die grens hoeft over de premie inleg geen belasting te worden betaald, daarboven wel. Er wordt nu al afgetopt als je meer verdient dan €103.317 euro. Diverse partijen stellen nu voor dat bedrag omlaag te brengen. Het beperken van de premieaftrek levert de schatkist namelijk op korte termijn geld op, omdat er meer belasting binnenkomt. Saillant detail is dat men bij het berekenen altijd uitgaat van een fulltime salaris; ook als je parttime werkt. Wanneer de aftoppingsgrens bijvoorbeeld € 74.000,- zal bedragen, dan zal een deeltijder met een dienstverband van 0,6 fte en een salaris van  €45.000,-  evenredig aan de aftoppingsgrens slechts tot een salaris van €36.500,- fiscaal vrij pensioen mogen opbouwen. In het extreme geval geldt ook dat een deeltijder met een dienstverband van 0,2 fte, maar met een salaris van € 15.000,-, slechts over € 12.200,- pensioen fiscaal vrij zou mogen opbouwen. Deze plannen raken dus zeker niet alleen de zogenaamde hoge inkomens, maar raken onder meer de sector onderwijs waarin veel deeltijders werkzaam zijn!

Laten we eens kijken hoe de verschillende partijen over ons salaris denken.

GroenLinks en ook de PvdA willen dat werknemers straks over hun salaris boven twee keer modaal de pensioenpremies niet langer kunnen aftrekken. Dat komt in 2017 neer op een aftopping van €74.000 op jaarbasis. ChristenUnie en SGP leggen de grens nog iets lager, op anderhalf keer modaal (€55.500). De SP wil een aftopping op het belastingtarief voor premieaftrek introduceren van 40,4%. D66 wil de grens voor verplichte pensioenopbouw volgens de CPB-stukken zelfs verlagen naar het maximumdagloon (€ 53.705)!

Werknemers kunnen bij de PvdA en bij D66 overigens nog wel vrijwillig fiscaal gefaciliteerd sparen tot de huidige aftoppingsgrens van €100.000. Maar de huidige regelingen maken die optie zeer onaantrekkelijk.

Wat betekent dit voor uw portemonnee?

   

2017

 Aftoppingen 2018

1

Pensioengevend inkomen

103.317

74.000

55.500

2

Premiebijdrage werkgever 70%

13.318

8.988

6.255

3

Premiebijdrage werknemer 30%

5.708

3.852

2.681

4

Pensioenopbouw OP €

1.691

1.141

794

5

Pensioenopbouw PP €

1.183

799

556

 

 

 

 

 

 

Stel, in 2017 verdient u € 103.317,-. Bij dat inkomen hoort in 2017 een opbouw ouderdomspensioen (OP) van € 1.691,-. Vervolgens wordt in 2018 de aftoppingsgrens op € 74.000,- gezet. Volgens de rekenwijze die nu in 2017 geldt, komt dan de opbouw van uw ouderdomspensioen uit op € 1.141,- een pensioenschade van € 550,- in één jaar. Uw partnerpensioen (PP) wordt ook geraakt omdat de opbouw partnerpensioen 70% van uw ouderdomspensioen bedraagt. De PP schade bedraagt € 385,-.

Voor het ouderdomspensioen geldt dat die 550 euro het bedrag is dat u jaarlijks vanaf uw pensioendatum van ABP zou krijgen zo lang u leeft. Na 10 jaar verlaagde aftoppingsgrens is de pensioenschade al opgelopen tot € 5.500,- minder pensioen per jaar levenslang vanaf pensioendatum.

Voor het partnerpensioen dat tot uitkering komt bij uw overlijden vóór uw pensioendatum geldt dat er een overval wordt gepleegd door de verlaagde aftopping. Het PP wordt namelijk berekend op basis van verleden én toekomstige dienstjaren tot aan pensioendatum. In het rekenvoorbeeld is de PP-schade € 385,- per jaar. Stel dat u vroeg overlijdt, bij voorbeeld als u pas 33 jaar bent. Bij uw overlijden op deze jonge leeftijd wordt het PP mede berekend over de toekomstige deelnemersjaren tot uw pensioendatum van nu 67 jaar. Dat zijn dan 34 jaren keer € 385,- = € 13.090,- per jaar PP minder voor uw partner, en wel levenslang!

Arbeidsvoorwaardenschade in geld

In het rekenvoorbeeld is de totale pensioenpremie € 19.025,-. Van die premie betaalt uw werkgever 70%, ofwel € 13.318,-. Bij verlaging van de aftoppingsgrens daalt de totaalpremie tot € 12.839,- en de bijdrage werkgever 70% daalt naar € 8.988,-. Uw arbeidsvoorwaardenpakket daalt in één jaar met € 4.330,- in waarde.

De 30% van de premie die u zelf betaalt komt via een verlaagde inkomensbelastings-afdracht bij u terug in de portemonnee. Echter, de verlaging van de werkgeverbijdrage van € 4.330,- vloeit in eerste instantie terug in de kas van de werkgever. En probeer het daar maar weer uit te krijgen, dit is immers arbeidsvoorwaardengeld! Bij de aftopping op een ton hebben we onze les geleerd. In vele sectoren is het werkgeverdeel van de premie boven een ton nooit terug gekeerd naar de deelnemers met een inkomen boven een ton, maar keerde dat terug  in de totale pot van arbeidsvoorwaardengeld. In sommige sectoren heeft de werkgever het overigens wel terug gegeven aan de betreffende groep werknemers, bij weer andere is dat deels gebeurd.

Onderwijs

Wanneer we het hebben over aftoppen op twee keer modaal, dan heb je het over de schalen 12 en hoger, ook als je bijvoorbeeld maar 0,6 fte werkt. Als men de plannen gaat uitvoeren zal dat vele werknemers in het onderwijs gaan treffen in de portemonnee.

Zie hier de gevolgen voor collega Freek, werkzaam in schaal 12[8] (fulltime €75.150). We toppen af op €74.000 euro (plannen Groen Links en PvdA) en op €53.705 euro, zoals D66 voorstelt. De pensioenschade is groot: de opbouw van het ouderdomspensioen zakt met €403 euro bij uitvoering van de plannen van D66 en er vloeit voor de werkgever €3.167 euro terug in de arbeidsvoorwaardenmiddelen!

Voor onze collega Marianne in schaal 12, die haar baan combineert met zorgtaken en daarom 0,6fte werkt, moeten we ook aftoppen, ondanks dat zij met het salaris van 3 dagen werken helemaal niet over de aftoppingsgrens heen gaat! Haar opbouw zakt met €241 euro wat procentueel neerkomt op een vermindering van 34,6%.

Maar zoals gezegd, hoe lager de grens hoe meer collega’s geraakt zullen worden. Met de plannen van D66 worden ook de collega’s in schaal 11 en schaal 10 geraakt. Weer twee voorbeelden, waarbij Simon fulltime werkt (€ 56.800) en collega Els wederom ervoor gekozen heeft parttime te werken. Omdat het salaris van Els lager is dan € 39.056 euro, bouwt zij via een andere systematiek op . Ook hier wordt er minder opgebouwd, Simon bouwt €58 euro minder op en Els €32 euro, hetgeen toch respectievelijk 7,1% en  6,7% minder is. Ook hier vallen er weer middelen vrij die in de kas van werkgever terecht komen: respectievelijk 457 euro en 274 euro.

Deze plannen raken dus zeker niet alleen de zogenaamde hoge inkomens, maar raakt de sector onderwijs ook extra hard, mede vanwege de hoge aantallen parttimers die ook minder pensioen mogen opbouwen terwijl de hoogte van het salaris (ver) onder de aftoppingsgrens zit.

 

   

Freek

   
   

schaal 12 (2017)

Aftoppen 74.000

Aftoppen 53.705

1

Pensioengevend inkomen

€ 75.150

€ 74.000

€ 53.705

2

Premiebijdrage werkgever 70%

€ 9.157

€ 8.988

€ 5.990

3

Premiebijdrage werknemer 30%

€ 3.925

€ 3.852

€ 2.567

4

Pensioenopbouw OP €

€ 1.163

€ 1.141

€ 760

5

Pensioenopbouw PP €

€ 814

€ 799

€ 532

 

   

Marianne

   
   

Schaal 12 0,6fte (2017)

Aftoppen 74.000

Aftoppen 53.705

1

Pensioengevend inkomen

€ 45.090

€ 74.000

€ 53.705

2

Premiebijdrage werkgever 70%

€ 5.494

€ 5.393

€ 3.594

3

Premiebijdrage werknemer 30%

€ 2.355

€ 2.311

€ 1.540

4

Pensioenopbouw OP €

€ 698

€ 685

€ 456

5

Pensioenopbouw PP €

€ 488

€ 479

€ 319

 

   

Simon

 
   

Schaal 10

(2017)

aftoppen 53.705

1

Pensioengevend inkomen

€ 56.800

€ 53.705

2

Premiebijdrage werkgever 70%

€ 6.447

€ 5.990

3

Premiebijdrage werknemer 30%

€ 2.763

€ 2.567

4

Pensioenopbouw OP €

€ 818

€ 760

5

Pensioenopbouw PP €

€ 573

€ 532

 

   

Els

 
   

Schaal 10

0,6fte (2017)

aftoppen 53.705

1

Pensioengevend inkomen

€ 34.080

€ 53.705

2

Premiebijdrage werkgever 70%

€ 4.103

€ 3.829

3

Premiebijdrage werknemer 30%

€ 1.758

€ 1.641

4

Pensioenopbouw OP €

€ 473

€ 441

5

Pensioenopbouw PP €

€ 331

€ 309

 



 

In 2015 is de Stichting ‘Ieder mbo een practoraat’ opgericht. Doel van de stichting is om de oprichting en inrichting van practoraten in het mbo te stimuleren en te ondersteunen. Practoraten willen een scharnierfunctie vervullen tussen de innovatie van de beroepspraktijk waarvoor het mbo opleidt en vernieuwing van het onderwijs. Dichtbij huis en dichtbij de regio: onderzoekend en samen lerend. Kennisontwikkeling en kennisdeling zijn daarin essentiële componenten.



In deze documentaire wordt met tal van kopstukken uit onderwijs en bedrijfsleven de term practoraat omschreven en gewaardeerd. Aan het woord komen John van der Vegt (CvB ROC van Twente), Karoline Wiegerink (Practor Hospitality Experience), Rob Schuur (CvB Noorderpoort), Bas Derks (Ministerie OCW), Jorick Scheerens (Practor Sociale Media/Stichting 'Ieder mbo een practoraat'), Hans Schutte (Directeur-generaal OCW), Jet Bussemaker (Minister van Onderwijs), Frans Leijnse (introduceerde lectoraten in het HBO), Michaël van Straalen (Voorzitter MKB-Nederland), Han Smits (CvB Mediacollege Amsterdam), Marc van der Meer (Wetenschappelijk adviseur voor de MBO-sector), Marieke Gervers (Practor Creatief Vakmanschap), Ton Heerts (Voorzitter MBO Raad), Doekle Terpstra (aanjager Techniekpact/Zorgpact) en Marjolein Held (Voorzitter BVMBO)



 

Op maandag 6 maart jl. is de CAO Dyade 2017 ondertekend. Daarmee is definitief een einde gekomen aan de cao-loze periode bij Dyade.
De vorige cao liep namelijk al af in 2012. De tekst van de CAO Dyade 2017 vind je HIER!
De UNIENFTO en de andere bonden zijn al met de werkgever begonnen aan de contouren voor een geheel nieuwe cao na 2017. U hoort hier binnenkort meer over, want we willen de leden nauw bij dat proces betrekken..

Op woensdag 12 april 2017 van 13.00 tot 17.00 uur organiseert het Programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken van het ministerie van SZW een themabijeenkomst Leren en Opleiden. De bijeenkomst vindt plaats bij het ministerie van SZW, Parnassusplein 5 in Den Haag.


Schrijf je nu in!

Gezond en veilig werken begint al in de opleiding. Bedrijven en onderwijsinstellingen werken op veel plaatsen al samen om de aansluiting van opleiding naar werkvloer goed te laten verlopen. Uit recent onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW blijkt dat mbo-studenten en (leer-)bedrijven vinden dat het aanleren van gezond en veilig werken in de beroepsopleiding beter kan. Dat ervaren ze vooral als ze stage gaan lopen of een leerwerkplek starten. Studenten geven bijvoorbeeld aan dat zij (ook) zouden willen leren hoe het gesprek aan te gaan met leidinggevende en collega's over gezond en veilig werken.

Tijdens deze interactieve bijeenkomst gaan branches, bedrijven en mbo-instellingen met elkaar in gesprek over het verbeteren van de aansluiting tussen beroepsopleidingen en de werkvloer als het gaat om gezond en veilig werken. Wat is er nodig om dit te versterken? Welke successen en uitdagingen ervaren branches, bedrijven en onderwijsinstellingen hierbij? En hoe draag jij hieraan bij vanuit jouw rol als branche, bedrijf of onderwijsinstelling? We verkennen met elkaar welke vaardigheden en competenties er nu en in de toekomst nodig zijn en hoe je het aanleren van gezond en veilig werken bij alle partijen op de agenda krijgt en houdt.
 
Je maakt tevens kennis met enkele inspirerende praktijkvoorbeelden van samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en ketenpartijen, zoals het initiatief RDM Training Plant van Deltalinqs.In samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven wordt in het hart van de Rotterdamse haven een levensechte trainingsfaciliteit gebouwd voor mbo- en hbo-studenten en bestaand personeel in de petrochemische en procesindustrie.

Reserveer je de middag van 12 april in je agenda?
Meld je hier aan voor de bijeenkomst. Stuur de uitnodiging gerust door aan andere geïnteresseerden.
 
We hopen je op 12 april vanaf 13.00 uur te mogen begroeten bij het ministerie van SZW, Parnassusplein 5, in Den Haag.
 
Graag tot dan!
Rob Triemstra, plv. directeur Gezond en Veilig Werken

Meer informatie over het Programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken: www.gezondenveiligwerkt.nl
Voortbouwend op bestaande kennis en ervaring is het ministerie van SZW het Programma Zelfregulering Gezond en Veilig Werken gestart. Doel is een beweging te creëren zodat werkgevers en werknemers zelf initiatief nemen om gezond en veilig werken blijvend te verbeteren.

 

De minister van Onderwijs moet snel duidelijk maken wat de betekenis is van de ‘hoofdlijnen van de begroting’ in het mbo. Sinds dit jaar hebben ondernemingsraden op deze hoofdlijnen instemmingsrecht. De huidige definitie van het begrip leidt echter tot veel meningsverschillen. 

In een brief aan de Tweede Kamer schrijven de UNIENFTO en de andere bonden die actief zijn in het mbo dat de minister zo snel mogelijk een heldere definitie moet geven van de hoofdlijnen: ‘De ervaring in het hbo leert dat er sprake is van een groot verschil in uitleg tussen de instellingen in deze sector. Het onderwijs is niet gediend met dergelijke onduidelijkheid.

De bonden willen dat de definitie wordt vastgelegd in de wet en vragen of de minister dit wil doen via een Algemene Maatregel van Bestuur. Dat moet snel gebeuren, want er zijn nu al flinke meningsverschillen tussen mbo-werkgevers en ondernemingsraden over waar ze nu precies instemmingsrecht op hebben.

Voor de brief, KLIK HIER……..

 

Ziekteverzuim. 

Het is voor niemand een pretje. Hoe zat het ook alweer met voorkomen en genezen? Dat wil immers iedereen. Om die wens kracht bij te zetten organiseert de Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO SOM op 21 en 28 maart in de avond een webinar voor leidinggevenden. In slechts twee keer een uurtje bent u op de hoogte van de actualiteit. Ook ontvangt en deelt u praktische tips. Alles in een effectieve en laagdrempelige leeromgeving. 

Het webinar bestaat uit twee delen.

dinsdag 21 maart, 20.00 – 21.00 uur

Over voorbeelden van verzuimsituaties.

Welke aanpak kiezen leidinggevenden daarbij?

Wat mag wel, wat mag niet? 

dinsdag 28 maart, 20.00 – 21.00 uur

Over leiderschap en het beïnvloeden van de cultuur van uw team.

 Tips om elkaar aan te spreken en de betrokkenheid van medewerkers te vergroten.


U bent van harte uitgenodigd om deel te nemen!
Meer weten? Klik op deze link voor achtergrondinformatie en aanmelden.
Bent u enthousiast? Deel dan vooral deze uitnodiging met collega leidinggevenden.


Met vriendelijke groet,  

SOM – Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO

 
 
 

Het geld dat vrijkomt door de afschaffing van de studiefinanciering moet ten goede te komen aan de kwaliteit van het wetenschappelijk en hoger onderwijs. Daarvoor pleiten vier vakorganisaties (o.a. UNIENFTO en VAWO) en drie vakcentrales (VCP, FNV en CNV) in een brief aan de Tweede Kamercommissie OCW. Volgens de drie vakcentrales is de werkdruk enorm gegroeid: er zijn meer studenten bijgekomen maar nauwelijks meer docenten. Daarnaast is de flexibilisering  doorgeslagen en is er sprake van massaal onderwijs op universiteiten en hogescholen.

Kleinschalig en uitdagend onderwijs
Tijdens de invoering van het leenstelsel, in 2015, was de belofte dat de kwaliteit van het wetenschappelijk en hoger onderwijs omhoog zou gaan. De vakorganisaties vinden dat deze belofte gestand moet krijgen door te investeren in kleinschalig en uitdagend onderwijs en kritisch ongebonden onderzoek met aandacht voor persoonlijke ontwikkeling. De beloofde 4000 extra docenten moeten er in elk geval komen, schrijven de vakcentrales.

Meer vaste banen
Ook stabiele en structurele bekostiging van het hoger onderwijs is van groot belang, want hiermee kan de enorme toename van flexibilisering binnen het hoger onderwijs worden gestopt. Er moeten meer vaste banen, stabiele contracten en carrièrepaden in het hoger onderwijs komen. Bovendien moet in het wetenschappelijk onderwijs een groter deel van de middelen naar de eerste geldstroom, zodat er kan worden geïnvesteerd in structurele academische posities van universitaire (hoofd)docenten.

Samenwerking beroepenveld
Verder willen de vakorganisaties afspraken over kwaliteit maken die vooral regionaal moeten worden vormgegeven in samenwerking met het beroepenveld (studenten, vakorganisaties, bedrijven en maatschappelijke organisaties), waarbij de eindverantwoordelijkheid van het onderwijs bij de onderwijsinstellingen blijft. De huidige prestatieafspraken houden te weinig rekening met kwaliteitsopvattingen van studenten, docenten en het ondersteunend personeel.

Bestedingsnorm
Als laatste dienen er landelijke normen voor de besteding van de lumpsum te komen, het geld dat het onderwijs mag besteden aan personeel en materiaal. De huidige bestedingsvrijheid van besturen leidt ertoe dat er nu geen garanties zijn dat middelen ook daadwerkelijk naar onderwijs gaan. 

U bent van harte welkom op het Nationaal Onderwijsdebat van de Stichting van het Onderwijs waar o.a. Paul van Meenen (D66), Diederik Olders (SP), Michel Rog (CDA), Karin Straus (VVD), Loes Ypma (PvdA) en Rik Grashoff (GroenLinks) met elkaar en met u in debat gaan over de meest actuele onderwijsthema’s onder leiding van Clairy Polak. Daarnaast spreekt Cees Oudshoorn, algemeen directeur VNO-NCW, in een column over het belang van investeren in onderwijs.

Locatie en ontvangst

Maandag 6 februari 2017 van 18.30 tot 20.30 uur in Nieuwspoort Den Haag.

Vanaf 17.45 uur staat een broodmaaltijd klaar en na afloop is er een borrel.

Deelname is gratis, het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!!

Stichting van het Onderwijs: voor toegankelijk en flexibel onderwijs

Als platform van alle werkgevers- en werknemersorganisaties in het onderwijs organiseert de Stichting van het Onderwijs dit debat om, net als in de verkiezingstijd vier jaar geleden, onderwijs hoog op de politieke agenda te houden.

In aanloop naar de verkiezingen doet de Stichting een oproep aan de politiek tot een aantal sectoroverstijgende maatregelen en investeringen. Om samen de brede opdracht van het onderwijs elke dag te kunnen realiseren, staan we voor toegankelijk en flexibel onderwijs dat gelijke kansen biedt. Onderwijs waarbij we de talenten van èlke leerling en student optimaal ontwikkelen, ongeacht afkomst of opleidingsniveau van ouders. Dat vraagt om keuzes. Hoe kijken politici aan tegen bijvoorbeeld een ontwikkelrecht voor alle kinderen vanaf 2 jaar, de scholing van kwetsbare groepen en werknemers en de wijze van verantwoording van onderwijsinstellingen? Hoe bewaken we de hoge kwaliteit van ons onderwijs, welke ruimte krijgen de onderwijsprofessionals en moet er meer geïnvesteerd worden in onderwijs of juist niet?

Daarover gaan we met de onderwijswoordvoerders, de voorzitters van de sociale partners in het onderwijs en met u in debat.

Van primair tot academisch onderwijs

Het debat is voor iedere betrokkene bij het primair onderwijs tot en met het academisch onderwijs, van docent tot bestuurder tot leerling of student.

De arbeidsmarktplatforms werken voor en samen met werkgevers en werknemers in het onderwijs. Zij worden bestuurd door de sociale partners (werkgevers en werknemers) in het onderwijs waaronder de UNIENFTO / FvOv.

Samen met scholen zetten de arbeidsmarktplatforms zich in om vraagstukken op te lossen op het gebied van:

• arbeidsmarkt;

• mobiliteit;

• professionalisering;

• veilig, gezond en vitaal werken.

Zij ondersteunen schoolbesturen, directies, P&O-ers, mr-en, arbocoördinatoren, maar ook docenten, oop’ers en sociale partners.

Arbeidsmarktplatform PO, Voion, Som en Zestor ontsluiten kennis, doen onderzoek, ontwikkelen nieuwe instrumenten en adviseren en begeleiden scholen in (pilot)projecten. Ook initieren en faciliteren ze netwerken op verschillende niveaus, publiceren ze good practices en bieden ze trainingen aan.

