De UNIENFTO is een onafhankelijke vakorganisatie die opkomt voor de rechtspositionele
en onderwijskundige belangen van haar leden.

In de maand december hebben de gezamenlijke vakbonden, waaronder de UNIENFTO / FvOv , twee drukbezochte voorlichtingsbijeenkomsten gehouden in Zoetermeer en Utrecht om de leden en andere belangstellende personeelsleden van SBB een toelichting te geven op het overeengekomen onderhandelaarsakkoord dat de bonden met de werkgever hadden gesloten.

Inmiddels heeft bij alle bonden de meerderheid van de leden ingestemd met het akkoord en ook het SBB-bestuur heeft ingestemd. Daarmee is het onderhandelaarsakkoord een definitief akkoord geworden en treedt de CAO SBB 2016 per 1 januari 2016 in werking.

Na die datum zullen bonden en SBB het akkoord nog gaan vertalen in concrete cao-teksten.

KLIK HIER voor de integrale tekst van het onderhandelaarsakkoord

Een goede examencorrectie is in het belang van de leerlingen en de maatschappij, daarover zijn vakbonden, Ministerie van OCW en de VO-raad het over eens. Door onder andere tijdsdruk bij de docenten stond in het bijzonder de tweede correctie nogal eens onder druk. Op basis van een beperkt onderzoek uitgevoerd besloot de staatssecretaris tot een omkering van de eerste en de tweede correctie. Door onder andere onze inbreng is de staatssecretaris alsnog op zijn schreden teruggekeerd.

Met de VO-raad en de bonden (waaronder de UNIENFTO / FvOv) is afgesproken dat we enerzijds een beroep zullen doen op de docenten om de tweede correctie goed en volledig uit te voeren en anderzijds zal er nadrukkelijk gezocht worden naar een passende oplossing in die gevallen waarin een docent problemen in de uitvoering van de correctie ervaart.

Deze afspraken zijn vastgelegd in een gezamenlijke verklaring. Cito zal een vervolgonderzoek uitvoeren met betrekking tot de correctie in 2016. Wanneer blijkt dat er sprake is van een goede en volledige examencorrectie is de omkering van de eerste en tweede correctie definitief van de baan.

Uiteindelijk zou de opbrengst van deze actie moeten zijn dat en de correctie op een juiste wijze wordt uitgevoerd en dat de werkdruk van de docenten in de examenperiode wordt verminderd.

Voion nodigt Onderwijsondersteuners graag uit voor een verdiepend gesprek over de loopbaanmogelijkheden van ondersteunend personeel in het voortgezet onderwijs.

Voion laat momenteel het ITS, Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek doen naar de loopbaanmogelijkheden van ondersteunend personeel in het voortgezet onderwijs. Kern van deze studie is een onlangs gehouden enquête over loopbaanwensen, -mogelijkheden en –stappen onder ondersteunend personeel, die is ingevuld door ruim 1300 ondersteuners. Doel van de gesprekken is om de resultaten uit de enquête beter te duiden.

Bij deze nodigen we onderwijsondersteuners (conciërges, ict-medewerkers, secretaresses of TOA’s) en HR-adviseurs van harte uit om hierover met ITS en Voion in gesprek te gaan.

Naast het toetsen van de herkenbaarheid en vaststellen van mogelijke consequenties voor het HR-beleid, staan met name de volgende vragen centraal:

•    Aan welke ondersteunende taken hebben scholen in het voortgezet onderwijs de komende jaren behoefte?

•    Wat vraagt dit van de ondersteunende functies aan kennis en vaardigheden?

•    Wat betekent dit voor loopbaanmogelijkheden en – beleid van ondersteunend personeel?

•    Zijn er ten slotte voorbeelden van constructief personeelsbeleid voor conciërges, ict-medewerkers, secretaresses en (technisch) onderwijsassistenten?

De informatie wordt gebruikt om te bezien of maatregelen ten behoeve van loopbanen voor het ondersteunend personeel wenselijk zijn.

Data en locaties

20 januari 2016, locatie CAOP, Den Haag :

•    Groepsgesprek HR-adviseurs van 15.00 uur tot 17.00 uur

•    Groepsgesprek ondersteunend personeel van 15.00 uur tot 17.00 uur

21 januari 2016, locatie Dominicanenklooster, Zwolle:

•    Groepsgesprek HR-adviseurs van 14.00 uur tot 16.00 uur

•    Groepsgesprek ondersteunend personeel van 14.00 uur tot 16.00 uur

Aanmelden

Wilt u deelnemen? Meldt u zich dan aan via het aanmeldingsformulier op de site van Voion.

De reiskosten worden vergoed. Per bijeenkomst is ruimte voor circa 10 HR-adviseurs en 10 onderwijsondersteuners. Met inhoudelijke vragen over het onderzoek kunt u terecht bij Jos Lubberman, senior onderzoeker bij het ITS, via j.lubberman@its.ru.nl.

 

Start ronde tafelgesprekken duurzame inzetbaarheid

Wat zijn energiegevers en energieslurpers? Wat wil jij terugzien op de agenda van duurzame inzetbaarheid in het mbo? Waar kun jij vanaf morgen mee aan de slag in je eigen team? Over die vragen gaan op 6 januari de deelnemers aan de eerste regionale rondetafelbijeenkomst van 2016 met elkaar in gesprek, oplossings- en toekomstgericht, in Zwolle.

Loopbaanlab

In 2009 hebben een aantal mbo scholen met People do Change gezamenlijk het programma Loopbaanlab ontwikkeld. SOM maakte dit mede mogelijk door financiële ondersteuning.

Het Loopbaanlab is ontworpen met het doel om onderwijsprofessionals te ondersteunen bij het stellen en beantwoorden van vragen over hun professionele toekomst. Zodat ze kwaliteit leveren, blijven leren en gelukkig zijn met het werk dat ze doen.

Een evaluatie van het programma geeft inzicht in de belangrijkste lessen uit ruim 5 jaar Loopbaanlab voor docenten:

•    Veel onderwijsprofessionals zoeken antwoord op de verkeerde vraag.

•    Docenten doen zelf niet wat ze van leerlingen vragen.

•    Het type leiderschap bepaalt het rendement van de training

Daarnaast blijkt het succes van het Loopbaanlab tevens het succes van samenwerking tussen ROC’s. Het toont aan dat een coöperatief model met externe partners voor alle betrokkenen loont. Op dit moment maken zeven ROC’s gebruik van het Loopbaanlab. Lees hier de evaluatie.

Lees meer mbo-berichten: nieuwsbrief van SOM

Op 4 februari 2016 organiseert de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen en Leerlingbegeleiders (NVS-NVL) het LOB congres Aansluiting gezocht bij Wageningen University te Wageningen. Aansluiting gezocht 2016 gaat over aansluiting tussen voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs, aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, maar ook over aansluiting tussen de decaan en mentoren, de eerste en tweede lijn. Om dit thema kracht bij te zetten, kunnen leden van de NVS-NVL dit jaar een mentor meenemen voor de ledenprijs. Natuurlijk zijn ook niet-leden van harte welkom. 

De plenaire opening wordt verzorgd door Christoph Meng (ROA) met een lezing over ‘kiezen vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt’. Hij vertelt over algemene trends die de ontwikkeling van de arbeidsmarkt laten zien en de mate waarin je daar je onderwijs en studiekeuze op zou kunnen aanpassen.

De opzet van de dag is anders dan voorgaande jaren. Zo kunnen deelnemers kiezen uit informatieve en inspirerende infoshops van 45 minuten en langere verdiepende workshops van 90 minuten. Op die manier is er voor ieder wat wils.

Alle gegeven op een rij:

•    Datum: 04 februari 2016

•    Tijd: 09.30 – 16.30 uur

•    Doelgroepen: decanen en mentoren

•    Onderwijssoorten: vmbo – mbo – havo – vwo

•    Plaats: Wageningen University, Wageningen

•    Kosten: NVS-NVL-leden (en mentoren die met een lid meekomen) € 110,-, niet-leden € 150.-

Aanmelden

Meer informatie

Docenten, studenten, toezichthouders en bestuurders in het mbo roepen de minister van OCW en de Vaste Kamercommissie Onderwijs op mbo-scholen te vrijheid te laten behouden hun eigen organisatievorm te kiezen die past bij de menselijke maat in het mbo. Alle bij de MBO Raad aangesloten scholen, de JOB, de AOb, FNV Overheid, UNIENFTO, FvOv, CNVO, de BVMBO en het Platform Raden van Toezicht van de mbo-instellingen doen deze oproep in een gezamenlijke reactie op de kamerbrief van de minister van OCW d.d. 26 november jl. over de menselijke maat in het mbo.

In de brief stellen de ondertekenaars dat scholen niet zitten te wachten op Haagse regelgeving die scholen min of meer verplicht gemeenschappen van mbo-colleges te vormen. Regelgeving die besturen in overleg met personeel en studenten de mogelijkheid biedt het onderwijs in een andere bestuursvorm aan te bieden (zoals eerder vanuit de sector zelf bepleit) vinden ze wél behulpzaam.

De scholen beseffen hoe belangrijk het kleinschalig aanbieden van onderwijs binnen grotere scholen voor de studenten is en onderschrijven daarom de menselijke maat in het onderwijs. Daar streven de scholen naar met de organisatie in onderwijsteams. Deze teams zijn de bouwstenen voor het mbo en de ‘thuisbasis’ voor studenten en docenten. De teams zijn ingericht rond clusters van met elkaar samenhangende opleidingen. Daar vindt het onderwijs plaats en daar voelen de studenten zich thuis. Daar is de broedplaats voor docenten om aan innovatief beroepsonderwijs te werken. Daarin krijgt het eigenaarschap van docenten voor goed beroepsonderwijs vorm.

Om te bezien wat er nog meer bereikt kan worden bij het kleinschalig organiseren van het onderwijs in een bestaande grotere bestuurlijke context, gaan de bestuurders graag (voor zover dat niet al is gebeurd) in de eigen scholen het gesprek aan met studenten(raden), ondernemingsraden, docenten en toezichthouders. Waarschijnlijk zal in veel gevallen blijken dat scholen ook naar het idee van hun studenten het al prima voor elkaar hebben. In enkele gevallen zal het gesprek tot nieuwe initiatieven kunnen leiden. Ook kunnen scholen van elkaar leren.

Alle bij de MBO Raad aangesloten scholen, de JOB, de AOb, FNV Overheid, UNIENFTO, FvOv, CNVO, de BVMBO en het Platform Raden van Toezicht nodigen de minister en de Vaste Kamercommissie uit om in de scholen te komen kijken hoe de menselijke maat daar in de dagelijkse onderwijspraktijk vorm krijgt en daarbij ook van studenten en docenten te horen hoe zij dat zelf ervaren.

Klik HIER voor de complete brief.

 

 

Werkgevers en werknemers in het mbo hebben afgesproken het overleg over de totstandkoming van een nieuwe cao mbo verder te verdagen naar de tweede helft van januari 2016.

Partijen hebben namelijk vastgesteld dat de geconstateerde onduidelijkheid met betrekking tot de hoogte van de pensioenpremie voor 2016 nog altijd bestaat. Deze onduidelijkheid belemmert het voeren van inhoudelijk overleg.

Partijen zijn er eerder van uitgegaan dat er eind november duidelijkheid zou zijn over de hoogte van de pensioenpremie voor 2016. Eind november heeft het ABP-bestuur besloten tot verlaging van de pensioenpremie. Het ABP-bestuur houdt daarbij echter de mogelijkheid open voor invoering van een premieopslag vanaf 1 april 2016. De hoogte van de dekkingsgraad op 31 december 2015 is daarvoor bepalend. Deze is op dit moment nog niet bekend. In januari 2016 bepaalt het ABP-bestuur of de premieopslag er komt. Bovendien wachten cao-partijen nog op een reactie van het kabinet op de gezamenlijke brief die medio oktober is verzonden door zowel werkgevers- als werknemersverenigingen in het onderwijs met als boodschap dat een eventuele verhoging van de pensioenpremie volledig gecompenseerd moet worden door het kabinet.

Op dit moment constateren cao-partijen in het mbo daarom dat dezelfde onzekerheden zoals een maand geleden vastgesteld, nog altijd bestaan. Het geplande cao-overleg op 9 december 2015 is daarom verplaatst naar de tweede helft van januari 2016.

Veel leraren en docenten denken dat hun school of mbo-instelling nog onvoldoende in staat is om vluchtelingenkinderen kwalitatief goed onderwijs te bieden. Zij betwijfelen of zij voldoende tijd hebben voor de begeleiding van kinderen met specifieke leerproblemen en verschillende culturele achtergronden. Ze vinden het noodzakelijk dat er nieuwe goede lesprogramma’s komen. Om leerachterstanden terug te dringen, is extra tijd nodig in het reguliere onderwijs zelf en aanvullende leeractiviteiten daarnaast. Het werken met meer onderwijsassistenten en docenten Nederlands als Tweede Taal noemen de leraren en docenten ook als oplossing. Meer dan de helft van de onderwijsgevenden heeft verder behoefte aan ondersteuning bij traumaverwerking. 

Dat blijkt uit een enquête ‘Onderwijs en vluchtelingenkinderen’ onder leraren en docenten en andere onderwijsgevenden in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs over het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Door 2.091 personen is de enquête volledig ingevuld. De enquête is een initiatief van het CAOP uit Den Haag. Omdat het onderwijs te maken heeft met een grote instroom aan vluchtelingenkinderen, wil het CAOP eraan bijdragen dat het onderwijs op tijd en goed op deze ontwikkeling kan inspelen.

Kwaliteit

Vooral degenen die lesgeven op basisscholen, vinden dat hun school onvoldoende is toegerust om kwalitatief goed onderwijs aan vluchtelingenkinderen te geven. Zij vormen 60,5 procent van de respondenten die bestaan uit leraren, onderwijsondersteuners en managers met een lesgevende taak.
De onderwijsgevenden in het voorgezet onderwijs (ruim 36 procent van de respondenten) en het mbo (ruim 34 procent van de respondenten) kijken daar iets positiever tegenaan maar ook zij zien dezelfde knelpunten.

Voldoende begeleidingstijd

Meer dan 60 procent van alle respondenten maakt zich zorgen over de vraag of zij wel voldoende tijd hebben voor de specifieke begeleiding van de kinderen. ‘We moeten niet gaan pappen en nathouden.’ Als oplossingen dragen de onderwijsgevenden onder andere de grotere inzet van onderwijsassistenten aan.

Taalbarrière

Ook vrezen onderwijsgevenden communicatieproblemen door onvoldoende taalvaardigheid bij de kinderen. Daarom noemen zij het belang van voldoende taalklassen en internationale schakelklassen om eerst de taal goed te leren.

Te weinig geschikte leermiddelen

Onderwijsgevenden zijn ook van mening dat er te weinig geschikte leermiddelen zijn voor het onderwijs aan kinderen van vluchtelingen. Ondersteuning van ‘native speakers’ in het formeel en informele onderwijs is welkom.

Steun bij trauma’s

Meer dan de helft van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan ondersteuning bij het herkennen van trauma’s bij leerlingen en aan hulp van experts bij traumaverwerking.

Over het onderzoek

Aan de enquête hebben leraren en docenten, onderwijsondersteunend personeel en management met lesgevende taak in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs meegedaan. Van de 4.941 personen die meedoen aan het zogenaamde Flitspanel hebben 2.091 personen tussen 5 en 23 november jl. de enquête volledig ingevuld (respons is 42 procent). Daarvan werkt 32 procent in het primair onderwijs, 40 procent in het voortgezet onderwijs en 28 procent in het middelbaar beroepsonderwijs. De meesten zijn leraar of docent.

Al lange tijd geven medewerkers in het voortgezet onderwijs aan een hoge werkdruk te ervaren. Voor de cao-partners aanleiding om een literatuurstudie naar werkdruk te laten uitvoeren. Talloze oorzaken van werkdruk zijn geïdentificeerd en naar voren gebracht, maar wetenschappelijke of systematische evaluaties van de effectiviteit van werkdrukaanpakken ontbreken veelal.

Het literatuuronderzoek, uitgevoerd door TNO onder begeleiding van Voion, ging in op de vraag welke mechanismen in het voortgezet onderwijs werkdruk kunnen veroorzaken en wat goede manieren zijn om met werkdruk om te gaan. Daarbij hebben de onderzoekers vooral gekeken naar manieren die de oorzaken van werkdruk wegnemen en die bewezen effectief zijn. Opvallend is dat er veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de gevolgen van werkdruk, zoals een burn-out. Over de oorzaken van werkdruk in het voortgezet onderwijs bestaat nauwelijks literatuur op basis van wetenschappelijk onderzoek. Dat neemt niet weg dat er uit het literatuuronderzoek veel waardevolle aanbevelingen en praktijkbeschrijvingen naar voren zijn gekomen. Daar kunnen scholen inspiratie uit putten.

Verschillende mechanismen

Het onderzoek laat zien dat er verschillende mechanismen in het voortgezet onderwijs spelen die kunnen leiden tot een verhoogde werkdruk. Bijvoorbeeld de werkverdeling binnen een team, ofwel het taakbeleid. Nu is de werkverdeling vaak nog vooral gericht op de hoeveelheid werk die er onder collega’s te verdelen is. Maar wil je goed omgaan met werkdruk, dan moet je ook kijken naar zaken als persoonlijke interesse voor bepaalde taken, de geschiktheid om deze taken uit te voeren en de privé-omstandigheden van de medewerker.

Professionele ruimte en onderbezetting

Een andere kwestie die in het voortgezet onderwijs speelt en mogelijk werkdruk veroorzaakt, is de zeggenschap die medewerkers hebben over de invulling van hun werk. Professionele ruimte wordt als positief ervaren. Wanneer medewerkers zich niet gehoord voelen, kan dit leiden tot ontevredenheid. Daarnaast kunnen onduidelijke besluitvorming en taakomschrijvingen en te strikte regels of protocollen zorgen voor irritatie en frustratie.

Ook onderbezetting – vaak als gevolg van bezuiniging – is een boosdoener. Teams worden geacht hetzelfde werk met minder mensen te doen. Bovendien is het verloop onder beginnende leraren in het voortgezet onderwijs om verschillende redenen vrij hoog.

Persoonskenmerken en externe factoren

Scholen houden bij de inzetbaarheid van hun personeel nog te weinig rekening met zaken als de levensfase waarin een leraar zit of de bevoegdheid die hij heeft. Vaak ontbreekt er een integraal personeelsbeleid waarin veel aandacht is voor professionalisering en maatwerk. Ook blijken docenten met een tweedegraads bevoegdheid emotioneel zwaarder belast te worden en minder werkplezier te hebben. Allerlei verplichtingen en ontwikkelingen van buitenaf maken het er niet beter op: regeldruk vanuit het ministerie van OCW, toename van het leerlingenaantal plus de leerlingendiversiteit en voortdurende maatschappelijke veranderingen. Voor wat betreft de regeldruk heeft het ministerie onlangs de Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 gepubliceerd waarin acties worden aangekondigd om de regeldruk te verminderen.

Succesvol omgaan met werkdruk

Mogelijke manieren om met werkdruk om te gaan, zijn vaak niet wetenschappelijk onderbouwd. Een uitzondering is de inductietraining voor beginnende leraren, waarvan het effect wel wetenschappelijk bewezen is. Veel van de initiatieven en interventies die de onderzoekers tegenkwamen, zijn niet wetenschappelijk getoetst. Medewerkers zijn er echter wel positief over.

Werkverdeling, professionele ruimte en regelruimte

Een  voorbeeld van werkdruk aanpakken, is samen de dialoog aangaan over hoe het taakbeleid werkt in school.  Schoolleiders en  leraren  moeten deze dialoog voeren en hier ook de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad bij betrekken. Scholen doen er goed aan bij andere scholen te kijken hoe zij op een goede manier het werk verdelen. Door deze good practices kunnen zij zich laten inspireren. In ieder geval is het van belang om de leraar de ruimte te bieden het werk zo veel als mogelijk naar eigen inzicht te doen en in gesprek te blijven over wat dat oplevert. Meer regelmogelijkheden voor de leraar vergroten zijn werkplezier.

Aanbevelingen

Zowel voor de sociale partners als vo-scholen doen de onderzoekers concrete aanbevelingen.

Aanbevelingen cao-partners

Zo doen de cao-partners er goed aan om initiatieven altijd op effecten te evalueren. Ook zouden ze het primaire proces eens kritisch onder de loep kunnen nemen: op welke punten kan er slimmer gewerkt worden? Hoe zouden cao-partners scholen kunnen ondersteunen om er voor te  zorgen dat de werkverdeling optimaal is?

Ook zouden de cao-partners opnieuw kunnen kijken naar adviezen die in eerste instantie in de la zijn beland. Een mooi voorbeeld van zo’n ‘vergeten’ initiatief is het voorstel van de commissie Onderwijstijd om één vakantie in te leveren voor vijf roostervrije dagen. Verder is het zaak dat de cao-partners kleine succesvolle initiatieven sectorbreed maken en hierover helder en proactief met scholen communiceren. Ten slotte kunnen de cao-partners zich vooral laten inspireren door sectoren als de zorg en de industrie. Deze hebben al veel ervaring opgedaan met zelf inroosteren en flexibel organiseren.

De cao-partners nemen deze adviezen ter harte en onderzoeken op dit moment hoe ze hier een vervolg aan kunnen geven.

Aanbevelingen scholen

Ook de scholen krijgen een aantal aanbevelingen mee van de onderzoekers. Ze doen er volgens de onderzoekers goed aan nog eens kritisch te kijken naar hun taakbeleid. Niet alleen de hoeveelheid werk is belangrijk maar vraag je ook af wie waar goed in is, wie wat leuk vindt, wie wat aan kan en in hoeverre de thuissituatie eventueel te veel beslag legt op de leraar. Kijk ook hoe je het werk in de school flexibel kunt organiseren en probeer gewoon eens initiatieven uit. Vooral die waar leraren positief over zijn. Dus experimenteer met de werkverdeling en evalueer! Andere aanrader voor scholen is om volop gebruik te maken van kenniskanalen die sectorinformatie geven, zoals de websites van Voion en de cao-partners waaronder de FvOv. Gebruik de informatie, adviezen en tools die deze organisaties verstrekken. Onderzoek ten slotte welke subsidieregelingen er allemaal zijn en haak eventueel aan bij initiatieven op regionaal niveau.

Meer informatie

Wilt u liever niet te veel betalen voor uw zorgverzekering? U ontvangt, als lid van de UNIENFTO, als collectiviteit bij OHRA 9 procent korting. Met de OHRA Zorgverzekering mag u altijd zelf uw zorgverlener kiezen. Dit noemen wij vrije zorgkeuze. U gaat gewoon naar de arts, therapeut of apotheek die u gewend bent.

Sluit u uw zorgverzekering af via OHRA dan heeft u meer voordelen:

  • 9% korting op de OHRA Zorgverzekering
  • Uw verzekeringszaken regelen zoals u dat wilt: digitaal of per post
  • OHRA Gezond: de gratis gezonde aanvulling op uw basisverzekering

Kies voor gemak

Bij OHRA regelt u uw verzekeringszaken eenvoudig online of met de OHRA App. Zoals uw vergoedingen checken of een zorgverlener bij u in de buurt vinden. En krijgt u een rekening? Dan kunt u deze direct declareren. Zorg? Mobiel. Geregeld.

Profiteer van 9 procent korting

Sluit u de OHRA Zorgverzekering af, dan krijgt u als lid van de UNIENFTO 9 procent korting. Direct regelen? Ga naar http://www.ohracollectief.nl/cmhf745/270/

In 2015-2016 ontwikkelt de Onderwijscoöperatie de professionele standaard voor leraren. In een standaard staat genoemd wat de (minimum)-eisen zijn die leraren aan elkaar stellen. Tot 7 december loopt een eerste consultatieronde. In deze ronde inventariseren we welke waarden breed gedragen worden door leraren. Dit zal resulteren in een eerste conceptversie waaromheen begin 2016 een tweede consultatieronde zal starten. De definitieve standaard wordt dan op 1 juli 2016 gepubliceerd.

Bent u leraar?

Wij zijn als Onderwijscoöperatie op zoek naar uw input! De vragenlijst vindt u hier: vragen over professionele standaard

De standaard beschrijft aanvullend op wat staat beschreven in de herijkte bekwaamheidseisen. In de standaard wil de Onderwijscoöperatie benoemen welke waarden de basis vormen van het gedrag van de leraar op school. Dit kan dienen ter initiatie of ter ondersteuning van de professionele dialoog over de ontwikkeling en ruimte die leraren nodig hebben.

Werkstress is het grootste arbeidsrisico anno 2015. Nog steeds is het in veel organisaties niet gebruikelijk hier een open gesprek over te voeren en dat moet anders, aldus de Vakcentrale voor Professionals (VCP).

De VCP roept werknemers en werkgevers op om in de ‘Week van de Werkstress’, activiteiten te organiseren die werkstress verlagen, werkplezier verhogen en het gesprek hier over kunnen stimuleren.

De ‘week van de werkstress’ die loopt van 16 tot en met 19 november 2015 kan een aanleiding zijn om bij te dragen aan een cultuur waarin het normaal is om te praten over werkstress of zaken die hiertoe aanleiding kunnen geven. Wanneer dit gesprek meer open gevoerd kan worden tussen werknemer en werkgever, kunnen er waar nodig ook tijdig maatregelen worden genomen, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein.

Uit de laatste cijfers van TNO en CBS blijkt dat 14,4% van de werknemers hoog scoort op de burn-out schaal. 36% van het werkgerelateerde ziekteverzuim wordt veroorzaakt door psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Bijzondere aandacht is er dit jaar voor jongeren. Deze groep, met name 30-35 jarigen, scoort al jaren relatief hoog op de burn-out schaal en ziekteverzuim door PSA.

Op 18 november wordt er door het ministerie van SZW een gezamenlijke discussietafel georganiseerd met o.a. de VCP Young Professionals. Voor jongeren is  meer autonomie en regie over de eigen loopbaan van belang. Jongeren hebben vaak flexibele contracten, waardoor zij weinig invloed hebben op werktijden of -plek. Ondernemingen dienen verder een specifiek jongerenbeleid te voeren om teveel werkstress preventief aan te pakken. ‘Als er al beleid is binnen een onderneming is hij vaak te algemeen en niet doelgroepspecifiek ingericht’, aldus Van Holstein.

Scholen gemiddeld genomen financieel gezond

Uit de eerste analyses van de benchmarkbouwsteen financiën in het mbo blijkt dat de mbo-scholen over het algemeen financieel gezond zijn. Door verstandig financieel beleid zijn de scholen in staat om nu klappen op te vangen. Hun inkomsten worden de komende jaren minder, terwijl ze nog steeds stevig moeten investeren.

10e Benchmark mbo

Met de Benchmark middelbaar beroepsonderwijs laat de sector zien hoe de mbo-scholen hun budget besteden (financiële prestaties), hoeveel deelnemers het mbo gediplomeerd verlaten (studiesucces), wat de deelnemers vinden van het onderwijs (deelnemersoordeel) en hoe werknemers over hun werkgever denken (medewerkerstevredenheid). De resultaten van de verschillende bouwstenen stellen de scholen in staat zich met andere scholen te vergelijken en te verbeteren. De benchmark 2014 die eind november zal verschijnen is de 10e benchmark.

Uitdagingen blijven groot

De eerste analyses van de financiële prestaties laten zien dat de scholen de opdracht serieus hebben genomen om zich voor te bereiden op moeilijkere jaren. De komende jaren zullen overheidsmaatregelen leiden tot dalende inkomsten. De uitdagingen waarvoor de scholen staan blijven echter onverminderd groot. De invoering van de acties uit het plan Focus op Vakmanschap (waaronder intensivering van het onderwijs en het verkorten van de opleidingsduur) is in volle gang.

Kosten personeel

Meer middelen worden besteed aan het primair proces (onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel), minder aan directie en management en indirect onderwijsondersteunend personeel. De kosten voor het onderwijzend en direct onderwijsondersteunend onderwijs stijgen met 2,1% en laten een groei in personeel zien. Daar staat tegenover dat de kosten voor overhead (directie/management) licht dalen met 2%.

Huisvestingslasten

De scholen hebben hun huisvestigingslasten omlaag gebracht. Per student zijn het aantal vierkante meters en totale kosten gedaald. Ook dalen de huisvestingskosten per m2.

Investeringen in ICT

Scholen moeten investeren in hoogwaardige ICT ten behoeve van het onderwijs, de ondersteunende processen en beveiliging. Scholen sturen op het relatief laag en in balans houden van deze kosten. In 2014 lagen de kosten voor de soms zeer hoogwaardige ICT-voorzieningen gemiddeld op 5,3% van de totale kosten in het mbo (in 2013 was dat 5,6%).

Rentabiliteit, liquiditeit, solvabiliteit

Ondanks de aanzienlijke negatieve rentabiliteit (het verschil tussen inkomsten en uitgaven) van ROC Leiden is er sprake van een positief resultaat van 1,1%.  Zonder ROC Leiden zou de rentabiliteit van de scholen in 2014 uitkomen op 2,3% en daarmee gelijk zijn aan 2013.

Ook met betrekking tot de liquiditeit (kortetermijnverplichtingen) blijft de prestatie van de scholen in 2014 ten opzichte van 2013 gelijk: een gezonde 1,4.

Wat hun solvabiliteit (langetermijnverplichtingen) betreft boeken de scholen een degelijke prestatie. Inclusief ROC Leiden realiseren de scholen nog steeds een positief resultaat: de solvabiliteit stijgt met 1% van 51,5% naar 52,5%. In relatie tot de gebruikelijke solvabiliteitsnormen is dat resultaat zondermeer gezond te noemen.   

Definitieve sectorrapportage mbo

Eind november wordt de definitieve financiële sectorrapportage mbo verwacht. Traditiegetrouw krijgt de Vaste Kamercommissie Onderwijs begin december inzicht in de complete cijfers.

 

 

 

Op woensdag 4 november jl. hebben werkgevers en werknemers in het mbo overleg gevoerd over de te sluiten CAO MBO.

Tijdens dit overleg is door partijen gezamenlijk geconstateerd dat de onduidelijkheid met betrekking tot de hoogte van de pensioenpremie voor 2016 het voeren van inhoudelijk overleg op dit moment belemmert. Om deze reden hebben cao-partijen afgesproken het overleg op 9 december 2015 te hervatten.

Partijen gaan ervan uit dat er op dat moment helderheid bestaat over de door het ABP vastgestelde hoogte van de pensioenpremie voor 2016. Tevens verwachten partijen op dat moment een reactie van het kabinet te hebben ontvangen op de gezamenlijke brief die medio oktober is verzonden door zowel werkgevers- als werknemersverenigingen in het onderwijs met als boodschap dat een eventuele verhoging van de pensioenpremie volledig gecompenseerd wordt door het kabinet. Klik HIER voor die brief!

 

Op grond van artikel 14.1, lid 6 CAO VO 2014-2015 kan een werknemer die een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer ontvangt, ook in 2016 in bepaalde gevallen aanspraak maken op een fiscaal vriendelijke regeling. Een deel van de eindejaarsuitkering wordt daarbij geruild met de reiskostenvergoeding.

Deze ruil van brutoloon (de eindejaarsuitkering) voor een netto-vergoeding (voor reiskosten) is voordelig voor de werknemer. 

De werkgever brengt je als het goed is op de hoogte van deze regeling en de procedure die je moet volgen om ervoor in aanmerking te komen. Zo niet, vraag dit dan na bij de personeelsadministratie.

Op woensdag 21 oktober jl. heeft tussen de directie SBB en de vakbonden weer overleg plaatsgevonden over de nieuwe CAO SBB.  

Op een aantal dossiers is voortuitgang geboekt. Wel vergen een paar aandachtspunten nog nadere bestudering. De directie SBB en de vakbonden vertrouwen erop dat voor 1 januari 2016 de nieuwe CAO SBB een feit is.  

Op woensdag 4 november a.s. vindt een vervolgoverleg plaats.

 

Op grond van de Uitvoeringsovereenkomst MBO over de salarisverhogingen van het loonakkoord voor 2015, zijn de salaristabellen (per 1-1-2015 en per 1-9-2015) aangepast. Deze salarisverhoging zal voor het eerst in november 2015 met terugwerkende kracht worden uitbetaald aan de werknemers, tegelijk met de eenmalige uitkering van € 500,- bruto (deeltijders naar rato).

Het betreft de salarisverhoging van 0,8% met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 en de salarisverhoging van 1,25% met terugwerkende kracht tot 1 september 2015. Ook de doorwerking hiervan in andere uitkeringen is verwerkt. Zodra de overlegpartners in het MBO overeenstemming hebben bereikt over de nieuwe CAO MBO, worden deze financiële arbeidsvoorwaarden daarin formeel vastgelegd.

Klik HIER voor de nieuwe salarisbedragen.

Onze samenleving verandert voortdurend en uw pensioen verandert mee. Zo zijn de AOW- en ABP-pensioenleeftijd verhoogd, en kent ABP-pensioen vanaf 2015 een lagere pensioenopbouw. Al deze veranderingen vergroten voor iedereen het belang om de juiste keuzes te maken voor het pensioen.

•    Eerder of later met pensioen, wat zijn de gevolgen?

•    Wat is voorwaardelijk pensioen en waar moet ik op letten?

•    Hoe hoog is het nabestaandenpensioen; kan ik nabestaandenpensioen ook uitruilen voor meer eigen pensioen of juist andersom?

•    Kan ik mijn pensioen ook zelf aanvullen?

•    Ik wil zelf berekeningen maken: hoe werkt MIJN ABP?

Leven deze vragen ook bij u?

Kom voor informatie over het ABP-pensioen naar een van onze zes FvOv(UNIENFTO)-bijeenkomsten!

Pensioen is belangrijk

Wij vinden het belangrijk dat u weet welke keuzes u kunt maken met ABP-pensioen. Daarom organiseren wij als FvOv, in overleg met ABP, voorlichtingsbijeenkomsten. In deze bijeenkomsten krijgt u onder meer antwoord op bovenstaande vragen.

Aanmelden voor deze bijeenkomsten?

Aanmelden gaat uitsluitend via de ABP-aanmeldservice! De ABP/FvOv-bijeenkomsten zijn gratis en alleen toegankelijk voor leden. Vermeld daarom a.u.b. het nummer van uw onderwijsvakorganisatie in het vakje van uw achternaam als volgt:

cijfer spatie achternaam.

De nummering van onze onderwijsvakorganisaties is alfabetisch:

1  KVLO

2  Levende Talen

3  NVLF

4  NVON

5  NVOP

6  NVS-NVL

7  NVvW

8  UNIENFTO

9  VLS

 10 VONKC

 

De bijeenkomsten worden gehouden op:

•    4 november 2015 in Culemborg;

•    9 november 2015 in Amsterdam;

•    17 november 2015 in Zierikzee;

•    25 november 2015 in Horn;

•    26 november 2015 in Ede;

•    3 december 2015 in Meppel.

 

Adresgegevens en aanmelden: KLIK HIER.

De bijeenkomsten vinden plaats van 18.00 tot 19.30 uur.

Vanaf 17.30 uur staat een eenvoudige maaltijd voor u klaar!

 

In het middelbaar beroepsonderwijs gaan dit studiejaar 67 onderwijsteams aan de slag met het versnellen van de professionele dialoog. Om dat te kunnen doen, krijgen betrokken mbo-instellingen medefinanciering van de Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO vanuit het Programma ‘Versnelling professionele dialoog in het mbo’. Een betere samenwerking tussen collega’s in het team moet bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs.

Voorzitter Carl Govers van de Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO (SOM): ‘De grote hoeveelheid subsidieaanvragen geeft aan dat mbo-medewerkers het zinvol vinden werk te maken van de professionele dialoog. Wat wij met dit programma willen stimuleren, is dat de onderwijsteams helemaal volgens eigen inzichten hun zelf opgestelde plannen uitwerken. Op die manier kan het versterken van de professionele dialoog direct resultaat hebben voor het primaire proces en de werktevredenheid.’

Kennisdelen

Behalve dat onderwijsteams op hun eigen instelling aan de slag gaan, stimuleert SOM de uitwisseling van ervaringen tussen de teams en met andere mbo-scholen. Zo gaat de website een podium aan de deelnemers bieden om verslag te doen van hun ervaringen.

Subsidie honderd procent benut

In totaal hebben 122 onderwijsteams een aanvraag ingediend. Na toetsing aan een beoordelingskader, zijn 67 aanvragen door SOM gehonoreerd. De beschikbare subsidie van €2.100.000 voor dit studiejaar is daarmee volledig benut. De mbo-scholen dragen een gelijk bedrag aan de plannen bij. Volgend jaar kunnen onderwijsteams nog eenmaal dezelfde subsidie aanvragen voor het studiejaar 2016-2017. Daarbij krijgen onderwijsteams van mbo-scholen, die nu geen geld hebben gehad en een goed plan indienen, voorrang bij de toekenning.

Lerarenagenda

De Lerarenagenda 2013 – 2020: de leraar maakt het verschil beoogt onder andere de ontwikkeling van samenwerkende teams te bevorderen. Zo ontstaat zicht op de prestaties van teams en de mogelijkheden om die te verbeteren. Met het programma ‘Versnelling professionele dialoog in het mbo’ draagt SOM hier aan bij.

Over SOM

SOM is de Stichting Onderwijsarbeidsmarkt MBO. SOM investeert in initiatieven, die zijn gericht op de toekomst van het werken in het mbo. In de SOM zijn de werkgeversorganisatie en de werknemersorganisaties verenigd voor hun gemeenschappelijke belangen.

Welke loopbaanmogelijkheden en -wensen hebben ondersteuners in het voortgezet onderwijs en welke stappen zijn gemaakt? En hoe staat het eigenlijk met de ontwikkeling van de taken van ondersteuners? Naar deze en aanverwante vragen laat Voion momenteel door ITS, Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoek uitvoeren. Wij nodigen alle ondersteuners uit om aan dit onderzoek mee te doen.  

Het  onderzoek bestaat  onder meer uit een vragenlijst voor het oop en obp. Doel is om zoveel mogelijk ondersteuners in het voortgezet onderwijs (oop en obp, wel of geen vakbondslid) hierover te bevragen en de ondersteuner zelf aan het woord te laten. De informatie wordt gebruikt om te bezien of maatregelen wenselijk zijn ten behoeve van loopbanen voor het ondersteunend personeel.  

Daarnaast willen we met een app de taken van ondersteuners in kaart brengen. Hiermee wordt onderzocht welke taken uitgevoerd worden. Wat doen ondersteuners bijvoorbeeld nog meer naast hun reguliere werkzaamheden? En welke aanknopingspunten kan dit voor een loopbaan bieden?  

Ondersteuners in het voortgezet onderwijs krijgen een persoonlijke uitnodiging om mee te doen aan het onderzoek. Heeft u geen uitnodiging ontvangen of kent  u collega ondersteuners die mee willen doen aan de vragenlijst of de app? Meldt u zich dan aan voor het onderzoek via deze link: www.its-ru.nl/oop .    

De UNIENFTO / FvOv, CNV Onderwijs en de MBO Raad hebben een overeenkomst gesloten waarbij, vooruitlopend op de totstandkoming van een nieuwe CAO MBO, de lonen al verhoogd worden. Daarmee maakt, behalve het VO, ook het MBO een start met de uitvoering van het centraal overeengekomen loonakkoord dat voorziet in loonsverhogingen voor 2015 en 2016.

De overeenkomst houdt in dat de MBO Raad haar leden (de MBO-instellingen) via een verenigingsbesluit verzoekt om op zo kort mogelijke termijn (in de maand november a.s.) uitvoering te geven aan de volgende salarismutaties:

• een algemene salarismaatregel van 0,8% met terugwerkende kracht per 1-1-2015;

• een algemene salarismaatregel van 1,25% met terugwerkende kracht per 1-9-2015;

• alle werknemers die op 30 september 2015 in dienst waren van de werkgever, ontvangen een eenmalige uitkering van € 500,- bruto (voor deeltijdwerknemers naar rato van de werktijdfactor).

Tevens hebben partijen afgesproken om op korte termijn (eind oktober/begin november) het overleg over een nieuwe CAO MBO voort te zetten.

Klik HIER voor de integrale tekst van het uitvoeringsbesluit.

 

De onderhandelaars CAO MBO voor FvOv/UNIENFTO,

 

Jan van den Dries en Gijs Jacobse

 

De werkgevers in het voortgezet onderwijs gaan de afspraken uit het loonruimte-akkoord 2015-2016 uitvoeren. Dit hebben de werkgevers in het cao-overleg van 8 oktober jl. toegezegd. Concreet houdt dat in dat als eerste stap het geld van de afspraken over 2015 in november zal worden uitbetaald. Het gaat dan om 0,8% met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015, een eenmalige uitkering van € 500 en 1,25% vanaf 1 september 2015.

De tijd was te kort om een cao te sluiten waarin de looncomponenten van het akkoord konden worden verwerkt, dat overleg gaat gewoon door. “We zijn blij dat de werkgevers niet langer wachten met het uitbetalen van de loonsverhogingen, deze duidelijkheid had het veld nodig”, aldus Jilles Veenstra, voorzitter van de FvOv en onderhandelaar bij de CAO VO.

Het op 10 juli overeengekomen loonruimte-akkoord kon rekenen op een brede steun van de leden van de aangesloten verenigingen van de FvOv en behelsde de volgende afspraken: 

·      0,8% salarisverhoging met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015;

·      1,25% salarisverhoging met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2015;

·      een eenmalige uitkering van 500 euro bruto (voor een voltijder);

·      3% salarisverhoging per 1 januari 2016

 

 

 

De MBO Raad heeft kennis genomen van de brief van de bewindspersonen aan de Tweede Kamer over de invoering van de referentieniveaus taal en rekenen. In deze brief kondigen zij aan dat rekenen pas vanaf schooljaar 2020-2021 in het mbo meetelt voor diplomering. Dat heeft gevolgen voor mbo-studenten  op niveau 4 die door willen naar het hbo. Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad: “Zij moeten gaan voldoen aan bepaalde rekeneisen voor het hbo. Daarvoor gaan we oplossingen zoeken met het hbo.

In de brief erkennen de bewindspersonen dat het mbo sterk afhankelijk is van het toeleverend onderwijs. “Onderwijsteams hebben in het mbo de afgelopen jaren keihard gewerkt aan de implementatie van rekenen. Het is een belangrijk thema in de kwaliteitsplannen van de scholen. Maar we hebben er ook altijd op gewezen dat voor jongeren die onvoldoende rekenonderwijs hebben gehad moeilijk wordt binnen enkele jaren het gewenste niveau te halen,” aldus Jan van Zijl.

Doorstroom mbo-hbo

Zorgen maakt de MBO Raad zich over de doorstroom van het mbo naar het hbo. Waar de doorlopende leerlijn van vo naar mbo nu centraal wordt gezet, komt de doorstroom mbo-hbo extra onder druk te staan. Jan van Zijl: “In de brief van de bewindspersonen staat dat studenten die naar een rekenzware opleiding in het hbo willen wél minimaal een 5 moeten halen. Voor deze groep studenten worden dus nu nadere eisen gesteld.

De MBO Raad gaat de komende weken in gesprek met de Vereniging Hogescholen om goede afspraken te maken voor deze groep mbo-studenten. 

Voorstander

De MBO Raad blijft voorstander van invoering van rekenen in het hele onderwijs. Jan van Zijl: “Goed rekenonderwijs biedt jongeren handvatten om zich te kunnen handhaven in de samenleving en binnen hun beroep. De MBO Raad blijft dan ook voorstander van goed rekenonderwijs in het gehele onderwijs, mbo niet uitgezonderd. Het zou zonde zijn om deze ambitie los te laten gegeven alle inspanningen die al geleverd zijn.” 

De MBO Raad verwacht op korte termijn een debat in de Tweede Kamer over de brief van de bewindspersonen. In voorbereiding daarop zal de MBO Raad inhoudelijk op de brief reageren. 

FNV verliest kort geding

Gisteren, 1 oktober 2015, heeft de rechter bepaald dat het loonakkoord geldig is. Het is een goede zaak dat de rechter heeft bevestigd dat het loonakkoord geldig is. Wij hebben altijd de overtuiging gehad dat er sprake is geweest van open een reëel overleg. Er is wekenlang door werkgevers en alle vakbonden onderhandeld over het loonakkoord. Nu is het de hoogste tijd dat de salarisverhoging eindelijk eens wordt uitbetaald. De eerste cao’s zijn daarvoor al afgesloten, vandaag bijvoorbeeld die voor de Rijksambtenaren. Werknemers bij Rijk en Defensie krijgen deze maand een eenmalige uitkering van 500 euro bruto en een loonsverhoging van 1,25 procent. Dit loopt volgend jaar op tot 5,05 procent. Dit is het einde van de nullijn en een goed begin van het koopkrachtherstel. Hopelijk volgen er snel meer cao's, met name ook in de onderwijssector.

Bent u benieuwd naar de volledige uitspraak van de rechter, dan kunt u hem HIER vinden.

 

Op donderdag 1 oktober jl. zijn de onderhandelingen over een nieuwe CAO-SBB weer hervat.  De onderhandelingen waren voor een korte periode opgeschort. Dit om de technische werkgroep in de gelegenheid te stellen om een aantal aspecten met betrekking tot de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden verder uit te werken.

De rapportage van de technische werkgroep is afgelopen donderdag besproken, samen met een eerder advies, dat de technische werkgroep in het voorjaar heeft uitgebracht. Dit advies heeft betrekking op de belangrijkste thema’s van de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. Op een aantal van deze thema’s is in het afgelopen cao-overleg vooruitgang geboekt.

Het streven van partijen is er nog steeds op gericht dat er voor 1 januari 2016 een nieuwe cao-SBB tot stand zal komen.

 

 

 

 

 

 

De UNIENFTO (FvOv) heeft samen met alle andere onderwijsvakbonden in de MBO-sector de besprekingen met de MBO Raad over een nieuwe CAO MBO op 24 september jl. weer formeel hervat. Dit was de afspraak die de onderhandelende partijen vóór de zomervakantie met elkaar hadden gemaakt.

Inmiddels is in de afgelopen zomervakantie het bovensectorale loonruimteakkoord overeengekomen dat ook voor de onderwijssector geldt. Dit akkoord is onder meer ondertekend door de MBO Raad en drie van de vier centrales voor overheids- en onderwijspersoneel. Ook de centrale waar de UNIENFTO (FvOv) deel van uitmaakt, de CMHF, was bij de ondertekenaars.

Het formaliseren van de afspraken uit het loonruimteakkoord in de CAO MBO is nu het voornaamste onderwerp van gesprek in het cao-overleg. De UNIENFTO (FvOv) streeft ernaar om zo snel mogelijk met de andere partijen tot cao-afspraken te komen, zodat de afgesproken loonsverhogingen (van in totaal 5,05%) én de eenmalige uitkering van 500 euro uit het loonruimteakkoord ook daadwerkelijk zullen worden uitbetaald aan de werknemers in het MBO. Op 8 oktober a.s. zal het overleg hierover worden voortgezet.

 

Het kabinet dient meer oog te hebben voor de middengroepen en moet meer investeren in duurzame inzetbaarheid en lastenverlichting.

Voor het komend jaar lijken de economische vooruitzichten gunstiger. Vakcentrale voor Professionals (VCP) hoopt dat zich dat vertaalt naar meer werk en inkomen. De middengroepen profiteren echter onvoldoende mee van het herstel van de economie. “Het kabinet dient meer oog te hebben voor de middengroepen. Afgelopen jaren hebben voornamelijk zij de klappen opgevangen. Veel mensen voelen de crisis nog in hun werk, inkomen en zekerheden. Naast deze kritiek pleit VCP voor extra faciliteiten voor duurzame inzetbaarheid, dat is van belang voor alle professionals van Nederland”, aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein.

Investeren in duurzame inzetbaarheid werknemers

Mensen moeten langer doorwerken om de oudedagsvoorziening en de zorg te kunnen bekostigen. Tegelijkertijd verandert de arbeidsmarkt door globalisering, robotisering en vergrijzing. Dat kan voor individuen bedreigend zijn. Werknemers moeten zichzelf daartegen weerbaar kunnen maken. Werkgevers moeten daaraan een bijdrage leveren. Van Holstein: “De overheid kan daarbij niet weg blijven kijken en moet meer investeren in de duurzame inzetbaarheid van werknemers.” VCP* wil een (fiscale) regeling waarvan werknemers gebruik kunnen maken voor de duurzame inzetbaarheid in de verschillende fases gedurende hun carrière.

Middengroepen zijn toe aan lastenverlichting

Tijdens de crisis hebben gepensioneerden en werkenden uit de middengroepen de grootste klappen opgevangen door lastenverzwaringen. “Na jaren van zuur had ik meer zoet voor de middengroepen verwacht”, zegt Van Holstein. De verlaging van de tweede en derde schijf is positief, maar de extra arbeidskorting wordt vrijwel geheel afgebouwd tussen de 34.000 en 50.000 euro bruto, wat niet strookt met ‘werken moet lonen’. Een systeem dat aansluit bij werkelijke rendementen is eerlijker dan de voorgestelde vermogensbelasting. Voor mensen die geld bij de bank hebben staan, bijvoorbeeld omdat ze kleiner moesten gaan wonen, vormt de nieuwe vermogensbelasting een koude douche. “Wanneer je met die bril kijkt, zijn de belastingplannen van het kabinet wederom een nivellering”, aldus de VCP-voorzitter.

* VCP is de Vakcentrale voor Professionals, waartoe de UNIENFTO behoort via het lidmaatschap van de CMHF

Afgelopen vrijdag 4 september, heeft de Ministerraad het wetsvoorstel Lerarenregister behandeld en doorgestuurd naar de Raad van State.

Het wetsvoorstel over het leraarsberoep en het register onderstreept het belang van het leraarschap. Het geeft de leraar zeggenschap over de invulling, inrichting en uitvoering van zijn onderwijs. ‘Dit wetsvoorstel betekent een grote stap vooruit: de leraar wordt weer architect in plaats van alleen maar uitvoerder te zijn’, aldus Joost Kentson, voorzitter van de Onderwijscoöperatie.

De Onderwijscoöperatie is de vertegenwoordiger van de beroepsgroep en bestaat uit de samenwerkende lerarenorganisaties. Het voorstel voor de invoering van het lerarenregister is in overleg met de beroepsgroep tot stand gekomen.

Het wetsvoorstel verankert belangrijke punten waar de Onderwijscoöperatie altijd voor geijverd heeft. In de wet wordt vastgelegd dat leraren verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de eigen lessen. Belangrijk is verder dat ook het recht op professionele ontwikkeling van de leraar wettelijk wordt vastgelegd. Tegelijkertijd maakt de leraar zelf via het register zijn bevoegdheden en professionele ontwikkeling zichtbaar voor de samenleving. Dat draagt bij aan een verbetering van zowel de positie als de kwaliteit van de leraar, de hele beroepsgroep en zo de onderwijskwaliteit.

Het wetsvoorstel is een grote stap vooruit omdat:

•    Het wetsvoorstel onderstreept het belang van het leraarschap.

•    Geeft de leraar zeggenschap over de invulling, inrichting en uitvoering van zijn onderwijs.

•    De professionele ontwikkeling van de leraar krijgt een wettelijke verankering en wordt zichtbaar gemaakt.

•    Het wetsvoorstel stimuleert de verhoging van de kwaliteit van het leraarschap en de beroepsgroep en daarmee dus de kwaliteit van het hele onderwijs.

•    De leraar krijgt een positie als professional.

 

Hoe verder?

Het wetsvoorstel over het leraarsberoep en het register is op 4 september in de Ministerraad besproken en wordt nu door de staatssecretaris van Onderwijs aan de Raad van State voorgelegd. De inhoud van het wetsvoorstel is op dit moment dus nog niet openbaar. Eerder dit jaar heeft een conceptversie in een openbare internetconsultatie voorgelegen.

Nu al registerleraar worden

Ook nu kunnen leraren zich al in het vrijwillige register inschrijven. Leraren die in het register staan laten zien dat ze hun beroep serieus nemen, ze kunnen al ervaring met het register opdoen en ze kunnen meedenken over de verdere ontwikkeling van het register. Schrijf je in op registerleraar.nl

De FvOv vindt dat ook onderwijsondersteuners, die dagelijks een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het onderwijs de kans moeten krijgen hun vakkennis te verbreden of zich verder te specialiseren. Zij zouden daarvoor in de gelegenheid gesteld moeten worden via een ‘instructeursbeurs’. Minister Bussemaker sprak eerder sprak over een onderzoek daartoe. Zij ontving onlangs deze brief van de FvOv. Met het verzoek deze beurs niet enkel te beperken tot het MBO maar deze te verbreden naar de sectoren PO en VO én naar onderwijsassistenten en onderwijsbegeleiders.

 

Nu geëxperimenteerd gaat worden met het loslaten van het vestigingsplaatsbeginsel en het modulair aanbieden van opleidingen, worden belemmeringen voor werknemers om aan het deeltijd hoger onderwijs deel te nemen weggenomen. De VCP juicht deze experimenten toe, maar is bevreesd dat het experiment vraagfinanciering een kwaliteitsdaling van het deeltijd hoger onderwijs betekent. Bovendien wordt een grote groep werknemers uitgesloten van deelname aan deze experimenten.

Om de kwaliteit te waarborgen roept de VCP in haar reactie op de internetconsultatie het Ministerie OCW op de kwaliteit van de opleidingen zwaarder te laten meetellen bij de kritische succesfactoren bij het experiment vraagfinanciering. Eveneens is het van belang om als maatstaf voor succes de verdringing van het (voltijd) aanbod van opleidingen bij bekostigd onderwijs mee te nemen. De VCP vindt dat de kwaliteit van de opleidingen moet zijn geborgd en de vouchers voor iedereen beschikbaar moeten komen. Het experiment vraagfinanciering sluit namelijk werknemers die al een bachelor of master hebben behaald, uit van het ontvangen van een scholingsvoucher. Hierdoor kan ongeveer een derde van de Nederlandse beroepsbevolking niet deelnemen aan dit experiment. Kwaliteit van de opleidingen en de toegankelijkheid voor alle werknemers zijn voor de VCP onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

De VCP vraagt verder aandacht voor het laten deelnemen van werkzoekenden aan de vouchers. Deze doelgroep kan veel baat hebben bij scholing binnen het hoger onderwijs. Dit is gunstig voor de werkzoekenden alsook voor de Nederlandse economie vanwege de vraag naar meer hoger opgeleiden.

Positief is de VCP over het loslaten van het vestigingsplaatsbeginsel voor hogescholen alsook het modulair aanbieden van opleidingen voor werknemers. Echter deze mogelijkheid wordt niet gecreëerd voor universiteiten. Dit is voor de VCP onbegrijpelijk.

Complete VCP reactie op Consultatie Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs augustus 2015

Met ingang van 1 september 2015 is Nic van Holstein de voorzitter van de Vakcentrale voor Professionals (VCP). De aangesloten verenigingen in de Algemene Vergadering van de VCP hebben vorige week dinsdag unaniem met zijn benoeming ingestemd.

“Het in mij gestelde vertrouwen motiveert mij om met de VCP de belangen van onze achterban op landelijk niveau te behartigen. De ruim vijftig aangesloten vakverenigingen organiseren professionals rond beroep en bedrijf, van het onderwijs tot in de zorg, van multinationals tot bij de politie, van piloot tot ambtenaar. De professional staat daarbij centraal. Samen laten we de stem van professionals horen”, aldus Van Holstein.

Nic van Holstein (1973) was afgelopen jaren als bestuurder Arbeidsverhoudingen en beleidscoördinatie voor de VCP actief binnen de Sociaal Economische Raad (SER) en de Stichting van de Arbeid. Hij heeft in 2014 de transitie van Vakcentrale MHP naar Vakcentrale voor Professionals begeleid.

Reginald Visser en Gerrit van de Kamp treden terug als duovoorzitters van de VCP. Hiermede komt een einde aan het duovoorzitterschap en wordt de transitieperiode afgesloten.

 

De leden van de 10 onderwijsvakorganisaties van de FvOv hebben in ruime meerderheid (rond de 75%) voor het onlangs overeengekomen loonakkoord gestemd. Afstemming in de CMHF (die het akkoord in nauw overleg namens ons heeft gesloten) op 31 augustus maakte duidelijk dat de CMHF in kon instemmen met het akkoord. Dat gold ook voor de overige twee centrales, de AC (AVS) en de CCOOP (CNV-Onderwijs). Helaas heeft de FNV(AOb) zich uit de onderhandelingen teruggetrokken, dat is jammer maar we hopen dat ze zich op een later moment alsnog achter het akkoord zullen scharen.

Gevolgen voor de pensioenen

In de media is veel gezegd over de negatieve gevolgen van dit akkoord voor de pensioenen, daarin werden vaak negatieve effecten uitvergroot en overdreven en positieve effecten niet of nauwelijks belicht. Van een sigaar uit eigen doos weet iedereen dat je die niet moet roken, die benaming doet echter geen recht aan dit akkoord. Voor ons blijft nog steeds gelden dat we de aanpassing in de pensioenen verantwoord vinden. De effecten op de pensioenen zullen in de komende jaren gering zijn (positief of negatief) en over een aantal jaren zal er naar alle waarschijnlijkheid sprake zijn van een nieuw pensioenstelsel. Daarbij zullen een hoop keuzes gemaakt worden waarbij de wijze van indexatie er een is.

Besluitvorming

Na de besluitvorming in de Pensioenkamer en in het bestuur van het ABP voor wat betreft de aanpassingen in de premie en indexatie zal het geld voor de loonsverhoging ter beschikking komen. In de komende weken zullen we cao-overleg voeren om het loonakkoord te vertalen in de cao’s waarna mogelijk in oktober al tot daadwerkelijke uitbetaling zal kunnen worden overgegaan.

Jilles Veenstra

voorzitter FvOv

Deze nieuwsbrief is in zijn geheel gewijd aan de afgelopen vrijdag gesloten Loonruimte-overeenkomst publieke sector 2015/2016.

De overeenkomst is een tweeërlei opzicht uniek. Ten eerste is het de enige keer dat sinds de invoering van het sectorenmodel begin jaren negentig een centraal akkoord wordt gesloten. Ten tweede is het bijzonder dat het kabinet dit met drie centrales van overheidspersoneel doet zonder de ACOP (lees: FNV). Op beide aspecten wordt hierna ingegaan.

Voor de hele nieuwsbrief, KLIK HIER.....

De CMHF heeft vandaag nog voor het zomerreces samen met de collega-centrales CCOOP en AC een bovensectoraal overeenkomst afgesloten over de arbeidsvoorwaardenruimte voor 2015 en 2016. In ruil voor aanpassingen in de pensioenen t.w. overschakeling op prijsindexatie en het voorlopig niet heffen van een herstelopslag, heeft het kabinet extra ruimte ter beschikking gesteld.

Bij de beoordeling van de loon naar prijsindexatie speelt voor de CMHF dat de afgelopen 15 jaar een beeld geeft dat licht ten gunste van de prijsindexatie uitvalt. Het niet heffen van herstelopslag leidt naar onze overtuiging niet tot substantiële verbetering van de dekkingsgraad.

De CMHF zal de overeenkomst met een positief advies voorleggen aan haar leden-verenigingen.

Het gezamenlijke persbericht luidt als volgt:

Vakbonden CCOOP, CMHF en AC sluiten onderhandelaarsovereenkomst overheidspersoneel

CCOOP (waaronder CNV Overheid, CNV Onderwijs, ACOM en ACP), CMHF en Ambtenarencentrum (AC) hebben afgelopen weken met vertegenwoordigers van het kabinet de arbeidsvoorwaardenruimte voor overheidspersoneel verkend. Deze verkenningen hebben op vrijdag 10 juli geleid tot een onderhandelaarsovereenkomst loonruimte publieke sector 2015/2016 tussen betrokken bonden en overheids- en onderwijswerkgevers.

In de onderhandelaarsovereenkomst zijn afspraken over de arbeidsvoorwaardenruimte vastgelegd. Het gaat hierbij om loonafspraken in alle kabinets- en onderwijssectoren. Ook de UMC’s en decentrale sectoren zoals gemeenten, provincies en waterschappen, zijn bij deze afspraken betrokken.

Met de overeenkomst wordt meer dan 1 miljard euro geïnvesteerd in de lonen van werknemers in de publieke sector. Dit betekent, na een jarenlange nullijn, meer dan 5 procent loonstijging in 2015 en 2016.

De loonsverhogingen werken een op een door in een hogere pensioengrondslag en daarmee een hogere pensioenopbouw.

De loonstijging over 2015 komt voor 0,8 procent uit het akkoord over de aanpassing van de ABP-regeling van vorig jaar. De onderhandelaarsovereenkomst bevat twee nieuwe afspraken over het ABP-pensioen:

•    Het wordt vanaf 1 januari 2016 de ambitie de pensioenen aan te passen aan de prijzen in plaats van aan de lonen. In de komende jaren zal open en reëel overleg worden gevoerd over een houdbare pensioenambitie voor de lange termijn. Daarbij wordt de mogelijkheid om weer terug te keren naar loonindexatie uitdrukkelijk betrokken.

•    Er worden tot 1 januari 2021 geen premieopslagen geheven bovenop de verplichte kostendekkende premie.

Beide veranderingen samen leiden tot een verlaging van de werkgeverspremie, waaruit 1,4 procent van de loonruimte over 2016 wordt gefinancierd.

 

De onderwijsvakbonden en de MBO Raad blijven in gesprek over een nieuwe cao voor het mbo. De UNIENFTO / FvOv en de andere vakbonden hebben met de MBO Raad in goed en constructief overleg de afgelopen periode de diverse mogelijkheden voor een nieuwe cao onderzocht en besproken. Begin juli hebben de overlegpartners gezamenlijk besloten daar na de zomer mee verder te gaan.

Dit betekent dat er voor de mbo-sector op dit moment geen cao is en dat we in een cao-loos tijdperk(je) zitten. De CAO MBO 2014-2015 heeft uiteraard nawerking voor al het zittende personeel.

Na een moeizaam onderhandelingstraject is op 30 juni het overleg over een nieuwe cao in het voorgezet onderwijs (VO) vastgelopen. Daarnaast hebben de werkgevers,  verenigd in de VO-Raad, op 30 juni de lopende cao opgezegd. 

Van het begin af aan was duidelijk dat het geen gemakkelijk traject zou worden. De loonruimte die de werkgevers boden was zeer gering (0,2%) terwijl daarnaast ook een waslijst aan versoberingen werd voorgesteld. De werkgevers pleitten onder meer voor het afschaffen van de automatische periodiek, het maximaal oprekken van de termijnen voor tijdelijke benoemingen en het inperken van het individueel transitiebudget dat voor iedere ontslagen werknemer in de toekomst beschikbaar komt.

In de afgelopen weken zijn door de onderhandelaars van de bonden (waaronder de UNIENFTOFvOv) meerdere suggesties gedaan die in het belang zijn van de sector en die bovendien meer recht doen aan de positie van werknemers. Helaas bleef de VO-raad bij zijn eerder ingenomen standpunten en vroeg om meer beleidsruimte voor de werkgevers.

In plaats van de cao stilzwijgend een jaar te verlengen heeft de VO-raad er bovendien voor gekozen de cao per 1 augustus ’15 op te zeggen. De bonden waren verrast door deze keuze en zien niet in hoe deze actie een bijdrage levert aan goede  arbeidsverhoudingen in de VO-sector.

Door de cao op te zeggen is er sprake van een cao-loze periode en zouden werknemers die per augustus ’15 in dienst treden op andere arbeidsvoorwaarden kunnen worden benoemd. Een voor de sector zeer ongewenste situatie, waaruit een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de werkgeverskoepel blijkt. Overigens zullen deze werknemers bij het afsluiten van een nieuwe cao alsnog weer onder dezelfde arbeidsvoorwaarden vallen als de overige werknemers.

De komende weken zullen de vakbonden in overleg treden met hun achterban over de vervolgstappen die moeten worden gezet.

Onze inzet is en blijft nog steeds: een goede cao in het voortgezet onderwijs.

Op woensdag 3 juni jl. heeft overleg plaatsgevonden tussen SBB en de betrokken vakorganisaties (UNIENFTO, AOb, FNV Overheid en CNV Onderwijs) over de harmonisatie van de diverse arbeidsvoorwaardenregelingen, waarmee SBB na 1 augustus 2015 te maken zal krijgen. 

Partijen hebben geconcludeerd dat het raadzaam is om,  voordat er concrete afspraken kunnen worden gemaakt, eerst helderheid te krijgen rond een aantal aspecten en signalen uit het veld die met de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden samenhangen. Hiervoor zal een beroep worden gedaan op de technische werkgroep, die al het een en ander aan voorbereidend werk heeft gedaan.

Mede omwille van een zorgvuldige procesgang hebben partijen besloten om het cao-overleg na de zomervakantie voort te zetten. Het is de inzet van partijen dat er vóór 1 januari 2016 een akkoord tot stand komt dat gedragen wordt door de achterbannen.

Sinds 2014 ondersteunt SOM (Stichting Arbeidsmarktfonds MBO) Stichting LeerKRACHT. LeerKRACHT is een intensief programma gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de leraar en de onderlinge samenwerking tussen de leraren. In januari 2015 zijn 8 MBO scholen begonnen met het programma. Hiermee komt het totaal aantal MBO scholen dat sinds de start van leerKRACHT in 2012 het leerKRACHTprogramma op hun school hebben geïntroduceerd op 23.

De overgrote meerderheid van de deelnemers raadt collega’s aan om ook de leerKRACHT-aanpak op hun school te introduceren.

De laatste “eindejaarsbarometer” van juni 2014 toont aan dat zowel de schoolleiding als de docenten positief zijn over de bijdrage van leerKRACHT aan hun professionele ontwikkeling en de verwachte impact op leerlingresultaten. Een Expertcoach van Stichting leerKRACHT die meerdere MBO scholen begeleidt, geeft een aardig beeld van de eerste ervaringen van een MBO-team waar leerKRACHT wordt geïntroduceerd.

Lees meer in het artikel van Pim Kamphuisen – Stichting LeerKRACHT

OCW, volg dit advies in het belang van zij-instromers mbo niet op!

 

 

UNIENFTO-voorzitter: “Mbo is wezenlijk anders dan avo”!

De UNIENFTO ondersteunt het pleidooi van de MBO Raad en erkent het grote belang van zij-instromers in het mbo met als doel de beroepspraktijk van alledag in de scholen te importeren en aan de leerlingen over te dragen. “Het mbo onderscheidt zich hier wezenlijk van het algemeen vormend middelbaar onderwijs, hetgeen een aparte behandeling in het lerarenregister rechtvaardigt, met name daar waar het de beroepsgerichte vakken betreft”, aldus UNIENFTO-voorzitter Jan van den Dries.

 

De MBO Raad is ontstemd over het advies van de Onderwijsraad over het lerarenregister. De Onderwijsraad heeft dit advies uitgebracht op verzoek van de staatssecretaris van OCW. Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad: “In het advies wordt de positie van docenten in het mbo, vaak zij-instromers met een rijke praktijkervaring, volledig miskend door hen buiten het register te plaatsen. Dat is onaanvaardbaar: het mbo kan niet zonder deze docenten. Het is bovendien in strijd met het conceptwetsvoorstel voor het register waarin deze zij-instromers via een registervoorportaal wél toegang krijgen tot het register.“ 

Lerarenregister en conceptwetsvoorstel

Het lerarenregister heeft als doel “dat alle leraren zoveel als mogelijk voldoen aan de wettelijke bekwaamheidseisen en dat zij gestructureerd werken aan het onderhoud van die eisen. Dit alles om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren.

Een groot deel van de docenten in het mbo zijn zij-instromers: zij hebben onderwijs genoten op het niveau van 2e-graads bevoegde docenten, maar beschikken (nog) niet over een didactische aantekening. Zij bezitten echter wel de praktijkervaring, die voor het mbo zo essentieel is en goed beroepsonderwijs mede mogelijk maakt. In het conceptwetsvoorstel lerarenregister is een voorziening getroffen voor de bijzondere positie van deze docenten in het mbo: het register-voorportaal. Zij-instromers worden daarin geregistreerd en zodra zij hun pedagogische didactische aantekening hebben gehaald komen zij in het lerarenregister.

Onderwijsraad geeft er geen blijk van het mbo goed te kennen

Jan van Zijl: “De MBO Raad kon leven met deze tussenoplossing, hoewel niet van harte. In onze visie dient óók de zij-instromer behandeld te worden als bevoegd docent en dus opgenomen te worden in het register. Wél dient deze docent in het kader van zijn herregistratie binnen de kortst mogelijke termijn zijn pedagogische aantekening te halen. Tot onze onaangename verrassing vindt de Onderwijsraad dit registervoorportaal echter ongewenst.” De Onderwijsraad erkent de bijzondere positie van de zij-instromer in het mbo, maar is van oordeel dat daarvoor buiten het kader van het lerarenregister een voorziening moet worden getroffen. “De Onderwijsraad geeft op geen enkele wijze aan wat die voorziening dan zou moeten zijn. Daarmee miskent de Onderwijsraad de positie van de docent met veel praktijkervaring en geeft hij er ook geen blijk van het mbo als onderwijssector goed te kennen.

Onderwijsraad maakt mbo onaantrekkelijk voor mensen uit bedrijfsleven

De politiek, het ministerie van OCW en mbo en bedrijfsleven zelf hechten zeer aan het belang van een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op het bedrijfsleven. Het stimuleren van mensen uit het bedrijfsleven om hun praktijkervaring over te dragen aan studenten in het mbo is daarvoor essentieel.

Jan van Zijl: “Opvolging van het advies van de Onderwijsraad zou betekenen dat de rijke ervaring opgedaan in het échte bedrijfsleven van deze zij-instromer lager wordt gewaardeerd dan het diploma van 2e-graads nét afgestudeerde docent van een lerarenopleiding zonder één dag praktijkervaring. Het mbo wordt daarmee voor veel mensen die een overstap uit het bedrijfsleven naar het onderwijs willen maken minder aantrekkelijk. En de kwaliteit van het mbo komt ook onder druk te staan. Dat is voor het mbo onaanvaardbaar.

De MBO Raad roept daarom de bewindslieden van OCW op om dit onderdeel van het advies van de Onderwijsraad niet op te volgen. “Doen zij dit toch, dan blijken alle mooie woorden vanuit de politiek over het belang van de aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt niet meer dan lippendienst.

 

 

Dit nieuwsbericht is bestemd voor de werknemers van de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (KBB), die overgaan naar de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) per 1 augustus 2015.

Bezuinigingen kabinet

Per 1 augustus 2015 houdt het ‘publieke deel’ van de Kenniscentra op te bestaan. Deze reorganisatie komt voort uit de bezuinigingen van het kabinet van uiteindelijk ongeveer 60 miljoen euro op de Kenniscentra, afkomstig uit het Regeerakkoord Rutte II van 2012. De wettelijke taken, die tot nu toe werden uitgevoerd door de Kenniscentra, gaan hierdoor per 1 augustus 2015 over van de Kenniscentra naar SBB.

Een groot aantal werknemers van de Kenniscentra heeft de afgelopen periode op basis van individuele afspraken met de werkgever voor een individuele regeling gekozen of is op grond van het Sociaal Plan KBB van eind 2014 reeds bemiddeld naar ander werk of heeft zelf een andere baan gevonden.

Ruim 500 werknemers zullen echter per 1 augustus 2015 overgaan naar de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) op grond van de zogenaamde Overgang van Onderneming (OvO).

Verschillende cao’s

De arbeidsvoorwaarden van de werknemers van de Kenniscentra zijn nu geregeld in de cao KBB. Daarnaast kennen diverse Kenniscentra individuele regelingen; afspraken tussen werknemer en de werkgever. Hierbij valt te denken aan vergoedingen voor dienstreizen en regelingen voor overwerk.

De cao KBB dateert van 1 februari 2012 en had een looptijd tot 1 februari 2014, waarna deze stilzwijgend is verlengd tot 1 augustus 2015. De cao-teksten en regelingen in deze cao dateren dus uit 2012 en hebben niet de aanpassingen ondergaan die inmiddels wel in alle andere onderwijs-cao’s hebben plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld de afspraken over de duurzame inzetbaarheid.

De huidige werknemers van SBB vallen onder de cao SBB, die een looptijd had van 1 januari 2013 tot 1 januari 2015. Deze cao heeft een beduidend ander karakter dan de cao KBB. De cao SBB kent geen bovenwettelijke werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsregeling en ook geen bapo- of adv-regeling of een betaald ouderschapsverlof. Deze cao kent weer wel een regeling levensfaseverlof en heeft een hogere nominale eindejaarsuitkering en een hogere vergoeding voor woon-werkverkeer dan de cao KBB.

Afstemming

Het uiteindelijke doel van SBB en de vakbonden is dat voor al het personeel van SBB één arbeidsvoorwaardenregeling zal gaan gelden. De cao-partijen vinden dat (op termijn) verschillen van arbeidsvoorwaarden tussen medewerkers die dezelfde werkzaamheden verrichten zo veel mogelijk voorkomen moeten worden. 

De UNIENFTO en de andere vakbonden zetten bij deze onderhandelingen echter hard in op het behoud van werkzekerheid en inkomenszekerheid voor de leden. Het behoud van werk is gedurende dit gehele traject van kabinetsbezuinigingen steeds het belangrijkste punt geweest voor de vakbonden. Dit kan gepaard gaan met noodzakelijke of vereiste om- of bijscholing van de werknemer, maar betekent wel dat mensen aan het werk blijven en niet in een situatie van werkloosheid terecht komen. Beide cao-partijen zijn het eens dat dit het absolute uitgangspunt moet zijn en blijven.

Cao-overleg

Om de verschillen en de juridische integratie van de arbeidsvoorwaarden goed in beeld te krijgen is een werkgroep van vakbonden en SBB aan het werk geweest en komt eind mei met een advies voor de cao-tafel. Het inhoudelijke cao-overleg start op 3 juni 2015, waarbij de Overgang van Onderneming voor de werknemers van de Kenniscentra bij de integratie een grote rol speelt. De 'oude' cao KBB en de cao SBB zullen met elkaar op één lijn moeten worden gebracht, met natuurlijk overgangsbepalingen en overgangstermijnen voor de (dan) ex-Kenniscentra werknemers.

Ook zal de nieuwe cao SBB – evenals alle andere (onderwijs-)cao’s - moeten worden aangepast aan de Wet werk en zekerheid (Wwz) en de afspraken die in het Sociaal Akkoord zijn gemaakt over onder andere de reparatie van het 3e WW-jaar. Deze nieuwe wetgeving op het gebied van ontslag, flexibele  arbeid en werkloosheidsregelingen dwingt cao-partijen om de onderhandelingen te voeren in het licht van die ontwikkelingen en de veranderende maatschappelijke context in de andere (onderwijs)sectoren. Dit betekent dat ook de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (waaronder de aansluitende uitkering) besproken zal gaan worden, met inachtneming van de Overgang van Onderneming.

Vervolg

De UNIENFTO zal u op de hoogte houden van het gehele traject en wil hierover met u van gedachten wisselen zo gauw er échte (tussen)resultaten te melden en te bespreken zijn.

Het is daarbij van belang te weten wie van u van de Kenniscentra nu daadwerkelijk overgaan naar SBB. Vandaar het verzoek ons dit te melden, zodat we u heel gericht kunnen benaderen. Wilt u daarom een mailtje sturen naar onze onderhandelaar, de heer Jan van den Dries (jvandendries@planet.nl) o.v.v. ‘Overgang naar SBB’ (met uw naam/adres). Ook wanneer u nog nadere vragen heeft of dat u op dit moment nog zaken aan ons wil meegeven, dan kunt u zich tot hem wenden.

Indien u collega’s heeft die (nog) geen lid zijn van de UNIENFTO dan verzoeken wij u ze te attenderen op dit bericht. Het is belangrijk voor u en voor ons dat de UNIENFTO een stevige achterban vertegenwoordigt.

 

Op 20 mei a.s. zullen de zestig jongeren van het Pensioenlab, een initiatief van VCP Young Professionals, FNV Jong en CNV Jongeren, hun eindadviezen gaan geven over actuele vraagstukken die spelen in de pensioensector. Dit keer zullen de adviezen van het Pensioenlab gaan over de toekomst van het nabestaandenpensioen, het beste stelsel uit de wereld, wat is een zaak van Nederland en wat van Europa, pensioen en langer doorwerken en hoe digitale communicatie beter onder de aandacht kan worden gebracht.

Het programma kunt u hier lezen. U kunt zich nog aanmelden door een mail te sturen aan pensioenlab@gmail.com. Er is maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.

Voor het komende schooljaar zijn er diverse vacatures beschikbaar bij de Onderwijscoöperatie, van, voor en door de leraar. We zijn op zoek naar enthousiaste leraren die we als collega kunnen verwelkomen!

Het gaat om de volgende interessante taken:

•    Onderwijsonderzoek: klankbordgroeplid, 40 uur;

•    Ambassadeur Onderwijscoöperatie, 320 uur;

•    Ambassadeur Peer Review, minimaal 48 uur;

•    Coach Onderwijs Pioniers, 120 uur;

•    Gespreksleider voor dialoog OC, max. 24 uur

N.B. de genoemd urenaantallen zijn op jaarbasis.

Meer informatie vind je in de bijlagen per taak.

Wanneer je geïnteressseerd bent ontvangen we graag zo spoedig mogelijk je gegevens via info@fvov.nl. Daarbij geef je aan van welke FvOv-onderwijsvakorganisatie* je lid bent.

* de FvOv bestaat uit KVLO, Levende Talen, NVLF, NVON, NVOP, NVS-NVL, NVvW, UNIENFTO, VLS en VONKC

De onderwijsbonden  FvOv / UNIENFTO, AOb, FNV-overheid en CNV-onderwijs hebben in de afgelopen maanden diverse keren met de VO-raad gesproken over een nieuwe cao-vo 2015-2016. Op dinsdag 7 april heeft het laatste overleg plaatsgevonden, in dit overleg is geconstateerd dat de standpunten van de partijen op dit moment te ver uit elkaar liggen om tot een akkoord te komen.

Vanaf het begin van de onderhandelingen was duidelijk dat de loonontwikkeling in samenhang met het doorgeven van de vrijval van pensioenpremies aan het personeel een heet hangijzer zou worden.

De VO-raad gaf aan dat er nauwelijks loonruimte is en dat zij ondanks de vrijval van de pensioenpremies per 1 januari 2015 niet meer konden bieden dan 0,2%. Van een hoger loonbod kon alleen maar sprake zijn wanneer er aan de werkgevers meer beleidsvrijheid zou kunnen worden gegund. Door deze beleidsvrijheid zouden de kosten voor de werkgevers kunnen worden verlaagd dan wel de productie per werknemer kunnen worden verhoogd (bijvoorbeeld door meer lessen per week te geven). Het ging de VO-raad daarbij met name om de bepalingen rond de automatische periodiek en het taakbeleid (waaronder de zogenaamde tweederde-bepaling).

De onderwijsbonden zijn van mening dat het onderwijspersoneel recht heeft op een fatsoenlijke loonsverhoging, na jaren van nullijn en bezuinigingen op werknemers (-kosten) d.m.v. het schrappen van arbeidsplaatsen en het verhogen van het aantal productieve uren. Bovendien kunnen de bonden niet aanvaarden dat er twee keer betaald moet worden voor het doorgeven van de premievrijval: eerst met een verslechtering van de pensioenopbouw en nu met het schrappen van bepalingen rond taakbeleid. De VO-raad houd echter vast aan de eisen en partijen konden vervolgens niets anders dan constateren dat het overleg is vastgelopen.

De komende tijd gaan we ons als FvOv / UNIENFTO beraden over de ontstane situatie, datzelfde geldt ook voor de andere bonden en de VO-raad. Zo gauw er meer nieuws te melden valt zullen wij dit melden!

Fiscaal kader, financieel toetsingskader, dekkingsgraad, herstelplan. Waarschijnlijk heeft u over deze zaken gelezen of gehoord, maar wat betekenen ze voor u als deelnemer. Als u dacht dat de grootste wijzigingen zijn geweest dan vergist u zich.

Lees verder..........

De UNIENFTO is een ledenwerfcampagne gestart onder het motto "Leden werven Leden". Hierbij zijn diverse prijzen te winnen.

Hoe?

Lees verder.....  voor meer informatie en hoe u kunt deelnemen aan deze actie !

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 17 maart jl. ingestemd met het wetsvoorstel ‘Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd’. In december 2014 schreven de vakcentrales VCP, FNV en CNV in een brief dat zij het wetsvoorstel hekelden, omdat het leidt tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Het enige pluspunt uit de wet is dat de Wet minimumloon ook voor deze groep (door)werkenden van toepassing wordt.

Door dit wetsvoorstel kunnen werkgevers werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken, meer tijdelijke contracten geven en hoeven zij minder lang het loon door te betalen bij ziekte. Voordat de maatregelen in werking treden, moet ook de Eerste Kamer nog met het wetsvoorstel instemmen.

Bij het wetsvoorstel werden drie amendementen aangenomen, die de oorspronkelijke plannen op een aantal punten wijzigen. Er komt een evaluatie van de wet die zich richt op de effecten in de eerste twee jaren na inwerkingtreding van het voorstel. Onderdeel van de evaluatie is in elk geval of de verkorting van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van AOW-gerechtigde werknemers leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt.

De VCP vindt het goed dat deze evaluatie er komt, maar hoopt dat het voor de grote groep oudere, nog niet gepensioneerde werknemers die nu aan de kant staan, niet te laat komt. Daarnaast wordt de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van een AOW-gerechtigde werknemer in eerste instantie niet verkort naar zes weken, maar naar dertien weken. Dit blijft in elk geval zo tot de evaluatie van de wet.

De VCP had liever gezien dat er, net zoals de partij 50PLUS heeft verzocht in een afgewezen motie, een loondoorbetalingverplichting van 26 weken zou gelden voor deze groep.

De mogelijkheid om AOW-gerechtigde werknemers maximaal zes tijdelijke contracten te geven binnen een periode van maximaal 48 maanden komt in de wet te staan. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was nog geregeld dat dit alleen in de cao kon worden bepaald. Een ongewenste ontwikkeling omdat de kans reëel is dat reguliere banen worden verdrongen door deze flitscontracten voor gepensioneerde werknemers.

 

 

Van 1 april tot 1 juli kunnen leraren in het primair en voortgezet onderwijs, MBO en HBO een Lerarenbeurs aanvragen voor een master- of bachelorstudie. De beurs bestaat uit twee subsidies. De leraar ontvangt subsidie voor studiekosten, studiemiddelen en reiskosten. Elke leraar kan maximaal zevenduizend euro per jaar ontvangen om collegegeld te betalen en maximaal zevenhonderd euro voor studie- en reiskosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen. Inmiddels zijn al ruim 44.000 beurzen toegekend.

Verruiming voor meer masters

Om meer leraren in staat te stellen een masteropleiding te volgen, is de Lerarenbeurs verruimd. Leraren kunnen met een masteropleiding hun vakkennis en vaardigheden versterken en zo bijdragen aan de kwaliteit en diversiteit van het team. Hiermee maakt de school een professionele ontwikkeling door waarin samen leren centraal staat. Vanaf dit jaar krijgen leraren daarom meer studietijd voor een master. Het gaat om een verhoging van het aantal studieverlofuren van 4 naar maximaal 8 uur in het primair onderwijs en het hbo en van 4 naar maximaal 6 uur in het voortgezet onderwijs en het mbo. Ook kunnen leraren die eerder gebruik gemaakt hebben van de Lerarenbeurs voor een bacheloropleiding  opnieuw een beurs aanvragen voor een masteropleiding. Tevens is de beurs beschikbaar voor intern begeleiders, zorgcoördinatoren en remedial teachers.

Daarnaast hebben leraren nu een maand langer de tijd om een Lerarenbeurs aan te vragen. Op de website van DUO kunnen leraren een Lerarenbeurs aanvragen van 1 april tot 1 juli 2015. Hier is ook meer informatie over de voorwaarden te vinden.

Leraren kunnen gratis trainingen krijgen om dreigende radicalisering onder hun leerlingen te herkennen. De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) en een speciale eenheid van het ministerie van Sociale Zaken bieden de trainingen aan.

Overheid helpt scholen

Dat schrijven minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer. Met de trainingen voor leraren in het voortgezet onderwijs en mbo wil de overheid scholen helpen om mogelijk extremisme onder leerlingen te herkennen en aangeven hoe docenten hiermee om kunnen gaan.

De trainingen zijn voortgekomen uit een tournee van Bussemaker en Dekker langs scholen. Zij spraken met leraren en leerlingen om uit te vinden hoe radicalisering in de klas het beste kan worden aangepakt. Scholen bleken ook behoefte te hebben aan een aanspreekpunt; nu kunnen ze bellen met een ‘hotline’ van het ministerie.

In de klas zouden de eerste symptomen van extremisme zichtbaar kunnen zijn. Leraren gaven aan ondersteuning te willen vanuit Den Haag.

Bussemaker was op 17 maart jl. in Parijs om met 25 Europese collega’s te praten over radicalisering onder jongeren en wat het onderwijs daartegen kan doen. De Nederlandse minister trapt af met een debat over goede voorbeelden om radicalisering te herkennen en ermee om te gaan. Zij zal onder anderen de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb aanhalen als rolmodel.

Meerderheid voelt zich veilig op school

In januari publiceerde de overheid de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor. Daaruit bleek dat het overgrote deel van de leerlingen en docenten zich veilig voelt op en rond school. Op de basisscholen gaat het om 94 procent van het onderwijspersoneel en 97 procent van de leerlingen. Voor het voortgezet onderwijs is dit respectievelijk 89 procent en 94 procent.

Eerder informeerden wij u over het niet doorbetalen van de AOW-aanvulling door ABP na 1 januari 2015, voor gepensioneerden geboren voor 1950. Inmiddels heeft het ABP-bestuur besloten om die aanvulling voor die leeftijdsgroep toch door te blijven betalen na 1 januari 2015. Het gaat om bedragen van enkele euro’s tot ruim 500 euro, met een gemiddeld bedrag van ruim 200 euro.

Voor de leeftijdsgroep geboren na 1949, die AOW-gerechtigd wordt vanaf 1 januari 2015, en al 20 jaar weet dat de AOW-toeslag komt te vervallen vanaf 2015, verandert er niets. Dat wil zeggen dat de AOW-toeslag van de SVB en de AOW-aanvulling van het ABP die is gekoppeld aan dat recht op de AOW-toeslag, beide komen te vervallen.

Het gaat hier alleen om de leeftijdsgroep geboren voor 1950, die in februari zonder vooraankondiging werd overvallen door het niet langer betalen van de aanvulling. Het ABP-bestuur heeft na de ontstane verontwaardiging en de aankondiging van juridische acties van o.a. collega CMHF-bonden, het vervallen van de aanvulling nogmaals nader bezien in het kader van zorgvuldig bestuur. De conclusie was dat het betreffende artikel in het ABP pensioenreglement onduidelijk is gesteld en dat daarom het besluit om de aanvulling te laten vervallen waarschijnlijk voor de rechter geen stand houdt.

Het gevolg van dit besluit is dat daar waar een aanvulling wordt betaald, deze weer wordt hervat tot het moment waarop de partner ook de AOW-leeftijd bereikt. Als er voor die datum sprake is van een verlaging van het inkomen van de partner en daarmee het vervallen van de AOW-toeslag, vindt het ABP-bestuur het vooralsnog ongewenst dat die aanvulling vervalt (hardheidsclausule). Het ABP-bestuur wil wel bezien hoe voor deze groep in de toekomst met een eventuele inkomenstoets zal worden omgegaan. Als het inkomen van de partner structureel (d.w.z. 4 maanden lang) stijgt tot een niveau waarbij geen AOW-toeslag meer wordt betaald, vervalt de AOW-toeslag. SVB stelt ABP daarvan op de hoogte en dan vervalt ook de ABP aanvulling.

Vooralsnog wordt het in januari bekende bedrag aan aanvulling doorbetaald. De niet betaalde bedragen aan AOW aanvulling in februari en maart zullen in april 2015 worden uitgekeerd.

UNIENFTO is het eens met de hernieuwde stellingname van het ABP-bestuur. Je kunt niet mensen die ervan uit mochten gaan dat hun pensioen niet zou worden verlaagd omdat hen daarover nooit een bericht heeft bereikt, plotsklaps wel raken met een verlaging.

De werkgevers in de Pensioenkamer denken daar heel anders over. Zij stelden het ABP bestuursbesluit niet op prijs en trachten daar nog via allerlei wegen te bewerkstellingen dat het ABP-bestuur zijn besluit opnieuw herziet.

 

 

 

In april en juni organiseert NWO weer diverse bijeenkomsten in het kader van de Promotiebeurs voor leraren. Op 8, 15, 17 en 22 april 2015 zijn er workshopmiddagen voor aanvragers van de beurs. Op 19 juni houdt NWO een algemene voorlichtingsmiddag over het programma.

