ABP vordert te veel betaalde aanvulling op de AOW-partnertoeslag terug

abp

ABP vordert te veel betaalde aanvulling op de AOW-partnertoeslag terug 15-04-2019 18:03
In december vorig jaar berichtte minister Koolmees het Parlement over de stand van de uitvoering van de sociale zekerheid in Nederland. In deze rapportage werd melding gemaakt van een incident betreffende een foutieve gegevensuitwisseling tussen enerzijds de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en anderzijds het APG. De SVB levert gegevens over AOW-gerechtigden aan het pensioenfonds ABP, via de uitvoerder van ABP, APG. Op basis van die gegevens draagt APG onder andere zorg voor de uitbetaling van de zogenaamde AOW-partnertoeslag. Door de foutieve gegevensuitwisseling kon het gebeuren dat een aantal deelnemers een te hoge aanvulling op de AOW uitbetaald kreeg. “Onlangs is gebleken dat zich een fout in de gegevensuitwisseling over de AOW- partnertoeslag heeft voorgedaan in de periode december 2013-mei 2015. Voor ruim 2.000 personen zijn geen wijzigingen in de AOW-partnertoeslag doorgegeven aan APG. ABP heeft als gevolg daarvan te hoge aanvullingen op de partnertoeslag betaald.”
In februari werd het Verantwoordingsorgaan (VO) van ABP hierover geïnformeerd. De CMHF-fractie heeft naar aanleiding van dit incident en de berichtgeving daarover, gevraagd om het onderwerp toe te voegen aan de agenda van het al geplande overleg met het Bestuur van ABP op 28 maart. Ter voorbereiding daarop werd een uitgebreide lijst van vragen opgesteld, die gedeeld is met het VO en kon rekenen op brede ondersteuning van ook andere fracties binnen het VO. De CMHF-fractie heeft zijn zorgen uitgesproken over de gevolgen van dit incident voor de deelnemers die het betreft en het bestuur gevraagd in hoeverre bij de genomen stappen het belang van die deelnemers is meegewogen. Evenzeer is aan het Bestuur gevraagd in hoeverre de genomen besluiten een juridische toets zouden doorstaan.

AOW-partnertoeslag

De AOW-toeslag voor een partner is vanaf 2015 komen te vervallen. Vóór 2015 kwam men voor een toeslag boven op de AOW in aanmerking, als de partner nog niet AOW gerechtigd was en niet te veel verdiende. Op de AOW-toeslag wordt gekort al naar gelang de hoogte van de inkomsten van de nog werkende partner. Ook spelen de inkomsten van betrokkenen zelf een rol bij de uiteindelijke vaststelling van de hoogte van de toeslag. De ABP-regeling vult vervolgens aan. De hoogte van de toeslag kan per individu variëren al naar gelang zijn persoonlijke situatie. Bij een aanpassing van de hoogte van SVB-toeslag waar recht op bestaat beweegt de hoogte van de door ABP(APG) uit te betalen aanvulling mee: het zijn als het ware communicerende vaten.

De uitvoeringsinstantie van ABP, APG, krijgt de benodigde gegevens aangeleverd van de Sociale verzekeringsbank (SVB). APG is daarbij dus afhankelijk van de gegevens zoals zij deze van de SVB krijgt. Op basis van die gegevens kan zij vervolgens de hoogte van de AOW- partneraanvulling berekenen.

In de periode december 2013 - mei 2015 heeft de SVB voor 2.073 gepensioneerden geen wijzigingen in de inkomensgegevens van hun partner aangeleverd. Het gevolg hiervan is dat 632 gepensioneerden over die periode te weinig uitbetaald hebben gekregen. Zij krijgen dit nu alsnog uitgekeerd. Keerzijde is echter dat er ook 5551 gepensioneerden zijn die te veel aan aanvulling hebben ontvangen. De SVB betaalde de partnertoeslag evenals ABP, terwijl ABP normaal gesproken slechts hetgeen door de SVB niet is uitgekeerd aanvult. ABP vordert deze te veel betaalde aanvullingen nu terug. De terug te vorderen bedragen lopen hierbij uiteen van €12,- tot €20.000 euro.