 

ARBO-catalogussen

Voortgezet onderwijs      Middelbaar beroepsonderwijs      Hoger beroepsonderwijs

Recente berichten

Onderwijsatlas toont recente en toekomstige arbeidsmarktontwikkelingen

Dalende leerlingenaantallen, vergrijzing, tekortvakken, onbevoegd gegeven lessen, rendement van lerarenopleidingen, werktevredenheid. Thema’s die de aandacht vragen in het voortgezet onderwijs. De Onderwijsatlas voortgezet onderwijs laat aan de hand van grafieken en kengetallen een samenhangend beeld van recente en toekomstige ontwikkelingen rond deze thema’s zien. … Lees meer

Arbeidsmarkt primair onderwijs in beeld

Bijna tachtig procent van de onderwijsondersteuners, leerkrachten en schoolleiders in het primair onderwijs is tevreden tot heel tevreden met hun baan. Zij zijn het meest te spreken over de inhoud van het werk, de samenwerking met collega’s en de mate van zelfstandigheid. … Lees meer

Vernieuwde website voor iedereen die leraar wil worden

Iedereen die leraar wil worden in het voortgezet onderwijs vindt op www.wordleraarinhetvo.nl informatie over het leraarschap en de weg daar naartoe. De website is onlangs vernieuwd en is nu ook gebruiksvriendelijk voor bezoek via smartphone en tablet.

Wordleraarinhetvo.nl geeft op basis van iemands achtergrond, … Lees meer

De CAO SBB 2016 heeft met name in het teken gestaan van de harmonisatie van de diverse arbeidsvoorwaardenregelingen waarmee SBB, vanwege de overgang van medewerkers afkomstig van de Kenniscentra en de hieraan gelieerde rechtspersonen, werd geconfronteerd. Om die reden is gekozen om geen extra vernieuwingen te introduceren in de nieuwe CAO SBB en de focus te leggen op een algemene salarisverhoging.

De directie van SBB en AOb, FNV Overheid, CNV Onderwijs en de UNIENFTO / FvOv hebben op 22 december 2016 een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe CAO-SBB met een looptijd van 1 jaar, namelijk van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.

Loonontwikkeling

Alle medewerkers van SBB krijgen met ingang van 1 januari 2017 een loonsverhoging van 1,55%.

Daarnaast worden per 1 januari 2017 de lonen verhoogd met 1% vanwege de vrijval van pensioenpremie. Deze loonsverhoging is een uitvloeisel van de afspraak in de preambule van de CAO-SBB 2016 dat een eventuele vrijval van pensioenpremie vanwege een andere wijze van indexeren van het ABP-pensioen ten goede komt aan de medewerkers.

De totale loonsverhoging per 1 januari 2017 komt hiermee uit op 2,55%.

Bovendien ontvangen alle medewerkers die op 1 december 2016 in dienst zijn van SBB vanwege de vrijval van de pensioenpremie over geheel 2016, in januari 2017 een éénmalige uitkering van 1,1%, die overeenkomt met het extra loon dat de medewerker zou hebben ontvangen wanneer de schaallonen per 1 januari 2016 met 1,1% zouden zijn verhoogd.

Reparatie versobering WW en Participatiebanen

In de nieuwe cao zijn daarnaast nadere afspraken gemaakt over de private aanvulling op de WW, waardoor de versobering van de wettelijke WW in duur en opbouw wordt gerepareerd en over het onderzoeken van de mogelijkheid om medewerkers te benoemen in het kader van de Participatiewet/Wet banenafspraak.

Ledenraadpleging vakbonden

Op 10 januari 2017 zullen de vakbonden het bereikte akkoord gezamenlijk toelichten en positief voorleggen aan hun leden. Deze ledenraadpleging vindt plaats bij SBB, Louis Braillelaan 24, 2719 EJ Zoetermeer van 17.00 uur tot 18.00 uur.

Elke vakbond neemt nog contact op met zijn eigen leden over de instemmingsprocedure van het onderhandelaarsakkoord.

Het kabinet van VVD en PvdA maakt 330 miljoen euro vrij om ambtenaren volgend jaar te compenseren voor de stijging van de pensioenpremie. Dat heeft de ministerraad vrijdag 25 november 2016 besloten, zei minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën na afloop. Ambtenarenpensioenfonds ABP maakte donderdag bekend dat het de pensioenpremie volgend jaar structureel verhoogt omdat het fonds er niet goed voor staat. 

Loonsverhoging

Door de maatregel van het kabinet kunnen de salarissen toch nog stijgen, aldus de bewindsman. ‘Als je er geen extra geld bijlegt gaat dat ten koste van de loonsverhoging’, aldus de minister. ‘Dat zou betekenen dat leraren, soldaten, politiemensen allemaal geen loonsverhoging zouden krijgen. Dat vinden wij voor deze tijd slecht te verantwoorden. Mensen hebben lang op de nul-lijn gezeten. Dat willen we niet meer.’ Het geld moet worden ingepast in de Voorjaarsnota, zei premier Mark Rutte.

Bezuinigingen

Door de premieverhoging dreigde volgens hem een bezuiniging bij politie en onderwijs. Dat is nu voorkomen. Verder blijft er door de stap loonruimte in andere overheidssectoren, aldus Rutte. De premie van het ABP is nu nog 18,8 procent en dat wordt volgend jaar 21,1 procent van het loon waarover pensioen wordt gespaard. Verder heeft het fonds met 2,8 miljoen deelnemers ook besloten dat de pensioenen komende vijf jaar niet of nauwelijks kunnen meegroeien met de gemiddelde prijsontwikkeling (indexatie).

 

De op 1 december gepubliceerde CBS-cijfers tonen aan dat het mbo een volwaardige beroepsroute is. Ton Heerts, voorzitter MBO Raad: “84% van de vmbo’ers kiest voor een opleiding in het mbo. 16% gaat naar het havo. Het inkomen van de ouders lijkt nauwelijks invloed te hebben op deze keuze.”

Volgens Heerts laten de cijfers zien hoe het mbo succesvol bijdraagt aan meer gelijke kansen. “Er zijn twee routes naar het hbo: de havo en het mbo. Uit de cijfers van CBS blijkt dat het inkomen van de ouders nauwelijks invloed heeft op de keuze voor de route: het merendeel van de vmbo’ers kiest voor het mbo. Dat bewijst des te meer dat het mbo de belangrijkste leverancier is van vakmensen voor de arbeidsmarkt, van maatschappelijk bewuste deelnemers aan onze samenleving en een uitstekende route biedt naar vervolgonderwijs.

Na afronding van een beroepsopleiding kiest 37% van de mbo’ers voor een vervolgopleiding op het hbo. Heerts: “De andere 63% van onze studenten maakt de stap naar de arbeidsmarkt of kiest een vervolgopleiding binnen het mbo.” Het CBS heeft becijferd dat van de leerlingen die via de gemengde/theoretische (g/t) vmbo-leerweg naar het havo gingen (16%) er uiteindelijk ruim zes op de tien doorstroomden naar het hbo.

Volgens het CBS speelt mogelijk het inkomen van de ouders daar een rol in. Leerlingen uit huishoudens met weinig of juist een hoog inkomen gaan vanuit het vmbo-g/t ongeveer even vaak naar de havo of het mbo. Er zijn echter wel verschillen in de uiteindelijke doorstroom naar het hbo. Van de leerlingen vmbo-g/t uit een huishouden met weinig inkomen zat na vijf jaar 32 procent op het hbo. Van deze leerlingen uit een huishouden in de hoogste inkomensgroep was dit 40 procent.

Ton Heerts: “Dat zijn cijfers om goed in de gaten te houden: wat gebeurt er met die andere jongeren? Verlaten zij zonder startkwalificatie het havo? Wij willen als mbo onze hand uitsteken richting deze jongeren, hun ouders en gemeenten en er alles aan doen om te zorgen dat deze jongeren alsnog een beroepsdiploma te halen en zo hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten. Het mbo biedt kansen voor iedereen!

 

Leven deze vragen ook bij u?

  • Eerder of later met pensioen, wat zijn de gevolgen?
  • Wat is voorwaardelijk pensioen en waar moet ik op letten?
  • Hoe hoog is het nabestaandenpensioen; kan ik nabestaandenpensioen ook uitruilen voor meer eigen pensioen of juist andersom?
  • Kan ik mijn pensioen ook zelf aanvullen?
  • Ik wil zelf berekeningen maken Hoe werkt MIJN ABP?

Pensioen is belangrijk

Onze samenleving verandert voortdurend en uw pensioen verandert mee. Zo zijn de AOW en ABP pensioenleeftijd verhoogd, en kent ABP pensioen vanaf 2014 een lagere pensioenopbouw. Al deze veranderingen vergroten voor iedereen het belang om de juiste keuzes te maken voor het pensioen. Wij vinden het belangrijk dat u weet wat de mogelijkheden zijn met ABP pensioen. Daarom hebben wij als Federatie van Onderwijsvakorganisaties, in overleg met ABP, een voorlichtingsbijeenkomst afgesproken. In deze bijeenkomsten krijgt u onder meer antwoord op bovenstaande vragen.

De FvOV/ABP bijeenkomsten worden gehouden:

  • maandag 16 januari a.s. van 18.00-19.30 uur in Zaandam;
  • dinsdag 31 januari a.s. van 18.00-19.30 uur in Hilversum.

Vanaf 17.30 uur staat een eenvoudige maaltijd voor u klaar!

Aanmelden voor deze bijeenkomsten?

Aanmelden gaat uitsluitend via de ABP-aanmeldservice!

De ABP/FvOv-bijeenkomsten zijn gratis en alleen toegankelijk voor leden.

Vermeld daarom a.u.b. het nummer van uw onderwijsvakorganisatie in het vakje van uw achternaam als volgt:

cijfer spatie achternaam.

De nummering van onze onderwijsvakorganisaties is alfabetisch:

  1. KVLO
  2. LBBO
  3. Levende Talen
  4. NVLF
  5. NVON
  6. NVOP
  7. NVS-NVL
  8. NVvW
  9. UNIENFTO
  10. VLS
  11. VONKC

Om u aan te melden klik hier

 

De pensioenpremie gaat komend jaar omhoog. ABP heeft de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor 2017 vastgesteld op 21,1%. De premie is nu 18,8%. Door de huidige financiële situatie, kan ABP de (opgebouwde) pensioenen in 2017 niet verhogen. Dat heeft het ABP-bestuur op 24 november jl. besloten na advies van het verantwoordingsorgaan.

Waarom stijgt de premie in 2017?

In 2017 zet ABP een eerste stap op weg naar een structureel hogere premie. De belangrijkste redenen voor de stijging zijn de lage rente en het lagere verwachte rendement de komende jaren. Deze lagere verwachting is meegenomen in de berekening van de premie voor 2017.

Ook het feit dat we steeds ouder worden heeft een verhogend effect op de premie. Tot slot hebben de veranderingen in de samenstelling van de actieve deelnemers een klein effect op de premie. Een voorbeeld hiervan is dat mensen langer werken waardoor de gemiddelde leeftijd van actieve deelnemers licht is gestegen.

Wat betekent de premiestijging voor mij?

Voor een ABP-deelnemer met een maandinkomen van € 3.500 bruto betekent de verhoging van de premie in 2017 dat hij per maand ongeveer € 11 netto meer betaalt.

Geen indexatie

Door de huidige financiële situatie kan ABP de pensioenen in 2017 niet verhogen met de prijsontwikkeling. Daarvoor is de beleidsdekkingsgraad, 92,0% op 31 oktober 2016, niet voldoende. Om te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad minimaal 110% zijn.

KLIK HIER voor een overzicht van de ABP-premies voor 2017.

 

Wilt u liever niet te veel betalen voor uw zorgverzekering? Als lid van de UNIENFTO ontvangt u bij OHRA 9% korting en met de restitutie zorgverzekering heeft u écht vrije zorgkeuze en mag u zelf een zorgverlener kiezen.


Sluit u uw zorgverzekering af via OHRA dan heeft u veel voordelen:

  • 9% korting op de OHRA Zorgverzekering.
  • Écht vrije zorgkeuze: je kiest zelf je zorgverlener.
  • OHRA Gezond: de gratis gezonde aanvulling op uw basisverzekering.
  • Geen medische selectie op alle aanvullende verzekeringen en tandverzekeringen
  • Buitenlanddekking (wereldwijd aanvulling tot 100% bij spoedeisende zorg)
  • Nieuw 2017: vergoeding vervangende mantelzorg en gebruik van mantelzorgmakelaar

Écht vrije zorgkeuze bij OHRA

Veel Nederlanders denken dat ze vrije zorgkeuze hebben. Maar wist u dat nu maar 8% écht vrije zorgkeuze heeft? Met een OHRA Zorgverzekering kiest u altijd zelf welke arts, ziekenhuis of andere zorgverlener u bezoekt. Zonder risico dat u achteraf moet bijbetalen. Vrije zorgkeuze. Altijd. Overal.
 

OHRA Gezond

Heeft u een gezonde levensstijl en gaat u bewust om met uw gezondheid? Dan past de gratis module “OHRA Gezond” goed bij u. Hiermee krijgt u een vergoeding voor een sportmedisch advies en voor een vervolgonderzoek van de Persoonlijke Gezondheidscheck. Meer informatie: www.ohracollectief.nl/cmhf745/270/

Profiteer van 9% korting

Sluit u de OHRA Zorgverzekering af dan krijgt u 9% korting. Direct regelen? Ga naar www.ohracollectief.nl/cmhf745/270/

De Eerste Kamer heeft op 8 november jl. ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel ‘Normalisering rechtspositie ambtenaren’. Voor het voortgezet onderwijs betekent dit dat werknemers in het openbaar onderwijs in de toekomst niet langer onder het ambtenarenrecht, maar net als werknemers in het bijzonder onderwijs onder het private arbeidsrecht op grond van het Burgerlijk Wetboek vallen.

Door de nieuwe wet vallen alle ambtenaren, behalve die van politie, defensie en de rechterlijke macht, onder het normale arbeidsrecht. Het wetsvoorstel neemt de oneerlijke concurrentie tussen openbaar en bijzonder onderwijs weg. Eerder was het zo dat werknemers in het openbaar onderwijs de status van ambtenaar hadden. Daarmee vielen zij buiten de bepalingen van de Wet werk en zekerheid (Wwz) en konden zij de vervanging van zieke leerkrachten veel eenvoudiger regelen dan het bijzonder onderwijs. Ook had het openbaar onderwijs nog niet te maken met de transitievergoeding.

Ontslagrecht verandert

Voor werknemers in het openbaar onderwijs betekent dit dat ook zij straks zullen gaan werken op basis van  tweezijdige arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht met als gevolg dat de Wet werk en zekerheid en het Burgerlijk Wetboek (BW) gaan gelden. Ook gaat voor hen de ketenregeling en het BW-ontslagrecht gelden. Voor het ontslag moet het UWV of de kantonrechter eerst toestemming geven, te weten de preventieve ontslagtoets. De procedure bij ontslag verandert dus, maar de werkgever moet wel – net als onder de regels van het openbaar onderwijs – een in de cao genoemde grond voor het ontslag hebben. In de CAO VO zullen de arbeidsrechtelijke verschillen tussen openbaar en bijzonder verdwijnen.

Invoering van de wet

Tijdens de behandeling van de wet is duidelijk geworden dat het nog jaren zal duren voordat dit alles echt van kracht zal zijn. Er moeten tientallen wetten en honderden regelingen gewijzigd worden. Ook een invoeringswet met daarin ook voor het onderwijs specifieke zaken zal nog goedgekeurd moeten worden.

Op 31 december 2016 loopt de huidige CAO SBB 2016 af. Nadat eerst in de maand oktober een verkennende bespreking heeft plaatsgevonden, zijn op woensdag 23 november jl. de onderhandelingen voor de nieuwe CAO SBB formeel van start gegaan. Dit eerste cao-overleg tussen de SBB-directie en de bonden, waaronder de UNIENFTO, verliep in een goede en constructieve sfeer.

Het volgende cao-overleg staat gepland op donderdag 22 december a.s. SBB en de betrokken vakbonden streven ernaar om nog voor het einde van dit jaar een onderhandelaarsakkoord te bereiken.

De VCP (waarbij ook de UNIENFTO is aangesloten) blijft het kabinet oproepen om te kijken naar meer creatieve oplossingen in het beperken van de rentegevoeligheid van ons stelsel. Uit het onderzoek van het CPB, dat mede op verzoek van de VCP is uitgevoerd, komt naar voren dat de pensioenen ook in andere landen onder druk staan door de huidige lage rente, maar blijkt ook dat Nederland behoorlijk prudent is in vergelijking met andere landen.

Lage rente zet pensioenen onder druk

De huidige lage rente heeft ook in andere landen impact op kapitaal gedekte pensioenen. De wijze waarop andere landen met de lage rente omgaan verschilt behoorlijk. In het onderzoek is sprake van het vervallen van garanties, pensioenverlagingen of minder zekerheden over de hoogte van de pensioenuitkomst. Het CPB merkt op dat Nederland in vergelijking met België, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk behoorlijk prudent is door de pensioenverplichtingen en de voorwaardelijke indexatieambitie met een risicovrije rente te waarderen. Dat roept de vraag op we in Nederland op dit moment niet te prudent zijn bij het bepalen van de kostprijs van pensioen.

Renteswaps de oplossing?

Het CPB geeft aan dat renteswaps een mogelijke oplossing zijn om het renterisico af te dekken. Renteswaps zijn instrumenten waarmee je een lange rente tegen een korte rente kunt uitruilen, of andersom. Deze swaps zijn echter op het moment dat de rente laag staat duur. Fondsen moeten bij het afsluiten van swaps bovendien door aankomende nieuwe regelgeving onderpand aanhouden in de vorm van liquiditeiten of hoogwaardige obligaties en liquiditeitsbuffers. Met als gevolg dat zij minder beleggingsrendement kunnen maken. Mogelijk dat de renteswaps op de korte termijn een beperkte oplossing kunnen bieden, maar het geeft nog geen duurzame oplossing.

Meer creatieve opties denkbaar

Er moet niet te eenzijdig gefocust worden op de voor- en nadelen van renteafdekking en het gebruik van swaps. De VCP is van mening dat naar meer creatieve oplossingen gekeken moet worden. Voorbeelden van meer creatieve oplossingen, die het nader te onderzoeken waard zijn, zijn het uitgeven van pensioenobligaties of hanteren van de kasstroommethode om een beter inzicht te bieden in het gewenste generatie-evenwicht in relatie tot de lage rente. Een duurzame en evenwichtige oplossing is nodig om ongewenste gevolgen van de lage rente op onze pensioenen het hoofd te bieden.

Collectief versus individueel

Het CPB geeft verder aan dat maatregelen tegen deze lage rente vanuit een individueel pensioencontract lastiger te takelen zijn dan in een collectief contract. De VCP pleit er dan ook niet voor niets voor om ook in een toekomstbestendig pensioencontract collectiviteit in een pensioenregeling te behouden door een collectieve buffer aan te houden om pensioenresultaten te stabiliseren. Het heeft als voordeel dat het renterisico beter te ondervangen is en het beleggingsbeleid beter kan worden aangepast op de leeftijd van deelnemers.

Zie hier de link naar het CPB-onderzoek

 

Dalende leerlingenaantallen, vergrijzing, tekortvakken, onbevoegd gegeven lessen, rendement van lerarenopleidingen, werktevredenheid. Thema’s die de aandacht vragen in het voortgezet onderwijs. De Onderwijsatlas voortgezet onderwijs laat aan de hand van grafieken en kengetallen een samenhangend beeld van recente en toekomstige ontwikkelingen rond deze thema’s zien. Landkaarten tonen in één oogopslag de regionale verschillen.

Voion wil de vo-sector ondersteunen bij het realiseren van een goed functionerende arbeidsmarkt met voldoende en goed gekwalificeerd personeel. Kennis van de arbeidsmarkt is daarbij van belang. Met de Onderwijsatlas wil Voion deze kennis op een toegankelijke wijze delen. Aan de hand van 6 thema’s krijgt u een beeld van de arbeidsmarkt in het voortgezet onderwijs, nu en in de toekomst. Hieronder leest u de highlights.

De vraag naar onderwijspersoneel

Waar het voortgezet onderwijs eerst te maken had met groei, zal de komende jaren het aantal leerlingen in veel gebieden gaan afnemen. De werkgelegenheid is de afgelopen jaren licht gestegen. Deze kenmerkt zich net als de leerlingenontwikkeling ook door regionale verschillen. Dit geldt minder voor de vacaturedruk, daar zijn vooral verschillen naar vak. De komende jaren zullen de meeste knelpunten optreden bij scheikunde, natuurkunde, Duits, Klassieke Talen en Frans.

Wie werken in het voortgezet onderwijs?

In vergelijking met het primair onderwijs zijn in het voortgezet onderwijs relatief veel mannen werkzaam. Wel is het aandeel vrouwen de afgelopen jaren toegenomen. De sterkste stijging is zichtbaar bij het directiepersoneel. De gemiddelde leeftijd van het personeel is de afgelopen jaren licht toegenomen. Deze toename is met name zichtbaar onder het directiepersoneel en het onderwijsondersteunend personeel. Maar ook hier zijn weer regionale verschillen.

Bevoegdheid

De laatste jaren zijn er meer leraren in salarisschaal LD gekomen en wordt het merendeel van de lessen bevoegd gegeven. Tussen de verschillende onderwijstypes, vakken en regio’s zijn verschillen zichtbaar in het aandeel bevoegd gegeven lessen. Zo kent het vmbo het laagste aandeel bevoegd gegeven lessen en het vwo het hoogste. Lessen in lichamelijke opvoeding (99,0 procent), Frans (94,3 procent) en geschiedenis (93,8 procent) worden naar verhouding vaak bevoegd gegeven. Het combinatievak Natuurkunde/scheikunde wordt daarentegen juist vaak onbevoegd gegeven (9,7 procent). De hoogste percentages bevoegd gegeven lessen zijn te vinden in delen van Limburg, waar tussen de 93 en bijna 94 procent van de lessen bevoegd wordt gegeven. In de regio Rivierenland worden juist relatief veel lessen onbevoegd gegeven.