Alle bijeenkomsten zijn bedoeld voor leraren uit het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps- en speciaal onderwijs.

•    De workshops richten zich specifiek op leraren die al bezig zijn met het opstellen van een aanvraag van een Promotiebeurs voor leraren. Ze bieden ondersteuning bij het uitwerken van het onderzoeksvoorstel, het vormgeven van de centrale onderzoeksvraag en bij de voorbereiding op de beoordelingsprocedure.

•    De informatiemiddag is bedoeld voor leraren die meer algemene informatie over de promotiebeurs willen ontvangen.

Meer informatie

Tot 1 januari 2015 kregen AOW-gerechtigden van wie de partner nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd had bereikt, een zogenaamde AOW-toeslag van de overheid. Die toeslag was inkomensafhankelijk, ofwel de hoogte van het inkomen van de partner bepaalde de hoogte van de toeslag. Door een wijziging van de AOW komt vanaf 1 januari 2015 deze toeslag te vervallen voor mensen geboren ná 1949. De mensen geboren vóór 1950 behouden wel het recht op deze toeslag.  

Het ABP pensioenreglement kent een compensatie voor het wegvallen van de AOW-toeslag van de overheid in de vorm van een ‘aanvulling’; de ABP-partnertoeslag. Het is steeds de bedoeling geweest van sociale partners in de pensioenkamer om die aanvulling te laten vervallen voor de deelnemers geboren ná 1949; in navolging van het vervallen van de AOW-toeslag van de overheid. Deze mensen zijn gedurende een overgangstermijn van 20 jaar hiervoor gewaarschuwd en konden maatregelen nemen.

De tekst over de aanvulling in het ABP pensioenreglement heeft echter ook tot gevolg dat het recht op de aanvulling vervalt voor deelnemers geboren vóór 1950, waaronder AOW-gerechtigden,  dus zij die al een ABP aanvulling hebben. Het is echter nooit de bedoeling geweest van de werknemersfracties in de Pensioenkamer, om deze aanvulling ook te laten vervallen voor deze leeftijdsgroep.  De werknemersfracties, met vertegenwoordiging vanuit de CMHF/UNIENFTO, wilden voor de leeftijdsgroep geboren vóór 1950 het recht op de aanvulling intact houden en de reglementstekst aanpassen, omdat deze mensen nooit eerder zijn gewaarschuwd voor het wegvallen van de toeslag en zich ook vaak niet bewust waren van het feit dat zij een toeslag ontvingen. Reparatie van iets waar je al in zit is evenmin mogelijk. De werkgevers wilden hier echter niets van weten en zagen hierin een bezuinigingsmogelijkheid. Omdat de wens van de werknemers een aanpassing van de tekst van het reglement vergt, moeten daarvoor beide partijen meewerken. Dat lukte niet en dus is de tekst ongewijzigd gebleven. Gevolg hiervan is dat ook AOW-gerechtigden geboren vóór 1950 die geen AOW-toeslag krijgen omdat hun partner eigen inkomen heeft, ook geen ABP aanvulling meer krijgen.

En nu?

Onze vertegenwoordigers in de pensioenkamer zullen opnieuw een poging doen om de regeling te repareren.  Daarnaast wordt er bekeken of het mogelijk is om bezwaar aan te tekenen en andere rechtswegen te bewandelen.

SOM (het gezamenlijke Platform van wergevers en werknemers in het MBO) nodigt u uit om samen deel te nemen aan de werkconferentie ‘Samen Gezond Vooruit’. Als mbo-instelling willen ze kwalitatief goed onderwijs bieden, georganiseerd door fitte, gemotiveerde en goed geschoolde werknemers die met hun tijd meegaan. Ze hechten belang aan onze waardevolle toekomst waarin ons menselijk kapitaal duurzaam inzetbaar is. Dit bereiken zij door het ontwikkelen van een gedegen aanpak in combinatie met goed teamwerk. Graag maken ze hier met u stappen in.

 

Voor de uitnodinging: KLIK HIER.........

Bijgaande brief over de verantwoordelijkheden voor personeel en herbesteding van de middelen Passend Onderwijs en factsheet is onlangs gestuurd naar alle besturen van de SWV-en. In tweede instantie ook naar alle OPR-en.

In een AMvB is een aantal onderdelen uit de Wet passend onderwijs nader uitgewerkt. De SWV-en krijgen de opdracht op verzoek van een bevoegd gezag of de vakbonden op overeenstemming gericht overleg te voeren over de gevolgen voor het personeel dat na 1 augustus 2016 nog in dienst is (en dat op 1 mei 2012 al in dienst was) maar niet is herplaatst, overgenomen of ingehuurd.

AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

SWV: Samenwerkingsverband

OPR: OndersteuningsPlanRaad

In het nationaal onderwijsakkoord van najaar 2013 is een speciale paragraaf over regeldruk opgenomen. Inmiddels is Regeldrukagenda 2014-2017 verschenen, waarin onder meer aanleiding van en oplossing voor de regeldruk zijn genoemd. Een commissie onder leiding van de minister en de staatssecretaris heeft een lijst met verbeterpunten opgesteld.

Namens de FvOv zijn Henry van Bergen, vice-voorzitter, Sandra Roelofsen en Jan van den Dries (voorzitter UNIENFTO), beide bestuurder/onderhandelaar, de gesprekspartners. Voor po, vo en bve moet dat leiden tot minder regels, tot zinnige regels, tot begrip en tot rust in de school. Vooral lesgevers moeten dat gaan merken.

De bij de VCP aangesloten organisaties hebben op 18 februari 2015 ingestemd met het SER-advies Toekomst Pensioenstelsel. “De visie van de VCP komt in hoofdlijnen goed terug in het advies. Het is een uitgebreide, analytische verkenning die een goede basis legt voor de verdere uitwerking van een nieuw pensioenstelsel”, aldus VCP-duovoorzitter Reginald Visser.

De Sociaal-Economische Raad heeft vrijdag 20 februari unaniem het advies Toekomst Pensioenstelsel vastgesteld. Met het advies levert de raad belangrijk grondwerk voor de verdere pensioendialoog. De Raad stemt ook in met een volgende fase: de verkenning van een van de varianten (persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling) en het vraagstuk van een mogelijke transitie.

De bij de VCP aangesloten organisaties hebben geconstateerd dat het advies op hoofdlijnen past binnen de uitgangspunten van de VCP. Met het advies worden geen onomkeerbare keuzes gemaakt. Ook is het positief dat de persoonlijke pensioenrekening met collectieve risicodeling (variant 4C) als interessant wordt benoemd voor de verdere verkenning. Dit model wordt door de VCP geprefereerd. De moeilijk oplosbare zaken, zoals de huidige opbouwsystematiek, de invaarproblematiek en positie van alle werkenden aangaande verplichte deelname in de pensioenregelingen, lijken met dit model beter inpasbaar dan in de andere modellen. Het model scoort goed in termen van het te bereiken pensioenresultaat, de aansluiting op maatschappelijke trends en economische effecten, maar de transitie zal lastig zijn net als in de andere varianten.

Onderdelen, in het bijzonder de transitie naar een ander stelsel alsmede de overstap op een rechtvaardigere opbouwsystematiek, zullen dus nog nader moeten worden uitgewerkt in de SER. Dat ziet de VCP als een grote uitdaging voor de korte termijn. Voor de VCP is het hierbij van essentieel belang dat risico’s, daar waar dit gewenst is, kunnen worden gedeeld tussen en met toekomstige generaties door bijvoorbeeld schokken te spreiden of middels buffervorming. Ook is het van belang dat alle werkenden verplicht pensioen opbouwen. Dit omdat er een steeds grotere groep geen gedegen oudedagsvoorziening opbouwt. Hiertoe kan het aankomende algemeen pensioenfonds wellicht een oplossing bieden.

Verder is het van groot belang dat de tijdsdruk op de uitwerking wordt gehouden, zonder dat dit ten koste gaat van de inhoud, zodat er tijdig een toekomstbestendiger stelsel kan worden ingevoerd. Als voorwaarde voor de overstap op een ander stelsel vindt de VCP het wel noodzakelijk dat er een begrijpelijk transitietraject komt naar een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, dat recht doet aan een evenwichtige spreiding van eventuele transitielasten over alle partijen (verschillende generaties, werkgevers en overheid).

 

Op 9 april 2015 organiseert de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen en Leerlingbegeleiders (NVS-NVL) een congres over loopbaanontwikkeling en leerlingenzorg anno 2025. Het congres heeft als titel ‘Met het oog op  morgen’ en vindt plaats in het nieuwe Tivoli Vredenburg te Utrecht.

Passend onderwijs, het vernieuwde vmbo, doorlopende leerlijn LOB, het studievoorschot: de ontwikkelingen in het onderwijs volgen elkaar in rap tempo op. Op decanen, mentoren, leerlingbegeleiders en zorgcoördinatoren hebben deze ontwikkelingen een grote impact. Zij moeten zich continu aanpassen en krijgen nauwelijks de kans om na te denken over de toekomst van hun eigen werk. Die kans krijgen deelnemers op 9 april wel.

Als deelnemer levert u een actieve bijdrage aan de toekomst van het onderwijs. Onder leiding van dagvoorzitter Jaap Robben gaat u in discussie met kopstukken uit het veld van Onderwijs (VO-Raad / MBO Raad), Overheid (OCW) en Ondernemers (MKB). Psychoanalyticus Paul Verhaeghe en cultuurinnovator Jef Staes prikkelen u om vanuit een ander perspectief naar het onderwijs te kijken. In de pauze kunt u letterlijk uw ei kwijt op de Wand van de Toekomst.

Aanleiding voor het congres is het 50-jarig bestaan van de vereniging. De NVS-NVL zet zich al vijftig jaar in om begeleiders in het voortgezet onderwijs te informeren, inspireren, professionaliseren en hun belangen te behartigen. Naast een inhoudelijk sterk programma, zal het congres dan ook een feestelijk karakter hebben. Meer informatie leest u in de jubileumeditie van Bij de Les (komt op 26 maart uit) of op de website van de NVS-NVL.

 

•    Datum 9 april 2015

•    Doelgroepen decanen, leerlingbegeleiders, zorgcoördinatoren, mentoren

•    Onderwijssoorten vmbo – mbo – havo – vwo

•    Plaats Tivoli Vredenburg Utrecht

•    Kosten leden NVS-NVL € 95,- niet-leden € 145,-

 

Aanmelden           

De SER heeft op 20 februari jl. het advies Toekomstige Arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet vastgesteld. Belangrijke afspraken in het sociaal akkoord uit 2013 zijn daarin uitgewerkt. De WW krijgt meer een verzekeringskarakter, waarbij sociale partners ook weer meer betrokken zijn.

De SER wil een sterkere inzet op preventie van werkloosheid. Werknemers die hun baan dreigen te verliezen, moeten nog voor ze in de WW terecht komen, ondersteuning krijgen van nieuw op te richten adviescentra. Deze dienstverlening is aanvullend op die van het UWV. De SER kiest voor een praktijkgerichte benadering. De komende jaren kunnen partijen in pilots hier ervaring mee opdoen. De VCP heeft aangegeven een pilot met adviescentra te willen rond beroep en bedrijf. De intentie is verder dat partijen op regionaal en sectoraal niveau beter gaan samenwerken. Daartoe krijgen sociale partners een grotere rol in de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid.

In het sociaal akkoord is ook afgesproken de WW-premies lastendekkend vast te stellen. De SER adviseert een WW-premie die structureel lastendekkend is. De lasten van de gemiddelde werkloosheid over tien jaar vormen het uitgangspunt voor de premie. Dit leidt tot een stabiele premie die niet conjunctuurversterkend werkt en daarmee geen extra werkloosheid genereert. In het sociaal akkoord is verder afgesproken dat werknemers opnieuw zelf de premie voor de WW gaan betalen vanuit het brutoloon en wel in de verhouding fiftyfifty tussen werkgevers en werknemers. Het verzekeringskarakter wordt daarmee versterkt.

Het advies brengt in kaart wat de verschillende mogelijkheden zijn om in cao’s private aanvullende werkloosheidsverzekeringen vorm te geven om de huidige opbouw en duur van de WW te handhaven. Daarbij maakt de SER een onderscheid tussen een meer uniforme en een meer sectorgebonden vormgeving, zonder daarin een keuze te maken. Wat betreft de uitvoering noemt de SER het UWV of een andere publieke partij uit de keten van werk en inkomen, zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Ook kan worden gedacht aan een uitvoerder van een aanvullende pensioenregeling.

Ook adviseert de SER om de aftrekbaarheid van scholingskosten, die wordt ingezet om de overgang van werk naar werk te bevorderen, in de inkomstenbelasting uit te breiden. Uitgaven aan outplacement en employability die werknemers uit de transitevergoeding betalen, kunnen dan aftrekbaar zijn. Dit komt overeen met de mogelijkheid die werkgevers reeds hebben om kosten voor transitie af te trekken.

De SER pleit voor het verbeteren van de regie over de WW en in het arbeidsmarktbeleid op drie niveaus. Op centraal niveau stelt de SER voor sociale partners een zwaarwegende adviesrol te geven bij aspecten van de WW, zoals de systematiek van de premievaststelling en beleid voor bemiddeling en re-integratie. Op sectorniveau moeten cao-partijen meer ruimte krijgen om te adviseren over de vaststelling van de premies voor de sectorfondsen. Voor het regionale niveau is het belangrijk sectorale initiatieven en regionaal beleid met elkaar te verbinden.

 

Met het wetsvoorstel Invoering Lerarenregister worden de wensen van de FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties, waarbij ook de UNIENFTO is aangesloten), een van de vijf lidorganisaties van de Onderwijscoöperatie, ten aanzien van het Lerarenregister, grotendeels ingewilligd. Het wetsvoorstel voorziet in een duidelijke afbakening van het beroep leraar, met een bijbehorende set heldere bekwaamheidseisen.

Dit wetsvoorstel geeft de leraar de zeggenschap om zijn werk goed te kunnen doen en vormt daarmee een belangrijke basis voor de professionele dialoog op schoolniveau tussen schoolleiding en leraren.

Aspirantenregister

De FvOv is van mening dat een register uitsluitend open mag staan voor die leraren die voldoen aan de bekwaamheidseisen die zijn opgesteld voor de beroepsgroep. Oproepen, om ook een aspirantenregister in te stellen voor hen die op dit moment nog niet voldoen aan de eisen, mogen sympathiek lijken naar die groep leraren, maar doen afbreuk aan de waarde van het Lerarenregister. Het Lerarenregister zal ook voor hen die nog niet voldoen aan de eisen tot registratie, een wenkend perspectief moeten betekenen, voor minder willen we het als beroepsgroep niet doen. Dit Lerarenregister zet leraren ertoe aan om zo snel mogelijk te voldoen aan de bekwaamheidseisen die aan de beroepsgroep worden gesteld.

Daarbij komt dat een aspirantenregister het mogelijk lijkt te maken dat een leraar langdurig, zonder dat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen, les kan geven. Dit lijkt de FvOv zeer ongewenst en in tegenspraak met het uitgangspunt van het wetsvoorstel om de kwaliteit van het onderwijs op een hoger plan te brengen.

De onderwijsondersteuner

Speciale aandacht willen we als FvOv vragen voor de positie van de onderwijsondersteuners. De Onderwijscoöperatie heeft allereerst de registratie van Leraren ter hand genomen, maar zou, als het aan de FvOv ligt, ook op korte termijn de registratie van de ondersteuners in het primaire proces van de onderwijspraktijk op moeten pakken. Deze beroepsgroep vraagt eveneens om erkenning van de belangrijke positie die zij in het onderwijsproces innemen. Ook voor hen is het van belang om hun specifieke positie vast te leggen (afbakening van het beroep) en hun een herkenbare plek in de schoolgemeenschap te geven.

 

Op dinsdag 24 maart, woensdag 25 maart en dinsdag 31 maart organiseert Voion themabijeenkomsten Veiligheid in praktijklokalen over de inrichting van praktijklokalen en machineveiligheid. De bijeenkomsten vinden plaats op scholen in Heerenveen, Deventer en Oudenbosch. Aan bod komen o.a. de mogelijkheden voor primaire preventie, wet- en regelgeving inclusief de normen in de Arbocatalogus-VO, omgaan met de inrichting en de instrumenten, gereedschappen en machines. Er zal ruime aandacht voor de praktijk zijn. Deelname is gratis.

Voor meer informatie en aanmelden

Een actieve conferentie om samen met uw collega’s op een effectieve en duurzame manier te werken aan de gezondheid van uw mbo instelling.

Wij willen u in beweging krijgen met functie specifieke casussen en teamsessies. Dit is een follow-up van de conferentie in november 2014. Heeft u toen niet deelgenomen? Geen probleem! SOM zorgt dat iedereen een passende dag heeft.

Noteer de datum in uw agenda en stimuleer collega’s om ook deel te nemen. Kom gezamenlijk kennis, inspiratie en contacten opdoen om uw gezondheidsbeleid verder vorm te geven.

Aanmelden

Groot succes 2014

Bij de werkconferentie in november zijn een flink aantal deelnemers uit de MBO-sector in beweging gezet om met strategische gezondheidsmanagement aan de slag te gaan.

Het was een inspirerende dag van individuele inhoud en collectieve aanpak, die door de deelnemers is beoordeeld met een score van een 8,3.

De conferentie wordt georganiseerd door SOM in samenwerking met de Gezonde School.

Met deze conferentie wil SOM bijdragen aan kennisvorming en verdere professionalisering en expertise-ontwikkeling op het gebied van strategisch gezondheidsbeleid.

Deelname is gratis. In februari volgt de locatie en verdere informatie.

Lees meer over de werkconferentie van november 2014

Vanaf vandaag kan iedereen het wetsvoorstel voor de invoering van het lerarenregister inzien en erop reageren.

Het is een belangrijk wetsvoorstel omdat het de positie van leraren versterkt en leraren de noodzakelijke zeggenschap geeft over hun werk. Er is al een vrijwillig register waarmee leraren laten zien dat ze goed opgeleid zijn en hun vak goed bijhouden. Dat register en die nascholing worden straks verplicht, maar ook de omschrijving van het beroep en de professionele ruimte die een leraar nodig heeft, worden wettelijk vastgelegd. Rechten en plichten zijn in balans. Dan kun je het register ook verplichten. Dat werkt net zo als bij andere registerberoepen zoals advocaten, accountants of in de medische wereld.

Wel of niet aspirantenregister?

Het wetsvoorstel komt tegemoet aan veel van onze wensen. Maar een belangrijk punt ligt in de vragenlijst van het ministerie nog open: mag de term ‘register’ alleen gebruikt worden voor het register waarin leraren zijn opgenomen die aan de bekwaamheidseisen voldoen? Of kan de term ‘register’ ook gebruikt worden voor zij-instromers mbo die nog niet aan de bekwaamheidseisen voldoen? Voor de Onderwijscoöperatie is het antwoord op die vraag ‘nee’.

Voor de vertegenwoordigers van de beroepsgroep, die zijn verenigd in de Onderwijscoöperatie, waaronder de FvOv, is het volstrekt helder. We hebben jarenlang geijverd voor een goede afbakening van het beroep en duidelijke bekwaamheidseisen waaraan je moet voldoen. Een register regelt het beroep en de afbakening daarvan. Een term als ‘aspirantenregister’ ondermijnt precies dat punt. Voor alle registerberoepen geldt dat de beroepsbeoefenaar aan bepaalde eisen moet voldoen. Dat geldt voor een verpleegkundige, een accountant, een jurist, een chirurg en straks dus ook voor een registerleraar. Dat zegt niets over de erkenning of waardering voor het werk van collega’s die nog niet de juiste papieren op zak hebben. Het gaat om de systematiek die binnen een registerberoep wordt gehanteerd. Er is immers ook geen register voor juristen in opleiding of verpleegkundigen die nog geen diploma hebben.

Doe mee aan de internetconsultatie, laat OCW weten wat je vindt!

De term ‘register’ moet het beroep scherp afbakenen en registerleraren kunnen alleen leraren zijn die aan de bekwaamheidseisen van de beroepsgroep voldoen. Vind jij dat ook? Laat dat dan aan OCW weten. Doe mee aan de internetconsultatie.

Om het leven lang leren te stimuleren moet het deeltijdonderwijs binnen de publieke bekostiging worden afgestemd op de wensen van werknemers. Binnen het hoger en mbo-onderwijs moeten maatwerk en flexibele diplomatrajecten komen. Het voorstel tot afschaffen van het vestigingsplaatsbeginsel voor publieke hbo’s is een goede start, zo beargumenteerden VCP, FNV en CNV in een brief naar de Tweede Kamer. Werknemers kunnen tijdens het werk blijven leren en zo up-to-date qua kennis blijven. Lees hier de brief: reactie op de kabinetsbrief Leven Lang Leren ten behoeve van de behandeling van dit onderwerp in het Algemeen Overleg van 29 januari 2015.

De VCP blijft aangeven dat het zeer hoge instellingscollegegeld voor een tweede bachelor of master moet worden aangepast. Indien de kosten voor een tweede studie niet omlaag gaan, heeft meer flexibiliteit weinig toegevoegde waarde voor het stimuleren van scholing. Ook stellen de vakcentrales voor om het Leven Lang Lerenkrediet beschikbaar te maken voor werknemers boven 55 jaar. Zij moeten immers nog meer dan tien jaar werken en moeten daarom ook de kans krijgen om scholing te volgen.

Binnen het mbo-onderwijs is het vreemd dat er niet dezelfde mogelijkheden als in het hoger onderwijs (bachelor – master) zijn om bekostigd een vervolgopleiding te volgen. De vakcentrales vragen daarom de minister van OCW om dit mogelijk te maken, zodat werknemers, op een later moment, een tweede mbo-opleiding op een hoger niveau kunnen volgen.

Om Leven Lang Leren voor werknemers daadwerkelijk van de grond te laten komen is het van belang dat de ministers Bussemaker en Asscher dit gezamenlijk met sociale partners oppakken. De VCP pakt graag de handschoen op om meer scholingsmogelijkheden voor werknemers te creëren.

 

In het kader van de nationale pensioendialoog heeft de SER vier varianten verkend om ons pensioenstelsel te ontwikkelen en te versterken. Deze varianten zijn beoordeeld op basis van een aantal cruciale criteria. De nadruk in dit ontwerpadvies en in deze fase van de pensioendialoog ligt op de analyse van de varianten, nog niet op een keuze hiertussen. De SER levert met deze gedegen en gedeelde analyse belangrijk grondwerk voor de verdere pensioendialoog en wil de analyse graag delen met alle betrokkenen, waaronder kabinet en parlement. De SER merkt daarbij op dat de variant ‘persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ een interessante variant kan zijn voor de toekomst, maar nog onbekend is.

Versterking pensioen nodig in toekomst

Nederland kent een pensioenstelsel met sterke punten. Aanpassing en versterking is evenwel nodig, omdat onze pensioenen onder druk staan. Met de financiële crisis in 2008 en de langdurige lage rente zijn de kwetsbaarheden van het pensioenstelsel zichtbaar geworden en heeft het vertrouwen in het stelsel een deuk opgelopen. Daarnaast hebben mensen behoefte aan meer transparantie en aan keuzevrijheid. Ook moet het pensioenstelsel van de toekomst beter aansluiten op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals een grotere mobiliteit van mensen en toenemend aantal zzp’ers.

Analyse fundamenten toekomstig pensioenstelsel

Partijen in de SER hebben gezamenlijk een grondige analyse gemaakt van de fundamenten voor een toekomstig pensioenstelsel. Daarbij is gekeken naar vier varianten die verschillen op een aantal dimensies, zoals het onderscheid tussen een uitkeringsovereenkomst en een overeenkomst op basis van kapitaalopbouw (pensioenvermogen), meer of minder keuzevrijheid, meer en minder collectiviteit en risicodeling. De varianten zijn:

·      Uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw;

·      Nationale pensioenregeling;

·      Persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling;

·      Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

Deze vier varianten zijn beoordeeld op cruciale criteria zoals het uiteindelijke pensioenresultaat, de aansluiting op maatschappelijke trends, de macro-economische effecten en de lastigheden qua transitie. Als resultaat van deze analyse ligt er nu een gedeelde visie op de plussen en minnen van de verschillende varianten voor een toekomstig pensioenstelsel.

Interessante maar onvoldoende bekende variant

Uit de analyse en beoordeling van de vier varianten komt de variant ‘persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ naar voren als interessant. Wel is de uitwerking van een aantal elementen nog onbekend. Daarom zal de SER initiatief nemen deze variant de komende tijd nader te verkennen. In deze variant gaat het om een contract met persoonlijke vermogensopbouw met collectieve risicodeling en vindt vermogensopbouw plaats in de opbouwfase. Sociale partners maken in het arbeidsvoorwaardenoverleg afspraken over de in te leggen premie en kunnen bepalen welke risico’s collectief worden gedeeld. De doorsneesystematiek wordt in deze variant losgelaten.

Dialoogtafels

De SER heeft gericht input verzameld van een brede groep belanghebbenden en een groot aantal deskundigen. Zij werden uitgenodigd deel te nemen aan door de SER georganiseerde dialoogbijeenkomsten. Deze brede betrokkenheid betekende een verrijking van de discussie en leverde veel energie op.

Stand van zaken

Het ontwerpadvies Toekomst Pensioenstelsel is opgesteld door de Commissie Toekomst Pensioenstelsel van de SER. Het is een reactie op de adviesaanvraag van staatssecretaris Klijnsma van SZW van 4 april 2014. De SER levert hiermee een bijdrage aan de nationale dialoog van het kabinet over de toekomst van het pensioenstelsel. Met dit ontwerpadvies richt de SER zich primair op de aanvullende pensioenen (tweede pijler), ook wel aangeduid als werknemerspensioenen. 

Het advies zal worden vastgesteld tijdens de openbare raadsvergadering op vrijdag 20 februari. Op dit moment wordt het ontwerpadvies besproken door de achterbannen van de organisaties van werkgevers en van werknemers.

De UNIENFTO houdt hiervoor op 9 februari aanstaande een leden bijeenkomst.

Voor de voorstellen, KLIK HIER….. Let er wel op dat dit een groot bestand is en het uitprinten ervan wellicht niet nodig zal zijn.

 

Vanwege het algemeen overleg op 28 januari a.s. met de staatssecretaris over de rekentoets in vo en mbo heeft de FvOv (waaronder de UNIENFTO), samen met de VO-raad, AOb, CNV Onderwijs, LAKS, PO-Raad en de Landelijke Ouderraad, aan de leden van de vaste kamercommissie onderwijs hun grote zorgen kenbaar gemaakt over de positie en het gewicht van de rekentoets en de manier waarop de lat van de rekentoets stapsgewijs wordt verhoogd.

‘Wij pleiten er voor om de oorspronkelijke referentieniveaus als landelijke ijkpunten te behouden en vinden het onaanvaardbaar de rekentoets in de zak-/slaagregeling op te nemen.’

Lees hier de brief aan de Vaste Kamercommissie OCW

De VCP, waarbij ook de UNIENFTO is aangesloten, wijst het voorstel van DNB om de pensioenambitie en -premie geleidelijk te laten afnemen naarmate het inkomen stijgt, resoluut af want het is een verdere verslechtering van de pensioenopbouw. De VCP heeft zich eerder verzet tegen de verlaging van de fiscale inkomensgrens bij pensioenopbouw.

Door verplicht minder pensioen op te bouwen zouden mensen meer geld kunnen steken in hun huis of in pensioen via een spaarproduct. “Daarmee lijkt DNB meer te staan voor de problemen en belangen van de banksector op korte termijn dan voor het belang van goede pensioenen op de lange termijn. De belangen van de verschillende toezichtdomeinen lopen hier door elkaar”, aldus VCP-bestuurder Nic van Holstein. Pensioenen zijn geen monetair instrument, maar moeten een adequate toekomstvoorziening voor de oude dag bieden.

De VCP vindt dat de pensioenopbouw in de tweede pijler niet fiscaal beperkt moet worden. De opbouw is per 1 januari jl. al behoorlijk versoberd. De lasten en het uitgavenpatroon van mensen zijn afgestemd op hun inkomen en zij willen ook na pensionering hun levensstandaard kunnen voortzetten. Ouderen moeten bovendien steeds meer zelf betalen voor veel voorzieningen.

Afspraken over de pensioenregeling zijn het domein van werkgevers en werknemers. De meeste pensioenregelingen gaan al uit van middelloon, waardoor gepensioneerden al behoorlijk in inkomen terugvallen en dikwijls niet 70% van het laatstverdiende loon behalen. In verschillende sectoren is bovendien al een maximum pensioengevend salaris afgesproken, waardoor niet iedereen over het hele inkomen aanvullend collectief pensioen opbouwt.

In het wetsvoorstel ‘wijziging Wet studiefinanciering 2000’ worden enkele wijzigingen voorgesteld waardoor studeren in Nederland vanaf 2015 vele malen duurder wordt. De basisbeurs van studenten wordt vervangen door een lening.

 

Lees verder........

De Unie (niet te verwarren met de UNIENFTO) heeft besloten geen heil meer te zien in stakingen. Om aan de eventuele verwarring een eind te maken: dit geldt NIET voor de UNIENFTO.

Wij zijn een vakorganisatie die volledig los staat van De Unie. Deze laatste is een zelfstandige vakbond voor het middelbaar en hoger personeel, terwijl wij als UNIENFTO een onderwijsvakorganisatie zijn voor (aankomend) personeel werkzaam in het beroepsonderwijs en vo, die is aangesloten bij de CMHF.

Wij distantiëren ons dan ook van de uitlatingen die door De Unie dezer dagen in de media zijn gedaan waar het gaat over stakingsacties.

Bestuur UNIENFTO

Nieuw overzicht premies en belastingen per 2015

De VCP, de Vakcentrale voor Professionals, waartoe ook de UNIENFTO behoort, heeft ook voor het jaar 2015 weer een overzicht van de premies en belastingen opgesteld.

Op het gebied van premies is de meest in het oog springende verandering de 9,5% van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) die de 12,5% van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangt. Het lagere percentage maakt alleen geen verschil voor uw portemonnee, doordat de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf zijn verhoogd. Het gecombineerde tarief in de tweede schijf is daarmee gelijk gebleven, terwijl het gecombineerde tarief in de eerste schijf zelfs licht gestegen is.

Wat verder opvalt, is dat een behoorlijk aantal regelingen per 1 januari 2015, al dan niet met overgangsrecht, zijn vervallen.

De komst van de werkkostenregeling heeft een aantal specifieke regelingen voor onbelaste vergoedingen door de werkgever doen sneuvelen. De fietsregeling is daarbij het meest tot de verbeelding sprekend. In het kader van de harmonisatie van kindregelingen zijn de alleenstaande ouderkorting, de aanvullende alleenstaande ouderkorting en de ouderschapsverlofkorting vervallen.

Op 1 april 2015 vervalt de AOW-toeslag. Als u op die datum of later voor het eerst AOW krijgt, ontvangt u géén toeslag voor uw jongere partner. Heeft u nu een toeslag of krijgt u vóór 1 april 2015 een toeslag? Dan houdt u deze zolang uw partner niet te veel verdient. Maar u raakt uw toeslag voorgoed kwijt als het inkomen van uw partner te hoog wordt. Hiervoor is echter, mede op verzoek van de VCP, een uitzonderingssituatie bij een incidentele stijging van het inkomen gekomen. Verder vervalt de werkbonus voor oudere werknemers voor nieuwe gevallen. Komend jaar moet u 61-63 jaar zijn om nog een werkbonus te ontvangen.

De percentages voor het eigenwoningforfait zijn verhoogd en de hypotheekrenteaftrek is voor de vierde schijf verlaagd naar 51%.

Ten slotte is het zogenaamde Witteveenkader aangepast, hetgeen ingrijpende gevolgen zal hebben voor de toekomstige pensioenen van werkenden. De opbouwpercentages voor het aanvullend pensioen zijn verlaagd en gemaximeerd tot een inkomen van 100.000 euro.

Klik HIER voor het overzicht van premies en belastingen per 1 januari 2015.

 

Met de Promotiebeurs kunnen leraren promotieonderzoek doen dat uiteindelijk moet resulteren in een proefschrift. Het ministerie van OCW wil met de Promotiebeurs het aantal gepromoveerde leraren voor de klas vergroten en de aansluiting tussen universiteiten en scholen versterken. Bent u daar straks een van? De beurs is beschikbaar voor bevoegde leraren uit het primair onderwijs tot en met het hoger beroepsonderwijs. Er wordt via de Promotiebeurs tijd beschikbaar gesteld om te kunnen promoveren naast het werk. Leraren worden vier jaar lang voor maximaal 0,4 fte vrijgesteld, met behoud van salaris. De school ontvangt een vergoeding om de vrijgestelde leraar te vervangen.

 

Van idee tot promotie in vijf stappen

1. Bedenk een onderzoeksidee;

2. Zoek een promotor;

3. Stel een promotievoorstel op;

4. Download het aanvraagformulier;

5. Dien uw aanvraag in vóór 3 maart of begin september 2015.

 

Samenwerking met promotor

Om voor een Promotiebeurs in aanmerking te kunnen komen, ontwikkelt u zelf een onderzoeksidee. Vervolgens gaat u – met dat idee – op zoek naar een promotor: een hoogleraar aan een Nederlandse universiteit die bereid is u te begeleiden bij uw promotie. Samen met die hoogleraar werkt u het idee uit tot een onderzoeksvoorstel. Dit voorstel levert u via het aanvraagformulier in bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 

Hoe wordt uw aanvraag beoordeeld?

Een beoordelingscommissie beoordeelt alle aanvragen aan de hand van een aantal criteria. Twee weken na de aanvraagtermijn hoort u of uw aanvraag in behandeling wordt genomen. Na een eerste selectie wordt een aantal kandidaten uitgenodigd voor een interview. Zij presenteren hun voorstel aan de commissie. Uit deze kandidaten wordt een definitieve selectie gemaakt van kandidaten die een Promotiebeurs krijgen.

 

Meer weten?

Kijk hier voor het aanvraagformulier en beoordelingscriteria.

Of kom naar de informatiemiddag op 23 januari bij NWO te den Haag

flyer promotiebeurs

 

Bijgaand treft u de definitieve teskt aan van de cao-hbo 2014-2016. De boekjes zijn in de maak en deze zult u via uw werkgever ontvangen.

 

Voor de cao-hbo 2014-2016, KLIK HIER...........

              Kritische brief VCP aan Kamer over verhoging AOW-leeftijd

De Vakcentrale voor Professionals (VCP) heeft op 4 december jl. een kritische brief aan de Tweede Kamer geschreven over het ingediende wetsvoorstel met betrekking tot de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd.

De VCP roept in haar brief op om in te zetten op het bestrijden van de werkloosheid in plaats van deze te verhogen voor een groep die nu al lastig aan het werk komt of al met vroegpensioen is. In 2012 is overigens afgesproken dat men pas zou overgaan tot een verhoging van de AOW-leeftijd wanneer er vijf jaar voorafgaand aan de verhoging een aankondiging is gedaan. Dit zodat mensen zich tijdig kunnen voorbereiden op de hogere AOW-leeftijd. Dit wetsvoorstel wijkt van die termijn nu af.

Nu moet een wetsvoorstel nog snel voor de Kerst worden aangenomen om per 1 januari 2016 versneld de AOW-leeftijd te kunnen verhogen. Het vertrouwen in de overheid en in de AOW wordt zwaar ondermijnd als keer op keer de AOW-ingangsleeftijd sluitpost op de begroting blijkt te worden.

De VCP neemt daarom met kracht afstand van dit wetsvoorstel en wil graag in de gelegenheid worden gesteld om gehoord te worden over de bezwaren hiertegen.

  • Eindejaarstips in het kader van de aangifte 2014

De belastingdruk van de middengroepen is hoog opgelopen. Voor de Vakcentrale voor Professionals (VCP) is dit aanleiding om belastingtips voor de achterban te bundelen onder het motto: 'Hoe kunnen we de belastingdruk dragelijker maken door te voorkomen dat u teveel belasting betaalt?' Deze maand enkele eindejaarstips in het kader van de aangifte 2014.

Het nieuwe jaar 2015 nadert met rasse schreden en dus moet ook de belastingaangifte straks weer gedaan worden. Het kan voordelig zijn om voor het einde van het jaar 2014 nog een aantal potentiële uitgaven onder de loep te nemen. Hiermee kunt u bijvoorbeeld inspelen op drempelbedragen en aftrekposten die dit jaar van toepassing zijn bij de belastingaangifte 2014. Ook fiscaal verstandig betalen voor de jaarwisseling, met het oog op de vermogensrendementsheffing in box 3, kan lonen. Omdat de materie rondom de aangifte divers en complex is, helpt de VCP u graag op weg door middel van een bundeling van enkele thema’s, die we op het internet hebben gevonden.

  • Algemeen

Eind 2013 heeft de VCP ook al een aantal maatregelen gebundeld. Hierbij is het van belang dat u in ogenschouw neemt dat de meeste normbedragen zijn veranderd. Zo stijgt de vrijstelling voor een alleenstaande in 2015 van € 21.139 naar € 21.330 en voor fiscale partners van € 42.278 naar € 42.660. Actuele veranderingen vindt u op de site van de Belastingdienst. Na 1 januari publiceren wij, zoals u van ons gewend bent, het definitieve overzicht van de veranderde premies en belastingen per 1 januari 2015 op de website van de VCP.

  • Actuele tips

Van belang is wat uw persoonlijke situatie is en wat voor u interessant kan zijn.

  • Wanneer u op zoek bent naar een aantal goede algemene tips waarmee u kunt nakijken of u niet teveel betaalt, dan raden wij u www.consumentenbond.nl aan.
  • Als u vooral benieuwd bent naar tips rondom familiezaken (onder andere over schenken en kinderen) dan kunt u een kijkje nemen op www.z24.nl.
  • Voor een specifiek overzicht van het thema wonen (hypotheekrenteaftrek, schenken, huis in aanbouw etc.) kunt u ook op www.z24.nl de veranderingen bekijken.
  • Voor wat betreft vervoer kunt u verder nog nagaan of het voor u nog mogelijk en nodig is om een nieuwe fiets te kopen omdat het fietsplan in de regel na 2014 wordt afgeschaft in verband met de werkkostenregeling. De voorwaarden hiervoor vindt u op www.nieuws-uitgelicht.infonu.nl.
  • Verder kan de aanschaf van een auto aantrekkelijker zijn in 2014 in plaats van in 2015. Dit omdat vanaf 2015 alleen auto’s zonder CO2-uitstoot recht op vrijstelling van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) hebben. Hierbij zijn de tarieven voor auto's op diesel en auto's op andere brandstof(gas of benzine) in de BPM gelijk. Meer hierover vindt u op www.anwb.nl.
  • Vakcentrales: Goedkoop doorwerken na AOW leeftijd is oneerlijke concurrentie

Het kabinetsplan om mensen na hun AOW-gerechtigde leeftijd te laten doorwerken zorgt voor oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Dat stellen FNV, VCP en CNV in een brief aan de Tweede Kamer die binnenkort hierover vergadert.

65-plussers zijn voor werkgevers goedkoper dan andere werknemers, omdat er voor hen bijvoorbeeld minder werknemersverzekeringen hoeven te worden betaald. Ook werken zij vaker tegen een lager loon. FNV, VCP en CNV vragen zich af waarom dit wetsvoorstel hier geen oplossing voor biedt.

De vakcentrales vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet 65-plussers goedkoper langer aan het werk wil houden. Terwijl ruim 600 duizend mensen werkloos thuis zitten, organiseert dit kabinet volgens de vakcentrales verdringing van banen. Zij pleiten voor een gelijk speelveld voor AOW’ers en mensen onder de pensioengerechtigde leeftijd.

FNV-bestuurder Gijs van Dijk: “Dit kabinet moet op dit moment prioriteit maken van het bestrijden van de hoge werkloosheid. In plaats daarvan worden 65-plussers goedkoper aan het werk gehouden, zonder fatsoenlijke werknemersrechten en tegen een lager loon. Wij zijn er natuurlijk niet tegen als iemand na zijn AOW wil doorwerken, maar niet op deze manier. Voor een werkgever is dit een kolfje naar zijn hand, maar voor werkloze jongeren en het groeiend aantal 55-plussers dat langdurig werkloos thuiszit, is dit desastreus.

FNV, VCP en CNV vrezen dat het kabinetsplan de langdurige werkloosheid van bijvoorbeeld 55-plussers zal vergroten.

Nic van Holstein, bestuurder VCP: “Het is onbegrijpelijk dat dit kabinet, dat pleit voor het tegengaan van schijnconstructies en oneerlijke concurrentie op de werkvloer, met dit wetsvoorstel oneerlijke concurrentie introduceert tussen gepensioneerden en jongere werknemers.

CNV-voorzitter Maurice Limmen: “De werkloze 55-plusser krijgt een klap in het gezicht in plaats van steun in de rug door deze maatregel. Het maakt nogal een verschil of een werkgever bij ziekte twee jaar voor een 55-plusser moet doorbetalen of zes weken voor een AOW'er.

De Raad van State uitte onlangs stevige kritiek op het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma. De vakcentrales onderschrijven die kritiek en roepen de Kamer op het wetsvoorstel niet te steunen.

De UNIENFTO, ABAVAKABO-FNV, CNV Onderwijs en de AOb hebben recent met de WKBB (de werkgevers van de Kenniscentra) een onderhandelaarsakkoord bereikt over een Sociaal Plan voor de volgende Kenniscentra: Aequor, Calibris, Ecabo, GOC, Kenwerk, KOC nederland, PMLF, Savantis, SH&M, SVGB, SVO en VOC. U vindt het onderhandelaarsakkoord (versie 27-11-2014) op het Intranet van uw Kenniscentrum.

Leden van de UNIENFTO kunnen hun stem uitbrengen voor of tegen het Sociaal Plan via een mailtje aan jvandendries@planet.nl tot en met 12 december a.s.

Nu de nieuwe cao-bepalingen op de mbo-instellingen door werkgevers en werknemers worden toegepast, vanuit de tekst van de CAO MBO 2014-2015, komen kennelijke drukfouten/verschrijvingen en andere onduidelijkheden of tekstuele omissies aan het licht.

Cao-partijen hebben daarom besloten een addendum/errata bij de CAO MBO 2014-2015 op te stellen. Bij de errata gaat het om druk- of schrijffouten. Bij het addendum betreft het een nadere verduidelijking bij reeds gemaakte afspraken, die geen inhoudelijke wijziging van de cao inhouden maar slechts een nadere precisering of verwijzing. 

Voor het addendum, KLIK HIER......

Al geruime tijd lag er een wetsvoorstel op de plank bij staatssecretaris Klijnsma, met het voornemen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen. De VCP, de vakcentrale waartoe de UNIENFTO behoort, vindt het niet te rijmen met de hoge werkloosheid dat de AOW-gerechtigde leeftijd de komende jaren versneld omhoog gaat. Voor jongeren zal dit betekenen dat ze komende jaren minder gemakkelijk een baan krijgen.

Op maandag 17 november jl. heeft staatssecretaris Klijnsma het Wetsvoorstel versnelde verhoging AOW naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel was al aangekondigd in het regeerakkoord. Op zijn best kan van het voorstel worden gezegd dat er duidelijkheid komt over de voornemens van het kabinet. Mensen kunnen zien wat de regering met hen voor heeft als het gaat om de AOW-leeftijd.

In dit wetsvoorstel gaat de AOW-leeftijd naar 66 jaar in 2018 en naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2023 wordt jaarlijks bekeken of de AOW-leeftijd verder omhoog moet. Daarbij wordt gekeken naar de gemiddelde levensverwachting. Het is maar de vraag of een verhoging van de gemiddelde levensverwachting ook betekent dat mensen langer gezond kunnen werken. De middelen die beschikbaar waren voor duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers zijn de afgelopen jaren juist geschrapt.

Voor de lagere inkomens is er een tijdelijke overbruggingsregeling om de gevolgen van de terugval in inkomen tussen 65 jaar en de nieuwe AOW-leeftijd enigszins op te kunnen vangen.

De VCP heeft juist altijd gepleit voor een flexibele AOW waarvan iedereen gebruik kan maken.

Duizenden scholieren, studenten, ouders en werkenden stonden op vrijdag 14 november jl. op het Malieveld om te demonstreren tegen het leenstelsel. Zij gaven een luid en duidelijk signaal af naar minister Bussemaker en de aanwezige Kamerleden. Het protest was georganiseerd door veertien jongerenorganisaties, waaronder de VCP Young Professionals, de jongerenafdeling van de VCP, de Vakcentrale voor Professionals, waartoe ook de UNIENFTO behoort.

Op basis van de tegenargumenten kan er maar één conclusie zijn: NEE tegen dit leenstelsel!

Na de politieke uitruil in de Tweede Kamer hopen de veertien organisaties dat de Eerste Kamer wel naar argumenten tegen het leenstelsel luistert. Dit leenstelsel zorgt voor een hoge drempel voor jongeren om te gaan studeren. Jongeren worden vroeg in hun leven geconfronteerd met een hoge schuld die zij vrijwel de gehele carrière (35 jaar) zullen aflossen.

Ouders die hun studerende kinderen een goede start willen geven, moeten wel heel diep in de buidel kunnen tasten. De middengroepen worden door het leenstelsel getroffen. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs wordt door het afschaffen van de basisbeurs minder en dat terwijl er in de toekomst juist vraag is naar meer hoogopgeleiden.

De VCP Young Professionals blijft, in samenwerking met de andere organisaties, hard werken om de Eerste Kamerleden van dit leenstelsel af te laten zien.

De VCP (de vakcentrale waar ook de UNIENFTO bij aangesloten is) ziet, als gevolg van de voorstellen van het kabinet, de kwaliteit voor postinitiële scholing voor werkenden dalen en de kosten verder toenemen. Het kabinet pleit o.a. in zijn ‘ Leven lang leren’-brief van 31 oktober jl. voor een experiment met vraagfinanciering (vouchers), in de sectoren zorg, welzijn en techniek, alsmede voor meer flexibilisering van deeltijd hoger onderwijs. Private onderwijsinstellingen zijn bij het aanbieden van deeltijd hoger onderwijs niet gebonden aan wettelijke eisen ten aanzien van goed bestuur, samenhang, studeerbaarheid van het programma en betaalbare collegegelden. Naar de mening van de VCP leidt vraagfinanciering zo tot een ongelijk speelveld tussen het bekostigd en privaat onderwijs, ook op het gebied van arbeidsvoorwaarden en medezeggenschap.

Ook zorgt vraagfinanciering ervoor dat private onderwijsaanbieders enkel de krenten uit de pap pikken. Het reguliere bekostigde onderwijs blijft met minder populaire opleidingen zitten waardoor verschraling van het onderwijsaanbod plaatsvindt. Dit experiment zet deel- en voltijdopleidingen in het bekostigd onderwijs verder onder druk.

Bovendien worden werkenden juist niet gestimuleerd om een leven lang te leren door de invoering van het leenstelsel en het hoge instellingscollegegeld voor een tweede studie. Door de hoge kosten wordt een tweede studie vrijwel onbetaalbaar. De VCP vindt dat een drastische verlaging van de kosten van kosten voor werkenden de beste stimulans voor het aanjagen van een leven lang leren is. De introductie van het lenen van het collegegeld, ‘levenlanglerenkrediet’, voor deeltijdstudenten en de invoering van studievouchers voor afgestudeerde studenten zijn om die reden natuurlijk alleen maar doekjes voor het bloeden.

De brief van het kabinet bevat echter ook positieve aspecten. Maatwerktrajecten voor werkenden binnen het deeltijd hoger onderwijs zijn een goede stap om onderwijs flexibeler aan te bieden. Een steunpunt validering voor het hoger onderwijs en mbo stimuleert werkenden om (werk)ervaring te kunnen verzilveren. Zo kunnen werkenden eenvoudiger, gebruikmakend van hun opgedane competenties, overstappen naar een andere sector. Dit steunpunt moet, volgens de VCP, daarom ook worden verbreed naar de arbeidsmarkt.

Voor de kamerbrief, KLIK HIER..........

Mbo-scholen gaan de komende jaren opleidingen aanbieden die beter aansluiten op de vraag van de regionale arbeidsmarkt. Belangrijk onderdeel van deze herziene kwalificatiestructuur vormen keuzedelen die scholen kunnen toevoegen aan hun opleidingenaanbod. Het middelbaar beroepsonderwijs krijgt hierdoor meer ruimte om het onderwijsaanbod af te stemmen op regionale ontwikkelingen. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

In een kwalificatiedossier staat wat een student aan het einde van een mbo-opleiding moet kennen en kunnen. Op basis van deze kwalificatiedossiers maken mbo-instellingen hun onderwijsprogramma’s. Alle kwalificaties samen vormen de landelijke kwalificatiestructuur. Omdat de arbeidsmarkt per regio verschillend is, wordt het nu mogelijk voor mbo-scholen om hun aanbod van opleidingen beter te flexibiliseren, actualiseren en innoveren. De introductie van keuzedelen vormt daarin een belangrijke stap. Hierdoor kunnen scholen sneller inspelen op actuele ontwikkelingen in het bedrijfsleven, zoals 3D-printing, robotisering of technologie in de zorg. Maar ook het wel of niet aanbieden van een keuzedeel Duits is een regionale afweging. Ieder kwartaal kan een opleiding in het mbo worden aangepast door de introductie van nieuwe keuzedelen. Voor studenten betekent dit dat zij een persoonlijke keuze kunnen maken uit het aanbod aan keuzedelen die relevant zijn voor hun opleiding. De herziene kwalificatiestructuur mbo is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Minister, geef gehoor aan terechte kritiek op leenstelsel!

Tijdens de eerste dag van het Tweede Kamerdebat over het leenstelsel op 4 november jl. stonden onder andere de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en de wankele belofte voor een grote kwaliteitsimpuls ter discussie.

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) maakt zich vooral grote zorgen over de onduidelijke plannen rondom de kwaliteitsimpuls. “Zolang de onzekerheid over de hoogte en richting van de investeringen blijft, kunnen wij geen voorstander zijn van dit leenstelsel”, aldus ISO-voorzitter Sanne de Jager. Daarnaast worden twee belangrijke groepen onnodig achtergesteld in het leenstelsel. Sanne de Jager: “Studenten die een tweejarige master volgen en uitwonende studenten met een functiebeperking verdienen gelijke kansen en dus een reële compensatie”.

Tijdens het debat werd felle kritiek geuit door de oppositie en werd nog eens extra aandacht gevraagd voor voorlichting en investeringen door de akkoordpartijen. Over veel zaken zijn ze het oneens, maar er is één gemeenschappelijke deler: de investeringen moeten goed terechtkomen. Sanne de Jager: “De studenten op de publieke tribune geven aan hoeveel impact dit heeft op de student, het is van groot belang dat juist de student weet waar het geld aan besteed wordt”. Het ISO pleit dan ook voor duidelijkheid en transparantie van instellingen over hun investeringen. Het ISO is op dit moment hierover nog niet gerustgesteld.

Ook is het ISO van mening dat twee groepen onterecht de dupe zijn van dit politieke akkoord. Studenten die een meerjarige master volgen, moeten een jaar langer betalen, lenen en missen een jaar inkomen. Uitwonende studenten met een functiebeperking worden onterecht 2000 euro meer gekort dan alle andere studenten. “Deze groepen worden zonder hier zelf iets aan te kunnen doen, de dupe van een politiek spel. Wij roepen de minister én de Kamer dan ook op hier een stokje voor te steken”, aldus de Jager.

Het ISO hoopt dat de minister gehoor geeft aan de terechte kritiek die er nog heerst over het naar de Kamer gestuurde wetsvoorstel. De Jager: “De minister kan morgen laten zien of ze voor toegankelijk en kwalitatief hoog onderwijs is of dat ze alle kritiek naast zich neerlegt”.

De UNIENFTO snapt de kritiek van de studenten en verklaart zich solidair met hen. De UNIENFTO heeft al diverse malen in het UNIENFTO-Tijdschrift kritisch stelling genomen tegenover het leenstelsel, zoals Gerrit Karssenberg in het UNIENFTO-Tijdschrift van 29 oktober jl. in het artikel met de titel Let op: Geld lenen kost geld. Klik HIER voor dat artikel.

 

De onderwijsbonden maken zich grote zorgen over de beeldvorming die ontstaat door de communicatiewijze van het ministerie van OCW over investeringen in de sector. Dit schrijven de organisaties de FvOv (waartoe ook de UNIENFTO behoort), CNV Onderwijs en Algemene Onderwijsbond in een brief aan de onderwijscommissie van de Tweede Kamer. De indruk ontstaat dat er vele miljarden in het onderwijs worden geïnvesteerd. Dat beeld is onjuist en leidt tot valse verwachtingen bij het onderwijspersoneel en de rest van de maatschappij. 


Zo worden bedragen herhaald en dubbel geteld. Het Regeerakkoord vermeldde allereerst een investering van een miljard in het onderwijs. In het Nationaal Onderwijsakkoord volgde nog eens 700 miljoen. Een slordige 650 miljoen euro werd nog eens vermeld in het Herfst- of Begrotingsakkoord. Bij de totstandkoming van al deze bestuursakkoorden werden de eerder genoemde bedragen herhaald, waardoor de indruk ontstond dat er meer geld bijkwam dan daadwerkelijk het geval is.

Bovendien wordt gepronkt met resultaten die niet door het ministerie zijn bereikt. Zoals over het bericht dat er 500 euro komt voor de professionalisering van leraren. Door de berichtgeving lijkt het erop alsof dit door het ministerie is bereikt. Het gaat hier echter om een cao-afspraak die de sociale partners zelf hebben gemaakt en betaald wordt uit de lumpsum.

De organisaties storen zich vooral aan de beeldvorming uit het ministerie over het creëren van werkgelegenheid. Er zouden drieduizend banen bij komen voor leraren. Uit de begroting blijkt nu dat er geen nieuwe banen worden gecreëerd, maar alleen behouden blijven. Welk signaal geeft dit aan jonge leraren die hun uiterste best doen om een baan te krijgen?

Hetzelfde geldt voor conciërges. De journaals openen met het nieuws uit het ministerie dat scholen geld krijgen voor deze groep. Wederom gaat het hier niet om nieuwe banen, maar slechts om het feit dat een aantal onderwijsondersteuners de functie mag behouden.

Wat in de berichten niet naar buiten komt, is de harde werkelijkheid in het onderwijs. Scholen kampen met stille bezuinigingen en krimp. Dit kost banen, levert volle klassen op en veroorzaakt achterstallig onderhoud. Jonge leraren komen niet aan de bak. Terwijl het kabinet intussen excellentie, ambities en topprestaties promoot. En vergeet niet de invoer van passend onderwijs. Het personeel in scholen voelt zich overvraagd.

Natuurlijk is het goed dat het kabinet in onderwijs investeert. Maar het is niet meer dan een kleine noodreparatie. Er is daarom geen enkele reden voor de juichtoon die het ministerie aanslaat. Dat schept valse verwachtingen en is ongewenst.

Klik HIER voor de brief van de bonden!

Na langdurig onderhandelen is er een principeakkoord bereikt tussen de bonden (UNIENFTO/ FvOv, AOb, CNV Onderwijs en AbvaKabo) enerzijds en de HBO-Raad (werkgevers) anderzijds. 

De leden van de UNIENFTO ontvangen binnenkort per brief een uitnodiging voor ledenraadplegingen. Hierin staat onder meer dat de tekst van het Principeakkoord en de tekst Duurzame Inzetbaarheid twee aparte bestanden zouden zijn. Dat is niet het geval. Deze beide teksten zijn ondergebracht in het "Principeakkoord".

Eveneens is er een  gezamenlijk persbericht uitgegaan. Ook dit persbericht kunt u bijgaand lezen.

KLIK HIER voor de Tekst Principe akkoord en Duurzame Inzetbaarheid

KLiK HIER voor het Persbeicht

Onverantwoorde bezuiniging op Kenniscentra

De gezamenlijke vakbonden in de MBO-sector, UNIENFTO / FvOv, AOb, ABVAKABO FNV en CNV Onderwijs, hebben vandaag in een brief aan de Tweede Kamer nogmaals hun bezorgdheid geuit over de manier waarop en de mate waarin er bezuinigd wordt op de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en over de wijze waarop de transitie naar SBB moet plaatsvinden.. Aanstaande maandag praat de Kamer over dit onderwerp. De bonden die opkomen voor de werknemers in het mbo en bij de Kenniscentra willen zo meer invloed uitoefenen op de besluitvorming.

De minister van Onderwijs moet nog eens goed kijken naar de bezuiniging van 60 miljoen euro op de kenniscentra in het beroepsonderwijs. Zeker met de plannen om de wettelijke taken van de kenniscentra samen te voegen en over te hevelen naar de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Ministerie moet financieel garant staan!

Het ministerie van Onderwijs wil tot nu toe niet financieel garant staan voor de werknemers van de kenniscentra en de personeelsleden die wettelijke taken uitoefenen en werkzaam zijn bij een gelieerde stichting van die kenniscentra”, zegt UNIENFTO-onderhandelaar Jan van den Dries. Hij vervolgt: “Daardoor worden wij als vakbonden behoorlijk belemmerd om samen met de werkgevers van de KBB’s een goed Sociaal Plan te maken. Het wordt tijd dat de minister zich eens van de goede kant laat zien en de werknemers van de Kenniscentra niet nóg langer in onzekerheid laat, want die onzekerheid is er al vanaf oktober 2012 toen dit kabinet aantrad en de bezuiniging in het Regeerakkoord naar voren kwam. Dat vinden wij meer dan onverantwoord. Na twee jaar hebben de werknemers én ook de werkgevers van de Kenniscentra onderhand recht op duidelijkheid.

 

Klik HIER voor de brief aan de Kamercommissie.

VCP Young professionals hebben samen met CNV Jongeren en FNV Jong een belangrijk gezamenlijk doel geformuleerd: de inspraak van jongeren in de pensioenwereld vergroten. Met de komst van het Pensioenlab geven ze dit doel inhoud.

 

Voor meer informatie, KLIK HIER.........

U kunt zich gratis inschrijven voor een tweetal activiteiten van Zestor, te weten

•    een seminar over Werkdruk op 4 november, zie bijlage

•    thema bijeenkomst “”Aan de slag met de werkerstevredenheidsonderzoek voor MRn,  zie bijlage

Aanmelding voor deze activiteiten kan via de website www.zestor.nl

 

Leraren willen zelf de regie hebben op hun professionele ontwikkeling. Het lerarenregister kan op hun steun rekenen, mits zij daar zelf over gaan. Dat blijkt uit een peiling onder de achterban van de lidorganisaties van de Onderwijscoöperatie. De ondervraagde leraren vinden dat ze met het register kunnen aantonen dat ze goed opgeleid zijn voor hun beroep.

Leraren verwachten met het register ook beter te kunnen aantonen wat zij nodig hebben om zich te blijven ontwikkelen. Joost Kentson (voorzitter Onderwijscoöperatie) is blij met de uitkomst: ‘De peiling is wederom een krachtig signaal dat leraren verantwoordelijk willen zijn voor hun eigen ontwikkeling. Laten we hen dat vertrouwen en die ruimte nu ook echt geven. Leraren moeten zelf over hún register gaan’. is in de afgelopen zomermaanden gehouden onder 8.000 leraren in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. De respons was 32 procent. Leraren zien het register als een goed middel om invulling te geven aan hun professionaliteit (quote van een leraar: ‘Ik word aangemoedigd me te blijven ontwikkelen’) en om het aanzien van het beroep te verhogen (quote van een leraar: ‘Met het register meer beroepstrots, zelfrespect van de leraar en professionele autonomie’). Het register is volgens hen essentieel om onbevoegd lesgeven terug te dringen. 82 Procent van de ondervraagde leraren wil zelf de regie hebben over hún lerarenregister. 67 procent van de ondervraagde leraren vindt dat het register niet top down mag worden gebruikt om hen eenzijdig af te rekenen op diploma´s en getuigschriften in plaats van op hun prestaties. Het lerarenregister wordt samen met leraren ontwikkeld door de Onderwijscoöperatie. Het is een middel voor leraren om hun bevoegdheid en bekwaamheid aan te tonen. Bevoegd wil zeggen dat de leraar de juiste diploma’s heeft. Bekwaam voor de klas staan betekent dat een leraar continu aan zijn didactische vaardigheden werkt en op de hoogte blijft van de actuele inhoudelijke ontwikkelingen in zijn vak. Inmiddels hebben al 20.000 leraren zich vrijwillig ingeschreven in het register.

Moet iedereen verplicht een pensioen bijeensparen? Hoeveel keuzevrijheid moet er komen in het opbouwen en uitbetaald krijgen van dat pensioen? Hoeveel solidariteit willen we inbouwen en op welke gebieden? Vragen die speelden op 24 juni bij de startbijeenkomst van het SER-debat.

Op verzoek van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt de SER aan een advies over de toekomst van het pensioenstelsel. De bijeenkomst op dinsdag 24 juni was bedoeld om inbreng voor dat advies te genereren en sloot tegelijk mooi aan bij Klijnsma’s wens voor een breed maatschappelijk debat over de pensioenen. Klijnsma had vlak hiervoor al zelf een voorsprong op het debat genomen met haar inmiddels zeer bekende opmerking, dat een moestuin een uitstekende oudedagsvoorziening kan zijn!

Zo’n 130 mensen, waaronder ikzelf, kwamen bijeen in het SER-gebouw. Ze vertegenwoordigden een breed scala aan organisaties, variërend van sociale partners en hun jongerenorganisaties tot pensioenfondsen en organisaties van gepensioneerden. De bijeenkomst was in de eerste plaats bedoeld om in breed verband te brainstormen over de vragen en onderwerpen die in het advies aan de orde moeten komen.

Het pleidooi voor behoud van het goede en de roep om verandering klonken in de bijeenkomst door elkaar heen. Ook in de uiteenzetting van Netspar-directeur Casper van Ewijk, die in vogelvlucht de achtergrond van de pensioenproblematiek schetste. Kort samengevat: het huidige Nederlandse pensioenstelsel is een van de beste ter wereld, maar door de vergrijzing niet meer houdbaar. De werkenden kunnen over een paar jaar aan premies niet meer opbrengen wat nodig is voor de uitkeringen van gepensioneerden. Maar, waarschuwde Van Ewijk: gooi het kind niet met het badwater weg. Vertegenwoordigers van bonden, VNO-NCW en de ouderenbonden vielen hem daarin bij tijdens het plenaire debat. Vertegenwoordigers van jongeren en zzp’ers daarentegen benadrukten het belang van vernieuwing.

Aan diverse dialoogtafels gingen wij vervolgens in gesprek over de hot items op het gebied van pensioenen. Een goede balans tussen collectiviteit en individuele keuzevrijheid was een veel besproken thema. Collectiviteit is nodig om risico’s op bijvoorbeeld het gebied van arbeidsongeschiktheid en het overlijden van de partner, te beperken. Maar tegelijk neemt de behoefte aan keuzevrijheid toe: waarom mensen bijvoorbeeld niet laten kiezen of ze veel of juist weinig beleggingsrisico willen nemen bij het opbouwen van hun pensioen? Ook de term solidariteit viel vaak: hoeveel solidariteit kan een pensioenstelsel in redelijkheid van de deelnemers vragen? En: moet de pensioendiscussie niet veel breder gevoerd worden, met ook aandacht voor eigen woningbezit en te verwachten zorgkosten?

U begrijpt we kwamen er niet uit die dag, maar het was wel goed om de diverse meningen naast elkaar te leggen. Dat concludeerde de dagvoorzitter Kees Goudswaard na afloop ook: “Genoeg vragen en aan sommige dialoogtafels ook al een begin van een antwoord.” Goudswaard is namelijk ook de voorzitter van de SER-Commissie die aan het pensioenadvies werkt.

Ook u kunt zich mengen in de discussie, want inmiddels is namelijk een website in de lucht: www.denationalepensioendialoog.nl waar u zich kunt aanmelden om ook mee te praten. Kijk voor de actuele informatie even op die site, maar op dit moment zijn de volgende locaties en data ingepland:

Datum

Tijd

Stad

Locatie

Dinsdag 23 september

10.00 - 13.00 uur

Maarssen (Utrecht)

De Fabrique

Donderdag 2 oktober

10.00 - 13.00 uur

Eindhoven

Piet Hein Eek

Maandag 13 oktober

10.00 - 13.00 uur

Zwolle

IJsseldelta Center

Donderdag 16 oktober

10.00 - 13.00 uur

Amsterdam

The Lighthouse

Staatssecretaris Jetta Klijnsma: “Ik roep iedereen op om mee te doen aan De Nationale Pensioendialoog. Oud en jong. Ik snap best dat het voor veel mensen ingewikkelde materie is, maar het gaat wel ergens over. Hoe zorgen we dat we een goed pensioenstelsel houden in de toekomst waar we op kunnen blijven vertrouwen? Iedereen krijgt de kans om mee te denken en mee te discussiëren. Ik zeg: Mensen, maak daar gebruik van. Deel je wensen en ideeën over je pensioen.”

De Nationale Pensioendialoog staat overigens los van de aanpassingen in het pensioenstelsel op de korte termijn. Zo heeft het parlement al ingestemd met de wet versterking bestuur pensioenfondsen en de herziening van het fiscale kader. De wet aanpassing financieel toetsingskader (FTK) en de wet pensioencommunicatie worden binnenkort in de Tweede Kamer behandeld.

De komende tijd zal ik mij mengen in het debat en u zo goed mogelijk op de hoogte houden. Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het door de SER* gemaakte verslag van de bijeenkomst.

Jacqueline van Langeraad

 *  De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert kabinet en parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal-economisch beleid. Ook voert de SER bestuurlijke en toezichthoudende taken uit. In de SER werken onafhankelijke kroonleden, werkgevers en werknemers samen)

‘De professionals in Nederland hebben behoefte aan een krachtig herstel van inkomen en werkgelegenheid’, aldus VCP-duovoorzitter Gerrit van de Kamp. De schaduw van het crisisbeleid is nog voelbaar. Het herstel van economie en werkgelegenheid is nog zeer broos. De groei en werkgelegenheid zouden de primaire focus van dit kabinet moeten hebben. Het begint met vertrouwen.

Vertrouwen
Mensen voelen de schaduw van het crisisbeleid nog hangen en geloven niet in het beeld dat wordt voorgespiegeld. Ondanks de positieve signalen in de Miljoenennota is 2015 vooral nog een jaar dat wordt gedomineerd door zo’n 7 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen uit eerdere begrotingen. ‘Op zijn best is er sprake van minder versoberingen en een kleinere toename van de lastendruk dan eerder voorspeld. Er lijkt te worden gegoocheld met cijfers,’aldus Van de Kamp. De verlaging van het tarief van de eerste schijf is zo’n fata morgana. In tegenstelling tot de beeldvorming daalt de eerste schijf niet met 0,25%, maar stijgt het tarief door eerdere besluitvorming met 0,25% in 2015 ten opzichte van 2014. Dat betekent dat de meeste mensen 50 euro meer belasting gaan betalen, in plaats van minder.

Lastenverlichting
De crisis is aangegrepen om verder te nivelleren en de lasten voor de middengroepen verder te verzwaren, terwijl Nederland al relatief weinig inkomensverschillen kent. Hopelijk markeert de matiging van de inkomensafhankelijkheid van de arbeidskorting een trendbreuk, zodat werken in de toekomst weer meer gaat lonen. De lastenverzwaringen van de afgelopen jaren wegen niet op tegen de lastenverlichting in het begrotingsakkoord. ‘Het gaat om het effect dat je ervaart,’ aldus VCP-duovoorzitter Reginald Visser. De VCP zet zich in voor verdere lastenverlichting op arbeid, met name voor de middengroepen. Het verschil tussen brutoloon en nettoloon (WIG) moet worden verkleind. De hoge lastendruk is slecht voor de werkgelegenheid en de economie. In combinatie met de onzekerheid drukken de lastenverzwaringen nog altijd de bestedingen.

Werkgelegenheid en zekerheden onder druk
Werk is een belangrijke zekerheid die nog steeds onder druk staat. Werkloosheid zien wij als een grote uitdaging, die zonder gerichte maatregelen nog voor jaren sporen zal trekken in de samenleving. Wij menen dat professionals recht hebben op zekerheid van duurzaam werk en inkomen. Ondanks het lichte herstel van werkgelegenheid, is de werkloosheid nog steeds substantieel hoger dan vóór de crisis. Het kabinet moet zich maximaal inzetten om de 605.000 werklozen aan het werk te krijgen.

Voor grote groepen staan zekerheden onder druk. Het kabinet moet oppassen dat het opkrabbelende vertrouwen niet wordt geschaad door de grote veranderingen die voor 2015 op stapel staan: pensioenen (FTK, Witteveenkader), ontslagbescherming (transitievergoeding, WW), zorg (decentralisaties), participatiewet en belastingen (werkkostenregeling). 
Afgelopen jaar hebben wij bijgedragen aan uitwerking van het sociaal akkoord, maar ook met regelmaat aangegeven waar het op verschillende dossiers beter kan. De VCP roept het kabinet op de groei van werkgelegenheid en het vertrouwen te bevorderen.

Koopkracht
De koopkracht verbetert licht (0,5%), met name door de stijging van de reële lonen. Het is daarbij positief dat de nullijn voor ambtenaren in 2015 afloopt. De VCP heeft haar bezwaar tegen de nullijn vaak onder de aandacht gebracht. Een ander deel van de koopkracht wordt echter uit de toekomst naar voren gehaald, doordat de pensioenruimte per 1 januari 2015 wordt beperkt. Dit zal leiden tot lagere pensioenen in de toekomst.
Niet alle groepen gaan er in 2015 in koopkracht op vooruit. De koopkracht van ouderen en alleenverdieners blijft achter. Ouderen worden geraakt door verschillende maatregelen die stapelen met de beperkte pensioenontwikkeling.

 

Een leven lang leren

Het Platform Onderwijs van de Vakcentrale voor Professionals (VCP) doet aanbevelingen met betrekking tot de positie die het onderwijs in de samenleving inneemt, en onderstreept de wenselijkheid te investeren in kennis en niveau, met de nadruk op topkwaliteit van het onderwijs. Met deze notitie laat de VCP zien wat haar toekomstvisie op het onderwijs is. In het Platform Onderwijs hebben de bij de VCP aangesloten beroepsorganisaties FvOv en VAWO en de studentenorganisatie ISO zitting.

De VCP doet in deze notitie een oproep om meer investeringen in het gehele onderwijs te doen, de toegankelijkheid te vergroten, een betere aansluiting van het onderwijs naar de arbeidsmarkt te garanderen, meer zeggenschap aan docenten te geven en levenlang leren meer te stimuleren. Met deze voorstellen kan het onderwijs weer een rol spelen in het aanjagen van de kenniseconomie. Volgens de VCP geven de voorstellen meer kansen voor de inzetbaarheid van jongeren en werkenden.

Het Platform Onderwijs, onder leiding van voorzitter Jacqueline van Langeraad-Goes, en de VCP gaan graag aan de slag met de professionals uit het werkveld, de politiek en andere sociale partners om de ambities uit de notitie ‘Een professional is nooit uitgeleerd; een leven lang leren’ uit te laten komen.

Dit is een versie van de cao-vo die nog niet formeel door de cao-tafel is geaccordeerd. Wellicht kunnen er dus nog veranderingen in deze tekst aangebracht worden. Deze tekst biedt u in ieder geval voorlopig enige duidelijkheid. De vastgestelde tekst zal zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd.

Zoals in de cao VO 2014-2015 is afgesproken komt er een loopbaanonderzoek OOP. Daarop vooruitlopend willen we graag ter informatie het rapport ‘Arbeidsmarktanalyse ondersteunend personeel voortgezet onderwijs 2014′ van Voion bij u onder de aandacht brengen. volledige rapport publieksversie

De leerKRACHT aanpak bestaat uit een intensief transformatieprogramma op scholen, gecombineerd met een groot aantal forumbijeenkomsten voor deelnemers van scholen.

De scholen werken hierbij samen in regionale leerKRACHT ‘cirkels’ van 8 tot 12 scholen die begeleid worden door 2 tot 3 Expert Coaches van stichting leerKRACHT. De Expert Coach is verantwoordelijk voor het opstarten, uitvoeren van het leerKRACHT programma binnen een cirkel van 8 tot 12 scholen. Dat is niet enkel een ‘inspanningsverplichting’ om de aanpak uit te voeren, het doel van leerKRACHT is het verbeteren van ons onderwijs. Dat betekent dat de Expert Coaches met de scholen in hun cirkel werken aan resultaat.

informatie over de functie Expert Coach stichting leerKRACHT

De vakcentrales VCP, CNV en FNV vrezen dat mensen door de nieuwe pensioenregels fors aan koopkracht gaan inleveren. Ook het aanpassen van het pensioen aan de gestegen prijzen wordt zeer moeilijk. In een Position paper geven de drie centrales hun visie op dit nieuwe Financieel Toetsingskader (FTK). Dit kader is volgens de drie centrales niet generatie- en toekomstbestendig en verschuift de pensioendilemma’s naar de lange termijn.

 

Nog steeds is niet alle regelgeving bekend, die nodig is om een goed inzicht te hebben in de gevolgen voor het pensioen van deelnemers. Snel duidelijkheid en rust op het pensioendossier is voor het draagvlak van groot belang’, aldus VCP-bestuurder Nic van Holstein.

‘De vakcentrales willen een goed pensioen voor alle generaties. Deze rekenregels zorgen niet voor de koopkracht die mensen zo hard nodig hebben. Ze zorgen juist voor meer onduidelijkheid over de pensioenen van nu en later. Deze regels moeten op essentiële punten verbeterd worden’, zegt Gijs van Dijk, FNV-pensioenbestuurder. ‘Hoewel het positief is dat grote schokken worden uitgesmeerd, ontbreekt het perspectief op indexatie voor de middellange termijn.’

CNV-pensioenbestuurder Willem Jelle Berg: ‘In het Sociaal akkoord en in het Pensioenakkoord hebben we er voor gekozen om het pensioen minder zeker te maken, zodat indexatie mogelijk blijft. Het kabinet kiest nu niet voor ‘minder zeker’, maar voor ‘zeker minder’, door deze strengere eisen. En dat is een gemiste kans.’

VCP, CNV en FNV vinden dat fondsen ruimte moeten krijgen om een nieuwe start te maken. Dit zodat zij met een goed beleggingsbeleid kunnen sturen op een gezonde uitgangspositie. De mogelijkheden tot indexeren is namelijk van groot belang voor het draagvlak onder de deelnemers. De spelregels moeten daar juist de fondsen de ruimte voor geven.

Procedures en afspraken rond veilig werken waren goed geregeld op SG Panta Rhei. Toch kreeg een leerling anderhalf jaar geleden een ongeluk met een zaagmachine. Een drama voor alle betrokkenen. Hoe had dit kunnen gebeuren? Oorzaak was een onvolledige overdracht van informatie na een roosterwisseling. De invaldocent ging er ten onrechte vanuit dat de jongen instructie had gehad. Van de ervaringen is nu een schoolvoorbeeld gemaakt. Veiligheidscoördinator van SG Panta Rhei, Hans Viskil, vertelt welke aanpassingen zijn gerealiseerd om herhaling te voorkomen. Zo wordt de instructie bijgehouden in een logboek en per leerling afgetekend. Het schoolvoorbeeld in de Arbocatalogus-VO biedt handvatten, praktische tips en oplossingen. U kunt er ideeën door opdoen en eventueel contact opnemen met de projectleider van Phanta Rei voor vragen en praktische informatie. Zo kunt u gebruik maken van de ervaring van andere scholen in het voortgezet onderwijs. De Arbocatalogus-VO Het schoolvoorbeeld van Phanta Rei is een van de voorbeelden van maatregelen die scholen treffen om aan te sluiten bij de normen in de Arbocatalogus-VO. De Arbocatalogus-VO beschrijft dé arbonormen voor het voortgezet onderwijs, oftewel de afspraken over minimumeisen aangevuld met wensen ten aanzien van arbeidsomstandigheden in het vo. De Arbocatalogus-VO biedt met deze normen duidelijke aanknopingspunten om een veilig en gezond werk- en leerklimaat te creëren. De naleving van de normen uit deze lijst is niet vrijblijvend. De Inspectie-SZW gebruikt de arbocatalogus als uitgangspunt bij haar inspecties. Naast regels en normen biedt de catalogus een online platform voor het uitwisselen van ervaringen. De Arbocatalogus-VO wordt beheerd door Voion, het Arbeidsmarkt & Opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs. Voion zet zich in om samen met scholen vraagstukken op te lossen op het gebied van arbeidsmarkt, mobiliteit, professionalisering en veilig, gezond en vitaal werken. Voion werkt voor en samen met werkgevers en werknemers in het voortgezet onderwijs, en wordt bestuurd door de sociale partners in het voortgezet onderwijs.

Inmiddels is de digitale versie van de cao mbo 2014 - 2015 klaar en treft u deze op onze site aan. De cao boekjes volgen later en zult u via uw werkgever ontvangen.

cao mbo 1 augustus 2014 - 30 juni 2015

ëDe MBO Raad en de vakbonden, waaronder de UNIENFTO / FvOvhebben inmiddels ook de financiële arbeidsvoorwaarden vastgesteld als gevolg van de overeengekomen 1,2 procent structurele salarisverhoging die onder meer ook doorwerkt in zaken als de uitlooptoeslag en de ziektekostentegemoetkomingen.

Klik HIER voor een overzicht.

Nadat de leden van de MBO Raad al in een eerder stadium hadden ingestemd met het op 4 juni jl. gesloten onderhandelaarsakkoord over de CAO MBO, hebben ook de aan die cao-tafel zittende vakbonden, AOb, AbvaKaboFNV, CNV Onderwijs en de UNIENFTO / FvOv dat gedaan. Daarmee is de nieuwe CAO MBO een feit en heeft de sector voor het eerst sinds 31 maart 2011 weer een volwaardige cao. Momenteel worden afspraken uit het onderhandelaarsakkoord verwoord in concrete cao-teksten. Het streven van partijen is erop gericht dat er na de zomervakantie een nieuw cao-boekje beschikbaar is.

Hieronder vindt u alvast de vastgestelde cao-teksten omtrent:

Nog deze week komen de teksten beschikbaar in verband met de 1,2 procent structurele salarisverhoging (de nieuwe salaristabellen e.d.).

Weet u of uw school maatwerkafspraken wil maken met de P(G)MR in het kader van de functiemixdoelstellingen? 
Wanneer uw schoolbestuur dat nog niet aan de P(G)MR heeft doorgegeven, kunt u hen wijzen op de gemaakte bestuurlijke afspraken. Het is dan zaak dat zij dit alsnog zo snel mogelijk doen. Dit is nodig om tijdig de benodigde stappen te zetten om te komen tot de (eventuele maatwerk) functiemixdoelstellingen op 1 oktober 2014.

Stappenplan en toelichting

Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs te Tilburg en de vakcentrales, waaronder de FvOv, hebben een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe CAO OMO.

Er zijn afspraken gemaakt over toekomstbestendige regelingen gericht op duurzame inzetbaarheid en ontwikkeling van medewerkers. Zo is de huidige OMO Senioren Regeling (OSR) komen te vervallen en is een overgangsregeling getroffen. In een regeling duurzame inzetbaarheid zijn afspraken gemaakt over extra facilitering van mantelzorg, ouderschapsverlof, taakverlichting van werknemers vanaf 57 jaar en extra facilitering van scholing.

Onderhandelaarsakkoord CAO OMO 2014-2015

Aan de leden van de onderwijsvakorganisaties van de FvOv 

Uw pensioen zoveel mogelijk afstemmen naar eigen wensen. Dat is ABP keuzepensioen. Zo kunt u zelf bepalen hoe en op welk tijdstip u met werken wilt stoppen.

  • Eerder of later met pensioen, wat zijn de gevolgen?
  • Kan ik ook met deeltijdpensioen?
  • Kan ik mijn pensioen ook in hoogte laten variëren?
  • Kan ik het nabestaandenpensioen ook uitruilen voor meer eigen pensioen of juist andersom?
  • Kan ik mijn pensioen ook zelf aanvullen?

Leven deze vragen ook bij u?

 

Pensioen is belangrijk

Wij  vinden het belangrijk dat u weet welke keuzes u kunt maken met ABP KeuzePensioen. Daarom hebben wij als FvOv, in overleg met ABP, een reeks voorlichtingsbijeenkomsten afgesproken. In deze bijeenkomsten zal aan de orde komen welke mogelijkheden Keuzepensioen biedt.

Kom voor informatie over het ABP-pensioen naar onze vijf FvOv-bijeenkomsten!

Ze vinden plaats:

 

Donderdag 18 september 2014 in Bureau Vereniging van Leraren in Levende Talen

Zwarte Woud 2

3524 SJ Utrecht

 

Donderdag 18 september 2014 in Kwadrant Scholengroep: deelschool Hanze College

Bouwlingstraat 74

4902 AK  Oosterhout

 

Maandag 22 september 2014 in Wim Gertenbach College

Zandvoortselaan 19a

2042 XD Zandvoort

 

Donderdag 25 september 2014 in Strabrecht College

Grote Bos 2

5666 AZ Geldrop

 

Maandag 6 oktober 2014 in Singelland Het Drachtster Lyceum

Torenstraat 28

9201 JW Drachten

De bijeenkomsten vinden van 18.00 tot 19.30 uur plaats met inloop vanaf 17.30 uur. Voor een eenvoudige maaltijd wordt gezorgd.

 

Aanmelden voor deze bijeenkomsten?

Uitsluitend via ABP aanmeldservice!

De ABP/FvOv-bijeenkomsten zijn gratis en alleen toegankelijk voor leden.

Vermeld daarom het nummer van uw onderwijsvakorganisatie in het vakje van uw achternaam als volgt:
 

cijfer   spatie  achternaam.

De nummering van onze onderwijsvakorganisaties is alfabetisch:

1.        KVLO

2.        Levende Talen

3.        NVLF

4.        NVON

5.        NVOP

6.        NVS-NVL

7.        NVvW

8.        UNIENFTO

9.        VLS

10.      VMSO

11.      VONKC

KLIK HIER VOOR LOCATIE OOSTERHOUT OP 18 SEPTEMBER

KLIK HIER VOOR LOCATIE UTRECHT OP 18 SEPTEMBER

KLIK HIER VOOR LOCATIE ZANDVOORT OP 22 SEPTEMBER

KLIK HIER VOOR LOCATIE GELDROP OP 25 SEPTEMBER

KLIK HIER VOOR LOCATIE DRACHTEN OP 6 OKTOBER

Geachte collega, 

Wij richten ons rechtstreeks tot u omdat we u als UNIENFTO-lid willen vragen deel te nemen aan een peiling over professionele ruimte, scholing en ontwikkeling en het Lerarenregister. Er is nu al een register, maar dat is nog volop in ontwikkeling.

Zoals u wellicht weet is nog niet geheel duidelijk hoe zo’n register er definitief uit moet zien. Op dit moment zijn we volop in gesprek met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ontwikkelingen van het register en de voorwaarden ervan.

Graag willen we onderzoeken welke behoeften er bij onze leden leven, vandaar deze peiling. Het invullen zal ongeveer 10 minuten duren. De gegevens worden anoniem verwerkt en gerapporteerd. In de rapportage is het niet mogelijk antwoorden te herleiden naar personen. 

Door op de onderstaande link te klikken kunt u de vragenlijst starten.

www.its-nijmegen.nl/lerarenregister

Alvast hartelijke dank voor uw medewerking.

 

Met vriendelijke groet,

John Verschuren, directeur UNIENFTO

Het zal u niet ontgaan zijn dat de UNIENFTO / FvOv op 4 juni jl. met de andere bonden en de MBO Raad een onderhandelaarsakkoord heeft gesloten over de CAO MBO 2014-2015. Het was geen gemakkelijk cao-traject, want het akkoord kwam pas tot stand na bijna een jaar onderhandelen inclusief vier regionale en zelfs een landelijke stakingsactie.

De cao loopt van 1 augustus 2014 tot en met 30 juni 2015 en breekt onder meer, zij het bescheiden, met de jarenlange nullijn. Verder zijn er vooral afspraken gemaakt over een nieuwe seniorenregeling in plaats van de BAPO, over duurzame inzetbaarheid en over het werkverdelingsbeleid en de daarmee samenhangende verlichting van de werkdruk. Al met al een pakket waarmee wij als onderhandelaars positief teruggaan naar onze achterban. Het gehele onderhandelaarsakkoord kunt u lezen op www.unienfto.nl en www.fvov.nl.

Stemmen

U kunt uw stem VOOR of TEGEN het akkoord uitbrengen door een mailtje te sturen, liefst met motivatie, naar caombo@unienfto.nl voor 2 juli 2014. Voor 4 juli a.s. moeten wij namelijk besluiten of het onderhandelaarsakkoord kan worden omgezet in een definitief akkoord.

Voorlichtingsbijeenkomsten

Wij organiseren vijf voorlichtingsbijeenkomsten waarop u van harte welkom bent om uitleg te krijgen en vragen te stellen over het akkoord. Zie hieronder het schema daarvoor! Op de bijeenkomsten wordt niet gestemd, dat gaat dus alleen via caombo@unienfto.nl. De bijeenkomsten vinden allemaal plaats van 17.00 tot 19.00 uur op de hieronder aangegeven locaties.

Datum

Plaats

Adres

Dinsdag 24 juni 2014

Culemborg

Boschweg 6 (kantoor UNIENFTO)

Woensdag 25 juni 2014

Zwolle

Dokterspad 2 (ROC Landstede)

Donderdag 26 juni 2014

Nijmegen

Heyendaalseweg 98 (ROC Nijmegen, Technovium)

Maandag 30 juni 2014

Breda

Wilhelminasingel 33 (Florijn College)

Dinsdag 1 juli 2014

Roermond

Kasteel Hillenraedtstraat 1 (ROC Gilde Opleidingen)

Met vriendelijke groeten,

Jan van den Dries en Gijs Jacobse, onderhandelaars CAO MBO voor UNIENFTO / FvOv

 

Op 4 juni jl. bereikten de UNIENFTO / FvOv na maandenlang onderhandelen met de andere vakbonden en de MBO Raad een akkoord over een nieuwe CAO MBO.

Eindelijk is daarmee de cao-loze periode voorbij die al duurde vanaf 1 april 2011.

Begin volgende week ontvangen alle leden van de UNIENFTO / FvOv een brief thuis met daarin informatie over de wijze waarop u uw (digitale) stem kunt uitbrengen VOOR of TEGEN het akkoord en over voorlichtingsbijeenkomsten die de UNIENFTO / FvOv samen met CNV Onderwijs op vijf plaatsen in het land zal gaan houden tussen 23 juni en 2 juli a.s.

De afgelopen week is er keihard gewerkt om de tekst van het onderhandelaarsakkoord te completeren.

Voor het onderhandelaarsakkoord, KLIK HIER …… 

Hoe komt een instelling tot duurzaam inzetbaar personeel? Waar te beginnen? Welke haken en ogen komt u tegen?

Kom voor de antwoorden naar

De werkconferentie Samen Gezond Vooruit

Maandag 10 november 2014 van 09.30 tot 16:00 uur

Leerhotel Het Klooster in Amersfoort

Download hier het programma

Meldt u hier aan

Een toekomst waarin het menselijk kapitaal binnen de mbo-sector duurzaam inzetbaar is. Dat is het doel. In toenemende mate zien werkgevers en werknemers het belang in van structurele aandacht voor de gezondheid en inzetbaarheid.

Geïnspireerd aan het werk

Achterover leunen en luisteren naar sprekers volstaat niet meer. In de activerende werkconferentie gaan we echt aan de slag. Niet praten maar doen!

Onder begeleiding van dagvoorzitter en facilitator Pepijn Nicolas werkt u aan de ontwikkeling van uw eigen beleid met de steun van voorlopers en bestuurders. Dit doet u in kleine groepen. Het wordt een dag van individuele inhoud en collectieve aanpak. U komt toch ook?

Voor wie?

Bent u HRM-adviseur, OR-lid, arbocoördinator, sportcoördinator of op andere wijze betrokken bij het ontwikkelen en uitzetten van strategisch gezondheidsbeleid in de mbo-sector?

Met deze werkconferentie draagt de SOM bij aan de kennisvorming, verdere professionalisering en expertiseontwikkeling op het gebied van strategisch gezondheidsbeleid.  De werkconferentie wordt georganiseerd voor en door professionals in de mbo-sector.

Deelname is gratis.

Afspraken over duurzame inzetbaarheid, aanpak werkdruk en loonsverhoging

De MBO Raad en de werknemersorganisaties AOb, CNV Onderwijs, Abvakabo FNV en UNIENFTO / FvOv zijn eruit: gisteravond sloten zij een onderhandelaarsakkoord over een cao voor de werknemers in het mbo. In het akkoord hebben vakbonden en werkgevers ondermeer afspraken gemaakt over een duurzame inzetbaarheidsregeling voor alle werknemers, aanpak van de werkdruk en een loonsverhoging. Als de achterbannen van MBO Raad en werknemersorganisaties akkoord gaan met het bereikte onderhandelingsresultaat, gaat de nieuwe cao per 1 augustus 2014 in.