Gewijzigde aanlevering

Het VO heeft het Bestuur vervolgens om nadere uitleg gevraagd over de aanlevering van de gegevens. Het Bestuur meldde ons dat ABP(APG) logischerwijs niet kon weten dat er gegevens ontbraken, aangezien ABP op jaarbasis circa 25.000 herzieningen in pensioenuitkeringen verwerkt naar aanleiding van de door de SVB aangeleverde gegevens. Op dat grote aantal meldingen valt het ontbreken van gegevens niet op.

De gegevensuitwisseling tussen SVB en ABP(APG) is een procedure die loopt sinds 2003. Medio 2013 heeft ABP de SVB verzocht om, gelet op de omvang van uit te wisselen gegevens, alleen nog relevante gegevens door te sturen. Naar aanleiding daarvan heeft de SVB een filter op de stroom uitgaande gegevens geplaats om het mogelijk te maken dat de gegevensuitwisseling zich zou beperken tot de relevante gegevens. Eind 2014 ontdekte men dat het filter “te strak” stond afgesteld en mogelijk niet alle relevante mutaties aan APG werden of zouden zijn doorgegeven. Hierop is door de SVB het filter aangepast. Omdat het naar de inschatting van APG mogelijk om een beperkt aantal “gemiste gegevens” zou gaan, heeft APG op dat moment niets met dit signaal gedaan, temeer daar de oorspronkelijke situatie weer was hersteld.

Op 28 augustus 2018 volgt vervolgens het bericht van de SVB dat zij in die periode van december 2013 – mei 2015 verzuimd heeft 8000 regels met inkomenswijzigingen van deelnemers over de periode door te geven. Het betrof in totaliteit 2073 deelnemers.

Onbewust te veel ontvangen?

De vraag is of de deelnemers hadden kunnen weten dat de uitkering die zij ontvingen qua hoogte niet klopte. Het is lastig in de hoofden van mensen te kijken, maar als deelnemers mij nu benaderen en zeggen hoe ze verrast werden van de melding van een onjuiste uitkering, ga ik uit van hun goeder trouw. Het zure is dan ook dat die betrokkenen op geen enkele wijze een signaal hadden gehad dat zij te veel, dan wel te weinig ontvingen. APG, de uitvoerder van ABP, kreeg de gegevens immers rechtsreeks van de SVB.

Bij 630 gepensioneerden is een te hoge aanvulling vastgesteld maar bij 75 gepensioneerden gaat het om een klein bedrag van minder dan € 12,50. In die situaties vordert ABP het bedrag niet terug.

De betrokkenen hebben dus zelf niet iets vergeten door te geven, of zijn anderszins in gebreke gebleven; zij hebben geen invloed gehad op die wisseling van gegevens tussen de SVB en APG . Op het GUPO2 worden wel aanvullingen vermeld, echter niet apart, maar als onderdeel van het ouderdomspensioen en voor de gepensioneerden is die aanvulling dus niet als zodanig te onderkennen. Het Bestuur meldde, naar aanleiding van vragen uit het VO over de ‘duidelijkheid en leesbaarheid van het GUPO’ dat het GUPO in belangrijke mate is voorgeschreven en dat afwijkingen met aanvullende informatie maar beperkt zijn toegestaan. “Daarnaast mogen en kunnen aan het GUPO geen rechten worden ontleend, hetgeen recentelijk door Minister Koolmees nogmaals bevestigd is”, aldus het Bestuur.