De route naar het leraarschap

De afgelopen jaren is het aantal studenten aan de lerarenopleiding licht gestegen. De opleiding tot leraar Engels, lichamelijke opvoeding en wiskunde zijn het meest populair. Frans, scheikunde en Klassieke talen zijn minder populair. Het merendeel van de studenten is in 2014 afgestudeerd in een tweedegraads vakgebied. Afgestudeerden aan de lerarenopleiding vinden de afgelopen jaren minder eenvoudig een baan in het onderwijs. Wel is het beroepsrendement in vergelijking met het cohort afgestudeerden uit 2013 weer licht aan het stijgen. De baankansen voor afgestudeerden verschillen per vak: afgestudeerden in een exact vak of een taal werken een half jaar na afstuderen relatief vaak in het onderwijs. Afgestudeerden lichamelijke opvoeding vinden het minst eenvoudig een baan in het onderwijs.

Verzuim en sociale zekerheid

Het ziekteverzuim in de sector is tot 2015 licht gedaald, terwijl het aantal WIA-uitkeringen en WW-uitkeringen is toegenomen. Het zijn met name jongeren en ouderen die aanspraak maken op de WW-uitkeringen. Wel lijkt het aantal WW-uitkeringen over het hoogste punt heen. Ook in het aantal WW-uitkeringen zijn er regionale verschillen: Limburg heeft de meeste en Flevoland de minste WW’ers.

Tevreden werken in het voortgezet onderwijs

De meerderheid van het personeel is tevreden met hun baan en is zeer bevlogen, maar ervaart tegelijkertijd ook regeldruk. Het personeel is met name tevreden met de mate van zelfstandigheid, de inhoud van het werk en de samenwerking met collega’s. Het minst tevreden is het personeel met de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden, de informatievoorziening binnen de organisatie en de beloning.

Arbeidsmarktplatforms

Met de wetswijziging ‘Beroep Leraar’, inclusief het lerarenregister, bepalen leraren zelf en met elkaar welke leeractiviteiten er écht toe doen. Wat is voor de leraar van belang voor zijn bekwaamheidsonderhoud? Waaraan moeten leeractiviteiten voldoen om mee te tellen voor herregistratie? In de komende maanden stelt de Onderwijscoöperatie, op basis van de inbreng van de beroepsgroep, een voorstel voor herregistratie-criteria en valideringsregels voor het lerarenregister op. Het ontwerptraject start vandaag met een online brainstorm over de vraag welke leeractiviteiten leraren van belang vinden. Begin juli 2017 krijgt de minister van Onderwijs het uiteindelijke voorstel van de beroepsgroep.

Herregistratiecriteria en valideringsregels

Als beroepsgroep staan leraren voor hun kwaliteit: zowel van de individuele leraar als van de gehele beroepsgroep. Met deze wetswijziging wordt bevestigd en wettelijk vastgelegd dat het aan de beroepsgroep is om te bepalen waar het bekwaamheidsonderhoud van de leraar aan moet voldoen, om registerleraar te kunnen blijven. Dit zijn de zogenaamde herregistratiecriteria. Welke leeractiviteiten er toe doen – zoals bijvoorbeeld peer review, zelfstudie, formele opleiding, docent-stage – is ook aan de beroepsgroep om vast te stellen, net als de eisen waaraan deze leeractiviteiten moeten voldoen; de valideringsregels.

Het is aan de beroepsgroep van leraren

In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel staat hierover: ‘Het is de beroepsgroep die de herregistratiecriteria opstelt. Net als bij andere beroepsregisters zijn het immers de beroepsbeoefenaren zelf die het beste kunnen oordelen over de eisen die aan de beroepskwaliteit van leraren moeten worden gesteld. Het is daarmee de beroepsgroep zelf die inhoud geeft aan het register, want het voorstel voor de herregistratiecriteria en werkwijze bij validering wordt na ontvangst door de Minister vastgesteld.’

Draagvlak

Voor een goede werking van het register is het van belang dat het voorstel van de beroepsgroep ook kan rekenen op draagvlak bij de andere belanghebbenden in het onderwijs, zoals schoolleiders en schoolbesturen. Zij zullen gedurende het traject geraadpleegd worden.

Hoe kun je als leraar meedoen aan de brainstorm?

Vanaf 14 november kunnen leraren, via deze link aangeven welke leeractiviteiten volgens hen echt van belang zijn en reageren op dat wat collega’s vinden. De opbrengst van de brainstorm wordt als input gebruikt voor de ontwerpsessies van herregistratiecriteria en valideringsregels, die in december en januari worden georganiseerd. Daarna volgen de fases ‘opstellen conceptvoorstel’, ‘brede veldraadpleging’ en ‘opstellen definitieve voorstel’, waarna het advies van de beroepsgroep begin juli aan de minister wordt aangeboden.

Meer informatie

Van bovenaf opgelegd of van de beroepsgroep? Administratieve last of ‘lean and mean’? Keurslijf of autonomie?

Tegenstanders of sceptici stellen dat het register van bovenaf is opgelegd en dat leraren er vooral een administratieve klus bij krijgen, die niet in het belang van de kwaliteit van het onderwijs is. Ook wordt soms de vertrouwenskwestie in de discussie ingebracht; dat het achterliggende doel van het register zou zijn leraren te kunnen controleren.

Voorstanders zien in het register juist een instrument dat er toe bijdraagt dat leraren meer ruimte krijgen om te werken aan goed onderwijs omdat je als leraar en als beroepsgroep juist meer zeggenschap en eigenaarschap krijgt over je eigen vak en de leeractiviteiten die je volgt om je bekwaamheid bij te houden.

De feiten:

Van bovenaf opgelegd of van de beroepsgroep?

In 2012 zijn de vijf grootste onderwijsvakorganisaties, waaronder de FvOv, gestart met het lerarenregister, als middel om het leraarsberoep een beschermde status te geven en de professionaliteit van de leraar te bevorderen en te beschermen. Wie beweert dat het van bovenaf wordt opgelegd heeft het dus mis, het komt rechtstreeks voort uit de beroepsgroep.

Administratieve last of ‘lean and mean’?

Leraren bepalen welke leeractiviteiten er toe doen, waarop deze worden beoordeeld en wat ervoor nodig is om registerleraar te kunnen blijven. Leraren bepalen wát er in het register staat en hóe het er staat. Het register wordt samen met leraren ontwikkeld en natuurlijk is niemand erop uit om een bureaucratische moloch voor zichzelf te ontwikkelen. Gebruiksvriendelijkheid van het systeem staat dus voorop. Leraren die zich hebben ingeschreven geven vaak aan dat het invullen veel gemakkelijker en sneller ging dan zij vooraf hadden verwacht. Bovendien kunnen registerleraren bijdragen aan verdere verbetering van het register.

Keurslijf of autonomie?

Een van de cruciale punten in het overleg van de afgelopen jaren tussen de Onderwijscoöperatie en OCW was het expliciet vormgeven van de zeggenschap van leraren over hun eigen professionalisering. De Onderwijscoöperatie heeft dit punt volledig binnengehaald: de beroepsgroep – leraren dus – bepaalt zelf de criteria waaraan je moet voldoen om registerleraar te mogen blijven (de herregistratiecriteria), de leeractiviteiten die er toe doen om je bekwaamheid bij te houden (*) én de regels waaraan deze activiteiten moeten voldoen. In het wetsvoorstel is ook vastgelegd dat de werkgever de leraar in staat moet stellen om de activiteiten te ondernemen die nodig zijn om geherregistreerd te kunnen worden. Natuurlijk is het van belang dat het gesprek over professionalisering op school plaatsvindt, tussen schoolleiding, team en leraar. Maar door deze wetswijziging, inclusief de invoering van het beroepsregister, krijgen leraren een veel sterkere positie.

De bal ligt nu in het veld. Het wetsvoorstel brengt de leraar in positie. Die kans kun je als leraar pakken en meedenken en meewerken aan de verdere uitwerking van het register.

De SER wil dat er meer gebeurt om het dalende leerlingenaantal in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo tegen te gaan. Het adviesorgaan pleit voor meer betere voorlichting, meer ruimte voor hybride vormen van beroepsonderwijs tussen bedrijven en scholen en betere regionale samenwerking tussen scholen. Er is een enorme behoefte aan modern geschoolde vakkrachten en de daling van het aantal leerlingen moet dus ook gestopt worden, vindt de VCP.

Voorbereiding op praktijk

Doordat de arbeidsmarkt steeds dynamischer wordt door onder meer digitalisering en andere technologische ontwikkelingen wordt praktijkleren steeds belangrijker. Bovendien zorgt praktijkleren voor een krachtige voorbereiding op de beroepspraktijk. Afgestudeerden van een leerweg met een grote praktijkcomponent, de bbl, hebben dan ook een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Om die reden moeten zowel jongeren als ouderen beter geïnformeerd worden over het succes van de bbl.

Subsidie

Om ook daadwerkelijk meer leerlingen in de bbl te krijgen, is een bijdrage van de overheid ook gewenst. De SER pleit daarom voor het verplicht stellen van een studiebijsluiter in het mbo. Daarnaast pleit het adviesorgaan voor aanpassing van de subsidieregeling voor bedrijven die bbl-deelnemers opleiden. De SER wil vaste subsidiebedragen en de hoogte niet laten afhangen van het aantal bedrijven dat subsidie aanvraagt.

Medezeggenschapsraden en ondersteuningsplanraden kunnen zich samen met hun bestuurder aanmelden voor een Quickstart Medezeggenschap bij het project Versterking medezeggenschap. Voor deze training is subsidie beschikbaar van het ministerie van OCW.

De Quickstart Medezeggenschap bestaat uit een dag- of avonddeel van circa 4 uur op locatie met een gekwalificeerde trainer/adviseur afkomstig van de verschillende onderwijsbonden en besturenraden. Tijdens het eerste deel van de bijeenkomst is ruimte voor de praktische organisatie van de medezeggenschap, zoals het maken van een jaarplanning of een communicatieplan, maar ook eigen onderwerpen kunnen hier aan bod komen. In het tweede deel vindt een gesprek plaats met de bestuurder over de wederzijdse ambities of een onderwerp waar de raad graag met de bestuurder over van gedachten wil wisselen. De bijeenkomsten kunnen het hele jaar door plaatsvinden.

Meer informatie en de voorwaarden

Direct aanmelden

Er vindt altijd een intakegesprek plaats om de training zo goed mogelijk op de wensen van de aanvrager af te stemmen.

Samen opleidingen aanbieden voor mbo-scholen sterk vereenvoudigd

Het wordt voor mbo-instellingen een stuk eenvoudiger om samen opleidingen aan te bieden. De ministerraad heeft daartoe op voorstel van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ingestemd met het wetsvoorstel Samenwerkingscollege (4 november 2016).

Ruim €40 miljoen voor betere aansluiting mbo met bedrijfsleven in de regio

16 samenwerkingsprojecten rondom mbo-scholen in heel Nederland krijgen ruim €40 miljoen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de regio te verbeteren. Hiermee krijgen de mbo-scholen meer gelegenheid om samen met bedrijven innovaties in hun onderwijsprogramma’s een plek te geven (24 oktober 2016).

Er is een toenemende behoefte aan modern geschoolde vakkrachten. Ook is de arbeidsmarkt steeds dynamischer gegeven de digitalisering en andere technologische ontwikkelingen. De SER wil daarom een halt toeroepen aan de terugloop in het aantal leerlingen dat kiest voor de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo. Juist hier liggen kansen voor jongeren en de samenleving als geheel. De Raad pleit in een advies over de toekomst van het beroepsonderwijs voor onder meer betere voorlichting, meer ruimte voor hybride vormen van beroepsonderwijs tussen bedrijven en scholen en betere regionale samenwerking tussen scholen. De Raad roept -gegeven de urgentie- mbo-instellingen, het Ministerie van OCenW, jongereninstellingen, bedrijven en vakbonden op hiermee concreet aan de slag te gaan op alle niveaus.

Bbl goede startpositie op arbeidsmarkt

Werken en leren lopen door de toenemende dynamiek op de arbeidsmarkt meer door elkaar heen. Praktijkleren speelt daardoor een cruciale rol in het beroepsonderwijs. Veel deelnemers ervaren praktijkgericht leren als stimulerend en positief en het geeft een krachtige voorbereiding op de beroepspraktijk. Afgestudeerden van een leerweg met een grote praktijkcomponent, de bbl, hebben dan ook een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Om die reden acht de raad het noodzakelijk om de dalende instroom in de bbl een halt toe te roepen, ook al doet die daling zich niet overal in dezelfde mate voor. In het advies gaat hij dieper in op verklaringen voor die daling, die naar zijn mening niet louter het gevolg is van de economische crisis.

Beter informeren deelnemers en meer bbl-plaatsen creëren

De SER adviseert met voorlichting en gerichte informatie (potentiële) deelnemers beter te informeren over mogelijkheden en kansen van de bbl. Dit geldt zowel voor jongeren als voor volwassenen die zich verder willen scholen via het beroepsonderwijs in het kader van een leven lang leren. In het advies geeft hij tal van concrete suggesties aan onderwijsinstellingen, bedrijfsleven, gemeenten, UWV en SBB voor het beter informeren van de aankomende deelnemers. In het bedrijfsleven zijn goede ervaringen opgedaan met het bevorderen van het aantal bbl-plaatsen in sectoren. Deze ervaringen zijn van grote waarde voor sectoren waar behoefte bestaat aan meer bbl deelnemers. 
De SER doet ten slotte een beroep op scholen en SBB om dit najaar nog een match te regelen tussen het aanbod en de vraag van leerbanen (er zijn meer dan 13.000 leerbanen op Stagemarkt.nl en 10.000 mbo-studenten zoeken een leerbaan).

Hulp van de overheid

De raad vraagt de overheid een bijdrage te leveren aan het stimuleren van de deelname aan de bbl, onder meer door de studiebijsluiter verplicht te stellen in het mbo. Daarnaast geeft hij aanbevelingen voor het verbeteren van de doorstroming in de beroepsonderwijskolom. Verder beveelt hij aan de subsidieregeling voor bedrijven die bbl deelnemers opleiden aan te passen door vaste bedragen te bieden in plaats van de hoogte van de subsidie afhankelijk te maken van het aantal bedrijven dat subsidie aanvraagt. De raad roept ook op tot het wegnemen van negatieve gevolgen van het nieuwe bekostigingsmodel (het cascademodel) voor bbl-ers die willen doorstromen naar een volgend niveau.

Samenwerking bedrijfsleven-onderwijs en nieuwe vormen van praktijkleren

Om beter te kunnen meebewegen met de arbeidsmarkt is volgens de SER een uitstekende regionale samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven nodig, waarbij de scholen eindverantwoordelijk blijven voor het onderwijs. In de praktijk ontstaan innovatieve vormen van publiek-private samenwerking waarin nieuwe vormen van praktijkleren tot ontwikkeling komen. Denk dan bijvoorbeeld aan een zogenoemde hybride leeromgeving waarin theorie en praktijk dichter bij elkaar komen, bijvoorbeeld door theorie op de werkplek te doceren. Om deze kansrijke ontwikkeling verder te stimuleren geeft de SER in het advies aanbevelingen.

Richtinggevende opgaven

In een vervolgadvies wil de raad dieper ingaan op de mogelijkheden die hij ziet voor het verder uitbouwen van de sterke kanten van het Nederlandse beroepsonderwijs. Hij geeft in dit advies een voorzet door enkele richtinggevende opgaven te benoemen. Daartoe rekent hij in ieder geval een betere aansluiting bij de dynamischer arbeidsmarkt, waarvoor een sterke verbondenheid tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven cruciaal is.

Stand van zaken

Het advies Toekomstgericht beroepsonderwijs deel 1 is voorbereid door de Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken, onder voorzitterschap van Mariëtte Hamer. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 20 april jongstleden. Het advies wordt vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering van vrijdag 21 oktober aanstaande.

De NEA – Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden – is een van de grootste periodieke onderzoeken naar de arbeidssituatie van werknemers in Nederland. De reguliere NEA doet verslag van de bevindingen over alle sectoren en de hele onderwijssector. Voion laat tweejaarlijks de resultaten door TNO uitsplitsen voor het voorgezet onderwijs.

Meer conclusies lezen? Kijk op de site bij Voion.

Resultaten: ruim 80% van de werknemers in het vo is tevreden tot zeer tevreden met hun baan en 74% is, alles bij elkaar genomen, tevreden tot zeer tevreden met hun arbeidsomstandigheden. Complete analyse van de NEA.

De Tweede Kamer heeft op dinsdag 11 oktober met grote meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel  ‘Beroep leraar en lerarenregister’. Deze wet verstevigt de positie van de leraar in de school en maakt dat leraren vanaf 2017 verplicht worden geregistreerd in het Lerarenregister.

Met het aannemen van deze wet in de Tweede Kamer is een belangrijke politieke hobbel genomen, er rest nog het laatste woord aan de Eerste Kamer (eind 2016). Hiermee komt een eind aan een traject dat al met al zo’n twee jaar heeft geduurd en waarin de standpunten soms ver uiteen lagen. Vaak spitste zich daarbij de discussie toe op het lerarenregister en deed daarmee in onze ogen geen recht aan de inhoud van de wet. Het register is een sluitstuk van deze wet die met name de leraar in een betere positie brengt in de professionele keten (waarover gaat de leraar en hoe kan de leraar invulling geven aan zijn professionele ruimte).

Deze wet zal niet het antwoord zijn op alle problemen van het onderwijs. Het lerarentekort en het daarmee samenhangende onbevoegd lesgeven worden er niet door opgelost. Dat is door Groen Links en de PvdA onderkend en zij hebben dan ook een motie ingediend waarin om een plan gevraagd wordt waarin de lerarentekorten in alle sectoren worden opgelost. Deze motie is door de Tweede Kamer aangenomen. Onderdeel van deze wet is dat er een aparte kamer komt voor instructeurs in het mbo. Op initiatief van de FvOv is door de PvdA een motie ingediend (en door de Kamer aangenomen) die dit uitbreidt naar (technisch) onderwijsassistenten en instructeurs in po en vo.

De FvOv, een van de lidorganisaties van de Onderwijscoöperatie, vindt deze wet een flinke stap in de goede richting. Gelet op de reacties van de afgelopen tijd zijn we van mening dat er nog wel veel energie zal moeten worden gestoken in de nadere uitleg van deze wet. Vanuit de Onderwijscoöperatie zal daar ook vol op worden ingezet en ook de FvOv en de aangesloten verenigingen zullen daarin hun rol pakken.

Korte historie:  in 2009 hebben de partijen in het overleg over de CAO MBO (MBO Raad en bonden) het Aktieplan LeerKracht in de CAO MBO op twee manieren ‘vertaald’. Een groot deel van het beschikbare geld werd gestoken in een rigoureuze verkorting van de carrièrepatronen: soms van wel 18 stappen naar 12. Voor mensen die al op het maximum van hun schaal zaten, bood dat uiteraard geen soelaas en om die groep tegemoet te komen werd de bindingstoelage in het leven geroepen.

Een werknemer kwam voor de eerste keer voor bindingstoelage in aanmerking indien:

•    hij op peildatum 1 augustus in dienst is, en

•    hij op peildatum 1 augustus gedurende 5 jaar of langer bezoldigd werd volgens het maximumsalaris behorend bij de functie met carrièrepatroon waarin hij benoemd is, tenzij uit een beoordeling blijkt dat er sprake is van onvoldoende functioneren

Wat is er in de CAO MBO 2016-2017 afgesproken over de bindingstoelage en waarom?

Afgesproken is dat de bindingstoelage in de nieuwe CAO MBO niet langer meer zal worden toegekend voor nieuwe instroom. De bindingstoelage is destijds immers opgenomen (in 2009) ter compensatie voor diegenen die niet konden profiteren van de extra verkorte carrièrelijnen en het lineair maken van de salarislijnen.

Ondertussen heeft iedereen kunnen profiteren van alle salarismaatregelen. De bindingstoelage heeft zijn compenserende werking daarmee gehad. Docenten aan wie vanaf 1 augustus 2016 de bindingstoelage zou worden toegekend zouden dubbel profiteren (zij hebben namelijk al voordeel gehad van het inkorten van de salarislijnen en de verhoging van de salarislijnen door het lineair maken). Bovendien was de afspraak dat de bindingstoelage zou blijven bestaan zolang er sprake was dat bepaalde docenten nog recht hadden op compensatie.

Indien de bindingstoelage reeds aan een werknemer is toegekend de afgelopen jaren, dan behoudt die gewoon die bindingstoelage jaarlijks in augustus als salariscomponent.

 

De leden van de vakbonden worden steeds ouder en jonge werknemers voelen zich niet goed (genoeg) vertegenwoordigd door bestaande vakbonden en keren zich af van het arbeidsvoorwaardelijke overleg of beginnen juist tegen het succesvolle poldermodel aan te schoppen. Immers dat overleg tussen werkgevers en werknemers levert voor jonge werknemers geen vaste baan, scholingsmogelijkheden of passende verlofregelingen op. Dit zijn kreten die vaak in de media te horen zijn, maar ook de jongeren zelf geven aan weinig inspraak te hebben. De Vakcentrale voor Professionals (VCP) spreekt vaak jongeren die een mening hebben over de landelijke sociaal-economische onderwerpen, maar zij voelen zich vaak niet vertegenwoordigd. Om die reden is binnen de VCP een groep jonge werknemers opgestaan en heeft de VCP Young Professionals opgericht met als doel hen een stem in de polder te geven.