Duurzame inzetbaarheidsbaarheidsregeling

Werknemersorganisaties en werkgevers hebben afgesproken dat de huidige seniorenregeling (BAPO) per 1 augustus 2014 verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een nieuwe structurele seniorenregeling die onder meer afspraken bevat over seniorenverlof vanaf 57 jaar. Voor de gebruikers en rechthebbenden van de huidige regeling komt er een overgangsregeling.

Daarnaast zijn er duurzame inzetbaarheidsafspraken gemaakt voor alle medewerkers: elke medewerker krijgt een persoonlijk budget van 50 uur dat hij/zij kan besteden aan niet plaats- en tijdgebonden activiteiten.

Aanpak werkdruk

Werkgevers en vakbonden vinden het beide belangrijk dat de onderwijsteams aan zet zijn bij de verdeling van de taken. Bij de werkverdeling kunnen onderwijsgevenden met een volledige baan 1200 klokuren per jaar worden ingezet op de uitvoering van onderwijstaken. Daar zal ook voldoende budget voor zijn. De resterende 459 uur kunnen onderwijsgevenden ingezet worden voor overige taken.

Mochten de teamleden er onderling niet met elkaar uitkomen, dan deelt de leidinggevende, net als nu, de taken toe. Daarbij is afgesproken dat het percentage voor voorbereiding en nazorg van de groepsles voor studenten ten minste 40% van de lestijd bedraagt.  

Loonsverhoging

De werknemersorganisaties en de MBO Raad zijn een loonsverhoging van 1,2% per 1 augustus 2014 overeengekomen. Dat is dezelfde verhoging als in het voortgezet onderwijs. De loonruimte die het kabinet vaststelt in de ruimtebrief 2015 wordt ingezet voor een loonsverhoging in 2015. De loonsverhoging van 1,2% in 2014 maakt hiervan deel uit.

Achterbanraadpleging

De vakbonden en de MBO Raad gaan nu het onderhandelaarsakkoord met een positief advies voorleggen aan hun respectievelijke achterbannen. De verwachting is dat begin juli de handtekeningen onder het akkoord gezet kunnen worden en dat de cao dan definitief is.

De cao geldt voor de ruim 55.000 medewerkers in het mbo en de volwasseneneducatie.

Voor meer informatie over de afspraken: zie de bijlage.............

De Vakcentrale voor Professionals (VCP) heeft tijdens haar eerste symposium ‘De waarde van Professionals’ Jolien Bueno de Mesquita uitgeroepen tot ‘Professional van het jaar 2014’. Jolien Bueno de Mesquita is psychiater en ontving de award uit handen van SER-voorzitter Wiebe Draijer.

SER-voorzitter Wiebe Draijer overhandigt de prijs aan de Professional van het Jaar 2014, Jolien Bueno de Mesquita 

“Wij hebben de Professional van het Jaar ingesteld omdat de waarde van professionals meer aandacht verdient”, aldus Gerrit van de Kamp, VCP-duovoorzitter. De aandacht voor de professional past in de bredere benadering van de beroepsinhoud, die verder gaat dan arbeidsvoorwaarden alleen.

Professionals verdienen de ruimte. SER-voorzitter Wiebe Draijer benadrukte bij de uitreiking de waarde van professionals en hun maatschappelijke betrokkenheid. Jolien Bueno de Mesquita heeft de award ontvangen vanwege haar vakmanschap, voorbeeldfunctie en maatschappelijke inzet.

Er waren zeven genomineerden voor de Professional van het jaar 2014, voorgedragen door bij VCP aangesloten vakorganisaties, te weten Wine Baljet (docent Nederlands als tweede taal), Peter Breimer (Philips), Maarten Brink (brigadier politie), Jolien Bueno de Mesquita (psychiater), Guus Looij (risicomanager NS), Mandy Stoop (docent natuurkunde) en Tim Timmerman (luitenant ter zee Koninklijke Marine). Tijdens het symposium zijn vijf van de genomineerden gevraagd naar hun drijfveren in hun professie.

“De Vakcentrale voor Professionals wil alle beroepsbeoefenaars betrekken en positie geven bij het sociaal-economisch en maatschappelijk debat.” VCP-duovoorzitters Gerrit van de Kamp en Reginald Visser benadrukken verder dat: “De professional, georganiseerd rond beroep en bedrijf, bij de Vakcentrale voor Professionals centraal staat”. Tijdens het symposium ging het daarom over de waarde van professionals. Het symposium is de afronding van de transitie van MHP naar Vakcentrale voor Professionals. De VCP deed een oproep aan professionele verenigingen in het land zich aan de VCP te verbinden en ook te investeren in het sociaal-economische overleg in dit land.

Op 23 mei 2014 vond de slotdag van Onderwijs Pioniers 2013-2014 voor vo en mbo plaats. Op het kasteel van Nyenrode is de Onderwijs Pioniers Trofee 2014 uitgereikt aan Per-Ivar Kloen voor het idee FABklas. Naast deze trofee heeft hij ook een cheque van € 500,- en een masterclass, aangeboden door Nyenrode Business University, ontvangen.

Dit jaar is een extra trofee, de Vriend van Onderwijs Pioniers-trofee, uitgereikt. Deze trofee ging naar iemand die een belangrijke rol heeft gespeeld voor het leraarschap in het algemeen en de Onderwijs Pioniers in het bijzonder: Hans van der Vlugt. Jurylid Susanne Winnubst, mbo-Leraar van het Jaar 2011 heeft beide trofeeën uitgereikt op het kasteel van Nyenrode.

Tijdens deze slotbijeenkomst hebben 39 leraren uit het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs individueel of als team hun innovatieve idee gepresenteerd. Zij lieten zien wat ze een jaar lang met en van elkaar geleerd hebben. En hoe zij hun individuele leerweg ‘bewandeld’ hebben: wat wil ik dit jaar bereiken, wat ga ik daarvoor doen en hoe zorg ik ervoor dat mijn idee een vaste plek krijgt binnen mijn school of instelling. Vervolgens hebben tien pioniers, voorgedragen door hun medepioniers, hun idee op het podium gepitcht. Uit deze tien is dus Per-Ivar Kloen als winnaar gekozen door de jury. Deze bestond uit vertegenwoordigers van de Onderwijscoöperatie, de vakbonden, de arbeidsmarktplatforms en twee Leraren van het Jaar.

FABklas
Binnen de FABklas leren leerlingen niet alleen van leraren maar ook van elkaar én kunnen elkaar helpen waar nodig. Ze maken hierbij gebruik van moderne technologische ontwikkelingen. FAB staat voor ‘Fabulous’. FAB kan ook staan voor ‘Fabricage’, het maken van dingen. Dan moet je wel eerst bedenken wat. Zo wordt de nieuwsgierigheid geprikkeld naar het onbekende en het zelf ontdekken wat er in de wetenschap verborgen zit. Dan ben je ‘fabulous’ bezig en leer je meer en dat is altijd handig bij de overige vakken.

De jury heeft dit initiatief als winnaar gekozen omdat FABklas op een bijzondere en creatieve wijze leerjaren en niveaus doorbreekt, innovatief en vakoverstijgend is en veel draagvlak binnen en buiten de school heeft gecreëerd.

Leraren willen beter samenwerken, kennis delen en ondernemen 
Uit de FABklas en de ideeën van de andere Pioniers blijkt dat veel leraren kansen zien om beter samen te werken, kennis te delen, of meer ondernemerschap in het onderwijs te brengen, daarbij vaak ondersteund door sociale media.

Het programma Onderwijs Pioniers wordt georganiseerd door de Onderwijscoöperatie, in samenwerking met Kennisland, SOM (Onderwijsarbeidsmarktfonds MBO) en VOION – Arbeidsmarkt en opleidingsfonds voortgezet onderwijs – en vormt een springplank voor bevlogen leraren die de leiding willen nemen over vernieuwing van hun eigen werkomgeving.

De VO-raad en de vakbonden AOb, CNV Onderwijs en FvOv (met onder meer de UNIENFTO) hebben een definitief akkoord bereikt over de CAO VO 2014/2015. AbvakaboFNV maakt later bekend of ze alsnog aansluit.

De achterbannen van de AOb en FvOv stemden – net als de leden van de VO-raad – direct in met het op 15 april jl. gesloten onderhandelaarsakkoord. CNV Onderwijs stelde echter nog een aanvullende eis, waarin de UNIENFTO zich geheel kon vinden. Het onderwijsondersteunend personeel (OOP) vanaf 61 jaar in de schalen 1 t/m 8 ging er naar hun mening financieel teveel op achteruit; de eigen bijdrage in de overgangsregeling van de BAPO diende voor deze groep te worden verlaagd. Ook de andere bonden waren hier bij hun ledenraadplegingen diverse malen tegen aangelopen. Dit was ook voor de UNIENFTO reden om NEE te zeggen.

Omdat de VO-raad een breed gedragen cao voorstond en niet ongevoelig was voor de forse gevolgen van de cao voor deze groep OOP’ers, is aan de eis van de bonden tegemoetgekomen en is de cao op dit punt aangepast. Een ruime meerderheid van de leden van de VO-raad ging hier in een online stemming mee akkoord: 64% heeft gestemd en van die stemmen was 86% positief.

De cao wordt nu door zowel de AOb, FvOv (UNIENFTO) als CNV Onderwijs ondertekend. AbvakaboFNV zal later bekendmaken of ze alsnog aan zal sluiten. Het is de verwachting dat de definitieve cao-teksten voor de zomervakantie beschikbaar komen. De nieuwe cao gaat in per 1 augustus 2014 en heeft een looptijd van 1 jaar. Het bestuur van de UNIENFTO is blij dat de aanpassing in de cao heeft plaatsgevonden ten gunste van de lagere OBP-schalen, die nu geen 40% maar 20% eigen bijdrage betalen voor hun seniorenregeling.

De FvOv heeft begin deze week bekendgemaakt dat hun leden instemmen met het onderhandelaarsakkoord CAO VO 2014-2015. De AOb maakte eerder al bekend akkoord te gaan. De CAO VO 2014-2015 is hiermee in formele zin een feit.

CNV Onderwijs en Abvakabo hebben echter tegen het onderhandelaarsakkoord gestemd. De reden hiervoor is gelegen in de overgangsregeling van de seniorenregeling voor het OOP vanaf 61 jaar in de salarisschalen 1 tot en met 8. Ook FvOv en AOb waren in hun ledenraadpleging tegen dit vraagstuk aangelopen.  De UNIENFTO stemde daarom ook tegen het akkoord, maar vond helaas geen meerderheid aan haar zijde binnen de FvOv. CNV Onderwijs heeft aangegeven alsnog te kunnen instemmen met het akkoord als deze overgangsregeling wordt aangepast. Dit geldt wellicht ook voor Abvakabo. 

Uit de kring van de VO-raad zijn eveneens kanttekeningen geplaatst bij de overgangsregeling voor het OOP vanaf 61 jaar tot en met schaal 8. Dit is voor het bestuur en de cao-delegatie van de VO-raad aanleiding geweest om deze regeling nog eens nader te beschouwen. Momenteel worden de leden van de VO-raad geraadpleegd om te bezien of een aanpassing van het akkoord op dit punt mogelijk is. Als dat zo is, dan wordt ook aan het belangrijkste bezwaar van de UNIENFTO-leden tegemoetgekomen.

De 11 verenigingen van de FvOv hebben in de afgelopen weken de meningen van hun leden gepeild over het onderhandelaarsakkoord CAO-VO. Afgelopen vrijdag 16 mei sloot de reactietermijn.

Iets meer dan 60% van de leden heeft voor gestemd. Voorzitter van de FvOv en onderhandelaar Jilles Veenstra: “Allereerst  ben ik blij met het ‘ja’ van de leden! Tegelijkertijd snap ik ook zeker de tegenstemmers, veelal van de huidige BAPO-gebruikers. Helaas kwamen we er niet onderuit om ook van hen een bijdrage te vragen.”


Daarnaast waren er ook bezwaren van de groep oudere OOP’ers. Dit werd veroorzaakt door het samenvallen van de overgangsregeling BAPO en het wegvallen van de seniorendagen. “Voor deze specifieke categorie zullen we nog opnieuw aandacht vragen aan de cao-tafel.

Het onderhandelaarsakkoord zal in de komende tijd verwerkt worden in een cao-tekst. Doordat op dit moment zowel de FvOv als de AOb (CNV-O komt iets later met een reactie) en de VO-raad hebben ingestemd met het onderhandelaarsakkoord is de CAO-VO 2014-2015 daarmee een feit.

De onderwijsbonden en de werkgeversorganisatie MBO Raad hebben op woensdag 21 mei a.s. informeel overleg over een nieuwe cao. “We tasten af of er serieuze plannen op tafel komen”, zegt José Muijres, woordvoerder van de bonden, over de gesprekken. Wanneer er een onderhandelbaar voorstel komt, kan er weer formeel gepraat gaan worden.

Na de staking van vorige week donderdag 15 mei, maakten de werkgevers duidelijk dat zij weer verder wilden praten over de CAO MBO. Maar voordat de onderhandelingen heropend kunnen worden, willen de bonden eerst weten of er nu wel echt ruimte is voor werkdrukverlaging, loonsverhoging en een structurele seniorenregeling.

De cao-onderhandelingen in het mbo lopen al jaren, maar zonder resultaat. Sinds 2011 is er geen nieuwe cao meer gekomen en blijft de oude doorlopen. Verschillende pogingen om een gesprek over betere arbeidsvoorwaarden te starten, zijn gestrand. Eind september 2013 kwamen er voor de bonden onbespreekbare voorstellen op tafel die diep sneden in de arbeidsvoorwaarden. In december presenteerden de bonden een tegenvoorstel, maar na vruchteloze gesprekken werd in maart jl. een ultimatum gesteld.

Toen de MBO Raad hier niet op inging, volgden vier estafettestakingen (in Groningen, Arnhem/Nijmegen, Limburg en Zuid-Holland) en een landelijke staking in Amsterdam.

De hoge opkomst vorige week heeft veel Colleges van Bestuur blijkbaar toch aan het denken gezet”, aldus Muijres. “Ik reken erop dat de werkgevers nu met realistische voorstellen komen. Als dat zo is, dan zullen we daar positief-kritisch naar kijken.

Ongeveer 4000 docenten en andere medewerkers in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kwamen op donderdagmiddag 15 mei naar het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam om te pleiten voor een betere cao voor het middelbaar beroepsonderwijs (CAO MBO).

De leraren legden het werk neer naar aanleiding van het stukgelopen cao-overleg met de werkgeversorganisatie MBO Raad.



De docenten uit het hele land vinden de werkdruk in het middelbaar beroepsonderwijs te hoog en dat gaat dan uiteraard ook ten koste van de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van de leerlingen.

Het Muziekgebouw aan ‘t IJ was tijdens de bijeenkomst overvol: mensen stonden binnen in het Atrium, bevolkten de balkons en de grote trappen en ook het buitenterras. Ze droegen spandoeken met teksten als: 'Groetjes van Thea. Zij heeft 't te druk om te staken' en 'Kwaliteit is mijn prioriteit, maar niet in mijn eigen tijd'. Ze scandeerden ,,actie, actie'' en zongen mee met het stakingslied dat de band Diep Triest had gemaakt.



Docenten en ondersteuners, waaronder Hans Lombarts van de UNIENFTO, vertelden op het podium dat de werkdruk in het MBO onaanvaardbare proporties aanneemt, dat er behoefte is en blijft aan een goede seniorenregeling en dat een gerechtvaardigde loonsverhoging al jaren achterwege blijft.

Namens het platform van samenwerkende ondernemingsraden in het mbo is onlangs een brief gestuurd naar de MBO Raad en de minister. ,,Daarin staat dat we het spuugzat zijn. We willen geen puzzelboekje, we willen een cao,'' aldus een vertegenwoordiger van het Platform Medezeggenschap BVE.

De voorzitters van de onderwijsvakbonden, waaronder Jilles Veenstra van de FvOv, riepen de MBO Raad op minder geld te steken in ,,mooie bestuursgebouwen'', maar eindelijk eens te investeren in mensen.

Aan het slot van de manifestatie maakten enkele honderden stakers nog een demonstratieve rondvaart door de Amsterdamse wateren.

Al bij al een geslaagde landelijke stakingsdag die hopelijk effect zal hebben op de houding van de MBO Raad aan  de cao-tafel.

Stakers bedankt!

Het bestuur van de UNIENFTO  /  FvOv / dankt alle leden die gestaakt hebben, dan wel op andere wijze hun solidariteit hebben getoond met de actie, voor de inzet en het enthousiasme en we hopen dat we een volgende keer weer op jullie mogen rekenen.

Vanuit de leden krijgen we vele vragen rondom het onderhandelaarsakkoord cao-vo. Reden voor ons om de meest gestelde vragenr inclusief de antwoorden daarop voor u o een rijtje te zetten.

Voor deze vragen, KLIK HIER.........

In ons laatste UNIENFTO-Tijdschrift van 25 april jl. hebben wij het onderhandelaarsakkoord opgenomen over de CAO VO.

Helaas blijkt dat door een storing verschillende mensen geen brief daarover gehad hebben.

Uw mening daarover vernemen wij graag via info@unienfto.nl, het liefst uiterlijk a.s. vrijdag 16 mei.

Bestuur UNIENFTO

 

Woensdag landelijke actiedag voor goed cao in Amsterdam

Al 1500 collega’s hebben zich aangemeld voor de mbo-staking van donderdag 15 mei in Amsterdam. Steeds meer docenten en ondersteuners kondigen hun komst naar het Muziekgebouw aan het IJ vooraf aan via actiembo

De landelijke actie is het vervolg op de estafettestaking waarmee de Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, Abvakabo FNV en UNIENFTO / FvOv al door het land trok om hun eisen in de vastgelopen cao-onderhandelingen kracht bij te zetten. In Groningen, Arnhem en Nijmegen, Limburg en Zuid-Holland werd in maart en april al actie gevoerd.

De bonden eisen vooral dat de werkgevers in het mbo hun personeel de gelegenheid geven hun werk goed te doen. De werkdruk in de sector is te hoog doordat docenten en instructeurs te weinig tijd krijgen om het onderwijs goed vorm te geven. Bovendien wordt het werk in het mbo bijna kapot geëvalueerd: met eindeloze formulieren proberen werkgevers het onderwijs tot op de millimeter te sturen. De bonden vinden dat onzin: er staan professionals voor de klas die hun vak verstaan en de ruimte moeten krijgen om maatwerk te bieden.

De collegevoorzitters van de mbo-instellingen willen daar niet aan. Die willen alleen afspraken maken over het aantal uren dat onderwijspersoneel frontaal voor de klas staat en gunnen hun mensen formeel ook geen extra zeggenschap over hun werkzaamheden. Ook over bijscholing, flexwerk, salaris en een ouderenregeling zijn vooralsnog geen constructieve afspraken te maken met de overkoepelende MBO Raad.

De actie in Amsterdam trekt collega’s uit het hele land. De bonden hebben de MBO Raad al laten weten dat de manifestatie in het Muziekgebouw geen slotstuk is. Indien de werkgevers volharden in hun lijn en weigeren in te gaan op de eisen van de bonden, volgen na 15 mei nieuwe acties.

Het Muziekgebouw aan het IJ is te vinden aan de Piet Heinkade in Amsterdam. De zaal gaat om 12.00 uur open. Het programma begint om 13.00 uur. Vertegenwoordigers van de pers zijn van harte welkom.

Meer informatie:

Algemene Onderwijsbond: Thijs den Otter - 06 46 22 88 60

CNV Onderwijs: Martin van Oosten - 06 53 20 47 36

Abvakabo FNV: Elizabeth Palandeng - 06 50 55 93 87

UNIENFTO / FvOv: Jan van den Dries - 06 53 53 49 10

Er leven ook bij de leden van de UNIENFTO / FvOv tal van vragen over de landelijke mbo-staking van 15 mei a.s. Hieronder publiceren we een aantal van de veelgestelde vragen met de antwoorden. Is u iets nog niet duidelijk, mail dan naar gjacobse@live.nl of jvandendries@planet.nl.

1.    Wie worden er opgeroepen aan de staking deel te nemen?

De UNIENFTO / FvOv roept alle leden in het mbo op om op 15 mei het werk de gehele dag neer te leggen voor een landelijke staking in Amsterdam.



2.   Waar wordt de stakingsbijeenkomst gehouden?

In Muziekgebouw aan het IJ, op loopafstand van Amsterdam CS.

3.   Welke bonden voeren precies actie?

Het betreft hier, net als bij de voorgaande vier estafettestakingen, een gezamenlijke actie van de Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, Abvakabo FNV en de Federatie van Onderwijs Vakorganisaties (UNIENFTO / FvOv).
      


4.    Wat zijn de formaliteiten als ik besluit aan de demonstratieve bijeenkomst deel te nemen en daartoe het werk moet onderbreken?

U heeft als lid van de UNIENFTO persoonlijk een brief (stakingsoproep) thuisgestuurd gekregen waarin de nadere informatie is vermeld. In hoofdlijnen komt het hierop neer: men dient zijn directie zo spoedig mogelijk na dit besluit tot deelname aan de actie te berichten. De zorg voor eventuele opvang van leerlingen valt niet onder de verantwoordelijkheid van de leden die aan de werkonderbreking deelnemen. Examens dienen ongestoord doorgang te vinden. Bij staking is men verplicht - wil men althans voor een uitkering in aanmerking komen - zich te laten registreren. Hiervoor is het nodig dat u de stakingsoproep meeneemt naar de actiebijeenkomst in Amsterdam en daar inlevert.

5.   Kan ik mijn reiskosten vergoed krijgen?

Reiskosten worden vergoed. De stakingsoproep is tevens uw registratieformulier en uw declaratieformulier. Vergeet deze dus niet mee te nemen naar Amsterdam. 


6.         Ik ben parttimer, ik werk op de stakingsdag niet. Moet ik me wel laten registreren?

Indien men op de stakingsdag niet is ingeroosterd en derhalve niet verplicht is te werken, hoeft men zich niet als staker bij directie/bestuur te melden. Bij de registratieplaats kan men van zijn instemming met de actie-inzet blijk geven. In die zin kan men zich laten noteren om blijk te geven van solidariteit.

7.    Op het stakingsmoment heb ik normaal gesproken geen lessen. Ik word echter geacht op het tijdstip van actie andere werkzaamheden te verrichten. Kan ik staken en kan de werkgever salaris inhouden?

Men kan deelnemen aan de staking en moet zich laten registreren. Het bevoegd gezag kan salaris inhouden over de niet-gewerkte uren. Iemand heeft ingeroosterde werkzaamheden of niet.

9.    Ik ben geen lid, maar ik wil wel staken.

Het stakingsrecht is op iedereen van toepassing. Iemand die geen lid is van een aan de staking deelnemende vakbond, kan staken, maar dient er rekening mee te houden persoonlijk op de consequenties van zo'n beslissing te kunnen worden aangesproken. Eventuele juridische bijstand dient men dus zelf te regelen. Op de stakingregistratieplaats(en) kan men zich via invulling van een speciale kaart aanmelden als lid: dan is men wel verzekerd van juridische bijstand met betrekking tot eventuele consequenties van de stakingen, recht op een reiskostenvergoeding en op de vergoeding wegens loonderving.



10.    Ik wil staken, maar de collega’s niet. Wat dan?

De stakingsoproep  betreft een persoonlijke oproep. Met andere woorden: iedereen beslist zelf over actiedeelname. Natuurlijk is het wel verstandig om de werkomstandigheden en -verhoudingen met en tot de collega's in de beslissing mee te nemen: zie vorige vraag voor de relatie met de niet-leden.

11.  Mijn werkgever/leidinggevende verbiedt mij te staken! Wat nu?

De leiding heeft niets te verbieden. Voor het deelnemen aan een door de bond uitgeroepen actie is een persoonlijke beslissing vereist, waarvoor niemand toestemming hoeft te verlenen. Leden kunnen in voorkomende gevallen een beroep doen op hulp van de Afdeling Juridische Zaken van de vakbond. Toch is het verstandig om met zo'n 'verbod' voorzichtig om te gaan. Omstandigheden (b.v. een tijdelijke aanstelling) kunnen noodzaken van actiedeelname af te zien. Het is aan te bevelen de collega's van een dergelijk besluit in kennis te stellen.

12.  Welke maatregelen kan het bevoegd gezag treffen?

Het verleden leert dat er ondanks het stakingsrecht toch nog altijd schoolbesturen zijn die met disciplinaire maatregelen dreigen. Zij schermen dan met: schriftelijke berisping, schorsing, overplaatsing of ontslag. Indien alle zorgvuldigheid van actiedeelname in acht is genomen is er echter geen reden tot bezorgdheid. Wel dient men zich in dit soort gevallen altijd onmiddellijk tot de juridische afdeling van z’n vakbond te wenden.

13.  De stakingsoproep houdt onder meer in dat geen verantwoordelijkheid wordt genomen voor de opvang van leerlingen. Wat betekent dat precies?

Dit betekent dat men van zijn voornemen tot deelname kennis geeft aan directie/bestuur. Die zijn op de hoogte van het feit dat de stakers geen verantwoordelijkheid aanvaarden ten aanzien van kinderopvang. Die verantwoordelijkheid berust voor de stakingsdag dus bij schoolbestuur/directie. Dit heeft wel tot consequenties dat men zorgvuldig dient te zijn t.a.v. de mededeling dat men gevolg geeft aan de stakingsoproep. Dat kan dus NIET op het laatste ogenblik!

14.  Hoe worden de leerlingen geïnformeerd?

Er is een flyer voor studenten om hen de reden van de staking uit teleggen. Deze wordt op de instelling verspreid.

15.  Worden de namen van de stakers doorgegeven aan het bevoegd gezag?

Indien men besluit tot deelname aan de stakingsactie stelt men daarvan de directie op de hoogte onder vermelding dat men gevolg geeft aan een oproep van de vakbond. De directie stelt in principe het bevoegd gezag op de hoogte en geeft daarbij aantallen van stakingsdeelnemers en geen namen. Voorgaande acties leerden dat schoolbesturen vervolgens aan de leidinggevende verzoeken om opgave van namen. Indien er sprake is van een 'dienstopdracht' kan zo'n verzoek niet worden geweigerd. Als een leidinggevende zelf aan de actie deelneemt kan hij/zij zich bij het bestuur beroepen op het 'niet weten'. Het behoort tot de regels der zorgvuldigheid om het bevoegd gezag in kennis te stellen van aantallen stakers op de school. Dit in verband met de noodzaak voor het bevoegd gezag opvang voor de leerlingen te regelen.

16.  Moet ik als leidinggevende de namen van de stakers doorgeven?

Zie antwoord op de vorige vraag.

17.  Ik heb een tijdelijke aanstelling. Ik ben vervanger. Mag ik staken?

Stakingsrecht is niet gebonden aan tijdelijke of vaste aanstelling. Toch is het voor een tijdelijk aangestelde verstandig hiermee voorzichtig om te gaan zie ook antwoord op voorgaande vragen
 


18.  Moet ik me laten registreren?

Ja, dat moet en het moet bovendien persoonlijk geschieden op de actiebijeenkomst. De registratie is het bewijs dat men aan de staking deelnam, waardoor men in aanmerking komt voor de uitkering en/of juridische bijstand. Dit betekent dat als men om wat voor reden dan ook niet kan voldoen aan de voorwaarde tot het laten registreren als staker men geacht wordt NIET aan de staking te hebben deelgenomen!

19.  Kan ik de registratie ook schriftelijk toesturen of kan iemand namens mij registreren?


Nee (zie voor verdere beantwoording de voorgaande vraag).

20. Mijn werkgever wil aan de vakbondseisen tegemoetkomen, wat nu?

Uw werkgever is lid van de MBO Raad en in een protocol is geregeld dat alleen daarmee de cao wordt afgesloten. Sommige werkgevers realiseren zich pas bij massale weerstand onder hun eigen personeel met welke inzet van werkgeverszijde zij bewust of onbewust akkoord zijn gegaan. Uw werkgever had de MBO Raad met een ander mandaat op pad moet sturen, maar alleen een akkoord met de MBO Raad kan een staking vermijden. Wel kunt u uw werkgever aanraden om bij de MBO Raad duidelijk te maken dat de werkgevers een andere opstelling moeten kiezen. 
 

Verschillende colleges van bestuur in het mbo vragen personeel dat wil staken op 15 mei om zich uiterlijk vandaag – donderdag 8 mei -te melden. Onzin, vindt de UNIENFTO. Het stakingsrecht is daar heel duidelijk over: wie wil staken mag dat volgende week nog beslissen.  Na die beslissing moet een staker dat laten weten aan zijn leidinggevende, zodat leerlingen tijdig gewaarschuwd kunnen worden over lesuitval. [lees verder]

Van leden op verschillende roc’s en aoc’s krijgt de UNIENFTO te horen dat de colleges van bestuur eisen dat zij uiterlijk vandaag melden of zij gaan staken. Dat is onzin, vinden we. Werkgevers weten dat er gestaakt kan worden en moeten zelf maatregelen nemen om de gevolgen daarvan op te vangen. Werknemers moeten wel bij hun leidinggevende aangeven of zij gaan staken, maar dat is dus niet al 8 mei.

Wie twijfelt kan zeker tot en met volgende week woensdagochtend besluiten om wel of niet te gaan staken. Om daarna zijn leidinggevende te informeren dat er mogelijk lessen uitvallen.

Ook zijn er werkgevers die het hebben over het ‘inhalen’ van lessen bij bijvoorbeeld  inburgering of contractactiviteiten. In dat geval hebben de werkgevers niet begrepen wat staken betekent, namelijk geen werkzaamheden verrichten. Het is vervolgens aan de werkgever om daarvoor een oplossing te zoeken en hij zal de eventuele extra inzet van mensen moeten betalen.

MBO in actie

De gezamenlijke bonden AOb, CNV Onderwijs, Abvakabo FNV en UNIENFTO / FvOV roepen al hun leden in het mbo op om donderdag 15 mei te staken. In Amsterdam is een actiebijeenkomst. Wij horen graag of je komt, zodat we in de voorbereiding rekening kunnen houden met de te verwachten aantallen deelnemers. Geef je op door een mail met de tekst:.

Ja, ik ga staken!

 

Voor de algemene stakingsflyer, KLIK HIER........... Print hem uit en geef hem aan uw collega's !

De Algemene Onderwijsbond, Abvakabo FNV, CNV Onderwijs en UNIENFTO / FvOv roepen al hun leden in het mbo op om 15 mei a.s. het werk de gehele dag neer te leggen voor een landelijke staking in Amsterdam. De actie wordt doorgezet nu de MBO Raad ook na vier regionale acties weigert om samen met de bonden de oplopende werkdruk in de sector te bestrijden.

Ook in het mbo valt of staat het succes van een opleiding met goede docenten. De mensen voor de klas willen graag, maar ze krijgen van hun werkgevers de kans niet’, zegt José Muijres, leider van de vakbondsdelegatie die maanden met de werkgeverskoepel MBO Raad onderhandelde over een nieuwe cao. 'Docenten krijgen onvoldoende ruimte voor hun werk. Onderwijspersoneel wil meer tijd om lessen voor te bereiden, maar die tijd krijgt men niet. Werkgevers moeten ons daarin tegemoetkomen. Maar kennelijk hebben die liever docenten onder hoogspanning, omdat ze de werklast nauwelijks kunnen dragen.

De MBO Raad toont zich op meer dossiers halsstarrig. Zo wordt geweigerd meer verantwoordelijkheid aan het personeel te laten. ‘In het onderwijs werken vakmensen. Werkgevers doen er goed aan die op waarde te schatten: geef een docent de ruimte zijn werk meer naar eigen inzicht te doen. Iemand die zich inzet om studenten bijvoorbeeld goed te leren lassen, heeft meer verstand van zijn werk dan de bestuurder die hem op de huid zit met evaluatieformulieren. Die worden ervaren als een blijk van wantrouwen.

De bonden worden door de werkgevers afgescheept met het verhaal dat ze meer ruimte aan de docent moeten laten. Muijres: ‘In de praktijk betekent dit dat een leraar of ondersteuner met zo min mogelijk randvoorwaarden over zijn werklast mag onderhandelen. Zeker in het mbo gaat dat niet werken, omdat juist daar de werkgevers grossieren in foute beslissingen. Bijna jaarlijks moeten we er aan de bak voor sociale plannen. Ieder jaar blijkt ook weer uit het jaarverslag van de Onderwijsinspectie dat de kwaliteit onder druk staat. De MBO Raad heeft dat tij niet kunnen keren. De bonden hebben voorstellen die wel helpen, maar dan is er een landelijk raamwerk nodig waarop iedereen kan terugvallen. Dat raamwerk is een goede cao.

Het mbo kan wat dat betreft een voorbeeld nemen aan het voortgezet onderwijs, waar de onderhandelaars de afgelopen week wel een akkoord bereikten voor een nieuwe cao. Muijres: ‘Mét werkdrukverlaging, mét meer ruimte voor ontplooiing van personeel, mét een salarisverhoging en mét een structureel alternatief voor de bapo-regeling. Die afspraken lijken me voor de MBO Raad toch aanleiding om zich eens achter de oren te krabben. Want zo onrealistisch zijn wij bonden blijkbaar niet. Het vo kent vergelijkbare problemen en daar bleek wel een compromis mogelijk. De vier estafettestakingen hadden een wake-up call moeten zijn. Nu de MBO Raad verder slaapt, wordt het tijd voor een nog steviger signaal: een landelijke staking van een hele dag. Uit het hele land zullen mensen naar Amsterdam komen om een signaal af te geven: het mbo, dat zijn wij!’ 

De Algemene Onderwijsbond, Abvakabo FNV, CNV Onderwijs en UNIENFTO / FvOv roepen al hun leden in het mbo op om 15 mei a.s. het werk de gehele dag neer te leggen voor een landelijke staking in Amsterdam. De actie wordt doorgezet nu de MBO Raad ook na vier regionale acties weigert om samen met de bonden de oplopende werkdruk in de sector te bestrijden.

Ook in het mbo valt of staat het succes van een opleiding met goede docenten. De mensen voor de klas willen graag, maar ze krijgen van hun werkgevers de kans niet’, zegt José Muijres, leider van de vakbondsdelegatie die maanden met de werkgeverskoepel MBO Raad onderhandelde over een nieuwe cao. 'Docenten krijgen onvoldoende ruimte voor hun werk. Onderwijspersoneel wil meer tijd om lessen voor te bereiden, maar die tijd krijgt men niet. Werkgevers moeten ons daarin tegemoetkomen. Maar kennelijk hebben die liever docenten onder hoogspanning, omdat ze de werklast nauwelijks kunnen dragen.

De MBO Raad toont zich op meer dossiers halsstarrig. Zo wordt geweigerd meer verantwoordelijkheid aan het personeel te laten. ‘In het onderwijs werken vakmensen. Werkgevers doen er goed aan die op waarde te schatten: geef een docent de ruimte zijn werk meer naar eigen inzicht te doen. Iemand die zich inzet om studenten bijvoorbeeld goed te leren lassen, heeft meer verstand van zijn werk dan de bestuurder die hem op de huid zit met evaluatieformulieren. Die worden ervaren als een blijk van wantrouwen.

De bonden worden door de werkgevers afgescheept met het verhaal dat ze meer ruimte aan de docent moeten laten. Muijres: ‘In de praktijk betekent dit dat een leraar of ondersteuner met zo min mogelijk randvoorwaarden over zijn werklast mag onderhandelen. Zeker in het mbo gaat dat niet werken, omdat juist daar de werkgevers grossieren in foute beslissingen. Bijna jaarlijks moeten we er aan de bak voor sociale plannen. Ieder jaar blijkt ook weer uit het jaarverslag van de Onderwijsinspectie dat de kwaliteit onder druk staat. De MBO Raad heeft dat tij niet kunnen keren. De bonden hebben voorstellen die wel helpen, maar dan is er een landelijk raamwerk nodig waarop iedereen kan terugvallen. Dat raamwerk is een goede cao.

Het mbo kan wat dat betreft een voorbeeld nemen aan het voortgezet onderwijs, waar de onderhandelaars de afgelopen week wel een akkoord bereikten voor een nieuwe cao. Muijres: ‘Mét werkdrukverlaging, mét meer ruimte voor ontplooiing van personeel, mét een salarisverhoging en mét een structureel alternatief voor de bapo-regeling. Die afspraken lijken me voor de MBO Raad toch aanleiding om zich eens achter de oren te krabben. Want zo onrealistisch zijn wij bonden blijkbaar niet. Het vo kent vergelijkbare problemen en daar bleek wel een compromis mogelijk. De vier estafettestakingen hadden een wake-up call moeten zijn. Nu de MBO Raad verder slaapt, wordt het tijd voor een nog steviger signaal: een landelijke staking van een hele dag. Uit het hele land zullen mensen naar Amsterdam komen om een signaal af te geven: het mbo, dat zijn wij!’ 

Bij de vierde estafettestaking in het mbo in Ahoy te Rotterdam waren op 15 april jl. ongeveer 500 mbo-werknemers aanwezig. Tijdens de manifestatie in Ahoy Rotterdam lieten personeelsleden van ROC Leiden, ROC Zadkine, Albeda College, ID-College, Da Vinci College en ROC Mondriaan hun stem horen. Ze willen met name goede afspraken over de werkdruk, een seniorenregeling, flexcontracten en een loonsverhoging.

Landelijke staking dreigt op 15 mei

Als de MBO Raad niet snel met betere voorstellen tegemoetkomt aan de eisen van de stakers, dan volgt er een landelijke mbo-staking op 15 mei a.s. te Amsterdam.

Op dinsdag 15 april heeft de FvOv / UNIENFTO gezamenlijk met de andere onderwijsvakbonden een akkoord bereikt met de VO-raad over een nieuwe CAO-VO. Dit is niet zonder slag of stoot gegaan, de onderhandelingen hebben al met al een klein half jaar geduurd en waren zeer lastig. De nieuwe cao loopt van 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2015.

Er zijn afspraken gemaakt over een loonsverhoging in twee stappen, levensfasebewust personeelsbeleid (waaronder een nieuwe regeling voor seniorenbeleid) en werkdruk, professionalisering en het entreerecht. ‘Het was een lastig traject, waarin we getracht hebben voor alle personeelsleden, jong en oud, zittend en nieuw, OP en OOP verbeteringen te realiseren,’ aldus voorzitter/onderhandelaar van de FvOv Jilles Veenstra. ‘Door het thema levensfasebewust personeelsbeleid/seniorenregeling te koppelen aan het thema werkdruk is er op deze gevoelige dossiers een evenwichtig resultaat bereikt. Als onderhandelaars leggen we dit resultaat met een positief advies aan de achterban voor.’

Een overzicht van de afspraken:

Loonontwikkeling
Met ingang 1 augustus 2014 komt er een eerste loonsverhoging van 1,2%, gevolgd door een tweede  per 1 januari 2015 met de volledige inzet van de loonruimte voor 2015. De verhoging per 1 augustus 2014 is een voorschot op de ruimte die in 2015 ontstaat op basis van het referentiemodel. Dit model koppelt de loonontwikkeling in de publieke sector aan die in de marktsector. Hiermee komt een aarzelend einde aan de jarenlange nullijn voor het onderwijs als gevolg van de crisis.

Levensfasebewust personeelsbeleid en werkdruk
Al eerder was overeengekomen dat de BAPO-regeling omgebouwd zou worden naar een regeling levensfasebewust personeelsbeleid. Met het afschaffen van de oude BAPO-regeling komt om te beginnen voor alle werknemers een persoonlijk budget van 50 uur beschikbaar. Dit budget kan op basis van de eigen voorkeuren ingezet worden voor studieverlof, ouderschapsverlof of zorgverlof. Het OP kan de 50 uur daarnaast inzetten om de lestaak met een lesuur van 50 minuten te verminderen en de vrijkomende tijd toevoegen aan de voorbereiding van de lessen. 
Voor de startende docenten is overeengekomen dat in aanvulling op een lestaakreductie in het eerste jaar ook het tweede jaar nog een lestaakreductie van 10% geldt.

De nieuwe Seniorenregeling 
Alle werknemers vanaf 57 jaar hebben in de nieuwe regeling recht op een budget van 120 uur boven op het persoonlijke budget van 50 uur. De eigen bijdrage voor deze 170 uur bedraagt 35%. Voor OP en OOP met lestaken geldt bovendien dat zij er voor kunnen kiezen om bij het opnemen van dit verlof op 4 dagen te worden ingeroosterd. Jaarlijks kan men op 10 dagdelen voor niet lestaken worden opgeroepen op die dag.  Voor werknemers vanaf 52 jaar, die nu nog recht hebben op de BAPO-regeling, is een goede overgangsregeling afgesproken.

Entreerecht
De werkgevers wilden het entreerecht afschaffen voordat het zou ingaan op 1 augustus van dit jaar. Zo vlak voor het moment van intrede was dat voor ons onbespreekbaar. Voor het komende jaar blijft dit recht gehandhaafd en wordt het per 1 augustus 2015 afgeschaft. Een moeilijke keuze maar in het proces van onderhandelingen wat ons betreft verdedigbaar. Het komende jaar zullen we onderzoeken hoe we de in het Convenant LeerKracht geformuleerde ambities ook in de toekomst kunnen waarmaken. 

Investeren in Professionalisering 
Voor de instelling is 10% van de personele lumpsum aangemerkt als scholingsbudget. Voor het OP is een individueel scholingsbudget overeengekomen van minimaal 83 uur. Werknemers gaan zelf over de invulling van dit basisrecht.  Het scholingsbudget voor docenten wordt verhoogd naar 600 euro. 

OOP
Voor het OOP is een basisrecht scholing van 40 uur overeengekomen. Tevens heeft het OOP recht op een persoonlijk scholingsbudget van 500 euro.
Vanaf het komende schooljaar heeft iedere OOP-er jaarlijks recht op een persoonlijk budget van 50 uur. Daarnaast geldt voor hen ook de nieuwe seniorenregeling en een overgangsregeling voor diegenen die nu recht hebben op de BAPO-regeling.

In de komende weken zullende bij de FvOv aangesloten verenigingen dit akkoord voorleggen aan de leden. Daarnaast zullen er volgende week een aantal voorlichtingsbijeenkomsten worden georganiseerd.  Nadere informatie hierover volgt spoedig. ‘ Ik wil graag het gesprek aangaan met de leden om de keuzes zoals we die gemaakt hebben te verantwoorden,’ aldus Jilles Veenstra.

Voor het onderhandelaarsakkoord, KLIK HIER…………..

 

De MBO Raad moet snel werk maken van de eisen die de vakbonden stellen aan een nieuwe cao, omdat de werkgeversorganisatie anders miljoenen weggooit. Minister Bussemaker heeft namelijk 34 miljoen euro extra beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Voorwaarde is wel dat de cao’s voor 1 juni rond zijn. De vakbonden hebben constructieve voorstellen gedaan, maar vanuit de MBO Raad blijft het stil.

De UNIENFTO / FvOv, Algemene Onderwijsbond, Abvakabo FNV en CNV Onderwijs organiseren op dinsdag 15 april de vierde actie in de estafettestaking voor een cao die de hoge werkdruk in het mbo moet beteugelen. De bonden zijn verbaasd over het feit dat de werkgevers niet op de eisen van de bonden willen ingaan. “We kunnen alleen afspraken maken over het aantal uren dat iemand voor de klas staat en dan is het bod van de werkgevers een achteruitgang ten aanzien van de huidige cao. Eigenlijk is het ongelooflijk: mensen die niet weten dat onderwijs veel meer is dan het draaien van een les hebben niets te zoeken in deze sector. We mogen toch hopen dat dit besef bij de MBO Raad aanwezig is?

Voorlopig hebben de werkgevers in het mbo nog geen opening geboden om de gesprekken te hervatten. Maar de tijd dringt. Wil het mbo aanspraak maken op de extra miljoenen van Bussemaker, dan moeten ze toch echt een keer om de tafel. Het zou bizar zijn als de sector deze mogelijkheid laat lopen.

Intussen hebben de bonden alles in het werk gesteld om de actiebijeenkomst in Ahoy Rotterdam tot een succes te maken. Op alle ROC’s in Zuid-Holland is druk geflyerd en men is volop met elkaar in gesprek geweest. Het belang van goed mbo-onderwijs is te groot om de boel op zijn beloop te laten. Dat punt wordt morgen gemaakt: FNV-voorzitter Ton Heerts komt de stakers een hart onder de riem steken. Met name voor het MKB is ons mbo van levensbelang. Wil het bedrijfsleven concurrerend blijven, dan moet de kwaliteit van de aanwas aan jong personeel goed zijn. Dat kan alleen als binnen de instellingen het gevoel van urgentie bestaat waarmee wij als vakbeweging onze eisen hebben geformuleerd.

Mocht de MBO Raad ook na de actie in Rotterdam geen aanleiding zien om aan de cao-eisen van de bonden tegemoet te komen, dan zullen de acties in mei worden hervat. De gezamenlijke bonden treffen inmiddels voorbereidingen voor een landelijke stakingsdag in Amsterdam op 15 mei a.s.

De actiemanifestatie vindt plaats in Ahoy Rotterdam. De inloop voor de bijeenkomst begint om 13.00 uur. Om 14.00 uur gaat het programma van start. Vertegenwoordigers van de regionale pers kunnen zich ook wenden tot Hans Patist, actiecoördinator van de gezamenlijke bonden: 06-23367271

De MBO Raad moet snel werk maken van de eisen die de vakbonden stellen aan een nieuwe cao, omdat de werkgeversorganisatie anders miljoenen weggooit. Minister Bussemaker heeft namelijk 34 miljoen euro extra beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Voorwaarde is wel dat de cao’s voor 1 juni rond zijn. De vakbonden hebben constructieve voorstellen gedaan, maar vanuit de MBO Raad blijft het stil.

De UNIENFTO / FvOv, Algemene Onderwijsbond, Abvakabo FNV en CNV Onderwijs organiseren op dinsdag 15 april de vierde actie in de estafettestaking voor een cao die de hoge werkdruk in het mbo moet beteugelen. De bonden zijn verbaasd over het feit dat de werkgevers niet op de eisen van de bonden willen ingaan. “We kunnen alleen afspraken maken over het aantal uren dat iemand voor de klas staat en dan is het bod van de werkgevers een achteruitgang ten aanzien van de huidige cao. Eigenlijk is het ongelooflijk: mensen die niet weten dat onderwijs veel meer is dan het draaien van een les hebben niets te zoeken in deze sector. We mogen toch hopen dat dit besef bij de MBO Raad aanwezig is?

Voorlopig hebben de werkgevers in het mbo nog geen opening geboden om de gesprekken te hervatten. Maar de tijd dringt. Wil het mbo aanspraak maken op de extra miljoenen van Bussemaker, dan moeten ze toch echt een keer om de tafel. Het zou bizar zijn als de sector deze mogelijkheid laat lopen.

Intussen hebben de bonden alles in het werk gesteld om de actiebijeenkomst in Ahoy Rotterdam tot een succes te maken. Op alle ROC’s in Zuid-Holland is druk geflyerd en men is volop met elkaar in gesprek geweest. Het belang van goed mbo-onderwijs is te groot om de boel op zijn beloop te laten. Dat punt wordt morgen gemaakt: FNV-voorzitter Ton Heerts komt de stakers een hart onder de riem steken. Met name voor het MKB is ons mbo van levensbelang. Wil het bedrijfsleven concurrerend blijven, dan moet de kwaliteit van de aanwas aan jong personeel goed zijn. Dat kan alleen als binnen de instellingen het gevoel van urgentie bestaat waarmee wij als vakbeweging onze eisen hebben geformuleerd.

Mocht de MBO Raad ook na de actie in Rotterdam geen aanleiding zien om aan de cao-eisen van de bonden tegemoet te komen, dan zullen de acties in mei worden hervat. De gezamenlijke bonden treffen inmiddels voorbereidingen voor een landelijke stakingsdag in Amsterdam op 15 mei a.s.

De actiemanifestatie vindt plaats in Ahoy Rotterdam. De inloop voor de bijeenkomst begint om 13.00 uur. Om 14.00 uur gaat het programma van start. Vertegenwoordigers van de regionale pers kunnen zich ook wenden tot Hans Patist, actiecoördinator van de gezamenlijke bonden: 06-23367271

De CMHF heeft vier van de 32 zetels bemachtigd in het Verantwoordingsorgaan van pensioenfonds ABP. Tussen 11 en 28 maart konden alle CMHF-leden stemmen op hun favoriete kandidaat voor het Verantwoordingsorgaan van het ABP. Naast lijstrekker Paul Müller (sector politie/VMHP), zullen ook Hans Couzy (sector defensie/GOV|MHB) en Pauline Tets (sector onderwijs/VAWO) als pensioengerechtigden zitting gaan nemen. Namens de actieven zal Jacqueline van Langeraad (sector onderwijs/UNIENFTO) plaats nemen in het nieuwe Verantwoordingsorgaan. De CMHF-fractie is zeer tevreden met dit resultaat. “Daar waar anderen zetels in moesten leveren, boeken wij een zetel winst”, aldus Jacqueline van Langeraad.

    Jacqueline van Langeraad

Het Verantwoordingsorgaan bestaat uit 48 personen: 19 namens de actieve deelnemers, 13 namens de pensioengerechtigden en 16 namens de werkgevers. VSO (sectorwerkgevers overheid) en WENb (Werkgeversvereniging Energie- en Nutsbedrijven) benoemen de  werkgeversleden in het Verantwoordingsorgaan. De CMHF-fractie krijgt één zetel namens de actieven en drie zetels bij de pensioengerechtigden.

Van de ruim 1,8 miljoen stemgerechtigden brachten afgelopen maand ruim 84.500 actieven en pensioengerechtigde deelnemers een stem uit bij de verkiezingen voor het nieuwe Verantwoordingsorgaan van ABP. Dat is een opkomstpercentage van bijna 5%.

Het Verantwoordingsorgaan is een medezeggenschapsorgaan: het adviseert bij belangrijke bestuursbesluiten, beoordeelt jaarlijks het bestuur en draagt kandidaten voor het lidmaatschap van de Raad van Toezicht voor wanneer daar een vacature ontstaat. De pensioengerechtigdengeleding van het Verantwoordingsorgaan mag daarnaast drie kandidaten voordragen voor benoeming in het ABP-bestuur. De overige negen bestuursleden worden voorgedragen door de vakcentrales en VSO.

Het nieuwe Verantwoordingsorgaan start op 1 juli met zijn werkzaamheden. Op dat moment verdwijnen de ‘oude’ medezeggenschapsorganen van ABP. De huidige CMHF-fractie zal dan afscheid nemen van Winfried Treu en Martin Weusthuis, die beiden niet verkiesbaar waren. Jacqueline van Langeraad zal doorgaan in het nieuwe Verantwoordingsorgaan.

Om hun ongenoegen te uiten over de gang van zaken op de ROC’s en AOC’s en de cao-onderhandelaars een hart onder de riem te steken kwamen zo’n 400 mbo-personeelsleden op 8 april 2014 naar Het Forum in Roermond. Jan van den Dries, cao-onderhandelaar namens de UNIENFTO / FvOv en voorzitter van de UNIENFTO sprak de aanwezigen toe en kreeg veel instemmende reacties op zijn woorden.

Hij benadrukte dat dit cao-conflict met name te maken heeft met respect en vertrouwen. Beide eigenschappen ontbreken vooralsnog bij de werkgevers. Hij sprak desondanks de hoop uit dat er snel een goede CAO MBO komt, zodat de werkers in het MBO alsnog de waardering krijgen die zij verdienen, simpelweg omdat zij zich dag in, dag uit inzetten voor goed beroepsonderwijs. Hieronder zijn toespraak.

Beste mensen, geweldig dat jullie met zoveel stakers naar Roermond gekomen zijn. 

Een bekende band hier uit de buurt zingt "het is een kwestie van geduld tot heel Holland Limburgs lult". Als variant daarop zou ik willen zeggen: "het is een kwestie van geduld tot heel Limburg ACTIE brult"!

Jullie hebben heel goed begrepen dat actie NU nodig is omdat het er NU op aankomt. We moeten NU de werkgevers tot de orde roepen en hun duidelijk maken: TOT HIER EN NIET VERDER!

Dat is nodig, ja hard nodig! De vrijheid van de docent, de professionele ruimte is in het geding. De werkdruk neemt alsmaar toe: steeds meer werk krijgt u erbij en er gaat zelden iets af! Focus op Vakmanschap werpt zijn schaduw vooruit en vraagt veel van mensen op de werkvloer: van docenten en van ondersteuners.

En uw werkgevers onderschatten dat. Uw directeuren ontkennen dat de werkdruk op de werkvloer steeds meer toeneemt. Dat blijkt ook overduidelijk uit de inzet van de MBO Raad. De voorzitter van die MBO Raad, Jan van Zijl, snapt blijkbaar ook absoluut niet waar wij een probleem van maken. Ik citeer hem uit de Volkskrant van 2 april jl.: "De vakbondseisen over taakbelasting gaan mij te ver. Die 800 uur die de bonden voor onderwijsactiviteiten willen afspreken is veel te weinig; het is maar de helft van de 1600 uur waarvoor de mensen worden betaald!" 

Mijnheer Van Zijl weet dus blijkbaar niet dat leraren nog zoveel meer doen dan lesgeven, leerlingen begeleiden en stagebezoeken afleggen. Moeten jullie ook niet voorbereiden, corrigeren, examens afnemen, vergaderen en niet te vergeten: bijscholen? Het is triest te moeten constateren dat de voorzitter van de MBO Raad niet begrijpt waardoor de problematiek op de werkvloer veroorzaakt wordt.

Het gaat in dit cao-conflict met name ook om RESPECT en VERTROUWEN. Aan respect voor de professional ontbreekt het bij de werkgevers ten enenmale. Want als je respect hebt voor de professional dan gun je hem zijn professionele ruimte. Bovendien waag je het dan niet om hem na vijf jaar nullijn 0,42% loonsverhoging te bieden. Dat is GEEN RESPECT, maar MINACHTING!

VERTROUWEN in hun werknemers hebben de werkgevers ook niet, want ze zijn te bang om de professional de vrijheid te geven die hij nodig heeft.

Daarom voeren we actie! En we laten ons niet weerhouden. Ook niet door directeuren die op scholen, ook hier in Limburg, een angstcultuur laten ontstaan en mensen onder druk zetten om toch vooral maar niet te gaan staken.

Het is NU of NOOIT en dat hebben jullie goed begrepen.

Respect en vertrouwen daar gaat het vooral om in deze staking!

Ik hoop oprecht dat er snel alsnog een goede CAO MBO komt, zodat jullie de waardering en de ruimte krijgen die je toekomt!

Ik dank jullie wel!

Na de toespraken werden op het podium de eisen van de vakbonden overhandigd aan vier vertegenwoordigers van de werkgevers: AOC Citaverde, Arcus College, ROC Leeuwenborgh en Gilde Opleidingen; dit alles in de hoop dat zij die weer overbrengen aan en bespreekbaar maken bij de MBO Raad.

Op 15 april strijkt de stakerskaravaan neer in AHOY te Rotterdam!

MHP, de vakcentrale voor Middengroepen en Hoger Personeel waartoe de UNIENFTO behoort via de CMHF, wordt Vakcentrale voor Professionals (VcP). Tijdens de eerste Algemene Vergadering van de Vakcentrale voor Professionals op 3 april 2014 zijn Gerrit van de Kamp en Reginald Visser benoemd als duovoorzitters. Oud-duovoorzitter Bob van der Wal is benoemd als vicevoorzitter. De aangesloten verenigingen richten zich als belangenbehartiger op ‘het vak’ en ‘de professie’. De professional, georganiseerd rond bedrijf en beroep, staat daarom centraal.

De Vakcentrale voor Professionals richt zich op het behartigen van de gezamenlijke (sector-overstijgende) belangen van de leden van aangesloten werknemersverenigingen uit het bedrijfsleven en bij de overheid. “Wij willen terug naar waar het echt om gaat, elkaar versterken, maar met de vrijheid om de belangen van de eigen sector en leden optimaal te behartigen. Voor ons staan daarbij het vak en de professionaliteit van medewerkers centraal”, aldus duovoorzitter Gerrit van de Kamp.

Krachtige en vernieuwde vakcentrale

Om samen een krachtige en vernieuwde vakcentrale te vormen, is het cruciaal dat de 50 aangesloten vakverenigingen in hun sector, branche of beroepsgroep een stevige positie hebben en herkenbaar, zichtbaar en aansprekend zijn. De Vakcentrale voor Professionals geeft de aangesloten verenigingen de ruimte om zelfstandig, met en voor leden, handen en voeten te geven aan het vakbondswerk. Van arbeidsvoorwaarden en het handhaven van de rechtspositie tot het vakmanschap en de professionaliteit van de individuele werknemer”, aldus duovoorzitter Reginald Visser.

Gezamenlijk belang

Professionals georganiseerd rond bedrijf en beroep vind je overal: van het onderwijs tot in de zorg, van multinationals tot bij de politie, van piloot tot ambtenaar. Kenmerk van de nieuwe vakcentrale is dat de aangesloten verenigingen samenwerken vanuit een gezamenlijk belang. Denk aan overleg binnen de Stichting van de Arbeid (StvdA) en de Sociaal Economische Raad (SER). De vakcentrale zal zonodig ook een krachtig, gemeenschappelijk signaal afgeven aan de samenleving, regering en parlement om op te komen voor de belangen van leden. Binnen hun eigen domein hebben en houden de aangesloten organisaties hun eigen identiteit, zelfstandige positie en verantwoordelijkheid richting hun leden.

Focus op leden

De Vakcentrale voor Professionals legt, als het gaat om besluitvorming en het democratisch proces binnen de vakcentrale, de nadruk op te ontwikkelen platforms. Deze platforms geven de mogelijkheid om snel en effectief te achterhalen wat de mening is van leden op uiteenlopende onderwerpen en thema’s.

Op woensdag 28 mei geeft de Vakcentrale voor Professionals een aftrap met een symposium.

A.s. dinsdag 8 april staakt het mbo in Limburg. Op de ROC’s Arcus, Leeuwenborgh, Gilde Opleidingen en op het AOC Citaverde is het personeel opgeroepen dinsdagmiddag 8 april het werk neer te leggen om af te reizen naar de actiemanifestatie in Het Forum te Roermond. Limburg is de derde stop in de estafettestaking van de UNIENFTO /FvOv, Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs en Abvakabo FNV. Doel van de acties: een CAO MBO die leidt tot beter beroepsonderwijs. 'Docenten willen kwaliteit leveren, maar omdat bestuurders in het mbo ze geen tijd gunnen hun werk goed te doen staat die ambitie onder druk,' aldus woordvoerders van de bonden.

Afgelopen maandag werd in Roermond de eerste opwarmbijeenkomst gehouden. Net als in Groningen, Arnhem en Nijmegen hoorden de bonden ook hier het bekende verhaal: studenten en personeel zijn ondergeschikt gemaakt aan bijzaken. Mooie gebouwen zijn in het mbo vaak belangrijker dan goed onderwijs. Dat is natuurlijk bizar, want als we willen dat het opleidingsaanbod in het mbo de motor blijft van het bedrijfsleven in de regio, dan moeten goede lessen voorop staan!

De afgelopen maanden onderhandelden de bonden tevergeefs met de MBO Raad, de werkgeversorganisatie van de ROC's. 'Wij hebben goede plannen aan ze voorgelegd. Daarin wordt geregeld dat onderwijspersoneel de tijd krijgt om lessen voor te bereiden en om vakkennis bij te houden,' aldus de bonden. 'Verder vinden we dat docenten meer zeggenschap moet krijgen om hun eigen lesmethoden te kiezen. Mbo-bestuurders roepen dat ze ruimte willen voor de professional, maar in de praktijk geven ze die niet. Veel docenten die wij spreken, beklagen zich over het georganiseerde wantrouwen: via bureaucratische evaluatieformulieren wordt tot achter de komma bijgehouden hoe mensen hun les verzorgen. Op die manier help je studenten niet verder.'

De bonden zijn bezorgd over de situatie aan de Limburgse instellingen. Daarom werden in de week na de geslaagde actie in Arnhem en Nijmegen veel vestigingen bezocht van de Limburgse ROC’s en van het AOC waar op 8 april wordt gestaakt. De bonden ondervonden veel steun voor hun acties, maar ook angst om te gaan staken. Jan van den Dries, actieleider van de UNIENFTO /FvOv: “je merkt helaas dat op veel scholen nog een angstcultuur heerst die je in de 21e eeuw niet zou verwachten! Het is onbegrijpelijk dat sommige schoolbestuurders hun personeel nog op Middeleeuwse wijze tegemoet treden, terwijl ze wel hun mond vol hebben over professionals, professionele ruimte en kwaliteit van het onderwijs. Maar door hun gedrag komt die kwaliteit wel erg onder druk te staan. Studenten erkennen dat ook,want  de acties hebben de steun van hun belangenorganisatie JOB.”

Op het niveau van het samenwerkingsverband moet tripartiet overleg worden gevoerd over de personele gevolgen van passend onderwijs. Dit zijn de PO-Raad, VO-raad, vakorganisaties en het ministerie van OCW overeengekomen in de tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs. Maar wanneer en met wie voert u dit overleg? Alle samenwerkingsverbanden ontvangen hierover digitaal informatie die de sector-, vakorganisaties en het ministerie van OCW gezamenlijk hebben opgesteld. Voor downloads van deze informatie:

In gesprek met werkgevers en vakorganisaties
De samenwerkingsverbanden ontvangen een brief, een stroomschema met tekstuele uitleg en enkele veelgestelde vragen en antwoorden. De sectororganisaties, vakorganisaties en OCW vragen de samenwerkingsverbanden – voor zover ze dat niet al hebben gedaan – om in hun regio in gesprek te gaan met betrokken werkgevers en vakorganisaties over de personele gevolgen.

•    Download de brief aan de samenwerkingsverbanden

•    Download het stroomschema en de toelichting op het stroomschema

•    Bekijk de veelgestelde vragen en antwoorden

•    Download het tripartiet akkoord en de 3 bijlagen

•    Procestekeningen: Wie is aan zet? Tijdsbestek en Ambulant begeleiders

 

Graag nodigen we je uit voor de bijeenkomst ‘Lessen uit Nieuw-Zeeland – opbrengsten van de International Summit on the Teaching Profession’ op donderdag 17 april van 20 tot 22 uur in De Balie in Amsterdam. Tijdens deze bijeenkomst bespreken we samen met de vier Leraren van het Jaar 2013, de minister en andere afgezanten de opbrengsten van de ISTP2014.

De ISTP vond afgelopen week plaats in Nieuw-Zeeland. De Leraren van het Jaar 2013, Sara Albone, Rijan van Geene, Jan Willem van den Bos en Tingue Klapwijk,  hebben de ISTP bezocht. Zij delen hun bevindingen en observaties met leraren op verschillende manieren: via persoonlijke blogs op de site van de Onderwijscoöperatie, via bezoeken aan scholen en bijeenkomsten waarbij leraren aanwezig zijn, via een workshop op het Lerarencongres van 8 oktober en via de Baliesessie op 17 april. Doel van deze sessie is niet alleen vertellen maar ook inhoudelijk met elkaar bespreken hoe we met elkaar een concreet gevolg kunnen geven aan de ISTP2014: hoe kun je als leraar omgaan met ISTP-bevindingen op school in de dagelijkse lespraktijk?

De ISTP is een gezamenlijke inspanning van overheden, vakbonden en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De ISTP is gericht op een open en vrije discussie over succesvol beleid, kansen en uitdagingen binnen het onderwijs en de rol van leraren daarin.

De summit stond dit jaar in het teken van gelijke kansen, excellentie en passend onderwijs.

Naast de vier Leraren van het Jaar zal ook minister Bussemaker haar ervaringen delen en bespreken met de aanwezige leraren. Joost Kentson, voorzitter van de Onderwijscoöperatie, zal de bijeenkomst presenteren.

De toegang is gratis. Wil je je wel via het aanmeldingsformulier aanmelden? Als je leraren in je omgeving kent voor wie deze sessie ook interessant is, attendeer hen dan op het aanmeldingsformulier. Ook zij zijn van harte welkom. Als je je hebt aangemeld, krijg je een bevestigingsmail. Wil je deze geprint meenemen naar de bijeenkomst?

Om hun ongenoegen te uiten en de cao-onderhandelaars een hart onder de riem te steken kwamen ruim 500 mbo-personeelsleden op 1 april 2014 naar Arnhem. Jilles Veenstra, voorzitter van de FvOv, sprak mede namens de UNIENFTO de aanwezigen toe en kreeg veel instemmende reacties op zijn woorden.

Namens de leden van de UNIENFTO en overige bij de Federatie van Onderwijsvakorganisaties aangesloten 11 verenigingen eiste hij de zeggenschap over het Onderwijs op van de MBO-raad!

“Te vaak worden de onderwijstaken en methodes over het personeel uitgestort zonder dat ze daar zelf invloed op kunnen uitoefenen.

We vragen dit mede namens de staatssecretaris van onderwijs die stelt dat de onderwijsgevenden van cruciaal belang zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Te lang zijn jullie genegeerd door de werkgevers, werkgevers let op het personeel is geen kostenpost maar het kapitaal van de instellingen. Jullie als leraren en ondersteuners zijn van doorslaggevend van belang voor het slagen van de leerlingen in onze complexe samenleving!

Jullie willen goed onderwijs leveren en dat lukt onder de huidige omstandigheden niet of met grote moeite. Te veel contacturen, lessen en andere contactmomenten, te weinig tijd voor een goede voorbereiding en correctie, en zeker niet in de laatste plaats weinig tot geen mogelijkheden voor professionalisering! Niet Minder tijd voor meer taken maar Meer tijd voor minder taken!

Laatst sprak ik een docent van 63 die ondanks dat hij BAPO en voor 1/10 deeltijdpensioen opgenomen had 32 contacturen moest geven. En ook nog eens in 2 vakken moest lesgeven die hij tot nu toe nooit had gegeven. Hij vroeg zich af of dit normaal was! Ik denk te weten wat jullie antwoord daar op is: nou? En is dit een uitzondering, vraag het onze juristen, zeer zeker niet!

De praktijk laat zien dat de sector toe is aan een in de cao opgenomen maximum aantal contacturen met een minimum opslag voor de voorbereiding en correctie. Daarnaast verdienen de oudere docenten ook in de toekomst een fatsoenlijke cao-ouderenregeling naast een verlaging van de werkdruk voor alle personeelsleden. Regelingen die opgenomen moeten worden in de cao!!

Werkgevers stop met de bezuinigingen op personeel, stop met het creëren van een tweedeling op de werkvloer door grote flexibele schillen! Ik zei het al eerder, het personeel is het kapitaal van de instelling! Investeer hierin!

Na 5 jaar vruchteloos cao-overleg willen we een cao met waarborgen voor wat betreft de werkdruk en de zeggenschap van het personeel hierover. En ja we eisen ook een loonsverhoging. Na jaren van nullijn is nu de tijd aangebroken om ook hierin in te investeren. Voor het zittende en het toekomstig personeel. Kortom: MBO-raad kom over de brug!!”, aldus Jilles Veenstra.

Personeel ROC’s Rijn IJssel en Nijmegen voelt zich geïntimideerd

De werkgevers van ROC Rijn IJssel en ROC Nijmegen hebben hun personeel gevraagd uiterlijk om 10.00 uur vandaag door te geven dat ze staken. In de brief wordt ook geschermd met inhoudingen op loon. Het is het gebruikelijke geronk aan de vooravond van een staking, maar personeel voelt zich er wel door geïntimideerd. Dat zegt wat over de sfeer op deze instellingen. Mensen die willen staken, hebben gewoon dat recht. De werkgevers kunnen ook niet doen of ze verrast zijn: beide instellingen hebben vorige week al een aanzegging gehad. Netjes op tijd dus.

Op de ROC’s Rijn IJssel en Nijmegen wordt morgen gestaakt om goede afspraken in de cao af te dwingen. De actie is onderdeel van een estafettestaking van de FvOv / UNIENFTO, de AOb, AbvakaboFNV en CNV Onderwijs. Vorige week werd het werk neergelegd op het Noorderpoort College in Groningen. In het mbo ontbreekt het volgens de bonden aan tijd om de les goed voor te bereiden en zien we steeds grotere klassen. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit.

Redelijke eisen

Half maart liet de werkgeversorganisatie MBO Raad een ultimatum van de bonden verlopen waarin eisen werden gesteld aan de kwaliteit van het werk in het mbo. De bonden stellen hele redelijke voorwaarden aan een nieuwe cao. Centrale afspraken om de toenemende werkdruk te beteugelen zijn keihard nodig. Mensen moeten daarnaast de ruimte kunnen claimen zich te ontwikkelen. Verder moet je in het mbo les kunnen geven zonder dat de werkgever je steeds met eindeloze evaluatieformulieren in de nek hijgt. Deze eisen zijn ook goed voor de studenten: die krijgen gemotiveerde en beter voorbereide mensen voor de klas.

De MBO Raad weigert echter zaken te doen en laat weten ‘principiële bezwaren te hebben’ tegen de eisen van de bonden. Dat is vreemd, want werkgevers zouden ook voor het beste onderwijs moeten gaan. Maar voor veel mbo-bestuurders is dat blijkbaar bijzaak.

ROC Nijmegen en ROC Rijn IJssel zijn helaas geen uitzondering op de regel. In het jaarverslag 2012 van ROC Nijmegen staat te lezen dat er voor 74 fte op het personeelsbestand is bezuinigd, en dat men daar trots op is. Datzelfde jaar boekte de instelling een winst van 6 miljoen euro, maar daalde de tevredenheid onder studenten en personeel. Bij ROC Rijn IJssel werden 66 vaste banen geschrapt en neemt het aantal flexwerkers rap toe.

Afspraken maken

Het is dus de hoogste tijd dat er goede afspraken komen. Op centraal niveau tussen MBO Raad en bonden en binnen de instellingen tussen de Colleges van Bestuur en de Ondernemingsraden. Die moeten instemmingsrecht krijgen op de begroting om ongelukken te voorkomen en de betrokkenheid te vergroten.

De staking op ROC Rijn IJssel en ROC Nijmegen begint op 1 april om 13.00 uur ’s middags en duurt tot 16.00 uur. De actiemanifestatie vindt plaats in Luxor Live aan het Willemsplein 10 in Arnhem. De actie wordt ondersteund door JOB, de belangenorganisatie van mbo-studenten, want ook leerlingen zien de kwaliteit teloorgaan als de werkdruk maar blijft toenemen!

JOB is solidair met mbo-personeel

Studenten steunen de mbo-acties, want ze ondervinden zelf de gevolgen van de hoge werkdruk van docenten. “Aan een overspannen leraar heeft niemand iets”, zegt Michiel Steegers, voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB).

De organisatie behartigt de belangen van mbo-studenten en spreekt vandaag haar steun uit voor de stakingen. “Wij zien dat mbo-docenten veel moeten doen in weinig tijd”, zegt Steegers. Hij begrijpt daarom dat de leraren in actie komen.

De dupe

Studenten zijn ook de dupe van leraren die steeds meer taken op hun bordje krijgen. “Wij ontvangen klachten dat docenten slecht bereikbaar zijn en minder tijd hebben om studenten te begeleiden. Vragen stellen is moeilijk, omdat leraren allerlei administratieve zaken moeten afhandelen”, zegt Steegers. “Mbo-leraren moet je niet weghalen bij studenten om de administratie te doen.

Kwaliteit

De kwaliteit van de lessen is een ander punt. “Door de hoge werkdruk kunnen leraren de lessen minder goed voorbereiden”, zegt Steegers. “Ook dat is negatief.”

De JOB-voorzitter hoopt dat door de stakingen het debat op gang komt over de werkdruk. Steegers: “Ze moeten de ruimte krijgen om hun lessen voor te bereiden. Graag wat respect voor onze docenten.”
 


Op 1 april a.s. staat de tweede mbo-staking gepland in Arnhem en Nijmegen. Dan leggen docenten van het ROC Rijn IJssel en het ROC Nijmegen het werk neer.

Op dinsdagmiddag 25 maart is de estafettestaking in het MBO begonnen in de Euroborg in Groningen waar een staking was uitgeroepen op het Noorderpoort College. De gezamenlijke bonden, UNIENFTO / FvOv, AOb, AbvakaboFNV en CNV Onderwijs, hadden de staking georganiseerd, omdat de MBO Raad na maanden van onderhandelen nog altijd de redelijke en gerechtvaardigde cao-eisen van de bonden niet inwilligt. Als dat zo blijft, zullen de komende weken stakingen volgen op scholen in Arnhem/Nijmegen (1 april), Limburg (8 april) en Zuid-Holland (15 april).

Er meldden zich zo’n 250 stakers in de Euroborg en er waren zeer veel sympathie- en adhesiebetuigingen vanuit andere scholen als het Friesland College, het Terra College en het Drenthe College.

Namens de FvOv sprak voorzitter Jilles Veenstra de stakers toe. Hij legde de nadruk op de kwaliteit van het onderwijs die in het mbo meer en meer onder druk komt te staan naarmate de werkdruk toeneemt. Die werkdruk neemt vooral toe doordat docenten en ook ondersteunend personeel er steeds meer taken bij krijgen , terwijl er zelden iets afgaat.

Daarom willen de UNIENFTO / FvOv en de andere bonden afdwingbare afspraken in de cao die overbelasting  en uitval van medewerkers voorkomen. Om dat te bereiken moeten de werkgevers vooral meer vertrouwen krijgen in de zeggenschap van het onderwijspersoneel en dit vertalen in de cao-artikelen.

Investeringen in het personeel zijn broodnodig en dan is er ook nooit sprake van weggegooid geld, wat bijvoorbeeld weleens geldt voor prachtige gebouwen, want het personeelsbestand is immers het kapitaal van de instelling, ook in het MBO!

Nadat het programma met sprekers en muziek ten einde was, togen de meeste stakers naar buiten en boden de lokale onderhandelaars van de vier bonden het eisenpakket aan aan Rob Schuur, voorzitter van het College van Bestuur van het Noorderpoort College.

Vervolgens werd het estafettestokje overgegeven aan de vertegenwoordigers van de bonden in het oosten die op 1 april a.s. een staking organiseren op het ROC Nijmegen en het Arnhemse ROC Rijn IJssel. Plaats van samenkomst is dan: Luxor Live in Arnhem.

 

Als eerste mbo-instelling heeft het personeel van het Noorderpoort College in Groningen van de vakbonden de oproep ontvangen om het werk neer te leggen op dinsdagmiddag 25 maart a.s. Ook studenten zijn inmiddels van informatie voorzien.



Afgelopen donderdag hebben medewerkers van de verschillende bonden geflyerd op de locaties van het Noorderpoort College. Het College van Bestuur van de instelling waarschuwt medewerkers voor de consequenties van een middag staken. Daarbij worden genoemd het inhouden van salaris, vakantiegeld en eindejaarsuitkering.  



De UNIENFTO / FvOv en de andere vakbonden zijn niet onder de indruk, omdat ze willen dat er nu eindelijk eens een goede cao voor de sector komt. Al drie jaar ontbreekt het aan goede afspraken over de inzet die van ondersteuners en onderwijsgevenden kan worden gevraagd. Ook ontbreekt het aan waardering voor de werknemers. Al het overleg aan de cao-tafel heeft niets geholpen. Werkgevers verklaren alle voorstellen van de bonden als onbespreekbaar, onbestaanbaar en ondenkbaar.
Staken is nu de enige optie. We moeten een vuist maken, nu praten niet meer helpt. Alleen zo kunnen we laten zien dat goed beroepsonderwijs een goede cao nodig heeft. 



De stakingsbijeenkomst van de vakbonden vindt plaats op 25 maart in een van de zalen van Stadion Euroborg te Groningen. De zaal gaat open om 13.00 uur. Het programma begint een uur later.


Alle vakbonden, UNIENFTO / FvOv, AOb, CNV Onderwijs en Abvakabo FNV hebben hun leden op mbo-instellingen opgeroepen tot een estafettestaking. Waarom eigenlijk? Hieronder de kern van het conflict. Waar draait het nu allemaal om?

1. Waarom staan bonden en werkgevers tegenover elkaar?

Er wordt veel gepraat over professioneel onderwijspersoneel, maar in de praktijk dwingen veel schoolbesturen hun docenten en ondersteuners om te werken met vaste formats of blauwdrukken. Wij vinden dat de beslissing hoe het onderwijs wordt gegeven bij het team ligt. Professionele vakmensen maken het onderwijs door samen de taken, de aanpak en de begeleiding van leerlingen te verdelen. De werkgevers willen over meer zeggenschap voor het personeel geen afspraken maken.

2. Zeggenschap is één, maar wat zijn de afspraken voor de inzet?

Lessen vormen natuurlijk de kern, maar daar houdt goed onderwijs niet op. Individuele begeleiding van leerlingen, voorbereiding van lessen, nakijkwerk, goede stagebegeleiding, het actueel houden van de inhoud, contact met de beroepspraktijk. Ook daar is allemaal tijd voor nodig. Met de werkgevers valt geen afspraak te maken over teamontwikkeling, scholing of een plafond aan de lessentaak. In het laatste voorstel van de werkgevers wordt wel een urenmaximum genoemd, maar dat is zonder alle bijkomende taken die van een les goed onderwijs maken.

3. Het is toch mooi dat werkgevers nu een lessentaak van 800 uur voorstellen?

Wij waren verbaasd toen werkgevers dat voorstel deden. Dit onderwerp vinden ze namelijk al jaren onbestaanbaar en onbespreekbaar. We waren al snel achter de bedoelingen: die 800 uren zijn alleen voor “frontale, klassikale lessen”. In ons voorstel voor de 800 uur zitten alle contactmomenten, zoals u die in een rooster krijgt: lessen, practica, studiebegeleiding, stagebegeleiding, toetsingsuren, examinering, vervangingsuren, enzovoorts. Die komen er in het werkgeversvoorstel nog eens bovenop.

4.  Wat is precies het voorstel van de bonden voor de inzet per jaar?

Wij vinden dat voor iedereen die bijdraagt aan de uitvoering van het onderwijsprogramma een algemeen kader voor de inzet moet gelden. Dus zowel voor leraren, instructeurs en andere collega's die deze taken uitvoeren. Wij stellen dat het reëel is om 75% van de jaartaak te besteden aan de onderwijstaak. Dan gaat het om 1200 uur. Voor leraren maakt de eerder genoemde 800 uur ingeroosterde tijd deel uit van deze 1200 uur. In ons voorstel resteert er dan 400 uur per jaar voor voorbereiding, correctie, beoordeling van werkstukken, coaching en begeleiding van leerlingen, enz.

Buiten de 1200 uur wordt de rest van de jaartaak gevuld met uren voor het bijhouden van het vak, scholingsactiviteiten in teamverband, het omzetten van kwalificatiedossiers in onderwijsprogramma's en het in teamverband praten over de planning, organisatie, uitvoering en evaluatie van het onderwijsprogramma.

5. Wat wordt er geregeld over de werkbelasting?

De werkbelasting is hoog en dreigt nog hoger te worden, doordat de onderwijstijd naar 1000 uur gaat. Meer onderwijs, maar met dezelfde hoeveelheid handen. Aanleiding om daar iets aan te doen, zou je denken. De minister stelt extra geld beschikbaar, de bonden willen daarom afspraken in de cao maken over verlaging van de werklast. Dit willen wij doen door voor iedereen in de onderwijsuitvoering een algemeen kader af te spreken voor de inzet. Het maken van een onderwijsprogramma, de uitvoering, de coaching van studenten tijdens de studie, de begeleiding van stages, het kost allemaal tijd. We vinden dat het goed moet gebeuren, want we willen kwalitatief uitstekend beroepsonderwijs. Verder vinden wij het actueel houden van de opleiding, de professionalisering van medewerkers en de ontwikkeling van onderwijsteams essentieel. Wij willen de tijd die een onderwijsgevende kwijt is aan de verzorging van het onderwijs en alles wat daar aan voor- en nawerk bijkomt begrenzen.

6. En hoe zit het met de inzetbaarheid van oud en jong?

Willen we komen tot duurzame inzetbaarheid van jonger en ouder personeel, dan moet de werkdruk omlaag. Dat vraagt een grens bij de onderwijstaak en dat is ook mogelijk. Daarnaast stelt het kabinet geld beschikbaar voor kwaliteitsverbetering en professionalisering. Volgens de bonden is er dus ruimte voor werkdrukverlaging. Maar werkgevers misbruiken nu de verhoging van de onderwijstijd van leerlingen en het inkorten van de studieduur om docenten en ondersteunend personeel meer uren te laten maken. Zij eisen bovendien dat de werkdrukverlichting voor ouderen verdwijnt – een regeling die nu maar 70 miljoen van het mbo-budget van 3,5 miljard kost. Een koopje om personeel gezond de leeftijd van 67 jaar in het onderwijs te laten halen. Wat de bonden betreft kan de regeling wel iets anders, maar alleen als tegelijk de werkdruk voor iedereen omlaag gaat. En daar merken we nog niets van.

7. Is er ook een salariseis?

De kwaliteit staat voor de bonden voorop, maar ook geld is na vijf jaar nullijn zeker belangrijk. De bonden eisen 3 procent loonsverhoging. De werkgevers blijven daar ver onder en komen voor 2014 met 1 procent in augustus, dat is op jaarbasis slechts 0,41 procent.

8. Doen de bonden iets aan het toenemende flexwerk?

Veel jongeren krijgen alleen maar een tijdelijke baan, vaak via uitleenconstructies. Veel van dat werk is echter structureel. Desondanks verruilen de werkgevers de ene flexwerknemer na een jaar net zo makkelijk voor de andere. Het vaste personeel moet steeds nieuwe tijdelijke collega’s inwerken. Dat draagt niet bij aan de kwaliteit van het onderwijs. De bonden willen afspraken maken om flex te beperken in het belang van jonge collega’s en van de onderwijskwaliteit, maar de werkgevers willen er niet aan.

9. Wat is de rol van de Ondernemingsraad?

De OR heeft een rol bij de facilitering van onderwijsteams. Weliswaar belangrijk, maar niet doorslaggevend voor deskundige afwegingen bij de onderwijsinhoudelijke keuzes en de pedagogisch-didactische werkwijze. De professional is individueel verantwoordelijk voor zijn kwaliteit en daarop aanspreekbaar. Eigen deskundigheid en vakmanschap wordt ingebracht in een team dat werkt aan hetzelfde onderwijsprogramma. De professionals in dat team gaan met elkaar in gesprek. Vakmensen in het MBO maken samen het beste onderwijs en maken duidelijk wat ervoor nodig is om het te kunnen doen. Eigenaarschap betekent dat ook de OR niet van bovenaf ingrijpt in de onderwijskeuzes van professionals, maar er wel voor zorgt dat het beleid wordt afgestemd op wat teams voor hun werk nodig hebben. Om zelf de werklast te kunnen verdelen, moeten in het team zelf de taken op een realistische wijze worden gewogen. Wij willen wel dat de OR een instemmingsrecht krijgt op de verdeling van de middelen tussen en onderwijs en overige taken, de samenstelling van de onderwijsformatie, het aantal tijdelijke contracten en grote financiële investeringen. Werkgevers willen dat niet met zoveel woorden vastleggen in de cao.

10. Waarover gaat het verschil van mening over de bevoegdheden van de OR?

De tijd en de middelen die nodig zin voor het maken, uitvoeren en bijhouden van het onderwijsprogramma, worden sterk bepaald door het beleid wat het College van Bestuur afspreekt met de Ondernemingsraad. De bonden hebben voorgesteld om dat overleg sterker te gaan sturen. Bij de invoering van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) voor het mbo is door het parlement als voorwaarde gesteld dat de medezeggenschap er niet minder van mocht worden. In een Professioneel Statuut zijn daarom aan de OR extra bevoegdheden toegekend over het meerjarig financieel beleid, het formatiebeleid en het taakbelastingsbeleid. Onder de oude wetgeving waren deze volstrekt helder en daar waar twijfel was, gaven uitspraken van beroepsinstanties de nodige duidelijkheid. MBO-bestuurders vinden echter dat deze begrippen nu in het licht van de WOR moeten worden bezien. Veel ondernemingsraden hebben daardoor nog steeds de discussie met hun bestuurder of ze er een bevoegdheid in hebben, en zo ja welke.

Om hieraan een eind te maken willen wij duidelijke afspraken in de cao over de bevoegdheden van de OR. Met de name de instemming op de verdeling van het geld tussen onderwijsmedewerkers en overige medewerkers, het aantal leraren en de verdeling over de salarisschalen, het aantal onderwijsondersteuners en de omvang van de flexibele formatie vinden wij belangrijk. Dat bepaalt het aantal handen in de klas en de functieniveaus voor de uitvoering van het onderwijs. Ook het taakbelastingsbeleid dat bepalend is voor het kunnen waarmaken van alles wat er van medewerkers wordt gevraagd moet wat ons betreft nader worden gespecificeerd.

In het kader van de Dag van de Leraar wordt ook dit jaar de verkiezing Leraar van het Jaar georganiseerd. Met deze verkiezing wil organisator de Onderwijscoöperatie aandacht vragen voor het vakmanschap van vier individuele leraren én voor de beroepsgroep als geheel. Welke bijzondere of inspirerende leraren verdienen dit jaar deze titel?

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 90

Tot en met vrijdag 11 april kan iedereen zijn of haar favoriete leraar aanmelden voor de verkiezing Leraar van het Jaar 2014 via www.deleraarvanhetjaar.nl.

Naast leraren, schoolleiders, onderwijspersoneel en ondersteunend personeel kunnen natuurlijk ook leerlingen en ouders kandidaten aanmelden. Uit alle aanmeldingen kiest een deskundige jury een winnaar voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs.

Deze vier winnaars zijn een jaar lang ambassadeur voor alle leraren in Nederland. De winnaars maken van alles mee.

Tingue Klapwijk, Leraar van het Jaar 2013 voor het basisonderwijs:
‘Sinds 5 oktober 2013 staat mijn leven in het teken van het ontmoeten van bijzondere personen, het leren kennen van nieuwe mensen, vertellen over hoe geweldig het is om ‘in’ de klas te staan en praten over hoe we het Nederlandse onderwijs nog beter kunnen maken. Het is een kroon op mijn werk. Het heeft mij, maar vooral ook ‘mijn’ kinderen een enorme boost gegeven.‘

Jan Willem van den Bos, Leraar van het Jaar 2013 voor het voorgezet onderwijs:
‘Je doet veel persoonlijke contacten op die waardevol zijn tot in lengte van jaren. En je kunt daadwerkelijk het verschil maken. Om het ambassadeurschap een jaar lang uit te kunnen dragen heeft mij veel voldoening gegeven. Uit dit jaar blijkt nog meer hoe belangrijk het is om samen met je collega’s, docenten en schoolleiding, op te trekken voor het beste onderwijs. Onderwijs dat de leerlingen raakt!’

Sara Albone, Leraar van het Jaar 2013 voor het middelbaar beroepsonderwijs:
‘Waar ik het meest dankbaar voor ben, is het verruimen van mijn onderwijsblik. De kans om van andere onderwijsdisciplines te leren, bekende mensen uit het onderwijs te ontmoeten en me te verdiepen in regelgeving en onderwijsontwikkelingen. Ik had het niet willen missen en het zal een van de meest bijzondere jaren uit mijn leven blijven.’

Rijan van Geene, Leraar van het Jaar 2013 voor het speciaal onderwijs:
‘Ik heb dit jaar onderwijsland van een hele andere kant mogen meemaken. Hele interessante mensen ontmoet, mooie gesprekken gevoerd, mijn stem mogen laten horen, verre reizen gemaakt en…volop mogen praten over het mooiste beroep van de wereld: Leraar in het Speciaal Onderwijs!’

Tingue, Jan Willem, Sara en Rijan geven op zaterdag 4 oktober het stokje door aan vier nieuwe kanjers. Meer informatie over de Dag van de Leraar en de verkiezing? Kijk op www.dagvandeleraar.nl.

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 90

 

Voion trekt het sectorplan voortgezet onderwijs voor het eerste tijdvak in. Op basis van de gesprekken en schriftelijke correspondentie met het ministerie van SZW heeft Voion er, door de beperking van de doelgroep en de hoge verantwoordingseisen, onvoldoende vertrouwen in dat er door de scholen gebruik gemaakt wordt van de maatregelen uit het sectorplan.

 

Het in december ingediende sectorplan bevat maatregelen die het voor schoolbesturen o.a. aantrekkelijk moeten maken om jonge docenten aan te nemen. In het laatste gesprek gaf het ministerie van SZW aan de doelgroep te willen toespitsen op instroom voor de tekortvakken. Bovendien bleek de administratieve bewijslast voor schoolbesturen zeer hoog te worden. Hierdoor verwacht Voion dat er nog maar weinig van de regeling gebruik zal worden gemaakt.

Indienen regionale deelplannen nog tot 1 april 2014 mogelijk.