Terugvorderen

Het Bestuur van ABP heeft het VO uitgelegd dat op basis van het civiele recht, hetgeen onverschuldigd is betaald, kan worden teruggevorderd. Er wordt gehandeld conform het reguliere en geldende ABP herzienings- en terugvorderingsbeleid, mede vanuit het oogpunt van solidariteit en het collectieve belang van alle andere deelnemers in het fonds. Dit beleid houdt in dat wanneer de correctie van de pensioenuitkering binnen 6 maanden na aanvang van de onjuiste betaling of na ontvangst van de gewijzigde feiten plaatsvindt, ABP het ten onrechte uitbetaalde pensioen terugvordert met maximaal 5 jaar terugwerkende kracht vanaf de datum van de correctiebeslissing. In de ogen van het Bestuur valt de foutieve gegevensuitwisseling hier onder omdat het feit pas onlangs bekend is geworden.

Wanneer de correctie van de pensioenuitkering niet binnen 6 maanden na aanvang van de onjuiste betaling of na ontvangst van de gewijzigde feiten plaatsvindt, kijkt ABP of de foutieve betaling aan toedoen van betrokkene te wijten is. Als de foutieve betaling niet aan toedoen van betrokkene te wijten is dan onderzoekt ABP of betrokkene wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat hij te veel ontving. Als dit niet het geval is dan vindt geen terugvordering plaats. Als dit wel het geval is dan vindt terugvordering plaats met maximaal 2 jaar terugwerkende kracht vanaf de datum van de correctiebeslissing. ABP vordert niet of niet de hele periode van maximaal 2 jaar terug, als het zelf niet doortastend en doeltreffend gereageerd heeft op ontvangen signalen dat de pensioenberekening onjuist is.

Kamervragen Omtzigt

Diverse gepensioneerden zochten contact met hun vakbond (ook binnen de CMHF) en de pers. Kamerlid Pieter Omtzigt zag reden hierin om enkele Kamervragen aan minister Koolmees te stellen.

Uniform Pensioenoverzicht Pensioengerechtigden. Pas begin 2018 is voor het eerst de GUPO verstuurd. De gepensioneerden ontvingen in eerdere jaren alleen een betaalspecificatie in januari van iedere jaar zodra zij/hij gepensioneerd was.

Hieruit komt een iets ander beeld naar voren. Omdat APG te veel mutaties binnenkreeg van de SVB verzocht APG om minder gegevens aangeleverd te krijgen, namelijk alleen de voor APG relevante inkomensmutaties. Hierop heeft de SVB in december 2013 een filter geplaatst in de gegevensuitwisseling. Na invoering van het filter heeft de SVB in oktober 2014 gemeld dat zij mogelijk niet alle relevante inkomensmutaties meer had doorgegeven aan APG. De SVB heeft eind 2014, in afstemming met APG, besloten om het filter te verwijderen. In de release van mei 2015 heeft de SVB het filter verwijderd. Sindsdien geeft zij alle nieuwe mutaties weer correct door aan APG. APG en de SVB hebben in 2014 en 2015 meermaals gesproken over gemiste inkomensmutaties. APG heeft eind 2015 voor ruim 1500 mensen gemiste inkomensgegevens opgevraagd bij de SVB, die deze data ook heeft geleverd. Naar nu blijkt is in het herstel van de gemiste gegevens niet volledig geweest. Hierdoor bleef APG de aanvulling baseren op het oude, onjuiste inkomensgegevens van de partner en heeft APG deze ook niet herzien.

Kamerlid Omtzigt informeerde ook bij de minister of deze mensen redelijkerwijs hadden kunnen weten dat zij niet een juiste pensioenuitkering ontvingen. Het antwoord van de minister: ”De getroffen ouderdoms- of nabestaandenpensioengerechtigden hebben uit algemene brieven kunnen weten dat zij uitsluitend rechten op pensioen konden ontlenen aan het pensioenreglement van het ABP. In de jaarlijkse uitkeringsspecificatie neemt het ABP geen disclaimer op die duidelijk maakt dat de bedragen mogelijk niet correct zijn. De hoogte van de aanvulling op het pensioen was niet nader gespecifieerd in het betreffende toekenningsbericht.”