VCP Young Professionals is een vereniging die de belangen van Young Professionals behartigt. Deze professionals zijn over het algemeen jonge werknemers met relatief korte werkervaring en een middelbare of hogere opleiding uit vele verschillende sectoren en branches. Zij willen graag een stem hebben in de polder en doen dit o.a. via het SER Jongerenplatform en het Pensioenlab. Verder laten zij zich horen, in samenwerking met andere jongerenbonden, door bijv. een jongerenakkoord. Op deze manieren kunnen zij hun mening geven over onderwerpen zoals robotisering, verlofregelingen, contracten maar ook pensioenen.

Als nieuwe woordvoerder van de VCP Young Professionals vindt Isabel Lieverse, jurist bij PGGM, het van belang om jongeren meer te betrekken bij verschillende onderwerpen. Jongeren worden niet vaak benaderd bij een onderwerp zoals pensioenen. Pensioenfondsen (ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen) moeten daarom hun besturen en verantwoordigingsorganen meer open stellen voor jonge werknemers. Zonder echte invloed ook geen echte betrokkenheid. Isabel haar doel is om dit onder andere via de Pensioenkweekvijver en het Pensioenlab het bewustzijn van pensioenen onder jongeren te vergroten. Nu het Pensioenlab weer van start gaat, kunnen jonge leden van de FvOv-onderwijsvakorganisaties ook direct meedenken en adviseren over pensioenkwesties.

Jonge leden van de FvOv zijn van harte welkom om mee te praten over landelijke sociaal-economische onderwerpen, zoals over pensioenen bij het Pensioenlab. Dit kan via de VCP Young Professionals. Als lid van de FvOv zijn hier geen kosten aan verbonden.

Heb je interesse om mee te praten of mee te denken dan kan je dat laten weten aan Elwin Wolters.

Meer informatie over en aanmelden voor de VCP Young Professionals is hier te vinden.

 

De vier Leraren van het Jaar 2016 zijn: Joke de Jong (vo), Daisy Mertens (po), Merel Brugman (mbo) en Anna Hinkema (so/vso).  Onder luid applaus van hun leerlingen en collega’s namen de vier winnaars vanmiddag hun award in ontvangst, uit handen van minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De winnaars zijn allemaal uitblinkers in hun vak en gaan komend jaar op pad als ambassadeur van het onderwijs (op foto vlnr Joke, Daisy, minister, Merel, Anna).

PO: Daisy Mertens, BBS De Vuurvogel in Helmond

Als leraar doet zij alles wat ertoe doet in de klas. De effectieve leertijd in de groep is optimaal. Daisy betrekt de leerlingen bij de inrichting van hun eigen leerproces en neemt daarbij een coachende rol aan. Daarom zijn zowel inzet als eigenaarschap bij haar kinderen super hoog. Ze heeft hoge verwachting van de zelfstandigheid van de kinderen. Verder is ze reflectief en constant op zoek naar verbetering van het onderwijs. Een kind zegt: “Juf Daisy stimuleert ons om elke les te evalueren met ons oogmaatje en verwacht hierbij dat we kritische vragen stellen aan elkaar. Hierop krijgen wij steeds feedback

SO: Anna Hinkema, Dr. J. de Graafschool in Groningen

Zowel leerlingen als collega’s zijn enthousiast over haar als leerkracht en als begeleider. Ze is gedreven om kennis en ervaring met betrekking tot het speciaal onderwijs te delen: “Ik begeleid leerlingen op weg naar de juiste bestemming en wil ervoor zorgen dat alle leerlingen een goede plek krijgen.” Anna werkt op een school met leerlingen die slechthorend zijn, een stoornis in de taalontwikkeling of in het autistisch spectrum hebben. Daarnaast is ze ook ambulant begeleider in het reguliere onderwijs, waar ze medewerkers begeleidt die een cluster-leerling in de groep hebben. Anna heeft echt passie voor de leerlingen.

VO: Joke de Jong, Het Schoter in Haarlem

Deze nieuwe Leraar van het Jaar 2016 VO maakt niet alleen het verschil in het leven van leerlingen, ze geeft ook iedere leerling recht op zijn eigen zijn. Ze motiveert leerlingen het beste uit zichzelf te halen. Ieder kind leert in haar lessen ook de ander te accepteren en te respecteren in diens uniciteit. Joke is bevlogen en creatief. Bovendien actief op het gebied van onderwijsvernieuwingen en in staat om op alle niveaus over het onderwijs te praten. Door een onderzoekende houding worden niet alleen de leerlingen gestimuleerd, maar worden ook de collega’s in dit proces meegenomen.

MBO: Merel Brugman, ROC A12 in Ede

Merel spreekt jonge mensen zeker aan. Het thema waarop zij zich wil richten is de verbinding leggen tussen opleiding en werkveld, zodat studenten goed voorbereid zijn op de toekomst. Vakmanschap is belangrijk, maar lesgeven is ook een vak. En daar heb je bewezen skills voor nodig. Ze is ambitieus en wil graag doorgroeien in deze onderwijssector, maar ze wil de komende jaren ook blijven lesgeven. Als ambassadeur wil zij in ieder geval de verbinding met de opleiding behouden en studenten betrekken bij het ambassadeurschap. Trots, innovatief, creatief zijn kenmerken die Merel typeren.

De Leraren van het Jaar zijn een jaar lang het gezicht van de beroepsgroep binnen hun sector. Zij krijgen een podium om hun inspiratie, innovatie en passie uit te dragen en te delen met de rest van lesgevend Nederland. Daarmee draagt de verkiezing bij aan een positief imago van het beroep, zorgt ervoor dat de kwaliteit van de beroepsgroep zichtbaar en bespreekbaar gemaakt wordt en dat het leraarschap op een positieve manier in beeld komt. De verkiezing wordt sinds 1999 georganiseerd. De jury bestaat uit leraren uit de verschillende sectoren en uit vertegenwoordigers van de belangrijkste organisaties in het onderwijs. Daarbij richt de jury zich op leraren die in staat zijn hun omgeving te overtuigen van hun kwaliteiten, hierover in gesprek durven en kunnen gaan met collega’s en beleidsmakers en die weten te inspireren.

Scholing draagt bij aan de kwaliteit van ondernemingsraden, maar er is geen duidelijk beeld van de scholingsbehoefte. Tweederde van de OR’en heeft geen scholings- of ontwikkelingsplan.

Waar wel een plan is, is dit zelden concreet ingevuld en uitgewerkt. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van de SER naar de ontwikkelingen in scholing van OR-leden. De VCP (waartoe de UNIENFTO behoort via het CMHF-lidmaatschap) adviseert OR’en hiermee actief aan de slag te gaan. Uit het onderzoek blijkt ook dat OR’en, in een heel aantal gevallen, minder scholing volgen als gevolg van werkdruk in het reguliere werk. “Ook OR-werk is werk en hier dient dan ook voldoende tijd voor beschikbaar te worden gesteld”, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein.

Aanleiding voor het onderzoek was de afschaffing in 2013 van de voor werkgevers verplichte heffing voor scholing en vorming van OR-leden. Tegelijkertijd werd toen in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) het scholingsrecht van OR-leden op kosten van de werkgever versterkt. De SER heeft laten onderzoeken of de wijziging van de WOR van invloed is geweest op de vraag naar scholing. Dat blijkt nauwelijks het geval te zijn. Het onderzoek biedt verder inzicht in de huidige stand van zaken van de scholing van OR’en, de ontwikkelingen daarin en de verwachtingen voor de toekomst.

Bevindingen

OR’en en bestuurders vinden scholing nuttig en effectief. Bij ruim de helft van de OR’en is de scholingsomvang ongewijzigd, bij 20 procent is deze afgenomen, bij 10 procent is deze toegenomen en 15% van de OR’en weet het niet. Per saldo is er sprake van een afname. Driekwart van de OR’en benut niet al zijn scholingsrechten. Dat komt doordat OR’en in bepaalde perioden minder behoefte hebben aan scholing en ook door werkdruk in het reguliere werk. Eenderde van de OR’en vindt dat hij zich onvoldoende schoolt.

Over de kwaliteit en bruikbaarheid van de scholing is men positief: die is eerder beter dan slechter geworden.

Uit het onderzoek blijkt dat er veranderingen in de vraag naar scholing zijn, die los van de wetswijziging staan:

- de grootste problemen liggen bij de kleinste OR’en en ondernemingen;

- er is een trend naar kortere cursussen, en van maatwerk naar open inschrijving;

- er is een trend naar meer inzetten van deskundigen.

Stand van zaken

De Commissie Bevordering Medezeggenschap van de SER wil met een aantal activiteiten gericht reageren op de verschillende uitkomsten van het onderzoek. Het is de bedoeling dat deze activiteiten worden meegenomen in haar werkplan voor 2017.

Binnen de medezeggenschap kunt u te maken krijgen met conflicten of meningsverschillen. Er zijn diverse instanties waar je dan terecht kan voor hulp, advies of een oordeel. Hoe ga jij hiermee om binnen de OR?

De SER heeft een enquête uitgezet om inzicht krijgen in hoe medezeggenschapsorganen handelen in het geval van conflicten of verschillen van mening, die ontstaan tijdens de uitoefening van de medezeggenschap. Deze informatie is van belang voor de verdere verbetering van de dienstverlening door de bedrijfscommissies aan ondernemingsraden en andere medezeggenschapsorganen.

Het betreft een korte vragenlijst die slechts vijf á tien minuten van uw tijd vraagt. U kunt de enquête uiterlijk tot en met 10 oktober invullen

Help je mee? Doe dan mee aan de enquête!

Inspiratie opdoen, kennis uitwisselen, contact leggen met collega’s, op het Lerarencongres is het allemaal mogelijk! Het beloven twee inspirerende dagen te worden. Op vrijdag 7 en zaterdag 8 oktober in Amersfoort.

Beide dagen zitten propvol met workshops van, voor en door leraren.

Op vrijdag is er een lezing van o.a. Lucia Talamini over ‘Leren in je slaap’ en kun je met collega’s in gesprek gaan over het curriculum. Het muzikale duo Yentl en de Boer sluit de dag af met veel liedjes uit de voorstelling De snoepwinkel is gesloten.

De zaterdag begint met het startersfestival, is er een lezing van Pedro de Bruyckere en ’s middags worden in de circustent de winnaars van de verkiezing Leraar van het Jaar bekendgemaakt. Verder zijn er open LOF-labs, een bioscoop Leraar24 en diverse leuke acts. En dat alles in een gezellige festivalsfeer. Kijk hier voor het complete aanbod op. Wees welkom en neem je collega’s mee.   

Een goede kwaliteit van professionele dialoog (tussen schoolleiding en docenten en tussen docenten onderling) kan bijdragen aan een betere kwaliteit van het onderwijs, meer werkplezier, betere afstemming van strategische doelen en persoonlijke ontwikkeldoelen en professionele arbeidsrelaties. Scholen signaleren dat de vaardigheden om het gesprek op een goede manier te begeleiden niet altijd voldoende aanwezig zijn. Voion laat daarom een training ontwikkelen voor koppels van docenten en leidinggevenden in het voortgezet onderwijs om de professionele dialoog gezamenlijk te faciliteren in de school.

Doel van de training

Het doel van de training is om koppels, bestaande uit een leidinggevende en een docent, de kennis en vaardigheden aan te leren om de professionele dialoog te faciliteren in hun eigen school. Juist in de dialoog is ruimte om begrip te

krijgen voor verschillende meningen en om te zoeken naar gezamenlijke oplossingen. Specifiek aan deze training is dat het gezamenlijk belang vanuit de verschillende rollen en posities van docenten en leidinggevenden expliciet aan

bod komt. Hiermee kunnen de deelnemers de professionele dialoog op hun scholen op een hoger plan brengen.

Interesse?

De trainingen starten in het najaar. Lees in deze flyer alle informatie!

Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) – de verzamelnaam voor ongewenst gedrag en werkdruk die in de arbeidssituatie stress veroorzaken – staat volop in de (maatschappelijke) belangstelling. Niet alleen de hoge werkdruk en toenemende agressie tegen docenten is regelmatig bron van discussie, maar ook het (digitale) pestgedrag tussen leerlingen onderling en van leerlingen richting schoolmedewerkers haalt regelmatig de landelijke media. De Onderwijsinspectie en Inspectie SZW zullen de komende tijd extra aandacht schenken aan dit thema.

In de periode van 1 augustus 2016 tot 1 februari 2017 kan uw school bezoek krijgen van de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (I-SZW). De inspecteurs van I-SWZ zullen dan vooral kijken of uw school voldoende doet om psychosociale arbeidsbelasting bij werknemers te voorkomen. Met de zelfinspectietool Werkdruk en Ongewenst Gedrag kunt u zich voorbereiden op een eventueel bezoek.

Handreiking systematische aanpak van werkdruk en ongewenst gedrag

meer informatie op de site van Voion

Dit schooljaar voert de Onderwijsinspectie ook controles uit op basis van de Wet veiligheid op school. Zij controleren of scholen zich voldoende (effectief) inzetten voor een sociaal veilige leeromgeving voor leerlingen.

Brochure over zorgplicht sociale veiligheid op school van het ministerie OCW

lees meer op de site van Voion

In dit VO-signaal De rol van de MR in het bouwproces (versie september 2016) leest u hoe de MR invloed kan uitoefenen op de planning en realisatie van nieuwbouw, uitbreiding van bestaande bouw of een flinke verbouwing door inzicht te bieden in het bouwproces en de rolverdeling tussen gemeente en schoolbestuur.

Bouw en verbouwingen zijn vaak langdurige en complexe processen. Niet alleen vanwege het aantal betrokken partijen en harde wettelijke termijnen, maar ook omdat er inhoudelijk een puzzel is op te lossen. Binnen een bepaald budget moeten zoveel mogelijk wensen en behoeften, van verschillende partijen, gerealiseerd worden. Bij een dergelijk proces is het dan ook van groot belang de focus te houden op het doel, namelijk het realiseren van een geschikte leeromgeving. De huisvesting dient de voorwaarden te creëren voor een goed en toekomstbestendig onderwijsconcept. Betrokkenheid en invloed van de MR als vertegenwoordiger van personeel en leerlingen in het bouwproces is dan ook essentieel. Zij zullen immers als bewoners van het nieuwe of vernieuwde schoolgebouw dit onderwijs moeten gaan verzorgen.

Het kabinet heeft weinig oog voor werkenden en gepensioneerden uit de middengroepen en moet meer investeren in professionals. Na een voorzichtig herstel in 2016 lijkt herstel zich ook in 2017 door te zetten. De Vakcentrale voor Professionals (VCP), waartoe de UNIENFTO behoort via het CMHF-lidmaatschap, vindt het essentieel dat het herstel zich vertaalt naar meer volwaardig werk en meer besteedbaar inkomen. “Het kabinet zegt dat de koopkracht dit jaar en komend jaar opnieuw groeit voor werkenden, maar de middengroepen zien dit in de voorgenomen maatregelen nog lang niet terug”, aldus VCP-voorzitter Van Holstein.

Voor de middengroepen is er onvoldoende profijt van lastenverlichting

Tijdens de crisis hebben gepensioneerden en werkenden uit de middengroepen de grootste klappen van de economische crisis moeten incasseren”, benadrukt VCP-voorzitter Nic van Holstein. Het gaat niet alleen om de loonontwikkeling, maar ook om de lastenontwikkeling. Sluipenderwijs zijn de lasten voor middengroepen verzwaard en hun besteedbaar inkomen staat onder druk. Door de inkomensafhankelijkheid van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting hebben de werknemers uit de middengroepen minder geprofiteerd van de lastenverlichting van 2016. De aanpassingen in de kinderopvangtoeslag pakken door de hogere maximum uurprijs ook minder rooskleurig uit dan op het eerste gezicht lijkt. Anders dan een excuus heeft het kabinet voor 2017 geen lagere lastendruk in het vat zitten.

Pensioenen middengroepen onder druk ondanks koopkrachtmaatregelen

De onzekerheid van de crisis heeft plaatsgemaakt voor de onzekerheid over de pensioenen. Het kabinet neemt maatregelen om ouderen er in het koopkrachtbeeld niet op achteruit te laten gaan. In de koopkrachtcijfers is echter geen rekening gehouden met eventuele pensioenkortingen. Daarbij dient expliciet te worden gekeken naar de impact op de middengroepen en hogere inkomens, omdat juist zij door de kortingen te maken krijgen met veel lagere vervangingsratio’s.

Het monetaire beleid is misschien uitgeput, maar wel slecht voor de pensioenen. Op korte termijn zijn maatregelen nodig om het ECB-effect te verzachten. Eerder is door de VCP aangedrongen het UFR-besluit van 2015 te herzien en te kiezen voor een stabielere rekenrente. Langere hersteltermijnen zijn denkbaar, maar er zijn tevens meer creatieve opties mogelijk, zoals pensioenobligaties. Er zullen stappen moeten worden gezet naar een toekomstbestendig pensioenstelsel. In de tussentijd moeten we zo’n creatieve oplossing niet schuwen”, aldus Van Holstein.

Een innoverend kennisland investeert in professionals

Het kabinet investeert te weinig in scholing van (toekomstige) professionals. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de economie maken volgens de VCP een samenhangende human capitalagenda nodig. De VCP pleit in het kader van deze agenda voor een (fiscale) duurzame inzetbaarheidsregeling. Werknemers hebben daarbij zelf de regie en middelen voor hun duurzame inzetbaarheid en om scholing te volgen. “Wanneer Nederland een innoverend kennisland wil zijn, kan dat niet zonder hoogwaardig gekwalificeerde professionals”, aldus Van Holstein. De VCP vindt het daarom ook zorgelijk dat jongeren vanuit financiële overwegingen minder vaak kiezen voor hoger onderwijs.

Donderdag 13 oktober 15.30-18.30 uur, SER-gebouw Den Haag

Als het aan u ligt, is er dan over 5 jaar nog een pensioenstelsel zoals nu? Wat moeten we veranderen en wat kunnen we behouden? Wilt u graag inzicht in uw persoonlijke pensioenpotje? Mogen tekorten worden doorgeschoven naar toekomstige generaties? Moeten we de risico’s delen?



De SER adviseert het kabinet over het pensioenstelsel. Dit voorjaar heeft de SER een verkenning uitgebracht over persoonlijk pensioenvermogen waarbij collectief risico’s worden gedeeld. De SER noemt dit een interessante optie en wil daarover breed een dialoog aangaan. Hierbij willen we uw mening graag horen! Denkt u graag mee over de toekomst van het Nederlands pensioenstelsel? Kom dan naar de Brede dialoogsessie pensioenverkenning op 13 oktober.



Klik hier om aan te melden



Programma

Wij zijn benieuwd naar uw mening over een persoonlijk pensioen met collectieve risicodeling. Wat vindt u daarvan de voor- en nadelen? Aan de start van de bijeenkomst geeft de SER een toelichting op de verkenning die in het voorjaar van 2016 is uitgebracht. Daarna gaan de deelnemers actief met elkaar in gesprek over een aantal dilemma’s rond de toekomst van het pensioenstelsel. Uitkomsten van de bijeenkomst verwerkt de SER in een brief van bevindingen die de SER dit najaar stuurt aan het kabinet.



Voor wie?

Deze brede dialoogbijeenkomst is bedoeld voor iedereen die graag mee wil denken over dilemma’s rond het pensioenstelsel. Ouderen, jongeren, student of werkend: iedereen met belangstelling voor pensioen is welkom. 



We zien uit naar uw komst.



Met vriendelijke groet,



Mariëtte Hamer, SER-voorzitter

Hoe versterkt u met uw onderwijsteam de onderlinge professionele werkrelatie? Dàt is de centrale vraag tijdens de inspiratiebijeenkomst ‘Professionele dialoog in de mbo-praktijk’ op 14 oktober 2016 bij de Zilveren Vosch in Utrecht.

Goed onderwijs in het mbo vraagt om een professionele dialoog op de werkvloer. Dit betekent een goede samenwerking in het onderwijsteam onderling en met leidinggevenden. Sinds een jaar loopt het SOM-programma ‘Versnelling professionele dialoog in het mbo’. Dankzij dit programma krijgen onderwijsteams de mogelijkheid om met financiële ondersteuning van SOM een impuls te geven aan hun samenwerking en gezamenlijke professionele ontwikkeling.

Graag nodigt SOM u uit om samen met alle ervaringsdeskundigen en het ministerie van OCW de tussenstand na 1 jaar versnelling professionele dialoog in het mbo te delen. Hoe staat de sector ervoor na 1 jaar? Welke ervaringen heeft u opgedaan, wat zijn de leerpunten, en de successen?

Wat kunt u verwachten?

Tijdens deze ochtend ligt de nadruk op wederzijdse inspiratie en kruisbestuiving over

teamontwikkeling, samenwerking en professionele dialoog. In de verschillende

werkateliers maakt u nader kennis met verschillende projecten en de opbrengsten.

Een aantal teams vertelt over hun grootste leerervaringen van het afgelopen jaar. Naast deze ervaringen biedt een inspirerende spreker een bredere blik op de ontwikkeling van professionele ruimte in onderwijsteams binnen in het mbo en is er een atelier over hoe onderwijsteams zelf (bottom up) keuzes kunnen maken in hoe zij kunnen werken aan hun teamontwikkeling.

Voor wie?

  • vertegenwoordigers van de teams die deelnemen aan het SOM-programma ‘Versnelling professionele dialoog in het mbo’;
  • andere teams die met deze onderwerpen nog aan de slag willen (onderwijsgevenden en teamleiders);
  • HR -professionals en anderen die verantwoordelijk zijn voor teamontwikkeling op mbo-scholen.

Meer informatie en aanmelden

Aan deelname zijn geen kosten verbonden. Meer informatie, vindt u op de website. Aanmelden voor deze bijeenkomst kan via het aanmeldformulier.

Het pensioenlab bestaat uit ongeveer 50 deelnemers die allemaal jonger dan 50 jaar zijn. Zij denken gedurende een half jaar in groepen na over allerlei aspecten die met pensioen te maken hebben.

 

Voor meer informatie, lees verder........