In het tweede tijdvak van de regeling (1 april tot 31 mei 2014) dient Voion, in goed overleg met het ministerie, een nieuw sectorplan in voor cofinanciering. Onderdeel van dit sectorplan is de maatregel ‘Ruimte voor de regio’. Schoolbesturen krijgen hiermee de mogelijkheid om plannen te maken die inspelen op arbeidsmarktproblemen op regionaal of bestuurlijk niveau. Indienen van deelplannen is al enige tijd mogelijk en kan nog tot 1 april 2014 via het digitale loket.

Naar verwachting zullen ook maatregelen voor duurzame inzetbaarheid (waaronder de scans uit het ingetrokken sectorplan) onderdeel zijn van het tweede sectorplan. Uiterlijk 13 weken na het indienen van het tweede sectorplan wordt het besluit van het ministerie van SZW verwacht over al dan niet toekenning van de subsidie.

Meer informatie over het sectorplan

 

De verkiezingen voor het Verantwoordingsorgaan (VO) van het ABP zijn van start! Jacqueline van Langeraad heeft zich in ons februaritijdschrift uitgebreid gepresenteerd als onze kandidaat voor de actieve leden.

De UNIENFTO heeft echter ook op de kandidatenlijst van CMHF-gepensioneerden een eigen kandidaat voor een plek in het vernieuwde VO, dat van start gaat per 1 juli 2014. Laat uw mogelijkheid tot invloed niet verloren gaan en breng uiterlijk op 28 maart 2014 uw stem uit! Over hoe het stemmen in z’n werk gaat, heeft u inmiddels bericht ontvangen.

Lijst 1b: CMHF-Pensioengerechtigden nr 25

Kandidaat A.A.(Ake) de Vries  64 jaar

Beschrijving: C:\Documents and Settings\administrator\Bureaublad\AA.de_Vries.jpgZijn motivatie:

ABP beheert uitgesteld salaris van miljoenen deelnemers én gepensioneerden. Proactief toezien op/beïnvloeding van (totstandkoming van) beleid, uitvoering en evaluatie van uitvoering middels advisering aan het ABP-bestuur door vertegenwoordigers van deze belanghebbers draagt wezenlijk bij aan het realiseren van een duurzaam, generatie-/ toekomstbestendig, zeker en zo goed mogelijk pensioen. Daaraan lever ik graag positief-kritisch mijn inhoudelijke bijdrage als ook úw CMHF/UNIENFTO-lid van het nieuwe ABP-Verantwoordingsorgaan.

Zijn achtergrond:

Adviseur beroepsonderwijs bij Kenniscentrum ECABO jan 1987 – mei 2012, en daarnaast ca 20 jaar UNIENFTO-vakbondskaderlid. Daarna 100% FPU en postactief vakbondslid.

Bij ECABO 21 jaar lid OR, waarvan 15+ jaar als voorzitter. Afgevaardigde naar OOK (koepel van ondernemingsraden van de kenniscentra) en lid OOK-bestuur. Vanuit UNIENFTO vertegenwoordiger in FSKL  (samenwerkingsverband UNIENFTO-AOb-CNVO-ABVAKABO-vakbonds(kader)leden werkzaam bij de kenniscentra).

Namens SP lid van PS-NH maart 2003 – maart 2011; gedurende die periode ook  lid Rekeningcommissie (controle en advies aan PS/GS m.b.t. financieel beleid, beheer en controle); 2003-2007 ook commissielid NLWM (Natuur/Landbouw/Water/Milieu); 2007-2011 ook commissielid ELE (Economie/Landbouw/Europa); 2008-2009 ook lid van Prov.Onderzoekscommissie, die de oorzaken van de IJslandse Landsbanki-affaire voor NH onderzocht.

2004-2011 Lid partijbestuur SP

2011-heden vz/pm St.Ondersteuning SP-fractie Prov.Noord-Holland (beheer en verantwoording fractiebudgetten/waarnemen en werkgeverschap voor medewerkers/overige ondersteuning fractie).

CMHF en UNIENFTO rekenen op u! Breng uw stem uit! U kunt op mij rekenen!

Groningen, Arnhem/Nijmegen, Limburg en Zuid-Holland. Dat zijn de plaatsen waar AOb, CNV Onderwijs, Abvakabo, en UNIENFTO / FvOv de komende weken de leden oproepen om op dinsdagmiddag het werk neer te leggen.

UNIENFTO-voorzitter en FvOv-onderhandelaar Jan van den Dries: “De voorstellen van de MBO Raad zijn volstrekt onvoldoende om de huidige problemen rondom de werkdruk in de mbo-scholen op te lossen. Nu hebben werknemers vaak amper tijd om goed en actueel onderwijs te verzorgen. Er komt steeds meer werk bij en er gaat niets af. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.

De acties starten bij het Noorderpoortcollege in Groningen. Op 25 maart is daar de eerste staking. Vandaag, op donderdag 13 maart, is er al een voorbereidende bijeenkomst met leden van de bonden. Daarna volgen stakingen op de dinsdagmiddagen in de volgende regio’s:

1 april - Arnhem/Nijmegen

8 april - Limburg

15 april - Zuid Holland

De leden van de verschillende bonden krijgen thuis een persoonlijke oproep voor de staking als zij werken op één van de instellingen die betrokken worden bij de staking. De precieze plaatsen en tijden van de stakingsbijeenkomsten worden later nog bekendgemaakt.

12 maart 2014 – Sander Dekker wil dat vanaf 2017 alle leraren staan ingeschreven in het lerarenregister. De Onderwijscoöperatie verzette zich hier eerst tegen, maar gaat na een aantal garanties akkoord. In een interview in ScienceGuide stelt voorzitter Joost Kentson stelt: “We zijn nu een fundamenteel andere weg ingeslagen.”

Oktober vorig jaar stuurde de bewindsman een hoofdlijnenbrief naar de Tweede Kamer, waarin hij duidelijk maakte, dat het lerarenregister vanaf 2017 wettelijk verankerd wordt. Na het verschijnen van deze brief reageerde de Onderwijscoöperatie – de beheerder van het register – getergd. Zij vond dat de staatssecretaris teveel nadruk legde op zo’n formeel verplichtend karakter. De Onderwijs coöperatie wilde namelijk een vrijwillig register. De twee partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan en hebben nu afgesproken dat het register wordt opgesplitst. Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen registratie van bevoegdheid en het onderhouden en ontwikkelen van de bekwaamheid.

Joost Kentson licht aan ScienceGuide toe dat zij “afspraken hebben gemaakt over een wettelijke verankering per 2017. Zoiets heeft een politieke bedoeling om een einde te maken aan een eindeloze en vruchteloze discussie over de stelling ‘verplicht ja of nee’. De kritiek klonk onder meer, van meet af aan, dat het karakter van het register vrijwillig was en daarmee ook ‘vrijblijvend’. Dat is iets dat wij als Onderwijscoöperatie voortdurend hebben ontkend. Zo was en is het ook niet bedoeld. Maar goed, we komen nu tot een wettelijke verankering met een verplichting per 2017.”

Op gespannen voet

Volgens Kentson was de eerdere brief van de bewindsman wat eenzijdig. “Je kunt zo’n verplichting niet zo maar opleggen, niet zonder dat je ook rekening houdt met andere aspecten. Dat was de kern van onze kritiek daarop. Die brief stond op gespannen voet met de grondgedachte, dat het lerarenregister een sluitstuk moest zijn van een professionele keten.”

“Een keten in de ontwikkeling van de professionaliteit van docenten, waarin je ook heldere afspraken maakt over bekwaamheidsonderhoud. Een keten waarin het waarborgen en het ontwikkelen van professionaliteit in samenhang worden geregeld. Daar horen afspraken bij over bekwaamheidsonderhoud. Met dat geheel in samenhang wordt de kwaliteit van het onderwijs gediend en daar gaat het uiteindelijk om.”

Na het meningsverschil tussen Dekker en de Onderwijscoöperatie werd een expertgroep ingesteld om tot een oplossing te komen. “We hebben deze groep ingericht met mensen van het ministerie en de Onderwijscoöperatie. Die hebben zich over een aantal kwesties gebogen en een advies uitgebracht. Daar hebben we met de staatssecretaris het gesprek over gevoerd. Het is dan goed om te zien, dat we allebei uitkwamen op het omarmen van het advies. Dat wordt nu de basis om het één en ander uit te werken.”

Opdelen van het register

Eerst moeten er veel vragen uitgewerkt worden, die door de expertgroep zijn benoemd. Zo staat in het advies dat het register opgedeeld zal worden. Kentson licht dat als volgt toe. “We gaan het register in twee delen splitsen. Er komt een bevoegdheidsdeel en een kwaliteitsdeel. In dat kwaliteitsdeel staat hoe de bekwaamheid wordt onderhouden. Dit moet voldoende waarborgen dat er een onomstotelijk recht is om vooruit te kunnen als professional in het onderwijs, op basis van de kwalificatie die in het bevoegdheidsdeel is vastgelegd.”

“Gaat het over dat kwaliteitsdeel dan heb ik het over het onderhoud van die bekwaamheid. Daar gaat de beroepsgroep zelf over. Praat je over het bevoegdheidsdeel dan heb je het over de aard van het diploma op grond waarvan je kunt zeggen: ‘Dat is voldoende om als docent bevoegd voor de klas te staan’.”

“Bij het kwaliteitsdeel praat je dan ook over professionele autonomie. Hier krijgt de leraar zelf de zeggenschap, de ruimte, de middelen om aan zijn bekwaamheidsonderhoud te werken. Met name in dat kwaliteitsdeel moet dat goed beschreven staan. Die autonomie is geen ‘closed shop’ voor de docent, want het bekwaamheidsonderhoud staat nooit los van de omgeving waarin hij of zij werkt.”

Register geen doel op zich

Volgens Kentson zijn hiermee de rollen van de overheid en de Onderwijscoöperatie goed gescheiden, zoals bij de bekwaamheidseisen het geval is. “Die worden uiteindelijk vastgesteld door de wetgever. De overheid speelt een duidelijke rol, net als in andere vergelijkbare beroepen. Denk hier aan de zorg waarin de overheid wel moet reguleren vanwege het borgen van het belang van goede gezondheidszorg. Dit zou je bij die overheidsrol wat mij betreft op één lijn kunnen stellen met het belang van goed onderwijs.”

De vraag of een dergelijk register niet een doel op zich zou kunnen of dreigen te worden, blijft niettemin in de discussie nog wel eens opkomen. “Wat mij betreft blijft het register wat het was, vanaf het moment van lanceren bleek het namelijk een prachtig instrument,” zegt Kentson. “Het is gebaseerd op de grondgedachte dat de beroepsgroep zelf verantwoordelijk is voor zijn professionalisering en bekwaamheidsonderhoud.”

“Wat dat aangaat had je niet hoeven wachten op een verplichting of verankering in de wet. Zou dat de invalshoek zijn geweest dan zou het straks toch een doel op zich worden en dat zou niet moeten. Dat is ook het grote risico als zo’n instrument straks alleen maar een kwestie van moeten wordt, dan is het register in zijn diepste wezen niet geslaagd.”

“Als de leraar in haar en zijn vak zich niet weet los te maken van een discussie ‘verplicht ja of nee’ en alleen maar het gevoel krijgt ergens toe te worden verplicht, dan zou ik die leraar willen zeggen: ‘ja, het wordt een verplichting, maar er zit nu een enorm recht van spreken aan vast’. Het wordt nu goed geregeld dat er gelegenheid is om je verder te bekwamen.”

Nog een hele klus

Het register is er alleen voor bevoegde docenten. Die beperking is expliciet. “Aspirant leraren, mensen in opleiding die officieel nog geen bevoegdheid hebben, zijn hierin niet opgenomen. Het blijft een register voor bevoegde leraren, zo houd je een eenduidige systematiek. Het register is een plek waar je de bekwaamheidsontwikkeling volgt en versterkt en niet de bevoegdheidsontwikkeling van een aankomend docent. Dat is een belangrijk verschil.”

Het wordt volgens Kentson nog een hele klus om alle vormen van professionele ontwikkeling naast cursussen en opleidingen te valideren met oog op hun rol voor de docenten in het register. Dat is veel werk. We weten dat er verschillende vormen van formeel en informeel leren zijn. Validatie is hier geen confectiewerk, maar maatwerk. Dat gaat tijd kosten, want je moet dat ook formeel correct van een juridische basis voorzien.”

Het is daarom zinvol dat het lerarenregister zelf ook een lerend karakter krijgt, zegt de voorzitter van de Onderwijscoöperatie. “We moeten er voor zorgen dat goed te traceren is hoe kwalificaties in een register zijn beschreven. Dan kunnen collega’s uit de beroepsgroep daar ook iets aan hebben, zodat ze op basis van de validatie daarvan kunnen nagaan ‘wat zou de moeite waard kunnen zijn in mijn eigen professionalisering?’”

Kentson concludeert dat het gelukt is “nu echt een fundamenteel andere weg met het lerarenregister in te slaan. Aan het einde van het overleg met Sander Dekker hing er ook een sfeer van: ‘we hebben hier wel een heel belangrijke stap gezet.’ Docenten kunnen zich nu met het register onverkort blijven bekwamen, dat is het recht dat aan de participatie daaraan vast zit. Dat vind ik het prettige aan deze ontwikkeling, het brengt meer balans in het verhaal van rechten en plichten.”

De MBO Raad is niet ingegaan op het ultimatum dat de vakbonden vorige week verstuurden om alsnog tot een goede cao te komen. Dat betekent dat de UNIENFTO / FvOv en de andere vakbonden stakingen zullen uitroepen om de eisen kracht bij te zetten. De eerste actie vindt plaats op 25 maart a.s.

In het vorige week verzonden ultimatum gingen de vakbonden pal staan voor de professionele ruimte van het onderwijspersoneel in het mbo. ‘Wil het mbo vooruit, dan moeten de werkgevers meer oog krijgen voor het vakmanschap van hun medewerkers. Een docent is geen uitvoerder van dienstorders uit de bestuurskamer, maar een professional die zijn vak verstaat en de ruimte moet krijgen zijn kennis over te dragen,’ aldus AOb-bestuurslid José Muijres die woordvoerder is namens de werknemersdelegatie aan de cao-tafel. ‘Dat krijgen we er bij de delegatie van de MBO Raad niet in. We hebben erg lang onderhandeld, maar de MBO Raad blijft bij zijn standpunt. Dan houdt het op.

Op de valreep kwam de MBO Raad op 11 maart jl. met een paar toezeggingen: er werd een mager loonbod gedaan waarvoor in ruil veel moest worden ingeleverd. En er volgden wat mooi opgeschreven toezeggingen over werkuren. ‘Windowdressing,’ aldus Muijres: ‘Het is voor nu echt te mager. Het voldoet volstrekt niet om de huidige problemen rondom werkdruk op te lossen. Wij willen dat het mbo verder komt en dat kan alleen als je het personeel meer zeggenschap geeft over hoe het binnen een instelling reilt en zeilt. Voor duizenden studenten is het mbo de poort naar de arbeidsmarkt. Zij hebben recht op goed beroepsonderwijs. Nu hebben werknemers vaak amper tijd om goed en actueel onderwijs te verzorgen. Dat is onaanvaardbaar.

In het tegenvoorstel komen de werkgevers daar niet op terug. De bonden vinden dat onbegrijpelijk. ‘Met een beetje kwade wil kun je het zelfs lezen als ‘laten we ophouden over die roep om meer professionaliteit en dan krijgen jullie een fooi bij het loon.’ Loonsverhoging is niet onbelangrijk. Net als al het onderwijspersoneel staan onze collega’s in het mbo al jaren op de nullijn. Maar er is echt meer onder de zon: het personeel in deze sector heeft recht op een werkgever die hen ziet als serieuze partner.

Daar is nu vaak geen sprake van. ‘Sommige Mbo-bestuurders regeren over de sector als ceo’s. Ze profileren instellingen met mooie gebouwen op toplocaties en het lijkt soms of docenten, ondersteuners en studenten er niet meer toe doen. Terwijl zij, zoals in iedere onderwijssector, toch de hoofdrolspelers zijn. Een prachtig gebouw is leuk, maar voor kwalitatief goed onderwijs is meer nodig. Het moet gaan om goede professionals voor de klas. Daar wil men bij de MBO Raad niet aan en daarom komen er acties. Andere twistpunten zijn ook belangrijk, maar voor nu een bijzaak.'

De stakingen in het mbo beginnen op 25 maart. Nieuws over de locaties waar de acties worden gehouden volgt nog.
 

Bent u startende leraar en heeft u behoefte aan coaching? 
Hoort u graag tips en trucs van ervaren leraren? 
Kom naar de Inspiratiedag voor startende leraren op:

9 april aanstaande van 10.00-17.00 uur in Utrecht.

Deze dag is voor alle leraren uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs, die minder dan vier jaar werkzaam zijn in het onderwijs
en is gratis.

lees meer op de site van de Onderwijscoöperatie

Volgende week start in Nederland een buitengewoon belangrijke verkiezing. 

Voor het eerst in de geschiedenis krijgen duizenden landgenoten de gelegenheid om te stemmen voor een nieuw ABP-Verantwoordingsorgaan.

Om precies te zijn tussen 11 en 28 maart

Maar liefst 236 mensen hebben zich op 18 kandidatenlijsten verkiesbaar gesteld.

Een mix van jong en oud, van mannen en vrouwen, van actieve deelnemers en pensioengerechtigden.

De CMHF, de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen doet mee met twee kandidatenlijsten, een voor de actieve deelnemers en een voor de pensioengerechtigden.

Onze vereniging is aangesloten bij deze Centrale, die al jarenlang aantoonbaar op komt voor de (pensioen-)belangen van onze leden (bij ABP).

Als bestuur willen we ontzettend graag - en bij voorkeur met nog meer menskracht - dat de CMHF dat werk voortzet in het nieuwe ABP-Verantwoordingsorgaan. Maar dat kan alleen met steun van alle leden van de bij de CMHF-aangesloten verenigingen. 

Als u massaal stemt op de CMHF-vertegenwoordigers (onze vertegenwoordigers voor actieve deelnemers of de pensioengerechtigden van ABP) kunnen we onze invloed blijven uitoefenen. En dat is en blijft van enorm groot belang!

Daarom doen we een heel dringend beroep op u als lid van onze vereniging om zeker gebruik te maken van uw stemrecht en massaal te stemmen op de CMHF. Namens de UNIENFTO hebben wij bv kandidaat gesteld mevrouw Jacqueline van Langeraad (lijst van actieve deelnemers) en de heer Ake de Vries (lijst gepensioneerden). Wij stellen het zeer op prijs om uw stem te geven aan deze kandidaten.

Mogen we rekenen op uw medewerking?

Het bestuur van de UNIENFTO

Na veelvuldig formeel  informeel overleg tussen MBO-Raad en bonden is het nog altijd niet gelukt om tot afspraken te komen voor een nieuwe  cao-BVE.  De MBO-Raad blijft aansturen op een cao die aanmerkelijk slechter is dan de al enige tijd verlopen cao.

Voor bonden is het essentieel dat er afspraken gemaakt gaan worden om de werkdruk te beperken. Die werkdruk is door de bezuinigingen al flink gestegen en dreigt door de plannen van Focus op Vakmanschap en de invoering van nieuwe kwalificatiedossiers nog verder te stijgen. Waar van de sector, en dus de medewerkers, kwaliteit leveren wordt verlangd, moet daar ook de ruimte in tijd en zeggenschap voor gegeven worden.

Ook willen bonden dat bij afschaffing van de huidige BAPO-regeling er een nieuwe seniorenregeling opgenomen wordt in de cao vooruitlopend op een toekomstige regeling duurzame inzetbaarheid.

Om werkgevers een allerlaatste kans te geven alsnog tegemoet te komen aan de redelijke verlangens van de bonden hebben de bonden nu een ultimatum gesteld aan de werkgevers. Dat ultimatum loopt 12 maart a.s. af. Als werkgevers niet over de brug komen zien bonden geen andere weg meer dan hun leden op te roepen tot actie(s).

Voor Ultimatum aan MBO-Raad, KLIK HIER………….

Voor Eindbod Vakbonden, KLIK HIER………….

Aanstaande maandag, 3 maart 2014, zal het kabinet het omstreden wetsvoorstel ‘Wijziging Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014’ behandelen in de Tweede Kamer. De MHP roept de Kamer op hiermee niet akkoord te gaan en in ieder geval de nettolijfrente onder te brengen bij de tweede pijler, aldus MHP-voorzitter Bob van der Wal.

De MHP maakt zich grote zorgen over de plannen, die het kabinet heeft om pensioen als arbeidsvoorwaarde ten dele uit te sluiten. Hiermee worden werknemers en werkgevers niet langer in staat gesteld om over het hele inkomen in de arbeidsvoorwaardelijke sfeer afspraken te maken, aldus Van der Wal. Nu gaat het nog over de hogere inkomens, maar men weet niet wat de politieke toekomst ons zal brengen. Een verdere verlaging van de grens kan eenvoudig worden doorgevoerd en daarmee wordt het collectieve en solidaire pensioenstelsel sluipenderwijs afgebroken.

Het is belangrijk dat de Kamer luistert naar het brede draagvlak van werknemers en werkgevers, dat pleit voor onderbrenging van deze nettolijfrente als nettopensioenregeling ook onder de tweede pijler, naast de derde pijler. De primaire verantwoordelijkheid om te zorgen voor een pensioen ligt bij werknemers en werkgevers. De grondgedachte van de Pensioenwet is het borgen dat de beoogde doelstellingen van partijen bij het sluiten van pensioencontracten voor iedere werknemer kunnen worden gerealiseerd. Door een deel van de arbeidsvoorwaarde pensioen uit de arbeidsvoorwaardelijke sfeer te halen, wordt er getornd aan deze grondgedachte van de Pensioenwet en laat het kabinet zijn beschermingsfunctie om voor iedereen een goede oudedagsvoorziening te bieden, varen.

In de derde pijler kent men een adverse selectie, omdat marktpartijen zoals banken en verzekeraars op grond van de Wet Medische Keuringen mensen kunnen uitzonderen van een regeling. Hierdoor is het straks niet langer voor iedereen mogelijk om aanvullend een pensioen op te bouwen, al impliceert het kabinet het tegenovergestelde.

Als uw vertegenwoordiger in de Deelnemersraad van het ABP houdt mevrouw van Langeraad, hoofdbestuurslid van de UNIENFT, zich bezig met ons pensioen. Eind januari werd duidelijk dat de maatregelen die getroffen waren om het pensioenfonds weer financieel op orde te krijgen effect hebben gehad. Het ABP-bestuur heeft dan ook, met een positief advies van de Deelnemersraad, besloten om de vorig jaar ingevoerde korting van 0,5 % per 1 april 2014 ongedaan te maken.

LEES HIER....... voor een artikel van haar hand over haar visie over ons pensioen en de toekomst van ons pensioen

Op zaterdag 15 maart organiseert de VO-Raad in samenwerking met AOb, CNV en FvOv (UNIENFTO) de Dag van de Dialoog VO2020 voor docenten, ouders en leerlingen uit het voortgezet onderwijs. We staan samen stil bij de vraag: Hoe ziet het onderwijs in 2020 eruit?

Voor meer informatie: KLIK HIER...........

Op basis van nieuwe wetgeving die met ingang van 1 juli 2014 in werking treedt krijgt de medezeggenschap voor actieve deelnemers en gepensioneerden binnen ABP voortaan gestalte door de verkiezing van beide groeperingen in het Verantwoordingsorgaan. Bovendien krijgt dit orgaan de bevoegdheid om een tweetal bestuurders namens de gepensioneerden te benoemen in het bestuur van ABP.

Voor meer informatie, LEES HIER...............

Bent u als startende docent bij een hogeschool werkzaam en wilt u met collega’s van andere hogescholen hierover uw ervaring delen? Dan bent u van harte uitgenodigd voor een uitwisselingsbijeenkomst voor startende docenten in het hbo.

Datum en plaats

Woensdag 7 mei 2014 in Utrecht

Woensdag 14 mei 2014 in Zwolle

De bijeenkomst is van 16.00 – 20.00 uur. Rond 18.00 uur wordt het programma onderbroken voor een maaltijd. Dit geeft u de gelegenheid om met collega’s van andere hogescholen verder kennis te maken. 

Aanleiding en doel

Hogescholen beschikken doorgaans over goed werkende inwerk- en begeleidingsprogramma’s voor startende docenten. Dergelijke programma’s zijn ook van groot belang. Docenten zijn een belangrijke inspiratiebron voor studenten en cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs.

In de Lerarenagenda 2013-2020 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt ruime aandacht gevraagd voor een verbetering van de positie van de startende docent. Juist in de eerst fase dat leraren gaan werken, is begeleiding en verdere professionalisering van belang, onder andere om uitval tegen te gaan. Ook in de cao-hbo zijn afspraken gemaakt over professionalisering en het onderhouden van vakbekwaamheid van hogeschooldocenten. 

In aansluiting op de bestaande begeleidingsprogramma’s op de hogescholen hebben de sociale partners het initiatief genomen om deze twee uitwisselingsbijeenkomsten voor startende docenten te organiseren.

Doel is onder andere om startende docenten uit verschillende hogescholen met elkaar in contact te brengen en gezamenlijk te kijken wat er nodig is in de verdere ontwikkeling van startende docenten. Wat heb je nodig gehad in je ontwikkeling als docent? Wat heeft je daarin verder geholpen? Waar heb je nog behoefte aan? En welke activiteiten wil je zelf nog ontwikkelen?

Opzet programma

De opzet van het programma is zodanig dat deelnemers ruimschoots in de gelegenheid worden gesteld een eigen invulling te geven en/of een bijdrage te leveren aan het programma.

De uitwisselingsbijeenkomsten worden begeleid door Edith Roefs, docent en onderzoeker bij Hogeschool Windesheim en Jurre Valk, beleidsadviseur Professionalisering bij Zestor en docent bij de Hogeschool van Amsterdam. Het programma start met een inleiding door Edith Roefs, over hoe je inspiratie uit het docentschap haalt. Edith Roefs doet al jaren onderzoek naar inspirerend docentschap en heeft hier ook een boek over geschreven.    

Voor wie?

Startende docenten die:

  • tenminste 6 maanden als docent op een hogeschool werkzaam zijn;
  • op een actieve manier kennis en inzichten willen delen;
  • elkaar willen inspireren;
  • zich tijdens de bijeenkomst openstellen om met en van elkaar te leren;
  • het uitwisselingsprogramma willen gebruiken om concrete actiepunten te benoemen voor eventuele vervolgactiviteiten.

Schrijf u nú in!

U kunt zich via onze site inschrijven. Het aantal deelnemers is gemaximeerd op vijftien per bijeenkomst. Per hogeschool mogen maximaal twee startende docenten deelnemen. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst van de inschrijving.

Na inschrijving ontvangt u van ons een bevestiging en wordt u per e-mail gevraagd een eventuele voorkeur voor een thema aan te geven.

Kosten

Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. 
Uiteraard rekenen wij, na aanmelding, op uw komst.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jurre Valk, beleidsadviseur Professionalisering bij Zestor, via valk@zestor.nl

Onderhandelingen CAO MBO in cruciale fase!  

Komt er nog een nieuwe CAO MBO? Vele mensen hebben zich die vraag al gesteld. De onderhandelingen zijn al ongeveer een halfjaar bezig en nog is er geen zicht op een resultaat. De komende weken wordt het buigen of barsten!

Al maanden zijn de UNIENFTO / FvOv en de andere bonden met de MBO Raad aan het praten over een nieuwe CAO voor de MBO-sector. Er is veel gepraat, maar de vorderingen zijn helaas nog niet erg groot. Wel zijn zowel de intensiteit als de frequentie van de besprekingen sinds de jaarwisseling behoorlijk toegenomen. Gaandeweg het overleg hebben partijen zich geconcentreerd op een tweetal hoofddossiers.

1)        Het gehele complex van medezeggenschap, zeggenschap en vermindering van de werkdruk door een gedegen werkverdelingsbeleid.

2)        Het dossier BAPO en duurzame inzetbaarheid.

Een financiële paragraaf is voor de UNIENFTO / FvOv ook absoluut noodzakelijk na jaren van stilstand, maar met dit dossier worden aan het eind de onderhandelingen traditiegetrouw afgerond. Wel lijkt ook op dit dossier nog een behoorlijk gat te gapen tussen hetgeen werknemers willen en datgene wat werkgevers bieden.

Om met het BAPO-dossier te beginnen: we hebben als bonden ons uiterste best gedaan een samenhangend geheel te ontwerpen waarin de (instroom in de) huidige BAPO-regeling stopt, waarvan een nieuwe seniorenregeling deel uitmaakt en waarin uiteindelijk, in 2020 of zo mogelijk eerder, zicht komt op een duurzame inzetbaarheidsregeling voor alle medewerkers. Een en ander is volledig in overeenstemming met het “Servicedocument Ouderenregelingen in het Onderwijs” van de Stichting van het Onderwijs en dus ook met het Nationaal Onderwijsakkoord. 

Als bonden hebben we daarmee in het BAPO-dossier forse stappen gezet en daarom verwachten we dat de werkgevers een forse stap doen in het dossier van de werkdruk. Helaas zijn de werkgevers tot op heden nog niet ingegaan op onze concrete voorstellen die de werkdruk, voor onderwijzend én ondersteunend personeel, daadwerkelijk zouden moeten verminderen. Wat ons betreft is dit, mede in het kader van het werkdrukverhogende "Focus op vakmanschap", een bittere noodzaak om de gevraagde kwaliteit van het onderwijs nu en op termijn te kunnen blijven waarborgen. De professionele ruimte uit het Professioneel Statuut moet daadwerkelijk kunnen worden benut en worden ingevuld door de teams en mag niet verworden tot een papieren tijger.

Cao-partijen hebben tijdens het laatste overleg, van 30 januari jl., afgesproken terug te gaan naar hun achterban om de ontstane situatie te bespreken. Op 18 februari a.s. wordt het overleg voortgezet, maar wat de UNIENFTO / FvOv betreft alleen als er zicht is op overeenstemming ten aanzien van het onderwerp “duurzame inzetbaarheid” en als de werkgevers met flinke toezeggingen komen, met name ten aanzien van de dossiers “werkdruk” en “salaris”.

Jan van den Dries en Gijs Jacobse, 

onderhandelaars CAO MBO voor de UNIENFTOFvOv

Maak uw mening kenbaar!

Wilt u uw mening kwijt over (de ontwikkelingen met betrekking tot) de CAO MBO, mail dan naar jvandendries@planet.nl.

 

Nadat eerder de datum van eind december 2013 al was verschoven naar half februari 2014, heeft staatsecretaris Klijnsma inmiddels laten weten dat het wel eind maart of later kan worden alvorens er voorstellen naar de Tweede Kamer gaan. Daarbij gaat zij er vanuit dat deze nog voor het zomerreces kunnen worden behandeld. Of dit ook de datum is waarvan zij veronderstelt dat ook de Eerste Kamer de behandeling dan zal hebben afgerond is onduidelijk.

Er resteert voor de uitvoeringsorganisaties dan een termijn van 6 maanden om de wijzigingen op tijd verwerkt te krijgen in de administraties. Daarbij wordt eraan voorbij gegaan dat ook de sociale partners de wijzigingen nog zullen moeten vertalen naar een wijziging van de pensioenregeling. Kortom, de gedachte dat dit toch nog allemaal best mogelijk is voor 1 januari 2015 is volstrekt irreëel.

Maar kennelijk kiest de staatssecretaris ervoor dat de pensioenfondsen en hun uitvoerders dat maar moeten roepen, zodat in de publieke opinie zij de zwarte piet zullen krijgen die zo overduidelijk eigenlijk haar zelf toebehoort.

De dekkingsgraad is gestegen tot boven het vereiste niveau. Goed nieuws! ABP had u vorig jaar toegezegd dat men, bij voldoende herstel, de verlaging van 2013 zou beëindigen. Eind 2013 was de dekkingsgraad gestegen tot 105,9%. Dit is 1,7%-punt hoger dan het vereiste minimum van 104,2%. Het herstel is weliswaar pril maar voldoende om deze beslissing te nemen!

De geplande jaardag FSKL, zoals aangekondigd op de bijeenkomst 28 november 2013 bij Innovam, op donderdag 20 maart a.s. gaat niet door.

 

Voor meer informatie KLIK HIER...........

Bijgaand treft u het programma aan voor de ledenmiddag van de CMHF, waarvoor ook de leden van de UNIENFO van harte worden uitgenodigd. 

Kent u CMHF-collega’s die ook zijn geïnteresseerd? Zij zijn van harte welkom. Wel graag even aanmelden (zie onderaan het programma).

De marginale belastingdruk van de middeninkomens schiet omhoog. Voor de MHP is dit aanleiding om belastingtips voor de achterban te bundelen onder het motto: 'Hoe kunnen we de belastingdruk dragelijker maken door te voorkomen dat u teveel belasting betaalt?'

Deze maand een tip over het benutten van fiscale jaarruimte bij een pensioentekort bij de aangifte 2013.

Belastingtips januari 2014

Fiscale jaarruimte, nu kader nog niet is ingeperkt, benutten bij een pensioentekort!

U heeft fiscale ‘jaarruimte’ als u in een bepaald jaar fiscaal gezien niet voldoende pensioen hebt opgebouwd. U kunt dan alsnog fiscaal gunstig extra pensioen inkopen. De MHP raadt mensen, die hun jaarruimte nog niet volledig hebben benut, aan dit in 2014 alsnog te doen. De jaarruimte wordt berekend met de zogenoemde factor A die op het Uniform Pensioen Overzicht (UPO) wordt weergegeven. U ontvangt dit overzicht van uw pensioenuitvoerder. U mag uw jaarruimte met terugwerkende kracht benutten over de afgelopen zeven jaar en kan daarmee tot een aanzienlijk fiscaal voordeel leiden. De aangifte 2013 gaat nog uit van ruimere opbouwpercentages. De grenzen waarbinnen fiscaal gunstig bijgespaard mag worden voor aanvullend pensioen zijn door de wetgever al teruggebracht en zullen per 1 januari 2015 a.s. hoogstwaarschijnlijk behoorlijk worden versoberd zowel in de tweede als de derde pijler en worden afgetopt op 100.000 euro. 
Veel mensen die pensioen sparen, hebben een pensioentekort zonder dat zij dit weten. Dit komt bijvoorbeeld omdat de pensioenregeling van hun eigen pensioenfonds de grenzen voor pensioenopbouw niet volledig benut of omdat een persoon in deeltijd (heeft) (ge)werkt. Reden genoeg om uw jaarruimte en reserveringsruimte te checken.

U mag alleen een bedrag aftrekken wanneer u daadwerkelijk een pensioentekort heeft. De jaarruimte en uw reserveringsruimte bepalen de maximale hoogte van de aftrek. Via het aangifteprogramma 2013 en via de rekenhulp lijfrentepremie kunt u uw aftrekbedrag berekenen.

Heeft u de jaarruimten over 2006 tot en met 2012 niet helemaal gebruikt? Dan heeft u reserveringsruimte over 2013, die u kunt berekenen met de rekenhulp reserveringsruimte.

FNV, CNV en MHP vinden dat de preventiemedewerker gekozen moet worden door de werknemers. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat bedrijven steeds minder aandacht hebben voor arbeidsomstandigheden, met als gevolg meer beroepsziekten en ongevallen op het werk. Jaarlijks zijn er 220.000 ernstige ongevallen op het werk en lopen 30.000 werknemers een beroepsziekte op. Werknemers zijn in een zwakkere positie beland door minder beschermende regels en minder handhaving. Dit voorstel beoogt werknemers in een gelijkwaardiger positie terug te brengen.

In Nederland is ieder bedrijf verplicht om een preventiemedewerker te hebben, die wordt aangewezen door de werkgever. In kleine bedrijven mag ook de werkgever de taak als preventiemedewerker op zich nemen. In veel gevallen bestaat de preventiemedewerker echter alleen op papier. Daarnaast heeft meer dan de helft van de bedrijven geen beleid op het terugdringen en voorkomen van ongezonde arbeidsomstandigheden.

Ruud Kuin, vicevoorzitter van de FNV, maakt zich zorgen over de huidige gang van zaken. “Wij willen dat de preventiemedewerker in het bedrijf gekozen wordt door het eigen personeel. Dit zal de betrokkenheid en invloed van werknemers daar waar het gaat om hun eigen veiligheid en gezondheid, vergroten. De hiermee vergrote betrokkenheid is hard nodig om het aantal beroepsziekten en ongevallen op het werk terug te dringen. Deze persoon kan bovendien een goede schakel zijn tussen de werkgever, OR en werknemers. Een door de werkgever aangewezen preventiemedewerker werkt niet, dat is inmiddels wel duidelijk.

Maurice Limmen, voorzitter CNV, vindt het verontrustend dat het aantal preventiemedewerkers binnen bedrijven steeds verder daalt. "Een preventiewerknemer aangewezen door de werkgever werkt dus niet. Het is een papieren moetje en als er een preventiemedewerker aanwezig is dan staat deze er vaak alleen voor. Het is tijd om het roer om te gooien door meer draagvlak te creëren voor de preventiemedewerker die in nauw contact staat met de ondernemingsraad. Een preventiemedewerker die zich kan specialiseren in preventieve taken en de veiligheid op de werkvloer beter kan bewaken."

Volgens Nic van Holstein, MHP-bestuurder, moet preventie nadrukkelijker een plek op de werkvloer krijgen. “Een gekozen preventiemedewerker kan daarbij een sleutelrol krijgen als dé vraagbaak voor gezond en veilig werken. Ook de psychosociale arbeidsbelasting verdient meer aandacht. Er wordt verwacht dat we langer doorwerken, maar dat kan alleen in goede gezondheid. Goede arbeidsomstandigheden en een breed gedragen preventiebeleid met een voor iedereen toegankelijke preventiemedewerker zijn een must.

De vakbeweging voelt zich bij dit voorstel gesteund door de Europese kaderrichtlijn voor veiligheid en gezondheid, die vraagt om een werknemersvertegenwoordiger met een specifieke taak op het gebied van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.

Staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft op 17 januari jl. in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt dat het nieuwe FTK (Financieel ToetsingsKader) nog minimaal een half jaar op zich laat wachten. De MHP is teleurgesteld dat nou juist het toekomstbestendig maken van onze pensioenen, als hoofddoelstelling van deze nieuwe wet, wederom vertraging oploopt. Echter prefereert de MHP een wet die op een breed draagvlak kan rekenen en leidt tot de gewenste stabiliteit in premie- en uitkeringenkant. En dus niet slechts kleine aanpassingen doorvoert in ons huidige pensioenstelsel, waardoor de fundamentele problemen overeind blijven.

De MHP had de vertraging al wel zien aankomen. Ten eerste omdat nog steeds belangrijke onderdelen van het nieuwe FTK (rekenregels voor pensioenfondsen) niet zijn uitgewerkt. Ten tweede omdat de tussenvariant (zoals eerder aangekondigd) verschillende ambities (nominaal en reëel) in de nieuwe contracten vooralsnog geen plek kan geven. De tot nu bekende hoofdlijnen van het nieuwe FTK en de daarin beschreven rekenregels leiden niet tot meer stabiliteit aan de premie- en de verplichtingenkant op de balans van pensioenfondsen.

Verder plaatst de tussenvariant nominale schijnzekerheid boven het kunnen indexeren, wat volgens de MHP precies omgekeerd zou moeten zijn. Immers een niet geïndexeerd pensioen is slechts een half pensioen. Als gevolg van het huidige stelsel moeten pensioenfondsen hun balans opmaken op basis van dagkoersen. Dat leidt ertoe dat besluiten omtrent indexatie en kortingen als gevolg van die dagkoersen steeds wijzigen. Dit doet het vertrouwen in ons stelsel geen goed. De MHP pleit hierom al geruime tijd voor een reëel FTK dat leidt tot meer stabiliteit.

In de brief geeft staatsecretaris Klijnsma tevens aan dat zij de invoeringsdatum 1 januari 2015 nog steeds realistisch acht. De MHP plaatst hierbij enige kanttekeningen. Alvorens er een nieuw pensioencontract kan worden afgesproken, dienen er afspraken te worden gemaakt aan de cao-tafel over de prijs (premie) en de gewenste pensioenambitie van dit contract.

Vervolgens dient er een nieuwe pensioenregeling te worden opgesteld binnen de kaders van deze afspraken. Dit vergt doorgaans een lastig onderhandelingstraject waarbij alle belangen evenwichtig gewogen dienen te worden. De MHP zal de vraag of er voldoende tijd is voor dit beschreven traject, dan ook laten afhangen van de vraag wanneer de uiteindelijke stukken behandeld zijn in de Tweede en Eerste Kamer.

De financiële positie van de meeste van de 388 pensioenfondsen in ons land is in 2013 verbeterd waardoor het overgrote deel van de deelnemers niet met een verlaging op zijn nominale pensioenaanspraak per 1 april a.s. te maken krijgt. Naar verwachting zullen nog niet alle fondsen voldoende hersteld zijn het afgelopen jaar.De grote pensioenfondsen zullen eind januari naar hun deelnemers communiceren of zij moeten korten of niet. Half februari zal naar verwachting de Pensioenfederatie (koepel van pensioenfondsen) met een overzicht komen van de kleinere fondsen. 

 

Dan zijn ook pas alle financiële cijfers bekend van de fondsen om hun definitieve balans op te maken en hun deelnemers te informeren. De MHP adviseert deelnemers zich niet te veel te laten beïnvloeden door allerlei speculaties van de media over aantallen fondsen die mogelijk moeten korten, maar tot die tijd de site van hun eigen pensioenfonds in de gaten te houden.Een risicoloos pensioen bestaat niet, maar de ironie is dat fondsen die mogelijk per 1 april moeten korten, mogelijk 1 april financieel al weer boven Jan zijn. Dit komt doordat de korting wordt vastgesteld op basis van een dagkoers, te weten op basis van de financiële stand van een fonds op 31 december jl. Juist om deze reden pleit de MHP al lange tijd voor rekenregels die zorgen voor meer stabiliteit aan de premie- en de verplichtingenkant. De MHP pleit hierbij voor een reëel pensioen waarbij het nastreven van een geïndexeerd pensioen voorgaat op het nastreven van een nominale vaste aanspraak. Hierbij dient er een stabiele discontovoet en een stabiele kostendekkende premie te zijn.

 

 

Sociale partners in het voortgezet onderwijs hebben onlangs een sectorplan ingediend bij het ministerie van SZW. Met dit sectorplan willen partijen op korte termijn een bijdrage leveren aan het oplossen van een aantal knelpunten op de arbeidsmarkt van het voortgezet onderwijs.  

Beweging in arbeidsmarkt
Recente arbeidsmarktanalyses laten zien dat de vo-arbeidsmarkt op slot zit. De totale werkgelegenheid in de sector neemt af (van 87.873 fte in 2009 naar 83.695 fte in 2012), de werkloosheid loopt op, de instroom van (jongere) werknemers stagneert en  ouderen werken langer door. Op regionaal niveau speelt vooral de kwalitatieve mismatch (personele tekorten voor specifieke vakken/bevoegdheden en een overschot voor andere vakken).  Met de maatregelen uit het sectorplan beogen sociale partners weer beweging in de arbeidsmarkt te krijgen, en te voorkomen dat in de toekomst weer tekorten zullen ontstaan.

600 fte jonge docenten extra
Het ingediende sectorplan kent een drietal maatregelen waarmee partijen hopen op korte termijn 600 fte capaciteit voor jonge, afgestudeerde docenten te creëren en een impuls te geven aan duurzame inzetbaarheid. Met de maatregel  ‘Meer handen in de school’ krijgen besturen subsidie om additioneel, pas afgestudeerde docenten aan te nemen. De extra ruimte die hierdoor ontstaat, kan gebruikt worden om andere docenten taakverlichting of taakverandering te bieden. Een school kan deze ruimte bijvoorbeeld gebruiken om jongere docenten beter te begeleiden bij de start van hun carrière. De tweede maatregel ‘Vacatureruimte t.b.v. jongeren’ creëert vacatureruimte voor jonge werkzoekenden door oudere werknemers werkvermindering aan te bieden.

De derde maatregel geeft werkgevers de mogelijkheid werknemers een loopbaanscan aan te bieden die past bij de levensfase van de  werknemer. Deze scan kan bijvoorbeeld gericht zijn op het in kaart brengen van de vitaliteit en/of werkvermogen van werknemers of op het inzicht geven in de financiële consequenties bij (gedeeltelijke) vervroegde uittreding.    

Tweede sectorplan
Maatregelen gericht op regionale knelpunten komen in een latere fase in een tweede tranche van de subsidieregeling aan de orde. Schoolbesturen krijgen dan de mogelijkheid om, met ondersteuning van Voion, eigen plannen in te dienen die bijdragen aan het oplossen van regionale arbeidsmarktknelpunten. Verder onderzoekt Voion nog de mogelijkheden voor een plan om de arbeidsmarktpositie van met name het onderwijs ondersteunend personeel te verbeteren. 

Cofinanciering
De bij SZW aangevraagde subsidie betreft een cofinanciering. Dit betekent dat de ingediende maatregelen voor een deel uit de subsidie kunnen worden bekostigd en voor een deel door de schoolorganisatie zelf. Welk deel wordt bekostigd uit de subsidie is per maatregel verschillend. 

Voion voert sectorplan uit
Voion, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs, heeft de opdracht gekregen het sectorplan uit te voeren. Op zijn vroegst in april wordt het besluit van SZW verwacht over  al dan niet toekenning van de subsidie. In de tussentijd gaat Voion aan de slag om het aanvraagproces in te richten. Uiteraard wordt u de komende tijd op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. 

Meer informatie over het sectorplan

http://www.voion.nl/programmalijnen/arbeidsmarkt-en-mobiliteit/werken-in-het-voortgezet-onderwijs/sectorplan-voortgezet-onderwijs

 

Over een aantal jaar hoopt u van een goed pensioen te genieten.

Maar pensioenenland is in beweging.

Weet u eigenlijk hoe het zit met uw toekomstige financiële situatie?

Bestudeert u regelmatig uw pensioenoverzicht?

Is dat u duidelijk? Of heeft u nog  er nog vragen over?

U bent lid van de UNIENFTO ? En 50-plusser (of jongere geïnteresseerde)? Dan opgelet!

Kom voor informatie over het ABP-pensioen naar onze FvOv-informatiebijeenkomsten.

ABP-pensioenvoorlichters zullen in de drie regionale bijeenkomsten diverse onderwerpen aan bod laten komen zoals:

  • Eerder of later met pensioen, wat zijn de gevolgen?
  • Kan ik ook met deeltijdpensioen?
  • Kan ik mijn pensioen ook in hoogte laten variëren?
  • Kan ik het nabestaandenpensioen ook uitruilen voor meer eigen pensioen of juist andersom?
  • Kan ik mijn pensioen ook zelf aanvullen?

De bijeenkomsten vinden van 18.00 tot 19.30 uur plaats met inloop vanaf 17.30 uur. Voor een eenvoudige maaltijd wordt gezorgd:

Woensdag 29 januari 2014 in Praktijkonderwijs ‘t Genseler

Jasmijnstraat 15

7552 AH  Hengelo

 

Woensdag 29 januari 2014 in Opleiding Docent Muziek

Riouwstraat 1,

2585 GP Den Haag

 

Maandag 3 februari 2014 in Cursus- en vergadercentrum Domstad

Koningsbergerstraat 9 

3531 AJ Utrecht

Aanmelden

Uitsluitend via ABP aanmeldservice!

De ABP/FvOv-bijeenkomsten zijn gratis en alleen toegankelijk voor leden.

Vermeld daarom het nummer van uw onderwijsvakorganisatie in het vakje van uw achternaam als volgt:

cijfer  spatie  achternaam.

De nummering van onze onderwijsvakorganisaties is alfabetisch:

1.     KVLO

2.     Levende Talen

3.     NVLF

4.     NVON

5.     NVOP

6.     NVS-NVL

7.     NVvW

8.     UNIENFTO

9.     VLS

10.  VMSO

11.  VONKC

KLIK HIER VOOR LOCATIE DEN HAAG

KLIK HIER VOOR LOCATIE HENGELO

KLIK HIER VOOR LOCATIE UTRECHT

Wij wensen alle leden van de UNIENFTO en al onze relaties veel geluk, liefde en gezondheid in 2014.

Wij doen ons uiterste best om goede en rechtvaardige cao’s voor u af te spreken en altijd voor u klaar te staan met raad en daad en hopen vooral dat het u ook goed gaat in uw privéleven.

Bestuur en medewerkers van de UNIENFTO

 

CAO BVE

Op donderdag 19 december jl. was er voor het laatst in 2013 overleg over de nieuwe CAO BVE. Cao-partijen, de UNIENFTO / FvOv, de andere bonden en de MBO Raad, hebben in het cao-overleg afgesproken na de Kerstvakantie de onderhandelingen intensief voort te zetten. Daartoe zijn afspraken gemaakt, zowel voor informeel als voor formeel overleg, op 7, 9, 14 en 22 januari. Partijen denken op de belangrijkste dossiers tot resultaten te kunnen komen; de intentie daartoe is in ieder geval aanwezig. Die belangrijke dossiers zijn werkverdelingsbeleid/werkdruk en duurzame inzetbaarheid/BAPO. Daarnaast vinden de bonden een financiële impuls noodzakelijk: de nullijn heeft nu lang genoeg geduurd!

Blijf op de hoogte via deze website!

CAO VO

Op 17 december heeft de FvOv/UNIENFTO samen met de andere bonden weer overleg gehad met de VO-raad. Beide partijen hebben de intentie om tot een cao te komen, maar er zijn nog behoorlijke verschillen te overbruggen voor het zover is. 



De thema’s professionalisering, BAPO en entreerecht zijn in het overleg uitgebreid besproken. Op het terrein van entreerecht liggen de standpunten het verst uiteen. Werkgevers houden vast aan het volledig afschaffen van het entreerecht, de bonden willen hier niet in meegaan. 



Maar ook in het bapodossier moet nog veel gebeuren. De bonden koppelen daar ook het thema werkdrukvermindering aan. Over werkdruk en de samenhang met levensfasebewust personeelsbeleid moet wat de bonden betreft nog nader worden gesproken.

Wel is afgesproken alvast te gaan kijken naar de mogelijkheden voor een nieuwe seniorenregeling, de kosten daarvan en de bestemming van vrijkomende middelen. 



Op het gebied van professionalisering wordt vooruitgang geboekt. De komende tijd zal een aantal technische vragen worden uitgewerkt. Het overleg wordt op 23 januari voortgezet. 

Minister wil nieuw samenwerkingsmodel beroepsonderwijs bedrijfsleven

Minister Bussemaker (OCW) informeerde op 16 december jl. de Tweede Kamer over haar besluit om de wettelijke taken van de 17 kenniscentra onder te brengen bij de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Ze volgt hiermee het advies van SBB over het toekomstige samenwerkingsmodel beroepsonderwijs bedrijfsleven. De minister stelt vast dat het advies voldoet aan de randvoorwaarden die ze begin dit jaar aan SBB heeft gesteld. Ze voorziet 'een grote innovatie van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt'. SBB ontvangt voor deze nieuwe taken vanaf 2016 structureel € 50 mln. In dit nieuwe model borgen acht of negen sectorkamers binnen SBB de sectorale afstemming tussen bedrijfsleven en beroepsonderwijs.

Drie randvoorwaarden


De minister stelt vast dat het advies van SBB aan haar randvoorwaarden voldoet:

1)    Realiseren van wettelijke taken 
Een model waarin de drie wettelijke taken kwalificeren en examineren, het erkennen van leerbedrijven en de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming goed worden uitgevoerd. Deze taken vormen de kern van het beroepsonderwijs.

2)    Sectorale betrokkenheid bedrijfsleven en onderwijs
Het borgen van de sectorale betrokkenheid van het bedrijfsleven en het onderwijs: hiervoor worden de acht of negen sectorkamers verantwoordelijk.

3)    Minder complexiteit en bestuurlijke drukte
Een vermindering van de complexiteit en de bestuurlijke drukte in de mbo-sector. De wettelijke taken die nu verdeeld zijn over 17 kenniscentra komen in handen van één organisatie.

Grote innovatie

Met de bundeling van taken en bevoegdheden in één organisatie, waardoor sectoren efficiënt kunnen samenwerken, voorziet de minister een grote innovatie van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Aanvullend budget

De minister geeft duidelijkheid over het budget dat beschikbaar komt voor de wettelijke taken. In aanvulling op het resterend macrobudget van de kenniscentra van circa € 30 mln. hevelt de minister met ingang van 2016 maximaal € 20 mln. uit de intensiveringsmiddelen mbo over naar SBB. De minister vindt dat deze keuze verantwoord is, omdat zij - anders dan in het regeerakkoord staat - geen taken van de kenniscentra naar de mbo-instellingen overdraagt.

Transitietraject vloeit voort uit Regeerakkoord

De komende maanden wil de minister benutten om samen met SBB het samenwerkingsmodel verder uit te werken en het transitietraject voor te bereiden. De kenniscentra worden nauw betrokken bij dit traject. 

De UNIENFTO en de andere vakbonden zijn alert en worden uiteraard betrokken bij Sociale Plannen of andere vormen van flankerend beleid. Dat daarbij de mogelijkheden om mensen van werk naar werk te begeleiden voorop staan, is door de bonden al verschillende keren benadrukt.

Zoals al eerder aangekondigd komt er een verandering in de medezeggenschap van  het  ABP en zal er een Verantwoordingsorgaan opgericht worden.  Dit Verantwoordingsorgaan zal bestaan uit 48 personen: vertegenwoordigers van werknemers, pensioengerechtigden en werkgevers. De vertegenwoordigers van werknemers en pensioengerechtigden zullen worden gekozen via verkiezingen en zullen straks 32 zetels bezetten. Ook de CMHF zal met twee kieslijsten komen: één voor de actieven en één voor de gepensioneerden.

Omdat ik nu zelf in de deelnemersraad zit, is mij verzocht mee te werken aan de voorlichtingscampagne.  Zoals ik ook in onderstaand filmpje uitleg heb ik dat gedaan omdat ik het erg belangrijk vind dat het Verantwoordingsorgaan straks een goede afspiegeling weergeeft van de deelnemers van het ABP.

http://youtu.be/8no_u9inIKg

U kunt zich tot 6 januari aanmelden via (naam eigen vereniging) of direct bij de CMHF: centrale@cmhf.nl

Jacqueline van Langeraad

Bestuurslid UNIENFTO en lid van de deelnemersraad ABP

Bent u lid van de UNIENFTO ? En een actieve of gepensioneerde deelnemer bij het ABP en heeft u belangstelling voor de kieslijst van het (vernieuwde) Verantwoordingsorgaan?

De UNIENFTO zoekt kandidaten om via de gezamenlijke FvOv-kieslijsten aan te melden.

De kandidaten dienen te beschikken over enig financieel en juridisch inzicht en enige pensioenkennis. Bovendien is de kandidaat deelnemer bij ABP en er wordt gekeken naar persoonlijke geschiktheid.

Uw aanmelding en een kort CV ontvangen we graag. U kunt dit sturen naar:

UNIENFTO, Postbus 295, 4100 AG  Culemborg tav “kandidaat deelnemer ABP” 

Toelichting

Pensioen(fonds) in beweging

De laatste tijd is er in de pers meer dan ooit aandacht voor pensioenen. Een aantal ideeën over het toezicht op het pensioenfonds, de berekening van de dekkingsgraad en de fiscale omgeving zijn de belangrijkste. Met de veranderde regelgeving door de overheid zijn de pensioenfondsen verplicht hun organisatie hieraan aan te passen. Zo is in juli 2013 de Wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen (WVPB) door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet treedt in werking op 1 juli 2014. Pensioenfondsen moeten de bestuursstructuur, het interne toezicht en de medezeggenschap dan hebben aangepast aan de nieuwe wettelijke kaders. De keuzes die het ABP bestuur als gevolg hiervan moet maken betreffen het bestuursmodel, de zetelverdeling, de benoemingsprocedure van leden in de fondsorganen, de inrichting van het interne toezicht en de inrichting van de medezeggenschap.

Op grond van deze wet zal per 30 juni 2014 de huidige Deelnemersraad worden opgeheven en worden vervangen door het Verantwoordingsorgaan (VO). Dit VO zal gaan bestaan uit geledingen van actieve deelnemers, van pensioengerechtigden en werkgevers. De zetelaantallen van die geledingen zijn gebaseerd op de onderlinge getalsverhouding van actieven en pensioengerechtigden in de populatie van het fonds.

Voor de benoeming van leden van het VO geeft de wet 2 mogelijkheden: benoeming op voordracht vanuit verenigingen die deelnemers vertegenwoordigen, of na vrije verkiezingen. Voorlopig heeft het ABP-Bestuur in haar beleidsvoornemens aangegeven over te gaan tot vrije verkiezingen.

Bij verkiezingen kunnen verenigingen zowel voor actieve als voor gepensioneerde deelnemers van het fonds kieslijsten indienen. Naast kieslijsten vanuit verenigingen kunnen ook individuele deelnemers zich verkiesbaar stellen indien zij kunnen aantonen over een voldoende grote achterban te beschikken.

De verwachting op dit moment is dat uiterlijk medio januari 2014 kieslijsten bij het ABP moeten worden ingediend. Wil de CMHF vertegenwoordigd blijven in de medezeggenschap bij het ABP, dan zullen tenminste 2 kieslijsten moeten worden ingediend. Eén voor de vertegenwoordiging in de actieve geleding en één voor de gepensioneerde geleding. Op dit moment is nog niet duidelijk of het ABP toelatingscriteria zal hanteren, maar als ze er komen gaat het om zaken als enig financieel en juridisch inzicht, enige pensioenkennis en om persoonlijke geschiktheid. De verenigingen aangesloten bij de CMHF kunnen vanuit hun vereniging kandidaten voordragen om op de kieslijst en te komen.

Thans heeft de CMHF-geleding in de Deelnemersraad drie zetels. Twee zetels ‘actieven’, bezet door Martin Weusthuis en Jacqueline van Langeraad en één zetel ‘gepensioneerden’ bezet door Winfried Treu. Hoe dit er na verkiezingen uit zal gaan zien is de vraag want meedoen aan verkiezingen met lijsten geeft geen garantie dat CMHF vertegenwoordigers voor één of voor beide geledingen worden gekozen. Elke lijst/vertegenwoordiger moet ten minste de kiesdeler halen. U kunt dus in de komende periode een verzoek verwachten om uw stem uit te brengen op één van de kieslijsten voor het Verantwoordingsorgaan.

Op het moment is nog veel onduidelijk. Hierbij dan ook meteen het advies om de website goed in de gaten te houden, want we doen ons best u zo goed mogelijk te blijven informeren.

Namens de CMHF-fractie in de Deelnemersraad ABP, Jacqueline van Langeraad, bestuurslid UNIENFTO

Ben je een ervaren leraar in jouw vakgebied, werkzaam in het voortgezet onderwijs (voor LO in het po!) en werkzaam in één van de onderstaande vakgebieden? Dan kun je je expertise inzetten in een registersubcommissie van de Onderwijscoöperatie.

Een subcommissie valideert en waardeert via het digitale systeem van registerleraar.nl  het vakspecifieke aanbod van nascholingen en vakspecifieke professionaliseringsactiviteiten van leraren. Valideren is het proces waarin bekeken wordt of de nascholing voldoet aan de professionaliseringscriteria van registerleraar.nl. Met behulp van een checklist en conform een protocol brengt de subcommissie binnen zeven dagen advies uit aan de registercommissie vo die tot besluitvorming overgaat.
Een subcommissie bestaat uit drie leden waarvan één van de leden contactpersoon is namens een vakinhoudelijke vereniging.

Het betreft de subcommissies:

Nederlands, Duits, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Muziek, Beeldende vorming, Natuurkunde , Scheikunde van het voortgezet onderwijs en een lid voor de subcommissie LO uit het basisonderwijs.

Van leden van subcommissies wordt het volgende verwacht:

- je bent zelf geregistreerd als leraar bij het registerleraar.nl

- je bent voor minstens 0,2 werkzaam als leraar in het VO

- je bent lid van een lidorganisatie van de OC (AOB, CNV, FvOv (UNIENFTO), BON of PVVVO)

- je hebt veel ervaring als leraar en houdt je eigen professionele ontwikkeling bij

- je kunt met kritische distantie en objectief valideringsverzoeken en dossiers beoordelen en

  de eigen mening hierbij ter zijde schuiven

- je kunt op professionele wijze samenwerken en bent nauwkeurig en betrokken

- je bent bereid en in staat om snel te reageren op een valideringsaanvraag

Als je belangstelling hebt, stuur dan uiterlijk 6 januari 2014 een mini-CV naar je eigen vakvereniging en cc aan de verbindingsofficier FvOv-OC Yvonne Lebbink via info@fvov.nl.

Met vermelding van je vak, het type onderwijs (vmbo, havo, vwo waarin je werkzaam bent), bovenbouw/onderbouw.
De Onderwijscoöperatie zal - op grond van de samenstelling van de subcommissie - de selectie doen.  
De tijdsinvestering verschilt per vak en is afhankelijk van het te valideren aanbod. Dit schooljaar worden leden van subcommissie voor 0,50 of 0,25 uur per week gefaciliteerd  via hun school met de GOVAK regeling. 

Leraar24 is een multimediaal platform voor leraren

De Onderwijscoöperatie zoekt voor Leraar24 enthousiaste leraren die een bijdrage willen leveren aan de redactie. Je komt tussen januari en juni vier keer naar Utrecht voor een redactievergadering. Verder voer je werkzaamheden uit op tijdstippen die jou passen of wanneer het nodig is. Wij bieden gemiddeld drie uur per week*, flexibel in te plannen, voor een periode van 20 weken (8 januari tot 1 juli 2014, werkzaamheden gaan in overleg). Je houdt zelf een overzicht bij van de gemaakte uren en koppelt dit terug naar de programmamanager professionele ruimte.

Leraar24 biedt informatie rondom talloze thema's die aansluiten bij het beroep van leraar. Elk thema is uitgewerkt in informatieve video's die samen met verdiepende informatie een rijk dossier vormen. Het vormt een gereedschapskist van, voor en door leraren waar kosteloos op praktische, informatieve en interactieve wijze oplossingen en voorbeelden worden gedeeld.

Gezien de werkzaamheden (contact zoeken met scholen en leraren en informatie verwerken voor video’s en dossiers) kunnen deze uren niet op een vast moment in de week worden ingezet, maar dient daar flexibel mee te worden omgegaan. De uren worden vergoed volgens de GOVAK-regeling (GO- en vakbondsfaciliteiten). Hierbij wordt de leraar vergoed in tijd, waarbij de vervangingskosten aan de school worden vergoed volgens een vaste normtabel.

Wanneer je als leraar werkzaamheden doet binnen de Onderwijscoöperatie voldoe je in ieder geval aan de volgende basiseisen:

  • je bent Registerleraar;
  • je bent lid van een lidorganisatie van de Onderwijscoöperatie; bijvoorbeeld van de UNIENFTO (die deel uitmaakt van de FvOv);
  • de vergoeding voor je werkzaamheden loopt met de GOVAK-regeling via je school.

Op www.unienfto.nl vind je de omschrijving van de werkzaamheden, de gewenste ervaring en de reactietermijn.

Waaruit bestaan de werkzaamheden?

  • meedenken over onderwerpen op Leraar 24;
  • voorbereiden van 20 video’s voor jouw sector;
  • zoeken naar leraren en scholen uit je sector;
  • aanleveren van basisinformatie voor de video aan de producent/maker;
  • contact onderhouden met de producent of maker van de video;
  • contact houden met de beleidsmedewerker bij de Onderwijscoöperatie;
  • ontwikkelen en samenstellen van nieuwe dossiers op Leraar24;
  • (her)schrijven van dossiers;
  • suggesties doen voor aanpassing van bestaande video’s;
  • onderhouden van social media platforms.

Gewenste ervaring

  • ervaring hebben met het werken in een CMS;
  • zelfstandig kunnen werken, flexibel, legt makkelijk contact, digitaal vaardig, kan beknopt en helder schrijven;
  • creatief kunnen nadenken over onderwerpen op Leraar 24;
  • netwerk binnen je sector;
  • goede kennis van wat er speelt op het gebied van professionalisering en onderwijskundige ontwikkelingen binnen de sector;
  • kennis en ervaring in het maken van video is een pre.

Informatie kun je krijgen bij Gertjan Sinke, beleidsmedewerker professionele ruimte, telefoon 030-2306960, email g.sinke@onderwijscooperatie.nl

Je reactie waarin je beschrijft over welke relevante kennis jij beschikt en een korte motivatie zien wij graag uiterlijk 8 januari 2014 tegemoet. Je kunt je reactie sturen aan de verbindingsofficier van de FvOv-Onderwijscoöperatie, Yvonne Lebbink, yvonne.lebbink@fvov.nl

 

 

 

 

De laatste tijd is er in de pers meer dan ooit aandacht voor pensioenen. Ook de politiek heeft hier vaak eigen meningen over die dan luidkeels verkondigd worden. Wanneer die eigen mening de route doorloopt waarmee het van idee verandert in wet, zijn de pensioenfondsen verplicht tot uitvoering hiervan.

Zo is in juli 2013 de Wet Versterking Bestuur Pensioenfondsen (WVBP) door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet treedt in werking op 1 juli 2014. Pensioenfondsen moeten de bestuursstructuur, het interne toezicht en de medezeggenschap dan hebben aangepast aan de nieuwe wettelijke kaders. De keuzes die het ABP-bestuur als gevolg hiervan moet maken, betreffen het bestuursmodel en de zetelverdeling, de benoemingsprocedure van leden in de fondsorganen, de inrichting van het interne toezicht en de inrichting van de medezeggenschap. Zoals u wellicht weet ben ik in juni van dit jaar toegetreden tot dit laatste orgaan, de Deelnemersraad, en ik kan  dus meteen volop aan de bak!

Op grond van deze wet zal per 30 juni 2014 de huidige Deelnemersraad worden opgeheven. De wet geeft voorschriften voor de samenstelling van wat in de toekomst zal gaan heten: het Verantwoordingsorgaan (VO). Dit VO zal gaan bestaan uit geledingen van actieve deelnemers en van pensioengerechtigden. De zetelaantallen van die geledingen zijn gebaseerd op de onderlinge getalsverhouding van actieven en pensioengerechtigden in de populatie van het fonds.

Voor de benoeming van leden van het VO geeft de wet twee mogelijkheden. Benoeming op voordracht vanuit verenigingen die deelnemers of pensioengerechtigden vertegenwoordigen, of na vrije verkiezingen. Indien gekozen wordt voor voordracht door verenigingen, geeft de wet de mogelijkheid verkiezingen alsnog af te dwingen, indien ten minste 1% of 500 personen uit de betrokken populatie aangeeft verkiezingen te wensen. Dit laatste wordt waarschijnlijk geacht en daarom heeft het ABP-Bestuur in de voorlopige beleidsvoornemens aangegeven over te gaan tot vrije verkiezingen.

Bij verkiezingen kunnen verenigingen voor actieve en/of voor gepensioneerde deelnemers van het fonds kieslijsten indienen. Voor de verkiezing van actieve deelnemers en voor de verkiezing van gepensioneerde deelnemers zijn aparte kieslijsten nodig. Naast kieslijsten vanuit verenigingen kunnen ook individuele actieve of gepensioneerde deelnemers zich verkiesbaar stellen indien zij kunnen aantonen over een voldoende achterban te beschikken.

De verwachting op dit moment is dat uiterlijk medio januari 2014 kieslijsten bij het ABP moeten worden ingediend. Wil de CMHF vertegenwoordigd blijven in de medezeggenschap bij het ABP, dan zullen twee kieslijsten moeten worden ingediend: één voor de vertegenwoordiging in de actieve geleding en één voor de gepensioneerde geleding. Op dit moment is nog niet duidelijk of het ABP toelatingscriteria zal hanteren, maar als ze er komen, gaat het om zaken als enig financieel en juridisch inzicht, enige pensioenkennis en om persoonlijke geschiktheid. De verenigingen aangesloten bij de CMHF kunnen vanuit hun vereniging kandidaten voordragen om op de kieslijst en te komen.

Thans heeft de CMHF-geleding in de Deelnemersraad drie zetels. Twee zetels ‘actieven’, bezet door Martin Weusthuis en Jacqueline van Langeraad en één zetel ‘gepensioneerden’ bezet door Winfried Treu. Hoe dit er na verkiezingen uit zal gaan zien is de vraag, want meedoen aan verkiezingen met lijsten geeft geen garantie dat CMHF vertegenwoordigers voor één of voor beide geledingen worden gekozen. Elke lijst/vertegenwoordiger moet ten minste de kiesdeler halen.

Op het moment van schrijven, maar ook wanneer dit blad bij u op de mat valt, is nog veel onduidelijk. Hierbij dan ook meteen het advies om de website (www.unienfto.nl) goed in de gaten te houden, want we doen ons best u zo goed mogelijk te blijven informeren.

Namens de CMHF-fractie in de DNR,

Jacqueline van Langeraad, bestuurslid UNIENFTO

 

Het mbo gaat werken met nieuwe kwalificatiedossiers. Hoe werkt het en wat levert dat op voor studenten, scholen en leerbedrijven?

 

Voor de animatie: KLIK HIER.........

Leraar24 is een multimediaal platform en biedt informatie rondom talloze thema’s die aansluiten bij het beroep van leraar. Elk thema is uitgewerkt in informatieve video’s die samen met verdiepende informatie een rijk dossier vormen. Het vormt een gereedschapskist van, voor en door leraren waar kosteloos op praktische, informatieve en interactieve wijze oplossingen en voorbeelden worden gedeeld.

De Onderwijscoöperatie zoekt voor Leraar24 enthousiaste leraren die een bijdrage willen leveren aan de redactie. Heb je belangstelling kijk dan hier!

Onderwijsraad Stand van educatief Nederland 2013

In deze derde editie van de Stand van educatief Nederland geeft de raad een analyse van het Nederlandse onderwijs. Hoe staat het onderwijs er voor? Is het goed voorbereid op de toekomst? De raad constateert dat het Nederlands onderwijs het in internationale vergelijkingen goed doet. Maar hij signaleert daarnaast een aantal risico's. Om deze risico's te verkleinen formuleert de raad een drietal uitdagingen voor het onderwijsbeleid:

maak brede kwaliteit inzichtelijk

stuur centraal op hoofdlijnen, vraag scholen een grotere professionele inbreng

zorg voor meer waardering van niet-cognitieve capaciteiten

lees meer

Het Nederlandse onderwijs levert met gemiddelde financiële inzet bovengemiddelde prestaties. Toch is het onvoldoende voorbereid op de toekomst. De basiskwaliteit is goed, maar er zijn belemmeringen voor verdere verbetering en vernieuwing.

Drie risico's in het huidige onderwijs

Allereerst is er te weinig visie op wat het onderwijs leerlingen en studenten moet bijbrengen. In de afgelopen periode was de aandacht eenzijdig gericht op meetbare doelen, in het bijzonder op het verhogen van taal- en rekenprestaties. Veel minder beleidsaandacht was er voor het bredere vakkenaanbod, algemene vorming en beroepspraktijkvorming. Ten tweede hebben scholen – door prestatieverhogende maatregelen – onvoldoende ruimte om accenten te leggen in hun onderwijsaanbod of om te vernieuwen. Tot slot staat de eigenwaarde van leerlingen die niet goed presteren op basisvaardigheden, onder druk. Het vroege keuzemoment voor vmbo, havo of vwo accentueerde al cognitieve verschillen tussen jongeren van verschillende sociale achtergronden, doordat afkomst nog steeds een rol speelt bij schoolkeuze. Door de toename van categorale klassen dreigen nu ook de sociale verschillen groter te worden. Om deze risico’s te verkleinen, formuleert de Onderwijsraad drie uitdagingen voor het onderwijsbeleid.

Uitdaging 1: maak brede kwaliteit inzichtelijk

De raad vindt dat beleidsmakers, onderwijsinstellingen, leraren en anderen gezamenlijk indicatoren moeten ontwikkelen voor de opbrengsten van brede vakken (geschiedenis, economie, filosofie, cultuureducatie), maar ook van burgerschapsvorming en aandacht voor vakoverstijgende ‘advanced skills’ (problemen oplossen, samenwerken, communiceren en ict-geletterdheid). Nodig zijn zowel getalsmatige indicatoren als graadmeters voor de gepleegde inspanningen. Instellingen zijn zelf aan zet bij het vormgeven van de eigen identiteit – ook een indicator voor onderwijskwaliteit.

Uitdaging 2: stuur centraal op hoofdlijnen, vraag scholen een grotere professionele inbreng

De overheid moet beter sturen op hoofdlijnen. Ze moet meer regie nemen bij belangrijke bestuurlijke vraagstukken, maar voor de onderwijsinhoud instellingen juist meer ruimte geven. Daarvoor is meer kennis nodig bij bestuurders, schoolleiders en leraren. Werken in het onderwijs is niet eenvoudig. Niettemin – en juist ook daarom – vindt de raad het redelijk om van leraren te vragen dat zij zich verplicht bijscholen en zich inschrijven in een publiekrechtelijk lerarenregister. De raad vindt dat er ook meer eisen gesteld moeten worden aan schoolleiders en schoolbestuurders.

Uitdaging 3: zorg voor meer waardering van niet-cognitieve capaciteiten

De samenleving heeft ook behoefte aan creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap. Om de eigenwaarde van álle jongeren te bevorderen en iedereen optimale levenskansen te bieden, is hiervoor meer waardering nodig. De raad pleit voor aantrekkelijk en goed beroepsonderwijs, met voldoende ruimte voor de praktijk, zodat vakmanschap ruim baan krijgt. Er moet meer persoonlijke differentiatie mogelijk zijn in onderwijsprogramma’s. Tot slot doet de raad voorstellen om leerlingen van verschillende achtergronden elkaar in het onderwijs te laten treffen.

Voor het rapport KLIK HIER…….

Voor de brochure KLIK HIER………

bron: www.onderwijsraad.nl

 

In oktober 2013 is de dekkingsgraad van ABP gestegen naar 106,2%. Dit is 2%-punt hoger dan de benodigde 104,2%. Toch is er nog steeds een kans dat de pensioenen volgend jaar verlaagd moeten worden. De dekkingsgraad op 31 december 2013 is namelijk bepalend. Als de dekkingsgraad op dat moment 104,2% of hoger is, hoeft ABP de pensioenen niet te verlagen. Dit heeft De Nederlandsche Bank (DNB) bepaald, die toezicht houdt op de pensioenfondsen.

Dekkingsgraad kan sterk schommelen

De dekkingsgraad kan in korte tijd sterk schommelen. Dat maakt het lastig om te voorspellen of de dekkingsgraad aan het eind van het jaar 2013 boven de vereiste 104,2% zal uitkomen. Een kleine verandering in de rentestand of in het rendement van de ABP-beleggingen heeft een aanzienlijke invloed op de dekkingsgraad. In oktober steeg de rentestand en nam het vermogen van ABP toe. Beide factoren hebben voor een stijging van de dekkingsgraad gezorgd. In onderstaande grafiek ziet u de schommelingen van de dekkingsgraad in het afgelopen jaar.

 

Werkdruk, vaste banen, duurzame inzetbaarheid en loonontwikkeling van belang voor bonden

Op 5 november jl. is het overleg over een nieuwe CAO BVE voortgezet. In het vorige overleg, in oktober, hadden de bonden duidelijk gemaakt de achterban te willen raadplegen over het vergaande voorstel van de MBO Raad. Afgesproken werd dat de bonden zelf met een inzet zouden komen in het overleg op 5 november. Dit is gebeurd: de gezamenlijke bonden, AOb, AbvakaboFNV, CNV Onderwijs en FvOv / UNIENFTO, presenteerden hun gespreksthema’s voor een nieuwe CAO BVE door middel van een Powerpoint-presentatie.

De basis voor de inzet van de bonden werd mede gevonden in de regionale ronde tafelbijeenkomsten die in het voorjaar van 2013 plaatsvonden. Tijdens die bijeenkomsten kwam vooral naar voren dat de werkdruk tot problemen leidt op veel MBO-instellingen. Er bestaan grote verschillen tussen MBO-instellingen en het werd vooral duidelijk dat er aan een aantal randvoorwaarden in de cao en in het overleg met de OR voldaan moet worden, willen de werkverdeling, het Professioneel Statuut (zeggenschap) en de medezeggenschap goed functioneren in de dagelijkse praktijk op de instellingen. De vakbonden hebben daarom getracht deze thema’s met elkaar te verbinden en via de lijn van achtereenvolgens overleg tussen bevoegd gezag en OR en overleg in de teams de rechten van de werknemer zoveel mogelijk te waarborgen.

Verder willen de bonden de werkingssfeer van de CAO BVE uitbreiden om zo te komen tot vaste banen in het kader van de kwaliteit van het onderwijs.

In het kader van de financiële beheersbaarheid van de BAPO-regeling doen de bonden een aantal suggesties om die BAPO-regeling te vervangen door een nieuwe seniorenregeling, waarbij tevens voor de huidige BAPO-gerechtigden een overgangsregeling zal worden afgesproken.

Ten slotte wensen de bonden een reële loonontwikkeling en willen zij de resultaten van de herschrijfoperatie CAO BVE meenemen in een overeen te komen cao-akkoord.

De complete Powerpoint-presentatie van de gezamenlijke bonden vindt u HIER!

Eind november wordt het cao-overleg voortgezet.

Het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs helpt! ......... bij de inrichting van medezeggenschap binnen passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs.

Ouders, personeelsleden, leerlingen (voortgezet onderwijs) en medezeggenschapsraden kunnen voor (gratis) informatie, voorlichting en advies terecht bij het steunpunt. Ook biedt het steunpunt kosteloos ondersteuning aan directeuren en bestuurders bij de medezeggenschap binnen passend onderwijs en de oprichting van de ondersteuningsplanraad.

Het steunpunt is een initiatief van de vakbonden (AOb, AVS, CNV-Onderwijs, FvOv / UNIENFTO), Leerlingorganisatie (LAKS) en landelijke ouderorganisaties (Balans, CG-raad, Platform VG, LOBO, NKO, OUDERS & COO en de Vereniging Openbaar Onderwijs). Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap financiert het steunpunt. Met het ministerie en de sectororganisaties (PO- en VO-raad) vindt afstemming plaats.

Contactgegevens Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs:

Telefoonnummer helpdesk: 0800 – 270 04 00 (gratis)

Telefoonnummer: (036) 536 87 18 

E-mail: info@medezeggenschap-passendonderwijs.nl

www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl

Postadres: Postbus 60182, 1320 AE Almere 

De jongeren van de vakbeweging, waaronder de Young Professionals van de MHP hebben een belangrijk gezamenlijk doel geformuleerd: de inspraak van jongeren in de pensioenwereld vergroten. Ben jij 35 jaar of jonger en wil jij nadenken over aspecten die met pensioen te maken hebben en de pensioensector adviseren. Meld je dan nu aan door te mailen naar pensioenlab@gmail.com.

 
Voor meer informatie: klik op Flyer Pensioenlab
 

 

Medio september is een onderhandelaarsakkoord bereikt in de Pensioenkamer over wijziging van de ABP-regeling in 2014. Begin oktober heeft de Beleidsadvies Commissie van de CMHF (BAC) het Centraal Bestuur van de CMHF geadviseerd hiermee in te stemmen. Zoals u weet is de UNIENFTO aangesloten bij de CMHF.

 

Het onderhandelingsresultaat komt in basis overeen met de insteek van de CMHF om tot een kortetermijnoplossing te komen om de ABP-regeling binnen de fiscale wetgeving te houden in 2014. Een verhoging van de pensioenrekenleeftijd naar 67 en verlaging van de opbouw naar 1,95% was hiervoor noodzakelijk. Deze versobering betekent minder pensioenopbouw vanaf 2014, waardoor de pensioenpremie lager gesteld kan worden.

De CMHF en collega-SCO-bonden hebben deze versobering niet zonder meer willen doorvoeren; niet zonder enige vorm van compensatie voor werknemers en niet zonder harde afspraken over de aanwending van premievrijval.

Reeds voor de zomer heeft de BAC mandaat verleend voor ons compromisvoorstel, te weten dat de werkgevers voortaan het werknemersdeel van de VPL-premies zouden betalen.

Op de valreep en net op tijd voor Prinsjesdag hebben de werkgevers hiermee ingestemd.

Deze premieschuif resulteert in ruim 2% koopkrachtverbetering voor alle werknemers. 

 

Pluspunten:

  • Het is de CMHF gelukt om toekomstige versobering van deze secundaire arbeidsvoorwaarde te vertalen naar koopkrachtverbetering – in weerwil van het uitgangspunt in het Regeerakkoord.
  • Alle werknemers bij overheid en onderwijs (en overige ABP-deelnemers) worden  in gelijke mate gecompenseerd voor de lagere pensioenopbouw vanaf 2014.

Minpunten:

  • VSO had vóór de zomer dit akkoord kunnen bereiken. Door traagheid komt de communicatie rond verhoging van de pensioenrekenleeftijd naar 67 en de nadere verwerking in het reglement onder tijdsdruk.
  • Het ABP-bestuur is door Kabinet en sociale partners tot premieverlaging ‘gedwongen’. Dit werkt enigszins bevreemdend voor collega-pensioenfondsen en strookt niet met de intentie om premies stabiel te houden. Anderzijds is ABP wel een van de laatste fondsen om de opbouw aan te passen en zijn de premies bij ABP de laatste paar jaar daardoor blijven stijgen. Daarnaast is ABP voornemens de herstelopslag te behouden als het fonds uit onderdekking geraakt. 
  • VSO maakt mooie sier met koopkrachtplusjes, en presenteert op Prinsjesdag een spreekwoordelijke sigaar uit eigen doos als cadeau. 

Deze laatste communicatie vanuit VSO wekt wat verwarring onder CMHF-leden, die de ‘feestvreugde’ moeten bederven. CMHF-leden moeten weten en uitdragen dat hier geen sprake is van structurele loonsverhoging noch opheffing van de nullijn. De koopkrachtverbetering is slechts een gedeeltelijke compensatie voor verlaagde pensioenopbouw.

Het Centraal Bestuur heeft, conform bovenstaand advies van de BAC, op 1 oktober jl. ingestemd met het akkoord, dat op 17 oktober jl. namens de CMHF door de CMHF-woordvoerder in de Pensioenkamer is ondertekend.  

ABP werkt momenteel aan de communicatie richting alle deelnemers. Het is de bedoeling dat de deelnemers in december schriftelijk informatie ontvangen over de gevolgen voor hun pensioen. Voor uw leden is het vooral van belang te weten dat:

  • de bestaande, opgebouwde pensioenaanspraken op de rekenleeftijd 65 blijven staan;
  • alleen de nieuw op te bouwen pensioenaanspraken vanaf 2014 de rekenleeftijd van 67 hebben;
  • deelnemers in de AKP-regeling naar eigen keuze met pensioen kunnen tussen de leeftijd van 60 en 70 jaar. Men hoeft beslist niet door te werken tot 67. 

Pensioenfondsen staan er een stuk beter voor dan een paar maanden geleden. Het risico op kortingen aan het eind van het jaar neemt daardoor af, maar is nog niet weg. Door de rentestijging en positieve rendementen in het derde kwartaal, is de situatie van de pensioenfondsen fors verbeterd. In het geval de rente aan het eind van het jaar zou stijgen, ontstaat overigens een curieus probleem: de waardering van de vastrentende waarden daalt direct, terwijl het effect op de rekenrente door de driemaandsmiddeling dan zeer beperkt is.

 

ABP nu op 103,3% dekkingsgraad

ABP zag de dekkingsgraad met 6,2%-punt toenemen tot 103,3% de afgelopen drie maanden. Een dekkingsgraad van 103,3% is echter nog niet voldoende voor ABP om kortingen te voorkomen. ABP moet aan het eind van het jaar boven de 104,2% zitten. Voorzitter Brouwer van ABP: ‘De kans op verlaging van het pensioen is kleiner geworden, maar het kortingsgevaar is nog niet geweken. Het blijft van groot belang hoe de rente en de beleggingsopbrengst van ABP zich in de laatste drie maanden van het jaar zullen ontwikkelen’, aldus Brouwer.

 

Factoren die schommelingen veroorzaken

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het vermogen van ABP en de betalingsverplichtingen (de pensioenen die ABP nu en in de toekomst moet uitbetalen). Als de dekkingsgraad 100% is, betekent dit dat ABP precies genoeg geld heeft om de pensioenen van alle huidige en toekomstige gepensioneerden uit te betalen. Het vermogen is dan gelijk aan de verplichtingen.

De dekkingsgraad is het vermogen in euro’s gedeeld door de verplichtingen in euro’s.

De dekkingsgraad verandert wanneer het vermogen en/of de betalingsverplichtingen veranderen:

  • De dekkingsgraad stijgt als het vermogen groeit 
en/of de verplichtingen afnemen;.
  • De dekkingsgraad daalt als het vermogen afneemt 
en/of de verplichtingen toenemen.

 

Wat beïnvloedt het vermogen?

De stijging of daling van het vermogen wordt bepaald door het rendement van onze beleggingen. ABP belegt met een “langetermijnvisie”. Dit betekent dat ABP vooral kijkt naar wat beleggingen opleveren over meerdere jaren. Hierdoor heeft ABP de afgelopen 20 jaar een rendement van gemiddeld 7% behaald. Maar op de korte termijn kan het rendement erg schommelen. Deze schommelingen werken door in de dekkingsgraad. In het tweede kwartaal van 2013 ging het minder goed op de beurzen, inmiddels gaat het weer beter. Afhankelijk van deze ontwikkeling zal ABP in de komende twee kwartalen een goed of slecht rendement behalen. Dat bepaalt hoe groot het vermogen aan het einde van het jaar is. 


 

Wat beïnvloedt de verplichtingen?

Het bepalen van de verplichtingen is een ingewikkelde rekensom. Onder de verplichtingen vallen immers niet alleen de pensioenen die ABP op dit moment uitbetaalt, maar ook de pensioenen die ABP in de toekomst uit moet betalen. Twee belangrijke onderdelen van deze rekensom zijn:

  • de levensverwachting: hoe hoger de levensverwachting, des te hoger de verplichtingen.
  • de rentestand: hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen.

Vooral de rentestand heeft in 2013 voor schommelingen in de verplichtingen gezorgd en daarmee voor schommelingen in de dekkingsgraad. Een kleine daling van de rente zorgt al voor een aanzienlijke toename in de verplichtingen. Dit gebeurde onder meer in het tweede kwartaal van 2013.

 

Hoogte dekkingsgraad bepaalt hoogte eventuele verlaging

Zowel de beurzen als de rentestand zijn dus van invloed op de dekkingsgraad. ABP kan niet voorspellen hoe deze twee factoren zich de komende maanden ontwikkelen. Dat maakt het lastig om nu al concrete uitspraken te doen over de mogelijke verlaging in 2014. De hoogte van de dekkingsgraad eind 2013 bepaalt niet alleen óf een verlaging noodzakelijk is, maar ook met hoeveel procent de pensioenen eventueel verlaagd moeten worden. De hoogte van de eventuele verlaging is namelijk het verschil tussen de dekkingsgraad op 31-12-2013 en de vereiste 104,2%.

Wordt vervolgd, maar het worden dus spannende maanden: voor ABP en voor u!

 

De vakcentrale MHP kan het sociaal akkoord ook na de begrotingsafspraken 2014 blijven steunen. Op hoofdlijnen blijven de begrotingsafspraken inhoudelijk dicht bij het sociaal akkoord, aldus MHP-duovoorzitter Reginald Visser. Daarmee is er bredere steun in het parlement voor de plannen van sociale partners.

De voorstellen zijn minder nivellerend dan eerdere kabinetsplannen en de koopkracht van midden- en hogere inkomens en gezinnen gaat minder achteruit door de afspraken. Er blijven natuurlijk op onderdelen nog zorgpunten. Het is de vraag waar de prognose van werkgelegenheid op gebaseerd is en of de afspraken het vertrouwen gaan geven waar Nederland op wacht.

Er zijn in het begrotingsakkoord geen afspraken gemaakt over het pensioendossier. Daarmee is een belangrijk onderdeel van het sociaal akkoord nog niet geregeld, aldus MHP-duovoorzitter Bob van der Wal. De MHP vindt een goede pensioenfaciliteit voor iedereen belangrijk.

De MHP heeft maandagmiddag 14 oktober de aangesloten organisaties geraadpleegd over de begrotingsafspraken 2014, die op vrijdagavond door het kabinet zijn gemaakt met fracties van D66, ChristenUnie en SGP.

Op dinsdagmorgen 15 oktober is het bestuur van de Stichting van de Arbeid bijeengekomen. De Stichting van de Arbeid heeft de minister-president en de minister van SZW in een brief laten weten dat zij constateert dat de begrotingsafspraken 2014 van kabinet en oppositiepartijen D66, CU en SGP de kern van het Sociaal Akkoord overeind laten. De Stichting wil overleg met het kabinet. Zij maakt zich zorgen of de versnelling van enkele onderdelen van het Sociaal Akkoord wel te realiseren is.

