De FIFA en het Pensioenakkoord

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ging het, onder veel meer, uiteraard ook over de pensioenen. Buitengewoon bijzonder vond ik de opmerking van premier Rutte over de pensioenen: dat is tussen sociale partners; daar gaat het kabinet niet over! Alsof de president van de FIFA zegt: “Voetbal, ja, dat is iets tussen de clubs, daar ga ik niet over”, voor het gemak voorbijgaand aan het feit dat de FIFA wél de spelregels van het voetbalspelletje dicteert.

Zo is het natuurlijk ook in pensioenland: de inhoud van de pensioenregelingen bestaat  inderdaad uit afspraken tussen de sociale partners, maar de spelregels waaraan die regelingen moeten voldoen en waar de pensioenfondsen aan moeten voldoen, vloeien wel voort uit de Pensioenwet, en daar hebben Kabinet en Tweede Kamer álles over te zeggen.
Natuurlijk ingefluisterd door De Nederlandse Bank, die zowel ‘onafhankelijk‘ adviseur van het Kabinet is, als toezichthouder als Kroonlid van de SER. Hoeveel vingers in de pensioenpap wil je hebben?

Afgelopen zaterdag ontving ik een bijzondere Nieuwsbrief van mijn ABP, met een waarschuwing dat korten bijna onvermijdelijk is. Tegelijkertijd geeft het ABP in de nieuwsbrief aan, dat het bestuur onnodige verlaging wil voorkomen, en ik citeer: “Wij begrijpen dat dit voor onze deelnemers een zeer zorgelijke ontwikkeling is. En we vinden dat onze deelnemers meer zouden moeten profiteren van de goede rendementen op hun pensioengeld (alleen al dit jaar is er 50 miljard euro verdiend). Het is dan ook zaak dat er met man en macht wordt gewerkt aan een nieuw pensioencontract met nieuwe regels. Die nieuwe regels zouden we ook nu al moeten toepassen om onnodige verlagingen te voorkomen. Wij zullen al onze kennis inzetten om bij te dragen aan een spoedige uitwerking van de afspraken uit het pensioenakkoord van deze zomer.”

Korten/afstempelen (met direct effect op de koopkracht van gepensioneerden en op termijn voor de koopkracht van nog niet gepensioneerden) is één van de drie mogelijkheden die een pensioenfonds heeft: ook de premies kunnen stijgen (met directe gevolgen voor de koopkracht van werkenden) én de sociale partners kunnen afspreken om de pensioenopbouw te versoberen, waardoor de ambitie wordt verlaagd, met gevolgen voor de koopkracht van nog niet gepensioneerden.

En laat nu het item ‘koopkracht‘ voor dit kabinet-Rutte de achilleshiel blijken te zijn: jaarlijks veel extra koopkracht beloven en maar weinig of geen extra koopkracht realiseren!

Met het oog op de uitwerking van het Pensioenakkoord zie ik overigens geen van de drie opties zitten: korten, meer pensioenpremie betalen of het versoberen van de Pensioenregeling.

Ik ben het met het ABP-bestuur eens dat nú ingrijpen niet aan de orde zou moeten zijn: laten de drie partijen werkgevers, werknemers en Kabinet zo snel mogelijk het jonge Pensioenakkoord uitwerken en de doelen die daarin zijn afgesproken, gaan halen, zodat er een toekomstbestendig pensioensysteem ontstaat, rekening houdend met alle generaties en met reëel uitzicht op sneller indexeren (en korten).

Voor mij is nog één ding duidelijk: vasthouden aan de rekenrente systematiek zoals die nu moet worden gehanteerd van de DNB en het “wij gaan niet over de pensioenen“-Kabinet, gaat niet helpen om de doelen uit het Pensioenakkoord te bereiken en zal leiden tot de komende decennia niet kunnen/mogen indexeren.

Hint: de Vakcentrale voor Professionals heeft een interessante suggestie gedaan voor een nieuw pensioenstelsel, waarmee de doelen uit het Pensioenakkoord kunnen worden behaald. Zie www.vcp.nl.

En een tweede ding staat als een paal boven water: wanneer de doelen uit het pensioenakkoord worden losgelaten, valt voor de CMHF de bodem uit het akkoord en kan de CMHF nooit instemmen met welke uitwerking van het jonge Pensioenakkoord dan ook.

Rob Hunnego, voorzitter CMHF