Pensioenfondsen in de EU-landen moeten sinds 2003 voldoen aan Europese regels. Deze regels staan in de EU-richtlijn voor pensioenen (IORP). Deze richtlijn wordt binnenkort aangepast op het gebied van bestuur en communicatie. De VCP heeft gemerkt dat er veel commotie is ontstaan over deze EU-richtlijn en er onduidelijkheid is over de gevolgen voor de Nederlandse pensioendeelnemers. Volgens de VCP zijn de nieuwe regels in lijn met het belang van de Nederlandse deelnemers. Wel heeft de VCP kritiek op de manier en het moment waarop het kabinet over deze richtlijn heeft gecommuniceerd. Dat heeft geleid tot zorgen bij de pensioendeelnemers.

 

Sinds 2014 wordt er in Europees verband gesproken over een herziening van de IORP-richtlijn uit 2003. Sommige lidstaten hadden de wens om te komen tot geharmoniseerde kapitaaleisen vanuit de EU. Nederland heeft zich hiertegen samen met de lidstaten Ierland, Groot-Brittannië, België en Duitsland verzet. Mede door een goede lobby vanuit Nederland zijn dergelijke kapitaaleisen niet in de herziening van de IORP-richtlijn terecht gekomen. De VCP heeft zich gedurende het proces regelmatig door het Ministerie van SZW laten informeren over de herziening van de richtlijn. De uiteindelijke afspraken zijn volgens de VCP in lijn met het belang van de Nederlandse deelnemers. Er gaat geen geld van onze pensioenfondsen naar Europa als gevolg van de aanpassingen in deze richtlijn.

Wat wijzigt er als gevolg van de aangepaste richtlijn? De IORP-richtlijn voor pensioenen regelt het bestuur en de communicatie van pensioenfondsen in de EU-landen. Pensioendeelnemers krijgen jaarlijks een overzicht van hun pensioenopbouw, het Uniform Pensioenoverzicht. Hierop moeten zij straks ook kunnen zien wat hun verwachte pensioen is in een scenario dat tegenvalt. Bijvoorbeeld wanneer het slechter gaat met de economie. Nederland was al voornemens dit te gaan doen en per 1 januari 2017 treed aangepaste communicatiewetgeving in werking. Verder zorgt de richtlijn dat pensioendeelnemers drie maanden van tevoren informatie krijgen wanneer hun pensioen lager wordt. Nu is dat in Nederland nog een maand van tevoren. Verder moeten beloningen van bestuurders van pensioenfondsen openbaar worden. Net als sancties die de toezichthouder de pensioenfondsen kan opleggen. Als pensioenfondsen bepaalde taken uitbesteden, moeten zij dit melden aan hun toezichthouder. Het gaat om taken als de administratie of het beleggen van het pensioengeld. Ook ernstige misstanden bij de fondsen moeten worden gemeld bij de toezichthouder.

De richtlijn geeft voornamelijk regels voor pensioenfondsen die in het buitenland actief zijn. Als een bedrijf een Nederlandse pensioenregeling verplaatst naar een pensioenfonds in een ander EU-land, kunnen de belangen van pensioendeelnemers in het geding komen. In dat geval kan de Nederlandsche Bank dit verbieden. De herziene richtlijn geeft duidelijker aan wanneer DNB zo’n verbod kan opleggen. Bijvoorbeeld als rechten van deelnemers worden aangetast. Ook moeten de pensioendeelnemers het wettelijk recht krijgen om in te stemmen met deze verhuizing.Verder staan er bepalingen in over sociaal en duurzaam investeren van pensioengeld. Het gaat dan vooral om de communicatie daarover naar de deelnemers en gepensioneerden. Veel van die regels die er komen, gelden nu al op basis van de Nederlandse regels voor onze pensioenfondsen.

De herziene EU-pensioenregels betekenen dus niet dat er macht of bevoegdheden naar de EU overgaan. Er komt nadrukkelijk geen Europees Pensioenstelsel. Nederlandse pensioenfondsen kunnen pensioenen blijven organiseren binnen de Nederlandse pensioenwetgeving. Het pensioengeld blijft van de Nederlandse deelnemers. Er gaat geen pensioengeld naar de EU. Pensioenfondsen hoeven geen geld af te dragen aan de EU.

De verwachting is dat eind dit jaar ook het Europese Parlement instemt en de richtlijn wordt ingevoerd.

 

Bijgaand de digitale vorm van de CAO HKT 2016-2017 (HAS Kennis Transfer). De bedoeling is dat HKT volgend jaar opgaat in de HAS en dan ook de reguliere CAO HBO gaat volgen. Zie ook de inleiding bij deze cao daarvoor.
 

De VCP (waarbij ook de UNIENFTO is aangesloten) heeft weer een bijgewerkt overzicht waarin de belangrijkste parameters op het gebied van werk, inkomen en vermogen staan vermeld. De VCP zet halfjaarlijks de relevante cijfers voor u op een rijtje. De hoogte van het wettelijk minimumloon is per 1 juli aangepast en daaraan gekoppeld de hoogte van de AOW-uitkering. Verschillende premies, belastingtarieven en kortingen zijn gewijzigd per 1 januari 2016. Op dat gebied zijn nu geen wijzigingen te melden.

Vanaf 1 juli jl. zijn de regels om door te werken en gebruik te maken van deeltijdpensioen door de belastingdienst veranderd. Dit is het gevolg van de Wet VAP waardoor de AOW- leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd. De VCP adviseert mensen om contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder indien zij langer dan 5 jaar voor de voor hun geldende AOW-leeftijd, gebruik willen maken van deeltijdpensioen en daarnaast willen doorwerken. Dit omdat dit nadelige gevolgen kan hebben voor hun pensioen.

Voor 2011 was al de staande praktijk en bestaande wet- en regelgeving dat als iemand voor de AOW-leeftijd met (deeltijd) pensioen ging, er werd getoetst of sprake is van een dienovereenkomstige vermindering van de economische activiteiten (en dus dienovereenkomstig in loon minder werd gewerkt voor het gedeelte dat hij pensioen opneemt). Met het besluit van 30 augustus 2011, nr. BLKB2011/1231M is geregeld dat mensen 5 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd hierop niet meer werden getoetst om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers te stimuleren en de uitvoeringslasten te verminderen, concreet werd hier gesproken over de 60-jarige leeftijd omdat de AOW-leeftijd toen nog vaststond op 65-jaar. Als gevolg van het invoeren van de wet VAP is de AOW- leeftijd stapsgewijs verhoogd. Dit was aanleiding voor de BL-dienst om dit besluit per 1 juli jl. deels te herzien en de bepaling aan te passen naar 5 jaar voorafgaand aan de AOW- gerechtigde leeftijd, in plaats van vanaf de 60-jarige leeftijd. Zonder herziening van de tegemoetkoming zou de op grond van het hiervoor genoemd besluit geldende maximale periode van vijf jaar waarin toetsing achterwege kan blijven, door de automatische aanpassing van de AOW-leeftijd steeds verder verruimd worden, aldus de BL-dienst.

De nieuwe regels gelden voor iedereen die eerder dan vijf jaar dan de AOW-leeftijd gedeeltelijk of geheel met pensioen gaat vanaf 1 juli 2016. Vanaf dat moment moet u voor dat deel dat u pensioen aanvraagt, minimaal een gelijk deel aan brutoloon inleveren. Als u volledig met pensioen gaat, betekent dit dat u minimaal voor het bedrag dat u pensioen ontvangt geen arbeidsinkomsten meer ontvangt. Hiervoor zult u van uw pensioenuitvoerder een intentieverklaring ontvangen.

Voorbeeld 1: u gaat volledig met pensioen. U ontvangt in totaal € 8.000 per jaar pensioen. Dan moet u dus ook minimaal € 8.000 per jaar minder arbeidsinkomsten ontvangen. Als u gedeeltelijk met pensioen gaat, moet u ook voor dat deel minder arbeidsinkomen ontvangen.

Voorbeeld 2: u wilt voor 20% met pensioen gaan. U gaat dan minder werken, waardoor u € 5000 per jaar minder arbeidsinkomen gaat ontvangen. Dan mag uw pensioen maximaal € 5000 bruto per jaar bedragen.

De VCP adviseert mensen die langer dan 5 jaar voor de voor hun geldende AOW-datum met vroeg of deeltijd pensioen willen gaan contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder en te onderzoeken wat de gevolgen zijn. 

 

Speciaal voor medewerkers van hogescholen is de website Werk-en-de-balans ontwikkeld. Op deze site vind je informatie over werkdruk, een werkdruktest, oplossingsrichtingen en nog veel meer…

De Vakcentrale voor Professionals (VCP) is voorzichtig positief over het door de SER uitgewerkte pensioencontract. ‘Een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling is voor de VCP duidelijk een stip op de horizon als het nieuwe toekomstbestendige pensioencontract. Er moet bij de verdere uitwerking dan wel aan een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten worden voldaan’, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein. Dit is de uitkomst van diverse binnen de VCP gehouden bijeenkomsten over de SER-verkenning en de toekomst van het pensioenstelsel.

De VCP schrijft aan de SER dat ze ‘voorzichtig positief’ is over het 4C-contract omdat op dit moment nog diverse vraagstukken moeten worden uitgewerkt. Een belangrijk vraagstuk ligt bij de afschaffing van de doorsneesystematiek en de rekening die daaruit naar voren komt. Die rekening moet evenwichtig worden verdeeld: niet enkel op het bord van de werknemers worden geschoven en ook niet leiden tot forse verschillen in impact tussen generaties. De overstap naar een andere premie- en opbouwsystematiek moet nog worden uitgewerkt. Een ander vraagstuk is de ontwikkeling van een adequaat transitieplan. De VCP geeft daarbij aan dat het voorwaardelijke ambitiecontract (1B) wellicht voor sommige fondsen als tussenstap kan dienen.

Duidelijk is dat voldoende premie-inleg in elk pensioencontract een belangrijke randvoorwaarde is voor een gedegen pensioen, net als voldoende ruimte voor een lange termijn beleggingsbeleid. De voorkeur van de VCP gaat uit naar naar het 4C-contract met doelvermogen. Verder pleit de VCP voor een verplichte pensioenopbouw voor alle werkenden. Het is voor de VCP essentieel dat de grote verplichtstelling in welke contractsvorm dan ook in haar huidige vorm blijft gehandhaafd. Wanneer de keuze voor pensioenopbouw vrijblijvend wordt gaat dat, volgens Van Holstein, ten koste van het pensioen voor later. De VCP zal op het moment dat het nieuwe contract en de route ernaartoe ingevuld zijn, opnieuw beoordelen in hoeverre aan haar uitgangspunten is voldaan.

In de SER-verkenning is vanaf pagina 23 de beschrijving van de varianten 1 tot en met 4 te vinden.

Hoe kan de positie en dan met name het loopbaanbeleid voor ondersteunend personeel in het voortgezet onderwijs versterkt worden? Welke loopbaanmogelijkheden, verticaal en horizontaal, zijn er voor ondersteuners, welke loopbaanstappen hebben ze doorlopen, welke taken voeren ze uit en -niet in de laatste plaats- hoe ontwikkelt deze functie zich, nu en in de toekomst? Om antwoord te krijgen op deze vragen heeft Voion, in opdracht van de cao-tafel voortgezet onderwijs, een onderzoek laten uitvoeren naar de loopbaanmogelijkheden en – wensen van conciërges, ict-medewerkers, secretaresses en (technisch) onderwijsassistenten in het voortgezet onderwijs.

Inherent aan de functie van onderwijsondersteunend personeel zijn de loopbaanmogelijkheden beperkt, tenzij er gewerkt wordt aan het functiegebouw. Uit het onderzoek blijkt echter dat er daarnaast binnen de schoolorganisatie nog veel mogelijkheden zijn om de waardering, het werkplezier en de loopbaanmogelijkheden te vergroten. In dit kader zijn er zinvolle activiteiten om het loopbaanbeleid voor ondersteunend personeel in de schoolorganisatie te verbeteren en tegelijkertijd het ondersteunend personeel zelf te empoweren.

Takenpakket en tevredenheid

Het onderzoek geeft inzicht in het takenpakket van de ondersteuners in het voortgezet onderwijs. Ruim driekwart van de ondersteuners vindt dat de meeste taken of alle taken die ze uitvoeren tot hun functieomschrijving behoren. Zeven op de tien ondersteuners is ook tevreden over het takenpakket. De  tevredenheid over het takenpakket neemt doorgaans af naarmate men vaker taken moet uitvoeren die niet tot de functieomschrijving behoren. Ontevredenheid over het takenpakket komt voornamelijk naar voren door een beperkte waardering (vooral in salariëring) en doordat men te veel taken heeft die niet tot de eigen functie behoren en daarmee tot een hogere taakbelasting leiden.

Loopbaanbehoeften van ondersteuners

Ondersteuners hebben voornamelijk behoefte aan (door)groeimogelijkheden. Ongeveer driekwart wil binnen de functie beter worden en 83 procent wil doorgroeien naar een volgende functieschaal. Bijna de helft van de ondersteuners geeft aan behoefte te hebben aan meer diversiteit en verantwoordelijkheden. Secretarieel en ict-medewerkers hebben meer behoefte aan een toename van verantwoordelijkheden dan de andere functies. De gewenste groeimogelijkheden bestaan echter niet altijd.

Vormgeven van het loopbaanbeleid

Om hun loopbaanbeleid beter vorm te kunnen geven, vragen ondersteuners om een opleiding of scholing. Meer tijd en waardering, een actieve of stimulerende leidinggevende en financiële ondersteuning spelen volgens ondersteuners ook een belangrijke rol bij het beter vorm kunnen geven van het loopbaanbeleid. Het onderzoek noemt een aantal oplossingsrichtingen voor het vormgeven van het loopbaanbeleid van ondersteuners onderscheiden in deze onderwerpen:

•    Verbreding functiebouwwerk

•    Horizontale loopbaanontwikkeling

•    Verschil tussen onderwijsondersteunende en beheersmatige medewerkers

•    Loopbaanbeleid als teken van waardering

•    Transparantie en duidelijkheid over loopbaanmogelijkheden

•    Benut en creëer scholingsbudget voor ondersteuners

Lees meer in het rapport of de publieksversie van het rapport

Meer onderzoeksrapporten en informatie over ondersteunend personeel vindt u het dossier OOP op de website van Voion.

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Versterking Bestuurskracht van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs). Hierdoor wordt de medezeggenschap in het onderwijs versterkt. Studenten, leerlingen, ouders en docenten krijgen meer inspraak in alle onderwijssectoren.

Minister Bussemaker is blij dat de medezeggenschap binnen onderwijsinstellingen met deze wet verstevigd wordt: Met deze wet wordt de medezeggenschap beter in positie gebracht om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsbestuur. Want van meer betrokkenheid, inspraak en kritisch mee- en tegendenken van de gehele onderwijsgemeenschap wordt het onderwijs alleen maar beter.

Bestuurders worden voortaan benoemd op basis van openbare profielen, waar de medezeggenschap advies over heeft uitgebracht. Daarnaast adviseert de medezeggenschap over benoeming en ontslag van bestuurders. Ook moeten interne toezichthouders in het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs minimaal tweemaal per jaar overleggen met de medezeggenschap. In het hoger onderwijs bestond deze verplichting al. In het basis- en voortgezet onderwijs krijgt de medezeggenschap de bevoegdheid een besluit nietig te verklaren. De positie  van opleidingscommissies in het hoger onderwijs wordt ook versterkt, zodat deze zich directer met de kwaliteit van de opleiding kan bezighouden. Om de rol van medezeggenschap goed te kunnen vervullen, wordt de gehele medezeggenschap beter gefaciliteerd.

In het HBO wordt de studentassessor ingevoerd zoals die nu al gangbaar is op universiteiten. Een student mag de bestuursvergaderingen van zijn faculteit bijwonen en heeft daarin een adviserende stem. Ook wordt het mogelijk om collegegeldvrij te besturen:  bij een fulltime bestuurs- of medezeggenschapsfunctie kan je als student worden vrijgesteld van collegegeld en behoud je wel het recht op leenfaciliteit en ov-kaart. Ten slotte kan de geldigheidsduur van tentamenresultaten alleen nog worden beperkt wanneer er sprake is van verouderde kennis, inzicht of vaardigheden.

 

Een groot aantal pensioenfondsen komt in de problemen door de lage rekenrente en dreigt vanaf volgend jaar te moeten korten op de uitkeringen aan huidige en toekomstige gepensioneerden. Dit is extra zorgwekkend nu een groeiende groep werkenden door een onzeker contract of al dan niet gedwongen overstap naar zzp-schap toch al geen of te weinig pensioen opbouwt.

Kunstmatig lage rente

De rente wordt nu langdurig kunstmatig laag gehouden door grootscheepse ingrepen van centrale banken, waardoor die rente onder zijn feitelijke economische waarde ligt. Dat wringt des te meer, omdat de hoogte van de rente erg belangrijk is om te bepalen of een pensioenfonds genoeg geld in kas heeft.

Gijs van Dijk (FNV): “Fondsen met goede rendementen worden vanwege de lage rekenrente die de overheid hanteert, gedwongen alsnog hun premies te verhogen en de uitkeringen aan deelnemers te verlagen. Jongeren denken nu dat hun pensioeninleg nauwelijks rendeert en dat er straks bijna niets meer in het potje zit. Terwijl die pot juist ook voor hen alleen maar voller wordt.

Tussenstappen naar een minder rentegevoelig contract

De bonden bekritiseren het beleid waarin alles erop is gericht om de rente zo laag mogelijk te houden en waarbij tegelijkertijd die lage rente als maatstaf geldt voor de gezondheid van de pensioenen.

Steeds breder wint het inzicht terrein dat vooral de lange verplichtingen (langer dan 20 jaar) op een andere manier moeten worden behandeld dan nu. Zo lang er geen nieuw en minder rentegevoelig pensioencontract is, moet de rekenrente niet tot méér instabiliteit leiden, zo stellen FNV, CNV en VCP met klem.

Ze wijzen daarbij ook op de koopkracht van ouderen die in 2017 onder druk komt door allerlei fiscale maatregelen, waardoor zelfs ouderen met alleen AOW ook koopkrachtverlies dreigen te lijden. Deze groep is in de periode 2009-2016 ook al achtergebleven door een mix van nadelige fiscale- en zorgmaatregelen.

Nic van Holstein (VCP): “Een vergelijkend onderzoek naar het beleid in andere landen met een kapitaalgedekt pensioen kan een goed overzicht en inzicht geven in hoe er internationaal met de lage rente en de waardering van lange-termijnpensioenverplichtingen wordt omgegaan.

'Jojo-effect met pensioenen moet eens over zijn'

De pensioenfondsen, die zonder overheidssteun diverse crises zelf hebben moeten overleven, worden nu kopje onder geduwd door de lage rente.

CNV voorzitter Maurice Limmen: “Het jojo-effect met pensioenen moet nou eens over zijn. De politiek is daar mede verantwoordelijk voor, daar spreken we de politiek op aan.

De discussie voeren we online op woensdag 22 juni 2016 van 20.00 tot 21.00 uur. Mede op basis van de uitkomsten van deze discussie zal een advies aan de staatssecretaris worden geformuleerd. De discussie is anoniem, zodat we een zo goed mogelijk beeld kunnen krijgen van wat leraren vinden over deze centrale vraag:

Geeft het advies van de commissie Schnabel de juiste richting voor een nieuw curriculum?

Voorbereiding

De online-discussie is leuk en niet moeilijk. Na aanmelding ontvang je uitleg over het technische verloop van de dialoogsessie en een link naar het advies Schnabel om in ieder geval de samenvatting van het advies vooraf te kunnen lezen. Uit het advies hebben we vijf citaten geselecteerd die als leidraad worden gebruikt in de discussie. Bij ieder citaat hebben we een stelling geformuleerd om de discussie mee te starten.

Tip een collega!

Hoe meer collega’s deelnemen aan de discussie, hoe beter. Een advies dat we samen opstellen is immers een gedragen advies en zal meer vruchten afwerpen dan een advies dat door een kleine groep mensen wordt samengesteld.

Ken je collega’s die zich nog niet hebben opgegeven? Tip ze! Ook hun mening is van belang. Zij kunnen zich via deze link nog aanmelden.

We hopen jullie online te ontmoeten voor een leuke en zinvolle discussie. Je bijdrage is erg belangrijk voor het advies dat we op 1 november gaan uitbrengen aan de staatssecretaris en vormt input voor het verdere proces rond curriculumvernieuwing.

Met vriendelijke groet,

De Onderwijscoöperatie, FvOv, CNV Onderwijs, BON, AOb en PlatformVVVO

 

Werkgeversorganisatie MBO Raad en werknemersorganisaties UNIENFTO / FvOv, AOb, CNV Onderwijs, FNV Overheid zijn eruit: afgelopen zaterdag sloten zij een onderhandelaarsakkoord over een cao voor de werknemers in het middelbaar beroepsonderwijs In het akkoord hebben vakbonden en werkgevers onder meer afspraken gemaakt over het sociale zekerheidsstelsel en een loonsverhoging. Als de achterbannen van de MBO Raad en de vakbonden akkoord gaan met het bereikte onderhandelingsresultaat, gaat de nieuwe cao per 1 juli 2016 in.

De MBO Raad en de vakorganisaties in het onderwijs hebben afgelopen zaterdag een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe cao voor het mbo. Met dit akkoord geven sociale partners onder andere invulling aan de salarisverhoging van 5,05% en eenmalig € 500,- uit de Loonruimteovereenkomst Publieke Sector, die de gezamenlijke onderwijs- en overheidswerkgevers en drie vakcentrales in de zomer van 2015 sloten. Bovendien zal in april 2017 nog een eenmalige bruto-uitkering van € 500 per fulltime werknemer worden toegekend.

De nieuwe cao kent een looptijd van 1 juli 2016 tot 1 oktober 2017. Daarnaast worden in het akkoord afspraken gemaakt over sociale zekerheid bij ontslag, een afwijking op de ketenbepaling voor zij-instromers, participatiebanen en het overleg met vakbonden op de mbo-school.