81,5 procent van onze leden verwerpt Nationaal Onderwijs Akkoord

De UNIENFTO heeft haar leden onlangs in de gelegenheid gesteld zich uit te spreken over de inhoud van het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). Veel leden hebben gelukkig van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Zoals het bestuur van de UNIENFTO al enigszins verwachtte, heeft het overgrote deel van de leden die van hun stemrecht gebruik hebben gemaakt, zich uitgesproken tegen het Nationaal Onderwijsakkoord. De percentages zijn als volgt: 81,5 procent heeft tegen het Nationaal Onderwijsakkoord gestemd, 16,7 procent heeft voor het NOA gestemd en 1,8 procent was neutraal.

Veel leden hebben niet alleen gestemd, maar ook aangegeven waarom ze voor of tegen het NOA zijn. Het beeld dat daaruit ontstaat is in zeer algemene termen als volgt.

Voor

Voorstemmers noemen het verdwijnen van de nullijn en de mogelijkheid dat verdere toezeggingen  eventueel tot resultaat zouden kunnen leiden, bijvoorbeeld  wat betreft verlaging van de werkdruk. Tevens wijst men op het beschikbaar stellen van financiële middelen voor het onderwijs in deze crisistijd.

Tegen

Tegenstemmers noemen regelmatig het verdwijnen van de BAPO zonder dat duidelijk is wat daarvoor terugkomt. Vooral die laatste onzekerheid legt bij de tegenstemmers veel gewicht in de schaal. Men heeft weinig vertrouwen in de werkgevers en daarom heeft men grote twijfels over regelingen die eventueel voor de BAPO in de plaats komen. Wat betreft financiële middelen die ter beschikking worden gesteld wordt regelmatig de opmerking gemaakt dat het een "sigaar uit eigen doos" blijkt te zijn. Tevens stoort men zich aan de grote mate van vaagheid van veel toezeggingen. Er wordt ook opgemerkt dat de nullijn in het hbo in 2014 gehandhaafd blijft en dat het eigenlijk vooral een po/vo-akkoord is. Regelmatig wordt ook vastgesteld dat de overheid zich niet zou moeten bemoeien met de cao-onderhandelingen, maar dat men die moet overlaten aan de sociale partners in de sector.

Tot slot kwam regelmatig naar voren dat veel leden geen vertrouwen hebben in hun werkgeversorganisatie en in de overheid als geheel.

De FvOv en de procedure

De uitslag van de peiling onder de leden bevestigt de mening van het bestuur van de UNIENFTO dat het Nationaal Onderwijs Akkoord moet worden afgewezen. Het bestuur van de UNIENFTO kan en wil namelijk niet anders dan de mening van de leden laten doorklinken!

De UNIENFTO heeft dan ook in de FvOv vergadering van maandag 7 oktober jl. het Nationaal Onderwijs Akkoord afgewezen. De overige verenigingen binnen de FvOv stonden voor dezelfde keuze. Iedere vereniging binnen de FvOv heeft haar leden over het Nationaal Onderwijs Akkoord geraadpleegd. Uiteindelijk zijn het de verenigingen die binnen de FvOv door hun stem bepalen of het Nationaal Onderwijs Akkoord door de FvOv definitief wordt ondertekend of niet.

FvOv in meerderheid voor NOA, maar geen jubelstemming!

Van de elf FvOv-verenigingen stemde uiteindelijk de meerderheid voor het Nationaal Onderwijs Akkoord, maar door de negatieve geluiden vanuit met name MBO- en HBO-leden was er van een jubelstemming absoluut geen sprake.

Werkdocument

Duidelijk is wel geworden dat het wat betreft de uiteindelijke effecten van het Nationaal Onderwijs Akkoord vooral aan zal komen op de cao-onderhandelingen in de diverse sectoren van het onderwijs. Hoe gaan de nieuwe seniorenregelingen eruit zien en wat gebeurt er ten aanzien van de werkdrukverlaging? Zomaar twee vragen waarop het antwoord zal moeten worden gegeven in de sectorale cao-onderhandelingen. FvOv-voorzitter Jilles Veenstra: “Met deze boodschap van de leden kunnen we zeker verder, maar wel is duidelijk dat we er nog lang niet zijn. We zullen in de komende tijd ons stinkende best doen aan de cao-tafels om de verwachtingen van de leden waar te maken. Ik zie het NOA dus niet als een eindresultaat maar meer als een werkdocument.

Bezwaren

De negatieve geluiden kwamen het sterkst naar voren vanuit het MBO en het HBO. Daar is de werkdruk blijkbaar het hoogst en lijkt de kwaliteit van het onderwijs daardoor het meest onder druk te staan. Ook hielp de nogal rigoureuze inzet van de MBO Raad voor de CAO BVE zeker niet mee aan de acceptatie van het NOA. Duidelijk is wel dat, wil men ons meekrijgen voor een nieuwe cao, er ook beweging moet zijn vanuit de werkgevers.

Aan de cao-tafels moet het gebeuren!

UNIENFTO-voorzitter Jan van den Dries: “Het is jammer dat de mening van de meerderheid van onze leden niet ook de mening is van de meerderheid van de FvOv-verenigingen, maar zo gaat dat in een democratisch proces nu eenmaal. Maar de strijd is absoluut nog niet verloren, want het Nationaal Onderwijs akkoord regelt op zichzelf niets. De regelingen zullen we voor onze leden moeten verwoorden in de CAO VO, de CAO BVE en de CAO HBO. Daar, aan die verschillende cao-tafels, hebben we nog een moeilijke en lange weg te gaan. Als UNIENFTO zullen we alert zijn op wat daar gebeurt en in ons achterhoofd spelen de kritische kanttekeningen van veel leden continu mee als we de werkgeversvoorstellen op hun merites gaan beoordelen.

Directeuren en leraren binnen zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs vinden het Nationaal Onderwijsakkoord niet geloofwaardig: binnen het basisonderwijs vindt 18% het akkoord geloofwaardig, binnen het voorgezet onderwijs 10%.

Dit blijkt uit onderzoek door DUO Onderwijsonderzoek onder 289 directeuren en 314 leraren in het basisonderwijs en 180 directeuren en 433 leraren in het voortgezet onderwijs. Er is geen vertrouwen in de afspraken binnen het Nationaal Onderwijsakkoord om de regel- en werkdruk te verlagen en om leraren te ontlasten van administratieve rompslomp en werkdruk. 11% van het basisonderwijs en 6% van het voorgezet onderwijs is positief over het Nationaal Onderwijsakkoord, respectievelijk 33% en 61% negatief.

Het vertrouwen van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs in het kabinet Rutte II is in vergelijking met november 2012 gedaald (basisonderwijs van 73% naar 52%, voortgezet onderwijs van 68% naar 37%). Het vertrouwen in zowel minister Jet Bussemaker als in staatssecretaris Sander Dekker is sterk gedaald is, binnen het voortgezet onderwijs is de daling in vertrouwen het grootst.

Bron DUO * 26-09-2013

Inzet werkgevers verontrust bonden zeer

MBO Raad wil CAO BVE fors uitkleden!

De UNIENFTO / FvOv en de overige vakbonden in de MBO-sector hebben recent van de MBO Raad de werkgeversinzet ontvangen voor een nieuwe CAO BVE. Bij het uitwisselen van inzetten voorafgaand aan cao-onderhandelingen worden wel vaker wenkbrauwen gefronst, maar deze inzet van de MBO-werkgevers is nog een stuk schokkender en verontrust de UNIENFTO / FvOv en de andere bonden dan ook zeer. Als dit de invulling is van het moderniseren van arbeidsvoorwaarden, laat ons dan maar lekker ouderwets blijven!

In de voorstellen van de MBO Raad is onder meer sprake van flinke ingrepen in, je kunt eigenlijk beter spreken van afschaffing van, de arbeidsvoorwaardenregelingen bij de bovenwettelijke ontslag- en ziekteregelingen (de BWR-BVE en de ZAR-BVE). Dat er met de BAPO-regeling iets zal moeten gebeuren, dat staat al langer vast, maar de MBO Raad gaat zó ver dat men een complete afschaffing van de BAPO voorstelt, ook voor de mensen die nu al BAPO genieten! En ook van een overgangsregeling is geen sprake, ook al staat dat in het Nationaal Onderwijsakkoord dat door diezelfde MBO Raad niet alleen is ondertekend maar zelfs is omarmd en verheerlijkt!

Hieronder sommen we de voornaamste punten uit de inzet van de MBO Raad voor u op.

BAPO

Voorgesteld wordt de BAPO-regeling per 1 oktober 2013 te laten vervallen. Deelname is voor werknemers niet meer mogelijk. Dit geldt ook voor werknemers die op 30 september 2013 reeds deelnamen aan de regeling of uiterlijk op die datum een aanvraag voor deelname bij hun werkgever hebben ingediend. Eerdere door of namens de werkgever gegeven toekenningsbesluiten zijn vervallen. Dit is flagrant in strijd met wat de partijen, en dus ook de MBO Raad, in het onderwijsakkoord hebben afgesproken. Er is helemaal geen voorstel gedaan voor een overgangsregeling of een nieuwe seniorenregeling!

Ontslagregeling

In het kader van de in het Nationaal Onderwijsakkoord genoemde modernisering van arbeidsvoorwaarden, willen de werkgevers de huidige bovenwettelijke regeling gelijk stellen aan de duur van de ww. De aansluitende uitkering is dan dus weg. Gekoppeld aan de voorgestelde mogelijkheid van deeltijdontslag valt het prijskaartje op het ontslag van ouderen nagenoeg weg. Met de verkorting van de ww in het vooruitzicht, eindigt de ontslaguitkering afhankelijk van het arbeidsverleden straks na maximaal 24 maanden. Dit maakt het mogelijk om telkens met een ontslag van 4 uurtjes per week uitkeringsvrij van een werknemer af te raken. Nu hebben werknemers, afhankelijk van hun leeftijd en diensttijd, recht op een aanvulling op de WW-uitkering en vervolgens een aansluitende uitkering ter hoogte van 70% van het laatstverdiende salaris.

Regeling bij ziekte

Er komt een nieuwe Ziekte- en Arbeidsongeschiktheidsregeling (ZAR-BVE). Nu is het zo dat pas na éen jaar arbeidsongeschiktheid een korting plaatsvindt op het salaris. De werkgevers willen dat er al gedurende een ziekteperiode van 24 maanden een geleidelijke afbouw van de loondoorbetaling komt:

• 100% tijdens de eerste t/m de vierde maand;

•  90% tijdens de vijfde t/m de achtste maand;

•  80% tijdens de negende t/m de twaalfde maand;

•  70% tijdens de dertiende t/m de vierentwintigste maand.

Loondoorbetaling bij ziekte is naar de mening van de UNIENFTO / FvOv  één van de belangrijkste primaire arbeidsvoorwaarden. Wij willen daarom, net als de overige bonden trouwens, de huidige regeling handhaven. 

Werkverdeling / taakbeleid

De MBO Raad wil de terugvaloptie in het werkverdelingsbeleid schrappen. Dit is het laatste vangnet voor de maximering van de directe onderwijsuren, die nu bestaat uit 1200 uur inclusief voorbereiding en nazorg. Nu hebben teams nog de mogelijkheid om terug te vallen op deze maximering, wanneer er niet tot overeenstemming kan worden gekomen over de werkverdeling. Zelfs de definitie van directe onderwijsuren wordt geschrapt! De werkverdeling wordt zo geheel aan onderwijsteams gelaten, waarbij de leidinggevende beslist. Met de OR wordt alleen nog gesproken over de uitgangspunten van het taakbeleid: er wordt gestreefd naar ‘zodanige arbeidsomstandigheden dat verzuim wegens arbeidsongeschiktheid en ziekte zo veel mogelijk wordt weggenomen’.

De UNIENFTO / FvOv wil een bescherming in de cao zien opgenomen waarop een individuele werknemer zich kan beroepen.

Beloning: salaris en bindingstoelage

De MBO Raad wil de jaarlijkse automatische verhoging van het salaris met een periodiek en het structurele karakter van de bindingstoelage laten vervallen. Het toekennen van een periodiek of de bindingstoelage moet afhankelijk gemaakt worden van voldoende functioneren, vast te stellen in een beoordelingsgesprek dat op basis van de cao jaarlijks dient plaats te vinden. Voor nieuw toe te kennen bindingstoelagen wordt vanaf augustus 2014 het huidige toe te kennen bedrag gehalveerd.

De UNIENFTO / FvOv wil het huidige systeem van een jaarlijkse periodiek handhaven. Ook nu is er de mogelijkheid om bij goed en slecht presteren op basis van een beoordeling extra periodieken toe te kennen of een periodiek niet te verlenen. De bindingstoelage vloeide destijds voort uit een sectorale uitwerking van het Actieplan LeerKracht, inhoudend de kortere salarislijnen en de compensatie voor degenen die al langer op hun maximumschaal zaten. Werknemers én werkgevers hebben dit toen met hun volle verstand afgesproken. Het komt een beetje over als “leraartje pesten” om dit nu ter discussie te stellen en het doet ook geen recht aan de doelstelling van cao-partijen het vertrouwen binnen de sector te herstellen!

Flexbanen

De MBO Raad wil de beperking die nu in de CAO BVE staat ten aanzien van flexibele arbeidsovereenkomsten laten vervallen. Datzelfde geldt voor min-max contracten en de beperking van uitzendarbeid. Ook de maximale duur van een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet vervallen. Ook dit voorstel van de MBO Raad is in strijd met het Sociaal Akkoord en met het Nationaal Onderwijsakkoord. De bonden willen juist dat er een einde wordt gemaakt aan constructies die medewerkers geen zekerheid bieden op vast werk. Zoals het Nationaal Onderwijsakkoord overigens constateert valt of staat de onderwijskwaliteit met de kwaliteit van de leraar en wordt er betrokkenheid en bevlogenheid gevraagd. Dan is het ook nodig dat mensen aan de instelling worden gebonden. Telkens wisselende samenstelling van teams door aflopende contracten is niet goed voor de onderwijskwaliteit en verhoogt de werkdruk bij degenen die blijven, omdat er telkens weer nieuwe mensen moeten worden ingewerkt.

Professionalisering

In de voorstellen van de MBO Raad vervalt de 59 uur scholing voor de werknemer die direct betrokken is bij het primaire proces en benoemd is in een functie met carrièrepatroon 7 of 8. Ook vervallen de artikelen over vergoeding van scholing en scholingsverlof. Iedere medewerker moet in dit voorstel zelf onderhandelen over een schriftelijke studie-overeenkomst met afspraken over de vergoeding van de scholingskosten, scholingsverlof en een eventuele terugbetalingsverplichting.

De UNIENFTO / FvOv wil dat er duidelijke individueel afdwingbare voorzieningen in tijd en geld voor scholing in de cao geregeld blijven.

Verder wil de MBO Raad de verlofmogelijkheden beperken, de opname van vakantiedagen bemoeilijken, toeslagen afschaffen en de zeggenschap van de OR op belangrijke punten beperken en dan zijn nog niet eens alle verslechteringen die men voorstelt hier genoemd!

Samenvattend

Deze inzet van de MBO Raad is niet goed voor het personeel dat werkzaam is in het MBO. De CAO BVE, die buiten een drietal verlengingen, in feite sinds 2008 niet meer is veranderd wordt compleet uitgekleed en neemt individuen rechten af en dwingt hen zelf met de werkgever te onderhandelen.

In de rondetafelbijeenkomsten die bonden en MBO Raad begin 2013 gezamenlijk nog organiseerden kwam duidelijk naar voren dat de werkdruk het grote probleem vormt in de BVE-sector! En dat wordt alleen maar erger als we alle individueel afdwingbare normen voor de onderwijstijd uit de cao gaan halen, zoals de MBO Raad voorstelt.

Met de andere bonden verwerpt de UNIENFTO / FvOv deze werkgeversinzet omdat deze absoluut niet bijdraagt aan enig herstel van vertrouwen in de sector, een doelstelling die partijen altijd hebben uitgedragen. Verder wordt de werkdruk niet verlaagd, er is geen goed alternatief voor de BAPO-regeling, de professionaliteit staat ter discussie en de baanzekerheid is diffuus.

Allemaal minpunten, waar geen enkel pluspunt tegenover staat. Dit is voor de UNIENFTO / FvOv onverteerbaar. Genoeg redenen dus om deze inzet fel af te wijzen!

We blijven u op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen en blijven oprecht streven naar een goede en rechtvaardige CAO BVE!

Jan van den Dries en Gijs Jacobse, onderhandelaars CAO BVE voor UNIENFTOFvOv

 

FvOv-bijeenkomsten over Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA)

Geacht lid van de UNIENFTO,

Op maandag 2 september jl. hebben minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker namens het kabinet en de Stichting van het Onderwijs een principeakkoord bereikt over een Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). In de Stichting van het Onderwijs zijn de werkgevers- en de werknemersorganisaties uit het onderwijs vertegenwoordigd. Namens de UNIENFTO maakt de FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties) deel uit van de Stichting.

Door de afspraken in het akkoord lijkt het onderwijs gevrijwaard te worden van verdere bezuinigingen. Daarnaast vervalt, in tegenstelling tot de collectieve sector, de nullijn voor PO, VO en MBO reeds in 2014 en komen er extra intensiveringsmiddelen vrij, oplopend tot € 689 miljoen. Het beroep van docent en onderwijsondersteuner wordt met deze overeenkomst aantrekkelijker, de positie van het onderwijspersoneel wordt versterkt en de werkdruk verlaagd.

Voorlichtingsbijeenkomsten

De FvOv organiseert voor de leden van de aangesloten verenigingen vier voorlichtingsbijeenkomsten verspreid over het land. Tijdens de deze bijeenkomsten zal het akkoord nader worden toegelicht door de onderhandelaars van de FvOv en is er alle ruimte voor vragen en opmerkingen. De tijden en plaatsen van de bijeenkomsten zijn als volgt.

·               Maandag 23 september van 17-19 uur Zalencentrum Engels in Rotterdam

http://www.engels.nl/route

·               Dinsdag 24 september van 17-19 uur Aristo Zalencentrum in Eindhoven

http://www.aristo.nl/global/locatie-eindhoven.aspx

·               Maandag 30 september van 17-19 uur Lion d'Or in Haarlem

http://www.hotelliondor.nl/contact/locatie-route

·               Woensdag 2 oktober van 17 -19 uur De Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle

http://www.nieuwebuitensocieteitzwolle.nl/9-routebeschrijving.html

Voor deze bijeenkomsten dient u zich aan te melden door een email te zenden aan noa@unienfto.nl met vermelding van uw naam en de plaats van de bijeenkomst.

De belangrijkste punten uit het akkoord staan nu al op www.unienfto.nl. Op 19 september a.s. wordt de definitieve tekst van het NOA gepubliceerd op onze website.

Laat uw stem horen!

Tot 6 oktober a.s. kunt u als lid uw stem uitbrengen via noa@unienfto.nl.

Geef aan waarom u JA of NEE zegt tegen het akkoord en meld ook waarom!

Wij willen u van harte uitnodigen om van bovenstaande mogelijkheden gebruik te maken om voorgelicht te worden over het NOA en ook om vervolgens uw stem te laten horen over het Nationaal Onderwijsakkoord.

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur van de UNIENFTO,    

Jan van den Dries, voorzitter

 

Den Haag, 19 september 2013,

Onderwijsakkoord: meer banen en vrijheid, minder werkdruk en rompslomp

Voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is volgend jaar €34 miljoen extra beschikbaar als sociale partners voor 1 juni een akkoord over de cao hebben gesloten. Sociale partners bepalen waar dit geld aan wordt uitgegeven. Basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs krijgen volgend jaar €150 miljoen om 3000 extra leraren aan te stellen. Ook komt de prijsbijstelling van €204 miljoen vrij.

Deze investeringen komen bovenop de €689 miljoen die in het regeerakkoord al waren gereserveerd voor een Nationaal Onderwijsakkoord en de €256 miljoen voor primair en voortgezet onderwijs.

Scholen komen wat  ruimer in hun jasje te zitten, maar minstens zo belangrijk zijn de immateriële afspraken uit het akkoord: minder administratieve rompslomp, de werkdruk gaat omlaag en docenten krijgen meer ruimte voor professionele ontwikkeling.

Maatwerk
Een van de meest in het oog springende afspraken is de flexibilisering van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Het akkoord maakt hiermee een einde aan de jarenlange discussie over urennormen. Er komt een jaarnorm van 1000 uur gemeten over de gehele schoolloopbaan, in plaats van per schooljaar. De tijd die hierdoor vrijkomt, kunnen scholen inzetten voor werkdrukverlichting van teams.

Moderne arbeidsvoorwaarden
Werkgevers en werknemers in het onderwijs vullen de modernisering van de arbeidsvoorwaarden op de cao-tafel in. Uitgangspunt daarbij is dat onderwijspersoneel vanaf de eerste aanstelling tot aan de pensionering optimaal blijft participeren in het onderwijsproces en duurzaam inzetbaar is. De huidige bapo-regeling wordt vervangen door een nieuwe regeling die gericht is op duurzame inzetbaarheid van zowel jong als ouder personeel. Sociale partners in het voortgezet onderwijs maken afspraken over een baangarantie voor aankomende docenten in tekortvakken, om aankomend studenten van de lerarenopleiding naar deze vakken te lokken.

Elke leraar bevoegd en geregistreerd
Onbevoegde leraren krijgen van hun werkgever de ruimte om hun bevoegdheid te halen. In 2017 moeten alle docenten bevoegd zijn voor het onderwijs dat zij geven en houden zij zelf hun bekwaamheid bij in het lerarenregister. Zij krijgen daarom meer tijd en budget voor lesvoorbereiding, peer review, collegiaal overleg en nascholing. De bereidheid om aan intervisie mee te werken, gaat deel uitmaken van de beoordeling van docenten. De inschrijving in het register wordt een voorwaarde voor toekenning van een lerarenbeurs waarmee leraren hun kennis op hun eigen vakgebied kunnen verbreden. Alle maatregelen samen dragen bij aan het stimuleren van een sterke beroepsgroep met een hoge beroepsstandaard. Goed onderwijs begint met goede leraren.

Bekostiging
In het akkoord zijn ook maatregelen opgenomen om knelpunten op de onderwijsarbeidsmarkt snel aan te pakken. In 2014 is een bedrag van €150 miljoen beschikbaar om 3000 extra leraren in het primair en voortgezet onderwijs te behouden of aan te trekken. Deze docenten zouden anders mogelijk verloren gaan voor het onderwijs, terwijl ze over een paar jaar als veel leraren met pensioen gaan, weer hard nodig zijn. Daarnaast wordt € 256 miljoen uit het gemeentefonds overgeheveld naar de scholen.

Voor het hoger onderwijs komt  incidenteel € 135 mln. extra beschikbaar om een tijdelijke teruggang in de bekostiging te beperken. Partijen verschillen van mening over het sociaal leenstelsel en spreken af dat indien tot een sociaal leenstelsel wordt besloten, de opbrengsten ervan in het bijzonder ten goede komen aan het hoger onderwijs.

Dik tevreden

De Stichting van het Onderwijs heeft na maanden onderhandelen begin september met minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van OCW een principeakkoord gesloten. 

Voorzitter Jan van Zijl van de Stichting van het Onderwijs: “We willen de beste mensen in de scholen houden en een aantrekkelijke werkplek zijn voor nieuw opgeleid talent. We zijn blij met de goede afspraken om de regeldruk en de werkdruk aan te pakken. Wij zijn erin geslaagd dat het kabinet in onderwijs blijft investeren en meer beleidsrust helpt creëren. Alle afspraken samen sluiten aan bij onze ambitie en die van het regeerakkoord om te streven naar ‘geweldig onderwijs’ voor alle leerlingen en studenten”.

Volgens minister Bussemaker zijn leraren en leerlingen de grote winnaars van dit akkoord. “Denk aan de 3000 extra leraren, die anders zonder baan zouden zitten. Denk aan de leerlingen die meer aandacht krijgen van hun leraar, die van administratieve rompslomp en werkdruk wordt ontlast. Ik ben dus dik tevreden met de afspraken. Maar wat veel belangrijker is: leraren, leerlingen en hun ouders kunnen dat ook zijn. En daarmee de samenleving als geheel, want met dit akkoord investeren we substantieel in de kwaliteit van het onderwijs”.

Sociale partners
De Stichting van het Onderwijs is een initiatief van de sociale partners in het onderwijs. Dit platform is gericht op structureel overleg met de overheid, gevoed door de dialoog tussen de mensen uit het onderwijs zelf en hun directe partners. De sociale partners leggen in de komende drie weken het principeakkoord voor aan hun achterban. De vakbonden van FNV hebben het Nationaal Onderwijsakkoord niet ondertekend.

Voor de integtrale tekst van het Nationaal Onderwijsakkoord, KLIK HIER......

 

Eerste MHP-reactie op Miljoenennota

Oplopende werkloosheid en lastenverzwaring ondermijnen perspectief voor middengroepen

Stapelingen van belastingmaatregelen en de oplopende werkloosheid bedreigen midden- en hogere inkomens. Op beide punten geeft de miljoenennota een teleurstellend beeld. "Het kabinet verschuift belastinggeld, heffingen en toeslagen, maar pakt de oorzaak van de crisis, waaronder de zorgelijke situatie op de arbeidsmarkt onvoldoende aan", aldus MHP-duovoorzitter Reginald Visser in een eerste reactie op de Miljoenennota 2014. De oplopende werkloosheid zou de primaire focus van dit kabinet moeten hebben. Een oplossing is lastenverlichting in plaats van lastenverzwaring. De reële lonen van werknemers dalen alweer voor het vijfde jaar en het is dan ook geen wonder dat de consumptie daalt. "Het verder aanhouden van de kopersstaking door de middeninkomens ligt op de loer", zegt MHP-duovoorzitter Bob van der Wal.

Belastingdruk neemt toe

Veel lastenverzwaringen en bezuinigingen treffen werknemers direct in hun besteedbaar inkomen. De crisis wordt aangegrepen om verder te nivelleren en de lasten voor midden- en hogere inkomens verder te verzwaren, terwijl Nederland al relatief weinig inkomensverschillen kent. De arbeidskorting en de algemene heffingskorting worden (meer) inkomensafhankelijk afgebouwd, waardoor feitelijk de belastingdruk toeneemt. Een hoge lastendruk is slecht voor de werkgelegenheid en de economie. Het besteedbaar inkomen neemt af, waardoor de consumptie verder terugloopt. Daarmee dreigt een vicieuze cirkel van neergang en bezuinigingen. Omdat de lonen en pensioenen achterblijven bij de inflatie hebben veel huishoudens al minder te besteden.

Werkloosheid

De MHP maakt zich grote zorgen over de stijging van de werkloosheid. In 2013 verloren gemiddeld 500 mensen per dag hun baan. De werkloosheid stijgt in 2014 verder naar 7,5%. Door het 6-miljard-pakket met veel lastenverzwaring stijgt de werkloosheid komende jaren met ¼% per jaar extra. Jongeren die de arbeidsmarkt betreden, moeten steeds langer zoeken naar een baan. De sterke oploop van de werkloosheid, weinig vacatures en dalende reële lonen ontmoedigen het zoeken naar werk.

Sociale partners

De regering zet in op voortgaande samenwerking met sociale partners. Het kabinet gaat in samenspraak met werkgevers en werknemers verder met de uitvoering van het sociaal akkoord.
In de miljoenennota wordt gekozen voor de loonsombenadering voor de collectieve sector, dat laat ruimte voor een volwassen arbeidsvoorwaardenoverleg tussen werkgever en werknemers bij de overheid.

Alternatieve financiering

Eerder heeft de MHP gesuggereerd om het overheidstekort terug te dringen door de winstbelasting voor bedrijven op het niveau te brengen van de ons omringende landen.
De MHP kijkt net als de Raad van State uiterst kritisch naar de voorstellen van dit kabinet en zal later deze week met een uitgebreide reactie komen.

 

Kom ook naar Het Lerarencongres op 8 oktober!

Op dinsdag 8 oktober a.s. organiseert de Onderwijscoöperatie Het Lerarencongres, een congres van, voor en door de leraar. Een unieke dag waar je bij moet zijn!

Een plek om te leren, kennis te maken met collega’s, inspireren, ideeën op te doen én te delen met andere leraren. Daarnaast spreken er inspirerende leraren en andere deskundigen zoals Jan Verweij, Matthijs ter Bork, Femke Gerritsen, Lucia Talamini en Simon Verwer. Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad, leidt het congres in. De dag wordt afgesloten met een interactief debat met de minister en de staatssecretaris. Uw gastvrouw en gastheer voor deze dag zijn Leraren van het Jaar Susanne Winnubst en Andrew Niemeijer.

Thema’s als professionele ruimte, bekwaamheid, ict en didactiek komen aan de orde. Voor elke sector is er interessant aanbod en het programma is zodanig ingericht dat veel kan worden gewisseld tussen diverse onderwerpen. Er zijn debatten over professionele ruimte en innovatie in de school. Interactie is het sleutelwoord: er is daarom ook ruim voldoende gelegenheid om kennis en ervaring te delen. 

Het Lerarencongres bouwt voort op de Internationale Summit on the Teaching Profession (ISTP) en levert tegelijkertijd input voor de ISTP van 2014. In de organisatie wordt nauw samengewerkt met vele partijen zoals ROC A12, Kennisnet, School aan Zet en het ministerie van OCW.

Het Lerarencongres vindt plaats op dinsdag 8 oktober 2013 van 10.00 tot 18.00 uur, bij ROC A12 in Ede. Toegang tot het congres is gratis.  Eerder werd een toegangsprijs gevraagd voor dit congres. Deze toegangsprijs is inmiddels komen te vervallen. Dit vanuit de gedachte dat iedere leraar welkom is op Het Lerarencongres en daarom geen uitzonderingen worden gemaakt in het vragen van een toegangsprijs.  

Aanmelden doet u hier

Op deze plek wordt ook het programma bekend gemaakt.

 

Meer zekerheid voor flexwerkers

De rechtspositie van flexwerkers wordt versterkt. Werknemers met tijdelijke contracten kunnen bijvoorbeeld eerder aanspraak maken op een vaste aanstelling. Het ontslagrecht wordt eerlijker en eenvoudiger. Alle werknemers krijgen na een dienstverband van minimaal twee jaar recht op een vergoeding die kan worden gebruikt voor omscholing naar ander werk. De wettelijke maximale duur van de WW wordt tussen 2016 en 2019 stap voor stap teruggebracht van 38 maanden naar twee jaar. In cao’s kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken over aanvullingen. De WW wordt meer gericht op een snelle terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Dat staat in een wetsontwerp dat minister Asscher voor advies naar de Raad van State stuurt. De voorstellen van minister Asscher vloeien voort uit het sociaal akkoord dat kabinet en sociale partners in april van dit jaar sloten. Wat toen is afgesproken, heeft de minister nu in een wetsvoorstel uitgewerkt.

Het gaat daarbij om aanpassingen van flexrecht, ontslagrecht en Werkloosheidswet.

 

CAO-HBO stilzwijgend verlengd

De huidige CAO-HBO heeft een looptijd van 1 februari 2012 tot 1 oktober 2013 en loopt dus binnenkort af.

Door de Vereniging Hogescholen en de vakbonden, waaronder de UNIENFTO, is op 4 september jl. besloten dat de huidige CAO-HBO stilzwijgend verlengd wordt. Aangezien pas na Prinsjesdag (17 september) voor alle onderhandelingspartijen de exacte inhoud van het Nationaal Onderwijsakkoord volledig bekend is, is op dit moment geen looptijd voor de stilzwijgende verlenging vastgelegd.

Na Prinsjesdag is de volledige inhoud van het nationaal onderwijsakkoord wel bekend. Op 10 oktober a.s. worden wat betreft de CAO-HBO verdere conclusies getrokken. Voorlopig blijven de regelingen zoals opgenomen in de CAO-HBO dus onverkort van kracht.

 

Het Nationaal Onderwijsakkoord in negen vragen en antwoorden

In bijgaand bestand worden 9 vragen beantwoord door de FvOv (UNIENFTO) over het Nationaal Onderwijsakkoord.

Klik HIER...... voor de 9 vragen en antwoorden

Principeakkoord over investering € 689 miljoen in onderwijs

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker namens het kabinet en de Stichting van het Onderwijs namens werkgevers en werknemershebben een principeakkoord bereikt over een Nationaal Onderwijsakkoord. Met de overeenkomst wordt de aantrekkelijkheid van het beroep van docent vergroot, de positie van de leraren versterkt en de werkdruk van onderwijspersoneel verlaagd.

Het akkoord is een voorwaarde voor het vrijkomen van de intensiveringsmiddelen voor het onderwijs, oplopend tot € 689 miljoen. Omdat onderdelen ervan direct samenhangen met de begroting 2014, die pas op Prinsjesdag openbaar zal worden, zal de tekst van het akkoord na Prinsjesdag door partijen worden gepresenteerd. Daarna zullen de partijen in de Stichting van het Onderwijs het akkoord aan hun achterban voorleggen.

Het gesloten akkoord bevat afspraken over:

·      een impuls voor de werkgelegenheid in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor in 2014 3000 jonge leraren extra een baan kunnen krijgen of behouden;

·      tijd en middelen voor leraren voor nascholing;

·      wettelijke verankering van het lerarenregister; in 2017 moet gewaarborgd zijn dat iedere onderwijsgevende gekwalificeerd en bevoegd is;

·      versterking van de positie van de leraar, onder andere door een professioneel statuut in het primair en voortgezet onderwijs waarmee de zeggenschap van onderwijsteams wettelijk wordt geregeld;

·      vermindering van werkdruk en van administratieve verplichtingen voor de leraar; er komt een onderzoek naar administratieve rompslomp in het onderwijs;

·      invulling en flexibilisering van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs;

·      de ruimte voor primaire arbeidsvoorwaarden;

·      modernisering van de secundaire arbeidsvoorwaarden;

·      de inzet van de intensiveringsmiddelen voor het onderwijs uit het regeerakkoord.

Het principeakkoord is door de volgende sociale partners ondertekend: PO-Raad, VO-Raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, VSNU, CNV Onderwijs, CNV Publieke Zaak en FvOv (waartoe de UNIENFTO behoort). Zij zijn verenigd in de Stichting van het Onderwijs.

 

Overzicht premies en belastingen per 1 juli 2013

 

PREMIES e.d.

2012

2013

 

werknemer

werkgever

Werknemer

werkgever

AOW

- over maximaal (geboren < 1946)

- over maximaal (geboren > 1945)

17,90%

€ 34.055

€ 33.863

 

17,90%

€ 33.555

€ 33.363

 

ANW

- over maximaal (geboren < 1946)

- over maximaal (geboren > 1945)

1,10%

€ 34.055

€ 33.863

 

0,60%

€ 33.555

€ 33.363

 

AWBZ

- over maximaal (geboren < 1946)

- over maximaal (geboren > 1945)

12,15%

€ 34.055

€ 33.863

 

12,65%

€ 33.555

€ 33.363

 

WGA-gemiddeld (50% maximaal te verhalen op werknemer)

 

0,55%

 

 

0,54%

WAO/WIA-basispremie (Aof)

- max.premieloon

 

5,05%

€ 50.064

 

4,65%

€ 50.853

sectorpremie gemiddeld

- max.premieloon

- opslag kinderopvang

 

2,27%

€ 50.064

0,50%

 

2,76%

€ 50.853

0,50%

WW-Awf

- franchise

- max.premieloon

0%

€ 17.229
€ 50.064

4,55%

€ 17.229
€ 50.064

0%

€ 0

€ 50.853

1,70%

€ 0

€ 50.853

premie standaardpolis Zvw

- procentueel

- maximaal over

- nominaal (gemiddeld)

- eigen risico

 

7,10% of 5,0%

€ 50.064

€ 1.262

€ 220

 

7,75% of 5,65%

€ 50.853

€ 1.245

€ 350

Minimumloon

- 1 januari

- 1 juli

 

€1.446,60

€1.456,20

 

€1.469,40

€1.477,80

AOW-uitkering

- alleenstaand, 1 januari

- alleenstaand, 1 juli

- gehuwd, 1 januari

- gehuwd, 1 juli

- toeslag AOW (bruto p.m.)

 

€ 1.046,28+(€ 60,87)

€ 1.051,98+(€ 59,16)

€ 718,47 +(€ 43,47)

€ 722,74+(€ 42,25)

 € 33,65

 

€ 1.056,72+(€ 69,12)

€ 1.061,36+(€ 69,73)

€ 722,21+(€ 49,36)

€ 725,77+(€ 49,81)

€ 28,14

Kinderbijslag

0-6 jaar

6-12 jaar

12-18 jaar

 

kindgebonden budget

- 1 kind

- 2 kinderen

- 3 kinderen

- 4 kinderen

- 5 kinderen

- 6 kinderen

- verhoging bij 12-15 jarigen

- verhoging bij 16-17 jarigen

- vermogensgrens alleenstaand

- vermogensgrens samenwonenden

 

€ 190,11

€ 230,85

€ 271,59

 

 

€ 1.017 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.478 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.661 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.767 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.873 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.979 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 231

€ 296

n.v.t.

n.v.t.

 

€ 191,65

€ 232,71

€ 273,78

 

 

€ 1.017 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.553 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.736 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.842 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 1.948 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 2.054 – 7,6% x (Y- € 28.897)

€ 231

€ 296

€ 101.139

€ 122.278

aftrek specifieke zorgkosten

- drempel bij inkomen tot € 7.457

- drempel tot inkomen € 39.618

- drempel bij inkomen > € 39.618

 

€ 125

1,65%

5,75%

 

€ 125

1,65%

5,75%

 

 


BELASTINGEN

2012

2013

algemene heffingskorting 65-

- idem, niet verdienende partner

algemene heffingskorting 65+

€ 2.033

€ 1.491
€ 934

€ 2.001

€ 1.334

€ 1.034

Ouderenkorting

- lagere inkomens

- hogere inkomens

- grens ouderenkorting

 

€ 762

€ 0

€ 35.450

 

€ 1.032

€ 150

€ 35.450

alleenstaande ouderenkorting

€ 429

€ 429

alleenstaande ouderkorting

aanvullende alleenstaande ouderkorting

- maximaal

€ 947

4,3%

€ 1.319

€ 947

4,3%

€ 1.319

Jonggehandicaptenkorting

€708

€708

combinatiekorting (maximaal)
opbouw: €1.024 + 4,0% x (Y – €4.814)

€2.133

 

€2.133

Arbeidskorting

- arbeidskorting lagere inkomens

- idem 65-plus

- arbeidskorting hogere inkomens

- idem 65-min

 

€ 1.611

€ 740

€ 1.533

€ 704

 

€ 1.723

€ 890

€ 550

€ 284

doorwerkbonus

62 jaar

63 jaar

64 jaar

65 jaar

66 jaar

>66 jaar

vanaf inkomen € 9.295:

1,5%, maximaal € 719

6%, maximaal € 2.873

8,5%, maximaal € 4.070

2%, maximaal € 958

2%, maximaal € 958

1%, maximaal € 479

 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

werkbonus (60 t/m 63 jaar), maximaal

- afbouwpercentage

- inkomensgrens afbouw

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€ 1.100

11,34%

€ 21.160

eerste schijf

- tarief 65-min

- tarief 65-plus

€ 0 - € 18.945

33,1%

15,2%

€ 0 - € 19.645

37%

19,1%

tweede schijf

- geboren voor 1 januari 1946

- geboren vanaf 1 januari 1946

- tarief 65-min

- tarief 65-plus

 

€ 18.945 - € 34.055

€ 18.945 - € 33.863

41,95%

24,05%

 

€ 19.645 - € 33.555

€ 19.645 - €33.363

42%

24,1%

derde schijf

- geboren voor 1 januari 1946

- geboren vanaf 1 januari 1946

- tarief

 

€ 34.055 - € 56.491

€ 33.863 - € 56.491

42%

 

€ 33.555 - € 55.991

€ 33.363 - € 55.991

42%

vierde schijf

- tarief

> € 56.491

52%

> € 55.991

52%

levensloopregeling

- maximale inleg

- heffingskorting (t/m 2011)

 

12%

€ 201

 

12%

€ 205

(inleg alleen mogelijk, indien tegoed op 31 december 2011 minimaal € 3.000; bij opname volledige tegoed in 2013, slechts 80% belast)

ouderschapsverlofkorting (per verlofuur)

€ 4,18

€ 4,24

onbelaste kilometervergoeding

€ 0,19

€ 0,19

bijtelling auto van de zaak

0-500 km

> 500 km

(milieuvriendelijke auto)

 

0%

25%

(0%, 14% of 20%)

 

0%

25%

(0%, 14% of 20%)

belast rentevoordeel personeelsleningen

2,85% - x%

3,0% -x%

Fietsregeling

- onbelaste vergoeding aanschaf (eens per 3 jaar)

- overige vergoeding

 

€749

€82 per jaar

 

€749

€82 per jaar

eigen woningforfait

WOZ-waarde < € 12.500

WOZ-waarde € 12.500 - € 25.000

WOZ-waarde € 25.000 - €  50.000

WOZ-waarde € 50.000 - €  75.000

WOZ-waarde € 75.000 - € 1.040.000

over WOZ-waarde > € 1.040.000

 

0%

0,20%

0,35%

0,45%

0,60%

1,30% (+ € 6.240)

 

0%

0,20%

0,35%

0,45%

0,60%

1,55% (+ € 6.240)

belastingvrije vrijwilligersvergoeding

€ 1.500 per jaar

(en € 150 per maand)

€ 1.500 per jaar

(en € 150 per maand)

 

 

 

 

Vanaf 46.000 euro pensioen recht op AOW-partnertoeslag gekort

De beperking van de AOW-partnertoeslag vanaf 46.000 euro pensioen legt een onevenredige bezuiniging van ruim 270 miljoen eenzijdig bij de midden- en hogere inkomens. “Mensen hebben zich hier onvoldoende op kunnen voorbereiden”, aldus MHP-beleidsmedewerker Klaartje de Boer.

Het leek duidelijk tot wanneer er aanspraak was op de partnertoeslag, maar nu worden bestaande rechten ineens inkomensafhankelijk beperkt. Voor de MHP zijn dergelijke inkomensgrenzen, die het kabinet introduceert, willekeurig en onrechtvaardig. De MHP wijst het hanteren van dergelijke grenzen om principiële reden af. Het accepteren van grenzen in dergelijke regelingen maakt dat die willekeurige grenzen eenvoudig afhankelijk van de toestand van ’s rijks schatkist kunnen worden aangepast.

Staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft op 2 juli jl. het ‘Wetsvoorstel geleidelijk afschaffen partnertoeslag AOW voor mensen met hoogste inkomen’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De partnertoeslag is bedoeld voor AOW'ers met een jongere partner die geen of weinig eigen inkomsten uit arbeid heeft en die nog geen recht heeft op AOW. De maatregel treft 27.000 AOW'ers die op 31 maart 2015 al recht hebben op de partnertoeslag, want mensen die op of na 1 januari 1950 zijn geboren hebben sowieso geen recht (meer) op een toeslag.

De regering hanteert nu een 'afbouwpad' waarbij de partnertoeslag bij een inkomen boven de 46.000 euro (exclusief AOW) ieder jaar met een kwart wordt gekort. In het vierde jaar is de korting 100% (2018). Door de geleidelijke manier waarop de toeslag omlaag gaat, is het jaarlijkse maximale inkomenseffect ongeveer -2¼%. Inkomens vanaf 54.000 euro per jaar zullen in totaal een bedrag van 8.300 bruto aan inkomen verliezen.

De MHP zal een brief aan de Tweede Kamer sturen dat het hanteren van inkomensgrenzen in deze afbouwregeling wordt afgewezen en bovendien dat het hanteren van inkomensgrenzen in vergelijkbare regelingen om principiële reden niet dient te worden toegepast.

 

Voortgezet onderwijs: meer voor minder?

Het kabinet Rutte II heeft de ambitie om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Daar is de FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties) het van harte mee eens! Maar aan deze kwaliteitsverhoging hangt een prijskaartje. Hoe verhoudt zich dat tot de berichten van de VO-raad dat veel scholen inmiddels in de rode cijfers zitten? Wanneer dringt deze werkelijkheid door tot de beleidsmakers?

Kwaliteit juist onder druk

Grotere klassen, geen nieuwe instroom van jonge docenten, een hogere werkdruk voor het personeel van de scholen, een verschraling van het onderwijsaanbod, een lijst waar je niet blij van wordt. Voeg daarbij de al jaren achterblijvende loonontwikkeling van de onderwijssector en duidelijk zal zijn dat het in de toekomst lastig zal worden te zorgen voor kwalitatief goede docenten. Hoe keren we het tij?

Investeren in onderwijs loont!

‘We zullen als kenniseconomie nu moeten investeren in onderwijs om niet de aansluiting met de rest van de wereld te verliezen. We proberen als Nederland al te lang voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, dat gaat zich vroeg of laat tegen ons keren. Onderwijs zal in de bezuinigingsrondes niet moeten worden ontzien, nee er moet extra worden geïnvesteerd! Investeren in kleinere klassen, kwalitatief goede docenten, meer academici voor de klas en een breed onderwijsaanbod.’ Aldus Jilles Veenstra voorzitter van de FvOv.

Vervolgstappen

De FvOv wil graag gezamenlijk met de VO-raad de strijd aangaan met het kabinet om meer geld, we hebben hen daar al eerder toe uitgenodigd. Wij willen het juist in de gezamenlijke aanpak zoeken, werkgevers en werknemers in het onderwijs hebben toch hetzelfde doel: goed onderwijs! Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer is een goede zaak maar dat moet geen excuus zijn om voorlopig maar met de handen over elkaar te gaan zitten.

Investeren in onderwijs en wel NU!

 

KIV biedt kansen voor Hoger Onderwijs

Dinsdagavond 9 juli jl. is bekend geworden dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet Kwaliteit In Verscheidenheid (KIV). “Wij zijn verheugd dat KIV nu in werking kan treden, de kwaliteit van het Hoger Onderwijs kan door middel van deze wet verbeterd en gewaarborgd worden” zegt Ruud Nauts, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg.

Het vervroegen van de aanmeldingsdatum naar 1 mei en het verbeteren van de studiekeuzefaciliteiten zorgt voor een betere, weloverwogen studiekeuze. “Matching, het verminderen van uitval en het geven van heldere voorlichting zijn allemaal zeer wenselijk voor aankomend studenten”, aldus Ruud Nauts. Ook het afschaffen van doorstroommasters draagt hier aan bij. Ruud Nauts: “Na het afronden van een bachelor is het goed om zélf na te denken over de master die je wilt volgen, in plaats van mee te gaan in de gebaande paden.

Het ISO is zeer positief over de regelgeving omtrent schakelprogramma’s. Voorheen konden instellingen zelf het instellingscollegegeld vaststellen voor een schakeltraject, waardoor het bedrag per instelling verschilde en bovenal vaak heel hoog was. Het uitgangspunt van ISO is altijd geweest dat als je kunt studeren, je zou moeten kunnen studeren. “De impact van een maximum van anderhalf keer wettelijk collegegeld voor een schakeltraject van 60 studiepunten is naar onze verwachting niet dusdanig groot dat studenten er niet voor kiezen een dergelijk schakeltraject te volgen”, aldus Ruud Nauts. Ook wordt met KIV de titulatuur van bachelor- en masterdiploma’s gelijk getrokken. Dit bevordert de her- en erkenning van diploma’s op de internationale arbeidsmarkt. Toch is het ISO niet onverdeeld gelukkig met KIV. Een kanttekening die geplaatst kan worden is dat in Nederland een bachelor behaald aan de universiteit vaak niet wordt gezien als startkwalificatie op de arbeidsmarkt.

Ook bij de inrichting van het differentiatie-experiment, waarbij het instellingsgeld voor honours tracks maximaal tweemaal het wettelijke collegegeld mag zijn, zet het ISO vraagtekens. “Het is niet wenselijk intelligentie financieel te belasten,” zegt Ruud Nauts “waarbij wij ons sterk afvragen of dit geregeld moet worden via het collegegeld”. De toezegging dat studenten die het financieel niet kunnen bolwerken, aanspraak moeten kunnen maken op het profileringsfonds zorgt voor nog meer druk op het profileringsfonds. Tevens speelt het profileringsfonds op instellingsniveau.  Wanneer er landelijk eisen aan worden gesteld, is het ook noodzakelijk dat er landelijk beleid komt over het profileringsfonds.   

 

CAO VO 2011-2012 stilzwijgend verlengd

 
De UNIENFTO / FvOv, CNV Onderwijs en de VO-raad hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om uiterlijk vóór 1 juli 2013 de CAO VO op te zeggen. Op grond van de wet op de CAO is daarmee de looptijd van de CAO VO van rechtswege verlengd tot 1 augustus 2014.

 

Onderhandelaarsakkoord sociaal plan Zadkine

Het College van Bestuur van ROC Zadkine en de vier vakbonden AOb, ABVAKABO FNV, CNV Onderwijs en UNIENFTO / FvOv hebben op 4 juli jl. een principeakkoord bereikt over een sociaal plan. Het sociaal plan begeleidt de sociale gevolgen van de reorganisatie die Zadkine doorvoert en die voorziet in een personeelsreductie van 150 voltijdbanen. De onderhandelingen startten op 6 mei jl.

Partijen zijn blij dat een akkoord kon worden bereikt vóór de zomervakantie. Dat biedt de duidelijkheid waar de medewerkers op wachtten en kaders voor de start van het nieuwe schooljaar. Ook de ondernemingsraad, die de onderhandelingen als toehoorder bijwoonde, is blij dat er een akkoord ligt.

De onderhandelaars leggen maandag 8 juli de laatste hand aan de teksten. Dit onderhandelaarsakkoord wordt vervolgens via intranet en per mail kenbaar gemaakt aan alle medewerkers van Zadkine. Via diezelfde media zullen de vakbonden hun leden inlichten over de datum voor de achterbanraadpleging over het sociaal plan. Wanneer de vakbondsleden in meerderheid ja zeggen tegen het akkoord, wordt het sociaal plan van kracht. Partijen zijn overeengekomen om het sociaal plan aan te melden bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waardoor het kracht van cao krijgt. Door het sociaal plan kan Zadkine de reorganisatieplannen doorvoeren waarmee de organisatie weer financieel gezond wordt.

 

Een impressie van de regionale ronde tafelbijeenkomsten en de stand van zaken CAO BVE

Ronde tafelbijeenkomsten

In het eerste kwartaal van dit jaar hebben de werkgevers en de vakbonden in het mbo zeven  regionale ronde tafelbijeenkomsten georganiseerd. Doel was om een aantal bestaande cao-afspraken te toetsen en te inventariseren of er aanleiding is deze afspraken in de nieuwe CAO BVE te herzien. Aan de bijeenkomsten hebben 14 mbo-instellingen deelgenomen: Noorderpoort en Drenthe College, ROC A12 en ROC Rijn IJssel, Albeda en Da Vinci College, Leeuwenborgh en Arcus College, Koning Willem I en ROC Tilburg, ROC Horizon College en Nova College, Aeres Groep en Wellantcollege.

Bij de bijeenkomsten waren bestuurders, leidinggevenden, OR-leden, onderwijsgevenden en ondersteuners aanwezig. Er is met elkaar gesproken over hoe het in de dagelijkse praktijk van de mbo-instelling gaat met de werkverdeling en de professionele ruimte van onderwijsgevenden in onderwijsteams en in hoeverre de medezeggenschap van de ondernemingsraad daaraan kan bijdragen.

Tijdens de bijeenkomsten bleken er grote verschillen te bestaan tussen instellingen en ook tussen teams binnen dezelfde instelling over hoe het gesprek over werkverdeling en de inhoud en uitvoering van het onderwijs wordt gevoerd.  Veel betrokkenen zijn nog onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden en ruimte die de cao-afspraken omtrent werkverdeling en het Professioneel Statuut binnen onderwijsteams bieden. Verder bleek er de nodige spraakverwarring te bestaan over in dit kader gehanteerde begrippen, zoals professionele ruimte, voorbereiding en nazorg, formatiebeleid en allocatie van middelen. Geconstateerd is dat veel afhangt van de mate waarin er een klimaat van vertrouwen is tussen leiding en medewerkers. Er zijn onderwijsteams die uitermate tevreden zijn, maar er zijn ook medewerkers die zich machteloos voelen bij het benutten van professionele ruimte en daadwerkelijke invloed op de werkverdeling.

Duidelijk is geworden dat aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan binnen een mbo-instelling om de gemaakte afspraken ten aanzien van werkverdeling, het Professioneel Statuut en de medezeggenschap op basis van de WOR, goed te laten functioneren. Voorbeelden zijn dat duidelijk moet zijn wat een “onderwijsteam” binnen een mbo-instelling is en wie tot welk team behoort. Ook de continuïteit in de samenstelling van onderwijsteams en leidinggevenden is veelvuldig genoemd als belangrijke voorwaarde, evenals collegialiteit onder leden van een onderwijsteam: de bereidheid om iets met elkaar en voor elkaar te doen en het collegiaal aanspreken van elkaar. Tevens werd benadrukt dat onderwijsteams voldoende gefaciliteerd moeten zijn om een klus te kunnen klaren. Bij dit laatste speelt ook de ondernemingsraad een belangrijke rol. De ondernemingsraad is namelijk de partij die samen met het College van Bestuur afspraken maakt over de verdeling en besteding van de financiële middelen in het belang van de mbo-instelling. Duidelijk moet zijn wat onder allocatie van middelen moet worden verstaan en welke elementen deel uit dienen te maken van de ‘begroting van taken en middelen’, waarvan in de CAO BVE sprake is.

Conclusie is dat medewerkers aangeven dat eigenaarschap van het onderwijs en een faire dialoog over het ontwerp van onderwijs en de werkverdeling bijdragen aan een klimaat waarin iedereen gericht is op het verzorgen van kwalitatief hoogstaand beroepsonderwijs. De genoemde voorwaarden laten zich niet eenvoudigweg vastleggen in cao-bepalingen. Veelal betreffen de voorwaarden en het werken op basis van de gemaakte afspraken door sociale partners een verandering in de houding van zowel bestuurders, OR-leden als medewerkers op de mbo-instelling. Een aanscherping of nadere duiding van een aantal bestaande cao-bepalingen zou daarentegen wel kunnen bijdragen aan het proces op de mbo-instelling.

Sociale partners in het mbo hebben besloten via de Stichting Arbeidsmarktfonds MBO (http://www.sommbo.nl: een Stichting waarin vakbonden en de MBO Raad samenwerken) een vervolg te geven aan de bevindingen naar aanleiding van de regionale ronde tafelbijeenkomsten. Hierover wordt u in september geïnformeerd.

Stand van zaken CAO BVE

Met het oog op de totstandkoming van een nieuwe CAO BVE heeft op 20 juni jl. een eerste formeel cao-overleg plaatsgevonden. In dit overleg zijn door sociale partners over en weer de verwachtingen voor een nieuwe cao uitgesproken. In september wordt het formeel cao-overleg hervat, waarbij het de intentie van beide partijen is  binnen een niet al te lange termijn een cao te sluiten, die recht doet aan de gezamenlijke belangen. Het overleg zal zich afspelen rond thema’s als verdere modernisering van arbeidsverhoudingen (waarbij onder andere gesproken zal worden over de BAPO, bovenwettelijke sociale zekerheid, flexibele arbeidsrelaties, duurzame inzetbaarheid en werkdruk) en verdere professionalisering van het personeel van de mbo-instellingen teneinde de gevraagde onderwijskwaliteit te kunnen leveren.

3 juli 2013

MBO Raad

AbvakaboFNV

Algemene Onderwijsbond

CNV Onderwijs

UNIENFTO /  FvOv

 

 

 

Programma postactievendag UNIENFTO donderdag 17 oktober 2013

 

Zoals aangekondigd in het Tijdschrift van april, organiseert de Adviescommissie Postactieven  een bijeenkomst voor postactieve leden van de UNIENFTO op donderdag 17 oktober 2013.

We zullen een bezoek brengen aan het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) te Tiel. Het RAR is een historisch informatie- en documentatiecentrum voor de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Neder-Betuwe, Neerijnen en Tiel.

Ook de ontvangst en inleiding vinden plaats in het RAR, op ca. 10 minuten loopafstand van het station Tiel. Het adres is J.S. de Jongplein 3, postcode 4001 WG, Tiel

Het programma van de Postactievenbijeenkomst is als volgt:

Vanaf 11.30 uur:        ontvangst met koffie en thee in het RAR

11.45:                         inleiding

12.00:                         informatie over ontwikkelingen rondom pensioenen door de heer Adri Verburg, lid van het Hoofdbestuur UNIENFTO en  lid van de Deelnemersraad ABP namens de CMHF

12.30:                         lunch

13.30:                         presentatie Regionaal Archief Rivierenland

14.00:                         rondleiding door het RAR-gebouw en de depots

15.00/15.30:               eind

Reiskosten worden desgewenst vergoed op basis van tweede klasse openbaar vervoer.

De eigen bijdrage bedraagt € 8,00, te voldoen in het RAR

Tijdig aanmelden!

Wij verzoeken u om vóór donderdag 26 september aan het bureau van de UNIENFTO bericht te sturen indien u de bijeenkomst wilt bijwonen.

Bureau UNIENFTO, Postbus 295, 4100 AG Culemborg

E-mail: info@unienfto.nl

Tel. : 0345 531931

Looproute vanaf Station Tiel: volg de Spoorstraat in zuidwestelijke richting tot het eind, rechtsaf de Papesteeg in, linksaf de Papesteeg / Teisterbantlaan. Het nieuwbouwpand van het RAR bevindt zich aan de rechterkant

 

UNIENFTO: verstandig dat de gesprekken nu gestaakt zijn

Voorlopig geen Nationaal Onderwijsakkoord!

Onderwijsbonden CNV Onderwijs, FvOv / UNIENFTO en CNV Publieke Zaak stoppen de onderhandelingen over een National Onderwijsakkoord met kabinet en werkgevers.

Het kabinet geeft geen garanties over de salarisstijging van onderwijspersoneel. ‘Een vijfde nullijn is onacceptabel,’ zegt Helen van den Berg, voorzitter van CNV Onderwijs. ‘Inmiddels hebben onderwijsprofessionals 10% koopkrachtverlies en in totaal 1,5 miljard meebetaald aan de economische crisis door er jaren geen salaris bij te krijgen.’ Van den Berg: ‘Het kabinet moet eerst een standpunt innemen over de beloning van onderwijsprofessionals. Mensen weten nu niet waar ze aan toe zijn. Eerst een bezuinigingspakket met een nullijn voor het onderwijs, daarna geen nullijn door het Sociaal Akkoord en nu weer een nullijn door het pakket met 6 miljard bezuinigingen. Ik kan het niet aan mijn leden uitleggen in deze omstandigheden een akkoord te sluiten.

Ook FvOv / UNIENFTO en CNV Publieke Zaak stoppen met overleg. Henry van Bergen, vicevoorzitter van de FvOv: ‘Wij zijn tot het uiterste gegaan, maar het heeft vooralsnog weinig opgeleverd.‘ AOb en AbvakaboFNV waren al eerder gestopt met de onderhandelingen.

Verstandig

De UNIENFTO vindt het verstandig dat de gesprekken nu gestaakt zijn. Voorzitter Jan van den Dries: ‘Veel zaken zijn voor ons in principe bespreekbaar, maar de minister moet wel goed voor ogen houden dat het allemaal niet van één kant kan komen. Het moet de minister en de Tweede Kamer duidelijk worden dat het onderwijspersoneel ook wel eens wat terug wil zien, bijvoorbeeld in een stijging van het maandelijkse salaris of in een maatregel die de werkdruk eens grondig aanpakt!’ Van den Dries: ‘Het streven naar kwaliteitsverbetering is prima, maar de minister houdt de hand op de knip en zij wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten en dat kan nu eenmaal niet. We hebben de afgelopen jaren al teveel ingeleverd’.

 

 

MHP: pensioenopbouw 2% ongeacht het inkomensniveau

Op 24 juni jl. heeft de Tweede Kamer gesproken over de aanpassingen van de fiscale opbouw voor pensioen. Het oorspronkelijke wetsvoorstel beperkt de pensioenopbouw tot 1,75% tot een inkomensmaximum van 100.000 euro. In aanvulling heeft het kabinet nu een excedentregeling voorgesteld van 0,1% extra opbouw. Boven de 100.000 komt een extra opbouw van 1,85%. Daarmee wordt binnen het beperkt beschikbare budget invulling gegeven aan het alternatief van sociale partners en wordt gelijkwaardige pensioenopbouw geboden ongeacht inkomensniveau.

Sociale partners houden de ambitie om fiscaal 2% pensioenopbouw te kunnen realiseren. In een advertentie van onder andere de MHP is die oproep ook aan de Kamer gedaan. “Op pensioen moet je niet bezuinigen. Een goede pensioenopbouw is voor iedereen noodzakelijk", aldus MHP-duovoorzitter Bob van der Wal. De pensioenen zijn een belangrijke arbeidsvoorwaarde en uitgesteld loon.

De Tweede Kamer had veel kritiek en meerdere partijen drongen aan op een gegarandeerde premieverlaging om de economie aan te jagen. De staatssecretarissen Klijnsma en Weekers zijn op 25 juni opnieuw met sociale partners -waaronder MHP- in gesprek gegaan. De sociale partners hebben in dit overleg bevestigd vast te houden aan de afspraken in het Sociaal Akkoord. Op 27 juni heeft de Tweede Kamer na uitvoerig debat ingestemd met beide wetsvoorstellen. De coalitiepartijen hebben vóór de aanpassingen van de opbouwpercentages én vóór de excedentregelingen gestemd. Bij de oppositiepartijen bestonden bezwaren tegen de regeling of wenste men garanties met betrekking tot de premieverlaging als gevolg van de lagere opbouw.

De bal ligt nu bij de Eerste Kamer waarin vooralsnog geen meerderheid is voor beide voorstellen.

Onderwijsbonden sturen brief aan Tweede Kamer

Op 24 juni stuurde de FvOv / UNIENFTO, samen met CNV Onderwijs en de AOb, een brief naar de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, om hun bezwaar te uiten tegen het handhaven van de nullijn.

De onderwijsvakorganisaties trekken een streep. Voortzetting van de nullijn maakt de ambitie voor hoogwaardig onderwijspersoneel voor ‘great’ onderwijs in Nederland ongeloofwaardig. De onderwijsvakorganisaties vragen dat het referentiemodel zonder beleidsmatige ingrepen weer in werking treedt. Organisaties willen verder afspraken maken over inlopen van de ontstane achterstanden en een studie naar een referentiemodel dat beter aansluit op het onderwijs dat het huidige niet functionerende referentiemodel zal vervangen. Middels het zorgakkoord is voor de zorg wel een uitzondering op de nullijn voor de collectieve sector gemaakt. Het onderwijspersoneel verdient een zelfde uitzondering.

 

Nieuwe nullijn onderwijs desastreus voor kwaliteit

Onderwijspersoneel heeft al 1,5 miljard euro extra bijgedragen aan de oplossing van de crisis. Door de jarenlange nullijn zijn de salarissen bevroren en is de koopkracht fors  gedaald. Dat is meer dan genoeg, vinden de onderwijsbonden AOb, CNVo, FvOv / UNIENFTO, Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak. Het kabinet beweert dat het onderwijs ontziet, maar in werkelijkheid zijn er forse bezuinigingen die de kwaliteit onder druk zetten.

Ja, het is crisis. En ja, het kabinet maakt in crisistijd keuzes. Voor het onderwijspersoneel gaat het alleen om wel erg gemakkelijke keuzes. Het kabinet kort simpel op de salarissen. Een ouderwetse reflex van regeringen met geldnood. Het heeft snel effect, maar het kabinet vergeet dat op langere termijn deze maatregel desastreus uitpakt voor de kwaliteit van het onderwijs.

Al vier tot vijf jaar geldt in het onderwijs de nullijn, de salarissen zijn bevroren. Dat komt voor onderwijspersoneel boven op gestegen ziektekosten, inflatie, de btw-verhoging en ga zo maar door. Onderwijspersoneel betaalt dubbelop voor de crisis en dat al jarenlang. Premier Rutte kan wel zeggen dat we niet moeten somberen, maar dat is voor onderwijspersoneel bij een bovengemiddeld dalende koopkracht een ongeloofwaardig verhaal.

In totaal heeft de nullijn de schatkist inmiddels 1,5 miljard euro opgeleverd en betekent voor onderwijspersoneel een koopkrachtdaling van 7 tot 11 procent. Je zou nog kunnen denken dat in ruil voor zo’n offer de baanzekerheid in het onderwijs wordt versterkt, of dat het kabinet jongeren de kans geeft om in het onderwijs aan het werk te gaan. Niets daarvan. Er zijn sluipende bezuinigingen op onderwijs, waardoor duizenden banen verloren gaan. Veel meer dan de leerlingenontwikkelingen rechtvaardigen. Het gevolg: grotere klassen en tanende kwaliteit.

Vorige week onderhandelde minister Bussenmaker met het onderwijs over kwaliteitsverbetering en banenplannen. Zij weet dat de 1,5 miljard euro die door onderwijspersoneel is ingeleverd een heikel punt is. Maar zij zat daar met een lege portemonnee. Zij heeft, anders dan haar collega van volksgezondheid, van het ministerie  van Financiën geen enkele ruimte gekregen om iets aan de salarissen te doen. Nog tijdens die gesprekken komt Dijsselbloem zelfs met de mededeling dat de nullijn met een jaar extra wordt verlengd.

Onderwijs behoort overduidelijk niet tot de prioriteiten van kabinet Rutte II. Vreemd, want economen zijn het er over eens: investeren in onderwijs levert uiteindelijk geld op. Nu zien we dat de salariskloof tussen onderwijs en bedrijfsleven snel oploopt, waardoor het onaantrekkelijker wordt om voor het beroep van leraar te kiezen. De aanmelding bij de lerarenopleidingen blijft relatief achter, omdat het kabinet met de salarisingrepen laat zien een slechte werkgever te zijn.

Het gevolg zal zijn dat we over een paar jaar weer met tekorten aan capabele docenten zitten. Tegelijkertijd is er ook geen geld om te werken aan de kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Integendeel, de klassen worden voller, de werkdruk hoger. Wanneer het kabinet wil laten zien dat het echt werk wil maken van goed onderwijs, dan moet het in het Kamerdebat deze week de nullijn voor het onderwijs schrappen.

Walter Dresscher, AOb

Helen van den Berg, CNVo

Jilles Veenstra, FvOv / UNIENFTO

Jan Boersma, Abvakabo FNV

Eric de Macker, CNV Publieke Zaak

 

 

 

 

Geen nullijn voor het onderwijs

Op 19 juni 2013 heeft de Tweede Kamer een ‘Hoofdlijnenbrief’ van de minister van Financiën ontvangen. Daarin staat een schets van de aanvullende maatregelen die het kabinet wil treffen om het begrotingstekort terug te dringen. Een van de maatregelen is het continueren van de nullijn voor de collectieve sector. Het onderwijs is de enige sector die zich voor een vierde en vijfde keer op rij geconfronteerd ziet met een nullijn. De Stichting van het Onderwijs vindt dit zeer onverantwoord.

Om sterker uit de crisis te komen moet Nederland de durf hebben te investeren in kennis. Daarom roept Stichting van het Onderwijs de Tweede Kamer op minstens te bewaken dat het onderwijs daarom gevrijwaard wordt van financiële achteruitgang waardoor in elk geval géén onderwijssector in de periode van het huidige regeerakkoord achteruitgaat in de overheidsbekostiging. En dat de middelen die nu gereserveerd staan in het regeerakkoord voor het onderwijs ook daadwerkelijk in het onderwijs geïnvesteerd worden.

Oproep Stichting van het Onderwijs tegen nullijn onderwijs

 

Geef werkgevers subsidie voor stageplaatsen

De MBO Raad pleit samen met VNO-NCW en MKB-NL in SBB-verband voor een subsidieregeling voor werkgevers die mbo’ers een stage willen bieden. Het benodigde geld daarvoor moet vrijgemaakt worden uit het budget voor bestrijding van jeugdwerkloosheid. “Dat kan door gewoon praktisch aan en door te pakken en minder te overleggen.” zegt Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad. ‘Het tekort aan stages is nijpend. En werkgevers willen wel, maar hebben het door de crisis moeilijk. Zo’n subsidie helpt werkgevers én onze studenten.

Het pleidooi van mbo en werkgevers volgt op de publicatie van de SBB Barometer van juni.

Deze Barometer laat zien dat in verschillende sectoren de tekorten aan stageplaatsen verder oplopen.

Ook is af te leiden dat jongeren die voor een leerwerktraject kozen (de bbl) vanwege het tekort aan leerwerkbanen nu de theoretische leerweg (bol) gaan volgen. Jan van Zijl: “Dat zet het aantal stageplaatsen in de theoretische leerweg nog verder onder druk. En maakt de noodzaak om door te pakken en nu stageplaatsen te creëren nog groter.

De mbo-stagesubsidie moet gaan lopen voor een periode van in eerste instantie twee jaar. “En zal specifiek gaan gelden voor stages in sectoren met veel arbeidsmarktperspectief, “ aldus Jan van Zijl. “Werkgevers in deze sectoren hebben baat bij dit voorstel omdat zij zo aantrekkelijker worden voor jongeren. Scholen kunnen dankzij deze subsidieregeling jongeren beter begeleiden bij het vinden van een stageplaats en daarmee het afronden van hun opleiding.

 

Overleg over Nationaal Onderwijsakkoord opgeschort

Minister Dijsselbloem van Financiën stuurde op 19 juni jl. een brief naar de Tweede Kamer over de noodzaak van verdere bezuinigingen op de overheidsuitgaven.

Naar aanleiding van die brief heeft minister Bussemaker van OCW op 20 juni ook een brief naar de Kamer gestuurd met de mededeling dat de onderhandelingen over het Nationaal Onderwijsakkoord vooralsnog zijn opgeschort, in afwachting van nadere kabinetsbesluiten.

Dit heeft natuurlijk alles te maken met het wel of niet afkondigen van de nullijn voor onderwijspersoneel. Die nullijn leek te verdwijnen met het Sociaal Akkoord maar lijkt nu toch weer te worden gehandhaafd.

Lees HIER.... de brief van Dijsselbloem en HIER.... de brief van Bussemaker.

Eerder ingrijpen bij falend onderwijs

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap krijgt de bevoegdheid om te kunnen ingrijpen als er op een school ernstige problemen zijn met de onderwijskwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van minister Bussemaker ingestemd met een nota van wijziging die de uitbreiding van de aanwijzingsbevoegdheid regelt.

Er ligt al een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer op grond waarvan de minister schoolbesturen in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs opdrachten (‘aanwijzingen’) kan geven bij (financieel) wanbeheer. Voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs bestaat deze mogelijkheid niet.

Recente ervaringen met onder andere Amarantis hebben geleerd dat uitbreiding van deze aanwijzingsbevoegdheid ook elders in het onderwijs gewenst is. Voorwaarde om te kunnen ingrijpen is dat bestuurders of toezichthouders ernstig nalatig zijn. Verder moeten de (onderwijskundige) problemen ook een bedreiging vormen voor het vertrouwen in en het functioneren van het onderwijsstelsel en moeten eerst andere interventiemiddelen ingezet zijn.

De minister kan onderwijsinstellingen nu al wel aangepast toezicht opleggen, een waarschuwing geven en bekostiging inhouden of opschorten maar een concrete opdracht geven om de onderwijskwaliteit te verbeteren kan nog niet. Dat verandert met deze nota van wijziging. Die regelt dat de minister straks een raad van toezicht (bij ho en mbo) of een bestuur ook kan opdragen concrete maatregelen te treffen die gericht zijn op het opheffen van de misstand.

Geven de toezichthouders of de bestuurders hieraan geen gehoor, dan staat ze een bekostigingssanctie te wachten. Verbetert de situatie nog niet, dan kan de minister de rechter verzoeken om bestuurders of toezichthouders te schorsen of te ontslaan. Dit extra slot op de deur wordt voor het gehele onderwijs geregeld in een aparte wetswijziging.

18 juni a.s. tweede ronde adviezen aan de sector

PensioenLab wint award 

Het PensioenLab heeft de prijs voor beste innovatieve communicatie gekregen. Op 16 mei jl. werden de BPM-communicatieprijzen voor de zevende keer uitgereikt en het PensioenLab was de gelukkige winnaar. Het PensioenLab is op initiatief van CNV Jong, FNV Jongeren en de MHP-Jongeren gestart in 2012 met als doel jonge mensen voor te bereiden op een actieve betrokkenheid bij de pensioenwereld. Vooral door ze te prikkelen om met vernieuwende ideeën te komen. Daarnaast is het Pensioenlab een kweekvijver met jongeren die graag willen participeren in een pensioenfondsorgaan.

Op 18 juni a.s. zal het PensioenLab in Zeist in een tweede ronde zijn adviezen aan de pensioensector geven. Het adviseert over onderwerpen als vermogensbeheer, communicatie, solidariteit, pensioen & zorg en het waarderen van pensioenverplichtingen. Bent u betrokken bij pensioenen en geïnteresseerd in de adviezen van de PensioenLab-Jongeren ? Zie dan hier de link http://www.pensioenlab.nl/?p=268 voor de uitnodiging en meldt u aan door een mail te sturen naar pensioenlab@gmail.com. Wij hopen op uw komst !


 

Juniraming CPB geeft somber beeld

De Nederlandse economie krimpt in 2013 met 1%. In 2014 is sprake van een licht herstel doordat de Nederlandse uitvoer profiteert van de aantrekkende wereldhandel en neemt het bbp met 1% toe. Het begrotingstekort komt in 2014 naar verwachting uit op 3,7 %. Dat blijkt uit de juniraming van het CPB. De coalitiepartijen willen 6 miljard bezuinigingen voor 2014 conform de ramingen van de EU, terwijl op grond van deze ramingen van het CPB 7 miljard nodig zou zijn.

De particuliere consumptie krimpt volgens de CPB-raming in 2013 door lagere beschikbare inkomens en dalende huizenprijzen, terwijl de overheidsbestedingen als gevolg van bezuinigingen nog steeds afnemen. De werkloosheid loopt snel op. In 2012 bedroeg de gemiddelde werkloosheid nog 5,3% van de beroepsbevolking. In 2013 komt deze gemiddeld uit op 6¾% en in 2014 op 7%. De werkgelegenheid in de marktsector daalt dit jaar met 1¼% en in 2014 met ½%. De zwakke arbeidsmarktsituatie heeft een drukkend effect op de lonen. De contractlonen in de marktsector blijven in beide jaren naar verwachting achter bij de inflatie. In de overheidssector blijven de contractlonen in 2013 nog sterker achter bij de inflatie.

De krimp in 2013 dempt de belastinginkomsten en verhoogt de werkloosheidsuitkeringen. Door omvangrijke bezuinigingen en lastenverhogingen neemt desondanks het overheidstekort af, van 4,1% in 2012 tot 3,5%in 2013. Mede doordat de werkloosheidsuitkeringen in 2014 verder oplopen komt het overheidstekort in 2014 op 3,7%. De raming van de economische groei is licht neerwaarts bijgesteld voor 2013 ten opzichte van het Centraal Economisch Plan in maart, maar blijft ongewijzigd voor 2014. De sterkere krimp in 2013 heeft een negatief effect op de belastinginkomsten en een opwaarts effect op de werkloosheidsuitkeringen, waardoor het overheidstekort hoger uitvalt.

 

Gemiddeld lager pensioen voor 65-plus vrouwen dan mannen

Vrouwen van 65-plus in Nederland krijgen een pensioen dat gemiddeld 40 procent lager is dan bij mannen van 65-plus; ongeveer het gemiddelde in de EU. Dat maakte de Europese Commissie bekend.

De commissie noemt drie oorzaken voor het verschil in pensioen:

1)             vrouwen hebben minder vaak een baan dan mannen,

2)             ze werken minder uren en/of jaren en

3)             ze verdienen gemiddeld minder.

De grootste verschillen tussen gepensioneerde vrouwen en mannen zijn er in Luxemburg (47 procent) en Duitsland (44 procent). Estland en Slowakije hebben het kleinste verschil met respectievelijk 4 en 8 procent. De verschillen in pensioenopbouw onder de 65 jaar zijn in Nederland minder groot.

Bron: o.a. ANP

 

VO-raad moet stap zetten

De onderwijsbonden AOb, FvOv, CNV Onderwijs en Abvakabo FNV hebben de Algemene Ledenvergadering van de VO-raad vandaag laten weten dat duizenden leraren en onderwijs ondersteunend personeel vanaf de actiesite http://www.caovo.nu een rode  kaart naar de onderhandelaars van de VO-raad hebben gestuurd.  Op die manier uitten zij hun ongenoegen over het gedrag van de werkgeversdelegatie aan de cao-tafel. Die staakte bijna twee maanden terug de onderhandelingen voor een nieuw akkoord.

Doel van de kaartenactie is om de VO-raad weer aan de onderhandelingstafel te krijgen en het personeel de kans te geven hun ongenoegen te uiten over de eerder als 'bizar' gekwalificeerde actie van de werkgeversdelegatie.  Die eiste van de vakbonden dat eventuele  gaten in de begroting van het voortgezet onderwijs werden gedicht met geld dat nu is bestemd voor goede secundaire arbeidsvoorwaarden.

Voor de vakbonden is dat onacceptabel, temeer omdat de VO-raad niet bereid was met de vakbonden in Den Haag te lobbyen voor meer middelen om de kwaliteit van het onderwijs op peil te kunnen houden. Bovendien is het onderwijspersoneel er in de afgelopen jaren door de nullijn op de salarissen al fors op achteruit gegaan.

De VO-raad slaagt er intussen al jaren niet in voldoende middelen voor een goede cao binnen te halen in Den Haag. Omdat de vaste kosten de afgelopen jaren flink zijn gestegen, wordt beknibbeld op de personeelskosten. Daardoor neemt de werkdruk toe en krijgen leerlingen gemiddeld minder aandacht, waarmee de kwaliteit onder druk komt te staan.

De wegloopactie van de VO-raad werd niet in alle directiekamers gewaardeerd. Verschillende bestuurders hebben de delegatie inmiddels opgeroepen de onderhandelingen te hervatten.  

De vraagstukken in het VO kunnen alleen met een eensgezinde aanpak tot een oplossing worden gebracht. Het voortgezet onderwijs moet samen bezien waar en hoe de huidige cao kan worden aangepast en als blok optrekken richting Den Haag als het gaat om wensen en suggesties.

De VO-raad berichtte vorige week dat er weer gesprekken gaande zijn. Dat is voorbarig. In een informeel gesprek heeft de woordvoerder van de werkgevers zijn excuses aangeboden voor het plotsklaps afbreken van de cao-besprekingen. Dat is mooi, maar inhoudelijk is er verder niets besproken.

De gezamenlijke onderwijsbonden wachten nu al sinds begin april op een serieuze stap van de VO-raad,  zodat het overleg kan worden hervat. Zeker nu de nullijn met Het Sociaal Akkoord op de lange baan is geschoven en er voor de sociale partners mogelijkheden liggen om sectorale plannen te maken voor de instroom van jonge leraren en tegengaan van flexcontracten. Het is aan de leden van de VO-raad om de delegatie met een constructieve houding te laten terugkeren aan de onderhandelingstafel.

 

Aanvraagtermijn Lerarenbeurs verlengd tot en met 14 juni !

Leraren, ambulant begeleiders of invalkrachten kunnen nog tot en met 14 juni een Lerarenbeurs aanvragen. De aanvraagtermijn is verlengd, omdat er nog beurzen beschikbaar zijn.

De beurs bedraagt maximaal 7.700 euro voor collegegeld, reiskosten en overige studiekosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen.

Wie komen in aanmerking voor de Lerarenbeurs 2013?

Leraren

Leraren die een onderwijsbevoegdheid hebben (leraren in het primair, voortgezet, (voortgezet) speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) of minimaal een bachelordiploma hebben behaald (leraren in het hbo). En in dienst zijn bij een school in Nederland of Caribisch Nederland die door het ministerie van OCW of EZ wordt bekostigd.

Leraren die al een korte opleiding hebben gevolgd met de Lerarenbeurs

Nieuw binnen deze verlengingsperiode is dat leraren die ooit een korte opleiding met de Lerarenbeurs hebben gevolgd opnieuw gebruik kunnen maken van de beurs om een bachelor- of masteropleiding te volgen. Daarvoor is een uitzondering op de regel gemaakt dat elke bevoegde leraar in het primair en voortgezet onderwijs en in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs eenmaal in zijn onderwijscarrière gebruik mag maken van de Lerarenbeurs.

Ambulante begeleiders

In 2013 komen ook ambulante begeleiders in het (speciaal) onderwijs voor een Lerarenbeurs in aanmerking. Met de beurs kunnen ambulant begeleiders een extra onderwijsbevoegdheid halen of hun deskundigheid vergroten.

Invalkrachten

De toelatingseisen voor invalkrachten zijn verruimd. Invalkrachten hebben vaak geen vaste werkgever. Op het moment dat zij de beurs aanvragen moeten zij kunnen aantonen dat:

·       zij als invalkracht op een school werken of

·       dat zij in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag als invalkracht hebben gewerkt.

Waar kan de Lerarenbeurs worden aangevraagd?

De Lerarenbeurs kan worden aangevraagd met het aanvraagformulier op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (www.duo.nl). Hier is tevens informatie te vinden over de voorwaarden.

 

Seminar over omgaan met werkdruk binnen de hogeschool

Uit de benchmarkrapportage 2013 van het Tevredenheidsinstrument Medewerkers (TIM) komt het onderwerp werkdruk naar voren als één van de belangrijkste aandachtspunten binnen hogescholen. Vanaf 2007 tot heden zijn in opeenvolgende cao’s-hbo door partijen afspraken gemaakt over aanpak en onderzoek naar de beleefde werkdruk. Ook heeft Zestor recent een stimuleringsregeling opengesteld ‘Maatwerk in werkbeleving’, ter ondersteuning van de hogescholen in hun activiteiten om werkdruk te verlagen.

Naast deze initiatieven organiseert Zestor nu een thematisch seminar waar werkdruk vanuit een gezonde, positieve invalshoek wordt benaderd. De titel: ‘Bevlogenheid als immuunsysteem’, seminar over omgaan met werkdruk binnen de hogeschool. Het begrip ‘bevlogenheid’ is een graadmeter voor de mate van weerbaarheid tegen werkdruk. Werkdruk wordt door bevlogen medewerkers minder of niet als zodanig ervaren. In het seminar worden handreikingen gegeven om de eigen bevlogenheid en die van hogeschoolmedewerkers te meten en te verhogen.

Een keur van bevlogen sprekers, performers en workshophouders zijn bijeen gebracht om dit onderwerp met elkaar uit te diepen en… zelf te ervaren! Lees in de bijgevoegde flyer het programma. Dit mag u niet missen!

Voor wie?
Leden van het College van Bestuur, leden van de (P)MR van hogescholen, bestuurders en kaderleden van vakbonden, directeuren p&o, faculteitsdirecteuren, beleidsadviseurs, lectoren, onderzoekers en docenten in het hbo zijn van harte welkom.

Schrijf u nú in!
In totaal is er plaats voor maximaal 100 deelnemers. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst van de inschrijving. Aanmelden is mogelijk via de website van Zestor. Klik hier voor een directe link. Hier kunt u ook aangeven welke workshop u wilt volgen.

Kosten

Er zijn géén kosten verbonden aan deelname aan deze dag. Uiteraard geldt wel de verplichting dat u na inschrijving en ontvangst van de bevestiging de bijeenkomst bijwoont. Bij niet (of niet tijdig) afmelden worden de gemaakte kosten per deelnemer in rekening gebracht.

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de heer Ali Müjde
telefoon 070-3122180.

 

Asscher: “Pak ongezonde werkdruk aan

Ik zie de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting als één van de grote uitdagingen waar we de komende jaren voor staan. Om te voorkomen dat mensen ziek worden van de werkdruk. Om te zorgen dat mensen gezond, en met plezier, door kunnen blijven werken.

Dat zei minister Asscher op de eerste bijeenkomst van het Forum Gezond en Veilig Werken. Het forum wordt door het ministerie georganiseerd. Werkgevers en werknemers, deskundigen en verzekeraars wisselen hier ervaringen uit. Op de bijeenkomst presenteerde de minister cijfers uit de nieuwste Arbobalans, die TNO in opdracht van het ministerie heeft gemaakt.

Uit onderzoek van TNO blijkt dat vier op de tien werknemers in Nederland het gevoel hebben veel te moeten doen en erg snel te moeten werken. Ruim één op de acht werknemers heeft last van burn-outklachten. Werkdruk wordt door werknemers en werkgevers het meest genoemd als achterliggende oorzaak van ziekteverzuim door het werk. De minister pleit voor een brede aanpak van het psychosociale arbeidsbelasting: “Niet alleen met maatregelen uit Den Haag, maar vooral met aanpassingen op de werkvloer.

 

Aandeel flex fors gegroeid

Het aandeel werknemers met een flexibele arbeidsrelatie is toegenomen van 12 procent (2001) tot 16 procent (2012) van de werkzame beroepsbevolking. De toename komt vooral door het hogere aandeel werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband en oproepkrachten. Het aandeel zelfstandigen zonder personeel is toegenomen van 7 procent naar 10 procent van de werkzame beroepsbevolking. Dit blijkt uit de publicatie Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt: De focus op flexibilisering, een uitgave van het CBS en TNO.

Werknemers met een flexibele arbeidsrelatie stromen vaker uit naar werkloosheid of inactiviteit en wisselen vaker van werkgever dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie. De verschillen in baanzekerheid tussen verschillende soorten flexibele arbeidsrelaties  zijn groot. Van de werknemers met een tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband is tussen 2011 en 2012 slechts 12 procent uitgestroomd naar inactiviteit of werkloosheid, 15 procent wisselde van werkgever. Bijna de helft heeft een jaar later een vaste arbeidsrelatie bij dezelfde  werkgever. Een derde van de oproepkrachten is werkloos geworden of werkt niet meer, een op de vijf is van werkkring gewisseld. Toch heeft ook een op de acht oproepkrachten in de periode 2007-2010 onafgebroken in dezelfde baan gewerkt.

Werknemers met een flexibele arbeidsrelatie hebben niet alleen te kampen met minder baanzekerheid, ze hebben ook vaak te maken met een hoge werkdruk en weinig autonomie op het werk.  Hierdoor lopen zij meer gezondheidsrisico’s en hebben zij meer problemen met de inzetbaarheid dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Bovendien hebben werknemers met een flexibele arbeidsrelatie op hun werk minder leer- en ontwikkelmogelijkheden. Meer dan een half miljoen werkenden combineert meer dan één baan.

Ongeveer driekwart van de zelfstandigen zonder personeel biedt eigen arbeid aan, een kwart verkoopt producten. De eersten zijn jonger, hoger opgeleid en werken minder uren en waren voor hun start als zzp’er vaak werknemer. Als zij als zzp’ers stoppen gaan ze meestal aan de slag als werknemer. Startende zzp’ers die producten verkopen waren eerder vaker niet werkzaam en als zij stoppen stromen zij vaker uit naar werkloosheid of inactiviteit.

Ook in het onderwijs werken veel flexibele krachten. De UNIENFTO is hier niet blij mee. Voorzitter Jan van den Dries: ”Het is niet goed voor de zekerheid van die mensen zelf, maar ook niet voor de vaste krachten die hun werkdruk vaak zien stijgen naarmate er meer flexkrachten in hun omgeving werken”!

Geef de VO-Raad rood!

Op 15 mei kreeg de VO-raad een mega-grote rode kaart van de gezamenlijke onderwijsbonden. “Met deze prikactie willen we laten zien dat de werkgevers onze cao-voorstellen serieus moeten nemen”, zeggen de bonden, waaronder de FvOv / UNIENFTO. Tegelijkertijd is de actiesite de lucht in gegaan, waarmee onderwijspersoneel de VO-raad een digitale rode kaart kan sturen. 

 

Stuur zelf via de actiesite een rode kaart!

 

 

Ongeveer 4000 docenten en andere medewerkers in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kwamen op donderdagmiddag 15 mei naar het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam om te pleiten voor een betere cao voor het middelbaar beroepsonderwijs (CAO MBO).

De leraren legden het werk neer naar aanleiding van het stukgelopen cao-overleg met de werkgeversorganisatie MBO Raad.



De docenten uit het hele land vinden de werkdruk in het middelbaar beroepsonderwijs te hoog en dat gaat dan uiteraard ook ten koste van de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van de leerlingen.

Het Muziekgebouw aan ‘t IJ was tijdens de bijeenkomst overvol: mensen stonden binnen in het Atrium, bevolkten de balkons en de grote trappen en ook het buitenterras. Ze droegen spandoeken met teksten als: 'Groetjes van Thea. Zij heeft 't te druk om te staken' en 'Kwaliteit is mijn prioriteit, maar niet in mijn eigen tijd'. Ze scandeerden ,,actie, actie'' en zongen mee met het stakingslied dat de band Diep Triest had gemaakt.