Extern verhalen

Het VO heeft geïnformeerd of het Bestuur van ABP niet de uitvoeringsorganisatie APG verantwoordelijk kon stellen en dus het te veel uitbetaalde kon verhalen op APG. Naar mening van het bestuur is er geen sprake van een “fout” van de uitvoeringsorganisatie. Vandaar dat de vorderingen ook niet worden verhaald op APG. De werkprocessen tussen SVB en APG zijn via een overeenkomst geformaliseerd en er is dus op basis van regels afgesproken hoe te handelen. SVB heeft in deze specifieke casus niet gehandeld conform hetgeen is afgesproken in de overeenkomst. Dezelfde verhaalvraag heeft het VO ook gesteld ten aanzien van de SVB. Het Bestuur is wel voornemens om alle bedragen die niet teruggevorderd kunnen worden, te verhalen op de SVB. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een beroep op een coulanceregeling wordt gedaan.

Gerechtvaardigd vertrouwen

We hebben namens onze combinatie-fractie het Bestuur gevraagd of bij het besluit om terug te vorderen, ook de uitspraken van de ombudsman pensioenen en de kantonrechter meegewogen zijn.

Op basis van Artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek, was de ombudsman van mening dat een pensioenuitvoerder in het algemeen wel het recht heeft een gemaakte fout te herstellen, maar dat indien de deelnemer er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de opgave juist was, dit mogelijk wel anders ligt. Ook hebben wij het Bestuur gewezen op de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam in mei 2014. Hier oordeelde de rechter dat het pensioenfonds het te veel betaalde ouderdomspensioen over het verleden niet mocht terugvorderen, maar wel de toekomstige uitkeringen mocht verlagen. De kantonrechter nam in zijn oordeel mee dat ouderdomspensioen in beginsel is bedoeld om te voorzien in het maandelijkse levensonderhoud, waardoor iemand, net als bij alimentatie, zijn levensonderhoud hierop mag afstemmen. Het Bestuur heeft een juridische toets uit laten voeren en alles is meegewogen alvorens men besloten heeft over te gaan tot terugvorderen.

Standpunt CMHF

De CMHF is van mening dat in algemene zin betrokkenen niet de dupe mogen worden van een verkeerde uitvoering van in dit geval de SVB en APG, op die momenten dat zij zelf niet in gebreke zijn geweest bij het aanreiken van gegevens en/of het doorgeven van wijzigingen in de persoonlijke situatie. Hier valt ook onder het constateren dat het uitkeringsniveau in hoogte substantieel afwijkt van eerdere uitkeringen. Het probleem hierbij is dat dit voor eenieder anders zal zijn en als eerder gezegd zijn er betrokken deelnemers nu oprecht verrast en zich niet bewust van op enigerlei verkeerd handelen. In dat geval past het om enige coulance toe te passen bij de wijze waarop en in welke mate je wil terugvorderen. Dit temeer de bedragen per individu kunnen oplopen tot duizenden euro’s. Maar we realiseren ons tegelijkertijd dat wij ook de belangen behartigen van alle andere deelnemers en het is ook niet redelijk dat zij nu meebetalen aan het oplossen van de fouten die primair gemaakt zijn door APG en de SVB.

Er moet een oplossing zijn die de deelnemers die thans geconfronteerd worden met een (terug)vordering recht doet, maar die ook het algehele belang van alle deelnemers en het fonds in het oog houdt, Onze eerste insteek zou zijn dat daar waar de fouten in de uitvoering gemaakt zijn op de blaren moet worden gezeten. Dit betekent dat in eerste instantie de te veel betaalde bedragen zullen moeten worden verhaald op APG, dan wel de SVB. Indien een dergelijke route een onbegaanbaar pad lijkt, vindt de CMHF het redelijk als er een insteek wordt gekozen waarbij een deel van de vordering wordt geïnd en een deel van de vordering wordt kwijtgescholden, om zo aan de belangen van iedereen tegemoet te kunnen komen.

Jacqueline van Langeraad

Hans Leijh