De werknemersorganisaties en de MBO Raad gaan het onderhandelaarsakkoord met een positief advies voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen. De verwachting is dat vóór 1 juli a.s. handtekeningen onder het akkoord gezet kunnen worden en de cao dan definitief is. De cao mbo geldt voor de ruim 55.000 medewerkers in het mbo en de volwasseneneducatie.

Voor het onderhandelaarsakkoord, KLIK HIER….

Voor de ledenraadplegingen, KLIK HIER.....

Meer informatie:

UNIENFTO / FvOv: Jan van den Dries (voorzitter UNIENFTO): 06-53534910 of jvandendries@planet.nl  

Nu alle partijen, naast de UNIENFTO / FvOv, de AOb, CNV-O, FNV-Overheid en de VO-raad, ja hebben gezegd tegen het onderhandelaarsakkoord is de cao een feit. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan de vertaling van het akkoord in concrete teksten. De verwachting is dat deze teksten in juni beschikbaar komen. Met de totstandkoming van deze cao komt er vanaf 1 juli 2016 een eind aan het cao-loze tijdperk.

‘Het wordt tijd dat de lasten van met name middeninkomens wezenlijk verlaagd worden en er weer geïnvesteerd wordt in werkenden en de economie.  Er moet nu geïnvesteerd worden in een brede Human Capital Agenda om duurzame inzetbaarheid te verbeteren. Ook zijn er hogere investeringen in onder meer onderzoek en ontwikkeling nodig’, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein in reactie op de laatste CPB-cijfers.

Verbeter koopkracht van middeninkomens

De middeninkomens blijven ook in 2017 de groep die niet versterkt wordt. Veel bezuinigingen in de afgelopen jaren sloegen neer op de middeninkomens. Het zogenaamde vijf miljard pakket lastenverlichting heeft de koopkracht van deze groep niet verbeterd, maar juist nog verder onder druk gezet. Nu het herstel van de economie doorzet, wordt het tijd dat de overheid de lasten van deze groep verlicht. Meer koopkracht is goed voor de binnenlandse economie.

Human Capital Agenda

Er moet worden ingezet op  een bestendig en overkoepelend plan van aanpak om scholing en ontwikkeling van alle werkenden te stimuleren. Werkenden moeten om bij te blijven bij alle ontwikkelingen, veel meer mogelijkheden krijgen om zelf te investeren in kennis en vaardigheden. Maak kosten voor scholing en ontwikkeling volledig fiscaal aftrekbaar. Daarnaast is het nodig dat er een duurzaam inzetbaarheidbudget komt dat naar eigen behoefte kan worden ingezet voor scholing en ontwikkeling

Nu tijd om te investeren

De overheidsinvesteringen zijn de afgelopen jaren ver onder het 20-jarig gemiddelde gebleven en zakken in 2017 nog verder weg. Het is belangrijk dat de overheid evenals het bedrijfsleven meer investeert. Dat is goed voor de werkgelegenheid en het economisch herstel. Ook de overheidsinvesteringen in Research en Development moeten fors omhoog wil Nederland de voorsprong op de ons omringende landen niet gaan missen.

CPB juniraming 2016

Vanaf juni 2016 vindt, in samenspraak met afgevaardigde van de FSR werkgroep veiligheid, onderhoud van de RI&E en Arbocatalogus MBO plaats. Voor de Arbocatalogus wordt gekeken naar veranderingen in wet- en regelgeving, veranderingen in beschikbare informatie, aanpassingen in het kader van ontwikkelingen stand der wetenschap en waar nodig/wenselijk uitbreiding met relevante informatie zoals praktijkvoorbeelden en informatie afkomstig uit andere branches. Deze aanpassingen worden verwerkt in de RI&E vragen.

Wettelijk kader en RI&E

Een arbocatalogus is een document waarin vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers op sectorniveau vastleggen welke maatregelen werkgevers moeten nemen om aan de doelvoorschriften in de Arbowet te voldoen. Werkgevers mogen afwijken van de voorschriften in de arbocatalogus, mits zij uit kunnen leggen dat hun beleid en maatregelen leiden tot hetzelfde beschermingsniveau.

RI&E staat voor: risico-inventarisatie en -evaluatie

De bedrijfscommissies van de SER helpen bedrijven en organisaties bij het oplossen (of voorkomen) van geschillen op het gebied van medezeggenschap. Zoals bij voorbeeld bij geschillen tussen de bestuurder en de ondernemingsraad. Dit doen zij door bemiddeling en/of advies. De methode die de bedrijfscommissie hanteert, is er bovendien op gericht om de verhoudingen tussen de tegenover elkaar staande partijen te helpen verbeteren.

De leden van de bedrijfscommissies zijn vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en komen uit vele sectoren van het bedrijfsleven. Zij hebben ervaring met conflictoplossing en begrijpen de specifieke posities van ondernemingsraden en bestuurders. Die combinatie komt ook van pas bij een andere taak van de bedrijfscommissies: het zijn van vraagbaak voor alle mogelijke vragen over medezeggenschap.

Een korte animatie legt dit alles haarfijn uit. In twee minuten weet u precies in welke situatie u terecht kunt bij de Bedrijfscommissie, wat u ervan kunt verwachten en hoe het werkt.

U kunt de animatie zien op de website van de Bedrijfscommissies www.bedrijfscommissie.nl

 

Op dinsdag 31 mei jl. hebben de leden van de bonden UNIENFTO / FvOv, AOb, CNV Onderwijs, en FNV Overheid in overgrote meerderheid ingestemd met het Sociaal Plan dat de bonden met het College van Bestuur zijn overeengekomen. Dit betekent dat boventallige medewerkers van ROC Leiden gebruik kunnen maken van de regelingen die in het Sociaal Plan zijn opgenomen. Het Sociaal plan gaat per 1 juni 2016 in.  

Tijdens de ledenraadpleging benadrukten de vakbonden dat, gezien de financiële situatie waar ROC Leiden in verkeert, dit Sociaal Plan het maximaal haalbare is. De vakbonden en ROC Leiden hebben elkaar met name gevonden rondom het uitgangspunt van het Sociaal Plan: zoveel mogelijk boventallige medewerkers begeleiden van werk naar werk en zodoende gedwongen ontslagen zoveel als mogelijk trachten te voorkomen!

Verder deelden de bonden met hun leden het uitgangspunt dat het Sociaal Plan noodzakelijk is om de continuïteit van het onderwijs bij ROC Leiden te waarborgen.

Het Lerarencongres 2016 op 7 en 8 oktober belooft weer een mooie inhoudelijke ontmoeting te worden waar kennisdeling en de professionele dialoog centraal staan. De aanmeldperiode voor bijdragen aan het programma is verlengd tot en met 12 juni. We zijn dit jaar te gast bij het ROC Midden Nederland in Amersfoort.

•    Vrijdag 7 oktober staat in het teken van workshops van, voor en door leraren.

•    Zaterdag 8 oktober bieden we ruimte voor de startende docent, de onderzoekers, de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van het curriculum en zal de verkiezing Leraar van het Jaar plaatsvinden.

Heb jij een onderwerp dat je graag in een workshop met collega’s wilt bespreken, meld dit dan aan via het aanmeldformulier.

Bijdragen kunnen worden aangeboden rond vier thema’s:

1. De leraar & het curriculum

2. De leraar & het team, de school en de beroepsgroep

3. De leraar & de les

4. De leraar & de leerlingen

Een lerarenredactie stelt op basis van de inzendingen het congresprogramma samen. Rond 10 juli krijgt iedereen die een idee heeft ingestuurd bericht.

Kenmerken van het Lerarencongres:

•    Van, voor en door leraren;

•    Bijdragen relevant voor leraren en bij voorkeur door leraren gebracht;

•    Losser & dynamischer dan gangbare conferenties en congressen: ter plekke stel je je eigen programma samen uit een veelheid aan activiteiten;

•    Ontmoetingsplek om met elkaar in gesprek te komen en van en met elkaar te leren;

•    Gelegenheid om netwerk op te bouwen;

•    Inhoudelijk feestje;

•    Er is iets te halen dat je de volgende dag in de klas kunt gebruiken.    

 

 

Hogescholen hebben op verschillende manieren aandacht voor werkdruk. De kennis over werkdruk en een succesvolle aanpak hiervan neemt toe. Benieuwd hoe collega´s werkdruk aanpakken en wil je meer weten over de nieuw ontwikkelde instrumenten van Zestor? Dan ben je van harte welkom op donderdag 16 juni in Utrecht.

Lees meer

Datum:  16 juni 2016

Locatie: Mammoni, Mariaplaats 14, Utrecht

Aanmelden

 

Tot 1 juli 2016 kunnen leraren in het primair en voortgezet onderwijs, MBO en HBO een Lerarenbeurs aanvragen voor een master- of bachelorstudie. De beurs bestaat uit twee subsidies. De leraar ontvangt subsidie voor studiekosten, studiemiddelen en reiskosten. Elke leraar kan maximaal € 7.000 per jaar ontvangen om collegegeld te betalen en maximaal € 700 voor studie- en reiskosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen. Ook leraren zonder vast contract kunnen aanspraak maken op de Lerarenbeurs. Daarmee worden leraren die werkzaam zijn in een invalpool ook in staat gesteld een extra opleiding te volgen. Door gebruik te maken van de Lerarenbeurs kunnen zij zich verder ontwikkelen hun kansen vergroten op de arbeidsmarkt.

Verruiming voor meer masters

Om meer leraren in staat te stellen een masteropleiding te volgen, is de Lerarenbeurs verruimd. Leraren kunnen met een masteropleiding hun vakkennis en vaardigheden versterken en zo bijdragen aan de kwaliteit en diversiteit van het team. Hiermee maakt de school een professionele ontwikkeling door waarin samen leren centraal staat. Vanaf dit jaar is het voor de maximale vergoeding voor collegegeld daarom niet langer relevant of een leraar een opleiding volgt aan een publieke onderwijsinstelling of een geaccrediteerde private opleiding volgt. Hiermee maken we private opleidingen voor leraren toegankelijker en daarmee het opleidingsaanbod ruimer. Daarnaast is de Lerarenbeurs opengesteld voor leraren die werkzaam zijn bij een OPDC (orthopedagogisch-didactisch centrum). Zij kunnen een subsidie voor studiekosten aanvragen.

Sinds 2015 krijgen leraren meer studietijd voor een master. Het gaat om een verhoging van het aantal studieverlofuren van 4 naar maximaal 8 uur per week in het primair onderwijs en het hbo en van 4 naar maximaal 6 uur in het voortgezet onderwijs en het mbo. Ook kunnen leraren die eerder gebruik gemaakt hebben van de Lerarenbeurs voor een bacheloropleiding opnieuw een beurs aanvragen voor een masteropleiding. Tevens is de beurs beschikbaar voor intern begeleiders, zorgcoördinatoren en remedial teachers.

Op www.duo.nl/lerarenbeurs kunnen leraren een Lerarenbeurs aanvragen tot 1 juli 2016. Hier is ook meer informatie over de voorwaarden te vinden.

 

Uit de nadere verkenning van de SER blijkt dat de toegevoegde waarde van een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling daadwerkelijk aanwezig is. ‘Voor de VCP blijft deze variant dan ook interessant nu hij verder is onderzocht. De variant met voorwaardelijke pensioenuitkering – een reëel contract waar wij jarenlang pleitbezorger van zijn geweest – komt ook positief uit de verkenning naar voren. Er liggen dus verschillende varianten die wij met de achterban gaan bespreken’, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein.

 

Het persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling verbindt de sterke eigenschappen van uitkeringsovereenkomsten en premieovereenkomsten. De intergenerationele risicodeling van beleggingen via de buffer leidt tot stabielere en/of hogere pensioenuitkomsten dan in andere vergeleken varianten. Het persoonlijk pensioenvermogen met risicodeling is nadrukkelijk geen individuele spaarpot, maar geeft wel meer inzicht in het eigen pensioenvermogen en hoe de buffers bijdragen aan stabiliteit in de aanspraak en een koopkrachtbestendig pensioen.

Het contract komt volgens de VCP tegemoet aan het beste van de twee werelden. Echter, het verbinden van die werelden zal niet over één nacht ijs gaan. Een hoop uitwerkingsvragen in het bijzonder ten aanzien van de transitie liggen nog op tafel. De huidige financiële posities van de fondsen moeten daarbij ook meegenomen worden.

Het is daarom belangrijk dat er in de SER en Stichting van de Arbeid de komende maanden gewerkt gaat worden aan een routekaart. Een routekaart waarin duidelijk wordt wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de weg naar een toekomstbestendig pensioenstelsel de komende jaren kan worden ingekleurd. Daarnaast dient er gewerkt te worden aan het noodzakelijke draagvlak van alle belanghebbenden. Deze routekaart moet volgens de VCP houvast bieden aan de cao-partijen en pensioenfondsen op weg naar een robuuster pensioenstelsel ten gunste van alle deelnemers.

De VCP zal de komende maand haar achterbanraadpleging houden binnen de bij haar aangesloten organisaties en bespreken wat de wenselijke route is. De uitkomsten van de achterbanraadpleging zullen worden ingebracht bij de SER ten behoeve van de brief met bevindingen die de SER zal opstellen.

 

Op 1 juli 2015 is het nieuwe ontslagrecht in werking getreden, conform de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). In de huidige CAO-VO is een en ander opgenomen over de wijze van beëindiging van verlengde dienstverbanden.

Mocht hierover onduidelijkheid bestaan, dan wensen sociale partners te benadrukken dat het hier gaat om de ‘oude’ vorm van opzeggen, dus het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door middel van een schriftelijke mededeling (aanzegging). Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te laten beëindigen met gebruikmaking van een preventieve toetsing door het UWV dan wel kantonrechter.

In de nieuwe CAO-VO zal een tekstuele wijziging hierover worden opgenomen, in die zin dat verlengde dienstverbanden voor bepaalde tijd met inachtneming van de opzegtermijn moeten worden aangezegd (door middel van een schriftelijke mededeling).

Verandering door WWZ

Een belangrijke verandering door de WWZ in het ontslagrecht is dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA), waarin het onderwijs werd uitgezonderd van het reguliere privaatrechtelijke ontslagrecht, is komen te vervallen. Hiermee is het voortgezet onderwijs onder het ‘normale’ arbeidsrechtelijke regime komen te vallen. Het opzeggen van een arbeidsovereenkomst door de werkgever geschiedde voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet middels een schriftelijke mededeling. Door de nieuwe wetgeving is dit anders geworden en moet een ontslag – indien dit niet tot stand komt met instemming van de werknemer of een beëindiging met wederzijds goedvinden – preventief getoetst worden door het UWV of de kantonrechter, afhankelijk van de ontslaggrond.

Sociale partners betreffen: UNIENFTO / FvOv, CNV Onderwijs, AOb, FNV Overheid en de VO-raad

 

De VCP is van mening dat ook kleine pensioenen hun pensioenbestemming moeten behouden en zo min mogelijk moeten worden afgekocht. Zeker in een tijd met steeds meer korte en flexibele arbeidscontracten maken vele kleine pensioenen samen een belangrijk deel van het pensioen uit.

In de afgelopen jaren is er verschillende keren gesproken over de knelpunten in het systeem van individuele waardeoverdracht in de Pensioenwet en over de vraag of dit systeem moet worden gehandhaafd. Een belangrijk onderdeel hiervan is de afkoop van kleine pensioenen. Staatssecretaris Klijnsma (SZW) heeft op 15 april jl. de Tweede Kamer onder andere hierover een beleidsbrief geschreven.

In deze brief onderschrijft Klijnsma het standpunt van sociale partners dat pensioen voor zover mogelijk zoveel mogelijk de pensioenbestemming moet behouden door pensioenaanspraken te bundelen. In de beleidsbrief wordt dit mogelijk gemaakt door kleine pensioenen standaard te laten overdragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder in plaats van af te kopen. Of als er geen huidige werkgever is, naar het pensioenfonds dat de grootste pensioenpot van de deelnemer beheert. Staatssecretaris Klijnsma streeft ernaar deze aanpassingen medio 2017 in werking te laten treden.

 

Docenten willen graag weten wat nu écht werkt in hun onderwijspraktijk. Helaas ontbreekt het hen vaak aan tijd om zelf op zoek te gaan naar een wetenschappelijk gefundeerd antwoord op hun onderwijsvraag. Om het onderwijs maximaal te laten profiteren van wetenschappelijk onderzoek heeft het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) de Kennisrotonde en de Kennisportal Onderwijs gelanceerd. Twee online initiatieven om kennis met de praktijk te delen.

De Kennisrotonde is een digitaal loket dat begin 2016 in het leven is geroepen voor snelle beantwoording van vragen uit de onderwijspraktijk. Het antwoord dat de Kennisrotonde aan de vraagsteller geeft, wordt geformuleerd na beknopte analyse van de literatuur en/of raadpleging van deskundigen. Wanneer dit geen bruikbaar antwoord oplevert, wordt geprobeerd de vraag te beantwoorden via lopend of nieuw onderzoek. Zo biedt de Kennisrotonde voor elke kennisbehoefte de juiste ‘afslag’ naar een antwoord.

De Kennisportal Onderwijs geeft in één keer toegang tot zo’n 15 Nederlandstalige databases en websites. Alle bieden ze betrouwbare informatie voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Voor docenten en voor andere onderwijsprofessionals en belangstellenden. Het NRO ontsluit deze kennis voor het onderwijs via één zoekscherm. De resultaten tonen in veel gevallen toegankelijke samenvattingen van kennis uit onderwijsonderzoek, met een verwijzing naar (wetenschappelijke) publicaties. Het grootste deel van deze informatie is gratis in te zien of te downloaden.

De FvOv, waartoe de UNIENFTO behoort, heeft samen met de andere vakbonden en de VO-raad een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe CAO VO. Naast een loonsverhoging van 3%, die al eerder in de Loonruimteovereenkomst van juli 2015 stond, zijn afspraken gemaakt over de gevolgen van de in 2015 ingevoerde Wet Werk en Zekerheid (WWZ). De nieuwe CAO VO heeft een looptijd van 1 juli 2016 tot 1 oktober 2017. 


De cao formaliseert de afspraken in de Loonruimteovereenkomst van vorig jaar. Na de uitbetaling van de salarisverhoging over 2015 (0,8% per 1 januari 2015 en 1,25% per 1 september 2015 en een eenmalige uitkering van 500 euro in september) komt nu ook de salarisverhoging van 3% over 2016 tot uitbetaling. Concreet betekent dit dat de salarisschalen per 1 juli worden aangepast en dat werknemers in het onderwijs in juli een extra -eenmalig- bedrag over de periode van januari t/m juni 2016 krijgen. In april 2017 wordt een eenmalige uitkering verstrekt van 500 euro.

Versterking rol sociale partners bij voorkomen ontslag 
Nog meer dan op dit moment al het geval is moet worden ingezet op het voorkomen van ontslag. Afgesproken is dat een werkgever die voorziet dat in de komende vier jaren boventalligheid gaat ontstaan, de bonden direct uitnodigt voor overleg. Dat overleg is gericht op maatregelen die ontslag moeten voorkomen. 

WWZ en bovenwettelijke regeling 
De invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) leidt tot verkorting van de duur en de opbouw van rechten voor de Werkloosheidswet. Het akkoord voorziet in een reparatie van deze versobering. Daarnaast geeft de WWZ werknemers in het bijzonder onderwijs bij ontslag recht op een wettelijke transitievergoeding.  In verband daarmee wordt de bovenwettelijke regeling (WOVO) voor het bijzonder onderwijs aangepast. Voor het openbaar onderwijs blijft de bestaande regeling grotendeels in stand. Voor een goede overgang van de bestaande naar de nieuwe systematiek zijn aparte afspraken gemaakt.

Klik HIER voor het complete onderhandelaarsakkoord.

Vandaag wordt het rapport ‘De Staat van de Leraar 2016’, tijdens het congres van de Inspectie ‘Staat van het Onderwijs’, aan de bewindslieden van OCW overhandigd. De Staat van de Leraar 2016 is opgesteld door vijf leraren die daartoe werden gefaciliteerd door de Onderwijscoöperatie: Andrea Brouwer (PO), Rijan van Geene (SO), Coby de Vries (PO), Loreen Filemon (MBO) en René Kneyber (VO).

Naar aanleiding van een enquête die is ingevuld door 754 collega’s en een literatuurstudie, komen deze leraren tot de conclusie dat het slecht gesteld is met de professionalisering van leraren: leraren zijn zeer leerbereid, ondernemen ook veel activiteiten, maar doen dit vooral in hun eigen tijd. Deze activiteiten hebben in de helft van de gevallen geen samenhang met het schoolbeleid, wat het minder effectief maakt en voor frustratie onder leraren zorgt. Hierdoor schiet het innovatie- en verbetervermogen van het Nederlands onderwijs te kort.

Aanbevelingen

In het rapport geven de auteurs aanbevelingen voor het verbeteren van de professionalisering van leraren:

Besturen moeten sturingsmechanismen en -strategieën gebruiken die nauw aansluiten bij kenmerken van effectieve professionalisering, met behoud van de autonomie van de leraar.

Schoolleiders moeten professionalisering koppelen aan tijd, ruimte en verantwoordelijkheid, en helderheid bieden.

Leraren doen er verstandig aan om non-formeel leren op te nemen in het lerarenregister.

Infographic Staat van de Leraar 2016

 

Per 1 april jl. wordt de inhouding loonbelasting op het loonstrookje veranderd; dit heeft voor de meeste mensen het gevolg dat ze iets minder salaris ontvangen.

Door de aanpassingen van het Belastingplan eind 2015 is er een aantal zaken veranderd die niet meer per 1 januari konden worden doorgevoerd voor de inhouding loonbelasting. Deze wijzigingen leiden er onder andere toe dat de verlaging op loon- en inkomstenbelasting iets is teruggedraaid. Het belastingpercentage op de tweede en derde schijf wordt voor de inhouding loonbelasting per 1 april 2016 verhoogd met 0,2%.

Deze verhoging heeft voor mensen met een modaal inkomen tot gevolg dat ze ongeveer € 3 minder uitbetaald krijgen. Voor een inkomen van twee keer modaal en hoger wordt ruim € 10 meer belasting ingehouden.