Docenten en ondersteuners, waaronder Hans Lombarts van de UNIENFTO, vertelden op het podium dat de werkdruk in het MBO onaanvaardbare proporties aanneemt, dat er behoefte is en blijft aan een goede seniorenregeling en dat een gerechtvaardigde loonsverhoging al jaren achterwege blijft.

Namens het platform van samenwerkende ondernemingsraden in het mbo is onlangs een brief gestuurd naar de MBO Raad en de minister. ,,Daarin staat dat we het spuugzat zijn. We willen geen puzzelboekje, we willen een cao,'' aldus een vertegenwoordiger van het Platform Medezeggenschap BVE.

De voorzitters van de onderwijsvakbonden, waaronder Jilles Veenstra van de FvOv, riepen de MBO Raad op minder geld te steken in ,,mooie bestuursgebouwen'', maar eindelijk eens te investeren in mensen.

Aan het slot van de manifestatie maakten enkele honderden stakers nog een demonstratieve rondvaart door de Amsterdamse wateren.

Al bij al een geslaagde landelijke stakingsdag die hopelijk effect zal hebben op de houding van de MBO Raad aan  de cao-tafel.

Stakers bedankt!

Het bestuur van de UNIENFTO  / FvOv dankt alle leden die gestaakt hebben, dan wel op andere wijze hun solidariteit hebben getoond met de actie, voor de inzet en het enthousiasme en we hopen dat we een volgende keer weer op jullie mogen rekenen.

 

Inflatie zakt naar 2,6 procent

De inflatie is in april gedaald naar 2,6 procent. De afgelopen zes maanden is de inflatie niet zo laag geweest. In maart waren de prijzen voor consumenten gemiddeld nog 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. De inflatie daalde vooral door goedkopere benzine. De prijsontwikkeling van voedingsmiddelen had ook een verlagend effect op de inflatie. De inflatie in Nederland volgens de Europees geharmoniseerde methode is gedaald van 3,2 procent in maart naar 2,8 procent in april. Dat is nog steeds ruim boven de inflatie in de eurozone. Deze daalde in april met 0,5 procentpunt naar 1,2 procent, het laagste inflatieniveau in de eurozone sinds februari 2010.

 

Zorgen om arbeidsrisico ‘Werkdruk

De MHP maakt zich grote zorgen om de toenemende werkdruk onder werknemers. Juist in de publieke sectoren (openbaar bestuur, gezondheidszorg en onderwijs) worden psychosociale arbeidsomstandigheden – waaronder werkdruk – meer dan gemiddeld gezien als belangrijk arbeidsrisico.

Te hoge werkdruk leidt tot het onder druk zetten van de mentale gezondheid van de werknemers. Bij werkdruk is er kort gezegd een disbalans tussen het werk en de regelmogelijkheden van een werknemer. Een slechte werk-privé balans ligt hier vaak als één van de oorzaken aan ten grondslag. Ook te weinig aandacht voor en kennis over het probleem bij leidinggevenden is een aandachtspunt. Werknemers zijn vaak bang om bij hun leidinggevende of werkgever aan te kloppen als zij een te hoge werkdruk ervaren, waardoor uitval van de werknemers (met hoge kosten voor de werkgever) op de loer ligt. Anderzijds durven werkgevers bij het vermoeden dat een werknemer te maken heeft met een disbalans, ook vaak geen toenadering te zoeken tot de werknemer om het te bespreken of hecht de werkgever hier (nog) onvoldoende waarde aan.

De MHP is van mening dat er op korte termijn een effectiever beleid voor mentale gezondheidsbevordering op de werkvloer moet komen, inclusief de aanpak van werkdruk als prioritair arbeidsrisico. In Nederland is er ontzettend veel kennis beschikbaar over psychosociale arbeidsrisico’s. ‘Het is een groot winstpunt dat alle partijen (werknemers, werkgevers en overheid) het probleem erkennen’, echter we zijn er nog niet, aldus MHP-beleidsmedewerker Klaartje de Boer. Er zijn veel interventies ontwikkeld in de afgelopen jaren. Deze sluiten echter niet altijd aan op de specifieke behoefte van een werknemer of een sector waar de werkdruk te hoog is. Het loopt nu (vaak) spaak op het implementeren en het inbedden van een concrete aanpak op de werkvloer, die zowel toegesneden is op kleine als grote werkgevers en hun werknemers.

Hier ligt in de komende tijd de uitdaging waarbij er nu al kan worden begonnen met aandacht voor werkdruk in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en de Arbocatalogi van een bedrijf(stak). 

ABP lanceert iPad-app

De app voor iPad is primair gericht op deelnemers met ABP KeuzePensioen en is voor iedereen met een iPad gratis beschikbaar in de Apple App Store.

Maar ook voor gepensioneerden is de app van toegevoegde waarde. Zo kunnen zij maandelijks een pushnotificatie ontvangen, wanneer het ABP pensioen is overgemaakt en wanneer ABP nieuws te melden heeft. De gebruiker kan zelf bepalen of en welke pushnotificaties hij wenst te ontvangen.

De app zoals die nu gelanceerd wordt, is een eerste versie. Op basis van de deelnemersreacties zal de app verder worden ontwikkeld. De app bevat het laatste nieuws over pensioenen en over de financiële situatie van ABP. Via tekst, beeld en filmpjes wordt het nieuws overzichtelijk en toegankelijk gebracht. De interactieve UPO-uitleg geeft een extra uitleg over alle moeilijke begrippen die in het UPO staan.

Een onderdeel van de app is de ‘Snelcursus pensioen snappen’. Hierin wordt de basis van het pensioenstelsel in Nederland uitgelegd en de rol van ABP pensioen hierin. In 10 minuten leert de gebruiker de basisbeginselen van AOW, het ABP KeuzePensioen, wanneer hij met pensioen kan gaan en wat hij zelf nog kan regelen voor later. Elk onderdeel wordt afgesloten met een aantal vragen om de pensioenkennis te testen.

Meer kansen voor mbo jongeren

MBO-scholen gaan alleen nog opleidingen aanbieden waarvoor in de regio voldoende arbeidsmarktperspectief is. De ministerraad heeft ingestemd met een voorstel van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) om de kansen van jongeren met een mbo-diploma op de arbeidsmarkt te vergroten. Dat betekent dat mbo-scholen studenten voorafgaand aan de keuze voor een opleiding beter gaan voorlichten over hun kansen op de arbeidsmarkt en dat zij hun opleidingenaanbod beter gaan afstemmen op het regionale bedrijfsleven en andere instellingen in de regio. Ook wordt het mogelijk om opleidingen waar vanuit de arbeidsmarkt geen vraag naar is sneller te sluiten. Volgens minister Bussemaker moeten ook in de toekomst afgestudeerde vakmensen aan de slag kunnen en moeten bedrijven in hun regio kunnen rekenen op voldoende en goed opgeleid personeel.

Minder opleidingen, betere aansluiting op werk

Jaarlijks volgen nog teveel jongeren een opleiding die onvoldoende aansluit op de arbeidsmarkt. Zo zitten er bijvoorbeeld teveel verkopers detailhandel en medewerkers dierverzorging na afronding van de opleiding werkloos thuis. Ook is sprake van een versnipperd en inefficiënt opleidingenaanbod. Zo is meer dan 40 procent van de 8.100 opleidingen die de 69 mbo-instellingen aanbieden klein (minder dan 18 deelnemers), waardoor de kwaliteit sneller onder druk komt te staan. Minister Bussemaker heeft de Inspectie van het Onderwijs gevraagd onderzoek te doen naar de kwaliteit van kleine opleidingen. Aan mbo-scholen en bedrijfsleven is gevraagd om met een voorstel te komen voor meer herkenbare opleidingen wat het beroepsonderwijs beter organiseerbaar maakt.

Stages als toekomstinvestering

ROC's hebben nu al de wettelijke plicht alleen een opleiding aan te bieden als er voor studenten na afronding van de opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief is. Ook geldt nu al de verplichting om voor elke opleiding stage te lopen bij een erkend leerbedrijf. Volgens minister Bussemaker vraagt de huidige economische situatie van het bedrijfsleven om samen met onderwijsinstellingen om goed na te blijven denken hoe de arbeidsmarkt in hun regio er in de toekomst uitziet en welke werknemers daarvoor nodig zijn: “Gelukkig zie ik steeds meer scholen en bedrijven die verder durven te kijken dan de dag van morgen. Komende jaren gaan veel oudere werknemers met veel kennis met pensioen. Nu investeren in stageplaatsen levert bedrijven straks een goed opgeleide werknemer op,” aldus Bussemaker. Om het opleidingenaanbod gerichter en sneller te kunnen afstemmen op de vraag van het regionale bedrijfsleven en op het aanbod van andere instellingen in de regio, verwacht de bewindsvrouw dat de mbo-scholen nauwer aansluiten bij de kennis van de 35 arbeidsmarktregio’s, zodat beter kan worden samengewerkt met gemeenten en het UWV.

Betere voorlichting

Tevens worden instellingen verplicht (aankomende) studenten goed te informeren over de opleiding en de latere kans op een baan, zodat zij beter een afgewogen keuze kunnen maken en gemotiveerd aan een opleiding beginnen. Eerder pleitten verschillende Jongerenorganisaties, waaronder ISO, LSVb, LAKS, CNV Jong en JOB, al voor toegankelijke, eerlijke en objectieve informatie over opleidingen en de arbeidsmarkt. Op dit moment werkt een aantal mbo instellingen scholen samen met het bedrijfsleven en (aankomende) studenten de Studiebijsluiter verder uit, zodat de bijsluiter volgend schooljaar op alle mbo-scholen gebruikt kan worden.

Minister Bussemaker heeft vertrouwen in een goede aanpak van instellingen zelf, maar wil in het belang van de studenten en hun toekomst een stok achter de deur hebben en kunnen ingrijpen wanneer mbo-scholen opleidingen blijven aanbieden die onvoldoende aansluiten op de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Studenten mogen daar volgens de bewindsvrouw niet de dupe van zijn, vandaar dat het mogelijk wordt om dit soort opleidingen indien nodig uiteindelijk te sluiten.

 

Geslaagde FSKL Jaardag van 22 maart 2013

De FSKL Jaardag van 22 maart 2013 met maar liefst meer dan 160 medewerkers van verschillende kenniscentra begon met het gezamenlijke bondsprogramma. Paul Hassing, CAO‐ onderhandelaar van CNVO is voor de laatste keer in deze functie tijdens de FSKL Jaardag aanwezig. Na 25 jaar geeft hij het stokje over aan Anja Bartholomeus. Paul legt namens de collega bonden UNIENFTO, ABVAKABO FNV, AOB en CNVO uit dat het laatste cao‐ overleg hee􀅌 ertoe geleid dat er een tussen cao zal worden bereikt.

 

KLIK HIER voor het volledige verslag van deze FSKL Jaardag

 

Sociaal akkoord gesloten: nullijn weg!

Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben op 11 april jl. met het kabinet een akkoord gesloten. Er wordt een einde gemaakt aan de zogenaamde schijnconstructies waarbij werknemers met buitenlandse sociale lasten en belastingen goedkoop in Nederland kunnen werken. Het aantal tijdelijke contracten dat kan worden afgesloten, zal worden beperkt en er komt een verbod op nulurencontracten in de zorg.

Er komt per 1 januari 2016 een eenvoudiger systeem voor de ontslagbescherming waarbij de preventieve toets blijft bestaan. Anders dan nu krijgen in de toekomst alle ontslagen werknemers een vergoeding. De hoogte daarvan komt in de wet te staan en wordt afhankelijk van het aantal gewerkte jaren. Er komt een maximum van 75.000 euro en voor mensen die meer verdienen, wordt de vergoeding maximaal een jaarsalaris. De WW wordt gecombineerd met een regeling in de cao’s waardoor werknemers die hun baan kwijtraken er in aanspraken niet op achteruit gaan. Tot 1 januari 2016 verandert er niets.

Het kabinet haalt het bezuinigingspakket van 2014 van tafel. Daarmee verdwijnt onder meer de nullijn! Sociale partners willen een alternatief ontwikkelen voor de door het kabinet voorgestelde inperking van het Witteveenkader in 2015. Daarbij gaan ze uit van het behoud van een voor ieder inkomensniveau gelijkwaardige pensioenopbouw van maximaal 2%. Het kabinet heeft hiervoor € 250 miljoen ter beschikking gesteld. Er komt een overbruggingsregeling AOW die oploopt naar 200 procent WML voor een individu en 300 procent voor een gezinsinkomen.

In sectoren kan besloten worden om ouderen gedeeltelijk met pensioen te laten gaan om ruimte te maken voor mensen die nu aan de kant staan, jongeren en 45-plussers. De Stichting van de Arbeid gaat met het Actieteam Crisisbestrijding van start. Er komen 35 Werkbedrijven in Nederland van waaruit vakbonden, gemeenten en werkgevers ervoor gaan zorgen dat mensen aan het werk komen. De instroom in de Wajong en de WSW wordt beperkt en werkgevers zijn bereid om deze mensen op te nemen. Het aantal loopt op tot 10.000 per jaar in 2020. Deze werknemers vallen onder de nieuwe cao voor Werkbedrijven of gemeente cao. De voorgenomen verplichte quotering komt in de wet maar wordt pas ingevoerd als blijkt dat de inspanningen van ondernemingen niet slagen. Dat wordt bekeken in 2017.

Jan van den Dries, voorzitter van de UNIENFTO, ziet in elk geval twee positieve zaken in het akkoord terug. Ten eerste is het loslaten van de nullijn een hoopvol gegeven. Het opent in elk geval de mogelijkheid om eindelijk weer eens cao’s af te sluiten met een financiële component erbij. Van den Dries: “Sinds 2009 is er geen algemene salarisverhoging meer geweest in het onderwijs. Het wordt zo langzamerhand tijd dat het onderwijspersoneel eens gewaardeerd wordt door onder meer een salarisverhoging”. Maar hij zegt er gelijk bij dat het allemaal heel broos is, want als de economie de komende maanden niet aantrekt, dan kunnen de bezuinigingen alsnog weer boven tafel worden gehaald door het kabinet Rutte.

Vervolgens vindt hij het goed dat er voor ouderen waarschijnlijk mogelijkheden komen om uit te treden ten faveure van jongeren die staan te trappelen om de arbeidsmarkt op te gaan. Er leek een hele generatie verloren te gaan voor het onderwijs, omdat opeens iedereen een aantal jaren langer zou moeten doorwerken.

Voor de integrale tekst van het Sociaal Akkoord, klik HIER.

 

Uitwerking leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs

De extra ondersteuning aan vmbo-leerlingen (lwoo) en aan leerlingen in het praktijkonderwijs wordt in het schooljaar 2015-2016 ondergebracht in de systematiek van passend onderwijs. De ondersteuning wordt daarmee slimmer en efficiënter, waardoor bespaard kan worden op bureaucratie. Bij de invulling van de in het regeerakkoord aangekondigde efficiencykorting van € 50 miljoen vanaf 2016 worden zo de leerlingen zoveel mogelijk ontzien.

Dat staat in de hoofdlijnenbrief leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dekker: “Bezuinigen is altijd pijnlijk. Het belangrijkste is dat de leerling in de klas er zo min mogelijk van merkt. Dat laatste is voor mij leidend.

Leerling centraal

Vanaf 2014, als de Wet Passend Onderwijs ingaat, wordt de extra ondersteuning aan leerlingen dichter bij het kind in de klas georganiseerd. Regionale samenwerkingsverbanden van scholen krijgen dan de regie, inclusief zeggenschap over de aan passend onderwijs verbonden budgetten. Scholen kunnen zo zelf beter bepalen welk kind welke ondersteuning nodig heeft. Mede op advies van de Raad van State, de Onderwijsraad en de Evaluatie en adviescommissie passend onderwijs worden lwoo en pro nu geïntegreerd in de systematiek van passend onderwijs.

Leerlingen ontzien

Door het lwoo en het pro onder te brengen in de systematiek van het passend onderwijs, wordt het proces doelmatiger. Regionale verwijzingscommissies zijn niet meer nodig, omdat samenwerkingsverbanden de indicatie zelf ter hand nemen. Bij de invulling van de in het regeerakkoord opgenomen bezuiniging van € 50 miljoen wordt in lijn met de wens van de Tweede Kamer de leerling in de klas zoveel mogelijk ontzien.

bron: persbericht Rijksoverheid

 

Actie VO-raad wekt verbazing

Werkgevers lopen boos weg van cao-tafel voortgezet onderwijs

Gezamenlijk persbericht AOb – CNVO – FvOv – Abvakabo FNV

De vertegenwoordigers van de werkgeversorganisatie VO-raad zijn vandaag boos weggelopen bij de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs. Dit nadat door de werknemersorganisaties een tegenvoorstel voor modernisering van de huidige cao-vo was ingebracht.

Werknemers zijn bereid bestaande regelingen aan te passen, zonder dat er wordt bezuinigd op de middelen die voor de secundaire arbeidsvoorwaarden beschikbaar zijn. Daardoor ontstaat ruimte om de toenemende werkdruk aan te pakken. Onder die voorwaarde is voor de vakorganisaties veel bespreekbaar.

De werkgevers vinden dat echter onacceptabel en liepen weg zonder een toelichting te willen aanhoren. Zij kiezen ervoor de rekening van de onderwijsbezuinigingen geheel bij het personeel te leggen en willen fors schrappen in het bestaande pakket van arbeidsvoorwaarden.

Voor de vakorganisaties AOb, CNV Onderwijs, FvOv (waartoe de UNIENFTO behoort) en Abvakabo FNV is het niet aanvaardbaar dat personeel dat al jaren wordt geconfronteerd met de nullijn ook nog moet inleveren op de secundaire voorwaarden. Zij zijn het niet eens met de werkgeversvisie dat alleen zo de kwaliteit van het onderwijs te handhaven is en kwalificeren de actie van de VO-raad als onverantwoord.

De vakorganisaties hebben de VO-raad meermalen nadrukkelijk uitgenodigd om gezamenlijk naar de politiek te stappen om duidelijk te maken met welke bedreigingen het voortgezet onderwijs te maken heeft en wat er nodig is om de kwaliteit van het onderwijs ook voor de toekomst te waarborgen. Werkgevers zijn niet op die uitnodiging ingegaan.

Ook dit jaar wil de UNIENFTO / CMHF haar leden die zich inzetten in de diverse overlegorganen graag  bijstaan met een, voor u, gratis tweedaagse training.

Misschien heeft u onze tweedaagse training al eerder bijgewoond. Dan kunnen wij u meedelen dat er in het najaar een soort ‘vervolgtraining’ wordt gegeven; u ontvangt t.z.t. daarvoor ook weer een uitnodiging. U kunt zich alvast via de website opgeven als deelnemer of geinteresseerde in deze vervolgtraining.

Eerste training

Het beloofd zoals altijd weer een zeer inspirerende en leerzame training te worden. Uw cursusleider, de heer dr. Peer Elshout van Organisatiebureau DamhuisElshoutVerschure, zal hiervoor wederom zorgdragen. Heeft u onze training nog niet eerder bijgewoond dan kunt u zich hiervoor opgeven.

Datum

De training zal plaatsvinden op dinsdag 18 en woensdag 19 juni a.s.

Zoals het er nu uitziet wordt deze training wederom gehouden bij Conferentiecentrum Kaap Doorn te Doorn. Voor een overnachting wordt gezorgd. Gezien de bepalingen in uw rechtspositieregeling t.a.v. buitengewoon verlof voor kaderactiviteiten en -cursussen is deelname voor kaderleden verder zonder kosten (m.u.v. reiskosten).

Wilt u een van onze kadertrainingen bijwonen dan kunt u zich via de website opgeven als deelnemer. Op de  website vindt u ook nog meer informatie over deze training.

U kunt uw gegevens ook doormailen aan akleffens@cmhf.nl;

Wilt u eerst meer weten, dan kunt u natuurlijk ook even mailen of bellen.

Om een eerste indruk te krijgen stuur ik u bijgaand het programma van een training gehouden in 2012 – de komende training zal niet geheel gelijk zijn. Zodra het programma bekend is staat dit ook op onze website vermeld.

Nog geen plek voor 10% mbo-studenten die een leerbaan zoekt

Aantal stageplaatsen raakt verder in verdrukking

Door de voortdurende economische crisis vinden minder mbo-studenten op tijd een leerbaan. Het aantal studenten met een leerbaan is ten opzichte van vorig schooljaar met 11.000 afgenomen. Ondanks de substantiële toegenomen werkloosheid, zijn verreweg de meeste studenten op een stage- en leerbaan geplaatst. Door de crisis is wel een verschuiving  van leerbanen naar stageplaatsen ontstaan. Studenten die tevergeefs een leerbaan zochten,  gaan alsnog op zoek naar een stageplaats. Het aanbod van  stageplaatsen is hierdoor echter steeds meer onder druk gekomen. De vandaag uitgekomen SBB Barometer geeft de sectoren aan waar tekorten ontstaan en waar nog kansen liggen. Tevens komt aan bod wat kenniscentra, branches en onderwijs doen om het tij te keren.
 
Verschuiving van werkend leren naar stages
Het aantal studenten dat een leerbaan zoekt, is in het schooljaar 2012/2013 fors gedaald van 158.000 naar 147.000 een jaar eerder. Van deze  studenten heeft 10% nog geen leerbaan bij een erkend leerbedrijf.  Dat zijn ongeveer 15.000 jongeren. De druk op stageplaatsen neemt daarmee toe, deels vanwege de toename van het aantal studenten dat een stageplaats zoekt. Maar ook omdat een deel van de studenten die geen leerbaan kan vinden, alsnog naar een stageplaats overstapt.
 
Steeds meer overheid gerelateerde sectoren in de knel
In diverse sectoren slinken de reserves aan stageplaatsen en leerbanen.  Een steeds groter probleem vormen de stage tekorten in sectoren die overheid gerelateerd zijn. Dat zijn met name in de welzijnssector de kinderopvang, jeugdzorg en sociaal-cultureel werk. Het aanbod van leerbanen in de bouw en bouw gerelateerde sectoren, mobiliteit en transport en logistiek staan al langer onder druk.
In enkele sectoren, zoals de administratieve sector, worden niveau 4 studenten op de stageplaats door de crisis verdrongen door hbo'ers.
 
Kenniscentra, onderwijs en leerbedrijven zetten zich in
Minister Bussemaker (OCW) verzocht SBB eind 2012 het stage- en leerbanenoffensief te intensiveren. Zo stimuleren de kenniscentra tezamen met onderwijsinstellingen de leerbedrijven om meer stageplaatsen en leerbanen beschikbaar te stellen. Voorbeelden hiervan zijn  de richtingen administratie, mobiliteit en handel. In de vandaag uitgekomen SBB Barometer zijn de eerste resultaten van dit stage- en leerbanenoffensief zichtbaar.
De SBB Barometer vindt u op http://www.kansopwerk.nl/barometer.html

 

 

Inflatie 3,2 procent!
 

In februari 2013 was de inflatie in Nederland volgens het CBS 3,2 procent. Dat is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in de eurozone, dat op 1,8 procent uitkwam. Sinds in oktober 2012 de btw werd verhoogd, behoort Nederland al tot de landen met de hoogste inflatie. Zonder verhoging van de productgebonden belastingen zou de inflatie in januari 2013 bijna de helft lager uitgekomen zijn op 1,7 procent. In 2011 behoorde Nederland nog tot de landen met de laagste inflatie. De inflatie in Nederland ligt de laatste maanden op het hoogste niveau in ruim tien jaar tijd!

 

Werken aan medewerkertevredenheid

Geachte heer/mevrouw,


Het werkplezier scoort heel hoog in het hbo, toch is er ruimte voor verbetering. Welke indicatoren vinden medewerkers in het hbo belangrijk en welke acties ondernemen hogescholen naar aanleiding van hun MTO’s? 

Wij nodigen u van harte uit voor de bijeenkomst ‘Werken aan medewerkertevredenheid’, een themabijeenkomst over het medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO). Op donderdag 28 maart 2013 bent u vanaf 09.00 uur van harte welkom in het Geldmuseum in Utrecht. Het programma start om 09.30 uur.



Doel

Tijdens de bijeenkomst nemen de deelnemers de uitkomsten van een medewerkertevredenheidsonderzoek onder de loep aan de hand van de benchmarkrapportage TIM en krijgen zij zicht op de mogelijkheden om actie te ondernemen naar aanleiding van die uitkomsten.
 

Ondersteunend aan de discussie zal een aantal hogescholen inbrengen wat hun inzet is geweest bij onderwerpen als werkplezier, de loyaliteit van medewerkers, de werkdruk en het gezondheidsbeleid van hogescholen. 



Achtergrond

In de periode medio 2011 – medio 2012 hebben 13 hogescholen door Integron een medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO) laten uitvoeren. De onderzoeken hebben gebruikgemaakt van de sectorspecifieke vragenlijst voor het hbo en het raamcontract tussen Zestor en Integron. Inmiddels doen 19 hogescholen mee.

Op 22 januari 2013 heeft Zestor een benchmarkrapportage gepubliceerd. Hierin staan de gemiddelde tevredenheidscijfers van 13 hogescholen.

Programma

We starten met een vraaggesprek met Wilma de Koning, voorzitter van Zestor en bestuurder van Hogeschool Fontys en José Muijres, vicevoorzitter van Zestor en bestuurder bij de AOb.


Na dit vraaggesprek wordt een casus over de medewerkertevredenheid in een andere sector gepresenteerd, gevolgd door een presentatie over de medewerkertevredenheid binnen een hogeschool.

Vervolgens zal Integron een presentatie verzorgen over de benchmark MTO.

Ten slotte zal in de groepsgewijze reactieronde de discussie worden aangegaan over de sterke en zwakke punten van de eigen hogeschool en de oorzaken daarvan.

Na de bijeenkomst wordt om 12.30 uur een broodje geserveerd.

Voor wie?

Deze bijeenkomst is met name bestemd voor P&O-directeuren, MR-leden, vakbondsvertegenwoordigers, faculteitsdirecteuren, hrm-adviseurs en beleidsadviseurs.



Schrijf u nu in!

Aanmelden is mogelijk via de website van Zestor. Klik hier voor een directe link. Na aanmelding ontvangt u een definitief programma en een routebeschrijving.

Kosten


Er zijn géén kosten verbonden aan deelname aan deze bijeenkomst. Uiteraard rekenen wij, na aanmelding, wel op uw komst.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Henk-Jan Jansen, telefoon 070 312 21 60, e-mail: jansen@zestor.nl.

 

De Lerarenbeurs. Beter voor de klas!

Aanvraagronde Lerarenbeurs van start

Van 1 april tot en met 15 mei a.s. kunnen bevoegde leraren in het primair en voortgezet onderwijs, mbo en hbo een Lerarenbeurs aanvragen voor een bachelor- of masterstudie.

De beurs bestaat uit twee subsidies. De leraar ontvangt subsidie voor studiekosten, studiemiddelen en reiskosten. Elke leraar kan maximaal zevenduizend euro per jaar ontvangen om collegegeld te betalen en maximaal zevenhonderd euro voor studie- en reiskosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen.

Goede leraren zijn bepalend voor goed onderwijs

Daarom blijft het ministerie van OCW investeren in de professionele ontwikkeling van leraren door onder meer het beschikbaar stellen van de Lerarenbeurs. De ambitie in het hoger beroepsonderwijs is dat leraren minimaal over een masterniveau beschikken. Daarom wordt dit jaar 14 miljoen euro aanvullend geïnvesteerd in deze sector voor circa 1.800 extra beurzen.

Extra investeren voor voldoende eerstegraders

In het voortgezet onderwijs gaan de komende jaren veel eerstegraads leraren met pensioen. Om ervoor te zorgen dat er in de toekomst voldoende eerstegraads leraren zijn, investeren we dit jaar aanvullend 4 miljoen euro in deze sector voor circa 500 extra beurzen. In totaal is er 61 miljoen euro beschikbaar voor circa 8.100 beurzen.

De belangrijkste wijzigingen in 2013 zijn:

•    de Lerarenbeurs is nu ook toegankelijk is voor ambulant begeleiders;

•    de toelatingseisen voor invalkrachten zijn verruimd;

•    de Lerarenbeurs dient voortaan jaarlijks aangevraagd te worden.     

Meer informatie over de voorwaarden en de aanvraag is te vinden op www.duo.nl. Daar is ook het aanvraagformulier te vinden.

Bron: ministerie van OCW

 

IMF: extra bezuinigingen 2014 niet nodig

De extra bezuinigingen van 4,5 miljard euro die het kabinet heeft aangekondigd voor 2014, zijn niet nodig. Dat zegt het hoofd van de afvaardiging van het IMF, Subir Lall.

De focus van het kabinet moet liggen op de middellange termijn, om de economie op die termijn op orde te krijgen, zijn de aangekondigde extra bezuinigingen niet nodig. De impact daarvan op de economie is volgens hem niet groot. “Als je de Brusselse doelen mist door factoren die buiten je macht liggen, is dat niet zo erg. Het belangrijkste is het beleid en de geloofwaardigheid. Daarmee zit het wel goed,” zegt Lall. Hij benadrukte dat er in Nederland ruimte is voor optimisme omdat de fundamenten van de Nederlandse economie in orde zijn en er veel vertrouwen is van de financiële markten in ons land. Economisch herstel zal volgens hem intreden als de huizenmarkt weer opkrabbelt. De maatregelen die de Nederlandse overheid neemt op de huizenmarkt zijn gepast. De prijsdaling van bijna twintig procent van de huizenprijzen is daarnaast ‘gezond’ en verloopt ordelijk. Lall noemde het wel van belang dat de overheid nog meer maatregelen neemt op de huizenmarkt, zo zijn er weinig huurwoningen in de vrije sector, waardoor een toename in de vraag al snel leidt tot grote prijsstijgingen.

Bron: NOS.nl – 19-3-2013

Ontslag van rechtswege bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar 

 

Sinds 1 januari 2013 is de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd van 65 jaar naar 65 jaar en één maand. De komende jaren zal deze leeftijd trapsgewijs verder verhoogd worden. Deze aanpassing in combinatie met wetgeving in het kader van gelijke behandeling hebben cao-partijen doen constateren dat artikel H-50 sub g CAO BVE in de huidige vorm niet toepasbaar is. 

De huidige tekst van artikel H-50 sub g is als volgt: 

 

De dienstbetrekking eindigt: 

g. Met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, tenzij anders wordt overeengekomen, onverlet de wettelijke bepalingen ter zake. 

Op 31 maart 2011 is de verlengde CAO BVE 2007-2009 verlopen. Hierdoor is het niet mogelijk om het betreffende artikel in de huidige cao aan te passen. Cao-partijen zijn echter voornemens om in een nog overeen te komen nieuwe cao artikel H-50 sub g aan te passen door de zinsnede ‘de leeftijd van 65 jaar’ te vervangen door ‘de AOW-gerechtigde leeftijd’. Door deze wijziging zal de nieuwe CAO BVE weer een geldend pensioenontslagbeding bevatten. 

 

De MBO Raad heeft werkgevers, zolang er nog geen nieuwe CAO BVE tot stand is gekomen, geadviseerd om op individueel niveau met werknemers, die binnen afzienbare tijd de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken, een geldend pensioenontslagbeding overeen te komen die de arbeidsovereenkomst op (of na) de AOW-gerechtigde leeftijd doet eindigen. Dit pensioenontslagbeding maakt dan deel uit van de individuele arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer. 

 

CAO-partijen adviseren werkgevers en werknemers om conform bovenstaande wijze te handelen tot het moment dat er een nieuwe CAO BVE tot stand is gekomen, waarin een geldend pensioenontslagbeding is opgenomen. 

 

MBO Raad 

AOb 

CNV Onderwijs 

UNIENFTO / FvOv

Abvakabo FNV

 

Aanval Bussemaker op oudere leraren onaanvaardbaar

UNIENFTO: "minister Bussemaker slaat wild om zich heen!"

Bussemaker: Kijken naar arbeidsvoorwaarden oudere leraren

Minister Bussemaker van Onderwijs wil meer geld vrijmaken voor verdere professionalisering van het Nederlandse onderwijs. Ze wil dit onder andere realiseren door kritisch te kijken naar arbeidsvoorwaarden van oudere leraren. Minister Jet Bussemaker van Onderwijs: “We hebben nu veel maatregelen die oudere werknemers ontzien en vrij geven. Als we die middelen zouden inzetten voor de professionalisering van alle leraren kunnen we enorme slagen maken.” Ook het leenstelsel zorgt voor extra geld in het laatje, vertelt Bussemaker. “We spelen geld vrij door het leenstelsel in te voeren, waardoor studenten iets meer lenen. Dat geld kunnen we investeren in kwaliteitsverbetering.”

Bovenstaand persbericht verscheen vandaag in diverse media. Bij Jan van den Dries, voorzitter van de UNIENFTO, is dit bericht overduidelijk in het verkeerde keelgat geschoten.

Van den Dries: “Wat de minister nu allemaal naar buiten brengt, gaat ons veel te ver! Dat ze naar middelen zoekt om de professionaliteit van de beroepsgroep te vergroten, daar is niks mis mee, maar waarom moet dat nou weer per definitie ten koste gaan van de oudere leraar? Het lijkt wel of de minister een heksenjacht aan het voeren is op de oudere docent. Via het Nationaal Onderwijsakkoord tracht ze ook al zaken als BAPO en bovenwettelijke regelingen aan te pakken. Gelukkig tot nu toe tevergeefs, omdat dit voor geen enkele bond een aanvaardbare weg lijkt, maar ze blijft het blijkbaar proberen. De minister vergeet zeker waarom de BAPO destijds is ingesteld en ze vergeet zeker ook dat de werkgevers in het onderwijs (lees: de minister!) daar ook ten volle mee hebben ingestemd. Nu de AOW-leeftijd opschuift naar verder dan 65, is een later ingaan van de BAPO onder voorwaarden wellicht bespreekbaar (zoals dat eerder overigens in de CAO BVE al is gebeurd!), maar het afschaffen van deze door oudere werknemers zeer gewaardeerde regeling, is vooralsnog onbespreekbaar voor de UNIENFTO Juist in deze tijd, nu de mensen langer moeten doorwerken, moeten we de oudere leraren koesteren en niet voortdurend pesten met allerlei wilde ideeën! Dat oudere leraren juist wel over de broodnodige ervaring en de gewenste professionaliteit beschikken, vergeet onze minister voor het gemak maar even!”

 

Tekort of overschot aan docenten?

Wat kunt u de komende jaren verwachten?

Op de website van VOION, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs, vindt u regionale en schoolspecifieke leerlingenprognoses en arbeidsmarktramingen. Deze rapporten geven vo-scholen inzicht in de vraag naar en aanbod van leraren per vak in het voortgezet onderwijs. Voion vindt het belangrijk dat scholen beschikken over correcte, recente gegevens over instroom, doorstroom en uitstroom zodat ze ook in de toekomst hun onderwijsvisie gestalte kunnen (blijven) geven met behulp van een goede personele match.

Regionale rapporten

In de regio Utrecht is in 2012 door samenwerkende schoolbesturen een model ontwikkeld dat gedetailleerde informatie levert met betrekking tot leerlingenprognoses en met betrekking tot vraag en aanbod van leraren in de regio. Het ministerie van OCW heeft vervolgens met behulp van dit model rapporten laten opstellen voor acht knelpuntregio’s in Nederland. Op verzoek van Voion heeft OCW ook voor de overige regio’s dergelijke rapporten laten opstellen. Naast de regionale gegevens kunnen scholen ook hun schoolspecifieke gegevens bekijken. Alle rapporten vindt u terug op Voion.nl, het kennisplatform voor het voortgezet onderwijs. Op deze manier zijn de uitkomsten voor elke school toegankelijk.

Opmerkelijk

Wat opvalt in de rapporten is dat over de hele linie tekorten aan docenten worden verwacht in Nederland, dus ook in de zogenaamde krimpregio’s als Zuid-Limburg en Zeeland. Blijkbaar loopt de ontgroening (daling van leerlingenaantallen) en de vergrijzing (uittreden van pensioengerechtigden) niet synchroon. In de rapporten wordt inzicht gegeven in welke vakken met name tekorten zijn te verwachten.

Ondersteuning

De consultants van Voion bieden desgewenst verdere ondersteuning in het analyseren en vertalen van de gegevens naar concreet strategisch personeelsbeleid en oplossingsstrategieën binnen uw school. Per saldo wil Voion zoveel mogelijk hulpmiddelen aanreiken die scholen kunnen gebruiken bij het realiseren van hun visie op het onderwijs.

Heeft u behoefte aan verdere ondersteuning en advies?

Neem dan contact op met een van onze consultants, zie www.voion.nl of via mail info@voion.nl.

 

Oproep aan kabinet: geen nieuwe onderwijsbezuinigingen!

De Stichting van het Onderwijs roept het kabinet op om in zijn zoektocht naar verdere bezuinigingen het onderwijs daarbuiten te houden. Het kabinet heeft de Stichting uitgenodigd om te komen tot een Nationaal Onderwijsakkoord. Daarin spreken de regering en het onderwijsveld een koersvast toekomstgericht onderwijsbeleid af. Het Nederlandse onderwijs dat nu internationaal bekend staat als 'goed', kunnen en moeten we met alle betrokkenen 'geweldig' maken. Dat vereist een blijvend investeren in het onderwijs.
 

Voorzitter Stichting van het Onderwijs Jan van Zijl: “In het regeerakkoord is geld vrijgemaakt voor de intensivering van onderwijs en onderzoek. Dat is nodig om de ambitie van het kabinet om tot de top vijf van wereldeconomieën te horen, waar te maken en de aansluiting bij economisch herstel niet te verliezen. Goed onderwijs is de motor van economische groei en biedt de basis voor individueel en collectief welzijn. Geen enkele onderwijssector mag erop achteruitgaan. Gebeurt dat wel, dan valt de ambitie niet waar te maken.”

Kaders verschuiven

De Stichting van het Onderwijs constateert dat de kaders waarbinnen de Stichting een Nationaal Onderwijsakkoord moet afsluiten met het kabinet aan het verschuiven zijn. Om te praten met het kabinet wil de Stichting daarom eerst de onderhandelingen over het Sociaal Akkoord met minister Asscher afwachten. Het bewandelen van de route ‘van  goed naar geweldig’ onderwijs is heilloos en onverdedigbaar als de lonen van onderwijspersoneel weer worden bevroren. 'De route is alleen begaanbaar met goede, moderne arbeidsvoorwaarden en een beloning die in de pas loopt met die in de private sector. De onderwijssector moet de beste mensen kunnen aantrekken en vasthouden.

 

 

Ga in gesprek met de bestuurders van ABP

Is de verlaging van de pensioenen echt nodig? Is er geld als ik straks met pensioen ga? Belegt ABP wel goed? Ongetwijfeld hebt u vragen over de maatregelen die ABP neemt. Ga daarom in gesprek met de bestuurders van ABP tijdens 1 van de 12 bijeenkomsten die in het land georganiseerd worden.

 

http://www.abp.nl/over-abp/wie-zijn-wij/mensen/bestuur/

 

U kunt zich aanmelden voor 1 van de 12 bijeenkomsten. Er is er altijd één bij u in de buurt. De bijeenkomsten beginnen om 19.00 uur en eindigen om 21.30 uur. 

 

Dinsdag 12 maart: Heerenveen, Abe Lenstra Stadion 

Woensdag 13 maart: Maastricht, Amrâth Grand Hotel de l’Empereur 

Dinsdag 19 maart: Almere, Van der Valk Hotel 

Dinsdag 26 maart: Eindhoven, Philips Stadion 

Woensdag 27 maart: Arnhem, GelreDome 

Donderdag 28 maart: Amsterdam, Amsterdam ArenA 

Donderdag 4 april: Utrecht, Jaarbeurs 

Donderdag 4 april: Groningen, Hanze Plaza 

Dinsdag 9 april: Zwolle, Bilderberg Grand Hotel Wientjens 

Woensdag 17 april: Den Haag, NH Hotels Den Haag 

Donderdag 18 april: Middelburg, Van der Valk Hotel 

Donderdag 18 april: Assen, De Bonte Wever

 

De dagvoorzitters zijn afwisselend:

Gerdi Verbeet, PvdA-prominent en voormalig Tweede Kamervoorzitter 

Peter van Zadelhoff, presentator en eindredacteur bij RTL Z 

Peter Adrichem, mediaondernemer en oud-directievoorzitter Endemol Nederland Mediagroep

 

Schrijf u nu in

https://onlinereserveren.abp.nl/taspweb/abp/tasp1/tasp.php?action=vrst&ev=68916https://onlinereserveren.abp.nl/taspweb/abp/tasp1/tasp.php?action=vrst&ev=68916

Nu al meepraten?

Dat kan op de Facebookpagina van ABP.

 

https://www.facebook.com/abppensioenfonds

Geen tijd om een bijeenkomst te bezoeken?

U kunt de bijeenkomst ook live bijwonen op abp.nl. Dit kan op dinsdag 26 maart en woensdag 17 april van 19.00 tot 21.30 uur. Dan is het ook mogelijk om rechtstreeks vragen te stellen aan de sprekers.

Eindelijk, de definitieve versie cao hbo 2012-2013

We hebben er erg lang op moeten wachten. Veel geschrijf over en weer heeft er aan ten grondslag gelegen, maar nu is hij er dan toch eindelijk, de definitieve versie van de cao-hbo 2012-2013 en ook de toelichting op de professionaliseringsparagraaf.

Voor de cao-hbo 2012-2013 -> Klik HIER............

Voor de toelichting op de professionaliseringsparagraaf -> Klik Hier........

Maak jouw dromen waar !

5000 euro voor goede ideeën van leraren – inschrijven tot en met 31 maart

Bijdragen aan de school van je dromen en daarvoor financiële steun en procesbegeleiding krijgen? Dat kan als leraren of lerarenteams hun vernieuwende ideeën inzenden en meedoen aan het succesvolle Programma Onderwijs Pioniers.

Voor meer informatie -> Klik Hier......

 

Breng collegegeld tweede studie terug naar normaal tarief
Jongeren eisen onderwijsplan tegen jeugdwerkloosheid
 
De jeugdwerkloosheid is weer enorm gestegen. Op dit moment komt 15% van de jongeren niet aan het werk, blijkt uit cijfers van het CBS. Het hele onderwijsbeleid is er nu op gericht jongeren zo snel mogelijk de arbeidsmarkt op te krijgen, maar daar wacht hen werkloosheid. Daarom presenteren de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), FNV Jong, het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en CNV Jongeren een pakket maatregelen die jongeren beter uitgerust de arbeidsmarkt op laat komen.
 
Niet eerder sinds de jaren '80 van de vorige eeuw was de jeugdwerkloosheid zo hoog. Volgens de jongerenorganisaties moeten alle zeilen dus worden bijgezet. Het onderwijs kan daarin een belangrijke rol spelen. “Liever een zo goed mogelijk opgeleide samenleving, dan een arbeidsmarkt die straks bestaat uit onbenut talent. Daarom hebben wij jongeren liever in de collegebanken, dan thuis op de bank”, aldus LSVb, FNV Jong, ISO, CNV Jongeren.
 
1)      Tweede studie tegen normaal tarief
Het collegegeld voor een tweede studie is in Nederland vrijgegeven. Dat betekent dat hogescholen en universiteiten zelf mogen bepalen hoe hoog het collegegeld is. Dit kan oplopen tot meer dan 10.000 euro per jaar en maakt het onaantrekkelijk om een extra studie te volgen. De jongerenorganisaties pleiten er daarom voor om de tweede studie weer tegen het normale tarief aan te bieden (€1.770,- in 2012-2013). Dit kan de jeugdwerkloosheid acuut verminderen.
 
2)      Nationaal omscholingsfonds
Veel jongeren komen er nu achter dat ze in het verleden verkeerd gekozen hebben. Die jongeren moeten we de mogelijkheid geven om zich om te scholen. Niet per se door terug naar de collegebanken te gaan, maar door binnen bedrijven omscholingstrajecten aan te bieden, bijvoorbeeld in de zorg en in de techniek.
 
3)      Studiekeuze- en loopbaanbegeleiding
Jongeren die nog moeten gaan kiezen moeten we er voor behoeden dat ze voor een richting kiezen waarvan ze niet wetend dat er weinig arbeidsmarkt kansen zijn. Nu is het zo dat in de laatste jaren van de middelbare school er in totaal maar een dag ruimte is voor deze begeleiding. Dit moet uitgebreid worden. Deze investering verdient zichzelf ruimschoots terug in de toekomst als de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt beter is.
 
4)      Beperken instroom (te)populaire richtingen in MBO
Los van de betere begeleiding moeten we in sommige opleidingsrichtingen in het MBO een max stellen aan de instroom. Op die manier voorkomen we dat er veel te veel jongeren afstuderen in een richting waar heel weinig arbeidsplaatsen zijn

Volgens de jongerenorganisaties zijn deze suggesties een stap in de goede richting. Vakbondsjongeren roepen daarnaast het kabinet op deze zorgwekkende ontwikkeling mee te nemen in de verschillende maatregelen die komende jaren worden doorgevoerd. Bijvoorbeeld het leenstelsel en het afschaffen van de ov-jaarkaart. Uit onderzoek blijkt dat studenten meer zullen gaan werken om hoge schulden te voorkomen. Dat kan voor een nog grotere verdringing zorgen op een toch al volle arbeidsmarkt. “De huidige opeenstapeling van maatregelen in het onderwijs past niet in tijden waarin de arbeidsmarkt voor jongeren zo krap is”, stellen de jongerenorganisaties.

 

ABP kiest voor zorgvuldigheid met renteafdekking

Achteraf bezien zou ABP volgens Henk Brouwer, voorzitter bestuur ABP op een artikel op de opiniepagina in de Volkskrant, er inderdaad beter aan gedaan hebben om het risico op een rentedaling meer af te dekken. Sterker nog, achteraf bezien zou ABP zich dubbel hebben moeten indekken tegen een rentedaling, want dat zou pas echt veel geld hebben opgeleverd. Maar dat is een vaststelling met de kennis van nu; kennis van een nerveuze en onvoorspelbare renteontwikkeling in de afgelopen jaren, als gevolg van de financiële crisis. En als gevolg van de reactie van centrale banken en beleggers op deze crisis. Het zou mooi zijn geweest als ABP dat allemaal in 2007 zou hebben geweten, bij het kiezen van de mate waarin het fonds het renterisico zou moeten afdekken. Bij gebrek aan een glazen bol heeft ABP echter vertrouwd op een beleid, waarin verschillende factoren zorgvuldig worden meegewogen.

ABP heeft wel degelijk het risico op een rentedaling afgedekt, ter grootte van 25% van de totale verplichtingen. Het afdekken van het renterisico is namelijk primair bedoeld om de invloed van de rekenrente op de waardering van de verplichtingen en daarmee op de dekkingsgraad te compenseren. De keerzijde is dat de renteafdekking invloed heeft op de beleggingen: hoe hoger de renteafdekking, hoe lager de kans op een goed beleggingsrendement wanneer de rente stijgt. En om op de lange termijn pensioenen uit te kunnen betalen heeft een fonds reëel rendement nodig. Dat is uiteindelijk belangrijker dan een momentopname van de dekkingsgraad. Een fonds dat zich heeft ingedekt tegen een rentedaling, kan bij een stijging van de rente verliezen lijden op de renteswaps. Dat verlies kan al snel in de miljarden lopen. De beslissing van ABP in 2007 om circa 25% van het renterisico af te dekken, was onder meer gebaseerd op het feit dat de rente op dat moment op een historisch gezien zeer laag punt stond. En zelfs al had ABP de renteafdekking fors willen uitbreiden, dan zou dit wel degelijk marktverstorend hebben gewerkt en zelfs de rente een extra duwtje naar beneden hebben gegeven. De beperkte liquiditeit en beschikbaarheid van voornoemde swaps zijn een belemmerende factor voor een fonds van de omvang van ABP.

Misschien wel het belangrijkste argument is de samenhang tussen het rentebeleid en het beleggingsbeleid van een pensioenfonds als ABP. Met een gemiddeld jaarlijks rendement van bijna 6% in de periode 2006-2012 (inclusief crisis) heeft ABP met beleggen € 75 miljard aan het fondsvermogen toegevoegd. ABP zou in dezelfde situatie opnieuw dezelfde beslissingen nemen. Sterker nog: de rente is momenteel dusdanig laag, dat de kans dat deze zal stijgen groter wordt geacht dan dat deze zal dalen.

Daarom breidt ABP ook op dit moment de renteafdekking niet uit. Een uitbreiding zou slechts ten koste gaan van de mogelijkheid om het fondsvermogen nog verder te laten groeien op het moment dat de rente eindelijk naar een meer normaal niveau beweegt.

 

Werkloosheid opgelopen naar 7,5 procent

In januari was 7,5 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een maand eerder was dat nog 7,2 procent. Dit blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS. De voor seizoeninvloeden gecorrigeerde werkloosheid nam in januari 2013 toe met 21 duizend en kwam uit op 592 duizend personen. De laatste maanden is de werkloosheid sterk gestegen. Het aantal werkloze mannen steeg In de afgelopen drie maanden gemiddeld per maand met 11 duizend en het aantal werkloze vrouwen met 8 duizend.  In alle leeftijdsgroepen nam de werkloosheid toe. Bij jongeren kwam het aandeel werklozen in januari uit op 15 procent. Drie maanden daarvoor was dat nog ruim 13 procent. Onder de 25- tot 45-jarigen steeg de werkloosheid in januari verder tot 6,7 procent, terwijl die bij de 45- tot 65-jarigen tot 6,4 procent toenam.

Uit cijfers van UWV blijkt dat het aantal WW-uitkeringen met 29 duizend is toegenomen tot 369 duizend, een stijging van 8,6 procent. In de noordelijke provincies Drenthe, Groningen, Friesland en Overijssel was de toename bovengemiddeld. Het aantal uitkeringen in de bouwnijverheid nam vergeleken met december 2012 meer dan gemiddeld toe. In januari werden er 74 duizend nieuwe WW-uitkeringen verstrekt en 45 duizend beëindigd. Er werden 21 duizend uitkeringen beëindigd vanwege werkhervatting, dat is 47 procent van het totaal aantal beëindigde uitkeringen. Een jaar geleden was dat nog 51 procent.

Inzetten voor CAO VO uitgewisseld

 
Op 12 februari jl. hebben de bonden en de VO Raad hun inzetten uitgewisseld voor de nieuwe CAO VO. Op 19 maart a.s. wordt er verder vergaderd in cao-verband.
 
Bekijk HIER....... de inzet van de VO Raad en HIER........ die van de bonden.

Ongewenst, maar niet onwettig

 

De oud-bestuurders van de scholengroep Amarantis, die vorig jaar werd opgesplitst vanwege grote financiële problemen, hebben geen wetten overtreden. Wel was hun gedrag ongepast, stelt een rapport van een commissie onder leiding van voormalig GroenLinks-leider Femke Halsema.

In drie gevallen is sprake van ongepast gedrag, en in één geval is belangenverstrengeling vastgesteld. Daarbij gaat het om het inhuren van twee adviseurs die bij hetzelfde bedrijf werkten als de vicevoorzitter van de raad van toezicht.

Verder speelt onder anderen bestuursvoorzitter Leo Lenssen een hoofdrol in het rapport. Hij trad af in 2004, maar bleef nog jaren in dienst als adviseur. Hij behield zijn volledige salaris, terwijl zijn werkzaamheden onduidelijk waren. De commissie spreekt haar verbazing hierover uit en noemt de overeenkomst “niet passend”, maar van zelfverrijking zou geen sprake zijn.

Regels Amarantis “ongebruikelijk ruim”

Het hoofd huisvesting, Jan van Setten, kreeg twee auto’s plus een ov-jaarkaart. Dat is niet te bestempelen als onrechtmatige verrijking omdat het niet in strijd was met de regels van Amarantis omtrent leaseauto’s. Die regels worden door de commissie als “ongebruikelijk ruim” bestempeld.

Van Setten huurde verder voor de verbouwing van zijn eigen huis bedrijven in die ook voor Amarantis werkten. Daarmee heeft hij volgens de commissie de schijn van belangenverstrengeling gewekt, maar er is geen bewijs gevonden dat Van Setten korting heeft gekregen.

Zes ton meer? Marktconform!

Een andere oud-bestuursvoorzitter, Bert Molenkamp, kocht in 1999 een pand in Amersfoort van ROC ASA, een van de voorlopers van Amarantis, voor zo’n 340.000 euro. In 2011 verkocht hij het weer, voor zes ton meer. Volgens de commissie gaat het om marktconforme prijzen. Hij overwoog eerder juridische stappen omdat het maar schadelijk zou zijn voor zijn reputatie dat hij genoemd werd in verband met mogelijke zelfverrijking.

Bij eerder onderzoek naar de ondergang van Amarantis was gebleken dat mogelijk sprake was van ‘onregelmatigheden’. De ondergang van de scholengroep bleek toe te schrijven aan een falend bestuur. De organisatie werd op een “weinig professionele en onvoldoende daadkrachtige wijze geleid”. Ook de Inspectie van het Onderwijs heeft steken laten vallen.

 

 

MHP: werkkostenregeling werkt niet

Volgens het Financieele Dagblad steunt een Kamermeerderheid van de VVD en de PvdA uitstel van de overgangsregeling van de werkkostenregeling. Gesproken wordt over 1 à 2 jaar uitstel vanaf 1 januari 2014. Voor de MHP is het uitstel geen verrassing.

Eigenlijk zagen we dit al een beetje aankomen. Zeker na de evaluatie van de werkkostenregeling. Wat aanvankelijk als een administratieve vereenvoudiging voor werkgevers was beoogd, blijkt in werkelijkheid een zeer ingrijpende operatie te zijn. Ongeveer 80% van de bedrijven hanteerde vorig jaar nog de oude regeling. Over negatieve effecten voor werknemers hebben we het dan nog niets eens gehad. Mogelijk is het definitief naast elkaar laten bestaan van de oude regeling en de werkkostenregeling een oplossing voor dit probleem”, aldus MHP-duovoorzitter Bob van der Wal.

Sinds 1 januari 2011 is de werkkostenregeling (WKR) van toepassing. Door deze regeling kan, naast een aantal gerichte vrijstellingen, maximaal 1,5% van de totale loonsom van een bedrijf (de vrije ruimte) worden besteed aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor werknemers. Over het bedrag boven de vrije ruimte (en afgezien van de gerichte vrijstellingen) moet de werkgever loonbelasting betalen in de vorm van een (gebruteerde) eindheffing van 80%.

Het is echter nog niet verplicht gebruik te maken van de WKR. Tot 1 januari 2014 kan worden gekozen voor de WKR of voor de ‘oude’ regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Met het uitstellen van de regeling wordt de keuze verlengd tot mogelijk 1 januari 2015 of 1 januari 2016.

Uitwerking regionale ronde tafelbijeenkomsten mbo

In november 2012 hebben sociale partners in het mbo kenbaar gemaakt dat zij in de eerste maanden van 2013 een aantal regionale ronde tafelbijeenkomsten zouden organiseren. Sociale partners hechten eraan hun achterban over de voortgang te informeren.

De aanleiding voor deze regionale ronde tafelbijeenkomsten was de volgende. Sociale partners in de mbo-sector hebben in de afgelopen jaren afspraken gemaakt over de wijze van werkverdeling, zeggenschap van onderwijsteams en medezeggenschap op basis van de Wet op de Ondernemingsraden. Gebleken is dat deze afspraken niet op alle mbo-instellingen datgene gebracht hebben wat sociale partners voor ogen stond: een setting creëren waarbinnen professionele medewerkers van een mbo-instelling verantwoordelijkheden kunnen nemen en waarmaken.

Sociale partners hebben de regionale ronde tafelgesprekken kleinschalig vormgegeven. Door het organiseren van een dialoog tussen onderwijsgevenden, leden van de ondernemingsraad, directeuren, managers en leden van het college van bestuur tijdens 7 regionale ronde tafelbijeenkomsten hopen sociale partners inzicht te krijgen in de wijze waarop medewerkers de gemaakte afspraken rond werkverdeling, zeggenschap en medezeggenschap interpreteren en (kunnen) laten functioneren. Aan een regionale ronde tafelbijeenkomst nemen per keer 2 mbo-instellingen deel, die door sociale partners in overleg “at random” zijn benaderd. Van de sociale partners zullen ook cao-onderhandelaars aanwezig zijn.

De bijeenkomsten wordt begeleid door Addy de Zeeuw, procesbegeleider verbonden aan het Consortium voor Innovatie/Innovatiehuis te Den Bosch. De eerste regionale bijeenkomst heeft op donderdag 31 januari plaatsgevonden bij Noorderpoort in samenwerking met Drenthe College. Op dinsdag 19 maart wordt afgesloten bij de Aeres Groep in samenwerking met het Wellantcollege. De andere mbo-instellingen die deelnemen zijn: Rijn IJssel en ROC A12, Albeda College en Da Vinci College, Arcus College en Leeuwenborgh, Koning Willem I College en ROC Tilburg, Horizon College en Nova College.

Op 4 april a.s. evalueren sociale partners de opbrengst en inzichten naar aanleiding van de regionale ronde tafelbijeenkomsten. Over de uitkomsten van deze evaluatie wordt u geïnformeerd.

Voor meer informatie verzoeken wij u contact op te nemen met uw vakbond of de MBO Raad.

Namens sociale partners,

José Faber-Bosma (ja.faber@mboraad.nl), MBO Raad

André Steenhart (asteenhart@aob.nl), AOb

Paul Hassing (phassing@cnvo.nl), CNV Onderwijs

Jan van den Dries (jvandendries@planet.nl), UNIENFTO / FvOv

Rob van Baalen (rvanbaalen@abvakabo.nl), AbvakaboFNV

 

ABP verlaagt pensioen in 2013 met 0,5%

De verlaging van de pensioenen die ABP vorig jaar al aankondigde, gaat helaas door. Dat betekent dat de pensioenen van alle deelnemers op 1 april aanstaande met 0,5% worden verlaagd. Zowel voor deelnemers die pensioen opbouwen (of hebben opgebouwd) als voor gepensioneerden. Ondanks goede beleggingsresultaten vorig jaar was de dekkingsgraad op 31 december 2012 met 96% onvoldoende. ABP houdt rekening met een aanvullende verlaging in 2014 als de financiële situatie van ABP dit jaar niet verbetert.

Pijnlijk besluit

De verlaging van het pensioen is een pijnlijk en moeilijk besluit geweest’, aldus bestuursvoorzitter Henk Brouwer. ‘Ik ben me ervan bewust dat dit voor onze deelnemers heel teleurstellend is. Ik snap dat het lastig te begrijpen is dat we ondanks goede beleggingsresultaten toch een verlaging van 0,5% moeten doorvoeren. Dat heeft alles te maken met de extreem lage rente en de wederom gestegen levensverwachting. Die factoren drukken de dekkingsgraad. Deze maatregel draagt bij aan herstel en is op grond van de huidige regelgeving onvermijdelijk. Deze maand ontvangen alle deelnemers van ABP een brief. Daarin leggen we uit hoe we tot deze beslissing zijn gekomen en wat dit besluit concreet voor hen betekent.

Wat betekent het voor u?

Stel u ontvangt ABP-pensioen van € 700 netto per maand (exclusief AOW), dan gaat u er maandelijks ongeveer € 3,50 netto op achteruit. 

Ontvangt u al pensioen? Dan ziet u op de betaalspecificatie die in april verstuurd wordt wat de hoogte van uw pensioen is na de verlaging.            

Bouwt u pensioen op? Dan wordt het pensioen dat u tot 31 december 2012 hebt opgebouwd met 0,5% verminderd. Op uw Uniform Pensioenoverzicht 2013 ziet u wat uw pensioen is na de verlaging met 0,5%.

Waarom neemt ABP deze maatregelen?

In 2009 is een herstelplan opgesteld waarin staat dat de dekkingsgraad eind 2013 104,3% moet zijn. Om dat te realiseren, moest de dekkingsgraad eind 2012 98,3% zijn. Ondanks goede beleggingsresultaten vorig jaar was de dekkingsgraad op 31 december 2012 met 96% helaas nog te laag. Reden voor ABP om in te grijpen. Het verlagen van de pensioenen draagt bij aan het herstel van de financiële positie van ABP.

Zijn er nog meer aanpassingen te verwachten?

De dekkingsgraad van 31 december 2013 bepaalt of er in 2014 verdere verlagingsmaatregelen nodig zijn om de verplichte dekkingsgraad van 104,3% eind 2013 te halen. Naar de stand van eind 2012 (96%) zouden we uw opgebouwde pensioen in 2014 moeten verlagen met ongeveer 1,6 %. Dat betekent bij een ABP-pensioen van € 700 netto per maand (exclusief AOW), een maandelijkse verlaging van ongeveer € 11,20 netto. Deze verlaging kan lager of hoger zijn, afhankelijk van de financiële positie eind 2013.

Ga in gesprek met ABP-bestuurders

Hebt u vragen over de maatregelen die ABP neemt? Ga dan in gesprek met de ABP-bestuursleden tijdens een van de twaalf bijeenkomsten die ABP in het land organiseert. Bent u werkgever? Bezoek dan een van de vier bijeenkomsten die ABP speciaal voor werkgevers organiseert.

 

Akkoord nieuwe CAO Ons Middelbaar Onderwijs

De vakcentrales CCOOP en CMHF (UNIENFTO / FvOv) en de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) zijn op donderdag 24 januari akkoord gegaan met de nieuwe CAO OMO. Daarmee is het in oktober bereikte onderhandelaarsresultaat na onderling overeengekomen wijzigingen omgezet naar een akkoord.

Tijdens de laatste onderhandelingen is het gelukt een balans te vinden tussen de wensen van zowel de werknemers als de werkgever.

De vakcentrales en de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs hebben inmiddels een persbericht verstuurd. KLIK HIER..... voor dit persbericht.

 

 

Steunpunt Passend Onderwijs actief vanaf 1 februari a.s.

Vanaf 1 februari 2013 is het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs actief. Het trad deze week op de NOT voor het eerst naar buiten.

Het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs helpt bij het inrichten van medezeggenschap binnen de nieuwe samenwerkingsverbanden. Het steunpunt is er voor ouders, personeelsleden en leerlingen (voortgezet onderwijs).

Ook biedt het steunpunt ondersteuning aan MR-en, GMR-en, ondersteuningsplanraden, directeuren en bestuurders bij medezeggenschap binnen passend onderwijs.

Het steunpunt is een initiatief van AOb, AVS, FvOv (UNIENFTO), CNV Onderwijs, LAKS, Balans, CG-raad, platform VG, LOBO, NKO, OUDERS&COO en de Vereniging voor Openbaar Onderwijs.

 

Helpdesk à 0800 - 2700 400

Steunpunt à 036 - 536 87 18

www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl

 

Onderwijsraad: kies voor kwalitatief sterke leraren

De aanpak van het lerarentekort heeft onvoldoende succes gehad. Er zijn te weinig leraren en vooral te weinig hoogopgeleide leraren. Het aantal leraren dat (deels) onbevoegd voor de klas staat neemt toe; het aantal leraren met een universitaire opleiding neemt af. Sterkere sturing op de kwaliteit van het lerarenberoep is noodzakelijk, stelt de Onderwijsraad. Voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook om  de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten.

Het advies Kiezen voor kwalitatief sterke leraren is op 24 januari jl. verschenen.

KLIK HIER........ voor het gehele rapport.

 

Meer jongeren met diploma van school in VO en MBO

Meer leerlingen gingen vorig schooljaar van school in bezit van een startkwalificatie. Daarmee is het aantal voortijdig schoolverlaters opnieuw gedaald, dit keer met zo’n 6%. Vooral scholen in het middelbaar beroepsonderwijs wisten veel voortgang te boeken. De uitval daalde daar voor het eerst onder de 7%. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) maakte 15 januari de voorlopige cijfers bekend. Het kabinet streeft er naar het aantal voortijdig schoolverlaters in 2016 terug te dringen tot maximaal 25.000.

Intensieve en resultaatgerichte aanpak
Volgens minister Bussemaker is het zeker in deze tijd belangrijk dat meer jongeren met een startkwalificatie de arbeidsmarkt betreden: “Een diploma betekent gewoon een sterkere positie op de arbeidsmarkt en daardoor minder kans dat een jongere werkloos blijft of in de criminaliteit belandt. Scholen en gemeenten verdienen dan ook echt een compliment voor dit mooie resultaat. Natuurlijk is elke jongere die zonder diploma de school verlaat er één teveel, maar het resultaat van vandaag laat zien dat door een stevige gezamenlijke aanpak er ook echt winst te boeken is.”

De intensieve en resultaatgerichte aanpak tussen scholen, gemeenten en het Rijk heeft ook in het voortgezet onderwijs resultaat opgeleverd. Staatssecretaris Sander Dekker is verheugd dat het aantal middelbare scholieren dat zonder diploma van school gaat verder is gezakt naar minder dan 1%: “Het voortgezet onderwijs speelt een grote rol bij het voorbereiden van leerlingen bij de overstap naar vervolgonderwijs. Met name door goede loopbaanoriëntatie en adequate begeleiding lukt het scholen om leerlingen op school te houden.”

Nauwere samenwerking en betere aansluiting arbeidsmarkt
Om de kabinetsdoelstelling te realiseren blijft volgens minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker verbetering van de verzuimaanpak noodzakelijk en aandacht voor de doorstroom van leerlingen vanuit het voortgezet onderwijs. Dat geldt ook voor de hoge uitval in het eerste jaar van het mbo. Volgens Bussemaker is de beschikbaarheid van voldoende stageplaatsen voor leerlingen in de beroepsbegeleidende leerweg dan ook essentieel. Ze doet daarbij een nadrukkelijk beroep op het bedrijfsleven. Ook de harde kern, de groep jongeren die vanwege een opeenstapeling van problemen uitvalt, verdient aandacht. Nauwere samenwerking op het gebied van zorg, veiligheid en aansluiting arbeidsmarkt moet eraan bijdragen dat ook deze jongeren met een diploma van school gaan.

voor de complete tekst: Ministerie van OCW

Overheidsmaatregelen zorgen voor 5% tot 7% lager netto pensioen of uitkering

Gepensioneerden worden in januari geconfronteerd met 5% tot 7% lager netto pensioen. Sinds 1 januari is het tarief van de loonheffing in het eerste schijf fors verhoogd met 3,9% naar 19,1%. Voor iemand met een maandelijkse bruto pensioenuitkering van 500 euro scheelt dit netto circa 20 euro per maand en bij een aanvullend pensioen van 1000 euro loopt dat verschil op tot bijna 40 euro. Daar bovenop komt de hogere bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet van 5% naar 5,65%. Hoe hoger de pensioenuitkering, des te groter het nadelig effect van beide overheidsmaatregelen.

De zogenaamde ‘Wet  uniformering loonbegrip’ (WUL) die per 1 januari is ingevoerd veroorzaakt een groot deel van de schade. Het doel van deze wet is administratieve lastenverlichting voor de werkgevers en een eenvoudiger loonstrookje voor werknemers. Dit gebeurt vooral door voor werknemers de  inkomensafhankelijke zorgbijdrage (IAB) en voor werkgevers de bruto vergoeding  hiervoor aan zijn werknemers te schrappen. Voortaan moet de IAB rechtsreeks  door werkgevers worden betaald, buiten de loonstrook om. Omdat de overheid  hierdoor belastinginkomsten misloopt (die werknemers moesten betalen over de  bruto vergoeding, die ze van de werkgever ontvingen), zijn tegelijkertijd  allerlei belastingverhogingen doorgevoerd. Daardoor komen de werknemers als het  goed is, min of meer gelijk uit. Gepensioneerden (en zelfstandigen) hebben echter geen werkgever en moeten de IAB zelf blijven  betalen. Voor hen had de overheid een scala aan lastenverlichtingen in petto,  maar daar is door het zogenaamde Kunduzakkoord en het regeerakkoord weer een  deel van teruggedraaid. Militairen ondervinden nu eveneens de negatieve  gevolgen van deze belastingoperatie, omdat zij een afwijkende  ziektekostenregeling hebben. Bij de totstandkoming van de WUL meer dan een jaar geleden hebben de CMHF en MHP gewaarschuwd voor onrechtvaardige inkomenseffecten. De wetgever vond lastenverlichting belangrijker en stelt  daarmee gepensioneerden voor deze zeer onaangename verrassing.

Het gebrek aan voorlichting door dezelfde wetgever acht de CMHF buitengewoon kwalijk. De wetgever eist van pensioenfondsen dat zij voor kleinere kortingen zorgvuldige voorlichtingstrajecten opzetten. Nu springen pensioenfondsen zelf in de bres om uit te leggen dat de lagere pensioenuitkering vanaf januari uitsluitend is toe te schijven aan overheidsmaatregelen en dus niet verward mag worden met pensioenverlagingen zij zelf per 1 april aanstaande moeten doorvoeren als hun financiële positie dit vereist.

 

 

Albeda en Zadkine starten onderzoek ‘MBO Colleges’

De beide ROC’s in Rotterdam en Rijnmond, het Albeda College en ROC Zadkine, onderzoeken of zij samen een nieuwe vorm kunnen geven aan toekomstbestendig middelbaar beroepsonderwijs. Zij willen zich omvormen tot kleinere, gespecialiseerde, ‘MBO Colleges’ met zelfstandige besturen.

UNIENFTO volgt proces met belangstelling

Jan van den Dries, voorzitter UNIENFTO, vindt de Rotterdamse ontwikkeling een hele interessante. In feite wordt erkend dat het haast onmogelijk is een mega-instelling goed en efficiënt te besturen, iets waarvoor de UNIENFTO al lang geleden waarschuwde. Hij hoopt ook dat het eerst samengaan en dan opsplitsen in kleinere zelfstandige eenheden voor leerlingen de herkenbaarheid zal bevorderen. “MTS en MEAO hebben jaren na dato nog een goede naam, terwijl de merknaam ROC vooral staat voor onherkenbaarheid en grootschaligheid. Recent is ROC Eindhoven ook niet voor niets omgedoopt in Summa College!

Uiteraard zal de UNIENFTO ook de Rotterdamse ontwikkelingen op de voet volgen en vooral de gevolgen voor de docenten en het ondersteunend personeel bewaken.

Albeda en Zadkine constateren dat de wijze waarop zij nu zijn georganiseerd nog onvoldoende aansluit bij de onderwijsbehoefte van Rotterdam en de regio Rijnmond. De regio verandert snel en dat geldt ook voor de wensen en eisen van het bedrijfsleven ten aanzien van het beroepsonderwijs. Het mbo in de regio Rijnmond moet flexibel en snel kunnen inspelen op de opleidingsbehoeften van het bedrijfsleven.

Door de complexiteit van beide organisaties moet nu veel tijd en energie worden besteed aan interne beheers- en afstemmingsprocessen. Het bij elkaar houden van alle verschillende opleidingen in twee grote organisaties leidt tot ingewikkelde besluitvorming. Albeda en Zadkine zijn van mening dat dit in de Rotterdamse situatie beter kan door kleinere herkenbare eenheden, die zij voorlopig de werktitel ‘MBO Colleges’ geven. Deze eenheden richten zich op specifieke sectoren binnen de arbeidsmarkt. In de nieuwe vorm kan per vakgebied sneller gereageerd worden op veranderingen en vragen van de sector.

De studentenpopulatie in het grootstedelijke gebied waarin Albeda en Zadkine werkzaam zijn is eveneens gebaat bij de vorming van kleinschaliger onderwijsinstellingen. Zelfstandige MBO Colleges met een duidelijk vakprofiel helpen bij het maken van bewuste keuzes. Uitgangspunt hierbij is dat dit leidt tot meer gemotiveerde en betrokken studenten, maar ook docenten en werkgevers.

Voordeel van de nieuwe organisatiewijze is ook dat hierdoor de relatie tussen de kosten van een opleiding en de financiering door overheid en bedrijfsleven directer wordt. Albeda en Zadkine kiezen voor zelfstandige eenheden die bedrijfseconomisch in staat zijn hun opleidingen vorm te geven met de middelen die de samenleving daar concreet voor beschikbaar stelt.

Om de haalbaarheid van het bovenstaande in kaart te brengen starten Albeda en Zadkine een onderzoek dat in april gereed zal zijn. Hierin wordt onder andere onderzocht in hoeverre de plannen bedrijfseconomisch en onderwijskundig haalbaar zijn. Intussen zal een dialoog over de plannen worden gevoerd met de regionaal belanghebbenden, de ondernemingsraden, de studentenraden en de ouders.

 

27 februari te Tilburg

Informatieavond over uw pensioen

Bijna elke dag is er wel nieuws over de pensioenen te melden. Op nummer 1, met stip, staat het afgesloten regeerakkoord en de gevolgen voor de pensioenen. Kortom het pensioenenland is behoorlijk in beweging.

Weet u eigenlijk wel hoe het zit met uw toekomstige financiële situatie? Bestudeert u regelmatig uw pensioenoverzicht?
Is dat u duidelijk? Of heeft u nog er nog vragen over?

Om op deze en andere zaken antwoord te geven, organiseert de FvOv, waarbij de UNIENFTO is aangesloten, op woensdag 27 februari 2013 een ABP pensioen informatieavond in Tilburg.

De avond vindt plaats van 19:30 tot 21:30 uur in Café Boulevard, vlakbij het centraal station te Tilburg.

Aanmelden via info@fvov.nl onder vermelding van: Pensioeninformatieavond, naam, adres, postcode, woonplaats, ik ben lid van FvOv-onderwijsvakorganisatie …. , geboortedatum.

De bijeenkomst is gratis en alleen toegankelijk voor leden van de bij de FvOv aangesloten onderwijsvakorganisaties.

Verkort hbo trekt vooral mbo-gediplomeerden

Eerstejaars studenten in het hbo in studiejaar 2011/’12 die kozen voor een verkort studieprogramma zijn veelal afkomstig uit het mbo. Ze zijn ouder en vaker vrouw dan de eerstejaars in de vierjarige hbo-opleidingen en ze kiezen vaker voor een deeltijdopleiding.

Groeiende belangstelling voor verkorte hbo-programma’s

In het studiejaar 2006/’07 is gestart met tweejarige hbo-opleidingen die opleiden tot een zogenaamde associate degree. Deze programma’s zijn opgezet om mbo’ers en werkenden meer mogelijkheden te bieden een hbo-graad te behalen en vervolgens door te studeren. In 2011/’12 stonden ruim vijftienhonderd studenten voor deze verkorte opleidingen ingeschreven. Vijf jaar na de start is de instroom, met ruim 500 eerstejaars, gegroeid tot een half procent van het totaal aantal eerstejaars in het hbo. 

Vooral met mbo-diploma naar verkort hbo

Van de studenten die aan de verkorte, tweejarige, variant begonnen, heeft 60 procent een afgeronde vooropleiding mbo. Dat is tweemaal zoveel als bij de eerstejaars in de vierjarige bacheloropleiding. Daar is de meerderheid van de studenten afkomstig van de havo of het vwo.

Student in het verkort hbo is vaker vrouw en veelal ouder

Iets meer vrouwen dan mannen kozen voor een tweejarige associate-degree opleiding. In 2011/’12 was 58 procent van deze eerstejaars vrouw. Bij de ‘gewone’ bacheloropleidingen was dat 52 procent. Bijna de helft van de instromers in een associate-degreeprogramma is 30 jaar of ouder en slechts 5 procent is jonger dan 20 jaar. Bij de eerstejaars in de 4-jarige opleiding is dit precies andersom.

Instromers in het verkorte traject kiezen vaker voor deeltijdonderwijs

Eerstejaars in een verkort programma kozen vaker dan eerstejaars in de vierjarige opleiding voor deeltijd en duaal onderwijs. Dit stemt overeen met de doelgroep van de associate degree. Deze is namelijk onder andere bedoeld voor mensen die al werkzaam zijn.

Bron: Eerstejaars in het hoger beroepsonderwijs in 2011/'12*

 

Pensioenpremie ABP omhoog

De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen bij ABP gaat in 2013 omhoog: van 24,1% naar 25,4%. De premie wordt aangepast aan de wederom gestegen levensverwachting, de samenstelling van het ABP deelnemersbestand en de eisen die de toezichthouder stelt. De tijdelijke opslag op de premie van 3,2%, die moet bijdragen aan het herstel van de financiële positie, is hierbij inbegrepen. Al eerder maakte het fonds bekend dat de pensioenen van werkende (gewezen) deelnemers en gepensioneerden van ABP in 2013 niet kunnen meegroeien met gemiddelde loonontwikkeling van 0,7% in de sectoren overheid en onderwijs. De financiële positie van ABP is daarvoor niet voldoende. ABP heeft om die reden juist een mogelijke verlaging van het pensioen met 0,5% per 1 april 2013 aangekondigd. Op 1 februari 2013 maakt ABP bekend of deze verlaging definitief is.

De premiestijging van 1,3% bestaat uit verschillende bestanddelen. De premie stijgt onder meer met 0,6% als gevolg van de gestegen levensverwachting volgens de prognose van het Actuarieel Genootschap en met 0,3% als gevolg van de ontwikkeling in het deelnemersbestand. De tijdelijke opslag op de premie (3,2%) wordt gehandhaafd. Deze opslag, onderdeel van het ingediende herstelplan, is nodig omdat ABP een dekkingstekort heeft, dat wil zeggen een dekkingsgraad heeft die beneden het vereiste niveau van 105% ligt. Nieuw is de extra opslag van 0,3% voor bijdrage aan herstel. Dit vloeit voort uit de eis van toezichthouder DNB dat de premie moet bijdragen aan herstel van de financiële positie. 70% van deze premie wordt betaald door de werkgever, 30% is voor rekening van de werknemer.

 

Principeakkoord cao-hbo in teken van professionalisering

Onderhandelaars van de vakbonden en de HBO-raad hebben een principeakkoord bereikt over een nieuwe cao in het HBO. Meest in het oog springende onderdeel in het onderhandelaarsakkoord is de afspraak dat iedere hogeschool een professionaliseringsplan moet maken. Hiervoor is 6 procent van het jaarinkomen van alle werknemers in dienst van de hogeschool beschikbaar. Ruimte voor extra salaris is er nauwelijks. Wel is afgesproken dat werknemers evenals in 2011 een eenmalige uitkering ontvangen die dit jaar bruto 425 euro zal bedragen, op basis van een fulltime dienstverband en in dienst per 1-12-2012.

De HBO-raad en de vakbonden AOb, Abvakabo FNV, CNV Onderwijs en FvOv/UNIENFTO leggen het onderhandelingsresultaat de komende weken voor aan hun achterbannen. De bonden en de HBO-raad hebben uiterlijk tot 28 december om te reageren. Bij goedkeuring gaat de cao  met terugwerkende kracht in  met een looptijd van 1 februari 2012 tot 1 oktober 2013.

Als een personeelslid in het hbo een opleiding wil volgen die onderdeel is van het professionaliseringsplan, dan wordt hij bij een fulltime dienstverband voor 75 procent van de studielast in tijd vrijgesteld. Hieronder vallen ook de master- en phd-trajecten die hbo-personeel doorloopt, opdat hogescholen voldoen aan de prestatieafspraken met het ministerie van OCW. Is een opleiding geen onderdeel van  het professionaliseringsplan, dan is het maximum 25 procent van de studielast. Benadrukt wordt dat de 6 procent een bodemnorm is en dat instellingen waar mogelijk meer zullen investeren in de professionalisering van hun personeel. Bij deze afspraken wordt geen onderscheid gemaakt tussen onderwijzend en ondersteunend personeel.

De cao haakt aan bij de nieuwe politieke mores rond arbeidsvoorwaarden: de onderhandelingen worden in toenemende mate gedecentraliseerd, waardoor er meer ruimte ontstaat voor lokale invulling. In lijn met de ambities die in het regeerakkoord zijn verwoord, ligt de nadruk van de overeenkomst op de verdere professionalisering van het personeel en kent het principeakkoord meer vrije ruimte toe aan afspraken tussen werkgever en personeel op lokaal niveau.

De HBO-raad en de vakbonden willen de looptijd van deze cao benutten om tot afspraken te komen over zaken als levensfasebewust personeelsbeleid en inperking van het aandeel flexwerkers per hogeschool. Daarbij liggen ook regelingen als de seniorenregeling SOP en de werktijdvermindering ouderen op tafel. Wat betreft duurzame inzetbaarheid van personeel zijn de partners het erover eens dat de te ontwikkelen regelingen meer moeten aansluiten bij de verschillende leeftijdsgroepen en evenwichtiger verdeeld moeten zijn over de levensfases, zonder op die middelen te willen besparen. Hiervoor committeren zij zich om regelingen te ontwerpen die in de hierna volgende cao kunnen worden vastgelegd.

De regeling voor boven- en nawettelijke uitkeringen zal na 1 januari worden herzien: niet om te besparen, wel om middelen effectiever in te zetten. De sociale partners gaan de komende tijd regelingen ontwerpen die in de volgende cao zullen worden vastgelegd. Uitgangspunt daarbij is dat personeel werkt aan zijn eigen professionalisering en ontwikkeling en zo interessant blijft voor de arbeidsmarkt. Werkgevers stimuleren dat met een substantiële bijdrage in tijd en geld.

 

Inmiddels is er een onderhandelaarakkoord bereikt inzake de cao-hbo 2012-2013. Voor de gehele tekst van dit akkoord, KLIK HIER.............

De leden van de UNIENFTO en de overige verenigingen binnen de FvOv roepen wij derhalve op voor een ledenraadpleging inzake dit bereikte onderhandelaarsakkoord.

-------------------------------------------------

UITNODIGING

Culemborg, 10 december 2012

Van: Gerrit Karssenberg en Jan van den Dries, onderhandelaars CAO HBO

Aan: leden FvOv/UNIENFTO, werkzaam in het HBO

Betreft: ledenraadpleging onderhandelaarsakkoord CAO HBO

 

Geachte collega's,

Op 3 december jl. hebben de bonden, waaronder de FvOv / UNIENFTO enerzijds en de HBO Raad anderzijds een onderhandelaarsakkoord gesloten over de CAO HBO. De CAO loopt met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2012 tot 1 oktober 2013. Wij leggen het akkoord met een positief advies voor aan onze leden.

Aangezien in het akkoord is opgenomen dat wij nog vóór de jaarwisseling ons definitieve oordeel over het akkoord delen met onze overlegpartners, willen wij nog voor de Kerst hierover onze leden raadplegen.

Daarom nodigen wij de leden die werkzaam zijn in het HBO uit voor een ledenberaad op woensdag 19 december a.s. vanaf 15.00 uur in het kantoor van de UNIENFTO, Boschweg 6 te Culemborg. De eindtijd is uiterlijk 16.00 uur.

Mocht u verhinderd zijn het ledenberaad bij te wonen, dan kunt u uw reactie op het onderhandelaarsakkoord ook sturen naar info@unienfto.nl. Doe dit dan alstublieft wel vóór 19 december a.s.

Met vriendelijke groeten,

Gerrit Karssenberg en Jan van den Dries,

Onderhandelaars CAO HBO namens FvOv / UNIENFTO

 

MBO Raad steunt aanbevelingen onderzoekscommissie Amarantis

“Een  stevig, evenwichtig onderzoek met dito conclusies die, vertaald naar de sector, alle mbo-instellingen inspireren de eigen wisselwerking tussen raad van toezicht en college van bestuur kritisch te toetsen. Doet de instelling het goed, waar kan het beter of moet het anders?” zegt Jan van Zijl, voorzitter vereniging MBO Raad, in reactie op het onderzoek van de Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis. “Niet alleen de kwaliteit van het onderwijs, maar ook de financiën in combinatie met juiste beleidskeuzes moeten gewoon

op orde zijn en transparant te verantwoorden.“

Jan van Zijl schaart zich, namens de vereniging, ook achter de reactie van minister Bussemaker van OCW op de oproep van de commissie om nader onderzoek te doen naar mogelijk onoorbaar bestuurlijk gedrag: “De onderste steen moet inderdaad boven.”

Vereniging gesprekspartner in discussie kwaliteitseisen

De commissie legt in zijn eindoordeel over Amarantis, een gecombineerde vo- en mbo-school, de bal bij onder meer de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van het Onderwijs om met de sector de aanbevelingen van het rapport uit te werken. Hoewel de MBO Raad als vereniging geen toezichthoudende functie heeft, bieden de aanbevelingen voldoende aanknopingspunten om gesprekspartner te zijn. Jan van Zijl: “We gaan geen onderwerp uit de weg en zullen een actieve bijdrage leveren in de discussie over de kwaliteitseisen voor bestuurders en raden van toezicht.
Er bestaat een eeuwige spanning tussen overheidsingrijpen en zelfregulering. Als we het niet van ingrijpen moeten hebben en als het zichzelf niet regelt, wat dan wel? Er ligt iets tussen regulering
en zelfregulering, tussen beheersing en zelfbeheersing, dat we al puzzelend zullen moeten blijven ontdekken en ontwikkelen.”

Nooit meer ‘een Amarantis’

Ook wil de MBO Raad in het overleg met overheid en toezichthouders de acties betrekken die
de mbo-instellingen zelf al ondernemen om de governance - bestuur, toezicht en (publieke) verantwoording - in de mbo-sector te versterken. “Binnen de vereniging leeft sterk het gevoel van urgentie dat ‘een Amarantis’ nooit meer mag gebeuren. We hebben niet willen wachten op de aanstaande rapporten en met elkaar afspraken gemaakt over hoe bijvoorbeeld de ene instelling de andere instelling kan helpen als er financiële problemen dreigen,” licht Van Zijl toe. “Dat heeft geleid tot de volgende concrete acties:

1. De vereniging analyseert jaarlijks op basis van diverse bronnen (OCW, inspectie, Benchmark mbo) of zich ergens in de sector problemen voordoen.  

2. Als er risico’s dreigen, bespreekt de vereniging met de betreffende instelling de situatie en de mogelijk gewenste ondersteuning.

3. Leidt dit niet tot verbetering, dan biedt de vereniging de betreffende instelling een commissie van onafhankelijke deskundigen aan. Deze commissie analyseert de situatie en adviseert het college van bestuur over de wijze waarop de problemen kunnen worden opgelost. Hiermee wordt het zelfcorrigerend vermogen van de sector versterkt.” De MBO Raad heeft minister Bussemaker en de Vaste Kamercommissie vorige week geïnformeerd over deze acties.

Mogelijk onbehoorlijk bestuurlijk gedrag

In het rapport van de onderzoekscommissie ontbreken de eerder uitgelekte passages over mogelijk onbehoorlijk bestuurlijk gedrag. De commissie doet wel de aanbeveling nader onderzoek te doen. Dit advies is door de minister onmiddellijk overgenomen: oud-politica Halsema gaat dit onderzoek leiden. De MBO Raad steunt de minister in deze beslissing. Van Zijl: “Volstrekt terecht dat de minister de onderste steen boven wil hebben. Dat geldt voor alle publieke sectoren. De vereniging is zich er terdege van bewust dat het mbo wordt bekostigd met publiek geld en dat we daar zorgvuldig, verantwoord en transparant mee om dienen te gaan. Excessen in publieke sectoren ervaren we als verontrustend en ook als pijnlijk. Dit is niet waarmee de gemiddelde 'gewoon goede' bestuurder met hart voor het onderwijs geassocieerd wil worden.”

 

Communicatie over voortgang CAO BVE

De looptijd van de CAO BVE is met ingang van 1 april 2011 verstreken. Sindsdien zijn formele besprekingen tussen sociale partners over een nieuwe cao, mede door de vanuit de rijksoverheid gehanteerde nullijn, telkens gestrand. Cao-partijen hechten er desondanks aan hun achterban op dezelfde wijze en op hetzelfde moment over de huidige stand van zaken te informeren.

In 2012 is er een informeel traject tussen sociale partners gestart. Tijdens deze gesprekken is in eerste instantie verkennend gesproken over de vraag waarom de werkverdelingsafspraken in de cao in combinatie met het Professioneel Statuut en de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) tot nu toe niet op alle mbo-instellingen datgene gebracht hebben wat sociale partners ervan verwachtten en wat zij met deze afspraken voor ogen hadden: een kader creëren waarbinnen het voor de professionele medewerkers mogelijk is hun verantwoordelijkheid te nemen.

Hiervoor is in de informele gesprekken tussen de sociale partners een aantal oorzaken herkend en erkend:

• er bestaat niet altijd en overal een klimaat van voldoende vertrouwen tussen leiding en medewerkers;

• men slaagt er niet altijd en overal voldoende in een transparante dialoog plaats te laten vinden over allocatie van onderwijsmiddelen en over de werkverdeling doordat:

-        de dialoog over de werkverdeling op onjuiste wijze gevoerd wordt;

-        de dialoog in de diverse gremia bepaald wordt door incidenten en financiële problemen, waardoor gesprekspartners vluchten in procedures en protocollen en deze vervolgens bepalend zijn voor het gesprek;

Er is over het algemeen niet overal voldoende werk gemaakt van de implementatie van de gemaakte afspraken. Hierdoor is het beoogde effect, het vertrouwen in elkaar en de goede dialoog over de goede onderwerpen, niet overal bereikt.

Het gevolg daarvan is dat de werkverdelingsafspraken in de cao in combinatie met het Professioneel Statuut en de WOR eerder contraproductief werken dan dat zij het beoogde positieve effect hebben gehad op de gewenste arbeidsverhoudingen in het mbo. Daarom vinden sociale partners het hun taak actief bij te dragen aan een cultuurverandering die het instrumentarium Cao-WOR-Professioneel Statuut op alle mbo-instellingen optimaal laat werken. Dit doen zij in het besef dat vertrouwen tussen partners op de instellingen noodzakelijk is om ingewikkelde vervolgstappen - mede in het licht van het regeerakkoord - voor een nieuwe CAO BVE te kunnen zetten.

Sociale partners hebben als opbrengst van deze informele bijeenkomsten besloten om in het eerste kwartaal van 2013 over te gaan tot het beleggen van een aantal regiobijeenkomsten in het land, zogenaamde ronde tafelgesprekken.

Het doel van deze bijeenkomsten is mede een bijdrage te leveren aan het herstel van het vertrouwen tussen het bestuur/management van de instellingen en de medewerkers.

De regionale bijeenkomsten zullen plaatsvinden rond het thema:

Op welke wijze dragen de werkverdelingsafspraken in de cao in combinatie met het Professioneel Statuut en de WOR bij aan de verlaging van de ervaren werkdruk en vergroting van het vertrouwen tussen medewerkers en leiding in de mbo-instellingen”.

 

Aan de hand van ervaringen op mbo-instellingen zal vooral de vraag aan de orde komen hoe we de werkverdelingsafspraken in de CAO BVE in combinatie met het Professioneel Statuut en de WOR zo kunnen laten werken dat er:

·       een cultuur van onderling vertrouwen op de instellingen ontstaat, die de goede dialoog mogelijk maakt;

·       een cultuur ontstaat waarin bevoegdheden van OR en onderwijsteams vanzelfsprekend zijn, zodat duidelijkheid ontstaat over eigenaarschap en beslissingsruimte;

·       een cultuur ontstaat waarbij de professionals geactiveerd worden door eigenaarschap;

·       een cultuur ontstaat waarbij tijd voor ontwikkeling, reflectie en bijstelling van onderwijsprogramma's beschikbaar is;

·       een cultuur ontstaat waarbij betrokken en bevlogen medewerkers met hart voor het vak en de deelnemers en verbonden met de beroepspraktijk zich als vanzelfsprekend permanent ontwikkelen.

Voor deze bijeenkomsten worden uitgenodigd het bestuur en de managementleden van de mbo-instellingen in de betreffende regio, vakbondsbestuurders en medewerkers van mbo-instellingen (al dan niet lid van een vakbond). Over data en verdere details van deze regiobijeenkomsten wordt u nader geïnformeerd.

De opbrengst van de rondetafelbijeenkomsten zal worden besproken in het formeel cao-overleg.

MBO Raad

en

AbvaKaboFNV, AOb, CNV Onderwijs en UNIENFTO / FvOv

 

 

Levensloopregeling eindigt eerder

Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft voor degenen die op 31 december 2011 minder dan € 3.000 spaartegoed hadden, en daarvoor in de plaats zou de zogenaamde ‘vitaliteitsspaarregeling’ per 1 januari 2013 worden ingevoerd.

Inmiddels heeft het kabinet Rutte-Asscher besloten deze laatste regeling niet meer in te voeren. Voor degenen die meer dan € 3.000 spaartegoed hadden op 31 december 2011, zou de levensloopregeling gewoon blijven bestaan. De Tweede Kamer heeft ondertussen echter besloten dat ook voor hen de levensloopregeling eindig is, en wel per 1 januari 2022.

Standpunt MHP


De MHP betreurt al deze ontwikkelingen. Door de afschaffing van de premiespaarregeling (2003), de spaarloonregeling (2012), de levensloopregeling (2012 en 2022) en het niet doorgaan van de vitaliteitspaarregeling (2013) krijgen werkenden steeds minder mogelijkheden om de werktijden beter af te stemmen op hun levensloopfase. “Door het afschaffen van al deze regelingen wordt duurzame inzetbaarheid van werknemers, waar de politiek de mond van vol heeft, in financiële zin niet gestimuleerd, maar juist tegengewerkt”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.



Voor deelnemers aan de levensloopregeling die per 31 december 2011 minder dan 
€ 3.000 gespaard hadden, kan er al vanaf 1 januari 2012 geen geld meer worden ingelegd. Voor hen valt het bedrag in één keer vrij per 1 januari 2013. De Tweede Kamer heeft besloten dat 20% van het spaartegoed (per 31 december 2011) vrijgesteld wordt van belasting en dat alleen over de resterende 80% belasting betaald moet worden. 



Belastingvrijstelling

Ook voor degenen die op 31 december 2011 meer dan € 3.000 tegoed hadden, komt er eenmalig de mogelijkheid om het bedrag in één keer te laten vrijvallen in 2013 en over 20% van het bedrag geen belasting te betalen (hier geldt wel dat de 20% vrijstelling niet van toepassing is op de in 2012 ingelegde gelden). Voorwaarde is dat het totale spaartegoed in één keer wordt opgenomen en er kan daarna dan ook niet meer geld worden ingelegd. Na 2013 is elke opname van een levenslooprekening voor 100% fiscaal belast. Ook bij de beëindiging van de levensloopregeling per 1 januari 2022 wordt het resterende levenslooptegoed volledig belast. Overigens is de voorwaarde van opname van het spaartegoed niet meer gekoppeld aan het opnemen van verlof. 



Rentestand

Bij de eventuele opname van het spaartegoed is alertheid van belang omdat belastingbetalers hierdoor in een hoger belastingtarief kunnen komen. Tevens kunnen er (negatieve) consequenties gelden voor de aanspraak op eventuele toeslagen en/of de vrijstellingsdrempel voor de vermogensrendementsheffing van box 3. Ten slotte dient rekening te worden gehouden met de lage rentestand; de hoogte van de spaarrente op een levenslooprekening is meestal aantrekkelijker dan de rente op een gewone spaarrekening.

 

 

 

ROC's claimen 100 miljoen van Asscher

Vier grote regionale opleidingscentra (ROC's) eisen 100 miljoen euro schadevergoeding van het Rijk. De Volkskrant meldt dat de instellingen eind november een claim zullen indienen. De Rotterdamse ROC's Albeda en Zadkine, ROC Amsterdam en ROC Mondriaan in Den Haag hebben naar eigen zeggen inkomsten misgelopen en verliezen geleden door grillig overheidsbeleid.

Sinds 1998 waren de ROC's verplicht te investeren in inburgeringscursussen. In 2007 besloot het kabinet echter de cursussen aan de vrije markt over te laten. De onderwijsinstellingen bleken daar niet op berekend: ze slaagden er niet in om in korte tijd concurrerend te worden. Vooral het ROC Zadkine heeft grote financiële problemen. Het ministerie van Sociale Zaken zou voor de strop moeten opdraaien, omdat dit ministerie het inburgeringsbeleid onder zijn hoede heeft.

Advocaat Tom Barkhuysen van Stibbe bevestigt de berichtgeving. ”De scholen kunnen niet concurreren met private aanbieders'', aldus Barkhuysen. ,”Zij zijn flexibeler en hebben lagere (loon)kosten. En onderwijsinstellingen hebben het al niet breed.''

De ROC's beroepen zich in de dagvaarding op een afspraak van vijf jaar geleden toen werd overgeschakeld op de vrije marktsector. In die overeenkomst staat volgens de scholen dat ”het niet de bedoeling is dat ROC's onevenredig getroffen worden door de effecten van de stelselwijziging.''

Dag van de professionele ruimte: sturen of loslaten

Zestor nodigt iedereen van harte uit voor de Dag van de Professionele ruimte. Op dinsdag 27 november bent u vanaf 9.30 uur welkom in het nieuwe filmmuseum Eye aan het IJ in Amsterdam.

Op deze dag staat de professionele ruimte prominent op de agenda. De ‘oplopende’ spanning rond de ruimte voor de onderwijsprofessional krijgt aandacht door discussies over kwaliteit, prestatieafspraken en afnemende middelen, professionele standaarden en - statuten.

Prof. dr. Marc Vermeulen, drs. Rob Vink en drs. Beatriz Roman van het IVA voeden het debat met een speciaal voor deze dag geschreven prikkelend essay.

Prof. dr. André Wierdsma belicht in deze discussie de rol van de leidinggevenden. Zijn bijdrage richt zich vooral op het werken met verschillen in de professionele ruimte.

De Haagse Hogeschool en Hogeschool Utrecht illustreren tijdens de dag op een inspirerende wijze hoe zij de spanningen en botsende belangen weten om te zetten in een uitdaging.

Onder leiding van dagvoorzitter Anouschka Laheij is er voldoende ruimte om het debat te voeren over de mate van sturing versus loslaten in de professionele ruimte. 

Voor wie?

Docenten, beleidsadviseurs, HRM’ers, MR-leden, faculteitsdirecteuren, leidinggevenden, vakbondbestuurders en andere geïnteresseerden uit het hbo zijn van harte welkom om het debat over de professionele ruimte verder te brengen en kennis te nemen van de praktijkvoorbeelden.

Schrijf u nu in!

Aanmelden is mogelijk via de website van Zestor. Klik hier voor een directe link. Na aanmelding ontvangt u een definitief programma en een routebeschrijving.

Kosten

Er zijn géén kosten verbonden aan deelname aan deze dag. Uiteraard geldt wel de verplichting dat u na inschrijving en ontvangst van de bevestiging de bijeenkomst bijwoont. 
Bij niet (of niet tijdig) afmelden worden de gemaakte kosten per deelnemer in rekening gebracht. Wel kunt u een vervanger sturen.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gertrud Lemmens, telefoon 070 312 2176, e-mail: Lemmens@zestor.nl.

 

MHP-doorrekening regeerakkoord: forse nivellering

Ook uit een doorrekening van het regeerakkoord door de MHP blijkt dat Nederland een forse inkomensnivellering staat te wachten. “Niet alleen de inkomensafhankelijke zorgpremie, maar ook in tal van andere maatregelen zitten inkomensoverdrachten verscholen”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.

Het generieke beeld is er één van inkomensnivellering, dat wil zeggen dat de midden- en hogere inkomens inleveren ten behoeve van de lagere inkomens. De introductie van de inkomensafhankelijke zorgpremie is daar de belangrijkste oorzaak van. Dit effect wordt bij alleenstaande ouders met kinderen nog eens versterkt, doordat de alleenstaande ouderkortingen (inkomensonafhankelijk) worden ingebouwd in het kindgebonden budget, dat juist inkomensafhankelijk is.
Kort samengevat komen de inkomenseffecten in de komende vijf jaar op het volgende neer:

•                Er vindt een inkomensoverdracht van midden- en hogere inkomens naar de lagere inkomens plaats. De bandbreedte van de generieke inkomenseffecten ligt ongeveer tussen +6% en -6%. Het omslagpunt ligt ongeveer bij een huishoudinkomen van anderhalf maal modaal. Voor tweeverdieners ligt dit omslagpunt ongeveer tweemaal zo hoog. De belangrijkste oorzaak van deze inkomensoverdrachten is de introductie van de inkomensafhankelijke zorgpremie. Omdat tweeverdieners te maken hebben met tweemaal een franchise (eerste inkomensgedeelte waarover deze premie niet betaald hoeft te worden), ligt het omslagpunt hoger.

•                Voor alleenstaanden met kinderen is de bandbreedte aanzienlijk groter (+10% tot -10%). Zij hebben niet alleen te maken met de inkomensafhankelijke zorgpremie, maar ook nog met de afschaffing van de alleenstaande ouderkortingen (inkomensonafhankelijk) en de inbouw hiervan in het kindgebonden budget (inkomensafhankelijk).

•                Voor AOW-gerechtigden is de bandbreedte +4% tot -8% met een omslagpunt bij een inkomen van € 25.000 voor alleenstaanden en € 55.000 voor gehuwden en samenwonenden.

De lastenverlichtingen vinden vooral plaats via generieke maatregelen in de fiscale sfeer. De lastenverzwaringen vinden niet alleen plaats via generieke, maar voor een belangrijk deel ook via specifieke maatregelen, dat wil zeggen dat deze afhankelijk zijn van de specifieke situatie. Belangrijkste kenmerken die van invloed zijn, hebben betrekking op gezinssamenstelling (kinderen), de zorgbehoefte (chronische ziekte of handicap) en de woonsituatie (huren of kopen). Afhankelijk van het aantal specifieke maatregelen waarmee een huishouden te maken kan krijgen, kan hierdoor het generieke inkomensbeeld nog aanzienlijk verslechterd worden. De inkomenseffecten van specifieke maatregelen kunnen van bijna 1% tot in sommige gevallen ruim 10% (door de cumulatie van maatregelen) zijn. Door de specifieke maatregelen worden de midden- en hogere inkomens over het algemeen harder getroffen worden dan de lagere inkomens.


“Natuurlijk hadden we al indicaties dat er een behoorlijke inkomensverschuiving zal plaatsvinden. Maar dan wil je toch een totaalbeeld van alle maatregelen hebben. Het doorrekenen hiervan was een moeilijke, maar niet onmogelijke exercitie. En als je dan de resultaten ziet, schrik je toch nog, omdat de achterban van de MHP onevenredig zwaar wordt getroffen”, aldus Haket.

 

MHP: pensioensparen dramatisch beperkt!

Als de plannen met de pensioenen uit het regeerakkoord doorgaan, zullen de pensioenuitkeringen voor de komende generatie fors lager zijn. Pensioenuitkeringen zullen met bijna een kwart dalen, soms zelfs meer dan halveren. “Niet eerder waren pensioenvoorstellen van een kabinet zo ingrijpend”, aldus MHP-duovoorzitter Bob van der Wal.

In korte tijd wordt het maximaal op te bouwen pensioen met gemiddeld 22% beperkt, 
doordat het opbouwpercentage wordt teruggebracht met 0,5% van 2,25% naar 1,75%. Verder wordt de fiscale vrijstelling van de premie voor de opbouw afgetopt op een inkomen van € 100.000. De pensioenreservering voor een hoger inkomen wordt fiscaal belast. Dit heeft grote gevolgen.

Voorbeeld 1:
Een werknemer die begint met een inkomen van € 30.000 en na 40 jaar werken eindigt met € 60.000, kan nu nog een aanvullend pensioen opbouwen van € 28.750. In de toekomst is dat nog maar € 22.350. Samen met de AOW-uitkering is dit nog maar iets meer dan de helft van het laatstverdiende loon.

Voorbeeld 2:
Een werknemer die gedurende 35 jaar een gemiddeld loon heeft van € 150.000, kan nu nog een aanvullend pensioen bereiken van € 107.800. Met de maatregelen uit het regeerakkoord is dat nog maar € 53.250. Met de AOW-uitkering nog maar iets meer dan een derde van het laatstverdiende loon.

Door deze ingrepen in de pensioenopbouw zullen de pensioenuitkeringen nu en in de toekomst fors lager zijn. Echter als bijeffect worden de belastinginkomsten naar voren gehaald doordat er minder fiscale vrijstelling voor pensioenpremie wordt verleend. Het besteedbaar inkomen van de toekomstige gepensioneerden zal echter lager zijn evenals de belastingopbrengst. De rekening wordt naar de toekomst doorgeschoven.

De MHP roept de Tweede en Eerste Kamer op deze drastische maatregel af te wijzen. Veel werknemers zullen te maken krijgen met een forse inkomensterugval na pensionering. Valt dan nog met trots te spreken over ons pensioenstelsel?“, aldus Van der Wal.

In het geval er een parlementaire meerderheid voor deze onzalige plannen blijkt te zijn, zullen de MHP en de aangesloten organisaties er zorg voor dragen dat de lagere pensioenpremiebijdrage voor werkgevers terugvloeit naar de werknemers.

Bijvoorbeeld door in de CAO extra afspraken te maken om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

 

MHP-reactie op regeerakkoord:

Harde nivelleringsslag

"Het regeerakkoord legt de rekening van de crisis voor het grootste deel neer bij de inkomens vanaf anderhalf maal modaal (vanaf € 3.700 bruto per maand) en heeft daarmee een forse nivellerende werking. Bovendien geeft het regeerakkoord niet echt vertrouwen dat de coalitie van VVD en PvdA serieus werk wil maken van de samenwerking met sociale partners.", aldus MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal in een eerste reactie op het regeerakkoord.

De MHP maakt zich grote zorgen over de inkomenspositie van de middengroepen. De inkomensafhankelijke premies en bijdragen in de zorg zijn daarvan de belangrijkste oorzaken. Ook de forse ingrepen in de pensioenopbouw zullen voor toekomstig gepensioneerden uit de middengroepen een forse aderlating betekenen.

De MHP gaat ervan uit dat de aangekondigde maatregelen rondom het complex van arbeidsmarkt, WW en ontslagrecht geen onomkeerbare besluiten zijn en nog ruimte bieden voor overleg. Als dat niet het geval is, doet de coalitie van VVD en PvdA een loze belofte om tot “een constructieve samenwerking” te komen met sociale partners. 




Ontslagrecht en WW



De MHP heeft geen begrip voor de inkorting van de WW-duur en de forse inperking van de ontslagvergoedingen (beperking van de opbouw van ontslagvergoedingen tot een halve maand per dienstjaar met een maximum van € 75.000). Hierdoor zullen veel langdurig werklozen, uit alle inkomenscategorieën, binnen de kortste keren naar het bijstandsniveau terugvallen. Werknemers die meer dan het maximumdagloon verdienen maken bij werkloosheid al eerst een inkomensval naar een niveau dat ver onder 70% van het laatstverdiende loon ligt, om vervolgens terug te vallen naar het sociaal minimum. In een tijd van de oplopende werkloosheid zullen veel gezinnen daarmee binnen een jaar in de schuldhulpverlening terecht komen. De MHP is verheugd dat de preventieve toets gehandhaafd blijft, maar de vormgeving roept nog veel vragen op. 

Inkomensnivellering



De middengroepen (werkenden en gepensioneerden) zullen de komende jaren het grootste deel van de rekening van de crisis betalen. Daarmee staat Nederland aan de vooravond van een periode van een forse inkomensnivellering. De MHP vindt het onbegrijpelijk dat de lastenverdeling niet eerlijker verdeeld wordt over enerzijds het bedrijfsleven en huishoudens en anderzijds huishoudens onderling. Het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie en de verschuivingen in de inkomstenbelasting zullen nadelig uitpakken voor de middengroepen. Bovendien vreest de MHP dat het hierdoor nog lange tijd zal duren voordat de consumentenbestedingen weer aantrekken en het consumentenvertrouwen weer terugkomt.

Beperking pensioenopbouw



De MHP betreurt het dat de coalitie de toekomstige pensioenopbouw wil beperken tot 1,75% en aftoppen op € 100.000. Deze maatregelen zullen naast de verdere fiscalisering van de AOW (via de houdbaarheidsbijdrage) veel toekomstig gepensioneerden in de financiële problemen brengen, omdat ze bij pensionering een forse inkomensval gaan maken. Bovendien haalt het kabinet hiermee toekomstige belastinginkomsten naar voren en zullen de overheidsinkomsten op de top van de vergrijzing aanzienlijk lager zijn. Ook met deze maatregelen wordt de rekening naar de toekomst doorgeschoven.

Vervroeging verhoging AOW-leeftijd



De eerdere verhoging van de AOW-leeftijd zal voor veel mensen, die nu met prepensioen of werkloos zijn, een financieel probleem opleveren. Weliswaar wordt er een overbruggingsregeling ingevoerd, maar deze is alleen voor de lagere inkomens bedoeld. Ook hier geldt dat de middengroepen het nakijken hebben.

Overheidspersoneel



Het gelijktrekken van het ontslagrecht en de secundaire arbeidsvoorwaarden van ambtenaren met de marktsector, miskent volgens de MHP de eigen positie van het overheidspersoneel. De MHP is van mening dat aanpassingen hierin niet eenzijdig kunnen worden opgelegd.

Forensentaks



De MHP is zeer te spreken over het terugdraaien van de maatregelen uit het Kunduzakkoord om de reiskosten voor werknemers te belasten en het onderscheid tussen woon-werkverkeer en zakelijke reizen ongedaan te maken. Terecht heeft de coalitie ingezien dat deze maatregelen buitensporig waren en hiermee het werken voor veel mensen onaantrekkelijk werd gemaakt. Bovendien zouden de maatregelen tot een zware administratieve last hebben geleid.

Woningmarkt



Hoewel de MHP er begrip voor heeft dat er alles aan gedaan moet worden om het aflossen van hypotheken te stimuleren, is het de vraag of de effecten van de nu aangekondigde maatregelen voldoende doordacht zijn. Gezinnen, die pas een paar jaar geleden een hypotheek hebben afgesloten, kunnen volgens de MHP in grote financiële problemen komen. Zij vallen buiten de regeling voor starters, hebben een hoge prijs voor een woning betaald, maar wisten zich fiscaal gesteund door de overheid. Die steun valt nu voor een belangrijk deel weg en dat zal flink aantikken in de portemonnee voor deze gezinnen.

Sociaal leenstelsel



De MHP vindt het onbegrijpelijk dat een nieuw kabinet het voor lief neemt dat er minder hoger opgeleiden in de toekomst zullen komen, terwijl de arbeidsmarkt hier dringende behoefte aan zal hebben. Door de invoering van een sociaal leenstelsel zullen de schulden van toekomstige studenten meer dan verdubbelen. Hiermee wordt studeren aan het hoger onderwijs ontmoedigd en wordt een enorme claim op de toekomst gelegd. Volgens de MHP is hier sprake van een korte termijnpolitiek, waarvan de rekening naar de toekomst wordt doorgeschoven.




Weinig perspectief voor middengroepen



"Hoezeer wij ook als MHP op een positieve manier zaken zouden willen doen met een nieuw kabinet, zal het zeer moeilijk worden, omdat de plannen die nu voor liggen, behalve het terugdraaien van de forensentaks, weinig goeds beloven voor de middengroepen. In de komende weken zullen we alle consequenties van het regeerakkoord nog nader onder de loep nemen, maar de eerste indruk is niet bepaald positief", aldus Visser en Van der Wal.


 

Inspirerend mbo!

Heeft u zich al ingeschreven voor MBO City op 26 november? Met een grote variatie inspirerende sprekers, binnen zes afwisselende programmalijnen, biedt MBO City ieder wat wils. Wat denkt u bijvoorbeeld van Bas van der Veldt,  CEO van AFAS Software? Met zijn presentatie  ‘Beleid en debiel  schrijf je met dezelfde letters’ doet hij geheid stof opwaaien. Of René Kneyber, mede-auteur van ‘Gezagsdragers’, die alles vertelt over  de spagaat van de leraar.
 

Opvolger Competent City
MBO City is de opvolger van Competent City dat in vijf jaar is uitgegroeid tot een gewaardeerd en succesvol begrip binnen het mbo. Omdat het competentiegerichte onderwijs zo goed als ingevoerd is, dekt de naam Competent City de lading niet meer. MBO City past beter in de huidige, dynamische tijd waarin het mbo zich bevindt.

Nieuwe opzet

Met de nieuwe naam is ook de opzet aangepast. Als bezoeker van MBO City stelt u nu zelf uw programma samen door een keuze te maken uit de sprekers binnen de volgende programmalijnen:

·       Communicatie

·       Focus op Vakmanschap

·       Onderwijs

·       Professionalisering / HRM

·       Bedrijfsvoering

·       Ondernemerschap

Beursvloer
Breng ook eens een bezoek aan de beursvloer. Hier vindt u een groot aantal organisaties die hun producten en diensten aanbieden voor het beroepsonderwijs. Voor een totaaloverzicht van de deelnemende organisaties kijkt u op de website van MBO City.

 

Praktische informatie
Aanmelden voor MBO City kan tot 19 november via www.mbocity.nl. Kosten voor deelname bedragen  € 150,-. Meer informatie over de sprekers en het programma vindt u op  www.mbocity.nl.

 

Bedrijfsleven en onderwijs hervormen samen mbo techniek
 
Het bedrijfsleven en het technisch mbo slaan de handen ineen om mbo techniek aantrekkelijker en betaalbaar te maken. Dit sluit aan bij de voorgenomen acties die voortvloeien uit het regeerakkoord. Een Verkenningscommissie, bestaande uit kopstukken uit het bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs, adviseert om vijf actielijnen ter hand te nemen: 
 
(1) profilering van het technisch onderwijsaanbod op basis van de economische speerpunten in de regio en mbo instellingen financieel belonen voor het afleveren van technici;
(2) het (te) grote aantal technische MBO-4 opleidingen terug te brengen tot vijf brede technologieopleidingen; 
(3) bedrijven gaan mee-investeren in het technisch onderwijs; 
(4) meer docenten uit bedrijfsleven voor de klas en docenten op bedrijfsstages; 
(5) verbetering van het imago techniek. 
 
De verbeteracties zijn nodig om het dreigende tekort van technici in de toekomst een halt toe te roepen. Het advies wordt inmiddels gesteund door een groot aantal invloedrijke maatschappelijke organisaties en bedrijven. Vandaag wordt het advies van de Verkenningscommissie ‘MBO en bedrijven aan zet’ aangeboden aan demissionair minister Verhagen.
 
Er is veel werkgelegenheid in technische (top)sectoren die essentieel zijn voor de Nederlandse economie. De groeikansen binnen deze technische sectoren bieden veel toekomstperspectief voor jongeren op mbo niveau. Te weinig jongeren worden echter geïnspireerd tot een carrière in de techniek. Reden voor het Platform Bèta Techniek en de MBO Raad om een Verkenningscommissie onder leiding van Ab van der Touw (bestuursvoorzitter van Siemens Nederland) in te stellen. De Verkenningscommissie heeft vijf cruciale lijnen beschreven waar acties op ingezet moeten worden. Van der Touw: “Het is hard nodig dat technisch middelbaar onderwijs aantrekkelijker en uitdagender wordt. Tweederde van de bedrijven verwacht een probleem omdat de komende jaren een tekort van 150.000 technici dreigt. Dat is onaanvaardbaar. Mbo-scholen maar ook bedrijven zullen de handschoen moeten opnemen.” Ook in het regeerakkoord wordt opgeroepen tot een gezamenlijke agenda van bedrijfsleven en onderwijs, het zogenaamde Techniekpact 2020.
 
Brede technologieopleidingen
Het advies beschrijft de noodzaak van het sterk terugdringen van de versnippering in het opleidingsaanbod in de techniek. De commissie roept op tot vijf brede opleidingen technologie op niveau 4. Zo worden opleidingen weer aantrekkelijker en betaalbaar. Tegelijkertijd moeten mbo-instellingen adequaat beloond worden voor het afleveren van meer technici. Er moet een selectief budget moeten komen voor de profilering van het technisch onderwijsaanbod op basis van de economische speerpunten in de regio. Ook moeten de mbo-opleidingen techniek een hogere diplomabekostiging krijgen.
 
Bedrijven gaan mee investeren
Er is grote vraag naar technisch talent. Mbo-instellingen en bedrijven gaan binnen een regio verregaande samenwerking aan. De aanwezige (top)sectoren die in een regio sterk vertegenwoordigd zijn bepalen het accent. Dit type van samenwerking vindt reeds plaats in vier zogenaamde Centra voor Innovatief Vakmanschap en zal op diverse andere manieren worden vormgegeven. Zo gaat het bedrijfsleven mee-investeren in top mbo-opleidingen die prioriteit zijn binnen een regio en worden mbo-instellingen rechtstreeks betrokken bij de scholing van werkenden.
 
Docent terug naar bedrijf en bedrijf terug naar school
Docenten zijn belangrijk om vakbekwame technici af te leveren die instromen in de arbeidsmarkt. Docenten moeten op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen in hun vak, zowel in de theorie als in de beroepspraktijk. Daarom stelt de verkenningscommissie in zijn advies onder andere voor dat 2 op de 5 docenten in het mbo een duobaan heeft. Ze zijn werkzaam in het, voor de opleiding relevante, werkveld als op de school. Ook lopen docenten uit het mbo minimaal drie weken per twee jaar stage bij relevante bedrijven.

 

VO – Onderhandelingen nieuwe CAO OMO succesvol afgerond

Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) en de vakcentrales, waaronder de FvOv/CMHF, hebben op woensdag 10 oktober overeenstemming bereikt over een nieuwe CAO OMO. Na langdurige onderhandelingen, mede veroorzaakt door landelijke ontwikkelingen, zijn beide partijen tevreden over het bereikte resultaat.  

Het is een intensief en soms stroef proces geweest, maar uiteindelijk is het gelukt een goede balans te vinden tussen de wensen van de verschillende betrokkenen. Met de nieuwe CAO OMO is een belangrijke volgende stap gezet naar een pakket aan moderne (secundaire) arbeidsvoorwaarden. Scholen en individuele medewerkers kunnen nu afspraken op maat maken die ten goede komen aan de inzetbaarheid, zonder dat het onderwijsprogramma en de onderwijskwaliteit voor de leerlingen in gevaar komen. Denk daarbij aan afspraken over mobiliteit en aan afspraken over het inplannen van roostervrije dagen en vakantiedagen.

Het onderhandelaarsresultaat wordt nu voorgelegd aan de leden van de vakcentrales en aan de raad van bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs. Naar verwachting is half november bekend of zij hiermee instemmen. De CAO OMO gaat met terugwerkende kracht in per 1 augustus 2012 en loopt tot 1 augustus 2013.

De FvOv (UNIENFTO) zal het resultaat neutraal voorleggen aan haar leden.

Klik HIER voor de afspraken van de CAO OMO!

 

Onderwijs als werkplaats voor talent

MHP presenteert tien speerpunten onderwijs

Uitgaven aan het onderwijs en zijn leerlingen en studenten zijn een investering in de toekomst, geen kostenpost. Als onderwijsorganisaties willen we zorgvuldig met die investeringsuitgaven omgaan en de kwaliteit verbeteren. Daarvoor hebben we een tienpuntenplan opgesteld en aangeboden aan de kabinetsinformateurs en de Tweede Kamer om de kwaliteit van het onderwijs naar een hoger plan te tillen”, aldus Jacqueline van Langeraad, voorzitter van het MHP-Platform Onderwijs. Van Langeraad is ook onderhandelaar in HBO en BVE namens de FvOv en de UNIENFTO.

Het MHP-Platform Onderwijs is een samenwerkingsverband van veertien bij de MHP aangesloten onderwijsorganisaties. Onder de titel ‘Onderwijs als werkplaats voor talent’, zijn op 9 oktober jl. door het Platform Onderwijs van de MHP tien speerpunten gepresenteerd om de kwaliteit in het onderwijs te verhogen en op die manier de concurrentiepositie van Nederland vast te houden en te verbeteren.

Geen kostenpost, maar investering in de toekomst!

Daarvoor is eerst nodig dat de politiek stopt met het onderwijs als kostenpost te beschouwen. Onderwijs is een investering in de toekomst. Taakstellingen, een langstudeerboete en plannen voor een sociaal leenstelsel zijn allemaal ingegeven door een bezuinigingsdrift en zullen op termijn de samenleving meer kosten dan opleveren.

De rode draad van het tienpuntenplan is dat er weer meer accent komt te liggen op het primaire proces, namelijk het onderwijzen en het vak van docent/leraar, en dat er beter wordt ingespeeld op de behoeftes van de arbeidsmarkt. Ook wordt gepleit voor een sterke publieke toezichthouder, die wildgroei tegengaat, toeziet op voldoende opleidingen en de toegankelijkheid in het hoger onderwijs bewaakt. 



Met deze tien speerpunten willen we bereiken dat de werkvloer niet alleen méér talent opleidt, maar dat het ontwikkelen van het talent ook beter aansluit bij de toenemende eisen van de arbeidsmarkt. Onderwijs als werkplaats voor talent”, aldus Van Langeraad.

Tienpuntenplan

Het Platform Onderwijs MHP, waarin de UNIENFTO ook is vertegenwoordigd, wil in aanloop naar de vorming van een nieuw kabinet VVD/PvdA onderstaande speerpunten onder de aandacht brengen. De aanbevelingen hebben betrekking op de positie van het onderwijs in onze samenleving en onderstrepen de wenselijkheid om te investeren in kennis en niveau, met de nadruk op topkwaliteit van het onderwijs. De termen leraar en docent worden naast elkaar gebruikt.

1   Meer investeringen in onderwijs

De wens om in de top tien te staan van kenniseconomieën, staat niet in verhouding tot de reële plaats die Nederland inneemt als het gaat om investeringen in het onderwijs. Nederland staat wat dat aangaat slechts in de middenmoot! Er moet meer worden geïnvesteerd waarbij het initiële onderwijs niet als kostenpost beschouwd dient te worden, maar als investering met een duidelijk positief rendement. Initieel onderwijs dient toegankelijk te zijn, zonder financiële drempels zoals een sociaal leenstelsel en/of een langstudeerboete. De MHP begrijpt de noodzaak tot beperking van het gebruik van gesubsidieerd hoger onderwijs, maar zou dit graag gecombineerd zien met een flexibel en transparant systeem van in- en uitschrijving voor de student. Bijscholing en omscholing moet als volkomen normaal beschouwd worden en dus gefaciliteerd worden!

2               Betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt

Aan de keuzevrijheid zitten natuurlijk grenzen als deze voor een belangrijk deel uit algemene middelen gefinancierd wordt. Het huidige opleidingsaanbod is teveel gebaseerd op de korte termijn. Dit moet veranderen in een meer lange termijn kwaliteitsvisie: wat heeft de Nederlandse arbeidsmarkt in de toekomst nodig? Meer sturing om toekomstige arbeidsmarkttekorten te beperken, is gewenst. Het bedrijfsleven en de non-profitsector kunnen onder voorwaarden meer ‘bemoeienis’ met het onderwijs krijgen. Aan de vraagkant kan meer sturing gestalte krijgen door het beter voorlichten over de arbeidsmarktkansen van een opleiding en het inzetten van positieve financiële prikkels. De MHP denkt hier bijvoorbeeld aan een lager collegegeld voor opleidingen waarin tekorten op de arbeidsmarkt verwacht worden!

3      Motiveren door inhoud en perspectief: het primaire proces weer centraal

De samenleving zorgt voor een grote belasting van onderwijsinstellingen op het gebied van verantwoorden en publiceren van onderwijsresultaten. Dit zorgt voor een toename van management en kosten, waarbij managementfuncties overgewaardeerd dreigen te worden. Leraarsfuncties zouden een uitloop moeten hebben die hoger uitkomt. Een functielijn die aantrekkelijk en uitdagend is én blijft. De vaak aanwezige onbalans tussen OP-functies (te weinig) en OBP-functies (te veel) moet verdwijnen. De nadere invulling van ‘employabilitymogelijkheden’ van leraren ten dienste van het niveau en de kwaliteit van het onderwijs moet volgens de MHP worden aangepakt door de sociale partners binnen de subsectoren.

De MHP vindt ook dat het aanbeveling verdient dat onderwijsmanagers zelf onderwijservaring hebben opgedaan. De kloof tussen beleid en uitvoering dient gedicht te worden.

4         Positie leraar in de school, professionele ruimte en carrièrelijnen voor docentfuncties

De positie van de leraar als vakdeskundige moet worden versterkt. Zeggenschap van de leraar over het HOE en WAT van het onderwijs en over diens positie en het bieden van mogelijkheden tot eigen initiatief zijn noodzakelijk om het leraarschap aantrekkelijker te maken.

Wettelijke verankering alleen van professionele ruimte is onvoldoende garantie voor verbetering van de positie van de leraar. Zijn positie als vakdeskundige moet versterkt worden! Een sectoraal professioneel statuut is één instrument en het gewicht van de functielijn van de leraar is een ander.

Te weinig zeggenschap van leraren, te weinig mogelijkheden tot eigen initiatief en inrichting van het onderwijs maken het leraarschap minder aantrekkelijk. De carrièrelijnen voor docentenfuncties zijn in diverse sectoren al deels ingekort door de invulling die is gegeven aan het convenant LeerKracht. De MHP streeft naar korte schalen, waarbij al te grote concurrentie tussen de onderwijssectoren moet worden vermeden. Dit proces moet niet ten koste gaan van de onderwijsondersteunende functies.

5               Carrièreperspectief in het leraarsvak

De functiemix voor leraren is een instrument dat geen garantie geeft voor meer niveau in het onderwijs. De beschikbare middelen dienen onderwerp van gesprek te zijn tussen de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (of van de OR in het BVE-veld) en de schoolleiding, dan wel aan de orde te komen tijdens lokaal (vakbons)overleg.

De leraar moet dus een professional zijn met visie over het totale onderwijsconcept en moet carrière kunnen maken in zijn vak.

6       Werving – Langer doorwerken – Flexibel deeltijdpensioen

Langer doorwerken in het onderwijs is nastrevenswaardig, mits op basis van vrijwilligheid en onder gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. De MHP is voorstander van flexibele deeltijdpensioenen, ook na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Mede met het oog op de vergrijzing van het onderwijspersoneel zijn voor de korte termijn (tijdelijke) premies een optie om onderwijspersoneel te behouden of te werven. Primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden die marktconform zijn, verdienen de voorkeur. Kwijtschelding van studieschuld wordt als een goed instrument beschouwd voor werving en binding van de beginnende leraar.

7           Werkdruk verminderen

In het verlengde van langer doorwerken is vermindering van de werkdruk noodzakelijk. Talent ontwikkelen kan alleen in een ordelijke en ordentelijke werksituatie. Door teveel taken kan werkdruk in de negatieve betekenis ontstaan. Daardoor kan het gevoel niet erkend en gewaardeerd te worden en het gevoel geen controle meer te hebben over de eigen werksituatie en het gevoel voortdurend tekort te schieten, zich ontwikkelen. Dat staat productiviteit in de weg.

In het algemeen wordt het noodzakelijk geacht dat op elke onderwijsinstelling een instrument wordt gehanteerd dat beschikbare tijd koppelt aan een taak (taaktoedeling- en taakbelastingsinstrument). De docent krijgt daarmee een middel in handen waarmee objectief de omvang van het takenpakket kan worden aangetoond. Bovendien leidt het tot meer begrip tussen personeelsleden onderling en tussen personeel en studenten. Klachten kunnen  worden voorkomen, terwijl teamgeest wordt bevorderd.

In de sectoren waar al met een al dan niet expliciet taakbelastingsbeleid wordt gewerkt, moet helaas worden geconstateerd dat de taak steeds minder in overeenstemming is met de tijd die hiervoor wordt toebedeeld. Er zijn vaak te weinig middelen voor een goede uitvoering van dit beleid. Bovendien veroorzaakt de regelgeving van overheidswege een toenemende administratieve lastendruk. De MHP verwacht in deze stappen vanuit de overheid.

8        Subsectoren: geen communicerende vaten

Voor een verantwoorde aanpak van het kwaliteits- en kwantiteitsprobleem is een meer evenwichtige aanpak nodig voor zowel primair en secundair onderwijs, als mbo, hbo en wo. In het verleden leidde prioritering van de ene sector tot niet, of te weinig, investeren in andere sectoren. Bijvoorbeeld: aandacht voor rekenen en taal in het primair onderwijs mag niet betekenen dat in een kenniseconomie niet of onvoldoende wordt ingezet op excellentie in wo en hbo. Wanneer prioriteiten even hoog liggen, dient de overheid daarvoor ook de middelen beschikbaar te stellen.

9        Managementaudits en onderwijskwaliteit

De MHP bepleit, naast goede verankering van de medezeggenschap, de invoering van een systeem van managementaudits als kwaliteitsmiddel. Een audit toont de meerwaarde van het management voor het primaire proces. Gerichtheid op goed onderwijs moet in de plaats komen van overmatige nadruk op bestuur en controle.  Het management moet zich meer mede-verantwoordelijk voelen voor de uitvoering en de daarvoor benodigde middelen. Management en lerarenkorps moeten zich gezamenlijk verantwoordelijk weten voor de kwaliteit van het onderwijs.

Een waarschuwing hierbij: de samenleving verlangt concurrentie van verschillende instellingen op basis van slaagpercentages als versimpelde maat voor kwaliteit (schoolprestaties moeten voor iedereen transparant en vergelijkbaar op het web worden gepubliceerd). Deze vraag om versimpelde kwaliteitsverantwoording introduceert het gevaar van oneigenlijke criteria voor sturing van onderwijskwaliteit.

10        Hoger onderwijs: publiek en privaat

Het hoger onderwijs wordt in toenemende mate geconfronteerd met marktwerking, privatisering en globalisering. Dit kan kansen bieden, maar anderzijds ook leiden tot vervlakking en kwaliteitsdaling. Fusies en monopolies als gevolg van marktwerking kunnen ertoe leiden dat bepaalde opleidingen, met bijvoorbeeld een maatschappelijke relevantie, niet meer worden aangeboden. Minimaal vereist is daarom een sterke publieke toezichthouder, die let op de breedte van het opleidingsaanbod, de (financiële) toegankelijkheid en het behoud van de nationale ‘opleidingsinfrastructuur’.

 

Versnelde verhoging AOW-leeftijd: gevolgen voor uw inkomen

De AOW-leeftijd gaat nog sneller omhoog dan eerst gepland. Dat zijn VVD-leider Mark Rutte en PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom overeengekomen in het deelakkoord dat zij op 1 oktober jl. presenteerden. Daarin hebben ze afgesproken dat de AOW-leeftijd vanaf 2013 stapsgewijs omhoog gaat naar 66 jaar in 2018. In 2021 krijgt iemand pas op zijn 67e AOW. De nieuwe voorstellen voor de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd moeten nog wel worden omgezet in wetgeving.

Wat zijn de gevolgen voor uw inkomen?


De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert de AOW-regeling uit. Met name mensen die gebruikmaken van de VUT, een prepensioen of een vervroegd ouderdomspensioen kunnen in de problemen komen door de verhoging van de AOW-leeftijd. Bij het stoppen van de VUT of prepensioen krijgt iemand ouderdomspensioen. Normaal gesproken kwam daar ook de AOW bij. Maar omdat de AOW vanaf 2013 later ingaat, kan iemand dus tijdelijk te weinig inkomen hebben.

De gevolgen van de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd worden wel verzacht door de SVB. Zo komt er een overbruggingsregeling voor mensen die per 1 januari 2013 deelnemen aan een VUT of prepensioen. Een andere voorgestelde verandering is het invoeren van een doorwerkbonus voor werknemers van 61 tot 65 jaar. De WIA, de WAO, de Anw en de WW lopen door tot de nieuwe AOW-leeftijd.

Wat betekent de verhoging van de AOW-leeftijd voor uw pensioen?


Sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) maken afspraken op welke manier deze voorstellen in de ABP-regeling worden opgenomen. Zij zijn op dit moment nog hierover in overleg. Inmiddels is wel besloten dat de AOW-overbrugging voor ABP KeuzePensioen langer doorloopt. Sociale partners moeten nog besluiten of een AOW-overbrugging ook voor mensen met FPU of een militair ouderdomspensioen mogelijk wordt. De verhoging van de AOW-leeftijd heeft in principe geen gevolgen voor ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen, ABP InvaliditeitsPensioen en/of Herplaatsingstoelage (IP/HPT) en de Anw-compensatie van ABP. Deze regelingen blijven ongewijzigd en stoppen op de eerste dag van de maand waarin iemand 65 jaar wordt.

Dat betekent het volgende voor uw pensioen:

•          ABP KeuzePensioen

Met ABP KeuzePensioen bepaalt u zelf wanneer u met pensioen gaat. Dit kan tussen uw 60e en 70e. Het kan dus zo zijn dat u nog geen AOW van de overheid krijgt als u met pensioen gaat. Met ABP KeuzePensioen compenseert u de AOW en blijft uw inkomen gelijk. Dat was al zo tot de huidige AOW-leeftijd. Sociale partners hebben besloten dat deze compensatie ook mogelijk wordt tot de nieuwe AOW-leeftijd. Dat betekent wel dat uw pensioenuitkering voor de rest van uw leven iets lager zal zijn.

•          FPU

Als u gebruikmaakt van FPU, ontvangt u tot de eerste dag van de maand volgend op uw 65e verjaardag FPU. Vanaf dat moment gaat het ABP OuderdomsPensioen in. Als u in 2012 65 jaar wordt, bestaat uw inkomen uit AOW van de SVB en ABP OuderdomsPensioen. Maar vanaf 2013 geldt een hogere AOW-leeftijd en gaat uw AOW-uitkering dus later in. Daardoor kunt u tijdelijk te weinig inkomen hebben. De SVB voert daarom een overbruggingsregeling in. U kunt daarvan gebruikmaken als u op 1-1-2013 met FPU bent. Voorwaarde is wel dat u niet meer inkomen hebt dan 150% van het wettelijke minimumloon. Ook komt er een partner- en vermogenstoets. Een eigen woning en pensioenvermogen tellen hierbij niet mee. Met deze overbruggingsregeling vervalt de voorschotregeling in de vorm van een renteloze lening, zoals die per 1 januari 2013 zou worden ingevoerd.

 

 

 

 

 

“Sociale partners lijken weer serieus genomen te worden”

Het niet doorgaan van de forensentaks, het terugdraaien van de langstudeerboete, een verzachting van de harde ingrepen in de Ziektewetuitkering voor flexwerkers en het evenwichtiger verdelen van de lasten door middel van de assurantietaks zijn duidelijke signalen dat er weer meer naar ons wordt geluisterd”, aldus MHP-duovoorzitter Reginald Visser in een eerste reactie op de persconferentie van Mark Rutte en Diederik Samsom van 1 oktober jl. Toch zitten er volgens de MHP in het aangekondigde pakket ook minder goede onderdelen, zoals het niet doorgaan van het vitaliteitsparen en het beperken van de doorwerkbonus tot de lagere inkomens.

De MHP is wel zeer verheugd over het feit dat de forensentaks van de baan is. De MHP trok als een van de eersten aan de bel over de grote gevolgen voor werknemers en kwam al in een vroeg stadium met mogelijke alternatieven om het begrotingstekort te verkleinen, als de forensentaks niet zou doorgaan. Voorgesteld werd bijvoorbeeld een verhoging van de winst- en assurantiebelasting naar het niveau van de ons omringende landen.

We zullen de aanpassingen van de Miljoenennota eerst nog uitgewerkt op papier moeten zien, maar vooralsnog lijkt er meer evenwicht in de bezuinigingen te komen. Het afwachten is nu waar de VVD en de PvdA mee komen, als zij erin slagen een nieuw kabinet te vormen. In ieder geval roept de MHP een nieuw kabinet op om samen met sociale partners tot afspraken te komen voor een sociale agenda in de komende jaren, waarbij de vraagstukken van werkgelegenheid en het terugdringen van de werkloosheid voorop dienen te staan”, aldus Visser.

 

MHP-reactie op Miljoenennota 2013:

"Nieuwe Tweede Kamer kan echt aan de bak"

"Als de nieuwe volksvertegenwoordiging geloofwaardig wil overkomen, dan neemt ze de jongste stembusuitslag wèl serieus. Door met alternatieven te komen voor de meest omstreden maatregelen uit de Miljoenennota, die niets anders zijn dan een uitwerking van het Kunduzakkoord”, aldus MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal in een eerste reactie op de Miljoenennota 2013.

Uit de verkiezingen en uit diverse enquêtes blijkt dat vooral het draagvlak voor de aanpassingen van het ontslagrecht en voor de forensentaks zeer gering is. De MHP roept de nieuwe Tweede Kamer op om tijdens de Algemene Beschouwingen, die volgende week zullen plaatsvinden, definitief een einde te maken aan deze omstreden maatregelen.

Ontslagstelsel

De aanpassingen van het ontslagstelsel brengen een totale onbalans in de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer teweeg. Bovendien leiden de voorstellen tot een forse armoedeval voor werknemers uit de middengroepen en met een inkomen daarboven.

Forensentaks

Het belasten van de vergoedingen voor reiskosten, die onvermijdbaar zijn om te kunnen werken, leidt tot forse inkomensdalingen onder forensen en mensen, die veel kilometers moeten maken in opdracht van de werkgever. Bovendien zal het tot een forse administratieve lastenverzwaring leiden voor werkgevers en werknemers, zoals ook het geval was vóór 2004.

Nullijn ambtenaren

De eenzijdig opgelegde nullijn voor ambtenaren doet geen recht aan het overlegmodel voor arbeidsvoorwaarden tussen werkgever en werknemer. Bovendien vreest de MHP dat het op den duur voor de overheidssector steeds moeilijker zal worden om goed personeel aan te trekken, als de arbeidsvoorwaarden gaan achterlopen bij de marktsector.

Overheidsfinanciën

De MHP is het eens met het demissionaire kabinet dat de overheidsfinanciën weer snel op orde moeten worden gebracht, maar heeft grote bezwaren tegen de wijze, waarop dit wordt ingevuld. De rekening wordt grotendeels neergelegd bij de huishoudens en dan in het bijzonder de werkende en gepensioneerde middengroepen.

Alternatieve financiering

Al eerder heeft de MHP daarom suggesties aangedragen, die het overheidstekort in dezelfde mate terugdringen, maar minder ingrijpend zijn en de lastenverzwaringen eerlijker verdelen.

Door de assurantiebelasting en de winstbelasting voor bedrijven op het niveau te brengen van de ons omringende landen en grootschalige infrastructurele projecten, waartoe in economisch betere tijden is besloten, te heroverwegen, kan ruim € 5 miljard worden bezuinigd. Dit weegt ruimschoots op tegen de bezuinigingen die worden gerealiseerd met de omstreden ingrepen in het ontslagrecht, het belasten van de reiskostenvergoedingen en de nullijn voor ambtenaren.

Pensioenen

De MHP roept ook minister Kamp van SZW en de Tweede Kamer op om nog eens goed te kijken naar de rekenregels, waar pensioenfondsen vanuit moeten gaan. Deze regels houden onvoldoende rekening met de uitzonderlijke situatie waarin de financiële markten zich nu bevinden, en kunnen leiden tot onverantwoorde pensioenkortingen en premiestijgingen. Hierdoor komen de koopkracht en het consumentenvertrouwen van alle werkenden en gepensioneerden nog verder onder druk te staan en wordt het economisch herstel nog langer uitgesteld.

De ondoordachte maatregelen uit het Kunduz-akkoord dragen niet bij aan het economisch herstel of aan de ontwikkeling en versterking van de arbeidsmarkt.

De nieuwe Tweede Kamer kan nu echt aan de bak en moet ervoor zorgen dat er geen maatregelen worden genomen, die nauwelijks draagvlak hebben. Er zijn meer voor de hand liggende keuzes om op korte termijn het overheidstekort terug te dringen. Deze doen ook recht aan de verkiezingsuitslag”, aldus Visser en Van der Wal.

 

Postactievendag op 3 oktober a.s.

In het juninummer van het UNIENFTO-Tijdschrift heeft u kunnen lezen dat de Adviescommissie Postactieven op woensdag 3 oktober een bijeenkomst in Culemborg organiseert. Adri Verburg zal informatie geven over ontwikkelingen rondom pensioenen en degenen die zich voor 13 september jl. hebben aangemeld krijgen een ontvangst en rondleiding van het Centraal Boekhuis in Culemborg.

Heeft u zich niet tijdig aangemeld voor de Postactievendag op woensdag 3 oktober en wilt u toch de bijeenkomst in het kantoor bijwonen? Bel dan naar 0345-531931 of stuur een e-mail naar info@unienfto.nl.

Commissie Postactieven

 

STUDENTENRADEN LIJKEN GOED TE FUNCTIONEREN

Onderzoek van het  PLATFORM MEDEZEGGENSCHAP BVE naar het functioneren van studentenraden op de BVE-instellingen levert een positief beeld op

Het Platform heeft onlangs een tweede onderzoek gedaan naar de gevolgen die het functioneren onder de WOR heeft voor de medezeggenschap nu deze onder de WOR functioneert. Het eerste onderzoek gold de facilitering van de ondernemingsraden; nu hebben we de aangesloten OR’en bevraagd over de studentenraden, de onderlinge samenwerking en het gezamenlijk overleg met het CvB. De resultaten zijn verrassend positief. Er zijn studentenraden op een royale meerderheid van de instellingen en hun functioneren wordt over het algemeen als ruim voldoende beoordeeld door hun tegenhangers in de medezeggenschap: de OR’en.

Een mogelijk teleurstellend gegeven is dat gezamenlijk overleg met het CvB slechts in 40% van de instellingen plaatsvindt. Over misschien wel de belangrijkste vraag, namelijk hoe lang studenten actief blijven in de studentenraad, is nog weinig te zeggen (zie hieronder de reacties op punt 3).

Zowel de enquête naar de facilitering als deze zien wij als een nulmeting. We zullen over enige tijd opnieuw onze aangeslotenen op deze onderwerpen bevragen.

Deelname

Aan het onderzoek hebben 32 instellingen deelgenomen, voornamelijk middelgrote en grote instellingen, hetgeen betekent dat het onderzoek ca. 80 tot 90% van de populatie MBO-studenten dekt.

Overzicht

1.                  Een centrale studentenraad is (nu) op ruim 80% van de instellingen aanwezig. Op lokaal niveau heeft 32% van de instellingen een studentenraad (deelraad):

a.                   in meer dan de helft van de gevallen gaat het slechts om enkele deelraden;

b.                  het percentage “deelraden” is juist, maar een aantal instellingen heeft slechts één locatie en dus geen deelraden.

2.                  Bij de totstandkoming van de studentenraden heeft het CvB meestal een hoofdrol gespeeld. Soms met hulp van de JOB, soms met hulp van de OR, soms met hulp van beide.

3.                  Vóór invoering van de WOR was op ruim 30% van de instellingen een studentenraad aanwezig. Na invoering van de WOR is dit bijna 80%. Op sommige instellingen is men nog doende een studentenraad van de grond te krijgen.

De gemiddelde verblijfsduur van de studenten:

a.                   Op de instellingen die vóór de in voering van de WOR reeds een studentenraad hadden, bedroeg deze -op een enkele uitzondering na- gemiddeld rond de twee jaar.

b.                  Na invoering van de WOR is het beeld niet eenduidig. Wanneer er alleen gekeken wordt naar de instellingen die in het verleden geen studentenraad/-raden hadden, varieert de verblijfsduur van enkele maanden tot twee jaar. Uit de gegeven toelichtingen blijkt dat veel geënquêteerden het nog te vroeg vinden voor definitieve conclusies.

Leden van de studentenraden worden vrijwel overal op enigerlei wijze gefaciliteerd. Deze facilitering is als volgt vormgegeven:

a      Ruim 40% krijgt vacatiegeld.

b      Minder dan 10% krijgt een combinatie van vacatiegeld/vrijstellingen.

c.     Minder dan 10% krijgt een combinatie van vacatiegeld/studiepunten/vrijstellingen.

d.    De combinatie studiepunten/vrijstellingen komt in minder dan 10% van de gevallen voor.

e.    De combinatie vacatiegeld/studiepunten komt in minder dan 10% van de gevallen voor.

f.      Alleen studiepunten komt in minder dan 10% van de gevallen voor.

g.     In minder dan 10% van de gevallen is er geen facilitering.

h.     Onder “diverse manieren van faciliteren” vallen de volgende zaken: verschaffen van een laptop, aanbieden van een etentje/een voorstelling/een gratis bezoek aan kapper/een getuigschrift/lesvrije uren. Deze wijze van faciliteren -al of niet in combinatie met de mogelijkheden onder c t/m h- komt in bijna 20% van de gevallen voor.

4.                  Gezamenlijk overleg OR – studentenraad – bestuurder vindt op 40% van de instellingen plaats.

5.                  Bijna 72% van de geënquêteerden gaf een cijfer. Bijna 19% van de geënquêteerden gaf geen cijfer met als reden dat “het nu nog te vroeg is voor een oordeel”. De waardering in een cijfer van de effectiviteit van de studentenraad levert gemiddeld een 6- op. Wanneer de extremen uit de becijfering worden geschrapt (dus zonder 10, 9, 1 en 0) komt het gemiddelde op 6+. De modus is 7: ruim 42%  beoordeelde de effectiviteit van de studentenraad met een 7 (ruim voldoende). Wanneer alleen op voldoende/onvoldoende gescoord wordt, blijkt dat 50% van alle geënquêteerden en/of  70% van de cijfergevende geënquêteerden de effectiviteit van de studentenraad als voldoende beoordeelt.

Platform Medezeggenschap BVE

 

 

 

 

 

Als, als, als… …

Gaan de pensioenen in 2014 dramatisch omlaag?

Verschillende media berichtten recent over een verlaging van de ABP-pensioenen met 14% als de rekenrente niet wordt aangepast. Als u pensioen opbouwt, zou u volgens deze berichten in 2014 25% meer premie moeten betalen. We begrijpen dat dit vragen bij u oproept en geven daarom hieronder een toelichting weer die is opgesteld door ABP zelf.

Nog geen besluit over maatregelen in 2014

Er is op dit moment nog niets besloten over eventuele pensioenkortingen of stijgingen van de premie in 2014. Dat doen we begin volgend jaar op basis van de financiële situatie op 31 december 2012. De cijfers die genoemd worden, zijn echter niet uit de lucht gegrepen. Ze komen uit een interne notitie. In deze notitie is berekend dat:  

> als de marktrente op dit historisch lage niveau blijft, én

> als minister Kamp de regels voor de rente niet aanpast, én 

> als de dekkingsgraad op het huidige niveau blijft (91%),

deelnemers en gepensioneerden pas te maken krijgen met een forse verlaging van de pensioenen en een stijging van de premie.

Lage rekenrente beïnvloedt financiële situatie

In deze berekening zitten meerdere aannames (als, als, als). Het is dus nog helemaal niet zeker dat ABP in 2014 ook echt zulke forse maatregelen moet nemen. Tegelijkertijd geven de cijfers wel aan dat de situatie op dit moment ernstig is. Belangrijkste oorzaak is de rekenrente waarmee we onze verplichtingen moeten berekenen. Deze extreem lage rekenrente leidt tot een lage dekkingsgraad. De dekkingsgraad is het evenwicht tussen het vermogen van een pensioenfonds en zijn verplichtingen. Met andere woorden: tussen het geld dat in kas is en de pensioenen die nu en in de toekomst uitgekeerd moeten worden. Daar waar onze verplichtingen fors stijgen door de lage rente, blijft aan de andere kant ons vermogen wel groeien. Zo hebben we in het eerste half jaar van 2012 zo’n 15 miljard euro verdiend. Dat is echter niet genoeg om het evenwicht tussen de verplichtingen en het vermogen te herstellen. De verplichtingen groeien harder dan het vermogen.

Wat moet er volgens ons gebeuren?

Volgens ons is correctie van de lage rente hard nodig. Niet om ons rijk te rekenen, maar omdat de lage rente het gevolg is van een verstoring in de markt. We doen daarom ook  een oproep aan minister Kamp. Hij kwam eind mei met een plan voor een nieuwe rekenmethode voor de rente. De voorstellen in zijn plan vinden wij nog niet voldoende. De pensioensector, waaronder ABP, is hierover in overleg met de minister.

Reactie minister Kamp

Minster Kamp heeft via de pers eind augustus een eerste reactie gegeven naar aanleiding van de oproep van ABP om de rente aan te passen. Hij geeft aan dat de cijfers uit onze notitie zijn gebaseerd op de stand van zaken van 30 juni. De financiële situatie op 31 december 2012 is echter bepalend of er wel of niet maatregelen nodig zijn. Hij onderzoekt in de tussentijd of de pensioenkortingen enigszins beperkt kunnen worden. Daarbij geeft minster Kamp aan dat hij hierbij zowel naar de belangen van de oude als jongere generaties kijkt. Binnenkort hoopt hij de Tweede Kamer hierover te kunnen informeren.

Bron: ABP-Nieuwsbrief

 

Zorgen over de dekkingsgraad

Aan het eind van het 2e kwartaal 2012 bedroeg de dekkingsgraad van ABP 90% (was 95% in het vorige kwartaal!). Voorzitter Henk Brouwer maakt zich hier grote zorgen over. 'De dekkingsgraad zou in dit jaar juist flink moeten stijgen. Anders kunnen we de aangekondigde verlaging van de pensioenen met 0,5% in april 2013 en een mogelijk nieuwe aankondiging voor 2014 niet voorkomen. Dat besluit neemt ABP op basis van de stand van eind december van dit jaar.'

Dekkingsgraad na 1e kwartaal verder gedaald

De dekkingsgraad is 5%-punt gedaald ten opzichte van het 1e kwartaal. Toen was de dekkingsgraad 95%. De daling van de rente is ook nu weer de voornaamste oorzaak. 'De financiële gezondheid van pensioenfondsen wordt afgemeten aan een rente die vooral bepaald wordt door de crisis in Europa. Deze situatie vraagt om maatregelen op korte termijn die moeten voorkomen dat wij vanuit deze extreme positie besluiten moeten nemen die grote gevolgen kunnen hebben voor onze deelnemers en de economie. ABP gaat moeilijke ingrepen niet uit de weg, maar die moeten wel gebaseerd zijn op realistische uitgangspunten.' vervolgt Brouwer.

'Daarnaast vind ik het heel belangrijk dat we voor de langere termijn het Nederlandse pensioenstelsel structureel versterken. Daarbij blijft voor ABP centraal staan dat we de lusten en lasten eerlijk verdelen over de generaties, jong en oud. De hoofdlijnennotitie van minister Kamp hierover biedt onvoldoende perspectief voor de broodnodige structurele versterking.'

 

Den Haag, 3 juli 2012 PERSBERICHT

Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt over professionalisering en mobiliteit van leraren

Op 1 januari 2013 start de Bijzondere Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt van het Instituut ReflecT van de Universiteit van Tilburg en het CAOP in Den Haag. Dit heeft staatssecretaris Zijlstra van OCW vandaag bekend gemaakt.

Twee te benoemen bijzonder hoogleraren gaan zich bezig houden met de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de onderwijsarbeidsmarkt zoals professionalisering, tekorten aan onderwijspersoneel, mobiliteit van leraren, imago van het beroep, vergrijzing en arbeidsproductiviteit. De leerstoel richt zich op onderzoek, op onderwijs en op kennisuitwisseling en kennisverspreiding.

Onderwijs en onderzoek

In hun onderzoek gaan de hoogleraren vooral de ontwikkelingen van de onderwijsarbeidsmarkt bestuderen, niet alleen in de tijd gezien maar ook in vergelijking met andere sectoren en met de private sector. Jaarlijks gaan zij daarnaast het bijbehorende keuzevak verzorgen voor masterstudenten van diverse studierichtingen. Ook worden postacademische cursussen en gastcolleges verzorgd.

Kennisuitwisseling en kennisverspreiding

De leerstoel vervult een platformfunctie voor de kennisuitwisseling en de kennisverspreiding. De hoogleraren gaan bijvoorbeeld publiceren en er worden debatten georganiseerd. Waar relevant gebeurt dat samen met de andere bijzondere leerstoelen van het CAOP. Er komt jaarlijks een congres rond actuele arbeidsmarktthema’s in de publieke sector voor sociale partners, wetenschappers, bestuurders, beleidsambtenaren, MR-leden en studenten. De andere leerstoelen richten zich op arbeidsverhoudingen (Albeda Leerstoel), de overheid als arbeidsorganisatie (Ien Dales Leerstoel) en vraagstukken van vergelijking en hervorming van de publieke sector (Leerstoel Comparative Public Sector and Civil Service Reform).

Werving

Instituut ReflecT start de werving voor de twee nieuwe bijzonder hoogleraren nog voor de zomer. Het gaat om twee deeltijdfuncties van een dag per week.

Het CAOP is het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in de publieke sector. Op www.caop.nl staan ook informatie, de agenda en publicaties van de leerstoelen.

De landelijke bijeenkomst van de Dag van de Leraar op 6 oktober 2012: veelzijdig, gezellig en inspirerend


Op zaterdag 6 oktober vindt de landelijke bijeenkomst van de Dag van de Leraar plaats in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Een mooie gelegenheid om een bezoek te brengen aan dit recent geheel gerenoveerde museum. U kunt aan diverse activiteiten deelnemen die door de Onderwijscoöperatie, de bij de coöperatie aangesloten lidorganisaties, enkele partners en het museum zelf worden georganiseerd. Denk aan een workshop over stemgebruik en houding in de klas, informatieve presentaties over registerleraar.nl (en de mogelijkheid hier direct vragen over te stellen), rondleidingen door het museum, enzovoorts. Schrijf je in via deze link en maak deze veelzijdige, gezellige en inspirerende dag mee!

Op deze dag worden ook de winnaars van de verkiezing Leraar van het Jaar bekend gemaakt in de Amsterdam Convention Factory. Tot en met 13 april 2012 kon iedereen zijn of haar favoriete leraar aanmelden voor de verkiezing. Vervolgens is de beroepsjury aan de slag gegaan met ongeveer 1000 aanmeldingen, waaruit zij dertig genomineerden hebben geselecteerd. In het najaar blijven er negen genomineerden (drie voor po, drie voor vo en drie voor mbo) over. Op 6 oktober wordt tijdens de verkiezing per sector een genomineerde bekroond met de titel Leraar van het Jaar 2012. Deze winnaars staat een dynamisch jaar te wachten waarin zij zullen optreden als ambassadeurs van het onderwijs.

 

Brief FNV, CNV en MHP over aanpassingen ontslagrecht

De MHP, waartoe de UNIENFTO ook behoort, heeft samen met de vakcentrales FNV en CNV in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven grote bezwaren te hebben tegen de voorstellen uit het Kunduz-akkoord over het ontslagrecht en de WW. De vakcentrales hebben aan de hand van tien stellingen hun bezwaren op de analyse uit de Hoofdlijnennotitie van minister Kamp, waarin de voorstellen worden uitgewerkt, nader uiteengezet.

  1. De voorstellen brengen het systeem uit balans. De minister zet werkgevers met 1-0 op voorsprong, terwijl het arbeidsrecht juist gericht is op het bieden van tegenwicht tegen mogelijke machtsongelijkheid tussen partijen, door zogenaamde ‘ongelijkheidscompensatie’.
  2. Meer arbeidsmobiliteit: van baan naar werkloosheid?! De minister maakt geen onderscheid tussen gedwongen en vrijwillige mobiliteit. Voor veel werkenden is er echter niet automatisch een behoorlijke plek op de arbeidsmarkt van nu.
  3. Afschaffen preventieve toets zet werknemer op achterstand. In plaats van een onafhankelijke toets vooraf wordt een hoorprocedure bij de werkgever geïntroduceerd met een optionele, beperkte rechterlijke toets achteraf. Hoe dit verder wordt ingevuld is niet duidelijk.
  4. Reële grond (of geldige reden?): onvoldoende gewaarborgd. In de voorstellen wordt gesproken over een ‘reële grond’, maar hoe dit wordt gedefinieerd en of er een preventieve werking van uitgaat, wordt niet nader toegelicht.
  5. De rechter wordt aan banden gelegd. De ruimte voor rechterlijke toetsing wordt ingeperkt, alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter het ontslag ongedaan maken en de ontslagvergoeding iets verhogen.
  6. Stevige sancties ontbreken. Wil een repressief stelsel nog enigszins preventief werken, dan zijn stevige sancties (nietigheid of vernietigbaarheid, schadeloosstellingen) en een redelijke ‘pakkans’ noodzakelijk. Het is volstrekt onduidelijk in hoeverre dit het geval zal zijn.
  7. Rol van sociale plannen aangetast. Sociale plannen komen tot stand ‘in de schaduw’ van rechterlijke uitspraken bij (collectieve) ontslagen. De vergaande wettelijke beperking van de ontslagvergoedingen zal heel direct (negatief) doorwerken in de onderhandelingsruimte bij sociale plannen.
  8. Lasten WW voor werkgever verhoogd ten koste van werknemers en MKB. Wat nu privaat naar werknemers gaat (in de vorm van een ontslagvergoeding), gaat straks naar het financieringstekort van de overheid. Voor werknemers is dit een wel erg onvoordelige deal. Dit geldt ook voor werkgevers in het MKB, die meer dan gemiddeld gebruik maken van de UWV-route zonder ontslagvergoeding.
  9. Positie flexwerkers niet verbeterd. ‘Vast’ wordt minder ‘vast’, maar ‘flex’ blijft gewoon onzeker werk. Er worden geen substantiële maatregelen genomen om de positie van werknemers met onzekere contracten en in onduidelijke constructies te verbeteren.
  10. Oudere werknemers ‘kind’ van de rekening. De voorstellen gaan volledig voorbij aan de vooroordelen die heersen bij werkgevers ten opzichte van oudere werknemers. De veronderstelling dat een soepeler ontslagrecht banen creëert en werkgevers stimuleert oudere werknemers eerder aan te nemen, is een mythe. Oudere werknemers zullen hun huis moeten ‘opeten’ en in de bijstand raken.

De vakcentrales besluiten hun brief met een oproep aan de Tweede Kamer om de voorstellen zoals deze nu op tafel liggen af te wijzen.

U kunt de betreffende brief downloaden op de MHP-website: www.vakcentralemhp.nl

 

MHP bij hoorzitting Tweede Kamer over ontslagrecht

De Vaste Commissie van de Tweede Kamer van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hield op 18 juni jl. een hoorzitting over de voorstellen uit het Kunduz-akkoord met betrekking tot het ontslagrecht en de WW. Minister Kamp heeft die voorstellen nader uitgewerkt in een zogenaamde ‘hoofdlijnennotitie’, waarover de Tweede Kamer op 5 juli een eerste debat houdt. 

Op de hoorzitting waren de vertegenwoordigers van de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties uitgenodigd, waaronder ook de MHP.

MHP-bestuurder Eddy Haket voerde tijdens de hoorzitting namens de MHP het woord. “De voordeur zit momenteel op slot en de voorstellen zetten de achterdeur wijd open”, zo schetste Haket de situatie op de arbeidsmarkt, als de plannen uit het Kunduz-akkoord doorgaan. Haket benadrukte dat het vervangen van de preventieve toets door een hoorzitting bij de werkgever, lijkt op ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’. Ook wees hij op de forse effecten voor de midden- en hogere inkomens door het afschaffen van de ontslagvergoeding als inkomensaanvulling. In reactie op de oproep van werkgeversvoorzitter Wientjes om een wetsvoorstel uit 2009 over de ontslagvergoeding eindelijk in behandeling te nemen, benadrukte Haket dat de MHP dit voorstel van het begin af aan heeft afgewezen. Het voorstel uit 2009 had tot doel om de ontslagvergoeding vanaf een jaarinkomen van 75.000 euro af te toppen op een jaarsalaris.

FNV, CNV en MHP riepen de Tweede Kamerleden op om sociale partners in de gelegenheid te stellen om in alle rust plannen uit te werken om de problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken en toekomstbestendig te maken. Daarbij gaat het niet alleen om het ontslagrecht, maar vooral ook om de positie van veel flexwerkers en andere groepen met een geringe kans om een baan voor langere duur te vinden, zoals oudere werkzoekenden. Doordat de politiek in de loop der jaren steeds met voorstellen kwam om het ontslagrecht te verslechteren, werd de vakbeweging op achterstand gezet en was er geen sprake van gelijkwaardige onderhandelingen met werkgevers.

Tijdens de hoorzitting werden ook wetenschappers en uitvoerders (advocaten, kantonrechters en het UWV) gehoord. Hoewel de meningen onder de wetenschappers verdeeld waren, was iedereen het er wel over eens dat de timing van de aanpassing van het ontslagrecht ongelukkig is, in de huidige situatie van een oplopende werkloosheid. Sommige wetenschappers gingen veel verder in hun kritiek en wezen er ook op dat de plannen een averechts effect kunnen hebben op de arbeidsproductiviteit en de innovatiekracht van het bedrijfsleven, omdat werknemers minder risico’s zullen durven nemen. (Ook) de uitvoerende instanties hadden voornamelijk veel kritiek op de plannen.

“Het wordt tijd dat de vijf partijen inzien dat de voorstellen uit het Kunduz-akkoord echt niet kunnen. Voor werknemers zullen de plannen, voor de relatie met de werkgever op de werkvloer, grote gevolgen (kunnen) hebben, omdat je zonder pardon en zonder een aanvulling op de WW-uitkering binnen twee maanden op straat kunt komen te staan”, aldus Haket.

Naar aanleiding van de hoofdlijnennotitie van minister Kamp heeft de MHP ruim vijftig vragen opgesteld. Deze zijn te downloaden via www.vakcentralemhp.nl.

 

Tijdschrijf formulier UNIENFTO

 

Het Tijdschrijf formulier, waarnaar in het artikel van de heer Naudts in het Tijdschrift van juni 2012 wordt verwezen, kunt u HiER downloaden.

 

Cao Kenniscentra 2012: Overleg over nieuwe Cao in impasse

Het overleg over een nieuwe Cao Kenniscentra 2012 is in een impasse geraakt. Oorzaak hiervan is de vastgelopen discussie over de inhoud van een nieuw levensfasebewust personeelsbeleid. Partijen hebben in de ‘tussen CAO Kenniscentra 2010-2012’afgesproken de huidige regeling ouderenverlof (bapo) om te zetten in een nieuwe regeling, waarbij iedere medewerker een persoonlijk budget krijgt. Al in 2010 had het overleg over de bapo-regeling niet tot overeenstemming geleid. Werkgevers konden toen niet instemmen met de voorstellen van werknemers de polisvoorwaarden aan te passen om zo de kosten te verlagen. Dit keer konden de bonden niet meegaan in de voorstellen van werkgevers; te mager en een overgangsregeling die door kaderleden als niet toereikend werd beschouwd.

 

Voor de gehele nieuwsbrief van FSKL en de standpunten van de UNIENFTO en de andere bonden lees verder..........

 

Onderwijstijd VO: wie het nog snapt mag het zeggen!!

 

Afgelopen dinsdag heeft de eerste Kamer zich uitgesproken over de Wet Onderwijstijd en vakanties. Met een nipte meerderheid van 35 stemmen voor en 33 stemmen tegen werd de omstreden wet aanvaard.  Alhoewel er veel kritiek op de wet was vanuit de Kamer durfden de dames en heren politici kennelijk niet door te bijten in de richting van de demissionaire minister. Als laatste hielp de aanvankelijk kritische VVD-fractie de wet alsnog aan een meerderheid. Het gehele veld had zich al vele malen uitgesproken tegen deze wet. De nieuwe wet gaat in op augustus 2013. De 1040 uur onderwijstijd en de inkorting van de zomervakantie gelden dus nog niet voor het komende schooljaar.

 

Vakantie

Op zijn vroegst kunnen de leraren van minder vakantiedagen iets gaan merken in het schooljaar 2013-2014. Kunnen omdat nog maar te bezien is of een nieuwe minister zich achter deze wet zal scharen. Daarnaast zijn de cao-partijen in de huidige cao met de VO-raad overeengekomen dat de in eerder wetsvoorstel genoemde 5 roostervrije dagen voor leerlingen ook vrije dagen voor de leraren zijn. Dit was vanuit de gedachte dat het niet aan de minister is om zich met onze arbeidsvoorwaarden te bemoeien, dat is immers het terrein van de bonden en de VO-raad. Omdat de demissionaire minister meermaals heeft verkondigd dat zij niet ingrijpt in onze arbeidsvoorwaarden zullen we de VO-raad aan deze eerdere afspraak herinneren! Het zou toch van de gekke zijn dat daar waar het personeel in het VO jarenlang op de nullijn wordt gehouden het ook nog eens vakantie in moet leveren om een niet bestaand probleem op te lossen!

 

Onderwijstijd

In de afgelopen jaren is gebleken dat het overgrote deel van de scholen in staat is gebleken om de onderwijstijd van 1000 klokuren te realiseren. Een reële norm die bekostigd wordt en positief afsteekt ten opzichte van de ons omringende landen. Overigens biedt meer onderwijstijd niet direct ook een hogere opbrengst van het onderwijs; een aantal van de best presterende scholen in Nederland gaf zelfs minder dan 1000 klokuren les! Een nieuwe norm van 1040 klokuren in de eerste twee leerjaren zal weinig positiefs bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs en daar zou het de politiek toch uiteindelijk om te doen moeten zijn!

 

FvOv-Voorzitter Jilles Veenstra: ‘ De strijd is zeker nog niet gestreden en als FvOv zullen we samen met de andere bonden trachten dit onheil alsnog af te wenden! Na de verkiezingen geldt wat ons betreft: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Voor nu wens ik iedereen alvast een welverdiende vakantie toe!’

 

 

Oproep drie vakcentrales voor sociaal Europa

Op 19 juni jl. zijn de voorzitters van de vakcentrales FNV, CNV en MHP op gesprek geweest bij premier Rutte om te pleiten voor een socialer Europa. Op 28 en 29 juni a.s. zal op de Europese Top een rapport worden besproken met suggesties om tot een sterkere Economische Monetaire Unie (EMU) te komen.

Hoewel de inhoud van dit rapport nog niet precies vaststaat, hebben de voorzitters van de vakcentrales duidelijk aangegeven dat er juist in tijden van crisis meer aandacht moet zijn voor de bescherming van werknemersbelangen en dat het de hoogste tijd is dat ook de werkgelegenheid centraal komt te staan. Het mag niet alleen om de bezuinigingen draaien teneinde te voldoen aan de Europese budgetregels. Uitdrukkelijk is aangegeven dat Europese samenwerking alleen tot iets kan leiden en het vertrouwen van consumenten en burgers kan terugkrijgen, als ook wordt geïnvesteerd in werknemers en burgers. Het gaat uiteindelijk om de welvaart en het welzijn op de langere termijn. Indien er verdere stappen worden gezet in de economische samenwerking, dient dit te worden gekoppeld aan een investeringsagenda in groei en banen. Een stevig sociaal fundament is een vereiste om te voorkomen dat lidstaten elkaar gaan beconcurreren op werknemersrechten en lage lonen in plaats van samen te werken.

We zien het niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen. De korte termijn bezuinigingen leiden er tot op heden toe dat fundamentele verworvenheden op de schop gaan, in plaats van dat we sociale vooruitgang boeken. Dat tij moet worden gekeerd”, aldus MHP-duovoorzitter Bob van de Wal na afloop van het gesprek met premier Rutte.

 

MHP: koopkrachtbeeld CPB misleidend

Na de vijf partijen betrokken bij het Lente-akkoord, vertelt nu ook het CPB maar een deel van het verhaal over de koopkrachtachteruitgang in 2013”, aldus econoom en inkomensspecialist Eddy Haket van de MHP.

Gemiddelde koopkrachtdaling veel groter dan 0,75%

Volgens het CPB bedraagt in 2013 de netto lastenverzwaring voor gezinnen € 4,6 miljard, ofwel gemiddeld ongeveer € 575 per huishouden. Naast de lastenverzwaringen zijn er ook nog ombuigingen die ten laste komen van gezinnen. Het gaat om een bedrag van circa € 2,7 miljard, ofwel ruim € 325 per huishouden. Een gemiddeld gezin gaat er door de overheidsmaatregelen dan in totaal € 900 op achteruit (2,6% koopkracht).

Volgens de MHP staan deze cijfers haaks op de gemiddelde koopkrachtdaling van 0,75% in 2013 (ruim 250 euro) die het CPB voorspiegelt. “Het kan dus niet anders dan dat het CPB veel maatregelen uit het Kunduz-akkoord niet meeneemt in het koopkrachtbeeld 2013. Dit verschil kan niet worden verklaard door de reële loonontwikkeling”, aldus Haket.

Grote groepen extra koopkrachtdaling

Volgens de MHP zijn de verschillen tussen de huishoudens groot. Grote groepen gaan er relatief nog meer op achteruit door specifieke maatregelen of een stapeling van maatregelen.

  • Ongeveer 4 miljoen forenzen zullen door het belasten van de reiskostenvergoedingen meer getroffen worden (gemiddeld € 550).
  • Ruim 2,5 miljoen huishoudens uit de middengroepen en hogere inkomens hebben geen baat bij het compenserende koopkrachtpakket van € 1,4 miljard, omdat zij niet in aanmerking komen voor toeslagen en inkomensafhankelijke heffingskortingen. Hierdoor hebben zij gemiddeld een extra lastenverzwaring van ruim € 250.
  • Bijna 1 miljoen werknemers bij de overheid worden op een nullijn gezet (afhankelijk van het inkomen oplopend van € 150 tot ruim 600 euro netto).
  • Bijna 250 duizend gepensioneerden met een netto aanvullend pensioen van meer dan € 1.250 per maand, zullen geen baat hebben bij een inkomensondersteuning in de vorm van een verhoging van de ouderenkorting, omdat deze inkomensafhankelijk is. Zij zullen het niet doorgaan van de indexering en een eventuele korting op het pensioen in de volle omvang merken.

CPB onderschat inflatie

Het CPB gaat uit van een inflatie van 2% en een contractloonontwikkeling van 2,25%. De MHP betwijfelt of dit reële vooronderstellingen zijn. De Europese Commissie ging

onlangs nog uit van een inflatie van 1,8% in 2013, zonder daarbij de btw-verhoging in mee te nemen. Met de btw-verhoging komt de inflatie eerder uit op 2,5%.

Het onderschatten van de inflatie is iets wat we de laatste jaren vaker zien bij het CPB. Ook dit jaar is de inflatie weer naar boven bijgesteld. Het zou mooi zijn als we voor volgend jaar loonstijgingen van 2,25% zouden kunnen afspreken, maar met de ontslaggolven en de oplopende werkloosheid zie ik dat nog niet gebeuren”, aldus Haket.

Lastenverzwaringen tot 2017


Tot 2017 zullen de lastenverzwaringen nog verder oplopen naar € 8,7 miljard. Samen met de ombuigingen die ten laste komen van gezinnen, gaat het dan om een totaalbedrag van € 11,4 miljard. “Een gemiddeld gezin heeft in 2017 dan simpelweg € 1.425 euro ofwel 4% minder te besteden. Dat is heel wat anders dan het CPB en de vijf Kunduz-partijen ons doen geloven”, aldus Haket.

Voorstel ontslagrecht stuitend

De aankoop van een koffiezetapparaat of het sluiten van een huurovereenkomst is straks met meer rechten omgeven dan het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Een grove aantasting van een fundamenteel recht van de werknemer !”, aldus MHP- duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal. Met afkeuring nemen zij kennis van de notitie van minister Kamp (SZW), waarin hij de hoofdlijnen van de Kunduz-afspraken over het ontslagrecht nader uitwerkt.

Werknemer ‘vogelvrij’

Werkgevers die voornemens zijn een werknemer te ontslaan, hoeven geen toestemming meer vooraf te vragen aan het UWV of een schadeloosstelling via de kantonrechter te betalen. Volgens de MHP (waartoe ook de UNIENFTO behoort) wordt de werknemer hiermee ‘vogelvrij’ verklaard.
In plaats van de preventieve toets komt er een hoorplicht bij de werkgever. Een situatie waarbij ‘de slager zijn eigen vlees keurt’, geen onafhankelijke toets. Een werkgever die toch al van plan was een werknemer te ontslaan, zal niet snel op zijn voornemen terugkomen. Dan resteert voor de werknemer slechts de mogelijkheid om achteraf de gang naar de rechter te maken en wel op eigen kosten. “Hiermee komt de willekeur terug, die in het begin van de vorige eeuw juist ertoe heeft geleid dat een (rechterlijke) toets vooraf is geïntroduceerd”, aldus Visser en Van der Wal.



Forse inkomensval bij werkloosheid

Door het wegvallen van de ontslagvergoeding als inkomensaanvulling op de WW-uitkering worden midden- en hogere inkomens extra gedupeerd. De calculator die de MHP heeft opgesteld, maakt de harde werkelijkheid goed zichtbaar.
Een 58-jarige werknemer met een inkomen van tweemaal modaal ontvangt met een WW-uitkering nog maar 53% van zijn laatstverdiende loon en na de WW-periode nog maar 20% van het oorspronkelijke loon. Dankzij de ontslagvergoeding kan deze werknemer de uitkering nog een aantal jaren aanvullen tot 70% van het laatstverdiende loon. Op de huidige arbeidsmarkt is dit hard nodig, omdat de baankansen voor oudere werklozen zeer gering zijn. De ontslagvergoeding is niet alleen nodig als aanvulling op de WW, maar ook voor de verdere opbouw van het pensioen en ter overbrugging naar het pensioen.

Het feit dat het kabinet niet voornemens is de IOW-regeling te verlengen, maakt deze gevallen nog schrijnender. Eerst moet het spaargeld worden opgegeten, dan het huis. De woningmarkt zit op slot, dus verkopen is geen optie. Een bijstandsuitkering is vaak onvoldoende om een hypotheek te kunnen betalen. “Kortom, men kan geen kant meer uit”, aldus Visser en van der Wal.



Negatieve economische gevolgen

Werknemers gaan tot de flexibele schil in arbeidsorganisaties horen, waardoor de onzekerheid onder hen toeneemt en er een angstcultuur dreigt te ontstaan. Werknemers worden terughoudend in hun kritische houding, wat weer ten koste kan gaan van de innovatie en de productiviteit in bedrijven.

“Onbegrijpelijk!” Helemaal nu ook vanuit de wetenschap wordt betoogd dat de plannen rond het ontslagrecht het doel dat wordt beoogd, niet bereiken. “Het huidige stelsel, met de mogelijkheid van jaarcontracten, biedt werkgevers ruim voldoende flexibiliteit. Dit blijkt ook uit de cijfers. Intrekken van het voorstel is dan ook de enige juiste keuze”, aldus Visser en Van der Wal.



De gezamenlijke bonden, waaronder de FvOv, waarvan de UNIENFTO deel uit maakt, hebben een brief gestuurd naar de Vaste Commissie Onderwijs Eerste Kamer, waarin ze nogmaals hun teleurstelling uiten over de plannen van de minister over het wetsvoorstel inzake de onderwijstijd. 

Voor de brief, LEES VERDER.........

De Stichting van het Onderwijs, waarvan de UNIENFTO ook deel uit maakt via de FvOv, heeft een brief geschreven aan de politieke partijen waarin ze de politieke partijen oproept om in hun verkiezingsprogramma's rekening te houden met het feit dat het van groot belang is om het onderwijs naar een hoger plan te tillen.

Voor deze brief, LEES VERDER.........

 

Bezuinigingen kinderopvang negatief voor arbeidsparticipatie

Op 4 juni jl. heeft minister Kamp een brief aan de Tweede Kamer geschreven. Uit onderzoek is gebleken dat alleen de arbeidsparticipatie van alleenstaande moeders iets is afgenomen en dat de effecten van de bezuinigingen op de kinderopvang beperkt zijn. Het aantal kinderen in de kinderopvang is in het eerste kwartaal van 2012 echter met 3% gedaald, terwijl er in 2011 nog sprake was van 3% groei. Ook het aantal gastouders is afgenomen.

De MHP is van mening dat SZW te kort door de bocht gaat met de interpretatie van het onderzoek. Dat de arbeidsparticipatie procentueel in geringe mate is afgenomen, zegt alleen iets over het aantal personen dat stopt met werken. Het zegt niets over ouders, die hebben besloten minder te gaan werken als gevolg van de bezuinigingen op de kinderopvang. De MHP ontvangt al langere tijd signalen vanuit de eigen achterban dat wel degelijk veel ouders besluiten minder te gaan werken als de kosten voor de kinderopvang (blijven) stijgen. Het feit dat het aantal kinderen in de kinderopvang in het eerste kwartaal van 2012 al met 3% is gedaald, lijkt dit te bevestigen. “De MHP waarschuwt al jaren dat door de bezuinigingen op de kinderopvang vooral de arbeidsparticipatie van middelbaar en hoger opgeleide werknemers zal afnemen, omdat zij via de inkomensafhankelijke eigen bijdragen relatief veel moeten betalen”, aldus MHP-beleidsmedewerker Hanneke de Geus. Met het oog op de verkiezingen doet de MHP nogmaals een oproep aan de politieke partijen om de bezuinigingen op de kinderopvang een halt toe te roepen en juist te investeren in kinderopvang.

 

MHP-calculators voor reiskosten en ontslagvergoedingen

De MHP heeft twee calculators ontwikkeld om de gevolgen van het Kunduzakkoord in beeld te brengen. De eerste calculator berekent de inkomensgevolgen van het afschaffen van de reiskostenvergoedingen voor het woon-werkverkeer èn van de wijzigingen in de bijtelling van de leaseauto. De tweede calculator rekent de gevolgen van het afschaffen van de ontslagvergoedingen uit.