Leraren willen een hoge kwaliteit onderwijs bieden. Daar is professionalisering onlosmakelijk mee verbonden. Ook schoolleiders en bestuurders willen graag dat leraren zich ontwikkelen om het onderwijs bij te stellen en te verbeteren. De kritische blik van vakgenoten, in de vorm van peer review, kan helpen elkaar verder te brengen. Schoolleiders en bestuurders hebben een belangrijke rol bij het stimuleren en faciliteren van peer review activiteiten. Peer review is effectief en bovendien eenvoudig en tegen geringe kosten te realiseren.

Download hier de flyer peer review van de Onderwijscoöperatie, met tips, ook handig voor leraren!

Tot 1 juli 2016 kunnen leraren in het primair en voortgezet onderwijs, MBO en HBO een Lerarenbeurs aanvragen voor een master- of bachelorstudie. De beurs bestaat uit twee subsidies. De leraar ontvangt subsidie voor studiekosten, studiemiddelen en reiskosten. Elke leraar kan maximaal € 7.000 per jaar ontvangen om collegegeld te betalen en maximaal € 700 voor studie- en reiskosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen. Ook leraren zonder vast contract kunnen aanspraak maken op de Lerarenbeurs. Daarmee worden leraren die werkzaam zijn in een invalpool ook in staat gesteld een extra opleiding te volgen. Door gebruik te maken van de Lerarenbeurs kunnen zij zich verder ontwikkelen hun kansen vergroten op de arbeidsmarkt.

Verruiming voor meer masters

Om meer leraren in staat te stellen een masteropleiding te volgen, is de Lerarenbeurs verruimd. Leraren kunnen met een masteropleiding hun vakkennis en vaardigheden versterken en zo bijdragen aan de kwaliteit en diversiteit van het team. Hiermee maakt de school een professionele ontwikkeling door waarin samen leren centraal staat. Vanaf dit jaar is het voor de maximale vergoeding voor collegegeld daarom niet langer relevant of een leraar een opleiding volgt aan een publieke onderwijsinstelling of een geaccrediteerde private opleiding volgt. Hiermee maken we private opleidingen voor leraren toegankelijker en daarmee het opleidingsaanbod ruimer. Daarnaast is de Lerarenbeurs opengesteld voor leraren die werkzaam zijn bij een OPDC (orthopedagogisch-didactisch centrum). Zij kunnen een subsidie voor studiekosten aanvragen.

Sinds 2015 krijgen leraren meer studietijd voor een master. Het gaat om een verhoging van het aantal studieverlofuren van 4 naar maximaal 8 uur per week in het primair onderwijs en het hbo en van 4 naar maximaal 6 uur in het voortgezet onderwijs en het mbo. Ook kunnen leraren die eerder gebruik gemaakt hebben van de Lerarenbeurs voor een bacheloropleiding opnieuw een beurs aanvragen voor een masteropleiding. Tevens is de beurs beschikbaar voor intern begeleiders, zorgcoördinatoren en remedial teachers.

Op www.duo.nl/lerarenbeurs kunnen leraren een Lerarenbeurs aanvragen tot 1 juli 2016. Hier is ook meer informatie over de voorwaarden te vinden.

 

Ken jij een geweldige leraar die zijn leerlingen en collega’s dagelijks weet te inspireren? Een leraar die zijn vak verstaat en die als ambassadeur vakmanschap en passie uitstraalt. Nomineer die leraar dan voor de Verkiezing Leraar van het Jaar 2016.

Tot en met vrijdag 9 mei a.s. kunnen leraren, schoolleiders, onderwijs(ondersteunend) personeel, maar ook leerlingen en ouders hun favoriete leraar aanmelden voor de Verkiezing Leraar van het Jaar 2016. Een jury van leraren (de beroepsjury) beoordeelt alle inzendingen en kiest 10 genomineerden per sector. Deze leraren krijgen een tweeledige opdracht (tekst en filmpje) en op basis daarvan kiest de beroepsjury – na de zomervakantie – 3 genomineerden per categorie. Ten slotte worden op de vakjurydag, na een zorgvuldige procedure, de uiteindelijke winnaars gekozen.

De winnaars worden op het Lerarencongres, dat rond de Dag van de Leraar (Worlds Teachers’ Day, 5 oktober 2016) wordt georganiseerd, bekendgemaakt. De Leraren van het Jaar 2016 zijn dan een jaar lang ambassadeur van hun sector, waarbij ze hun inspiratie, innovatie en passie mogen uitdragen en delen met de rest van Nederland. Daarmee draagt de verkiezing bij aan een positief imago van het leraarschap en zorgt dit ervoor dat de kwaliteit van de beroepsgroep bespreekbaar gemaakt wordt.

Nomineer nu jouw favoriete leraar via: www.deleraarvanhetjaar.nl

De laatste stap binnen het programma van de ECB (Europese Centrale Bank) heeft de rente waarmee de pensioenfondsen hun verplichtingen moeten berekenen wederom verder omlaag gebracht. Gevolg is dat de dekkingsgraden verder omlaag zijn gegaan: voor ABP en PFZW zelfs onder de kritische dekkingsgraad. Zonder positieve ontwikkelingen op dit vlak (beleggingsresultaten maar vooral de rente!) zal dit gaan leiden tot kortingen per 2017.

Contrasterend aan het bovenstaande is dat het ABP rijker dan ooit is: “het geld klotst tegen de plinten op”. Deze onbevredigende situatie heeft geleid tot vragen vanuit de politiek, nadat ook de vakcentrales waaronder de VCP hier aandacht voor hadden gevraagd.

Concreet is een oplossing de zgn. “rekenrente” te verhogen in ieder geval zolang het programma van de ECB voortduurt. In het verleden werd immer uitgegaan van een vaste rekenrente (toen 4%). Zelfs al zou maar worden uitgegaan van een rekenrente van 3%, dan zou dat al een enorme verlichting betekenen (elk procentpunt rekenrente scheelt 12% dekkingsgraad).

De CMHF, waartoe de UNIENFTO ook behoort, stelt alles in het werk om de dreigende kortingen, die het gevolg zijn van een onrechtvaardig financieel toetsingskader, te voorkomen. De sleutel hiervoor ligt bij de politiek, die dit toetsingskader - uit te voeren door DNB - heeft vastgesteld.

SER-advies

De SER buigt zich momenteel over een advies over de toekomst van ons pensioenstelsel dat een verkenning moet opleveren van mogelijk nieuwe modellen. De huidige problematiek van dreigende kortingen als gevolg van het huidige stelsel met het daarbij behorende toetsingskader speelt daarbij zeker een rol. Anders gezegd: als er niks verandert, dreigt een voortdurende situatie van kortingen.

De modellen zullen laveren tussen het huidige model van beloftes van aanspraken (defined benefit: DB) en modellen waarbij een premie wordt gestort waarbij de uitkomst van het daadwerkelijke pensioen onzeker is (defined contribution: DC). Het huidige model loopt gelet op het bovenstaande tegen zijn grenzen aan. Een individueel potje waarbij elke werknemer het verder maar uitzoekt, levert daarentegen aantoonbaar slechtere uitkomsten op. De VCP heeft enige tijd geleden al gesteld voorstander te zijn van een DC-stelsel met voldoende solidariteitskenmerken om pech- en geluksgeneraties te voorkomen.

Het advies wordt april/mei verwacht.

Op dinsdag 29 maart houden wij een Regio-bijeenkomst voor onze leden in het Noorden des lands. Deze bijeenkomst vindt plaats in ruimte 2.38 van ROC Friese Poort, locatie Wilaarderburen 1 te Leeuwarden.

Vanaf 15.30 uur bent u welkom en kunt u in gesprek met de leden van het dagelijks bestuur, uw cao-onderhandelaar(s) en de vertegenwoordiger van de UNIENFTO op uw instelling. Ook is er iemand van de juridische dienst aanwezig.

Rond 16.00 is er  een kort formeel programma waarin we u o.a. bijpraten over de ontwikkelingen rond de cao’s

Na afloop van het formeel gedeelte kunt u ook nog spreken met de  bestuurders / vertegenwoordigers van uw vakbond.

Uiterlijk 17.00 uur hopen we de bijeenkomst te beëindigen.

We hopen velen van u te mogen begroeten.

Met vriendelijke groet,

Jan van den Dries

Gerrit Karssenberg

Gijs Jacobse

John Verschuren

 

Op 9 maart jl. heeft de MBO Raad tijdens het cao-overleg bevestigd dat de 3% salarisverhoging uit de loonruimteovereenkomst, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016, zal worden uitgevoerd op het moment dat de nieuwe CAO MBO van kracht wordt.

Dat kan dus nog even duren, want er liggen nog meer onderwerpen op de cao-tafel, maar de loonsverhoging van drie procent per 1 januari 2016 zal zeker doorgaan! Dat is een geruststellende gedachte voor het personeel dat in de MBO-sector werkzaam is, want na de 0,8% en de 1,25% structurele verhoging per respectievelijk 1 januari 2015 en 1 september 2015, alsmede de eenmalige 500 euro bruto in 2015 zijn dan alle loonafspraken uit het loonruimteakkoord verwerkt in de CAO MBO. Die andere salarisafspraken worden al uitgevoerd op basis van de in oktober 2015 afgesloten Uitvoeringsovereenkomst MBO tussen de UNIENFTO / FvOv en CNVO enerzijds en de MBO Raad anderzijds.

Nu het kabinet heeft besloten het ontstane tekort, door de pensioenpremiestijging bij ABP, voor 2016 aan te vullen, is er voor werkgevers in het MBO geen belemmering meer om de 3% salarisverhoging uit te betalen. Dat tekort was ontstaan door het verhogen van de herstelopslag van de pensioenpremie door het ABP per 1 april 2016. De UNIENFTO / FvOv en de andere vakbonden hebben daarop in een gezamenlijke brief met de MBO Raad gesteld dat het kabinet dit tekort voor zijn rekening moest nemen. Het kabinet heeft dit toegezegd, maar alleen voor 2016.

Voor 2017 zullen de loonruimte die het kabinet dan ter beschikking stelt en alle overige gevolgen en ontwikkelingen door cao-partijen worden meegenomen in het overleg over de CAO MBO ná 2016.

Cao-partijen in het MBO streven overigens naar een nieuwe cao vóór 1 juli 2016. Tot die tijd is het dus even wachten onder het motto “wat in het vat zit, verzuurt niet”, maar de 3% loonsverhoging per 1 januari 2016 staat als een huis!

Alle lessen in het voortgezet onderwijs moeten worden gegeven door daartoe bevoegde leraren (of leraren in opleiding) om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen en te verbeteren. Dit is afgesproken in het Nationaal Onderwijsakkoord. Besturen en scholen moeten onbevoegde leraren stimuleren om een bevoegdheid te halen. Dat kondigde staatssecretaris Sander Dekker (onderwijs) aan in zijn plan van aanpak om onbevoegden voor de klas terug te dringen. Met deze aanpak ontstaat een sluitende aanpak waardoor leerlingen en ouders erop kunnen vertrouwen dat lessen worden gegeven door een hiervoor bevoegde leraar.

OCW verdiepende analyse onbevoegd lesgeven

nieuwsbericht op site OCW

Start ronde tafelgesprekken duurzame inzetbaarheid

Wat zijn energiegevers en energieslurpers? Wat wil jij terugzien op de agenda van duurzame inzetbaarheid in het mbo? Waar kun jij vanaf morgen mee aan de slag in je eigen team? Over die vragen gaan op 11 mei de deelnemers aan de eerste regionale rondetafelbijeenkomst van 2016 met elkaar in gesprek, oplossings- en toekomstgericht, in Zwolle.

Loopbaanlab

In 2009 hebben een aantal mbo scholen met People do Change gezamenlijk het programma Loopbaanlab ontwikkeld. SOM maakte dit mede mogelijk door financiële ondersteuning.

Het Loopbaanlab is ontworpen met het doel om onderwijsprofessionals te ondersteunen bij het stellen en beantwoorden van vragen over hun professionele toekomst. Zodat ze kwaliteit leveren, blijven leren en gelukkig zijn met het werk dat ze doen.

Een evaluatie van het programma geeft inzicht in de belangrijkste lessen uit ruim 5 jaar Loopbaanlab voor docenten:

•    Veel onderwijsprofessionals zoeken antwoord op de verkeerde vraag.

•    Docenten doen zelf niet wat ze van leerlingen vragen.

•    Het type leiderschap bepaalt het rendement van de training

Daarnaast blijkt het succes van het Loopbaanlab tevens het succes van samenwerking tussen ROC’s. Het toont aan dat een coöperatief model met externe partners voor alle betrokkenen loont. Op dit moment maken zeven ROC’s gebruik van het Loopbaanlab. Lees hier de evaluatie.

Lees meer mbo-berichten: nieuwsbrief van SOM

 

 

 

De AdviesCommissie Postactieven van de UNIENFTO is zeer bezorgd over de ontwikkeling rondom onze pensioenen. Zij heeft haar bezorgdheid neergelegd in een brief die u HIER aantreft.

Door het plan om kinder- en peuteropvang te harmoniseren stijgen opnieuw de kosten voor kinderopvang voor groepen werkende ouders. De VCP, de vakcentrale waartoe de UNIENFTO via de CMHF behoort, roept de Tweede Kamercommissie SZW op om deze negatieve inkomenseffecten voor werkende ouders, welke deze harmonisering veroorzaken, te voorkomen. Kinderopvang is op dit moment voor werkende ouders erg duur en deze hoge kosten leiden tot suboptimale keuzes, zoals minder of zelfs stoppen met werken door een van de ouders (meestal de moeder).

Door het concept wetsvoorstel harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang ontstaan negatieve inkomenseffecten voor werkende ouders. Op basis van de koopkrachteffecten van de harmonisatie blijkt dat een gezin met verzamelinkomen van 87.500 euro er ongeveer 86 euro bruto per maand op achteruit gaat, bij een ouderbijdrage van 400 euro. Zelfs gezinnen met een onder modaal verzamelinkomen (52.500 euro) gaan er 11 euro op achteruit. Werkende ouders die een ouderbijdrage betalen voor de peuterspeelzaal die lager is dan 400 euro gaan er nog meer op achteruit.

Deze harmonisatie is een goede stap naar een stelsel met meer samenhangende voorzieningen, maar de extra rekening hoort niet bij werkende ouders te liggen. De aangekondigde extra gelden voor de kinderopvangtoeslag die bedoeld zijn om de hoge kosten voor kinderopvang enigszins te compenseren worden door de negatieve inkomenseffecten van de harmonisatie teniet gedaan. Dat kan niet de bedoeling zijn van de compensatie of van de harmonisatie.

Hoe kunt u als school ruimte creëren voor vernieuwing van onderwijs door optimaal gebruik te maken van de soepelere regels voor onderwijstijd? Er zijn ruimere mogelijkheden om lessen onder verantwoordelijkheid van de docent vorm te geven. Hoe benut u deze mogelijkheden om meer tijd en ruimte voor leraren te creëren voor ontwikkeling en verlaging van de werkdruk? Op welke manier kunt u zelf in school de dialoog hierover aangaan? We nodigen alle leraren, schoolleiders en bestuurders uit het voortgezet onderwijs uit om op 9 maart in De Balie in Amsterdam hierover mee te debatteren.

Programma 9 maart 2016 (17:00 tot 19:00 uur):

•    Creatief spelen met onderwijstijd op het Vathorst College

•    Docenten en schoolleiding van het Vathorst College hebben samen met leerlingen en ouders gebrainstormd hoe zij creatief kunnen omgaan met onderwijstijd zodat de huidige en nieuwe initiatieven in de school bijdragen aan onderwijsvernieuwing en werkdrukverlichting. Luister naar Jasmijn Kester (rector), Anske de Boer (afdelingsleider) en Femke Pool (docent) hoe zij met pilots aan de slag zijn.

•    Professionele dialoog

•    Hoe voert u in school een constructieve professionele dialoog over onderwijsvernieuwing?

•    Aan de tafels is genoeg ruimte om met elkaar in gesprek te gaan en u krijgt inzichten mee om de professionele dialoog in eigen school te voeren. U gaat naar huis met nieuwe inzichten en handvatten om zelf op school toe te passen.

Deelname is gratis. Aanmelden kan via de website van De Balie.

Livestream: Kunt u niet bij het debat aanwezig zijn? U kunt het debat ook via de livestream volgen op de website van De Balie. Bijvoorbeeld op school, samen met uw collega’s.

Debatreeks

Dit debat is onderdeel van de reeks Samen leiding geven aan schoolontwikkeling. De debatreeks is bedoeld voor leraren, schoolleiders en bestuurders in het primair en het voortgezet onderwijs. De initiatiefnemers, VOION, het Arbeidsmarktplatform PO en De Balie, organiseren de reeks in samenwerking met het CAOP en de Onderwijscoöperatie. Elk debat heeft zijn eigen thema.

De werkgeversorganisatie Vereniging Hogescholen enerzijds en de UNIENFTO / FvOv, samen met de vakorganisaties Algemene Onderwijsbond, FNV Overheid, CNV Onderwijs (onderdeel van CNV Connectief) anderzijds hebben op 19 februari 2016 een principeakkoord gesloten over de arbeidsvoorwaarden voor de hogescholen in de sector hbo over de volgende onderwerpen.

I Looptijd en salarisontwikkeling

II Cao van de toekomst

III Wet Werk en Zekerheid

IV Overige afspraken 

Voor het gehele akkoord, KLIK HIER........

Voor het persbericht, KLIK HIER.........

Voor de leden van de UNIENFTO wordt een ledenraadpleging gehouden op

dinsdag 8 maart,  Boschweg 6 te Culemborg, aanvang 16.00 uur.

Op onderstaande foto ziet u de ondertekening van dit principeakkoord. Geheel rechts Gerrit Karssenberg, onderhandelaar namens de UNIENFTO / FvOv.

Met belangstelling hebben de vakgerichte verenigingen, verenigd in FvOv (UNIENFTO) en Platform VVVO, kennis genomen van het eindadvies van het Platform Onderwijs 2032.

FvOv en Platform VVVO stuurden gezamenlijk deze brief aan staatsecretaris Dekker met het verzoek om de vakverenigingen een substantiële rol toe te kennen in de ontwerpfase van het nieuwe curriculum. We hebben als vakverenigingen vakkennis, praktijkervaring én achterban te bieden voor belangrijke bijdrages in de vervolgfase!

Zestor heeft een stimuleringsregeling voor activiteiten gericht op professionalisering en teamontwikkeling. Deze stimuleringsregeling richt zich op teams die (nog) geen adequate werkwijze hebben om tot een professionaliseringsinzet te komen op teamniveau en dit wel graag willen ontwikkelen en inbedden in de reguliere manier van werken. Om dit proces zo goed mogelijk in te richten, is één van de voorwaarden van de stimuleringsregeling ‘Professionaliseren doe je samen’ een nauwe samenwerking tussen de leidinggevende van het team en de P&O-adviseur.

 

Met deze subsidieregeling faciliteren we de samenwerking tussen de leidinggevende en de P&O-adviseur, waarbij in gezamenlijkheid gewerkt wordt aan een professionele leergemeenschap op basis van vertrouwen, verbinden en vakmanschap. Zowel onderwijsteams, ondersteunende teams en teams van stafmedewerkers kunnen een beroep doen op de regeling. De stimuleringsregeling ‘Professionaliseren doe je samen’ heeft een looptijd van één jaar. Subsidieaanvragen kunnen nog tot en met 31 mei 2016 worden ingediend.

Meer weten over de subsidieregeling en de voorwaarden?

Scholieren krijgen het recht om hun beste vak op een hoger niveau te volgen. Als hun school dat niet wil of kan, moet deze een heel goede reden hebben. Dat schreef staatssecretaris Dekker 16 februari jl. in een brief aan de Tweede Kamer.

Lees meer

Universitaire studenten die leraar willen worden in het voortgezet onderwijs kunnen op de nieuwe website www.mastersvoorhetvo.nl nagaan of ze in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de studiekosten. Deze tegemoetkoming is bedoeld voor bachelor- of masterstudenten die een universitaire lerarenopleiding gaan volgen in een tekortvak. Het ministerie van OCW wil daarmee stimuleren dat extra eerstegraads leraren worden opgeleid voor de tekortvakken in het voortgezet onderwijs.

‘Het belangrijkste bij lesgeven is enthousiasme’

Studenten van universitaire lerarenopleidingen (ULO’s) en jonge docenten in het voortgezet onderwijs vertellen op de website hoe zij de opleiding en het beroep ervaren. Verder gaat de site in op de arbeidsvoorwaarden en werkomgeving in het voortgezet onderwijs en biedt informatie over de universitaire lerarenopleidingen.

Deze nieuwe website en de studiekostenregeling worden gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW). De site Mastersvoorhetvo.nl is verbonden aan Wordleraarinhetvo.nl en wordt beheerd door Voion, het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs.

De VCP (waar ook de UNIENFTO deel van uit maakt) vindt een flexibele AOW-leeftijd en een deeltijd-AOW gewenst, omdat het meer maatwerk mogelijk maakt en tegemoetkomt aan de gewenste keuzevrijheid ten aanzien van de wenselijke pensioeningangsdatum van mensen. Deze keuzevrijheid kan maatschappelijke opbrengsten met zich meebrengen. Onderzoek is er al voldoende gedaan, het moet nu gewoon mogelijk worden gemaakt.

Net als de ouderenorganisatie ANBO nu pleitte de VCP in 2013 al samen met FNV en CNV in een brief aan de Tweede Kamer voor een flexibelere invulling van de AOW. In het recente verleden zijn twee wetsvoorstellen aanhangig geweest in de Tweede Kamer die een flexibele AOW beoogden, maar die zijn gestrand. Keer op keer worden voorstellen voor een flexibele AOW door staatsecretaris Klijnsma naar de prullenbak verwezen omdat anders een deel van de besparing van de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd zou weglekken en het niet ten goede komt aan de arbeidsparticipatie. Niet de wensen van het individu ten aanzien van zijn/haar uittreedleeftijd staan dus voorop, maar de opbrengsten van de generieke verhoging van de AOW-leeftijd.