Na de ANWB heeft ook de MHP een calculator voor het afschaffen van de fiscaal vrijgestelde kilometervergoeding gelanceerd. De calculator geeft inzicht in de effecten van het fiscaal belasten van de kilometervergoeding, van vaste vergoedingen voor woon-werkverkeer, van vergoedingen voor het openbaar vervoer en van de fiscale bijtelling voor de leaseauto, die niet voor privédoeleinden wordt gebruikt. De calculator geeft een goed inzicht in de directe inkomenseffecten, maar er kunnen daarnaast ook nog indirecte effecten optreden. Door de vele inkomensafhankelijke regelingen die we in Nederland hebben, zoals de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en de eigen bijdragen in de zorg, zullen veel mensen er nog verder op achteruit gaan, omdat het belastbaar inkomen hoger uitvalt.

De tweede calculator gaat in op de plannen van de Kunduzcoalitie met betrekking tot de ontslagvergoedingen. Vooral mensen met inkomens vanaf anderhalf maal modaal kunnen de grote inkomensachteruitgang zien, indien zij werkloos worden.

De calculators voor de reiskosten- en de ontslagvergoedingen zijn te downloaden op de website van de MHP, www.vakcentralemhp.nl.

 

MHP mist onderdelen in hoofdlijnennota pensioenen
   
De ‘Hoofdlijnennota’ van minister Kamp (SZW) over de nieuwe spelregels voor pensioenen betreft 2 nieuwe pensioencontractsvormen: nominale contracten en reële contracten. Er zitten kansen en aanknopingspunten in voor de verbetering van de houdbaarheid van het stelsel, vindt de MHP, maar tegelijkertijd zijn niet alle onderdelen ingevuld, die wel waren beoogd met het Pensioenakkoord van juni 2011.

Zo mist de MHP in de nota aandacht voor de overstap naar een nieuw contract (transitiefase). Het aanpassen van het pensioen aan de levensverwachting wordt zowel in het nominale contract, als in het reële contract alleen maar door de wetgever gefaciliteerd, maar niet verplicht gesteld. De juridische risico’s die gepaard gaan met het toekomstbestendig en generatiesolidair maken van ons pensioenstelsel door de aanspraken te koppelen aan de levensverwachting, schuift minister Kamp hiermee door naar de pensioenfondsen. Het is nog maar de vraag of pensioenfondsen bereid zijn dit aansprakelijkheidsrisico te lopen met alle gevolgen voor het stelsel van dien.

Positief is dat deelnemers voortaan vooraf beter op de hoogte moeten worden gebracht van de risico’s die pensioenfondsen lopen, en de effecten hiervan op hun aanspraken. Ook is de MHP blij met de aanpassingen die worden doorgevoerd om de financiële posities van pensioenfondsen minder bewegelijk te maken voor de financiële markten en daarmee weg te blijven van dagnoteringen.

 

 

UITNODIGING  - conferentie 20 juni 2012

Docenten, praktijkopleiders en kwalificatiedossiers

Op verzoek van de minister heeft de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) een voorstel uitgewerkt om de mbo kwalificatiestructuur transparanter, eenvoudiger en beter bruikbaar te maken. De minister is akkoord met de uitgangspunten van het voorstel en de kenniscentra zijn inmiddels gestart met herziening van de kwalificatiedossiers.

De nieuwe dossiers hebben een vast stramien met een basis-, profiel- en keuzedeel. Kennis en vaardigheden staan meer voorop en exameneisen worden opgenomen in de dossiers. Op 30 mei 2012 presenteren de kenniscentra de eerste voorstellen voor de herziene kwalificatiestructuur. Afgesproken is dat ieder kenniscentrum minimaal een derde van zijn dossiers tijdig gereed heeft zodat de scholen in studiejaar 2013-2014 aan pilots kunnen deelnemen.

Inspraak

Tot de afspraken met de minister behoort ook de wens dat degenen die het onderwijs moeten uitvoeren: docenten en praktijkopleiders, meer dan ooit moeten worden betrokken bij het oordeel over de uitvoerbaarheid van de nieuwe dossiers. In september/oktober 2012 krijgen de deskundigen de mogelijkheid om over de uitvoerbaarheid van de dossiers te oordelen.

SBB organiseert op 20 juni 2012 een informatiebijeenkomst voor docenten en praktijkopleiders over de ontwikkelingen rond de nieuwe kwalificatiestructuur. In een ochtend of middag wordt u geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Ook wordt inzicht gegeven in de rol en functie van de deskundigenpanels. We nodigen u van harte uit hieraan deel te nemen.

Aanmelding

Als vertegenwoordiger van een van de betrokken partijen kunt u gebruik maken van deze uitnodiging. Aanmelden is mogelijk door via 

http://herontwerpmbo.apmi.nl/docenten_praktijkopleiders_en_kwalificatiedossiers.html

Op deze besloten website vindt u ook meer informatie over het programma, de tijd en locatie. U kunt zich tot uiterlijk 1 week voor de conferentie aanmelden.

U bent van harte welkom, de kennis en expertise van uw partij is van groot belang in dit traject.

Eerste MHP-berekeningen koopkrachteffecten Lenteakkoord

Op 16 mei jl. presenteerde de MHP de eerste doorrekening van het Lenteakkoord op de koopkracht van mensen. De maatregelen uit het Lenteakkoord om de overheidsbegroting onder de 3% te brengen, treffen volgens de MHP de werkende Nederlanders in ieder geval fors in de portemonnee. Voor gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden zijn de maatregelen nog niet concreet bekend, zodat de MHP de koopkrachteffecten voor die groepen nog niet goed in beeld kan brengen.

Gemiddeld gaan gezinnen die tussen de één en twee keer modaal verdienen, door de maatregelen er ongeveer 1200 euro per jaar op achteruit, wat neerkomt op een koopkrachtdaling van zo’n 3,5 tot 4%. Aangezien de inflatie, die momenteel ruim 2% bedraagt, beduidend boven de gemiddelde loonontwikkeling uitkomt, zal dat beeld hoogstwaarschijnlijk voor de meeste groepen nog verder verslechteren.

Voor werknemers zit de ergste pijn in het afschaffen van de kilometervergoeding voor het woon-werkverkeer, die alleen al gemiddeld tussen de 1,8 en 2,0% van de koopkracht opslokt voor werknemers, die twintig kilometer van hun werk wonen. Wie nog verder van het werk woont, wordt nog zwaarder getroffen door de belasting over de reiskostenvergoedingen.

Zowel minister De Jager van Financiën als premier Rutte heeft diezelfde dag gereageerd dat voor werkenden de koopkrachtachteruitgang niet meer gaat bedragen dan 2%. Premier Rutte ging zelfs nog verder en beschuldigde de MHP van ‘hysterie’ en ‘het maken van evidente fouten’. Concreet doelde hij erop dat de MHP de inflatie en de btw-verhoging bij elkaar had opgeteld. “Niet de MHP, maar de premier gaat hier de fout in”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket. De MHP is uitgegaan van het kale inflatiecijfer dat de Europese Commissie onlangs heeft gepresenteerd, dat wil zeggen zonder dat de btw-verhoging hierin is verwerkt.

Volgens de MHP-doorrekeningen hebben alleen al de volgende maatregelen samen een groter effect dan 2%:
- btw–verhoging: - 0,9%
- afschaffen fiscale kilometervergoeding: - 1,8%
- hogere zorgkosten: - 0,25% à - 0,5%
- geen correctie belastingschijven en heffingskortingen: - 0,4%

Dit zijn maatregelen die vrijwel elke werknemer uit de middengroepen raken. Daarnaast worden er nog tal van maatregelen genomen die bij specifieke huishoudens terechtkomen. Daarbij valt te denken aan de verhoging van de huren, de nullijn voor ambtenaren, het later laten ingaan van de AOW-leeftijd en de verlaging van ontslagvergoedingen. De berekeningen van de MHP houden ook nog geen rekening met andere effecten op de koopkracht, zoals de lonen en de inflatie. Aangezien de inflatie hoger is dan de loonstijging, zal het koopkrachtbeeld waarschijnlijk in 2013 nog verder verslechteren.

De MHP zal de definitieve koopkrachtberekeningen van het CPB met belangstelling afwachten en deze vervolgens naast onze eigen berekeningen leggen. Het is echt te hopen dat De Jager en Rutte gelijk krijgen, maar ik heb daar een hard hoofd in”, aldus Haket.

 

Ontslagrecht op de helling

Volgens de plannen van het Lenteakkoord wordt per 1 januari 2014 de preventieve ontslagtoets bij ontslag door UWV of de kantonrechter afgeschaft. Elke willekeurige werknemer kan vanaf dan ongeacht leeftijd, duur dienstverband of arbeidsmarktpositie worden ontslagen. In lijn met een D66-wetvoorstel van vorig jaar kan de werknemer na een interne hoorprocedure bij de werkgever worden ontslagen. Door het intrekken van het ontslagbesluit zoals het UWV dit toepast en wat ook door de kantonrechter wordt meegenomen, verdwijnen de huidige spelregels, die bepalen wie wel en niet mogen worden ontslagen.

Nu is het uitgangspunt nog een afspiegeling van de verschillende leeftijdscategorieën en moet er ook rekening worden gehouden met de lengte van het dienstverband. Bij reorganisaties moet nu de leeftijdsopbouw voor en na een ontslagronde gelijk blijven. Relatief moeten er evenveel werknemers in de leeftijdsgroepen 15-25, 25-35, 35-45, 45-55, en 50 jaar en ouder voor en na een reorganisatie bij een bedrijf werken. Als deze toets vervalt, kan de werkgever naar willekeur kiezen wie ontslagen wordt en bijvoorbeeld uit vermeende kostenoverwegingen iedereen van 45 jaar en ouder ontslaan. Vanaf 2014 wordt ook de hoogte van de ontslagvergoeding gemaximeerd tot een kwart maandsalaris per gewerkt dienstjaar met een maximum van een half jaarsalaris. Deze ontslagvergoeding mag niet langer worden gebruikt om de voor midden en hogere inkomens vaak aanzienlijke inkomensterugval te verzachten, maar moet worden besteed aan werk-naar-werk trajecten.

"De coalitie van de vijf partijen haalt de fundamenten van het ontslagrecht onderuit. Geen toets meer vooraf of ontslag van werknemers gerechtvaardigd is en een forse beperking van de financiële drempels voor werkgevers. Daarmee worden werknemers met een vast contract straks ook verwezen naar de flexibele schil van arbeidsorganisaties", aldus de reactie van MHP-duovoorzitter Bob van de Wal.

De enige weg, waarlangs de werknemer volgens de plannen zijn of haar gelijk kan halen, is achteraf bij de kantonrechter. Die kan dan alleen de werkgever nog verplichten het dienstverband te herstellen, en dat terwijl op dat moment de arbeidsrelatie al is verstoord.

De schadeloosstelling via de kantonrechter, in de vorm van een ontslagvergoeding, is dan niet meer mogelijk. De ontslagvergoeding zal nog maar een kwart maandsalaris per dienstjaar bedragen met een maximum van in totaal een half jaarsalaris. Dit betekent dat de ontslagvergoeding in de toekomst wordt beperkt tot ongeveer een kwart van de huidige vergoeding volgens de kantonrechtersformule. Deze resterende ontslagvergoeding mag vervolgens alleen nog worden aangewend voor 'werk-naar-werk' en scholing. Werknemers kunnen deze dus niet meer gebruiken als een inkomensaanvulling op de werkloosheidsuitkering. Dit zal vooral gevolgen hebben voor mensen met een inkomen van meer dan anderhalf modaal. Zij vallen met een WW-uitkering veel verder terug dan 70% van het laatstverdiende loon, omdat de WW-uitkering gemaximeerd is. Een werknemer met bijvoorbeeld tweemaal een modaal inkomen, die geen baan kan vinden, valt dan terug naar 50% van het oorspronkelijke inkomen en na de WW-periode zelfs naar 20%. Bovendien zullen veel werkgevers geneigd zijn deze nieuwe formule voor de ontslagvergoeding als norm te gaan hanteren bij het afsluiten van sociale plannen.

Verder zullen werkgevers voortaan het eerste half jaar van de WW-uitkering zelf moeten betalen. Nu wordt dat nog betaald door de sector, waarin de werkgever zit.

Volgens de MHP worden werknemers door de nieuwe plannen min of meer vogelvrij verklaard. Door het makkelijker kunnen ontslaan van werknemers, wordt hun rechtsbescherming aanzienlijk beperkt. Werknemers zullen in een kwetsbare positie terecht kunnen komen. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan werknemers, die:

  • te maken krijgen met een langdurige ziekte (een half jaar WW doorbetalen is voor de werkgever veel goedkoper dan twee jaar loondoorbetalingsplicht bij ziekte);
  • als lid van de ondernemingsraad een kritische houding hebben tegenover de werkgever;
  • vrouwen die vanwege zwangerschaps- en bevallingsverlof langere tijd afwezig zijn;
  • werknemers die vanwege privéomstandigheden (denk aan mantelzorg, echtscheiding) een langere periode wat moeilijker in hun vel zitten, en
  • werknemers die een verzoek indienen om in deeltijd te gaan werken.

De MHP vreest bovendien dat werknemers straks nog moeilijker aan een hypotheek kunnen komen. Nu al zijn banken zeer terughoudend met het verstrekken van een hypotheek als er sprake is van een tijdelijk contract. Als mensen straks makkelijker kunnen worden ontslagen, zullen ook werknemers met een vast contract moeilijker een hypotheek kunnen krijgen.

"Natuurlijk is het niet zo dat elke werkgever zomaar te pas en te onpas werknemers gaat ontslaan. Maar we kennen genoeg werkgevers die werknemers alleen als kostenpost beschouwen, en daar kan het schrappen van de preventieve toets door het UWV grote gevolgen hebben. Het afschaffen van de ontslagvergoeding als schadeloosstelling zal grote financiële gevolgen hebben voor mensen met een inkomen boven anderhalf modaal, die nauwelijks kans hebben op een baan. Ik denk daarbij in het bijzonder aan oudere werknemers", aldus Van der Wal.

 

Ook de UNIENFTO vindt het een onzalig voorstel!

D66 bepleit langer werken

D66-Tweede Kamerlid Wouter Koolmees heeft een voorstel gelanceerd om mensen meer te laten werken. Volgens hem wordt in Nederland, in vergelijking met andere landen, het minste aantal uren gewerkt. Als oorzaak ziet hij de verplichte verlofdagen, de VUT en de tot norm verheven 36-urige werkweek. Koolmees bepleit een ‘Akkoord voor werk en welvaart’, waarin Tweede Pinksterdag wordt afgeschaft, de 40-urige werkweek de norm wordt, deeltijders gestimuleerd worden om meer te gaan werken en het fiscaal aantrekkelijker wordt gemaakt langer door te werken.

Volgens de MHP gaat Koolmees er gemakshalve aan voorbij dat Nederland één van de meest productieve landen is. De arbeidsproductiviteit per gewerkt uur ligt hoog. Ook de arbeidsdeelname behoort tot één van de hoogste in vergelijking met het buitenland. En dit is waarschijnlijk mede te danken aan de vele deeltijders, die Nederland kent. Naarmate men meer uren werkt, kan de economische ‘wet van de afnemende meeropbrengsten’ gaan gelden. Bovendien toont onderzoek aan dat veel deeltijders zouden afhaken als ze meer zouden moeten gaan werken.

Maar volgens economisch MHP-beleidsmedewerker Joost Lubbers is het vooral onbegrijpelijk dat deze voorstellen nu worden gedaan. “De belangrijkste oorzaak van de economische recessie is het achterblijven van de consumentenbestedingen. Dan ga je niet mensen langer laten werken. Volgens D66 leiden de plannen tot een betere koopkracht, maar er zullen veel meer mensen werkloos raken en hun koopkracht maakt een enorme val. Zeker als het D66-plan om de ontslagvergoedingen als inkomensaanvulling af te schaffen, doorgaat.

 

Ambassadeurs voor het lerarenregister gezocht!

Ben je geïnteresseerd in het lerarenregister, sta je ingeschreven in registerleraar.nl en wil je ambassadeur worden namens je eigen onderwijsvakorganisatie die is aangesloten bij de FvOv (UNIENFTO)? In het begin van schooljaar 2012-2013 gaat de Onderwijscoöperatie 100 á 150 leraren trainen zodat zij het verhaal over registerleraar.nl op scholen kunnen vertellen.

Hiervoor wordt een toolkit gemaakt waarmee zij, we noemen ze ambassadeurs, op pad kunnen. Om te zorgen dat deze toolkit zoveel mogelijk aan de wensen van de leraar voldoet, wordt deze samen met zo’n 15 leraren ontwikkeld. Deze toolkit zal de basis zijn voor de training van de ambassadeurs op zaterdag 6 oktober, de Dag van de Leraar, in Amsterdam.

Daarna kunnen de ambassadeurs op pad!

Meld je nu aan vóór 1 juli 2012!

info@fvov.nl

Onder vermelding van:

je naam-adres-postcode-woonplaats

ik ben lid van de vereniging …….

ik ben werkzaam (voor minimaal 0.2 fte) aan: school-schooltype-BRINnummer-postbusadres-postcode-plaats

Je inzet als ambassadeur wordt vergoed middels de GOVAK-regeling met 22,5 uren op jaarbasis.

Leraren zelf verantwoordelijk voor beroepskwaliteit

Bestuursakkoord Onderwijscoöperatie getekend

Utrecht,  1 mei 2012 – De Onderwijscoöperatie tekende samen met staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW) het bestuursakkoord. De Onderwijscoöperatie is opgericht met als doel om de positie van onderwijsgevenden te versterken en de verdere ontwikkeling van de beroepskwaliteit van leraren te stimuleren en te ondersteunen. Leidend hierbij zijn de bekwaamheid van de leraar, de professionele ruimte van de leraar en het imago van het beroep.

Het motto van de Onderwijscoöperatie is: van, voor en door de leraar. Samen met leraren wordt vastgesteld wat nodig is voor de ontwikkeling van een professionele beroepsgroep die zelf verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van hun beroep.

De Minister en de Staatssecretaris van OCW beschouwen de Onderwijscoöperatie als hun overlegpartnervoor onderwerpen die de beroepskwaliteit van de leraren betreffen. Dit laat onverlet dat ook met andere organisaties de dialoog over professionele aangelegenheden aan de orde kan worden gesteld.

De eerste resultaten van deze coöperatieve werkwijze zijn al zichtbaar. Sinds februari kunnen leraren hun bekwaamheidsontwikkeling vastleggen en delen op www.registerleraar.nl. Ook worden de bekwaamheidseisen in discussie met leraren herijkt. Dit proces bevindt zich momenteel in de laatste besluitvormende fase.

Staatssecretaris Zijlstra: ‘Ik roep schoolleiders en directeuren op om hier serieus werk van te maken en een uitdagende werkomgeving te bieden, waarin kwaliteit wordt herkend en beloond en waar leraren worden aangemoedigd zich te ontwikkelen. Docenten moeten de ruimte krijgen om zich verder te ontwikkelen, bij hun collega’s kijken hoe die het doen, maar ook zelf hun klasdeur wagenwijd open zetten voor collega’s die van hén willen leren.’

Joost Kentson, bestuursvoorzitter van de Onderwijscoöperatie: ‘Het motto ’van, voor en door de leraar’ krijgt met dit akkoord echte betekenis. De beroepsgroep zelf neemt én krijgt hiermee verantwoordelijkheid in de uitoefening van haar vak, waarover op een professionele manier verantwoording wordt afgelegd. Een mooie stap voorwaarts in de verbetering van de status en het imago van de leraar’.

Klik HIER........ om de aanbiedingsbrief van de staatssecretaris van Onderwijs te lezen inzake dit bestuursakkoord

 

Geen bezuinigingen op passend onderwijs

 

De bezuinigingen op passend onderwijs zijn van de baan. Gisteren hebben VVD, CDA, D66, GroenLinks en Christen Unie een akkoord gesloten om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Onderdeel van dit akkoord is het ongedaan maken van de bezuiniging op passend onderwijs. Dat betekent dat de stelselherziening niet gepaard gaat met de geplande bezuiniging van 100 miljoen in 2013, 200 miljoen in 2014 en 300 miljoen vanaf 2015. 

De schoolbesturen in het speciaal onderwijs en de Regionale Expertise Centra (REC) worden op korte termijn geïnformeerd over de gevolgen van dit besluit.

 

Stelselherziening
Het wetsvoorstel passend onderwijs waarin de stelselherziening wordt geregeld, ligt op dit moment voor in de Eerste Kamer. 

 

Link naar het akkoord:

 

http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/04/26/stabiliteitsprogramma.html

 

Flexibiliteit en Zekerheid 


Op 25 april jl. heeft er een zogenaamd Rondetafelgesprek over flexibiliteit en zekerheid plaatsgevonden tussen belanghebbende partijen en de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer. Vanuit de vakbeweging is ervoor gepleit dat werknemers na één jaar bij dezelfde werkgever te hebben gewerkt, eigenlijk een vast contract zouden moeten krijgen. Hoewel in algemene zin de werkloosheid in Nederland in Europese context relatief laag is, loopt deze op en zal deze volgens de ramingen de komende jaren nog verder toenemen. Daarmee stijgt ook de onzekerheid voor mensen die wel een vaste baan hebben. Meer dan 80% van de ontslagaanvragen wordt immers gehonoreerd. Het evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt raakt steeds meer zoek. Ouderen hebben relatief vaker een vast contract, maar dit biedt steeds minder bescherming tegen ontslag. Als zij werkloos raken, komen ze vaak niet meer aan het werk of enkel op basis van een tijdelijk contract. Jongeren komen veelal alleen aan het werk via een ‘flexcontract’ (tijdelijke contracten, payroll constructies en uitzendbanen) met weinig perspectief, waardoor ze bijvoorbeeld ook moeilijk aan een hypotheek kunnen komen. In de afgelopen twintig jaar zijn arbeidsrelaties ontstaan, die onvoldoende omvang en werkzekerheid bieden voor een zelfstandig bestaan. Ontwikkelingen als uitbesteding en onderaanneming, marktwerking en maatregelen in de sociale zekerheid hebben dit versterkt.

De MHP vindt het van cruciaal belang dat er weer een moraal van ‘gewoon goed werk’ op de arbeidsmarkt gaat heersen en dat arbeidsrelaties voldoen aan minimale eisen van werk- en inkomenszekerheid. Dit vergt een toekomstgericht systeem, dat de mogelijkheid biedt voor werknemers om diverse malen in hun loopbaan van baan te veranderen. Het hele systeem van arbeidsrecht, sociale zekerheid, scholing en arbeidsmarktbeleid moet voorts zodanig zijn ingericht dat het van-werk-naar-werk mobiliteit van werknemers faciliteert en ondersteunt en tegelijkertijd een inkomensbescherming biedt aan mensen als zij al dan niet tijdelijk, geen baan kunnen vinden. Daarbij zullen periodes van meer en minder werk en af en toe geen werk, elkaar onvermijdelijk afwisselen. Ook zullen herhaaldelijk periodes van om-, her- en bijscholing nodig zijn en kunnen ook overgangen van werknemersstatus naar de status van zelfstandige en vice versa voorkomen. Bescherming van de werknemer tegen willekeur en onredelijk en ongerechtvaardigd ontslag blijft één van de essentiële bouwstenen van het systeem, evenals een robuuste WW, die helpt periodes van werkloosheid te overbruggen. “De MHP vindt al langer dat de flexibilisering is doorgeschoten en zal de komende tijd nader met de achterban in discussie gaan over de wijze waarop een toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid kan worden vormgegeven, los van allerlei politieke bezuinigingen die momenteel op ons afkomen”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket.

 

Afschaffing kilometervergoeding

Uit een enquête van RTL Nederland blijkt dat slechts één op de vijf werkgevers bereid is de werknemers tegemoet te komen als compensatie voor de afschaffing van de fiscaal vrijgestelde reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer. Er zijn zelfs werkgevers die vinden dat werknemers dan maar helemaal geen reiskostenvergoedingen meer moeten ontvangen.

In het RTL-journaal noemde MHP-bestuurder Eddy Haket de uitkomsten van de enquête schokkend. “Niet alleen blijkt dat veel werkgevers de lasten op de werknemers willen afschuiven, maar sommigen willen er ook nog een slaatje uit slaan”, aldus Haket.

Als de werkgever wel € 0,19 blijft vergoeden, moet hierover loonbelasting worden betaald. De werknemer houdt hier dan € 0,09 of € 0,11 netto aan over. Dit is afhankelijk van het belastingtarief, waaronder de werknemer valt. Volgens berekeningen van de MHP gaat een gemiddelde werknemer er dan € 550,00 per jaar op achteruit.

De coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie wil bovendien de vergoeding voor zakelijke kilometers onder de zogenaamde ‘werkkostenregeling’ brengen. Gevolg is dat een werkgever met veel werknemers, die werkzaamheden vooral buitenshuis moeten verrichten, minder dan nu fiscaal vriendelijk mag vergoeden. Werkgevers met werknemers die bijvoorbeeld alleen op kantoor zitten, kunnen daarentegen veel meer vergoeden voor zakelijke kilometers. “Hiermee verlaten we het hele principe van vergoedingen van de werkelijke kosten. Het verbaast mij overigens dat alleen de vakbeweging hiertegen bezwaren heeft, maar dat we de werkgevers en de ANWB hierover nauwelijks horen”, aldus Haket.

 

MHP: Gelegenheidscoalitie tast fundament arbeidsmarkt aan 

"De Kunduzcoalitie haalt fundamentele zekerheden en rechten bij werknemers weg, zonder enig maatschappelijk draagvlak. Daarmee schuift deze gelegenheidscoalitie de overlegeconomie terzijde. Bovendien schroomt deze coalitie niet om de rekening van de crisis, zij het anders ingevuld dan het Catshuisberaad, wederom neer te leggen bij de mensen en worden winstgevende ondernemingen zonder enige discussie ontzien". Dit zeggen de MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal in hun eerste reactie op het bezuinigingspakket dat vanavond bekend is geworden.

sociaal fundament aangetast 

De MHP vindt het onverantwoord en ondoordacht om in deze tijd van economische crisis de WW te wijzigen en het ontslagrecht te verslechteren. "Op een namiddag wordt daarmee in één keer een forse streep gezet door het fundament van verworven zekerheden van werknemers", aldus Van der Wal.

lastenverzwaringen eenzijdig

Volgens de MHP wordt de rekening weer eenzijdig neergelegd bij de mensen:

  • de BTW wordt verhoogd;
  • de accijnzen gaan omhoog;
  • de fiscale kilometervergoeding wordt afgeschaft;
  • er komt een nullijn voor ambtenaren;
  • de inkomstenbelasting gaat omhoog;
  • hogere kosten voor de zorg;
  • extra verhoging van de huren en beperking hypotheekrenteaftrek

"Dit zijn allemaal lastenverzwaringen die de portemonnee van gewone mensen treffen. Door de verdere stapeling van lasten komen steeds meer mensen uit de middengroepen in de problemen en wordt hen elk perspectief ontnomen. Winstgevende bedrijven worden zonder veel discussie ontzien. Daarmee worden de lastenverzwaringen weer eenzijdig ingevuld", aldus Visser.

afspraken pensioenakkoord doorkruist

De MHP constateert dat deze gelegenheidscoalitie het pensioenakkoord niet steunt, nu de AOW-leeftijd sneller wordt verhoogd. "De MHP zal zich beraden wat dit nu betekent voor de afspraken uit het pensioenakkoord", aldus Visser en Van der Wal.

onverstandig pakket

"Het is niet zuiver dat deze coalitie met een krappe meerderheid op een achternamiddag fundamentele keuzes voor de arbeidsmarkt maakt, met grote gevolgen voor werknemers. Samen met de doorkruising van het pensioenakkoord wordt daarmee de overlegeconomie terzijde geschoven. Tijdelijke maatregelen liggen eerder voor de hand om de overheidsfinanciën meer op orde te krijgen. Hiervoor heeft de MHP samen met de FNV vorige week nog voorstellen gedaan. Fundamentele keuzes vergen meer zorgvuldigheid en draagvlak. Zeker nu er nieuwe verkiezingen in aantocht zijn, zou enige terughoudendheid op dit terrein deze gelegenheidscoalitie hebben gesierd”, aldus Visser en Van der Wal.

pensioen niet afgetopt

Wel is de MHP positief over het terugdraaien van de verhoging van de griffierechten, het niet doorgaan van de huishoudinkomenstoets en het afzien van de aftopping van pensioenen. 

 

CAO VO blijft voorlopig van kracht na 1 augustus 2012
 
De VO-raad en de vakbonden AOb, Abvakabo, CNV Onderwijs en FvOv (waaronder de UNIENFTO valt) zijn nog volop met elkaar in overleg over een nieuwe CAO VO.

De afgelopen periode hebben partijen vooral gesproken over de mogelijke invoering van een persoonlijk budget (PB). De individuele keuzevrijheid en het recht van de werknemer op inzet van het PB staan daarbij centraal. Partijen zijn het erover eens dat invoering van een PB veelomvattend en ingewikkeld is en dat invoering op 1 augustus 2012 niet realistisch is. Bovendien willen de sociale partners hun achterbannen in verschillende soorten van bijeenkomsten raadplegen en informeren op basis van volledige informatie over een nieuw systeem met een PB.

Over de loonontwikkelingen heerst op dit moment onduidelijkheid. De werkgevers hebben nog niet inhoudelijk gereageerd op de looneis van de vakbonden en gezien de politieke ontwikkelingen is onbekend of de overheid blijft vasthouden aan de nullijn voor overheidspersoneel.

Werkgevers en vakbonden hebben daarom afgesproken dat de huidige CAO VO 2011-2012 ook na 1 augustus 2012 van kracht blijft tot het moment waarop partijen een nieuw akkoord hebben gesloten.

Jilles Veenstra en Sandra Roelofsen, cao-onderhandelaars FvOv

 

Catshuis-pakket legt bom onder pensioenen en nivelleert

"Ook het tweede bezuinigingspakket van 14 miljard euro, zou voor 80% weer neergelegd zijn bij de gewone mensen. Net als bij de 18 miljard uit het regeerakkoord, blijkt hoe eenzijdig het kabinet de rekening van de crisis neerlegt bij huishoudens. Bovendien plaatst het kabinet een bom onder het moeizaam tot stand gekomen pensioenakkoord en was het van plan maatregelen te nemen, waardoor nivellering in dit land nog jaren voelbaar is", aldus MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal.

Eenzijdig

Volgens een eerste doorrekening van de MHP zou van de 14 miljard bezuinigingen ruim 11 miljard terecht zijn gekomen bij huishoudens. Ondernemers zouden maar iets meer dan 1 miljard hebben bijgedragen. Samen met de bezuinigingen uit het regeerakkoord, zou dat betekenen dat van de 32 miljard, 26 miljard uit de portemonnee van de mensen zou zijn gekomen. De MHP plaatst ook grote vraagtekens bij de doorrekening van het CPB. Want alleen al de BTW-maatregel en de verlaging van de fiscale kilometervergoeding betekenen voor een gemiddeld werknemersgezin al een koopkrachtachteruitgang van meer dan 2,5%. Daar komen dan nog andere bezuinigingen bovenop, zoals ten aanzien van de zorg en de lonen

"Dit kabinet legt een fractie van de rekening weliswaar bij werkgevers neer, maar zorgt er voor dat ze dat weer terugverdienen via een verlaging van de loonkosten. Dit lijkt wel erg veel op voorstellen die we eerder informeel van VNO-NCW en MKB-Nederland onder ogen hebben gekregen", aldus Visser en Van der Wal.

Bom onder pensioenakkoord

Het kabinet heeft direct een bom onder het pensioenakkoord gelegd. De AOW-leeftijd gaat eerder naar 66 jaar, de opbouw van pensioenen worden afgetopt en er wordt bezuinigd op het vitaliteitspakket, dat juist bedoeld was om oudere werknemers te ondersteunen om langer te kunnen doorwerken.

"Deze mix aan maatregelen doen de vraag bij ons opkomen of dit kabinet eigenlijk wel bereid is serieus werk te maken om oudere werknemers te helpen en of het kabinet wel waarde hecht aan het Nederlands pensioenstelsel. De aftopping van de pensioenopbouw staat haaks op deze gedachte", aldus de MHP-duovoorzitters.

Structurele nivellering

Volgens de MHP zullen de nivellerende maatregelen uit het pakket nog decennia doorwerken. Naast de aftopping van pensioenen, zijn ook de invoering van het sociaal leenstelsel voor studenten en de verlaging van de fiscale kilometervergoeding hier goede voorbeelden van. Het sociaal leenstelsel zorgt er voor dat toekomstige middengroepen met een extra studieschuld van bijna 10.000 euro worden opgezadeld. De kilometervergoeding, die vooral voelbaar zal zijn onder werknemers uit de middengroepen, betekent dat werknemers eerst ruim 500 euro moeten betalen, voordat ze geld kunnen gaan verdienen.

"We hadden van een centrum-rechts kabinet niet verwacht dat het na het regeerakkoord, wederom met nivellerende maatregelen zou komen, die structureel doorwerken. Vooral de aftopping van pensioenen is ons een doorn in het oog. Dit legt ook een claim op de toekomstige belastinginkomsten", aldus Visser en Van der Wal.

Nieuwe kansen op evenwichtige bezuinigingen

"Het is zorgelijk dat er onnodig veel tijd verloren is gegaan nu het Catshuisberaad definitief mislukt is. Maar het biedt ook nieuwe kansen op evenwichtige en duurzame bezuinigingen. We hebben samen met de FNV bij minister Kamp van SZW een uitgewerkte verklaring met bezuinigingen gedeponeerd voor zowel de korte als de lange termijn. Daarom zien wij nieuwe kansen in nieuwe tijden om het maatschappelijk draagvlak nu te gaan verbreden voor een duurzame crisisaanpak", aldus de duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal van de MHP.

 

Dekkingsgraad ABP 1ste kwartaal slechts met 1% omhoog

ABP heeft in het 1ste kwartaal van 2012 een goed beleggingsresultaat behaald. Het vermogen nam met € 15 miljard toe. Helaas heeft dat niet geleid tot een evenredige stijging van de dekkingsgraad. Dat komt vooral door de lage rente op de kapitaalmarkt. Deze lage rente maakt dat de waardering van onze verplichtingen (het totaal van alle pensioenen die ABP nu en in de toekomst moet uitkeren) sterk is gestegen. De dekkingsgraad nam daardoor slechts met 1%-punt toe ten opzichte van het vorige kwartaal: van 94 naar 95. Voorzitter Henk Brouwer: 'Een verdere verbetering van de dekkingsgraad in 2012 is nodig om de eventuele verlaging van de pensioenen met 0,5% in april 2013 te voorkomen.'

Voor meer informatie, lees verder.........

 

De voorstellen zijn onvoldoende doordacht terwijl ze tegelijkertijd tot wezenlijke veranderingen in het ho-bestel leiden met belangrijke gevolgen voor studenten en hogescholen. Daarom verzoeken de gezamenlijke organisaties de Tweede Kamer te bevorderen dat er eerst een omvattende analyse van behoeften en belemmeringen van bestaande regelgeving komt. Dit moet de basis zijn voor alternatieven die belemmeringen wegnemen met het oog op de totstandkoming van een flexibel en toegankelijk hoger onderwijs!

 

Lees verder............

 

Lerarenbeurs voor scholing: aanvraagronde komende schooljaar is gestart!

Bent u bevoegd leraar in het primair, voortgezet of (voortgezet) speciaal onderwijs, of in het middelbaar of hoger beroepsonderwijs? Dan kunt u een ‘Lerarenbeurs voor scholing’ aanvragen als u uw professionele niveau wilt verhogen, uw vakkennis wilt verdiepen of u wilt specialiseren.

De nieuwe aanvraagronde voor studiejaar 2012-2013 is van 2 april 2012 tot en met 1 juni 2012.

Meer informatie ? Bij de IB-groep: www.ib-groep.nl.

 

Aanvragen

De nieuwe aanvraagronde voor studiejaar 2012-2013 is van 2 april 2012 tot en met 1 juni 2012.

Hebt u in het studiejaar 2010-2011 of 2011-2012 een subsidie gehonoreerd gekregen voor een meerjarige bachelor- of masteropleiding en is uw maximale subsidieduur nog niet verstreken? Dan wordt uw subsidie voor het studiejaar 2012-2013 automatisch verlengd.

Wijzigingen regeling

De Regeling Lerarenbeurs voor scholing is op een aantal onderdelen gewijzigd. Deze wijzigingen treden in werking met ingang van de komende aanvraagtermijn (voor het studiejaar 2012-2013). Het betreft de volgende wijzigingen:  

  • de Lerarenbeurs wordt niet meer ingezet voor korte opleidingen, maar is alleen nog bestemd voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding. Korte opleidingen (< 1 jaar) kunnen gefinancierd worden uit het reguliere nascholingsbudget (lumpsum) en met de extra middelen voor professionalisering van leraren die vanaf 2012 voor onderwijsinstellingen beschikbaar komen; 
  • voor leraren werkzaam in het (voortgezet) speciaal onderwijs die met ontslag bedreigd worden als gevolg van de bezuinigingen op Passend Onderwijs vervalt de voorwaarde om één jaar na het afronden van de opleiding nog in dienst te zijn bij een door het ministerie van OCW of ELI bekostigde instelling; 
  • de Lerarenbeurs wordt toegankelijk voor leraren met een flexibel contract. Leraren die werkzaam zijn bij één of meerdere onderwijsinstellingen via een dienstverband met een niet-onderwijswerkgever, kunnen nu ook gebruik maken van de Lerarenbeurs. Het betreft bijvoorbeeld tijdelijke krachten die in dienst zijn van een uitzendbureau of krachten die via een payrollconstructie worden ingezet of leraren die in dienst zijn van een invalpool die – in de vorm van een stichting – door meerdere scholen beheerd wordt. Leraren met een flexibel contract kunnen alleen een vergoeding voor studiekosten aanvragen, een vergoeding voor studieverlof is niet mogelijk;
  • de Lerarenbeurs wordt opengesteld voor bevoegde leraren in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Uitbetaling van de subsidie kan uitsluitend op een Nederlands rekeningnummer;
  • bachelor- en masteropleidingen binnen de EU worden toegankelijk met de Lerarenbeurs. De opleiding dient wel van een gelijkwaardig niveau en eenzelfde kwaliteit te zijn als in Nederland.

Voorrang voor leraren in het (voortgezet) speciaal onderwijs

Alleen voor de aanvraagtermijn in 2012 geldt dat van de beschikbare 40 miljoen euro (subsidieplafond) 16 miljoen bij voorrang bestemd is voor leraren in het (voortgezet) speciaal onderwijs die met ontslag bedreigd worden als gevolg van de bezuinigingen op Passend Onderwijs. Het verlenen van voorrang voor deze specifieke doelgroep is overeengekomen in het Convenant mobiliteit Passend Onderwijs tussen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de PO-Raad, VO-raad, AOC Raad, CNV Onderwijs, AVS en CMHF.

De werkgever dient bij de aanvraag van een Lerarenbeurs een verklaring af te geven waaruit blijkt dat de leraar als gevolg van de bezuinigingen op passend onderwijs met ontslag wordt bedreigd.

Vergoeding voor leraren

De lerarenbeurs vergoedt (deels) de kosten voor:

  • collegegeld;
  • studiemiddelen en reiskosten. 

Vergoeding voor werkgevers

Uw werkgever kan een vergoeding krijgen om uw vervanging tijdens studieverlof te bekostigen.

Opleidingen

U kunt een Lerarenbeurs aanvragen voor een bachelor- of masteropleiding (inclusief premaster of schakeltraject). U kunt als leraar éénmaal in uw onderwijsloopbaan gebruik maken van de Lerarenbeurs voor scholing voor het volgen van één opleiding.

Let op!Lerarenbeurs voor korte opleidingen niet meer mogelijk vanaf het studiejaar 2012-2013.

De regeling

De afdeling Lerarenbeurs van DUO voert de regeling uit voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Lerarenbeurs is een subsidie met een zogenaamd subsidieplafond. Een subsidieplafond betekent dat een bepaald bedrag per aanvraagperiode beschikbaar is om aanvragen te honoreren. Beurzen worden toegekend per onderwijssector en op volgorde van binnenkomst.

 

Minister spreekt zichzelf tegen over vakantiedagen voortgezet onderwijs

Minister van Bijsterveldt is in haar antwoord aan de Eerste Kamer onduidelijk over haar rol in de discussie over vakantiedagen voor docenten en roostervrije dagen voor leerlingen. Dat constateren de gezamenlijke onderwijsbonden in een brief aan de senaat.

De Eerste Kamer heeft een tweede ronde ingelast in de behandeling van de wet onderwijstijd, waarin de 1.000 uur les voor leerlingen wordt opgerekt naar 1.040 uur en de vakanties van docenten worden ingeperkt. Die stap volgt na het, blijkbaar onbevredigende, antwoord van de minister op de eerdere schriftelijke vragenronde. De onderwijsbonden AOb, Abvakabo, CNV Onderwijs en FvOv zien dat de minister zichzelf tegenspreekt, schrijven zij in een brief aan de senatoren. Eerst zegt zij dat zij niet aan de cao-afspraken komt, vervolgens schrijft ze dat op negen roostervrije dagen van leerlingen ‘de school niet gesloten mag zijn.’ Verderop zegt ze dat van de twaalf roostervrije dagen er maar drie voor de leraren vrij mogen zijn. De bonden vragen de Eerste Kamerleden om de minister aan te spreken op deze tegenstrijdigheden.

Klik HIER voor de brief van de gezamenlijke bonden aan de Eerste Kamer!

 

 

ABP-premie omhoog vanaf april
 
Vanaf deze maand gaat de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen met 2,2 procentpunt omhoog. Voor de werknemer betekent dit dat er 0,66 procentpunt meer premie wordt ingehouden (over het inkomen minus de franchise). Het nettosalaris valt hierdoor iets lager uit. De premieverhoging is een gevolg van het verhogen van de herstelopslag op de premie. Het bestuur van ABP moest hiertoe besluiten omdat de dekkingsgraad van het fonds eind 2011 met 94% (net) niet hoog genoeg was om eind 2013, als het herstelplan afloopt, de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3% te kunnen halen. Over heel 2012 en 2013 gerekend bedraagt de extra herstelopslag 2 procentpunt. Maar omdat de herstelopslag pas vanaf april kan worden aangepast, moet deze omhoog van 1 naar 3,2%.

 

Aantal mbo-opleidingen afgeslankt

Er komt op landelijk niveau sturing op het aanbod van mbo-opleidingen: kleine specialistische opleidingen worden beschermd en het aanbod van populaire opleidingen waar weinig werk in is, wordt beperkt via een licentiesysteem. Het kabinet neemt deze en andere maatregelen om een arbeidsmarktrelevant, doelmatig en toegankelijk aanbod van mbo-opleidingen te versterken. Dit heeft minister Van Bijsterveldt de Tweede Kamer vandaag in een brief gemeld.

Slim sturen

Van Bijsterveldt: ‘Overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven gaan samen slim en stevig sturen in het opleidingsaanbod van mbo’s. Zo zorgen we dat ook in de toekomst afgestudeerde vakmensen ook werkelijk aan de slag kunnen én dat ons bedrijfsleven zoveel als mogelijk kan rekenen op de beschikbaarheid van voldoende en goed opgeleide arbeidskrachten. Door concentratie en intensivering van opleidingen kunnen we de kwaliteit van opleidingen op peil houden en zelfs verbeteren, ook als leerlingenaantallen door demografische ontwikkelingen teruglopen.’

Arbeidsmarktkansen opleidingen

Sinds 1996 mochten mbo-instellingen, binnen wettelijke kaders, zelf bepalen welke opleidingen zij aanbieden. De gedachten was dat mbo’s zelf de behoefte in hun eigen regio het beste kennen. Dit systeem blijkt in de praktijk voor- en nadelen te hebben. Op zich nam het aanbod van opleidingen en het aantal studenten de laatste jaren toe. Echter, momenteel stabiliseert het aantal studenten en in sommige regio’s neemt het zelfs af. Minder studenten per opleiding per instelling leidt tot minder financiële ruimte voor investeringen in de kwaliteit van de opleiding. Een ander nadeel is dat door concurrentie tussen mbo’s bepaalde populaire opleidingen met een beperkt arbeidsmarktperspectief te veel worden aangeboden, waardoor afgestudeerden maar moeizaam een baan vinden die bij hun studie aansluit.

Licentiesysteem

Daarom stelt het kabinet in de brief aan de Kamer aanvullende maatregelen voor. Deze maatregelen laten gezonde onderlinge concurrentie tussen onderwijsinstellingen in takt, maar gaan tegelijk ongezonde versnippering van het opleidingsaanbod tegen. Mbo’s gaan allereerst op regionaal niveau samen het gesprek aan over een optimaal opleidingsaanbod. Zij maken onderling afspraken over een doelmatig opleidingenaanbod in de regio. Daarbij kunnen zij opleidingen met elkaar uitwisselen, of concentreren als zij niet doelmatig zijn. Via een escalatiemodel en een licentiesysteem krijgt de overheid in ultimo grip op het opleidingsaanbod en kan ingrijpen als de instellingen er in hun regio niet uitkomen. Instellingen krijgen opleidingen alleen bekostigd na toestemming van de minister van OCW.

Databank

Om het beroepsonderwijs goed op de arbeidsmarkt aan te laten sluiten zijn betrouwbare feiten en cijfers over arbeidsmarktontwikkelingen en studiekeuze essentieel. Met goede betrouwbare feiten en cijfers kunnen jongeren die voor studiekeuze staan beter worden voorgelicht over de arbeidsmarktkansen van verschillende opleidingen. Regionaal kan het aanbod van opleidingen en de behoeften van het bedrijfsleven beter op elkaar worden afgestemd. De Dienst Uitvoering Onderwijs gaat een landelijke databank opzetten waarin alle beschikbare informatie wordt samengebracht en waar vervolgens onder meer scholen, branches en UVW uit kunnen putten.

Studiebijsluiter

Voor jongeren die een mbo-opleiding willen kiezen komt op basis van de gegevens in de databank een studiebijsluiter beschikbaar zodat zij beter het toekomstperspectief van een studie kunnen inschatten. Denk hierbij aan informatie over de latere kans op een baan, het niveau van de opleiding, hoe lang het zoeken naar een baan kan duren en het gemiddelde startsalaris.

Hulp van MBO ‘15

Van Bijsterveldt heeft vorig jaar een serie ambitieuze maatregelen aangekondigd die de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het mbo verder verbeteren. Deze voornemens zijn samengebracht in het actieplan Focus op Vakmanschap. De landelijke sturing op het aanbod van mbo-opleidingen is er daar een van. Om mbo-instellingen te helpen om deze maatregelen tijdig en goed in te vullen is het programma MBO ‘15 opgesteld. Het programmamanagement van MBO’15 ondersteunt individuele instellingen bijvoorbeeld bij het tot stand brengen van een geactualiseerde opleidingsportfolio die aansluit bij de regionale behoefte.

Herziening kwalificatiestructuur

Op de achtergrond van deze maatregelen speelt de herziening van de kwalificatiestructuur in het mbo een grote rol. Samen met het bedrijfsleven werkt de mbo-sector de komende jaren aan een volledig geactualiseerde en ingedikte limitatieve lijst van kwalificaties waar het mbo voor opleidt. Het beperken van het aantal kwalificaties draagt bij een doelmatige organisatie van het onderwijs dat goed aansluit bij de arbeidsmarkt.

 

Dinsdag 5 juni: vervolgacties Passend Onderwijs

De gezamenlijke onderwijsbonden roepen alle scholen op tot een landelijke actiedag op dinsdag 5 juni! De scholen wordt gevraagd om binnen hun gemeente samen te protesteren tegen de bezuinigingen op passend onderwijs die dit voorjaar in de Eerste Kamer worden besproken.

Scholen kunnen lokaal besluiten hoe zij de actiedag vorm geven. Dat kan kort of lang, met alleen personeel of samen met de ouders zijn. De onderwijsbonden sturen na de meivakantie een inspiratiebox met actiesuggesties. Het gaat niet om een staking, maar om acties die zichtbaar moeten maken dat in het hele onderwijs deze bezuinigingen worden afgewezen. De onderwijsbonden roepen al hun leden in basis-, speciaal-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs op om op een creatieve manier het protest vorm te geven.

De teleurstelling over het besluit van de Tweede Kamer met betrekking tot het Passend Onderwijs is groot’, aldus voorzitter Jilles Veenstra van de FvOv. ‘Met deze vervolgactie willen we de Eerste Kamer wijzen op de onuitvoerbaarheid van de plannen wanneer de noodzakelijke steun van het veld voor deze bezuiniging ontbreekt’.

Duidelijk is wel dat er wat barstjes in de coalitie zichtbaar zijn, maar niet duidelijk is of dit ook tot een breuk zal leiden. We hopen dan ook op een massale steun voor deze nieuwe acties zodat het geluid ook duidelijk doorklinkt in de Eerste Kamer!

 

Nieuwe zittingsperiode SER: wederom zetel MHP

Minister Kamp heeft op 16 maart jl. besloten de samenstelling van de Sociaal-Economische Raad (SER) de komende zittingsperiode niet te wijzigen. Dit betekent dat de MHP voor de periode 1 april 2012 tot 1 april 2014 wederom een zetel in de SER krijgt. De zetelverdeling voor de periode 2012-2014 blijft daarom als volgt.

Ondernemersgeleding

 

Vereniging VNO-NCW

zeven zetels

Koninklijke Vereniging MKB-Nederland

drie zetels

Land- en Tuinbouworganisatie Nederland

een zetel

Werknemersgeleding

 

Federatie Nederlandse Vakbeweging

acht zetels

Christelijk Nationaal Vakverbond

twee zetels

Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel

een zetel

In de nieuwe zittingsperiode zullen de MHP-duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal respectievelijk lid en plaatsvervangend lid blijven van de Raad. Naast de leden die door de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties worden benoemd, bestaat de Raad ook voor een derde deel uit onafhankelijke leden, die door de Kroon worden benoemd.

 

Verkiezingen voor Leraar van het Jaar

Kanjers van leraren gezocht

In het kader van de Dag van de Leraar wordt ook dit jaar weer de verkiezing Leraar van het Jaar georganiseerd. Met deze verkiezing wil organisator de Onderwijscoöperatie aandacht vragen voorhet vakmanschap van drie individuele leraren én voor de beroepsgroep als geheel. Welke bijzondere of inspirerende leraren verdienen dit jaar deze titel?

Tot en met vrijdag 13 april kan iedereen zijn of haar favoriete leraar aanmelden voor de verkiezing Leraar van het Jaar 2012 via www.deleraarvanhetjaar.nl. Naast leraren, schoolleiders, onderwijspersoneel en ondersteunend personeel kunnen natuurlijk ook leerlingen en ouders kandidaten aanmelden. Uit alle aanmeldingen kiest een deskundige jury een winnaar voor het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Deze drie winnaarszijn een jaar lang ambassadeur voor alle leraren in Nederland.

De winnaars van het afgelopen jaar maken veel mee. Martin Bootsma, winnaar in het basisonderwijs zegt:  ‘De titel ‘Leraar van het Jaar’ is een rode loper die voor je uit blijft rollen. De loper voert je langs mensen die graag naar je willen luisteren en vol passie met je willen praten over het mooiste vak dat er bestaat, namelijk dat van leraar. Die gesprekken scherpen je eigen visies en overtuigingen en dat maakt dat je nog meer groeit als meester of juf.’ Ilse Gabriëls (voortgezet onderwijs) is enorm trots op het feit dat ze kan meedenken met het ministerie en andere organen als de VO-raad over onderwijszaken. Susanne Winnubst (middelbaar beroepsonderwijs) is trots dat ze de rol als ambassadeur voor het onderwijs mag vervullen. Ze zegt: ‘Na afloop van presentaties en lezingen die ik geef als Leraar van het Jaar door heel Nederland krijg ik reacties als ‘Wat mooi dat een roc dit in huis heeft’ of ‘Ik wist niet dat het mbo zo veelinhoudt’.’

Martin, Ilse en Susanne geven op 29 september het stokje door aan drie nieuwe kanjers. Meer informatie over de Dag van de Leraar en de verkiezing? Kijk op www.dagvandeleraar.nl.  

 

Stand van zaken Pensioenakkoord

Op dit moment wordt er in diverse werkgroepen bestaande uit de sociale partners, het CPB, De Nederlandse Bank, het Verbond van Verzekeraars en pensioenuitvoerders, onder leiding van het Ministerie van SZW gestalte gegeven aan de uitwerkingen van het Pensioenakkoord (zie ook bulletin 12.02). Onderzocht wordt op welke wijze de nieuwe pensioencontracten en het daarbij behorende financiële toetsingskader (FTK) moeten worden ingevuld zodat het zorgt voor een houdbaar en toekomstbestendig pensioenstelsel voor alle generaties. De nieuwe contracten zullen rekening houden met de gestegen levensverwachting en de schokken op de financiële markten.

Een aparte werkgroep schenkt aandacht aan de communicatie, zodat de deelnemer inzicht kan krijgen in de hoogte van het te verwachten pensioen en de risico’s (zoals renterisico en inflatie), die daarbij komen kijken. Hierbij is het voor de MHP van belang dat deelnemers gevoel krijgen wat een koopkrachtbestendig pensioen inhoudt.

In april van dit jaar zal er door minister Kamp aan de hand van de uitkomsten van deze werkgroepen een hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer worden verstuurd. In deze hoofdlijnennotie zal worden aangegeven hoe het zogenoemde financiële toetsingskader voor de nieuwe pensioencontracten eruit moet komen te zien. Hierin zal worden beschreven op welke wijze de verplichtingen moeten worden gewaardeerd (de zogenoemde discontovoet). Ook zal er worden gesproken over het al dan niet hebben van buffers in de vorm van een egalisatiereserve, het wel of niet dekken van inflatie in het contract en hoe er moet worden omgegaan met plussen en minnen in het nieuwe contract. Tevens zullen dan de resultaten worden weergegeven van het onderzoek met betrekking tot de mogelijkheid om opgebouwde pensioenaanspraken onder te brengen bij de nieuwe contracten. Vervolgens kan er worden gewerkt aan de wet- en regelgeving, die daarna geschreven kan worden. De planning is om in de loop van 2013 deze wet- en regelgeving aan de Tweede Kamer aan te bieden.

 

6 maart in de ArenA: 50.000 mensen geven een stevig signaal aan het kabinet!

Uit die enorme opkomst sprak de grote bezorgdheid die gedeeld wordt door velen.

Leerlingen – ouders – leraren – schoolleiders - onderwijsvakbonden legden tijdens de manifestatie nog maar eens uit waarom de bezuinigingen van minister Van Bijsterveldt ten koste gaat van de kwetsbare kinderen. De klassen worden groter, er verdwijnt door banenverlies veel deskundigheid uit het werkveld en dat zal de onderwijskwaliteit geen goed doen! Helaas lijkt de Tweede Kamer de massale protesten en de aangedragen alternatieven te negeren. De minister erkent slechts dat de bezuinigingen fors zijn en dat zij er op zal toezien dat er geen schade wordt veroorzaakt en er zo nodig bijgestuurd zal worden. Een weinig concreet doekje voor het bloeden…

Jilles Veenstra, voorzitter FvOv:

‘De bezuinigingen op passend onderwijs gaan aan geen enkele leraar of ondersteuner voorbij.

In het speciaal onderwijs leidt dat tot grotere klassen en deels wegvallen van specialistische zorg. In het regulier onderwijs komen meer kinderen met een zorgvraag in de klas. Terwijl de broodnodige begeleiding en ondersteuning juist verdwijnt.

Dit betekent een hogere werkdruk voor de leraar maar ook dat de leraar niet meer aan alle leerlingen goed, passend, onderwijs kan geven. En dat doet pijn!!

Deze bezuiniging raakt ALLE leerlingen.

Het is een misverstand dat deze bezuinigingen alleen de zorgleerlingen raakt.

Een leraar die zijn aandacht moet verdelen over alle leerlingen: gedeelde aandacht is halve aandacht!!

Dit gaat onherroepelijk ten koste van de prestaties van ALLE leerlingen.

Gedeelde aandacht is halve aandacht: en dan moet de leraar ook nog extra aandacht besteden aan de best presterende leerlingen………!

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de leerlingen die straks thuis komen te zitten.

Kortom dit is een bezuiniging die meer kost dan dat ie oplevert!!

Hebben de dames en heren politici jullie eigenlijk gevraagd wat jullie er van vinden?

Volgens mij maakt deze volle ArenA duidelijk hoe jullie hier over denken!

Hoe vaak moeten we het vertellen? Een stelselwijziging zonder draagvlak is gedoemd te mislukken!

Leraren en ondersteuners willen staan voor GOED passend onderwijs aan alle kinderen, daarom: deze bezuiniging moet van tafel!’

 

 

Advertentie in de de Volkskrant: open brief aan de Tweede kamer d.d. 6 maart 2012

 

Kamerleden!  

Deze week debatteert u over de toekomst van uw en onze kinderen. U debatteert er ook over of de kinderen die meer zorg nodig hebben straks tussen wal en schip vallen. Deze week bespreekt u het wetsvoorstel passend onderwijs.

Laten we helder zijn: we onderschrijven de doelstellingen van het passend onderwijs: elk kind moet dat onderwijs krijgen dat past bij zijn/haar mogelijkheden en meer kinderen zouden dat in het regulier onderwijs moeten kunnen krijgen. Passend onderwijs is echter onmogelijk met de knellende invoeringstermijn en de bijbehorende forse bezuinigingen.

Als u instemt met het huidige wetsvoorstel passend onderwijs betekent dat:

  • Er veel meer klassen met toenemende diversiteit zonder oog voor individuele (ondersteunings)vragen van kinderen zijn.
  • Leerkrachten zonder extra begeleiding er alleen voor staan in de klas om kinderen met een specifieke hulpvraag net die extra aandacht te geven;
  • Het speciaal onderwijs, mede door de klassenvergroting, zijn functie als veilige haven verliest: het fundament van betrokkenheid, kennis, kwaliteit, specifieke expertise en veiligheid is immers wegbezuinigd.

Dit is een reëel maar onacceptabel toekomstbeeld voor ouders, leerkrachten, het onderwijs en bovenal de kinderen.

Onderwijs gaat over mensen, over uw en onze kinderen. Onderwijs is maatwerk waar vakmensen (leraren en begeleiders) met hart voor kinderen en kennis van zaken aan het werk zijn. Durf dus in het debat te kiezen voor het belang van het kwetsbare kind; juist dàt kind moet maximaal toegerust worden op de toekomst. Stuur aan op een ander passend onderwijs waarbij het kind en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd zijn. Neemscholen de menskracht en instrumenten niet af om dat waar te maken.

De leerlingen van vandaag én morgen rekenen op u!

PO-raad, ABVAKABO FNV, AVS, CNVO, FvOV (UNIENFTO), Balans, CG-Raad, PlatformVG, Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs

Deze week bespreekt de Tweede Kamer het wetsvoorstel over Passend Onderwijs. Naar aanleiding daarvan hebben de gezamenlijke bonden een open brief geschreven aan de kamerleden.

Voor deze brief KLIK HIER ......

 

Gezamenlijk persbericht FvOv - AOb – CNV Onderwijs – Abvakabo FNV – AVS

Busmaatschappij Connexxion zit met 23.000 reserveringen vol

Stakers op 2700 scholen, bijna 1400 scholen dicht

Het onderwijs maakt zich op voor een massale staking tegen het passend onderwijs. Na de afgelopen vakantieweek hebben ook veel scholen in het midden en zuiden van Nederland besloten te staken, of van personeel te horen gekregen dat zij 6 maart naar de actie in de Amsterdam ArenA vertrekken: op dit moment worden op grofweg 2700 scholen stakers gemeld. Zo’n 1400 scholen blijven komende dinsdag dicht. 

Omdat het vorige week vakantie was in grote delen van het land, kwamen er vooral stakingsmeldingen binnen uit de noordelijke provincies. Inmiddels is het aantal scholen waar het werk wordt neergelegd in alle provincies vrij hoog. Op de sites van de organiserende bonden zijn overzichtskaarten te vinden

Onder de pakweg 2700 stakende scholen bevinden zich vooral instellingen uit het primair onderwijs (72 procent van de instellingen), gevolgd door het voortgezet onderwijs (21 procent) en het mbo (5 procent). Het betreft nog steeds een tussenstand: dagelijks komen er bij de vijf bonden die de staking organiseren nieuwe meldingen binnen. 

Busmaatschappij Connexxion gaf hedenmorgen aan dat alle beschikbare touringcars inmiddels zijn verhuurd. Dat betekent dat los van de mensen die op eigen gelegenheid naar de Amsterdam ArenA komen al 23 duizend collega’s komen staken tegen de bezuiniging van 300 miljoen euro op het passend onderwijs. Om scholen die op eigen gelegenheid een bus te huren tegemoet te komen, stellen de bonden AOb, CNV Onderwijs en Abvakabo FNV een vergoeding beschikbaar. Vanuit de Randstad komen de meeste stakers met de trein naar Amsterdam. 

 

Stakingsbereidheid onderwijs groot

De voorbereidingen voor de stakingsbijeenkomst in de ArenA zijn in volle gang!

De actiebereidheid in het onderwijs is in hele land groot, al bijna duizend scholen sluiten op 6 maart hun deuren, op tenminste 1900 scholen wordt gestaakt. Ze komen massaal naar de stakingsbijeenkomst in de ArenA.

Het aantal stakers dat hun afkeuring ten aanzien van de bezuinigingen op Passend onderwijs duidelijk wil maken, zal nog flink toenemen. Veel scholen uit het midden en zuiden van het land die afgelopen week vakantie hadden, beraden zich deze week over sluiting. De gezamenlijke onderwijsbonden verwachten tienduizenden stakers.

Terwijl op 6 maart in de Tweede Kamer de Wet Passend onderwijs aan de orde is, laten leraren en schoolleiders een massaal nee horen tegen de bezuinigingen en ontslagen in het Passend onderwijs en een ja voor de kwaliteit van onderwijs voor alle kinderen. Er komen via de scholen steeds meer signalen dat ook ouders hun steun willen betuigen.

Gezamenlijk persbericht FvOv - AVS – Abvakabo-FNV AOb CNV Onderwijs

 

Met de Lerarenbeurs kunnen bevoegde leraren een bachelor- of masteropleiding volgen om daarmee hun kwalificatieniveau te verhogen. De leraar ontvangt subsidie voor studiekosten, studiemiddelen en reiskosten. De werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen. Met enige trots kan ik melden dat tot op heden ruim 26.000 leraren gebruik hebben gemaakt van de Lerarenbeurs. 

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de brief van Staatssecretaris Halbe Zijlstra

 

Bonden terug naar de leden

Overleg over nieuwe CAO BVE opgeschort

De bonden gaan hun leden raadplegen over de nieuwe CAO BVE. Hoe kan de gewenste verbetering van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden via de cao worden bereikt?
De CAO BVE is sinds 31 maart 2011 afgelopen. Dat is weer bijna een jaar geleden!

Sindsdien zijn de bonden en de MBO Raad in gesprek over een nieuwe, gemoderniseerde tekst. Daarbij ging het met name over:


• het 'vertalen' van verouderde ambtelijke regels in begrijpelijker cao-teksten; 


• het herschrijven van artikelen die achterhaald zijn door nieuwe wetgeving en regelingen;


• het herschrijven van teksten die voor meerdere uitleg vatbaar zijn.



Het lukte echter niet dit proces in het najaar van 2011 in een formeel cao-overleg af te ronden. Vanaf de start van het cao-overleg hebben de bonden aangegeven dat zij na een nullijn in 2010 en 2011, niet weer akkoord konden gaan met een (4e!) verlenging zonder financiële tegemoetkoming. Dat zou de geloofwaardigheid van partijen schaden. Een nieuwe, volwaardige cao wordt door ons ook van belang geacht om in een onzekere economische situatie en in afwachting van de door de minister aangekondigde ingrepen, rust in de instellingen te krijgen.



Werkgevers gaven niet thuis

Toen in december 2011 - na enkele overlegrondes - een salarisverhoging ter sprake kwam, gaven de werkgevers niet thuis. De MBO Raad stelt geen cent beschikbaar, tenzij de 'productiviteit' flink omhoog gaat. Er moet, met andere woorden, eerst worden ingeleverd op een aantal cao-regelingen, voordat er ook maar de kleinste salarisverhoging komt.

Werkgevers geven hiermee in onze ogen een verkeerd signaal af aan hun werknemers, die onder steeds moeilijkere omstandigheden het onderwijs draaiend houden. Sterker nog: de werkgevers willen een cao, die een nog grotere inzet van werknemers mogelijk maakt. Daar waar gewerkt moet worden aan herstel van vertrouwen van de werkvloer in de eigen organisatie, wordt die relatie verder onder druk gezet. In plaats van meer tijd voor verdere professionalisering en verhoging van de onderwijskwaliteit, worden werknemers geconfronteerd met voorstellen die de werkdruk verder verhogen. Onze mening is dat het daarmee ontbreekt aan waardering voor de werknemers. 



De werkvloer op


De bonden hebben de afgelopen jaren meegewerkt aan het bieden van ruimte aan de werkverdeling in onderwijsteams, de invoering van het professioneel statuut en aan verdere scholing en professionalisering. Ondanks het feit dat er op veel plaatsen een stevige discussie is over de uitvoering, nemen de bonden nog steeds verantwoordelijkheid voor de gemaakte afspraken. Nu een vertrouwenwekkend signaal vanuit de werkgevers is uitgebleven, gaan wij terug naar de instellingen. Vanaf de werkvloer willen wij horen waar de cao-prioriteiten moeten liggen en waartoe men bereid is om werkgevers tot een ander standpunt te bewegen.
 


Met grote regelmaat bereiken ons signalen dat het op de werkvloer blijft ontbreken aan een fatsoenlijke dialoog over de werkverdeling en de uitvoering van het onderwijs. Dit doet geen recht aan de intentie van cao-afspraken. Die zijn erop gericht om teams in goed overleg te laten besluiten over inhoud en verdeling van het werk. Te vaak horen wij geluiden over het eenzijdig opleggen door leidinggevenden. 



"Harder werken met minder mensen"?

Keuzes binnen de instellingen leiden tot inzet van een steeds kleiner aandeel docenten. Tijd voor ontwikkeling en professionalisering gaat op aan het moeten verzorgen van onderwijstijd. De voornemens van het kabinet om de onderwijstijd te verhogen en opleidingen in te korten, worden op dit moment door leidinggevenden in de instellingen vertaald in de aankondiging "harder werken met minder mensen". De roep om nadere afspraken over tijd en inzet in de cao wordt daarom luider.
De ervaren werkdruk stijgt aanzienlijk, het vertrouwen daalt.

Werknemers zeggen de zeggenschap over de inzet en het onderwijs kwijt te zijn. Eerder in de instelling gehanteerde uitgangspunten voor werkverdeling werden gewijzigd, zonder dat er iets in de aard van het werk wijzigde. Innovatie, onderwijsontwikkeling en professionalisering krijgen onvoldoende ruimte.  



Wat wilt ú?


De komende weken, in de maand maart, gaan de bonden de instellingen in om het personeel te raadplegen over hoe de gewenste verbetering van arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden via de cao kan worden bereikt. Na de actie van 6 maart a.s. tegen de bezuinigingen op de zorgleerlingen, zullen wij via onze websites en eventuele nieuwsbrieven nadere informatie geven over plaatsen en tijdstippen.

 

De FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties),  waar de UNIENFTO bij is aangesloten, roept op tot staking op 6 maart! Schrijf nu in!

Voor behoud van onderwijskwaliteit van alle kinderen, tegen bezuinigingen en ontslagen Passend Onderwijs!

Bij deze roepen de bij de FvOv aangesloten verenigingen al hun leden in het PO, VO en MBO op om op 6 maart te staken en om op die dag af te reizen naar de ArenA in Amsterdam. Dit doen we samen met alle onderwijsbonden in Nederland, te weten AOb, AbvaKabo FNV, AVS en CNV Onderwijs. We willen een massaal protest tegen de korting van 300 miljoen euro op Passend Onderwijs laten horen!

Vanaf nu  is het mogelijk om hier in te tekenen op bussen vanaf vaste opstapplaatsen maar ook om een bus te boeken voor je hele school (voor minimaal 20 mensen).  Wanneer je als lid van de UNIENFTO met de bus wilt meereizen moet je daarvoor het machtigingsformulier downloaden. Dit formulier kun je ingevuld inleveren in de bus. Vervolgens zal in april een bedrag van  € 15,- van je rekening worden afgeschreven (de AOb zal als penvoerder van de acties dit bedrag voor alle bonden in april innen).

De UNIENFTO vergoedt deze gemaakte kosten,  een scan van een bankafschrift kunt u  opsturen naar finan@unienfto.nl . Wanneer je de overige privacygevoelige gegevens  weglakt (maar niet naw en je rekeningnummer) wordt dit bedrag aan u overgemaakt.

Daarnaast is het ook mogelijk om met het OV te reizen naar de Arena. Reiskosten worden vergoed op basis van maximaal reizen openbaar vervoer 2e klas. Om voor een vergoeding in aanmerking te komen kunt u (een scan van) het trein- of buskaartje of een uitdraai van de ov-chipkaart sturen naar of finan@unienfto.nl  dan wel UNIENFTO, postbus 295, 4100 AG Culemborg.

De UNIENFTO vergoedt niet het gederfde salaris wanneer de werkgever er toe overgaat om dat in te houden voor de stakingsdag (dat zal lang niet in alle gevallen zo zijn). Wij hebben geen stakingskas, dat zou leiden tot een hogere contributie en daar hebben we als vereniging niet voor gekozen.

Waarom gaan we staken?

De bezuiniging op Passend Onderwijs van 300 miljoen betreft niet alleen het Speciaal Onderwijs! De effecten zijn daar wel het meest voelbaar. De klassen worden groter, de ambulante begeleiding gehalveerd en duizenden mensen raken hun baan kwijt. Met minder mensen moet er meer gebeuren.

Ook het reguliere onderwijs zal direct te maken krijgen met de gevolgen van de bezuiniging. Meer zorgleerlingen moeten worden opgevangen in het reguliere basis- en voortgezet onderwijs, zonder ondersteuning vanuit het speciaal onderwijs. Dat betekent voor iedereen een verhoging van de werkdruk en leidt zeker niet tot een verhoging van de kwaliteit van het onderwijs aan de kinderen in de heterogenere klassen. In het mbo  zal het leiden tot een toestroom van zorgleerlingen vanuit vso, lwoo en praktijkonderwijs, terwijl daar een mager budget tegenover staat.

 

Kom  je op 6 maart? Laat het ons weten!

Je kunt je nu als staker aan melden op info@unienfto.nl  ! 

 

Leraren gaan voor kwaliteit in het onderwijs
Vandaag is registerleraar.nl geopend. Dit is een register waarin alle leraren in Nederland uit het primair, voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs zich vanaf vandaag kunnen inschrijven. Inschrijving gebeurt op vrijwillige basis via www.registerleraar.nl. Dit register is een initiatief van de Onderwijscoöperatie, die hiermee een krachtige impuls geeft voor een sterke lerarenberoepsgroep en waarborging van de kwaliteit van het onderwijs in Nederland.  Op onze site hebben wij aan de linkerzijde een speciale button "Registerleraar.nl" gemaakt. Door hier op te klikken krijgt u alle informatie doe nodig is.
 
Nederland is een kenniseconomie. Om onze positie in de wereld ook in de toekomst te behouden is goed onderwijs cruciaal. Goed onderwijs valt of staat met goede leraren voor de klas. Een leraar in Nederland moet bevoegd zijn om les te geven. Maar na het behalen van het diploma moeten leraren zich blijven ontwikkelen. Dat noemen we bekwaamheidsonderhoud. Alleen bevoegde leraren mogen zich inschrijven in het register. Registerleraar.nl helpt de leraar vervolgens om op een makkelijke en uitnodigende manier te blijven werken aan de professionele ontwikkeling. Registerleraar.nl is openbaar: alle burgers van Nederland kunnen zien of een leraar zich wel of niet geregistreerd heeft. Bij andere beroepsgroepen zoals artsen, verpleegkundigen en advocaten blijkt een register kwaliteitsbevorderend en statusverhogend te werken.
Registerleraar.nl is een register van, voor en door leraren. De basis van het register is klaar: leraren kunnen zich inschrijven en hun activiteiten op het gebied van hun professionele ontwikkeling vastleggen. Dit zijn bijvoorbeeld cursussen, opleidingen, studiedagen, conferenties en reflectieve activiteiten zoals coaching of intervisie. De leraren die zich inschrijven brengen daarmee hun ervaringen in en werken mee aan de verdere ontwikkeling van het register. Initiatiefnemer de Onderwijscoöperatie is een vereniging van onderwijsvakorganisaties in Nederland en werkt samen met leraren uit alle onderwijssectoren.
 
Staatssecretaris Zijlstra: ‘Ik ben heel blij dat leraren zelf het initiatief hebben genomen om een register te starten. In lijn met het register in de gezondheidszorg geven leraren hiermee zelf aan over welke kwaliteiten een leraar moet beschikken en welke na- of bijscholing nodig is. Ik nodig alle leraren uit om zich in te schrijven en daarmee te laten zien wat voor een prachtig beroep ze hebben.’
 

 

Inzetten uitgewisseld

Onderhandelingen over CAO VO van start gegaan|

De cao-onderhandelingen over de CAO VO 2012-2013 zijn vandaag van start gegaan. Op 14 februari zijn de inzetten van de VO-raad en de bonden uitgewisseld en voorzien van wederzijdse toelichting. Morgen, 15 februari, gaan de partijen verder met de onderhandelingen.

HIER....... vindt u de inzet van de bonden en HIER....... die van de VO-raad.

Gezamenlijk persbericht FvOv -  AOb – CNV Onderwijs – Abvakabo FNV – AVS

Staking passend onderwijs in ArenA

De stakingsbijeenkomst op dinsdag 6 maart tegen de bezuiniging op passend onderwijs vindt plaats in de Amsterdam ArenA. Dat hebben de gezamenlijke onderwijsbonden zojuist besloten. Vanuit de ArenA willen leraren en schoolleiders een massaal nee laten horen tegen de bezuinigingen en ontslagen in het passend onderwijs en een ja voor de kwaliteit van onderwijs voor alle kinderen.

Al sindshet bekendmaken van de bezuiniging in 2010 is er geen draagvlak voor deze maatregel bij leraren, ambulant begeleiders, schoolleiders, schoolbesturen in zowel het speciaal als regulier onderwijs en ouders. Er zijn alternatieven aangedragen, een petitie met 80.000 handtekeningen overhandigd aan de minister, een manifestatie met meer dan 10.000 demonstranten georganiseerd. De minister blijft vasthouden aan de bezuiniging. Daarom is de maat vol en staakt het onderwijs in het belang van goed onderwijs.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

FvOv: Jilles Veenstra 06 39 80 29 15

 

Onderwijsbonden staken tegen bezuinigingen op passend onderwijs

De FvOv, waaronder de UNIENFTO, ondersteunt de stakingen tegen de bezuinigingen op passend onderwijs, die gehouden worden op 6 maart 2012. De gezamenlijke bonden, die deze staking ondersteunen, hebben daartoe een persbericht uit gedaan. De integrale tekst daarvan treft u onderstaand aan.

Onderwijs staakt op 6 maart

De gezamenlijke onderwijsvakbonden roepen leden werkzaam in het primair, voortgezet, speciaal onderwijs en mbo op om 6 maart te gaan staken tegen het voornemen van minister Van Bijsterveldt om 300 miljoen euro te bezuinigen op het passend onderwijs. Die maatregel is zeer nadelig voor de kwaliteit van ons onderwijs en heeft massaontslag, hogere werkdruk voor het achterblijvend personeel en minder tijd voor elke individuele leerling tot gevolg. Het onderwijs doet een ultiem beroep op de Tweede Kamer om af te zien van deze desastreuze maatregel en duizenden mensen voor het onderwijs te behouden. De locatie van de staking volgt nog.

De FvOv (inclusief de UNIENFTO), Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, Abvakabo FNV en de Algemene Vereniging Schoolleiders zijn eensgezind over het doel van de actie. Allen zijn zij overtuigd van het nut om zorgleerlingen zoveel mogelijk op te vangen in het reguliere onderwijs, maar voorzien grote nadelige gevolgen voor de kwaliteit als de invoering van passend onderwijs gepaard moet gaan met 300 miljoen euro aan bezuinigingen. Daardoor komen kinderen in grotere klassen terecht en kunnen leerlingen die kunnen meekomen mits ze extra aandacht krijgen vaak alleen een beroep doen op de leraar voor de klas. Die komt daardoor in een spagaat: hij zal er alles aan doen om iedereen te helpen, maar meer tijd voor een zorgleerling betekent minder tijd voor de anderen.

Bezuinigen op passend onderwijs betekent dus bezuinigen op de kwaliteit van ons onderwijs. In een land dat terecht hoge eisen stelt aan onderwijs kan zo’n conclusie alleen maar leiden tot voortschrijdend inzicht: de bezuiniging moet van tafel. Bovendien wijzen de vakbonden het vorige maand gelanceerde excuus dat de bezuiniging omwille van de economische situatie moet worden doorgevoerd resoluut van de hand: sinds het aantreden van het kabinet-Rutte heeft het onderwijs er steeds op gewezen dat alternatieven zijn voor bezuinigingen op het passend onderwijs.

Werkgeversorganisaties worden de komende weken op de hoogte gebracht via aanzeggingsbrieven. De vakbonden treden daarnaast in overleg met andere belangenorganisaties die (indirect) te maken krijgen met de gevolgen van de bezuinigingen. Politieke partijen krijgen de mogelijkheid om als toehoorder aanwezig te zijn op de manifestatie.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: de voorzitter van de FvOv:

Jilles Veenstra 06 39 80 29 15

 

ABP heeft vandaag de maatregelen en de percentages vastgesteld om zijn financiële positie te verbeteren. Deze maatregelen moeten leiden tot een verbetering van de dekkingsgraad van het fonds eind 2013. 

  • Bent u gepensioneerd? Dan wordt uw pensioenuitkering mogelijk 0,5% lager vanaf 1-4-2013. 
  • Bouwt u pensioen op? Dan wordt het pensioen dat u hebt opgebouwd tot 1-4-2013 mogelijk ook 0,5% lager. 

De verlaging is overigens nog niet zeker. Of die doorgaat hangt af van de financiële situatie van het fonds aan het einde van dit jaar. Daarnaast stijgt de tijdelijke opslag op de premie van 1% naar 3%. De premieverhoging geldt vanaf 1 januari van dit jaar tot vooralsnog einde 2013. 

De Nederlandsche Bank beoordeelt in mei of deze maatregelen voldoende zijn. Het kan dus zijn dat DNB de verlaging nog aanpast.

Geen goed nieuws, helaas 

Voorzitter Henk Brouwer: 'Het zijn vervelende maatregelen die we vandaag moeten aankondigen. Helaas moeten we ook het uiterste redmiddel, het verlagen van de pensioenen, inzetten. Ik begrijp goed dat deelnemers en werkgevers hierdoor teleurgesteld zijn. Op 31-12-2011 hadden we  € 94 in kas voor elke € 100 aan pensioen die we nu en straks moeten uitkeren. Dat is een dekkingsgraad van 94%. Pensioenfondsen zijn verplicht een minimale dekkingsgraad van 105% te hebben. Gemiddeld betekent de verlaging met 0,5% voor gepensioneerden ongeveer € 3,50 netto per maand minder in hun portemonnee.'

Advies van deelnemers en werkgevers 


De werkgeversraad heeft positief geadviseerd over het besluit van het bestuur. Ook de deelnemersraad heeft positief geadviseerd, al was een aanzienlijke minderheid in deze raad tegen het besluit. Beide raden vonden de maatregelen, die alle groepen binnen ABP treffen, pijnlijk.

Werkgevers en werknemers in het hbo hebben in het weekend van 27 op 28 januari constructief onderhandeld over vernieuwing van de cao hbo

Bonden en werkgevers hebben in het weekend van 27 op 28 januari op constructieve wijze onderhandeld over vernieuwing van de cao hbo. De looptijd van de huidige cao eindigt op 1 februari 2012.

Partijen hebben in dat weekend vastgesteld dat zij meer tijd nodig hebben om de onderwerpen die in het onderhandelingsproces aan de orde zijn, zo ver te brengen dat deze zouden kunnen worden omgezet naar cao-afspraken. Sociale partners hebben afgesproken om de maanden februari en maart te gebruiken om deze onderwerpen verder uit te werken met het oogmerk om alsnog tot een cao te komen.

Partijen hebben geconstateerd dat, vanwege het feit dat de cao formeel niet is opgezegd, deze na 1 februari 2012 van rechtswege ongewijzigd doorloopt. Dat betekent dat bestaande rechten en plichten van werkgevers en medewerkers (tevens medewerkers die na 1 februari in dienst treden) worden voortgezet.

 

De bonden UNIENFTO, CNV Onderwijs, ABVAKABO FNV en AOb hadden hun gezamenlijke inzet voor de cao-onderhandelingen voor het hbo al bepaald. De onderhandelingen voor de cao hbo kunnen dus van start op 27 januari 2012.

Inzet bonden voor nieuwe cao HBO

Inzet HBO-raad voor de cao HBO 2012

Selectie verbetervoorstellen HBO-raad inzet cao

 

De FvOv, waarin ook de UNIENFTO vertegenwoordigd is, heeft een brief geschreven aan de Eerste Kamer over de zienswijze van de FvOv inzake de "wet op het voortgezet onderwijs inzake de ionderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties. Voor deze brief, KLIK HIER........

 

De vakcentrales MHP, FNV en CNV hebben op 18 januari jl. een gezamenlijke brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin zij de Tweede Kamerleden oproepen niet in te stemmen met het kabinetsvoorstel dat het mogelijk maakt langjarige arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd af te sluiten. Deze brief is een vervolg op de bezwaren die de MHP in haar brief van 9 december jl. uitte, in het kader van de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In de gezamenlijke brief wijzen de vakcentrales erop dat het huidige recht om na maximaal drie jaar een vast contract te krijgen, vergaand wordt uitgehold en de betrokken werknemers vele jaren in onzekerheid blijven verkeren.

Het voorstel wordt gemotiveerd met onjuiste aannames over de effectiviteit van de maatregel als het gaat om investeringen in werknemers. De veronderstelling dat het voorstel in het voordeel is van werknemers is volgens MHP-duovoorzitter Van der Wal apert onjuist. Hoewel het kabinet beweert het ontslagrecht niet te wijzigen, wordt door de voorgestelde verruiming van de ketenbepaling in de Flexwet het tijdelijk contract de norm en het vaste contract de uitzondering. Dit kan nooit de bedoeling zijn. De MHP hoopt dan ook dat, zeker in het belang van de jongere werknemers op de arbeidsmarkt, dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer wordt verworpen.

Klik HIER voor de brief van de vakcentrales!

 

ABP moet maatregelen gaan nemen om te zorgen dat zijn financiële situatie gezond wordt. De dekkingsgraad van ABP per 31 december 2011 is met 94% te laag om aanvullende maatregelen te voorkomen. Het verlagen van de pensioenen (pensioenaanspraken voor werkenden en pensioenrechten voor gepensioneerden) met ongeveer een half procent in 2013 is nu een reële optie geworden. De tijdelijke opslag op de premie om bij te dragen aan het herstel van de financiële positie van ABP gaat van 1 naar 3%.

Het precieze percentage - als de pensioenen verlaagd moeten worden - zal bekend gemaakt worden op 1 februari 2012, nadat de deelnemersraad en werkgeversraad van ABP hierover hun advies hebben gegeven. Dit besluit moet vervolgens nog getoetst worden door De Nederlandsche Bank. Of het besluit daadwerkelijk moet worden uitgevoerd per 1 april 2013, wordt bepaald op basis van de stand van de dekkingsgraad op 31 december 2012.

Voorzitter Henk Brouwer: ‘We kunnen ons heel goed voorstellen dat onze deelnemers hierdoor teleurgesteld zullen zijn. Een besluit tot verlaging van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, hoe beperkt ook, is een maatregel die we nemen als het echt niet anders kan. We maken eind van het jaar opnieuw de balans op. Dan weten we of de pensioenaanspraken en – uitkeringen daadwerkelijk verlaagd moeten worden in april 2013.

 

 

Om hogeschoolmedewerkers nog een kans te bieden, is de aanvraagtermijn voor de 500 POP regeling met drie maanden verlengd. Tot 31 maart 2012 kunt u 500 euro aanvragen voor een activiteit uit uw persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). U kunt zowel als onderwijsgevend als onderwijsondersteunend medewerker een aanvraag indienen.

Voorwaarden

Om 500 POP te ontvangen gelden de volgende voorwaarden:

  • De medewerker heeft een arbeidsovereenkomst bij een hogeschool die is aangesloten bij de HBO-raad. De arbeidsovereenkomst valt onder de werking van de cao-hbo. Het kan om een tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst gaan.
  • De arbeidsovereenkomst geldt voor minimaal 0,2 fte.
  • De activiteit waarvoor de medewerker de bijdrage vraagt, staat in zijn POP.
  • De activiteit mag nog niet gestart zijn op het moment van aanvraag.

POP

In de cao voor het hbo staat dat elke medewerker een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) moet hebben. Een POP is een plan waarin de medewerker op een rij zet hoe hij/zij zich wil ontwikkelen in zijn/haar verdere loopbaan. Met een POP bereiden medewerkers zich voor op de volgende stap in hun loopbaan of op ontwikkeling in hun huidige functie.

Procedure

Wie aan de voorwaarden voldoet kan een aanvraag indienen. De procedure daarvoor is simpel.

  • De medewerker vult het aanvraagformulier in op www.500pop.nl
  • Hij print het uit en ondertekent het formulier.
  • De leidinggevende zet een handtekening. Daarmee verklaart hij dat de aangevraagde activiteit een onderdeel is van het POP van de medewerker.
  • De medewerker stuurt het ingevulde en ondertekende formulier naar Zestor. Hij doet er een kopie van zijn identiteitsbewijs en aanstellingsovereenkomst bij.
  • De medewerker ontvangt binnen twee weken bericht van Zestor over de toekenning.
  • Zestor behandelt de aanvragen in volgorde van binnenkomst
  • Na afloop van de activiteit stuurt de medewerker een verantwoordingsformulier naar Zestor.
  • Binnen 6 weken na ontvangst van het verantwoordingsformulier maakt Zestor het goedgekeurde subsidiebedrag over naar de bankrekening van de medewerker.

Budget

Voor de uitvoering van de regeling is één miljoen euro beschikbaar. Zestor verdeelt dat bedrag over de hogescholen op basis van studentenaantallen. Elke hogeschool krijgt minimaal € 3.000,-.

Is het budget van de hogeschool op? Dan kunnen medewerkers geen aanvragen meer indienen.

Looptijd

Hogeschoolmedewerkers kunnen tot 31 maart 2012 een aanvraag indienen.
De activiteit waar subsidie voor wordt aangevraagd moet zijn afgerond voor 31 december 2012. 

Ga naar www.500POP.nl en bloei op met 500 POP.

 

Gisteren staakten leraren in het voortgezet onderwijs tegen de 1040 urennorm en op 26 januari heeft de AOb een staking gepland. Sommige leden van de UNIENFTO vragen of wij de leden voor de 26e ook tot staking oproepen. Het antwoord is NEE en hieronder wordt uitgelegd waarom niet!

Standpunt FvOv (Federatie van Onderwijsvakorganisaties) en UNIENFTO

Arbeidsvoorwaarden zijn van de sociale partners aan de cao-tafel. De minister heeft daar bij de doordecentralisatie van het voortgezet onderwijs definitief afscheid van genomen. Vandaar ook de opmerking van Jilles Veenstra, voorzitter van de FvOv: “Schoenmaker blijf bij je leest! De minister gaat over het wat en wij over het hoe! Welk probleem denkt de minister op te lossen als de overgrote meerderheid van de scholen gewoon aan de urennorm kan voldoen? Uiteraard zullen wij dit punt behandelen op de plek waar het thuishoort, namelijkop de cao-tafel.

De FvOv gaat samen met CNV Onderwijs voorlopig niet over tot staken. We zullen langs de diplomatieke lijn trachten de Eerste Kamer te beïnvloeden en doen dat met bonden en de VO-raad. Tevens hebben wij de roostervrije dagen in de huidige cao al als vrije dagen voor docenten aangemerkt en deze kunnen dus in overleg met de MR ook aan de zomervakantie geplakt worden of als vrije dagen in het jaar gepland worden. De minister gaat niet over de vakantie en dus hoeven we ook niet tegen haar beleid te staken. Dan ligt een gang naar de rechter meer voor de hand, aangezien de Wet op het Voortgezet Onderwijs bepaalt dat de arbeidsvoorwaarden worden geregeld tussen de sociale partners.  Staken is voor ons pas aan de orde wanneer we er met de werkgevers niet uitkomen en vooralsnog gaan wij daar niet van uit.

Als het cao-overleg klapt dan kunnen we altijd nog het stakingswapen hanteren en dan voor een bredere agenda.

 

16 januari 2012  |  

Ook de UNIENFTO maakt vanaf 1 januari 2012 deel uit van de FvOv, voorheen de Federatie Onderwijsbonden CMHF/MHP geheten.