Het argument dat het de arbeidsparticipatie en de werkgelegenheid zou verminderen spreekt de VCP tegen. De welvaartseffecten zijn wellicht beperkt, maar wel aanwezig, zo blijkt uit eerdere onderzoeken. Nu staat juist een groot deel van deze groep langs de kant net als een grote groep jongeren. Een flexibele AOW kan voor deze beide groepen die langs de kant staan, op korte termijn een uitkomst bieden. Wel vindt de VCP dat het eerder laten ingaan van de AOW alleen mogelijk moet zijn voor mensen met een voldoende structureel inkomen. Bovendien dienen de percentages van het naar voren halen (verlagen) en het naar achteren schuiven (verhogen) van de AOW gelijk te zijn. Dit was ten tijde van het Pensioenakkoord al uitgewerkt in een variant van de flexibele AOW zoals destijds voorgesteld door sociale partners.

Het kabinet heeft besloten om de premieopslag waartoe het ABP heeft besloten (per 1 april met 1%) te compenseren. Daarmee komt een eind aan de onzekerheid over de betaalbaarheid van het loonruimte-akkoord over 2016 (3% loonsverhoging vanaf 1 januari) en komt een nieuwe cao in PO, VO en MBO een stapje dichterbij. Wel zijn er, volgens de UNIENFTO / FvOv-onderhandelaars in de diverse sectoren, nog een paar flinke hobbels aan de cao-tafels te nemen. Daarbij gaat het met name om de vertaling van de Wet Werk en Zekerheid naar de verschillende sectoren.

Onderwerpen als de Transitievergoeding, reparatie van het derde jaar WW, positie van bonden bij een dreigend ontslag, de ketenbepaling ten aanzien van elkaar opvolgende contracten, en de duur en hoogte van de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen vormen nog flinke struikelblokken in het overleg.

Aan de drie centrale cao-tafels zal in de komende maanden volop worden overlegd over deze items, we houden u op de hoogte!

brief sociale partners onderwijs van 20-10-2015

brief minister Plasterk van 10-02-2016

De Onderwijscoöperatie zoekt leraren voor de diverse functies. Een aantal functies kunnen op dit moment al ingevuld worden, andere gaan in per het nieuwe schooljaar.

•    Ambassadeur Onderwijscoöperatie;

•    Coach LOF (LerarenOntwikkelFonds);

•    Programmateam-medewerker (LerarenOntwikkelFonds);

•    Social media- en tekstredacteuren voor leraar24 uit het po en mbo;

•    Begeleider peer review.

Kijk voor de functieomschrijvingen op de site van de Onderwijscoöperatie. Heb je interesse in één van bovenstaande functies en je bent lid van een onderwijsvakorganisatie die deel uit maakt van de FvOv? Stuur dan aan de verbindingsofficier van de FvOv via info@fvov.nl een mail met:

•    je motivatie;

•    je cv;

•    de naam van de FvOv-onderwijsvakorganisatie (UNIENFTOwaar je lid van bent.

De Onderwijscoöperatie bestaat uit de vijf grootste onderwijsorganisaties (FvOv, CNV Onderwijs, Platform VVVO, AOb en BON). Voor alle leraren die bij de Onderwijscoöperatie werken geldt dat zij lid (moeten) zijn van een van de vijf lidorganisaties. Voor meer informatie kan je, ook als je (nog) geen lid bent van de FvOv, contact opnemen met de Onderwijscoöperatie, zie voor contactgegevens de bestanden van de functieomschrijvingen.

De UNIENFTO / FvOv heeft samen met de andere bonden en de werkgeversorganisatie MBO Raad op 3 februari jl. de onderhandelingen hervat over een nieuwe CAO MBO. 

Het recent genomen besluit van pensioenfonds ABP om de pensioenpremies met 1 procentpunt te verhogen per april 2016 is daarbij aan de orde geweest. Zoals bekend leidt dit tot een dekkingsprobleem van 0,4 procent van het salaris, dat ten koste dreigt te gaan van de beloofde loonstijging van 3 procent in 2016 als gevolg van het loonruimteakkoord.

Alle vakbonden, waaronder de UNIENFTO / FvOv en werkgeversorganisaties in het onderwijs stuurden het kabinet al in november 2015 een brief waarin ze aandrongen de premieverhoging te compenseren om de beloofde 3 procent loonsverhoging waar te kunnen maken.

Het kabinet heeft nog niet gereageerd op het besluit van het ABP. Cao-partijen hebben daarom besloten op 17 februari en 9 maart a.s. verder te praten en de tussenliggende periode te gebruiken om andere onderwerpen voor te bereiden voor nadere onderhandelingen.

Die andere onderwerpen zijn onder meer:

-  de werk-naar-werk trajecten en het werkgelegenheidsbeleid in het algemeen;

-  de reparatie in duur, hoogte en opbouw van het derde WW-jaar;

-  de boven- en nawettelijke werkloosheidsuitkeringen (BWR MBO);

-  WIA/WGA-uitkeringen;

-  andere rechten en plichten na ontslag

-  het afwijken bij cao van de huidige wettelijke vastgestelde keten van tijdelijke contracten.

Uit de benchmarkbouwsteen financiën in het mbo blijkt dat de mbo-scholen over het algemeen financieel gezond zijn. Door verstandig financieel beleid zijn de scholen in staat om nu klappen op te vangen. Hun inkomsten worden de komende jaren minder, terwijl ze nog steeds stevig moeten investeren. De MBO Raad presenteerde de benchmarkbouwsteen financiën afgelopen week aan de leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs om hen het nodige inzicht te geven.

Tiende Benchmark mbo

Met de Benchmark middelbaar beroepsonderwijs laat de sector zien hoe de mbo-scholen hun budget besteden (financiële prestaties), hoeveel deelnemers het mbo gediplomeerd verlaten (studiesucces), wat de deelnemers vinden van het onderwijs (deelnemersoordeel) en hoe werknemers over hun werkgever denken (medewerkerstevredenheid). De resultaten van de verschillende bouwstenen stellen de scholen in staat zich met andere scholen te vergelijken en te verbeteren. De benchmark 2014 die deze week verscheen is de tiende benchmark.

Uitdagingen blijven groot

De analyses van de financiële prestaties laten zien dat de scholen de opdracht serieus hebben genomen om zich voor te bereiden op moeilijkere jaren. De komende jaren zullen overheidsmaatregelen leiden tot dalende inkomsten. De uitdagingen waarvoor de scholen staan blijven echter onverminderd groot. De invoering van de acties uit het plan Focus op Vakmanschap (waaronder intensivering van het onderwijs en het verkorten van de opleidingsduur) is in volle gang.

Kosten personeel

Meer middelen worden besteed aan het primair proces (onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel), minder aan directie en management en indirect onderwijsondersteunend personeel. De kosten voor het onderwijzend en direct onderwijsondersteunend onderwijs stijgen met 2,1% en laten een groei in personeel zien. Daar staat tegenover dat de kosten voor overhead (directie/management) licht dalen met 2%.

Huisvestingslasten

De scholen hebben hun huisvestigingslasten omlaag gebracht. Per student zijn het aantal vierkante meters en totale kosten gedaald. Ook dalen de huisvestingskosten per m2.

Investeringen in ICT

Scholen moeten investeren in hoogwaardige ICT ten behoeve van het onderwijs, de ondersteunende processen en beveiliging. Scholen sturen op het relatief laag en in balans houden van deze kosten. In 2014 lagen de kosten voor de soms zeer hoogwaardige ICT-voorzieningen gemiddeld op 5,3% van de totale kosten in het mbo (in 2013 was dat 5,6%).

Rentabiliteit, liquiditeit, solvabiliteit

Ondanks de aanzienlijke negatieve rentabiliteit (het verschil tussen inkomsten en uitgaven) van ROC Leiden is er sprake van een positief resultaat van 1,1%.  Zonder ROC Leiden zou de rentabiliteit van de scholen in 2014 uitkomen op 2,3% en daarmee gelijk zijn aan 2013.

Ook met betrekking tot de liquiditeit (kortetermijnverplichtingen) blijft de prestatie van de scholen in 2014 ten opzichte van 2013 gelijk: een gezonde 1,4.

Klik HIER voor de gehele benchmarkresultaten!

De MBO Raad, de JOB (Jongerenorganisatie beroepsonderwijs), het Platform Raden van Toezicht mbo-instellingen en het Platform Medezeggenschap MBO hebben op 25 januari jl. een gezamenlijke brief gestuurd aan de Vaste Kamercommissie voor OCW over de menselijke maat in het mbo.

Deze brief is gericht op een Kamerdebat over governance in het mbo op 3 februari a.s. De brief is een vervolg op de gezamenlijke brief met andere partijen, waaronder de UNIENFTO / FvOv van 10 december 2015 en is een concretisering van de toen geformuleerde intenties.

Klik HIER voor de brief!

 

Het eindadvies Ons Onderwijs 2032 is gisteren openbaar gemaakt. Download hier het rapport . Hier zie je Ons Onderwijs 2032  in beeld gebracht.

Meer informatie vind je op de website van 2032.

Universitaire lerarenopleidingen worden flexibeler ingericht en gaan studenten beter voorbereiden op het werk voor de klas. Op voorstel van de VSNU maakt minister Bussemaker de vernieuwing van de masteropleidingen mogelijk. De bewindsvrouw schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer.

 

‘De kwaliteit van onderwijs staat of valt met de docent die voor de klas staat. De universiteiten bewijzen het onderwijs een grote dienst met hun voorstellen. Ik steun het dan ook van harte’, aldus minister Bussemaker. Karl Dittrich, voorzitter van de VSNU: ‘We verwachten dat meer studenten voor een lerarenopleiding kiezen en dat de opleiding beter aansluit bij hun verwachtingen. We zijn dan ook blij met de steun van de minister’.

Tweejarige educatieve masteropleidingen

Met de maatregelen, die al volgend studiejaar ingaan, worden tweejarige educatieve masteropleidingen de hoofdroute naar het academisch geschoolde leraarschap. Voor het leraarschap wordt daarmee een tweede scriptie overbodig en ontstaat meer ruimte voor het opdoen van praktijkervaring.

Met de nieuwe tweejarig educatieve master slaan universiteiten twee vliegen in een klap: studenten ronden vakken als Wiskunde, Duits of Biologie af op academisch masterniveau en leren tegelijkertijd de vaardigheden aan om die vakken te kunnen doceren aan scholieren. Dat laatste gebeurt voor een belangrijk deel in de praktijk, op de scholen zelf.

Postgraduate lerarenopleidingen

Universiteiten gaan daarnaast experimenteren met academische postgraduate lerarenopleidingen voor studenten die al een vakmaster op zak hebben en alsnog besluiten leraar te willen worden. In de postgraduate lerarenopleiding hoeven studenten niet, zoals in een masteropleiding, opnieuw een masterscriptie te schrijven. Hierdoor is er in het programma meer tijd en ruimte voor vakdidactiek en leren in de praktijk. Anders dan bij een masteropleiding wordt deze opleiding flexibel aangeboden: studenten kunnen halverwege de opleiding al een lesbevoegdheid behalen en de rest van de opleiding afmaken in combinatie met een betaalde baan.

Lerarenagenda VSNU

In 2013 lanceerden de universiteiten in VSNU-verband hun gezamelijke lerarenagenda, gericht op het opleiden van meer en beter gekwalificeerde academische docenten voor het voortgezet onderwijs. Dat is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van het onderwijs op middelbare scholen, maar draagt ook bij aan een goede voorbereiding van scholieren op het wetenschappelijk onderwijs. Praktische en didactische vaardigheden komen daarbij nadrukkelijker aan bod in het opleidingsprogramma. Zo leveren universiteiten meer academische leraren af die niet alleen uitblinken in hun kennis van het vak, maar ook in het overbrengen van die kennis.

Studenten geven aan dat de universitaire opleidingen tot docent op dit moment niet voldoende aansluiten bij hun verwachtingen. Er is veel aandacht voor de onderzoekende vaardigheden terwijl studenten verwachten vooral didactische vaardigheden te verwerven. De nieuwe opleidingsvormen pakken dit probleem aan, waarbij het behoud van het academische niveau van de opleidingen gegarandeerd blijft.

Bron: Voion / VSNU

Tijdens de Landelijke Dag voor het praktijkonderwijs op woensdag 9 december is de nieuwe website www.veiligepraktijklokalen.nl/pro live gegaan. De website is bedoeld voor docenten en toa’s in het praktijkonderwijs. Dankzij de site hebben zij informatie en tools om het onderwijs veiliger te maken voor henzelf en voor de leerlingen.

Op de site staat o.a. informatie over wet en regelgeving rond veiligheid (bijvoorbeeld over machines en afzuiging), machine-instructiekaarten voor leerlingen en handige checklists voor een veilig lokaal en apparatuur. Met de checklist beoordeelt u periodiek (eens in het jaar) of uw praktijklokaal aan alle aspecten rond veiligheid voldoet. Er zijn onder andere checklists voor het lokaal, geluid, persoonlijke beschermingsmiddelen en voor machines en apparaten. De website is ook toegankelijk voor tablets en smartphone, dus altijd en overal bereikbaar.

De website is ontwikkeld in samenwerking tussen de platforms voor het praktijkonderwijs, het Platform praktijkonderwijs en de Vereniging Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs, en Voion. De website is onderdeel van de portal www.veiligepraktijklokalen.nl. Deze portal moet toegang gaan bieden tot informatie, checklists en instructiekaarten voor alle praktijklokalen in het voortgezet onderwijs.

Pensioenfonds ABP voert naar verwachting een opslag op de premie in van 1% per 1 april 2016. Deze opslag op de kostendekkende premie is nodig omdat de financiële positie van het fonds eind december 2015 niet toereikend was. De dekkingsgraad van het fonds kwam toen uit op 97,2%. Korting van het pensioen, het laatste redmiddel voor fondsen om de financiële positie te verbeteren, is nu niet aan de orde.

ABP heeft in november 2015 het premiebesluit voor 2016 genomen. Het Verantwoordingsorgaan ondersteunde in november het beleid van het ABP-bestuur en heeft in meerderheid een positief advies gegeven bij het premiebesluit voor 2016. Dat besluit bestaat uit twee delen: de kostendekkende premie en een mogelijke opslag op de premie, die kan variëren van 0% tot 3% en afhankelijk is van de financiële positie van het fonds. De kostendekkende premie is toen vastgesteld op 17,8%.

Voor de vaststelling van de opslag op de premie moest ABP echter wachten op de dekkingsgraad van eind december 2015. Dat is namelijk een belangrijke factor voor het vaststellen van de opslag. De opslag op de premie van 1% geldt in principe voor vijf jaar.

De totale premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen bij ABP bedraagt na 1 april 2016: 18,8%. In 2015 was dat 19,6%. Het bestuur stelt de opslag definitief vast na advies van het ABP-Verantwoordingsorgaan op 28 januari 2016. 

Hoe kwam de premie tot stand?

Verlagende factoren:

•    De overgang* van loon- naar prijsindexatie en het vervallen van de eenmalige component leveren de grootste bijdrage aan de premiedaling.

Dat de AOW-leeftijd versneld verhoogd wordt, heeft geen invloed op de premie.

Factoren met een verhogend effect:

•    Bijvoorbeeld de stijging van het PartnerPensioen 67+ naar 70% van het Ouderdomspensioen.

•    Ook door de ontwikkeling van het deelnemersbestand en het feit dat mensen langer doorwerken, stijgt de premie licht.

•    Tot slot heeft de invoering van het nieuw Financieel Toetsingskader** een premieverhogend effect.

*Loonakkoord juli 2015

In lijn met de afspraken in het loonakkoord en de uitwerking daarvan door sociale partners in de Pensioenkamer, verlaagde Pensioenfonds ABP de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen in 2016. De premie daalt van 19,6% naar 17,8%. Deze lagere premie komt met name door de overgang van loon- naar prijsindexatie en door het vervallen van de eenmalige component van 0,9% in de premie 2015.

Dekkingsgraad

De berekeningen laten zien dat de dekkingsgraad van 31 december 2015 uitkomt op 97,2%. De dekkingsgraad heeft geleden onder het tegenvallend rendement in onrustige financiële markten en ook de dalende rente speelde een grote rol. Daarnaast hadden de nieuwe gegevens van CBS (dec. 2015) over gestegen levensverwachting een drukkend effect op de dekkingsgraad. Omdat de financiële positie van ABP niet voldoende** is, kunnen de pensioenen in 2016 niet geïndexeerd worden met de gemiddelde loonontwikkeling.

Per saldo de totale premie

De kostendekkende premie kwam in november uit op 17,8%.

De premieopslag in verband met de dekkingsgraad wordt naar verwachting 1%. Daarmee zal de totale premie voor het ABP-ouderdoms- en nabestaandenpensioen uitkomen op 18,8%.

De werkgever gaat in 2016 een iets groter deel van de pensioenpremie betalen: 70% (was 68% in 2015). De werknemer betaalt 30% van de premie.

Lees meer in de notitie ABP van 14 januari 2016.

Bron: persberichten ABP 28-11-2015 en 14-01-2016

Een vrouw die voor een hogeschool werkt, krijgt minder salaris dan haar mannelijke collega. Het verschil is bijna 11 procent. Dat kan te maken hebben met het niveau van de functie, werkervaring en de manier waarop iemand functioneert, ‘maar een deel van het verschil is onverklaarbaar’, aldus het College voor de Rechten van de Mens. Het College, dat vroeger de Commissie Gelijke Behandeling heette, deed onderzoek op 6 van de 37 hogescholen in Nederland. Het rapport zegt niet welke dat zijn, alleen dat ze ,’een goede dwarsdoorsnede’ vormen. De 3.218 mannen in de studie verdienden gemiddeld 4.258 euro per maand. De 4.301 vrouwen hadden een gemiddeld maandsalaris van 3.798 euro.

Het verschil komt voor een groot deel, doordat mannen vaker een hogere functie hebben en vrouwen vaker een lagere. Maar ook bij hetzelfde werk verdient de man meestal meer dan de vrouw. Mannelijke docenten verdienen bijvoorbeeld gemiddeld 4.934 euro, terwijl vrouwelijke collega’s blijven steken op gemiddeld 4.683 euro, een verschil van 5,1 procent. Mannen die op het secretariaat, de administratie of de facilitaire dienst werken, verdienen 5,6 procent meer dan de vrouwen met wie ze samenwerken. Dat wil echter niet automatisch zeggen dat vrouwen worden gediscrimineerd, voegt het College er aan toe.

Het verschil kan naar twee kanten uitvallen: mensen verdienen meer salaris dan ze eigenlijk zouden moeten krijgen, of ze ontvangen te weinig geld. Dat mensen te veel verdienen, komt bij mannen en vrouwen even vaak voor. Maar vrouwen lopen twee keer zo vaak geld mis, ‘en het bedrag dat hiermee gemoeid is ligt ook twee keer zo hoog”.

Hogescholen lopen een risico met de salarisverschillen, zegt het College. Als vrouwen het verschil aanvechten, kunnen vier op de vijf weleens in het gelijk worden gesteld.

Belangrijkste valkuilen die in het rapport worden geconcludeerd:

Valkuilen bij het vaststellen van het aanvangssalaris zijn:

•    Te lage inschaling op grond van werkervaring;

•    Aansluiting zoeken bij het laatstverdiende salaris;

•    Salarisonderhandeling.

Valkuilen bij het vaststellen van de salarisgroei zijn:

•    Salarisgaranties;

•    Bevorderingspercentage niet of onjuist toegepast;

•    Werkervaring tijdens het dienstverband onvoldoende verdisconteerd.

Zie voor aanbevelingen om de valkuilen te voorkomen het rapport:

Verdient een man meer? Gelijke beloning van mannen en vrouwen bij hogescholen

Op 22 december jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het gewijzigde Belastingplan 2016. De VCP, de vakcentrale waartoe de UNIENFTO behoort, heeft weer een overzicht waarin de belangrijkste wijzigingen in de premies en belastingen op het gebied van werk, inkomen en vermogen staan vermeld.

Verschillende premies, belastingtarieven en kortingen zijn gewijzigd per 1 januari 2016. Het tarief van de eerste schijf van de loon- en inkomstenbelasting is met 0,5% omhoog gegaan. Het tarief van de tweede en derde schijf is omlaag gegaan met 1,6%. Dat is minder dan in de oorspronkelijke voorstellen. De grens van de vierde schijf is omhoog gebracht. Met een belastbaar inkomen tussen 57.585 en 66.421 euro is dus het lagere tarief verschuldigd, maar de keerzijde is dat de hypotheekrenteaftrek in deze range minder voordeel geeft. 

Inkomens boven de 66.417 euro hebben geen algemene heffingskorting meer, doordat deze korting met ingang van 2016 net zoals de arbeidskorting geheel inkomensafhankelijk afgebouwd wordt. De afbouw van de algemene heffingskorting is verscherpt van 2,32% naar 4,82%. Het belastingtarief over de gehele tweede en derde schijf is daarmee feitelijk gestegen. De arbeidskorting is aan de basis met 900 euro verhoogd waardoor veel inkomens er op vooruit gaan.

De werkbonus is net als de vrijstelling voor de spaarloonregeling (vervallen in 2012 en uitgefaseerd in 2016) vervallen per 1 januari 2015 met een uitfasering. Mensen die op 1 januari 2016, 62 of 63 jaar zijn, kunnen nog in aanmerking komen voor deze heffingskorting. Elk jaar schuift de grens een jaar op waardoor er geen ‘nieuwe gevallen’ meer bij komen. In 2018 zal de werkbonus geheel uitgefaseerd zijn.

Verder gaat de transitievergoeding bij ontslag omhoog. Ook wordt de kinderopvangtoeslag in 2016 weer geïndexeerd waardoor ouders minder kwijt zijn aan kinderopvang.

Zie HIER het overzicht van premies en belastingen per 1 januari 2016.

Wilt u al het vorig nieuws ook nog lezen? Klik dan hier.